Bijlage 6 Advies BW over het toetsingsadvies cie mer
Tekst van het document
Bijlage 6 Advies van het college B&W over het toetsingsadvies van de commissie m.e.r. over de OmgevingsEffectRapportage (OER) van de omgevingsvisie De kern van het advies van B&W aan de gemeenteraad: De commissie m.e.r. heeft aan uw gemeenteraad onlangs een toetsingsadvies gestuurd. Het college van B&W adviseert de gemeenteraad dit toetsingsadvies te gebruiken bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s, gebiedsgerichte aanpak (GGA) specifieke projecten en een door het college van B&W op te stellen plan van aanpak over monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie en programma’s. Het college adviseert de gemeenteraad derhalve de besluitvorming van de definitieve vaststelling van de omgevingsvisie en de OER dus niet afhankelijk van te maken van de door de commissie m.e.r gevraagde nadere uitwerking.
Puntsgewijze toelichting op de specifieke aandachtspunten van de commissie m.e.r. De Commissie heeft waardering voor het proces waarlangs het OER en de Omgevingsvisie tot stand zijn gekomen. De gemeente heeft de alternatieven en de Omgevingsvisie samen met partners vormgegeven. Door een gezamenlijk opgestelde omgevingsverklaring wordt deze samenwerking na het vaststellen van de Omgevingsvisie voortgezet. Het OER is goed leesbaar en bevat waardevolle informatie. De Commissie constateert echter bij de toetsing van het OER dat nog wel belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is naar de mening van de commissie m.e.r. essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de Omgevingsvisie. De volgende aandachtspunten geeft de commissie m.e.r. mee aan de gemeente. Per aandachtspunt staat het advies van B&W aan uw gemeenteraad geformuleerd.
2.1 Geen goed overzicht van de referentiesituatie en knelpunten De commissie adviseert in een beknopte aanvulling op de OER de lokale knelpunten op specifieke locaties te benoemen en te beoordelen. In het OER is de beoordeling van de huidige en referentiesituatie vooral generiek voor de hele gemeente weergegeven, zonder ruimtelijke differentiatie. Hierdoor is niet altijd duidelijk waar en hoe groot de knelpunten in de gemeente zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor luchtkwaliteit, geur en geluidbelasting. Bovendien zijn in de referentiesituatie voor 2040 plannen verwerkt, waarvan de uitvoering deels onzeker is. Dit geldt bijvoorbeeld voor het thema woonbehoefte. Advies van B&W aan de gemeenteraad: De door de commissie m.e.r. gevraagde ruimtelijke differentiatie in de OER en de omgevingsvisie pakken we op in de programma’s en gebiedsprojecten. Voor een omgevingsvisie voert een specificering naar locaties te ver. Toelichting 1
De specifieke locaties waar m.b.t. geur, luchtkwaliteit en geluid de commissie naar vraagt, leent zich meer voor de programma’s waar we de komende jaren mee aan de slag gaan, t.w. •
Programma transitie landbouw (w.o. luchtkwaliteit en geur)
•
Programma mobiliteit en infrastructuur (w.o. luchtkwaliteit en geluid)
De woondeal die op 9 maart 2023 met het ministerie van BZK gesloten is (zie bijlage 1) zal binnen de termijn van de omgevingsvisie zeker worden gerealiseerd. Voor een omgevingsvisie is de zekerheid van de plannen tot 2040 redelijk groot te noemen en zijn dus in dit geval van een omgevingsvisie wel in de referentiesituatie betrokken.
2.2 Mogelijke botsingen ambities onvoldoende in beeld De commissie adviseert in een beknopte aanvulling op de OER, waarbij •
de grote opgaven zijn beschreven,
•
de ambities samenhangend zijn beschreven en
•
een analyse te maken over de mogelijke botsingen tussen de ambities en welke maatregelen mogelijk zijn om die botsingen te verzachten of op te lossen.
Het OER geeft beperkt inzicht in de samenhangende grote opgaven waar de gemeente voor staat. Welke grote vraagstukken spelen er in de gemeente, waar het voorkeursalternatief (=v.k.a.) Omgevingsvisie een antwoord op gaat geven? Het v.k.a. Omgevingsvisie is samengesteld uit verschillende ambities uit de drie toekomstscenario’s. Inzicht in de samenhang van de verschillende ambities en de mate waarin die bijdragen aan de grote opgaven, is echter beperkt. Onduidelijk is verder of de gekozen ambities met elkaar te verenigen zijn of kunnen botsen. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk of in het dekzandgebied verhoging van het grondwaterpeil goed samengaat met concentratie van de veehouderij. Advies van B&W aan de gemeenteraad: De ambities in de omgevingsvisie zijn naar de mening van B&W goed verenigbaar. In thematische of gebieds-programma’s gaan we nader in op mogelijke botsingen en hoe daarmee om te gaan. In bijvoorbeeld een GebiedsGerichte Aanpak (GGA), als onderdeel van een programma, zoomen we in op een specifiek gebied en vertalen we de ambities uit de omgevingsvisie op een passende manier in het gebied. Dat is dus maatwerk. De in bijlage 2 beschreven spanningen werken we dus bijvoorbeeld in programma’s uit. Voor de beschrijving van de grote opgaven en de samenhangende ambities van het v.k.a. verwijzen we naar de Omgevingsvisie.
De OER is een bijlage van de omgevingsvisie en het herhalen van de opgaven en samenhangende ambities uit de omgevingsvisie in het rapport van de OER lijkt ons niet zinvol.
2.3 Beoordeling effecten v.k.a. Omgevingsvisie te rooskleurig, mede doordat onzekerheden en risico’s onvoldoende in beeld zijn De commissie adviseert in een beknopte aanvulling op de OER •
een realistische inschatting van de positieve en negatieve effecten van het v.k.a. omgevingsvisie te maken,
2
•
een analyse te maken van onzekerheden en risico’s bij de uitvoering van de ambities te maken (samen met het waterschap mbt de peilverhogingen) en aan te geven welke maatregelen mogelijk zijn en
•
een Voortoets uit te voeren naar mogelijk negatieve effecten op Natura-2000 gebieden.
De beleidskeuzes uit het v.k.a. Omgevingsvisie leiden volgens het OER tot positieve ‘groene’ scores op alle beoordelingscriteria. In werkelijkheid gaat het om een beweging in de goede richting, die weinig zegt over het niveau van het resultaat. Een voorbeeld hiervan is het effect van het v.k.a. Omgevingsvisie op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit wordt als zeer positief beoordeeld, terwijl tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het onwaarschijnlijk is dat Bernheze in 2030 aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) kan voldoen. De commissie m.e.r. adviseert een systeemanalyse uit te voeren om de effecten en risico’s van hogere grondwaterstanden in beeld te brengen. Ook ontbreekt een analyse van de mogelijke negatieve effecten van de ambities uit het v.k.a. Omgevingsvisie op natuurwaarden van Natura 2000-gebieden in de omgeving. Advies van B&W aan de gemeenteraad: Naar onze mening is de omgevingsvisie met een looptijd tot 2040 en met een doorkijk naar 2050 altijd omgeven met tal van onzekerheden en risico’s. We hebben ons gebaseerd op beleid van EU, rijk, provincie en waterschap en dan blijkt uit alles dat er forse verbeteringen in de leefomgevingskwaliteit ontstaan. Dat verklaart voor een deel de overwegend ‘groene score’ op alle beoordelingscriteria.
Echter wanneer deze medeoverheden niet overgaan tot actie en het beschikbaar stellen van het bijbehorende budget, dan zullen de gestelde doelen in de omgevingsvisie buiten zicht raken. De gemeente is zich hiervan bewust, maar heeft er voor gekozen zich te baseren op de huidige beleidsambities van de medeoverheden. Ten aanzien van de systeemanalyse bij het verhogen van de waterstanden zal het waterschap het initiatief nemen. In de omgevingsvisie staat vermeld dat het waterschap de effecten op het huidige gebruik in beeld brengt. Een Voortoets ten aanzien van de effecten op Natura 2000-gebieden is gezien de beperkte omvang van woningbouw en de te verwachten verbetering van de luchtkwaliteit nu niet relevant. B&W adviseert bij de eerst volgende tussentijdse evaluatie de analyse van onzekerheden en risico’s expliciet te maken en de monitoring en evaluatie (zie punt 2.4 hierna) zodanig in te richten dat de data dan beschikbaar zijn.
2.4 Aanpak monitoring en evaluatie ontbreekt De commissie adviseert in een beknopte aanvulling op de OER: •
een aanpak te ontwikkelen voor monitoring van de belangrijkste ambities uit het v.k.a. Omgevingsvisie, die omgeven zijn met de grootste onzekerheden en risico’s en de belangrijkste effecten zouden moeten hebben
•
evaluatiemomenten vast te leggen en aan te geven hoe wordt bijgestuurd, als dat nodig is.
De looptijd van de Omgevingsvisie is lang. Er zit mogelijk spanning tussen de ambities en bij de uitvoering spelen onzekerheden en risico’s. Daarom is het belangrijk om goed te bewaken of en in welke mate de daadwerkelijke ontwikkelingen bijdragen aan de ambities en doelen van de Omgevingsvisie en hoe de effecten zich verhouden tot wet- en regelgeving. Een aanpak hiervoor ontbreekt in het OER
3
Advies van B&W aan de gemeenteraad: De gemeente gaat in het kader van de Omgevingswet de monitoring en evaluatie van de omgevingsvisie en programma’s inrichten. We richten geen eigen monitoring in, maar baseren ons op data die openbaar beschikbaar zijn of voeren berekeningen uit. Daarbij willen we ook de gedetecteerde onzekerheden en risico’s monitoren. Een besluit hierover hoeft echter de vaststelling van de omgevingsvisie niet op te houden. Het plan van aanpak voor de inrichting van monitoring en evaluatie voor de omgevingsvisie en programma’s stellen we voor in de komende maanden op te stellen. De start van het eerste integrale evaluatiemoment van de omgevingsvisie is voorzien in 2028, zodat in 2029 met de partners een begin gemaakt kan worden met een omgevingsvisie 2.0. In de omgevingsvisie staat dit beschreven op pag. 35. Het valt te overwegen om (bijv. eind 2025) een tussentijdse evaluatie uit te voeren om te testen of de monitoring en de risicoanalyse afdoende is ingericht, zodat rondom de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 de eerste resultaten van de evaluatie beschikbaar zijn.
4
Bijlage 1
5
Bijlage 2
SPANNING TUSSEN DOELEN > STRATEGIE VAN MAATWERK EN UITWERKEN IN PROGRAMMA •
Verdichten kernen vs. de noodzaak van groen voor leefbaarheid: (verwijzend naar de ladder in het Groenstructuurplan: 20% groen op of nabij de bouwlocatie, way out groenfonds)
•
Extensiveren landbouw in beekdal en peelhorst vs. investeren in duurzaamheid door bestaande bedrijven
•
Minder (doorgaand) autoverkeer in de kernen vs winkelzone
•
Meer ruimte voor bewonersinitiatieven vs beschikbare ambtelijke tijd om dat goed te begeleiden
•
Aanpakken riooloverstorten vs beperkte begrotingsruimte
6