bijlage 5 onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID VERGAERTWEG 2 TE HEESCH
onderzoek externe veiligheid Vergaertweg 2 te Heesch Opdrachtgever
RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH
Rapportnummer Versienummer
6391.006 D1
Status
Eindrapportage
Datum
20 december 2018
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 5001600 Boxmeer@Econsultancy.nl
Opsteller
ing. M. de Loos
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Q. Duong, BEng
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED ......................................................................... 1 2.1 2.2 2.3
3
BELEID EN REGELGEVING ...................................................................................................... 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4
Buisleidingen .................................................................................................................... 5 Rijksweg A59 .................................................................................................................... 7
VERANTWOORDING GROEPSRISICO .................................................................................... 8 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Wet- en regelgeving ......................................................................................................... 2 Plaatsgebonden Risico ..................................................................................................... 2 Groepsrisico...................................................................................................................... 2 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) ................................................................ 3 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet........................... 3 Verantwoordingsplicht ...................................................................................................... 4
KWANTITATIEVE ANALYSE ..................................................................................................... 5 4.1 4.2
5
Buisleiding ........................................................................................................................ 2 Transport .......................................................................................................................... 2 Inrichtingen ....................................................................................................................... 2
Analyse van scenario’s ..................................................................................................... 8 Beheersing en bestrijding ................................................................................................. 8 Zelfredzaamheid ............................................................................................................... 9 Advies Brandweer........................................................................................................... 10
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 11
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4.
- Topografische ligging van de locatie - Transportgegevens - Kwantitatieve risicoanalyse huidige situatie spoorlijn - Kwantitatieve risicoanalyse toekomstige situatie spoorlijn 6391.006
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van een onderzoek naar externe veiligheid voor het plan aan de Vergaertweg 2 te Heesch. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen uitbreiding van het vakantiepark Zevenbergen. Vanwege de aanwezigheid van een hogedruk aardgastransportleiding in de nabijheid van het plangebied dient er een kwantitatieve risicoanalyse te worden verricht. Het onderzoek heeft als doel het bepalen of er sprake is van overschrijding van de wettelijke eisen zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Hiertoe wordt onder andere het groepsrisico bepaald. Naast de buisleiding wordt ook een analyse gegeven van overige relevante risicovolle bronnen.
2
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED
Met behulp van de risicokaart kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In figuur 2.1 is een uitsnede weergegeven van de risicokaart.
Figuur 2.1 Uitsnede risicokaart met aanduiding locatie
Het plangebied is in de figuur zwart omcirkeld. In onderstaande paragrafen worden de weergegeven bronnen nader toegelicht.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 1 van 11
2.1 Buisleiding In de nabijheid van het plangebied zijn diverse buisleidingen aanwezig. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de kenmerken van deze leidingen. Tabel 2.1 Overzicht buisleidingen leiding naam beheerder 1 A-527 Gasunie 2 A-643 Gasunie 3 A-526 Gasunie 4 A-525 Gasunie 5 Z-516-08 Gasunie 6 Z-516-15 Gasunie
diameter [inch] 48 48 42 36 4 6
werkdruk [bar] 66 80 66 66 33 40
inventarisatieafstand [m] 540 580 490 430 <45 70
Omdat het plan binnen de inventarisatieafstand van een aantal buisleidingen is gelegen, is een kwantitatieve risicoanalyse noodzakelijk. Het plan is niet gelegen binnen de inventarisatieafstanden van leiding 5 en 6. 2.2 Transport Ten noorden van het plan worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de A59 (7). Omdat delen van het plan binnen 200 meter afstand tot de A59 zijn gelegen is een kwantitatieve analyse nodig. 2.3 Inrichtingen De hogedruk aardgastransportleidingen ten oosten van het plan komen uit bij het gasdrukmeet- en regelstation (8). De inventarisatieafstand van dergelijke inrichtingen is gelijk aan de grootste afstand van de aantakkende buisleidingen. Uit tabel 2.1 volgt een inventarisatieafstand van 70 meter. Omdat het plan op grotere afstand is gelegen, is het gasdrukmeet- en regelstation niet relevant in dit onderzoek.
3
BELEID EN REGELGEVING
3.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. 3.2 Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten -6 aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10 /jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). -6 Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 3.3 Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang.
Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 2 van 11
wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. 3.4 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Bevi worden gehanteerd. Concreet bete-6 kent dit dat rondom buisleidingen een 10 /j plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord. Het Bevb is van toepassing op: hogedruk aardgastransporten (> 16 bar); brandstofleidingen voor de categorieën K1, K2 en K3 (inclusief brandstofleidingen van Defensie); overige leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aangewezen bij ministeriële regeling. Het betreft onder andere CO2 , buteen en chloor. Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gehanteerd. Voor het plaatsgebonden risico wordt een kans op overlijden van 1 op de 1 miljoen per jaar acceptabel geacht. Concreet betekent dit dat rondom (vaar-)wegen of hoofdspoorwegen een -6 10 /jr plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord.
Het groeps2 -2 risico voor transportroutes is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N < 10 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers. Dit is gelijk aan de stippellijn tussen het gele en rode vlak in figuur 2.1.
Figuur 3.1 Visualisatie oriëntatiewaarde groepsrisico
3.5 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats over het spoor, over de weg en het water. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Aan transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes zijn eisen gesteld. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een verantwoord veilige manier. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van ge-
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 3 van 11
vaarlijke stoffen via de hoofdinfrastructuur. De onderliggende infrastructuur valt niet rechtstreeks onder het Basisnet, maar hier kan wel aansluiting bij worden gezocht. Het Bevt bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het Basisnet. Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is gelijk aan de oriëntatiewaarde uit het Bevb. 3.6 Verantwoordingsplicht In het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te verantwoorden en te onderbouwen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient rekening te houden met de hoogte van het groepsrisico.
Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag het plan voor te leggen bij de veiligheidsregio. Volgens het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien - het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde waarde, of - het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b. voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan tevens ingegaan: de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn, en de als gevolg van het bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 4 van 11
4
KWANTITATIEVE ANALYSE
4.1 Buisleidingen Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de buisleidingen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Carola versie 1.0.0.52. De transportgegevens van de leiding zijn via de Omgevingsdienst Brabant-Noord aangeleverd door exploitant Gasunie. Het aandachtsgebied is een gebied parallel aan de leiding met een lengte van tenminste 1 km aan weerszijden van het plangebied. In figuur 4.1 is het aandachtsgebied weergegeven.
Figuur 4.1 Aandachtsgebied (oranje) en plangebied (groen)
De populatiegegevens binnen het aandachtsgebied zijn ontleend aan de BAG-populatieservice. Hier1 voor is gebruik gemaakt van het databestand versie 2018-07 . Voor de berekening van het groepsrisico in de toekomstige situatie zijn de nieuwe objecten aan het model toegevoegd als zijnde een woning. In figuur 4.1 zijn binnen het groene vlak de nieuw te realiseren bungalows weergegeven. In figuur 4.2 zijn de PR-contouren als gevolg van de maatgevende buisleiding A-525 in de bestaande situatie weergegeven. Het gebouw ligt binnen de contour met een plaatsgebonden risico van 10 7 -6 /jaar, weergegeven als groen vlak. Er is geen overschrijding van de grenswaarde van 10 /jaar, het gele vlak. In bijlage 1 zijn alle berekeningsresultaten opgenomen.
1 Op 1 juli 2018 is onder de noemer “Impuls Omgeving Veiligheid” een Handleiding Populatieservice uitgebracht. Deze geeft echter aanbevelingen voor het genereren van de populatiebestanden en stelt geen harde grenswaarden.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 5 van 11
Figuur 4.2 PR-contouren aardgasleiding: 10-6(geel), 10-7(groen) en 10-8 p.j. (blauw)
Het berekend groepsrisico voor de huidige situatie als gevolg van drie relevante leidingen ter hoogte van het plan is weergegeven in figuur 4.3. De rode verticale lijn geeft de locatie van de leiding op de kortste afstand tot het plan weer.
Figuur 4.3 Berekend groepsrisico (huidige situatie).
Het berekend groepsrisico als gevolg van de leidingen A-643, Z-516-08 en Z-516-15 is vrijwel gelijk aan nul. Voor alle buisleidingen geldt dat het groepsrisico ter plaatse van het plan ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. De realisatie van het voornemen heeft geen effect op het plaatsgebonden risico. Het berekend groepsrisico voor de toekomstige situatie als gevolg van de maatgevende leiding A-525 ter hoogte van het plan is weergegeven in figuur 4.4.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 6 van 11
Figuur 4.4 Berekend groepsrisico (toekomstig).
In tabel 4.1 is een samenvatting gegeven van de belangrijkste risicofactoren van de onderzochte leidingen in de toekomstige situatie. Tabel 4.1 Risicokenmerken buisleidingen leiding factor OW slachtoffers frequentie A-527 0,016 103 1,50 x 10-8 A-643 0,002 105 1,73 x 10-9 A-526 0,081 85 1,12 x 10-7 A-525 0,134 71 2,66 x 10-7 Z-516-08 0 0 0 Z-516-15 0 0 0
begin [km] 1,750 1,830 1,490 1,490 0 0
eind [km] 2,750 2,830 2,490 2,490 1,000 1,000
ligging plan [km] 2,950 3,050 3,050 3,050 1,525 1,525
Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied is ruim lager dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico blijft nagenoeg gelijk. Daarom wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. 4.2 Rijksweg A59 Voor de berekening van het groepsrisico van de A59 is gebruik gemaakt van het door het RIVM beheerde rekenprogramma RBM II. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met RBM II versie 2.4.2017. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het KNMI-weerstation Volkel. De aanwezigheidsdichtheid binnen het aandachtsgebied is gegenereerd met de populatieservice van BAG, versie 2018-07. Voor de berekening van het groepsrisico in de toekomstige situatie zijn de nieuwe objecten aan het model toegevoegd als zijnde een woning. De transportgegevens van A59 zijn ontleend aan de Regeling Basisnet. Tussen de knooppunten Hintham en Paalgraven worden per jaar 3.000 eenheden in categorie GF3 vervoerd. Voor dit deel van de A59 is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het aandachtsgebied is een gebied van tenminste 1 kilometer aan weerszijden van het plangebied tot de 1%-letaliteitsgrens aan weerszijden van de weg. In de berekening is niet de 1%-letaliteitsgrens aangehouden, maar een zone van circa 350 meter omdat deze zone maatgevend is voor de berekening van het groepsrisico. -6
Volgens het Basisnet is het plaatsgebonden risico als gevolg van de A59 niet hoger dan 10 /jaar, zodat aan de grenswaarde met betrekking tot het plaatsgebonden risico wordt voldaan.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 7 van 11
In figuur 4.5 is het berekend groepsrisico in de bestaande situatie grafisch weergegeven. Het berekeningsrapport is in bijlage 2 opgenomen.
Figuur 4.5
Groepsrisico als gevolg van transport via A73 in huidige situatie
Uit de berekeningen volgt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 x de oriënterende waarde. De normwaarde van de curve bedraagt (gesommeerd) 0,00002. Het maximaal aantal slachtoffers binnen het onderzoeksgebied bedraagt 64. Na realisatie van het plan blijft de normaarde gelijk aan 0,00002. De toename bedraagt minder dan 10 %. Ook het maximaal aantal te verwachten slachtoffers neemt niet toe. Gelet op de resultaten kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
5
VERANTWOORDING GROEPSRISICO
5.1 Analyse van scenario’s Het maatgevende scenario met betrekking tot buisleidingen is een fakkelbrand. De nieuwe vakantiewoningen zijn gelegen op een afstand 15 tot 205 meter afstand tot leidingen A-525 en A-526. Binnen 130 meter afstand tot de fakkelbrand zullen alle aanwezigen in de buitenlucht waarschijnlijk komen te overlijden en zullen alle brandbare materialen (zoals ook de aanwezige bomen) vlam vatten. Tot op 165 meter afstand neemt de kans op overlijden af tot 0 en zullen secundaire brandhaarden ontstaan. De afstand tot de (as van de) A59 bedraagt ten minste 210 meter. Het effect van een fakkelbrand of een (warme of koude) BLEVE op deze afstand is beperkt tot schade als gevolg van een drukgolf. Mogelijk ontstaan secundaire brandhaarden tot op 320 meter van een calamiteit. Het is aan te bevelen alle woningen aan de zijde van de leidingen A-525 en A-526 en de A59 te voorzien van brandwerende en brandvertragende materialen. Tot slot kan op de A59 sprake zijn van het vrijkomen van toxische wolken. In dat geval moeten aanwezigen direct worden gewaarschuwd, bijvoorbeeld met behulp van sirenes en NL-Alert. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Bij voorkeur worden de vakantiewoningen uitgerust met een systeem waardoor ventilatievoorzieningen eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden.
5.2 Beheersing en bestrijding Calamiteiten met betrekking tot de buisleidingen zullen alleen plaatsvinden als grondroerende werkzaamheden rond de leiding worden uitgevoerd. Bij werkzaamheden aan of rond de leidingen binnen 300 meter afstand tot het vakantiepark moet de gemeente Bernheze de uitbater van het park hiervan
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 8 van 11
op de hoogte stellen. Deze kan hierop reageren door bungalows binnen de risicoafstand niet te bezetten of huurders tijdelijk elders onder te brengen. Eventuele calamiteiten met leidingen zijn door hulpdiensten te benaderen via de Graafsebaan of de Berghemseweg en Vergaertweg. Aan de westelijke rand van het park is een gemeentelijke brandkraan aanwezig. Deze is in figuur 5.1 omcirkeld. Calamiteiten op de A59 zijn goed te bereiken via de A59 zelf en het onderliggend wegennet. Het vakantiepark is voor hulpdiensten te bereiken via de Vergaertweg en de oostelijke toegangspoort. Mede vanwege de aanwezigheid van reeds bestaande bungalows op korte afstand tot buisleidingen wordt geadviseerd een bedrijfsnoodplan op te stellen of het reeds bestaande plan aan te vullen. In het noodplan moet worden vastgelegd hoe te handelen in geval van calamiteiten buiten de eigen inrichting. Alle medewerkers moeten op de hoogte zijn van de inhoud van het plan en de aanwezigen kunnen begeleiden. 5.3 Zelfredzaamheid Het vakantiepark is toegankelijk maar niet specifiek ontworpen voor bezoekers met een beperkte zelfredzaamheid. In geval van calamiteiten kunnen aanwezigen, als de situatie dat toelaat het park verlaten via de hoofdtoegang aan de oostzijde van het park, een tweede poort aan de oostzijde of een poort aan de zuidzijde naast de woning Vergaertweg 2.
De toegangspoorten zijn in figuur 5.1 met een gele pijl aangewezen.
Figuur 5.1
Toekomstige situatie met nieuwe bungalows (rood).
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 9 van 11
5.4 Advies Brandweer De Brandweer Brabant-Noord heeft op 30 april 2018 geadviseerd met betrekking tot het plan. Ten tijde van dit advies was sprake van de uitbreiding van het plan met 6 in plaats van 12 bungalows. Het advies stelt dat de kans op een fakkelbrand (het maatgevend scenario voor de buisleidingen) erg klein is en praktisch alleen het gevolg kan zijn van graafschade. De gevolgen van een fakkelbrand zijn direct, er is geen tijd om aanwezigen te waarschuwen. Gebouwen op korte afstand zullen vlam vatten en moeten worden ontvlucht, zodat vluchtenden alsnog aan een hoge hittestraling worden blootgesteld. Gelet op de omstandigheden is de zelfredzaamheid slecht te noemen. De fakkelbrand kan alleen worden gedoofd door de leiding af te sluiten. Pas daarna kunnen secundaire branden worden bestreden. Omdat het beschreven scenario met beperkt handelingsperspectief zich enkel kan voordoen tijdens graafwerkzaamheden binnen de belemmeringenstrook, kan worden overwogen een gebruiksbeperking op te leggen of deze beslissing aan de initiatiefnemer over te laten.
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 10 van 11
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Vanwege de aanwezigheid van een hogedruk aardgastransportleiding in de nabijheid van het plangebied dient er een kwantitatieve risicoanalyse te worden verricht. Het onderzoek heeft als doel het bepalen of er sprake is van overschrijding van de wettelijke eisen zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de buisleiding wordt ook een analyse gegeven van overige relevante risicovolle bronnen. Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de buisleidingen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Carola versie 1.0.0.52. Voor de berekening van het groepsrisico van de A59 is gebruik gemaakt van het door het RIVM beheerde rekenprogramma RBM II. De aanwezigheidsdichtheid binnen het aandachtsgebied is gegenereerd met de populatieservice van BAG, versie 2018-07. Het berekend groepsrisico als gevolg van de leidingen A-643, Z-516-08 en Z-516-15 is vrijwel gelijk aan nul. Voor alle buisleidingen geldt dat het groepsrisico ter plaatse van het plan ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Volgens het Basisnet is het plaatsgebonden risico als gevolg van de A59 niet hoger dan 10-6/jaar, zodat aan de grenswaarde met betrekking tot het plaatsgebonden risico wordt voldaan. Uit de berekeningen volgt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 x de oriënterende waarde.
De realisatie van het voornemen heeft geen effect op het plaatsgebonden risico. Het is aan te bevelen alle woningen aan de zijde van de leidingen A-525 en A-526 en de A59 te voorzien van brandwerende en brandvertragende materialen. Bij voorkeur worden de vakantiewoningen uitgerust met een systeem waardoor ventilatievoorzieningen eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Naast het plan is een brandkraan aanwezig. Het plangebied zelf is goed te bereiken door hulpdiensten. De gemeente Bernheze wordt verzocht aan te geven wanneer werkzaamheden aan of rond de buisleidingen worden uitgevoerd, zodat het management hierop kan anticiperen. Mede vanwege de aanwezigheid van reeds bestaande bungalows op korte afstand tot buisleidingen wordt geadviseerd een bedrijfsnoodplan op te stellen of het reeds bestaande plan aan te vullen. In het noodplan moet worden vastgelegd hoe te handelen in geval van calamiteiten buiten de eigen inrichting. Alle medewerkers moeten op de hoogte zijn van de inhoud van het plan en de aanwezigen kunnen begeleiden.
Econsultancy Boxmeer, 20 december 2018
Rapport 6391.006 versie D1
Pagina 11 van 11
BIJLAGE 1. BEREKENINGSRESULTATEN RISICO’S BUISLEIDINGEN
Kwantitatieve Risicoanalyse Vakantiepark Zevenbergen, bestaande situatie Door: ing. M. de Loos
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 4 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ..............................................................................................10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................11 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................11 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................12 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................12 3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................13 4 Groepsrisico screening .............................................................................................14 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................14 4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................15 4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................16 4.4 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................17 4.5 Figuur 4.9 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................18 4.6 Figuur 4.11 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................19 5 FN curves ...............................................................................................................20 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00 .............................20 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00 .............................20 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1750.00 en stationing 2750.00 .............................21 5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1830.00 en stationing 2830.00 .............................21 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ......................21 5.6 Figuur 5.6 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ......................22 Pagina 2 van 23
6 Referenties .............................................................................................................23
Pagina 3 van 23
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5]. De informatie in dit rapport wordt door CAROLA automatisch gegenereerd. Econsultancy is niet aansprakelijk voor het verwijzen naar onjuiste of gedateerde gegevens.
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig)
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 23
FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 5 van 23
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 17-12-2018. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
5590_leidingA-525-04-
323,90
66,20
12-12-2018
Gasunie
deel-1
N.V. Nederlandse
5590_leidingA-525-deel-1
914,00
66,20
12-12-2018
5590_leiding-
1066,80
66,20
12-12-2018
Gasunie N.V.
Pagina 6 van 23
Nederlandse Gasunie
A-526-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-527-07deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-527-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-643-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-01deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-08deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-15deel-1
323,90
66,20
12-12-2018
1220,00
66,20
12-12-2018
1219,00
79,90
12-12-2018
219,10
33,00
12-12-2018
108,00
33,00
12-12-2018
168,30
40,00
12-12-2018
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Pagina 7 van 23
Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
5590_leiding-
striktere
3187,780
4402,120
A-525-deel-1
begeleiding van werkzaamheden
5590_leiding-
striktere
1710,940
2471,200
A-526-deel-1
begeleiding van werkzaamheden
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Pagina 8 van 23
Personen
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt
Wonen
395
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
hotel-dag0-nacht100.txt
Wonen
40
0/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
1187
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
2752
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
Pagina 9 van 23
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als isorisicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 23
3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 23
3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 23
3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 13 van 23
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 71 slachtoffers en een frequentie van 2,66E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,134 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1490,00 en stationing 2490.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 14 van 23
4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 85 slachtoffers en een frequentie van 1,12E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,081 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1490,00 en stationing 2490,00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 15 van 23
4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 103 slachtoffers en een frequentie van 1,50E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,016 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1750,00 en stationing 2750,00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6 Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 16 van 23
4.4 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 105 slachtoffers en een frequentie van 1,73E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 1,905E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1830,00 en stationing 2830,00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.8 Figuur 4.8 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 17 van 23
4.5 Figuur 4.9 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0,00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0,00 en stationing 1000,00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.10 Figuur 4.10 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 18 van 23
4.6 Figuur 4.11 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0,00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0,00 en stationing 1000,00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.12 Figuur 4.12 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 19 van 23
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00
5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00
Pagina 20 van 23
5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1750.00 en stationing 2750.00
5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1830.00 en stationing 2830.00
5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00
Pagina 21 van 23
5.6 Figuur 5.6 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00
Pagina 22 van 23
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 2.0; 1 juli 2014.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 23 van 23
Kwantitatieve Risicoanalyse Vakantiepark Zevenbergen, toekomstige situatie Door: ing. M. de Loos
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 4 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ..............................................................................................10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................11 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................11 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................12 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................12 3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................13 4 Groepsrisico screening .............................................................................................14 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................14 4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................15 4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................16 4.4 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie .............................................................................................17 4.5 Figuur 4.9 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................18 4.6 Figuur 4.11 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................19 5 FN curves ...............................................................................................................20 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00 .............................20 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1490.00 en stationing 2490.00 .............................20 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1750.00 en stationing 2750.00 .............................21 5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1830.00 en stationing 2830.00 .............................21 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ......................21 5.6 Figuur 5.6 FN curve voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ......................22 Pagina 2 van 23
6 Referenties .............................................................................................................23
Pagina 3 van 23
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5]. De informatie in dit rapport wordt door CAROLA automatisch gegenereerd. Econsultancy is niet aansprakelijk voor het verwijzen naar onjuiste of gedateerde gegevens.
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig)
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Pagina 4 van 23
FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 5 van 23
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 17-12-2018. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
5590_leidingA-525-04-
323,90
66,20
12-12-2018
Gasunie
deel-1
N.V. Nederlandse
5590_leidingA-525-deel-1
914,00
66,20
12-12-2018
5590_leiding-
1066,80
66,20
12-12-2018
Gasunie N.V.
Pagina 6 van 23
Nederlandse Gasunie
A-526-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-527-07deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-527-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
A-643-deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-01deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-08deel-1
N.V.
5590_leiding-
Nederlandse Gasunie
Z-516-15deel-1
323,90
66,20
12-12-2018
1220,00
66,20
12-12-2018
1219,00
79,90
12-12-2018
219,10
33,00
12-12-2018
108,00
33,00
12-12-2018
168,30
40,00
12-12-2018
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Pagina 7 van 23
Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam 5590_leidingA-525-deel-1
Mitigerende
Begin
maatregel
stationing
Eind stationing
striktere begeleiding van
3187.780
4402.120
1710.940
2471.200
werkzaamheden 5590_leidingA-526-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Dichtheid
Vervangmodus
Percentage Personen Pagina 8 van 23
8 units
Wonen
19.2
Toevoegen Nieuwe Populatie
1 unit
Wonen
2.4
Toevoegen Nieuwe Populatie
3 units
Wonen
7.2
Toevoegen Nieuwe Populatie
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt
Wonen
395
100/ 80/ 7/ 1/
hotel-dag0-nacht100.txt
Wonen
40
0/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
1187
100/ 30/ 7/ 1/
100/ 100
100/ 100 wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
2752
Pagina 9 van 23
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als isorisicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 23
3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 23
3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-08-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 23
3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 5590_leiding-Z-516-15-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 13 van 23
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 71 slachtoffers en een frequentie van 2.66E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.134 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1490.00 en stationing 2490.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-525-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 14 van 23
4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 85 slachtoffers en een frequentie van 1.12E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.081 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1490.00 en stationing 2490.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-526-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 15 van 23
4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 103 slachtoffers en een frequentie van 1.50E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.016 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1750.00 en stationing 2750.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6 Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5590_leiding-A-527-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 16 van 23
4.4 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 5590_leiding-A-643-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie