CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6: QuickScan flora en fauna Laar 66

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Laar 66, Nistelrode*10.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Brede geelgerande waterroofkever

Geleedpotigen

wnb-hrl

100 - 250 km

Breed wollegras

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Butskop

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Donkere waterjuffer

Libellen

wnb-andere

100 - 250 km

Dwergvinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Geplooide vrouwenmantel

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Gestreepte dolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone spitssnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Gewone vinvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Griend

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Grote hoefijzerneus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Honingorchis

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Kemps zeeschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Lange zonnedauw

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Naam

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Lederschildpad

Reptielen

wnb-hrl

100 - 250 km

Moerasgamander

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Moerasparelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-hrl

100 - 250 km

Mopsvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Orka

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Potvis

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Scherpkruid

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Spits havikskruid

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Steenbraam

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Veenbesblauwtje

Dagvlinders

wnb-andere

100 - 250 km

Veenbesparelmoervlinder

Dagvlinders

wnb-andere

100 - 250 km

Veenhooibeestje

Dagvlinders

wnb-andere

100 - 250 km

Veldspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere

100 - 250 km

Walrus

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witflankdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Witsnuitdolfijn

Zoogdieren

wnb-hrl

100 - 250 km

Zinkviooltje

Vaatplanten

wnb-andere

100 - 250 km

Bijlage 4 Checklist onderzoek vleermuizen

Vleermuizenprotocol

(versie 1 januari 2021)

Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.

c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)

Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.

b)

Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.

c)

Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

JA / NEE

3. Open water Is er open water aanwezig?

JA / NEE

a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?

JA / NEE

JA / NEE

a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?

JA / NEE

a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)

Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.

c)

Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.

JA / NEE

d)

Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.

JA / NEE

e)

Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.

JA / NEE

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.

Bijlage 5 Literatuurlijst

Literatuurlijst  Bij12 Kennisdocumenten (www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumentensoorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/)  De vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl)  De zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl)  Eis Kenniscentrum Insecten (www.eis-nederland.nl/)  Floron (www.floron.nl/)  Grondsoortenkaart (www.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2)  Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/ content/rode-lijsten)  Natura 2000 (https://www.natura2000.nl/)  NGB Soortinventarisatieprotocollen (www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen)  NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl/)  NNB & beheertypenkaart Kaartenbank Brabant (noord-brabant.maps.arcgis.com/ apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6)  Quickscanhulp (www.quickscanhulp.nl)  Ravon (www.ravon.nl)  Rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl)  Slagboom en Peters (app.slagboomenpeeters.com)  Sovon (www.sovon.nl)  Stichting ANEMOON (www.anemoon.org)  Waarneming (www.waarneming.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c8216783-e8ea-4c15-a9ea-5c8fe9d31a0e