Bijlage 7 watertoets
Tekst van het document
NOTITIE
MOZARTLAAN ONG., HEESCH datum: project: onderwerp: referentie:
4 juli 2024 23.403Watertoets ontwikkeling 23.403-001B (notitie)
Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Provinciaal beleid en regelgeving Regionaal Water en Bodem programma 2022-2027 (RWP) De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant - visie op de Brabantse leefomgeving' bevat de ambitie van de provincie en is het overkoepelend en leidend kader voor het RWP. In het RWP wordt voor het thema water en vitale bodem nadere uitwerking en invulling gegeven aan de Brabantse Omgevingsvisie. Doel van het RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking, waardoor de veerkracht en robuustheid van het systeem toeneemt. De nadruk moeten worden gelegd op het zo min mogelijk afvoeren en juist zo veel mogelijk vasthouden van water.
Waterschap Aa en Maas Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan (verder WBP) van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.
1
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Waterschap verordening Volgens het bestemmingsplan en de keur van het waterschap (per 1.1.2024 waterverordening) is de locatie niet gelegen in een attentiegebied. Het waterschap heeft echter wel bewust besloten het attentiegebied hier te handhaven, om de waterschapsinstrumenten voor hydrologische bescherming toch te kunnen toepassen op activiteiten, zoals onttrekkingen van grondwater en ingrepen met effect op de hydrologie.
De betrokken aspecten voor de weging van het waterbelang zijn hydrologisch neutraal ontwikkelen, en verder adviseren we in het algemeen om duurzame (niet uitlogende) bouwmaterialen toe te passen. Gemeente Bernheze In de omgevingsvisie Bernheze 2040 is onder meer vastgelegd hoe de gemeente invulling wenst te geven aan de leefomgeving, om klimaatbestendig te worden. In § 4.3.3. van de visie wordt dit nader beschreven. Het tegen gaan van de gevolgen van klimaatverandering en de teruggang aan biodiversiteit willen we in samenhang aanpakken. We kiezen voor een noodzakelijke omslag in onze manier van denken in het water- en ecosysteem. 1. Water en bodem sturend De eerste fundamentele keuze die we maken is dat water en bodem leidend zijn bij de keuzes die we maken. Dit betekent veel voor de inrichting en op welke locaties welke activiteiten plaats kunnen vinden, zoals woningbouw, landbouw, recreatie en natuur. 2. Vasthouden van elke druppel water Het watersysteem was tot nu toe ingericht om snel water af te voeren. De enorme gevolgen van hitte en droogte vraagt om een omslag in het huidige systeem: naar het vasthouden van water. Het waterschap neemt hierin het voortouw en laat beken meer meanderen, maakt watergangen ondieper en met stuwen voorkomen dat het water het gebied verlaat. Door klimaatverandering zullen deze vaker en langduriger voorkomen.
Tegelijkertijd zullen we bij hevige piekbuien voorzieningen moeten treffen om water tijdelijk op te slaan.
2
Onderzoek Er wordt in deze subparagraaf een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd naar de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving. In de volgende afbeelding is een fragment van de klimaatatlas opgenomen met de waterdiepte bij een hevige bui (140 mm/2 uur).
Afbeelding 2.6: uitsnede Klimaatatlas (met aanduiding locaties)
In de huidige situatie is een ‘openbare’ parkeerplaats aanwezig, waarbij ook een kiss & ride zone aanwezig is. Deze laatste wordt in de beoogde situatie gehandhaafd en is niet tot het projectgebied gerekend. Het initiatief biedt mogelijkheden om plaatselijk een hevige regenbui beter op te vangen en te verwerken. Aan de Mozartlaan, ten uiden van het beoogde gebouw, worden voor het project 41 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Bij het gebouw zelf zijn 28 parkeerplaatsen voorzien. In de onderstaande tabel zijn de verharde oppervlakten opgenomen. Tabel 1: overzicht
Omschrijving Bebouwing Verharding (weg, parkeren e.d.) Totaal
Oppervlakte 690 m² 780 + 1.080 m² 2.550 m²
De hoogte van de huidige parkeerplaats1 bedraagt ca. 10,20 m+NAP, wat ook het nieuwe peil zal zijn. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bedraagt 8,73m+NAP2, zijnde 1,47 m-mv. Voor de bodemopbouw zijn de ondergrondgegevens van het Dinoloket geraadpleegd. Vanaf maaiveld tot circa 4 m-mv is een deklaag aanwezig van matig tot fijn zand (Formatie van Boxtel). Hieruit kan men concluderen dat de k-waarde tussen de 1-5 m/dag bedraagt. De k-waarde is ter plaatse niet
1
https://www.ahn.nl/ahn-viewer
2 https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/, peilbuis B45E0577 (periode 2009-2017)
3
vastgesteld, zodat veiligheidshalve een k-waarde van 1 m/dag en een grondwaterstand van 1,47 m-maaiveld voldoende mogelijkheden biedt voor een toekomstige infiltratieberging. Afvalwater In de openbare weg ten oosten en zuiden van het plangebied ligt een (gescheiden) rioolstelsel. De gemeentelijke riolering voert het water af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij de omgevingsaanvraag zullen de uitgewerkte rioleringstekeningen en de definitieve inrichting van het perceel worden gevoegd. Hemelwater Hemelwater wordt niet op het riool geloosd, zoals in de huidige situatie geschiedt, maar naar een nieuwe voorziening gebracht. In deze ruimtelijke fase kan gesteld worden dat het terrein voldoende mogelijkheden biedt voor een ondergrondse infiltratievoorziening.
Te treffen maatregelen Buffering en infiltratie kan onder de parkeerplaatsen worden gesitueerd, door bijvoorbeeld kratten aan te leggen. De voorzieningen hebben een bovengrondse noodoverstort/overloop richting de Mozartlaan. Projectmatige invulling Onderhavig planvoornemen leidt tot de realisatie van nieuwe appartementen en parkeer-voorzieningen. De ontwikkeling leidt hierin tot een toename van verhard oppervlakte die dient te worden gecompenseerd. Volgens de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021 2’ bedraagt de minimale te realiseren hemelwatervoorziening 70 mm (per m2 verhard oppervlak), waarvan minimaal 20 mm op eigen terrein te bergen. Dit is meer dan conform het beleid van het Waterschap is vereist, waardoor tevens voldaan wordt aan het waterschapsbeleid. De volgende rekenregel is aan de orde:
benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,07 (in m) Binnen het project wordt alle verharding afgekoppeld en verdeeld over 2 voorzieningen. Als uitgangspunt wordt genomen dat onder de parkeerplaatsen dan nog een (Wavin Q-Bic Plus o.g.) krattensysteem wordt aangelegd. Een dergelijk systeem heeft een bruto capaciteit van 0,454 m³ per unit en een afmeting van 1,2x0,6x0,6m (lxbxh). Zo zijn onder de zuidelijke parkeerplaats (1.080 m²) aan de Verdilaan 167 kratten nodig om het hemelwater te kunnen bergen, die een oppervlakte van ca. 120 m² innemen. Onder de rijweg van de parkeerhaven past deze voorziening en kan de noodoverstort richting de noordelijk gelegen Verdilaan worden aangelegd. En voor de verharding (780 m²) en het dak (690m²), ter plaatse van het projectgebied, worden aanvullend op de bestaande kratten onder de her in te richten parkeerplaats 227 kratten extra aangelegd, die een oppervlakte van ca. 164 m² innemen. De nood-overstort wordt richting de oostelijk Mozartlaan aangelegd. Voor beide locaties is ruimte voldoende aanwezig boven de GHG, inclusief de benodigde randvoorzieningen (zandvanger, noodoverstort e.d.).
4
Optioneel kan het dak groen worden uitgevoerd en hoeft, volgens de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021 2’, voor het oppervlak aan groen dak (in m2) geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist. Dit is aan de orde zodra onvoldoende ruimte blijkt te zijn voor de bestaande en nieuwe kratten samen onder de her in te richten parkeerplaats nabij het projectgebied. Met deze maatregel is 77m2 minder aan oppervlakte voor kratten nodig. Conclusie Vanuit het aspect water en watersystemen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Bij de omgevingsaanvraag dient de materiaalkeuze, definitieve systeemkeuze en locatie nader uitgewerkt te worden.
5