CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 8 mitigatieplan

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hofsteeg (tegenover nr. 3), Nistelrode2.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mitigatieplan

Nistelrode, Hofsteeg

RO Connect

Datum: 30 september 2019 Projectnummer: 190320

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding Plangebied

3 3

2

Effect van de geplande ruimtelijke ingreep

6

3

Mitigatieplan

7

3.1 3.2 3.3 3.4

Das Steenuil Kleine marterachtigen Planning mitigerende maatregelen

7 9 9 11

Geraadpleegde literatuur

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De initiatiefnemer is van plan een Ruimte voor Ruimte-woning te realiseren op een agrarisch perceel aan de Hofsteeg in Nistelrode. De percelen zijn nu in gebruik als maisakker. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep moet worden nagegaan of sprake kan zijn van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. Voor dit plan is reeds een quick scan natuur en nader onderzoek naar de das uitgevoerd (Econsultancy 2018, 2019). Hieruit bleek dat het plangebied gelegen is naast een potentiele nestlocatie van een steenuil, het foerageergebied van een das en het potentieel leefgebied van kleine marterachtigen. Met de voorgenomen plannen en zonder aanvullende maatregelen bestaat de mogelijkheid dat de betreffende soorten verstoord worden in hun kwetsbare periode en daardoor hun verblijfplaats en/of nestlocatie verlaten. Daarnaast kunnen enkele rustplaatsen van kleine marterachtigen verloren gaan. In dat geval is sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Met mitigerende maatregelen is het echter mogelijkheid verstoring te voorkomen en daardoor de Wet natuurbescherming niet te overtreden. Deze mitigerende maatregelen worden in onderstaand mitigatieplan beschreven.

1.2

Plangebied

1.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich ten noordwesten van de kern van Nistelrode in het agrarisch gebied tussen Nistelrode en Heesch (gemeente Bernheze, provincie NoordBrabant). De omgeving kenmerkt zich voornamelijk door agrarisch gebied, losstaande huizen en kleinschalige bosgebieden. De onderzoekslocatie is een onbebouwd akkerland. Voorheen is er maïs op de onderzoekslocatie verbouwd. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een dunne groenstrook met boomopstand. Ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich een grindpad met aan de overzijde akkerland. Ten westen van de onderzoekslocatie bevindt zich tevens akkerland. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich een woonhuis met siertuin. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging van het plangebied weer.

3

Topografische kaart met de ligging van het plangebied (rood omkaderd).Bron: PDOK. Bewerking: SAB.

Luchtfoto met de ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: PDOK. Bewerking: SAB.

Op 29 oktober 2018 zijn in het kader van de quick scan natuur navolgende foto’s gemaakt. Deze geven een impressie van het plangebied.

4

Plangebied ten tijde van het veldbezoek (bron: Econsultancy, 2018).

1.2.2

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal er een Ruimte voor Ruimte-woning gerealiseerd zijn. Ten behoeve van de voorgenomen ingreep zal er een deel van het agrarisch perceel verdwijnen en er zullen werkzaamheden met zware machines plaatsvinden. De exacte invulling en ontwerp van de voorgenomen plannen is nog niet vastgesteld.

5

2

Effect van de geplande ruimtelijke ingreep In- en nabij het plangebied zijn functies aanwezig van de das. Het betreft een vaste rust- en verblijfplaats in het bosperceel ten noorden van het plangebied in de vorm van een bijburcht en functioneel foerageergebied op het plangebied. De bijburcht heeft geen voortplantingsfunctie voor de das. In de voorgenomen herontwikkeling vindt geen verplaatsing of vernietiging van een vaste rust- en verblijfplaats plaats, echter kunnen de werkzaamheden en de toekomstige realisatie van de Ruimte-voorRuimte woning een verstorend effect op de aanwezige das hebben. Ten zuiden van het plangebied is een steenuilenkast waargenomen. Het is niet met zekerheid vastgesteld of de kast in gebruik is. In de nieuwe situatie is het leefgebied echter nog steeds functioneel voor een eventueel broedpaar. Een broedend steenuil paar is echter wel gevoelig voor verstoring, waardoor werkzaamheden in de broedperiode een negatief effect kunnen hebben. In het plangebied zijn meerdere potentiële verblijfplaatsen van kleine marterachtigen waargenomen. In de directe omgeving zijn echter voldoende alternatieve potentiële verblijfplaatsen aanwezig, waardoor de functionele leefomgeving niet significant negatief beïnvloed hoeft te worden door de voorgenomen plannen.

Indien de dieren echter aanwezig zijn in de verblijfplaats in het plangebied tijdens de werkzaamheden kunnen de dieren echter wel verstoord, verwond of gedood worden. Alle bovengenoemde effecten zijn te voorkomen door voldoende mitigerende maatregelen te nemen. Met de goede maatregelen kan verstoring, verwonding of doding van beschermde soorten voorkomen worden en wordt de functionele leefomgeving niet significant negatief beïnvloed, waardoor een ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is.

6

3

Mitigatieplan Onderstaand zal per soort beschreven worden welke maatregelen getroffen moeten worden om er zeker van te zijn dat er geen significant verstoring plaatsvindt van het functioneel leefgebied van deze soorten.

3.1

Das

3.1.1

Dassenraster De bijburcht van de das ligt in het kleine bosperceel wat direct grenst aan het plangebied. Om te zorgen dat er zowel in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen verstoring van de burcht is, is het belangrijk dat er een duurzame barrière tussen het woonperceel en het bosperceel komt. Op deze manier kunnen de dassen niet per ongeluk op het woonperceel (of bouwperceel) terecht komen en daar verwond raken en kunnen ook bewoners en eventuele honden van bewoners minder makkelijk bij de dassenburcht komen. Dassen zijn erg goede gravers en kunnen met gemak onder een normaal hekwerk doorgraven. Om een duurzame barrière te maken dient er daarom een dassenraster gerealiseerd te worden. Dit is een hekwerk waarvan het raster doorloopt tot onder de grond en afbuigt richting de dassenburcht. Dit maakt het zeer moeilijk voor de das om onder het hekwerk door te graven. In één van de onderstaande figuren staat een voorbeeld weergegeven van een dassenraster. Omdat het woonperceel nog makkelijk toegankelijk moet blijven voor de bewoners, is het niet realistisch het dassenraster volledig rondom het woonperceel te plaatsen. Eén van de belangrijkste foerageergebieden voor de das zal de rest van de maisakker ten westen van het plangebied zijn.

Het is dus voornamelijk belangrijk om de dassen vanuit de burcht richting de akker te begeleiding en te zorgen dat de das op de terugweg naar de burcht niet gevangen raakt binnen het dassenraster. Om hier voor te zorgen wordt geadviseerd het dassenraster volledig om de noord-, west-, en zuidkant van het woonperceel te plaatsen. Indien mogelijk moet het raster ook nog een deel van de oostkant van het perceel afschermen indien de das vanuit het oosten richting de burcht gaat. Het is wel toegestaan een opening in het dassenraster te houden aan de oostkant van het woonperceel zodat er een oprit gemaakt kan worden voor de bewoners. De das heeft ten slotte geen reden zich op het woonperceel te bevinden, maar kan hier wel per ongeluk terecht komen. In één van onderstaande figuren staat aangegeven waar de dassenrasters geplaatst dienen te worden en waar het optioneel geplaatst kan worden. De aanleg van een dassenraster is een vrij intensief proces waar diep gegraven wordt om het rooster in te graven. Aangezien dit ook vlak langs de bosrand zal gebeuren, kan het plaatsen van het raster verstorend werken voor de das. De aanleg van het raster dient daarom ook te gebeuren buiten de meest kwetsbare periode van de das of wanneer deze waarschijnlijk geen gebruik maakt van de burcht. In hoofdstuk 3.1.2 wordt nader ingegaan op de kwetsbare periode.

7

Voorbeeld van een recent aangelegd dassenraster (bron: HBA totaal).

Locaties voor het dassenraster. 3.1.2

Werken buiten de kwetsbare periode Een hoofdburcht van een das wordt jaarrond gebruikt door de das waardoor werkzaamheden bij een dergelijke burcht zo veel mogelijk vermeden moeten worden. De burcht bij het plangebied is echter een bijburcht. Uit het aanvullende dassenonderzoek (Econsultancy, 2019) blijkt dat de burcht in de voortplantingsperiode niet gebruikt wordt. In het najaar wordt de burcht wel gebruikt. Om verstoring van de burcht te mi-

8

nimaliseren dienen de verstorende werkzaamheden zo veel mogelijk plaats te vinden in de periode dat de burcht niet gebruikt wordt. De periode waarin de das het minst verstoring zal ervaren is in de periode januari tot en met augustus. Indien voor de bouw van een woning geheid moet worden, dient dit in deze periode te gebeuren. De aanleg van het dassenraster dient ook in de minst kwetsbare periode te gebeuren. Overige werkzaamheden, zoals de overige bouw van de woning en de aanleg van buitenvoorzieningen, brengen over het algemeen minder hevige geluids- en trilling verstoring met zich mee. Deze werkzaamheden hoeven daarom niet per sé in de minst kwetsbare periode te gebeuren. Wel is het van belang dat het dassenraster al gerealiseerd is, voordat de andere werkzaamheden van start gaan. Dit om te voorkomen dat de das het bouwterrein betreedt en zichzelf hier kan verwonden.

3.2

Steenuil Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een steenuilenkast. Het is niet uitgesloten dat deze kast gebruikt wordt om te broeden. Indien zich in de kast een steenuil broedpaar bevindt, zijn deze erg gevoelig voor verstoring door geluid en trilling. De broedperiode van de steenuil loopt van februari t/m juli. Indien voor de bouw van de woning geheid moet worden, dient dit buiten deze periode te gebeuren. Dit is een andere periode dan de kwetsbare periode van de das. In hoofdstuk 3.4 wordt weergegeven welke periode de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden met inachtneming van de kwetsbare perioden van de verschillende soorten.

3.3

Kleine marterachtigen

3.3.1

Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden Door de voorgenomen plannen gaan een aantal potentiële verblijfplaatsen van de kleine marterachtigen verloren. Kleine marterachtigen hebben altijd meerdere verblijfplaatsen binnen hun territorium. Om er zeker van te zijn dat er te allen tijde voldoende verblijfplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. Dient een marterhoop gerealiseerd te worden. Een marterhoop bestaat een bodem van dun materiaal zoals takjes, riet of gras. Daarop komt een kern, bestaande uit gestapelde stammen en dikke takken van minimaal een meter hoog. In de holten die ontstaan worden vervolgens takken en twijgen gestoken. Zo wordt voorkomen dat de stapel snel inzakt. Vervolgens wordt de marterhoop voorzien van een isolerende laag riet of hooi, van minimaal een halve meter dik. Deze laag wordt idealiter jaarlijks aangevuld om de isolatiewaarde te behouden. Onderhoudsvriendelijker is het om de marterhoop te voorzien van een nestkast of bijvoorbeeld betonnen U-elementen voorzien van hooi. De marterhoop is minimaal één meter hoog, twee meter breed en drie meter lang. Onderstaand is een schets van een marterhoop te vinden. Kleine marterachtigen maken vaak gebruik van randzones om zich te verplaatsen. De marterhoop dient aangebracht te worden in de bosrand van één van de omliggende kleine bospercelen.

9

Schematische weergave van een marterhoop. 3.3.2

Werken buiten de kwetsbare periode Kleine marterachtigen zijn het meest kwetsbaar tijdens de kraamperiode. Deze periode loopt van half maart t/m september. Indien zich in één van de potentiële verblijfplaatsen binnen het plangebied een nest bevindt, zouden deze verloren gaan bij het bouwrijp maken van het terrein. Het is daarom van belang dat het bouwterrein bouwrijp gemaakt wordt buiten deze periode. Daarnaast dient eerst de marterhoop gerealiseerd te worden voordat het terrein bouwrijp wordt gemaakt zodat te allen tijde voldoende verblijfplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. Wanneer het terrein bouwrijp is gemaakt kan met zekerheid uitgesloten worden dat zich voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen op het bouwterrein bevinden en hoeft dus geen rekening meer gehouden te worden met de voortplantingsperiode.

10

3.4

Planning mitigerende maatregelen In bovenstaande hoofdstukken is per soort beschreven welke maatregelen getroffen dienen te worden en wanneer bouwactiviteiten en realisaties van maatregelen plaats mogen vinden. Het is van belang dat de maatregelen in de goede volgorde en in de goede perioden gebeuren. De volgorde van de maatregelen en activiteiten is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Plaatsen marterhoop in omgeving (jaarrond mogelijk). Bouwrijp maken van het plangebied (oktober t/m half maart). Plaatsen van het dassenraster (januari t/m half augustus). Eventueel heien (januari of augustus). Overige bouwwerkzaamheden (jaarrond wanneer maatregelen zijn getroffen).

Onderstaand is schematisch weergegeven wat de geschikte perioden voor het uitvoeren van mitigerende maatregelen en het realiseren van de voorgenomen plannen zijn. Tevens zijn de kwetsbare perioden van de verschillende soorten weergegeven. Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

Activiteiten Eventuele heiwerkzaamheden

Overige werkzaamheden (voor plaatsing dassenraster) Overige werkzaamheden (na plaatsing dassenraster) Maatregelen Bouwrijp maken (ongeschikt maken voor marters) Plaatsen dassenraster Plaatsen marterhoop

Kwetsbare periodes Voortplantingsperiode steenuil Kraamtijd kleine marterachtigen Gebruik bijburcht das (schatting)

Blauw: Periode waarin werkzaamheden mogen plaatsvinden Groen: Geschikte periode voor het realiseren van de mitigerende maatregelen. Rood: kwetsbare periodes, waarin mitigerende maatregelen en ruimtelijke activiteiten, niet of zo min mogelijk uitgevoerd mogen worden

11

Geraadpleegde literatuur BIJ12. 2017, Kennisdocument Das Meles meles, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. Bouwens, S., 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Econsultancy, 2018. Rapport quickscan flora en fauna (6324.003) Hofsteeg tegenover 3 te Nistelrode Econsultancy, 2019. Rapport nader dassenonderzoek (6324.009) Hofsteeg tegenover 3 te Nistelrode Netwerk groene bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk groene bureaus. Websites: www.bij12.nl www.ndff.nl www.rijksoverheid.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.steenuil.nl www.vogelbescherming.nl www.wetten.nl

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fc206dc7-1d94-43a3-89e5-10efcdf35eac