bijlage 7 nader dassenonderzoek
Tekst van het document
NADER DASSENONDERZOEK HOFSTEEG (ONG.) TE NISTELRODE
Rapportage nader dassenonderzoek Hofsteeg (ong.) te Nistelrode Opdrachtgever
RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS Heesch
Rapportnummer Versienummer
6324.009 D1
Status
Eindrapportage
Datum
7 juni 2019
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ir. F.M. IJdema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. B.H.H. Verdijck
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
Huidig gebruik plangebied en omgeving .......................................................................... 2 Toekomstig gebruik van het plangebied ........................................................................... 2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 3
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 5 5.1
Das ................................................................................................................................... 5
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 6
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 7
6324.009
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Hofsteeg (ong.) te Nistelrode. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte-woning. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy in november 2018 in het plangebied heeft uitgevoerd (rapport 6324.003, d.d. 28 november 2018). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 1 van 7
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik plangebied en omgeving
Het plangebied (± 2.400 m²), hierin gedefinieerd als de locatie waar de herontwikkeling gaat plaatsvinden, ligt aan de Hofsteeg (ong.), circa 1,5 kilometer ten zuidoosten van de kern van Nistelrode. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X = 166.258, Y = 414.089.
Figuur 1. Luchtfoto ligging onderzoekslocatie en plangebied.
Het plangebied betreft een akker waar maïs op wordt verbouwd. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een bosperceel, hierbij gedefinieerd als de onderzoekslocatie voor onderhevig onderzoek. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een grindpad met aan de overzijde akkerland. Ten westen van het plangebied bevindt zich tevens akkerland. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een woonhuis met siertuin. 2.2
Toekomstig gebruik van het plangebied
De initiatiefnemer is voornemens om op het plangebied een Ruimte voor Ruimte-woning te realiseren. Ten realisatie van de woning zal er akkerland verdwijnen, er zullen grondwerkzaamheden plaatsvinden en er zal gebruik gemaakt worden van zware machines.
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 2 van 7
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd. Noordelijk op- en ten noorden van het plangebied zijn verschillende aanwijzingen gevonden die kunnen indiceren op de aanwezigheid van een das. In het noordelijk bosperceel zijn meerdere dassenpijpen waargenomen, welke deels recentelijk in gebruik lijken te zijn. Langs de noordzijde van het plangebied zijn meerdere graafsporen in de vorm van “putjes” waargenomen alsmede vraatsporen aan maïskolven. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor de das. Het is niet uit te sluiten dat er een das actief is in de omgeving van het plangebied. 4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het aanvullend onderzoek naar de das is uitgevoerd om vooraf aan de werkzaamheden de functie van de planlocatie voor de das in beeld te krijgen. Om te bepalen of de das gebruik maakt van de onderzoekslocatie is conform het Kennisdocument Das (BIJ12, versie 1.0, juli 2017), 2x een periode van 2 weken onderzoek uitgevoerd (tabel I). Tijdens de eerste 2 weken van dit onderzoek kon worden vastgesteld of de potentiële burcht in gebruik is. Vervolgens is in een 2 weken durend onderzoek in de kraamperiode onderzocht of de locatie in gebruik is als voortplantingsburcht. Hiervoor zijn per onderzoeksperiode twee wildcamera ingezet. Tijdens het plaatsen van de camera’s tijdens de eerste en tweede onderzoeksperiode is tevens de omgeving onderzocht op de aanwezigheid van eventuele nieuwe dassenpijpen en is gezocht naar sporen als wissels, prenten, latrines, mest- en snuitputjes. Tabel I.
Onderzoeksinspanning das
Periode 7 december 2018 21 december 2018
Duur 2 weken
1 mei 2019 - 15 mei 2019
2 weken
Activiteit veldbezoek en omgevingsinspectie, ophangen cameravallen, onderzoek met cameraval, ophalen van cameravallen ophangen cameravallen, onderzoek met cameraval, ophalen van cameravallen
Functie inspectie omgeving onderzoeklocatie, zichtwaarnemingen volwassenen individuen inspectie omgeving onderzoeklocatie, zichtwaarnemingen volwassenen individuen
Een dassenpijp kan verschillende functies hebben. Het Kennisdocument das (BIJ12, 2017) hanteert de volgende functies met daarbij de volgende eigenschappen: -
Hoofdburchten: Hoofdburchten zijn in de regel relatief groot en zijn het grootste deel van het jaar in gebruik. De hoofdburcht is meestal de plek waar de jongen worden geboren. Er zijn ook permanent bewoonde burchten bekend met maar één holingang.
-
Bijburchten: Bijburchten zijn vaak alleen op bepaalde momenten in gebruik, bijvoorbeeld als vluchtplek bij verstoring van de hoofdburcht. Ook kan de bijburcht door jong volwassen dassen worden gebruikt in de periode dat ze worden verstoten uit het territorium, of door het mannetje die in het voorjaar vanuit deze burcht zijn territorium beter kan verdedigen. Als er jongen geboren zijn, verjaagt het vrouwtje het mannetje vaak tijdelijk naar een ander gedeelte van de hoofdburcht, of uit de burcht. Hij verhuist dan tijdelijk naar een bijburcht. Ook het vrouwtje kan haar jongen grootbrengen in een bijburcht, wat het verschil tussen hoofd- en bijburcht weer vervaagt. Het voedselaanbod in de directe omgeving speelt een grote rol. Dassen wonen het liefst zo dicht mogelijk bij hun voedsel. Ze kunnen, ook tijdelijk, verhuizen naar een bijburcht in de directe omgeving van bijvoorbeeld een maisakker als de jonge, nog zachte maiskolven aan het ontspruiten zijn.
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 3 van 7
-
Vluchtpijpen: Vluchtpijpen liggen verspreid over het territorium. Zoals de naam doet vermoeden, worden ze bij dreigend gevaar gebruikt om in te schuilen. Aan de rand van een territorium hebben de vluchtpijpen ook een geurfunctie en bakenen zij het territorium af. Er zijn gevallen bekend dat een vrouwtje een vluchtpijp in gebruik heeft genomen om haar jongen te werpen.
Veldbezoeken Het eerste veldbezoek is afgelegd op 7 december 2018. Tijdens het veldbezoek waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van dassensporen gunstig. De akkerlanden rond het bosperceel waren op het moment van het eerste veldbezoek enkel licht begroeid met gras, waardoor er weinig wissels konden worden waargenomen, echter is er een wissel vanuit het bosperceel in westelijke richting geconstateerd. Tijdens de verdere omgevingsinspectie zijn in het bosperceel 175 meter ten noorden van de onderzoekslocatie tevens enkele dassenpijpen waargenomen. Op het moment van het eerste veldbezoek leken deze pijpen, gezien de vervallen staat en het gebrek aan sporen, niet in gebruik te zijn. Tijdens het eerste veldbezoek zijn er 2 camera’s opgehangen gericht op de openingen van pijpen, die het meest recent in gebruik leken te zijn geweest. De camera’s hebben twee weken op locatie gehangen alvorens ze zijn opgehaald op 21 december 2018. Het tweede veldbezoek heeft plaatsgevonden op 1 mei 2019. Tijdens dit veldbezoek is wederom de omgeving van de dassenburcht geïnspecteerd op sporen van de das. Gelijk aan het eerste veldbezoek zijn er sporen van recent gebruik van de burcht waargenomen.
Tevens is het verder noordelijk gelegen bosperceel opnieuw geïnspecteerd, waar het lijkt dat de toenmalige vervallen dassenpijpen weer in gebruik zijn genomen (verse graafsporen nabij de opening van enkele pijpen). 2 camera’s werden gericht op de meest actieve openingen van de dassenpijp, ditmaal op een actieve pijp aan de zuidelijke bosrand van het bosperceel en een pijp centraal op de bosperceel (niet dezelfde als tijdens het eerste veldbezoek). Na één week zijn de camera’s in het veld geïnspecteerd en opnieuw opgehangen, ditmaal gericht op andere actieve openingen ten noordwesten en centraalwesten van de onderzoekslocatie. Na nog een week te hebben gehangen zijn de camera’s op 15 mei 2019 opgehaald.
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 4 van 7
5 5.1
ONDERZOEKSRESULTATEN Das
Op de onderzoekslocatie is in de periode 7 t/m 21 december 2018 meerdere waarnemingen van de das gedaan. In de twee weken durende periode is de das op 10 dagen waargenomen, wat indiceert dat de das regelmatig gebruik van de burcht maakt. Op alle beelden is slecht een enkele das waargenomen, waardoor het niet duidelijk is of er meerdere dassen van de burcht gebruik maakt. Naast de das zijn er in deze periode tevens waarnemingen gedaan van een merel, konijn, gaai, buizerd, vos, en koolmees. In de onderzoeksperiode 1 t/m 15 mei 2019 is de das niet meer waargenomen, echter zijn er op de onderzoekslocatie meerdere waarnemingen van een volwassen vos met minstens 6 jongen gedaan. In de twee weken durende periode hebben de camera’s op 4 verschillende pijpen van de burcht verspreid over de onderzoekslocatie gestaan en op alle beelden zijn de jonge vossen waargenomen, wat indiceert dat de gehele burcht in gebruik is door de vossenfamilie. Hoewel het mogelijk is dat de das en vos gedeeltelijk gebruik kunnen maken van de dassenburcht, indiceert het ontbreken van waarnemingen van de das gedurende deze periode dat de das (tijdelijk) niet aanwezig is in de burcht. Tevens sluiten deze beelden uit dat de burcht voor de das de functie van voortplantingsburcht heeft.
Rapport 6324.009 versie D1
Figuur 2. Waarneming van de das gedurende de eerste onderzoeksperiode (d.d. 7 t/m 21 december 2019).
Figuur 3. Waarneming van de jonge vossen gedurende de tweede onderzoeksperiode (d.d. 1 t/m 15 mei 2019).
Pagina 5 van 7
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
De das is beschermd conform artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de verblijfplaatsen mogen niet worden weggenomen. Op de planlocatie zelf zijn geen vluchtpijpen van de das aanwezig. Aan de noordelijke rand van de planlocatie is één pijp aanwezig, welke in vervallen staat verkeerd en hoogstwaarschijnlijk niet meer in gebruik is. In het bosperceel direct ten noorden van de planlocatie zijn actieve pijpen aanwezig. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat de das de burcht wel gebruik maakt van de burcht, maar dat het gehele jaar aanwezig is. Tevens is er uitgesloten dat de burcht voor de das een voortplantingsfunctie heeft. De burcht op de onderzoekslocatie heeft derhalve hoogstwaarschijnlijk enkel de functie van bijburcht. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen geen pijpen verloren gaan, echter kunnen de werkzaamheden en de realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning een verstorend effect kunnen hebben op de das. De initiatiefnemer is voornemens het gehele bosperceel in de toekomstige situatie te behouden en een duurzame barrière tussen de planlocatie en de bospassage te realiseren. De benodigde mitigerende maatregelen zullen worden vastgelegd in een mitigatieplan.
De functionaliteit van de bijburcht van de das moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende maatregelen. Deze maatregelen zullen worden opgenomen in een mitigatieplan.
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 6 van 7
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Hofsteeg (ong.) te Nistelrode. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de ontwikkeling van een Ruimte-voor-Ruimte woning naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy op de planlocatie heeft uitgevoerd (rapport 6324.003; d.d. 28 november 2018). Voorgenomen ingreep Op de onderzoeklocatie zal een Ruimte-voor-Ruimte woning worden gerealiseerd. Ten behoeve van de voorgenomen ingreep zal er een deel van het agrarisch perceel verdwijnen en er zullen werkzaamheden met zware machines plaatsvinden. Conclusie In- en nabij het plangebied zijn functies aanwezig van de das. Het betreft een vaste rust- en verblijfplaats in het bosperceel ten noorden van het plangebied in de vorm van een bijburcht en functioneel foerageergebied op het plangebied. De bijburcht heeft geen voortplantingsfunctie voor de das. In de voorgenomen herontwikkeling vindt geen verplaatsing of vernietiging van een vaste rust- en verblijfplaats plaats, echter kunnen de werkzaamheden en de toekomstige realisatie van de Ruimte-voorRuimte woning een verstorend effect op de aanwezige das hebben.
Om verstoring die leidt tot een afname van de functionaliteit van de bijburcht van de das tijdens de werkzaamheden en de toekomstige realisatie te voorkomen, dienen er mitigerende maatregelen te worden genomen. De mitigerende maatregelen zullen worden opgesteld in een mitigatieplan. Tevens zullen in dit plan de mitigerende maatregelen voor de steenuil en kleine marterachtigen worden opgenomen, waarvan de mogelijke aanwezigheid niet kon worden uitgesloten in eerder uitgevoerde quickscan (rapport 6324.003, d.d. 28 november 2018). Indien de werkzaamheden en de realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning conform het mitigatieplan worden uitgevoerd, wordt verstoring ten opzichte van de das, steenuil en kleine marterachtigen voorkomen en wordt een ontheffing niet noodzakelijk geacht.
Econsultancy Boxmeer, 7 juni 2019
Rapport 6324.009 versie D1
Pagina 7 van 7
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing
De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.