Bijlage 6 - Ontheffing Wet Natuurbescherming
Tekst van het document
BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT
Op de op 2 maart 2021 ontvangen aanvraag van Stichting Mooiland om een ontheffing krachtens artikel 3.3, eerste lid en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van sloop en renovatiewerkzaamheden aan complex 3301, gelegen aan de Sonniusstraat en omstreken te Heesch in de gemeente Bernheze.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
De heer J. Reijnen Teammanager Omgevingsdienst Brabant Noord
ons kenmerk Z/141433-271038
plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 15 september 2021
BESLUIT Onderwerp Op 2 maart 2021 hebben wij van Stichting Mooiland een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van het uitvoeren van sloop en renovatiewerkzaamheden aan complex 3301, gelegen aan de Sonniusstraat en omstreken (zie bijlage 1) te Heesch in de gemeente Bernheze. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Stichting Mooiland, Galileïlaan 40, 6716 BP te Ede, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepalingen als bedoeld in: • artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het vernielen van nesten van de: - huismus (Passer domesticus); - gierzwaluw (Apus apus); • artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het opzettelijk verstoren van de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); • artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor het vernielen van voortplantingsplaatsen van de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode tot en met 1 september 2026; II.
dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III. aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’, en ook dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Bijlage 1: Adressenlijst plangebied • Bijlage 2: Luchtfoto van de planlocatie • Bijlage 3: Waargenomen verblijfsfuncties vleermuizen • Bijlage 4: Locaties van de mitigerende maatregelen • Bijlage 5: Ontwerptekening van de maatwerkvoorzieningen • Bijlage 6. Locaties van de inbouwvoorzieningen gewone dwergvleermuis • Bijlage 7: Meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 2 van 23
Rechtsmiddelen Bezwaar Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Voorlopige voorziening Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend.
Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 3 van 23
INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 7 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 8 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 8 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 8 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 8 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ......................................................................................................... 9 2.1 Aangevraagde activiteiten ......................................................................................................................
9 2.2 Onderzoeksmethodiek soorten ............................................................................................................... 9 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten ............................................................................................ 9 2.4 Alternatievenafweging ......................................................................................................................... 10 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 11 2.6 Mitigerende en compenserende maatregelen en staat van instandhouding ....................................... 12 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 17
Bijlage 1. Adressenlijst plangebied ......................................................................................................... 18 Bijlage 2. Luchtfoto van de planlocatie .................................................................................................. 19 Bijlage 3. Waargenomen verblijfsfuncties vleermuizen......................................................................... 20 Bijlage 4. Locatie van de mitigerende maatregelen ............................................................................... 20 Bijlage 5. ontwerptekening van de maatwerkvoorzieningen ................................................................ 21 Bijlage 6. Locaties van de inbouwvoorzieningen gewone dwergvleermuis........................................... 22 Bijlage 7. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 23
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 4 van 23
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk twee weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6.
De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan, (hoofdstuk 6) en de aanvullende gegevens van 21 juli, 30 augustus, en 3 en 13 september 2021. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. Specifieke voorschriften 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de gerealiseerde voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. 10. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden uiterlijk twee weken voor aanvang van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer Z/141433. 11.
De tijdelijke voorzieningen dienen te voldoen aan de richtlijnen van de kennisdocumenten Gierzwaluw, Huismus en Gewone dwergvleermuis van BIJ12, 2017. 12. Voorafgaand aan het plaatsen van de netten rondom de daken dient te worden uitgesloten dat huismussen onder het dak aanwezig zijn. Dit dient door een ecologisch deskundige gecontroleerd te worden en vermeld te worden in het logboek. 1
Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier: https://www.brabant.nl/applicaties/producten/wet_natuurbescherming__ontheffing_beschermde_soorten_16411 ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 5 van 23
13. Ongeschikt maken woningen met uitsluitend vleermuizen: De te slopen en renoveren woningen dienen, per fase, ten minste één week voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden. Dit dient te gebeuren in het actieve seizoen van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 15 oktober, en buiten de kwetsbare kraamperiode (1 mei tot 15 juli). Indien de werkzaamheden in de winterperiode moeten worden uitgevoerd, dan dient de planlocatie vóór de winterperiode ongeschikt te worden gemaakt. Op het moment van ongeschikt maken en de drie daaropvolgende dagen moeten de weersomstandigheden overeenkomen met de weersomstandigheden van de soorten inventarisatieprotocollen van de gewone dwergvleermuis, die zijn opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus. 14. Ongeschikt maken woningen met vleermuizen en gierzwaluwen/huismussen: In verband met de aanwezigheid van huismussenen/of gierzwaluwen, dienen de woningen waar zowel huismussen en/of gierzwaluwen als vleermuizen aanwezig zijn, ongeschikt gemaakt te worden na het broedseizoen en vóór 1 november. De gevoelige perioden van beide soorten dienen dan namelijk te worden ontzien. Een ecoloog dient het juiste moment te bepalen. 15. Op enkele locaties, tussen de latten en aan de gootzijde, wordt het net open gelaten zodat het net kan worden verlaten.
Dit dient om de twee meter toegepast te worden om met voldoende zekerheid uit te sluiten dat gewone dwergvleermuizen verstrikt raken in de netten. 16. Na het ongeschikt maken dient binnen drie dagen voorafgaand aan de werkzaamheden een controle in de actieve periode bij juiste weersomstandigheden (conform Vleermuisprotocol 2021 en het Kennisdocumenten Huismus van BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden, teneinde zeker te zijn dat of de aangevraagde soorten daadwerkelijk vertrokken zijn. Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode plaatsvinden dient deze controle tussen 15 september en 15 oktober te worden uitgevoerd. Gestart kan pas worden na de expliciete toestemming van de ecoloog. 17. Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat deze soorten uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. Indien de soorten niet uit zichzelf vertrekken, dient contact opgenomen te worden met ons om te bespreken welke vervolgstappen genomen moeten worden. 18. In verband met de aanwezigheid van huismussen dienen de woningen, waar zowel huismussen als vleermuizen aanwezig zijn, ongeschikt gemaakt te worden na het broedseizoen en vóór 1 november. Een ecoloog dient het juiste moment te bepalen. 19.
De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente nest-, rust- of voortplantingsplaatsen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes. Daarnaast mogen de tijdelijke voorzieningen pas verwijderd worden op het moment dat deze aantoonbaar niet in gebruik zijn door beschermde soorten. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit zijn voor vleermuizen de kraamperiode (half mei tot half juli) en de winterperiode (15 oktober tot 1 april) - en voor broedvogels de broedperiode (1 maart tot half augustus). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecoloog. 20. De ontheffinghouder, zijnde Stichting Mooiland te Ede, is verantwoordelijk voor het geschikt houden van de locatie voor dezelfde functies (paarverblijfplaatsen) voor de gewone dwergvleermuis en nestplaatsen voor de gierzwaluw en huismus zoals in deze ontheffing beschreven. Dit houdt in het bijzonder in dat genoemde ontheffinghouder verantwoordelijk is voor het op correcte wijze plaatsen van permanente voorzieningen voor de soort in de nieuwbouw volgens het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis, huismus en gierzwaluw van BIJ12.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 6 van 23
PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 2 maart 2021 hebben wij van Stichting Mooiland een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 21 juli 2021, 30 augustus 2021, en 3 september 2021 aangevuld. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/141433. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd.
Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen. Deze aanvraag is niet getoetst aan het onderdeel Natura 2000 van de Wnb. Mogelijk is hiervoor ook een vergunningplicht op grond van de Wnb aan de orde. Als dit het geval is dient de aanvrager ook deze bij de provincie aan te vragen.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 7 van 23
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.
Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 8 van 23
2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep
2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen deels energetische renovatiewerkzaamheden, en deels sloop/nieuwbouw. Binnen het project zijn twee woningtypen, één type heeft een rood dakpannen dak (34 woningen) en de andere heeft een zwart dakpannen dak (23 woningen). Het woningtype met zwart dakpannen dak zal energetisch worden gerenoveerd. Bij al deze woningen zal spouwmuurisolatie plaatsvinden. Spouwmuurisolatie betreft het na-isoleren van de bestaande spouwmuren door het inspuiten van isolatiemateriaal.Bij vrijwel alle woningen vindt dakvervanging plaats, uitzondering hierop zijn mogelijk Basilius van Bruggestraat 4 en 10, en Mgr. Zwijsenstraat 5, 9, 11 en 13. Dakvervanging betreft het vervangen van de pannen, gevels en een deel van het dakbeschot. Hierbij worden steigers rond het pand geplaatst. Daarnaast worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: - Plaatsen van PV-panelen - Vervangen van ramen Het woningtype met rood dak zal volledig worden gesloopt, en het plangebied wordt bouwrijp gemaakt. Hier zullen nieuwe grondgebonden rijwoningen worden gerealiseerd. In bijlage 1 is een adressenlijst opgenomen met daarin weergeven welke woningen gesloopt worden en welke woningen gerenoveerd worden. In fase 1 worden de renovatiewerkzaamheden uitgevoerd (vanaf november 2021). In fase 2 worden de sloopwerkzaamheden uitgevoerd (vanaf Q2 2023).
De afronding van de nieuwbouw staat gepland voor Q2 van 2024. Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoeksmethodiek soorten In 2017 heeft een veldbezoek in het kader van een quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Hieruit bleek dat het plangebied mogelijk geschikt is voor diverse (gebouwbewonende) vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Naar alle in het plangebied te verwachten soorten heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De onderzoeken naar de huismus en de gierzwaluw zijn uitgevoerd conform de bijbehorende kennisdocumenten. Het oorspronkelijke onderzoek naar huismussen is meer dan drie jaar geleden uitgevoerd en is daarom in 2021 geactualiseerd. Het onderzoek naar vleeermuizen is uitgevoerd conform het destijds meest recente vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus. Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in hoofdstuk 3 van het bij de aanvraag gevoegde activiteitenplan. 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten Binnen de te slopen woningen zijn negen huismusnesten aanwezig. De nestlocaties bevinden zich allen onder de dakpannen te bereiken via de dakgoot, of in de hoek van de woning onder de dakgoot. Binnen de te renoveren woningen van complex 3301 is één nestlocaties van de huismus aangetroffen. Het groen in de siertuinen heeft een foerageer- en schuilfunctie voor de huismus.
Het groen rondom de te renoveren bebouwing blijft vrijwel allemaal behouden. Bij de sloop gaat wel leefgebied van de huismus verloren. Omdat binnen dit deel van het plangebied de voor- en achtertuinen voor een groot ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 9 van 23
deel bijna geen geschikt leefgebied bevatten is het effect hiervan beperkt. Omdat in de nieuwe situatie eveneens voor- en achtertuinen worden gerealiseerd is de verwachting dat deze hoeveelheid wordt gerealiseerd zonder verplichtingen aan de inrichting. Tevens is één nestlocatie van de gierzwaluw aangetroffen bij een woning waar dakvervanging plaatsvindt. De toegang tot de nestlocatie bevind zich op de hoek onder de dakgoot aan de tuinzijde. Daarnaast zijn vijf paarterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. De woningen worden deels gerenoveerd en deels gesloopt. Drie paarterritoria bevinden zich in de omgeving van woningen die gerenoveerd worden en twee territoria bevinden zich in de omgeving van woningen die gesloopt worden. Omdat van de paarverblijfplaatsen de exacte locatie onbekend is, wordt er vanuit gegaan dat deze verloren gaan. De in de omgeving aanwezige kraamkolonie van gewone dwergvleermuis en een in de omgeving aanwezig zomerverblijf van de laatvlieger zullen niet worden verstoord door de werkzaamheden (zie bijlage 3). De werkzaamheden veroorzaken geen zware trillingen. Enkel de aanvliegroute zou verstoord kunnen worden door de werkzaamheden, echter worden hiervoor maatregelen genomen (zie paragraaf 2.6 van dit besluit).
De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten: - 10 nesten van de huismus (één in fase1 en negen in fase 2); - één nest van de gierzwaluw (in fase 1); - vijf paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (drie in fase 1 en twee in fase 2); worden vernield en vleermuizen worden verstoord. Dit is een overtreding van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, en artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb. 2.4 Alternatievenafweging Locatie Het project is locatie-specifiek. Het betreffen bestaande huurwoningen/panden van Mooiland, waarvan het energielabel niet voldoet aan de huidige eisen met het oog op de klimaatmodellen en leefbaarheid voor de huurders, en het type woningen sluit niet goed aan bij de toenemende vraag aan woningen met een betere toegankelijkheid. Inrichting en werkwijze Bij een deel van de woningen is gekozen voor (energetische) renovatie. De staat van de woningen is beoordeeld als voldoende, en door de energetische renovatie is de levensduur nog voldoende lang om niet te hoeven slopen. Per woning is door specialisten bepaald wat gezien de bouwkundige staat en financiële consequenties de meest efficiënte en effectieve werkwijze is om de energetische doelen te kunnen behalen.
Andere werkwijzen, waarbij de verblijfplaats mogelijk zouden kunnen worden ontzien, behalen niet het gewenste resultaat of zijn kostentechnisch zo inefficiënt dat de kosten niet opwegen tegen het energetische rendement. De werkzaamheden volgen de Trias Energetica, welke stelt dat, om tot een fossielvrije maatschappij te komen, de eerste stap is om het gebruik van energie te beperken, bijvoorbeeld door het isoleren van de schil van een woning. Pas daarna komt het groen opwekken van de energie (door bijvoorbeeld zonnepanelen). Er is voor alle type woning(blokk)en gekeken wat de huidige staat van isolatie is, en welke werkzaamheden het beste zijn om tot het gewenste energielabel kunt komen. In het algemeen is er een zeer simpel uitgangspunt. Een spouwmuur na-isoleren gaat het snelst, kan in bewoonde staat prima uitgevoerd worden, behaalt een groot resultaat, kost het minst aan materialen dus grondstoffen en kan zonder al te veel overlast voor de hele omgeving uitgevoerd worden. Daarnaast gaat eveneens veel warmte verloren via het andere deel van de schil, namelijk het dak. Deze maatregelen hebben veruit het grootste effect op het energieverbruik van de woningen. Aan de binnenzijde gevels isoleren klinkt in theorie best aardig, maar is praktisch niet uitvoerbaar in bewoonde staat. En doordat je niet overal even goed bij kan, kun je het ook niet zo dicht maken als ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 10 van 23
dat zou moeten. Met de voortvloeiende (gezondheids)risico’s van dien. Het aanbouwen van een spouwmuur aan de buitenzijde zou een grote en financieel zware klus zijn, waardoor het rendement niet opweegt tegen de kosten. Hierdoor is het na-isoleren van de betreffende woningen door het volspuiten van de spouwmuur op dit moment de enige reële oplossing om aan de gestelde voorwaarden van de overheid te kunnen voldoen binnen de gestelde tijd. Ook het isoleren van de daken van binnenuit is gezien de bewoonde staat doorgaans niet gewenst. Daarnaast kunnen ook bij isolatie van de binnenzijde van het dak koudebruggen ontstaan omdat niet alle hoeken goed kunnen worden bereikt. Enkel bij de woningen aan de Basilius van Bruggestraat en Mgr. Zwijsenstraat is isoleren van binnenuit een optie. Door de dakisolatie komt het pannen dak omhoog. Bij deze tussenwoningen is dat door de omliggende koopwoningen niet ideaal. Wanneer de daken versleten zijn is het mogelijk alsnog noodzakelijk om ook hier het dak te vervangen. Bij het andere deel van de woningen is gekozen voor sloop en nieuwbouw van de woningen. De woningen hebben veel gebreken.
Problemen als vocht en tocht kunnen worden opgelost door een renovatie, maar problemen als gehorigheid, de ongunstige locatie van de badkamers en de slechte toegankelijkheid zijn niet op te lossen, waardoor de woningen niet toekomstbestendig kunnen worden gemaakt. De sloop en nieuwbouw is daarnaast noodzakelijk om aan de vraag naar meer toegankelijke woningen te voldoen, en aan de woningbouwopgave zelf. Planning De renovatiewerkzaamheden zullen starten vanaf november 2021, buiten het broedseizoen van de huismus en gierzwaluw. Door voor de start van de winterperiode de woningen ongeschikt te maken voor vleermuizen kan aanwezigheid van deze soorten tijdens de werkzaamheden worden uitgesloten. De sloop van de woningen vindt plaats in Q2 2023, en zal eveneens afgestemd worden op de gevoelige periodes. Ongeschikt maken vindt buiten de gevoelige periodes plaats. Doordat gefaseerd wordt gewerkt kunnen de mitigerende nest- en verblijfsplaatsen aan het andere deel van de gebouwen geplaatst worden, en zijn de effecten op de soorten uitgespreid. Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd.
2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van de belangen ‘in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid’ en ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b en artikel 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wet natuurbescherming. Bij complex 3301 is besloten dat voor een van de woningtypes onderhoud en energetische renovatie een haalbare optie is. Voor het andere woningtype is gekozen voor sloop en nieuwbouw. De eisen voor binnenklimaat, zoals beschreven in het Bouw-besluit 2012, hebben betrekking op isolatie en luchtverversingssystemen. Zonder deze maatregelen krijgen de woningen vochtintreding via kozijnen, maar ook de temperatuurverschillen veroorzaken condensatie, met schimmelvorming tot gevolg. Dit verslechtert het woonklimaat zodanig dat mensen gezondheidsklachten kunnen ondervinden. Vocht kan namelijk de ontwikkeling van schimmels, bacteriën en huismijt bevorderen. Daarnaast kan door een te vochtige omgeving formaldehyde vrijkomen uit plaatmaterialen zoals spaanplaat en multiplex.
De aanwezigheid van schimmels, bacteriën, huismijt en formaldehyde kunnen allergieën en ademhalingsstoornissen zoals astma, bronchitis en chronische neusverkoudheid veroorzaken. Dit is schadelijk voor de volksgezondheid. Door de bewoners zijn vocht- en tochtklachten ingediend, waaruit blijkt dat dit daadwerkelijk speelt.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 11 van 23
Daarnaast worden de woningen regelmatig gecontroleerd op kwaliteit, hierbij komen eveneens gevaren aan het licht. Zo kunnen bij het niet uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden dakpannen en gevelpannen van het dak waaien, dakgoten verzakken, etc. waardoor de openbare veiligheid in gevaar komt. Daarnaast voldoen de woningen niet aan de normen van toegankelijkheid, terwijl de vraag naar dergelijke woningen sterk toeneemt. De te slopen woningen zijn momenteel slecht toegankelijk (niet drempelloos), zeer gehorig, en hebben de badkamer op een lastige plek. De vraag naar woningen met een betere toegankelijkheid neemt echter sterk toe. Daarnaast is er een woningtekort in Heesch. Door de sloop door de sloop kunnen de 34 woningen worden vervangen door 52 appartementen en 21 grondgebonden woningen. Door de werkzaamheden zal het energielabel van de woningen verbeteren van D, E en F tot A en A+. Wat een bijdrage levert aan het terugdringen van de klimaatverandering. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat de belangen voldoende onderbouwd zijn om de ontheffing te kunnen verlenen.
2.6 Mitigerende en compenserende maatregelen en staat van instandhouding In het activiteitenplan (hoofdstuk 6) en de aanvullende gegevens van 21 juli, 30 augustus, en 3 en 13 september 2021, is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor gewone dwergvleermuizen, gierzwaluwen en huismussen zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Faseren van de werkzaamheden De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd, fase 1 beslaat hierbij de renovatiewerkzaamheden en fase 2 betreft de sloopwerkzaamheden. Doordat in fase 1 permanente voorzieningen worden gerealiseerd en er voldoende tijd zit tussen het afronden van de werkzaamheden in fase 1 (1e kwartaal 2022), en het ongeschikt maken voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen in fase 2 (oktober 2022), is het niet noodzakelijk om ook voor de ingreep in fase 2 tijdelijke alternatieve voorzieningen aan te bieden. Voor fase 1 worden wel tijdelijke voorzieningen aangeboden.
Tijdelijke alternatieve voorzieningen Huismus • In maart 2021 zijn er 12 tijdelijke nestkasten voor de huismus geplaatst aan woningen in eigendom van Mooiland in de directe omgeving. Dit is ruim voldoende om te mitigeren voor de aangetroffen nestplaats van de huismus die in fase 1 verloren gaat. • Voor de alternatieve voorzieningen geldt dat: - er meerdere nestplekken bij elkaar aangeboden worden. - de kasten zo dicht mogelijk bij de locatie van de oorspronkelijke verblijfplaats worden geplaatst en als dat niet mogelijk is, dan in de directe omgeving van de oorspronkelijke nestplaats en buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden liggen. - de kasten op minimaal 3 meter hoogte geplaatst worden. - de kasten op een voor de huismus geschikte wijze en plek worden aangebracht. - er in de directe omgeving van de nieuwe nestplaatsen continu voldoende dekking aanwezig is (minimaal 3 a 4 meter hoog opgaand groen), en dat er altijd (binnen 100 a 200 meter, bij voorkeur binnen 50 meter) voldoende geschikt voedsel en potentiële slaapplaatsen beschikbaar zijn. - de kasten van voldoende duurzaam materiaal zijn en op een voldoende duurzame wijze worden bevestigd. - er voldoende veiligheid is tegen predatoren. ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 12 van 23
-
het materiaal waarvan de kasten zijn gemaakt niet behandeld is met chemische middelen. de kasten minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden aanwezig zijn, om de huismus te laten wennen aan de nieuwe voorzieningen. het beheer duurzaam geregeld is. Dit beheer moet gebeuren in een periode dat verstoring niet of minimaal optreedt.
Gierzwaluw • Ondanks dat de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van de gierzwaluw, zijn er in maart 2021 zijn vijf tijdelijke nestkasten voor de gierzwaluw geplaatst aan woningen in eigendom van Mooiland in de directe omgeving. • Deze alterntieve voorzieningen zijn: - Zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke verblijfplaats geplaatst, bij voorkeur geclusterd bij elkaar en altijd buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. - Niet in de volle zon geplaatst. De nieuwe nestplaatsen worden bij voorkeur op een hoek of langs de kopse kant van een gebouw in de koele, schaduwrijke noord- en oostgevels aangebracht. - Geplaatst met voldoende (veilige) uitvliegruimte: mimaal 1 meter breed en 3 meter diep, zonder kans op verkeersslachtoffers. Dus geen platte daken, brede goten, balustraden, borstweringen, bomen, vlaggenmasten en dergelijken die het aanvliegen bemoeilijken. - Zo geplaatst dat er voldoende veiligheid is tegen predatoren. - De kasten zijn geschikt als nestplaats en worden zo vergelijkbaar mogelijk gerealiseerd met de oorspronkelijke verblijfplaats. - De kasten hebben een minimum bodemoppervalk van 15x25 centimeter en een minimumhoogte van 13 centimeter, een invliegopening van 7 centimeter breed en maximaa 3,5 centimeter hoog. - De invliegopening wordt asymetrisch aagebracht zodater een donkere hoek in de nestgelegenheid ontstaat.
- De aangeboden vervangende nestgelegenheid wordt bij voorkeur van voldoende duurzaam materiaal zijn en op een voldoende duurzame wijze worden bevestigd. Gewone dwergvleermuis • In maart 2021 zijn 12 tijdelijke vleermuiskasten voor de gewone dwergvleermuis geplaatst aan woningen in eigendom van Mooiland in de directe omgeving. • Deze alternatieve voorzieningen: - Bestaan uit een (kast)ruimte van 50 centimeter hoog en 20 a 30 centimeter breed. - Wat betreft de nieuwe locaties worden afgestemd met functies die het gebied tot geschikt paargebied maken. - Eeen gewenningsperiodevan minimaal 6 maanden voorafgaand aan het paarseizoen kennen. Dit betekent dat vervangende paarverblijfplaatsen uiterlijk half februari aanwezig moeten zijn. De tijdelijke verblijfplaatsen zullen in oktober 2022 weer worden verwijderd, nadat is voldaan aan de gewenningsperiode, en in overleg met een ter zake kundige ecoloog. Doordat er inbouwvoorzieningen worden geplaatst voor de gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis en doordat de daken van de 23 te renoveren woningen geschikt worden gemaakt voor huismussen en vleermuizen zijn er voldoende nest- en verblijfplaatsen gecreëerd om ook aan de compensatie van de huismusnesten en de twee paarterritoria te voldoen welke zich in de te slopen bebouwing bevinden.
Werken buiten de kwetsbare perioden • De werkzaamheden aan de betreffende woningen zullen buiten de kwetsbare periode van de aanwezige huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis worden uitgevoerd, ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 13 van 23
of er wordt vooraf ongeschikt gemaakt (voor de gierzwaluw wordt de gevoelige periode met zekerheid ontzien). In dit geval betreffen dit het broedseizoen (half maart – half augustus) en de winterperiode (november – maart). Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen deze perioden langer dan wel korter zijn. Door het ongeschikt maken van de gebouwen voorafgaand aan de winterperiode wordt verzekerd dat er geen vleermuizen aanwezig zijn ten tijde van de werkzaamheden. De geschiktheid van de periode waarin gewerkt wordt, wordt bepaald door een begeleidende ecoloog. Voorkomen verstoring van de kraamverblijfplaats • De gewone dwergvleermuizen die gebruik maakten van de kraamverblijfplaats aan de Soniusstraat 13 vlogen allemaal door de Basilius van Bruggestraat richting het westen naar het bos. In de ochtend zwermden ze rond de ingang bij de woning, rond de nokpan aan de zuidzijde. In de directe omgeving was vooral veel activiteit in de Ophoviusstraat, langs de bossen. Tijdens de werkzaamheden zal er in de Basilius van Bruggestraat en Ophoviusstraat tussen zonsondergang en zonsopkomst geen verlichting worden gebruikt om het kraamverblijf en het functioneel leefgebied van de gewone dwergvleermuis niet te vertoren. Met betrekking tot de nieuwbouw zal een verlichtingsplan worden afgestemd met de ecoloog.
Op het moment van schrijven is het nog niet duidelijk hoe hieraan exact invulling wordt gegeven. Om met voldoende zekerheid te kunnen stellen dat in de nieuwe situatie geen negatieve effecten verbonden zijn aan verlichting, zijn er enkele toezeggingen gedaan. De verlichting zal bestaan uit niet meer dan drie lantaarns (evenveel als de huidige situatie). Deze zullen een lichtintensiteit hebben welke niet groter is dan de lampen in de huidige situatie. Middels armaturen wordt de verlichting beperkt tot enkel de straat en trottoirs, zodat er geen uitschijning in de tuinen en tegen de woningen is. Daarnaast worden er in de straat enkele bomen worden geplaatst, welke eveneens voor donkerte zorgen. Hierdoor zal in de toekomstige situatie de huidige functie behouden blijven. Er zal tevens zorg voor worden gedragen dat er geen licht gericht of uitgeschenen wordt op de kraamverblijfplaats. Ongeschikt maken huidige verblijfplaatsen en controle ronde • De woningen worden met behulp van exclusion flaps voor open stootvoegen en netconstructies rond de dakrand ongeschikt gemaakt voor vleermuizen, huismussen gierzwaluwen. Door deze constructies kunnen vogels en vleermuizen wel uitvliegen, maar niet meer de gebouwen in. • De netten worden rondom de dakrand geplaatst. De ene zijde wordt onder de tweede rij pannen gevouwen en de andere zijde wordt middels een lat tegen de gevel geplaatst.
Op enkele locaties, tussen de latten en aan de gootzijde, wordt het net open gelaten zodat het net kan worden verlaten. Wel wordt het net voldoende strak gespannen dat deze openingen niet als ingang te gebruiken zijn. De netten worden strak gespannen zodat er geen plooien ontstaan. Hierdoor is de kans minimaal dat vleermuizen of vogels vastgeraken in de netten. De netten die worden gebruikt bestaan uit steigerdoek van minimaal 50 gr./m2. Steigerdoek heeft een fijne maaswijdte waardoor het vastgeraken van een dier eveneens geminimaliseerd wordt. • Na het ongeschikt maken worden de werkzaamheden door de begeleidende ecoloog gecontroleerd of deze voldoende zijn om huismus, gierzwaluw en vleermuizen te weren uit hun nest- en verblijfplaatsen. • Enkele dagen na het ongeschikt maken van de bebouwing wordt een controleronde uitgevoerd op de aanwezigheid van vleermuizen, mede met behulp van een batdetector en onder gunstige weersomstandigheden. Wanneer vleermuizen worden aangetroffen zullen maatregelen genomen moeten worden om deze verblijfplaatsen beter ongeschikt te maken, waarbij de vleermuizen het pand nog wel kunnen verlaten. Minimaal 24 uur na het ongeschikt maken zal nog een controleronde plaatsvinden om de effectiviteit hiervan te controleren. ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 14 van 23
Permanente verblijfsvoorzieningen Ter compensatie voor de te verwijderen nest- en verblijfplaatsen van de huismus en gewone dwergvleermuis zullen de te renoveren daken van de woningen grootschalig geschikt gemaakt worden voor deze soorten. Huismus • Voor de huismus wordt de vogelwering aan de derde panlat bevestigd en wordt toegang via de dakgoot naar onder het dak gerealiseerd. • De huismus is in de huidige situatie ook onder het dak waargenomen, het is daarom aannemelijk dat in de nieuwe situatie de daken voldoende koel blijven voor de huismus. Het dak wordt grootschalig geschikt gemaakt op diverse windrichtingen. Hierdoor zal er een groot aantal grootschalige geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn, welke veel keuze bieden aan binnenklimaat voor de betreffende soorten. Gierzwaluw • Voor de gierzwaluw worden, anders dan in het activiteitenplan staat genoemd, vijf inmetselstenen gebruikt. Deze worden ingemetseld in de oostzijde van Asterstraat 42, waar het nest zich bevindt. Het betreft de Nestkast Pino van Faunus Nature Creations, de IB GZ 03 van Vivara Pro, of de GZP2 van Unitura. De invliegopeningen voldoen aan het Kennisdocument. Gewone dwergvleermuis • Voor gewone dwergvleermuis worden er hardboard rockpanels geplaatst onder de dakgoot. In deze stroken wordt om de twee meter een opening gemaakt aan zowel de onderzijde als de bovenzijde.
Hierdoor kunnen vleermuizen aan de onderzijde invliegen en doorkruipen naar de ruimte onder het dak (Bijlage 2). De verblijfplaatsen in de rockpanels worden 15cm hoog, 5 centimeter diep en vele meters breed. Het hardboard is van een lichte kleur en is gelegen in de schaduw van de dakgoot, hierdoor ontstaat er een ander micro-klimaat dan in de ruimten onder het dak. De binnenzijde van het hardboard aan de kant van de woning wordt opgeruwd, hierdoor kunnen vleermuizen in ieder geval aan de koele kant van de woning hangen. • Er niet vastgesteld of de verblijfplaats van de vleermuis zich in de huidige situatie in de spouwmuur of onder het dak bevinden, De verblijfsruimte onder het dak wordt net zo groot als in de huidige situatie (met uitzondering van het aantal pannenrijen). De dakvoet wordt opengelaten en de ondervorst wordt ventilerend aangebracht, hiermee wordt voorkomen dat de verblijfplaatsen te vochtig worden, en kan de warmte worden afgevoerd. • Het is niet uitgesloten dat de verblijfplaatsen onder sommige daken in de zomer te heet worden om dienst te doen als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis. daarom worden er tevens tien inbouwvoorzieningen (type IBVL05 of VMPM1) ingebouwd in de spouwmuur (zie bijlage 6).
De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 4 en 6. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen ter borging van/in aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregelen: • Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de gerealiseerde voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 15 van 23
•
•
• •
•
•
•
•
ODBN, Kenmerk
een toezichthouder direct te worden overhandigd. Wij nemen deze maatregel op ter bevordering van de handhaafbaarheid. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Wij nemen deze maatregel op ter bevordering van de handhaafbaarheid. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden uiterlijk twee weken voor aanvang van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer Z/141433. Wij nemen deze maatregel op ter bevordering van de handhaafbaarheid. Om de kans op succesvolle ingebruikname te vergroten dienen de tijdelijke voorzieningen te voldoen aan de richtlijnen van de kennisdocumenten Gierzwaluw, Huismus en Gewone dwergvleermuis van BIJ12, 2017. Er dient te worden uitgesloten dat huismussen worden opgesloten of verwond raken bij het ongeschikt maken. Gierzwaluwen zijn op dit moment niet aanwezig omdat buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt wordt. Voorafgaand aan het plaatsen van de netten rondom de daken dient te worden uitgesloten dat huismussen onder het dak aanwezig zijn.
Dit dient door een ecologisch deskundige gecontroleerd te worden en vermeld te worden in het logboek. Ongeschikt maken woningen met uitsluitend vleermuizen. De te slopen en renoveren woningen dienen, per fase, ten minste één week voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden, zodat vleermuizen de tijd hebben om de verblijfplaats te verlaten. Dit dient te gebeuren in het actieve seizoen van de, globaal lopend van 1 april tot 15 oktober. Indien de werkzaamheden in de winterperiode moeten worden uitgevoerd, dan dient de planlocatie vóór de winterperiode ongeschikt te worden gemaakt, omdat in de periode van winterrust de werkzaamheden zouden leiden tot onnodige negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis. Ook dient het ongeschikt maken plaats te vinden buiten de kwetsbare kraamperiode (1 mei tot 15 juli) omdat er in de directe omgeving van het plangebied een kraamverblijfplaats is aangetroffen. Op het moment van ongeschikt maken en de drie daaropvolgende dagen moeten de weersomstandigheden overeenkomen met de weersomstandigheden van de soorten inventarisatieprotocollen van de gewone dwergvleermuis, die zijn opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus.
Ongeschikt maken woningen met vleermuizen en gierzwaluwen en/of huismussen: In verband met de aanwezigheid van huismussen dienen de woningen, waar zowel huismussen en/of gierzwaluwen als vleermuizen aanwezig zijn, ongeschikt gemaakt te worden na het broedseizoen en vóór 1 november. De gevoelige perioden van beide soorten dienen dan namelijk te worden ontzien. Een ecoloog dient het juiste moment te bepalen. Op enkele locaties, tussen de latten en aan de gootzijde, wordt het net open gelaten zodat het net kan worden verlaten. Dit dient om de twee meter toegepast te worden om met voldoende zekerheid uit te sluiten dat gewone dwergvleermuizen verstrikt raken in de netten. Na het ongeschikt maken dient binnen drie dagen voorafgaand aan de werkzaamheden een controle in de actieve periode bij juiste weersomstandigheden (conform Vleermuisprotocol 2021 en het Kennisdocumenten Huismus van BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden, teneinde zeker te zijn dat de aangevraagde soorten daadwerkelijk vertrokken zijn. Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode plaatsvinden dient deze controle tussen 15 september en 15 oktober te worden uitgevoerd. Gestart kan pas worden na de expliciete toestemming van de ecoloog. 15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 16 van 23
•
•
•
Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat de soorten uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. Indien de soorten niet uit zichzelf vertrekken, dient contact opgenomen te worden met ons om te bespreken welke vervolgstappen genomen moeten worden. Wij nemen deze maatregel op om onnodige verstoring en het doden van soorten te voorkomen. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente nest-, rust- of voortplantingsplaatsen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes zoals genoemd in het Kennisdocument ‘gierzwaluw’, ‘gewone dwergvleermuis’, en ‘Huismus’ van BIJ12, 2017. Daarnaast mogen de tijdelijke voorzieningen pas verwijderd worden op het moment dat deze aantoonbaar niet in gebruik zijn door beschermde soorten. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit zijn voor vleermuizen de kraamperiode (half mei tot half juli) en de winterperiode (15 oktober tot 1 april) - en voor broedvogels de broedperiode (1 maart tot half augustus). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecoloog.
Als binnen de kwetsbare periode voorzieningen verwijdert worden, nemen nadelige effecten op de aanwezige soorten toe. Het is aannemelijk dat vleermuizen hierdoor gedood worden en dat het broedsucces van de huismus en/of gierzwaluw afneemt. Wij nemen deze maatregel op daar nadelige effecten zoveel mogelijk beperkt dienen te worden. De ontheffinghouder, zijnde Stichting Mooiland te Ede, is verantwoordelijk voor het geschikt houden van de locatie voor dezelfde functies (paarverblijfplaatsen) voor de gewone dwergvleermuis en nestplaatsen voor de gierzwaluw en huismus zoals in deze ontheffing beschreven. Dit houdt in het bijzonder in dat genoemde ontheffinghouder verantwoordelijk is voor het op correcte wijze plaatsen van permanente voorzieningen voor de soort in de nieuwbouw volgens het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis, huismus en gierzwaluw van BIJ12.
Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis, gierzwaluw en huismus niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.
3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 17 van 23
BIJLAGE 1. ADRESSENLIJST PLANGEBIED Fout! Ongeldige koppeling.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 18 van 23
BIJLAGE 2. LUCHTFOTO VAN DE PLANLOCATIE
Figuur 1. Locatie Sonniusstraat en omstreken te Heesch, in de gemeente Bernheze. Luchtfoto adressen complex 3301 (gele stippen). De te slopen woningen zijn rood omlijnd. De overige woningen worden energetisch gerenoveerd.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 19 van 23
BIJLAGE 3. WAARGENOMEN VERBLIJFSFUNCTIES VLEERMUIZEN
Figuur 2. Locatie Sonniusstraat en omstreken te Heesch, in de gemeente Bernheze. Het zwarte plusje buiten het plangebied is de kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, het rode vierkantje is een zomerverblijfplaats van de laatvlieger.
BIJLAGE 4. LOCATIE VAN DE MITIGERENDE MAATREGELEN
Figuur 3. Locatie van de tijdelijke voorzieningen. Nestkast huismus (blauwe driehoek), nestkast gierzwaluw (groene driehoek), vleermuiskast (gele driehoek), zijn geplaatst aan te slopen woningen maar worden tijdig verwijdert.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 20 van 23
BIJLAGE 5. ONTWERPTEKENING VAN DE MAATWERKVOORZIENINGEN
Figuur 4. Ontwerp van de permanente voorzieningen. De huismussen kunnen via de dakgoot onder het dak. De vleermuizen kunnen via de onderkant van het hardboard invliegen, vervolgens kunnen ze doorkruipen en via openingen in de panlatten (2,5 bij 7 centimeter) doorkruipen naar de ruimten onder het dak. De penanten zijn slecht sporadisch aanwezig en de invliegopeningen voor de vleermuizen worden niet boven de penanten gerealiseerd, er zal dus voldoende in- en uitvliegruimte zijn.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 21 van 23
BIJLAGE 6. LOCATIES VAN DE INBOUWVOORZIENINGEN GEWONE DWERGVLEERMUIS
Figuur 5. Locaties van de inbouwvoorzieningen Gewone dwergvleermuis.
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 22 van 23
BIJLAGE 7. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer
Z/141433
Naam initiatief
Sloop en renovatiewerkzaamheden complex 3301 Sonniusstraat en omstreken te Heesch, gemeente Bernheze. voor de periode tot en met 1 september 2026
Ontheffingsperiode Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden:
Mooiland De heer T. Rotteveel Galileïlaan 40 6716 BP, Ede
Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)
……………………………………………………………………………………………………………
Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden
…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk twee weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl
ODBN, Kenmerk
15 september 2021 Z/141433-271038
Pagina 23 van 23
KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Mooiland, Sonniusstraat en omstreken te Heesch in de gemeente Bernheze, Z/141433 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 15 september 2021 een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z141433-271038) aan Mooiland, Galileïlaan 40, 6716 BP te Ede, voor de ontwikkeling, voor de locatie Sonniusstraat en omstreken, te Heesch in de gemeente Bernheze. De ontheffing is geldig voor de periode tot en met 1 september 2026. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 17 september 2021 tot en met 28 oktober 2021 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of te vinden op de website www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen. Bezwaar Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden.
Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoon (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Voorlopige voorziening Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend. Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen.
Voorwaarde om een voorlopige voorziening te vragen is dat er sprake is van spoedeisend belang.
Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.mailto:bezwaar@brabant.nl Aan deze procedure is het kenmerk Z/141433 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, september 2021