CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Definitief toetsingsadvies commissie mer

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 februari 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Definitief vaststellen van de omgevingsvisie Bernheze 2040 en de bijbehorende omgevingseffectrapportage (OER)3.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Bernheze Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 januari 2024 / projectnummer: 3765

Advies over het OER in het kort De gemeente Bernheze werkt aan de Omgevingsvisie Bernheze 2040. Met deze visie geeft de gemeente aan hoe ze met de fysieke leefomgeving om wil gaan. De Omgevingsvisie schetst de ambities voor een gezond, klimaatbestendig, leefbaar en vitaal Bernheze voor de komende twintig jaar. Gemeente en partners willen de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. In de Omgevingsvisie staan vijf thema’s centraal: Gezonde leefomgeving, Leefbare kernen, Klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit, Vitale en duurzame landbouw en economie en Kwaliteit landschap en erfgoed. Om de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het opstellen van het OER en het opstellen van de Omgevingsvisie waren parallelle processen. De gemeente Bernheze heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de kwaliteit en de volledigheid van het OER.

Wat staat in het OER? Met inbreng van organisaties, bewoners en bedrijven heeft de gemeente in het OER drie toekomstscenario’s (alternatieven) ontwikkeld: Innovatief Bernheze, Coöperatief Bernheze en Duurzaam Bernheze. Bij Innovatief Bernheze ligt de focus op de transitie van de landbouw. Bij Coöperatief Bernheze ligt de nadruk op het voorzien in de eigen behoefte en het daarop aanpassen van de schaal van productie. Bij Duurzaam Bernheze ligt het accent op het inspelen op het veranderende klimaat. Hiervoor is een radicale omslag in de waterhuishouding noodzakelijk. Het voorkeursalternatief Omgevingsvisie (verder: VKA Omgevingsvisie) bestaat uit onderdelen van deze drie scenario’s. De vijf thema’s van de Omgevingsvisie zijn in het OER uitgewerkt in 43 beoordelingscriteria waarvoor de huidige situatie en autonome ontwikkeling (samen de referentiesituatie) tot 2040 in kaart zijn gebracht. Ook is bekeken of de drie toekomstscenario’s en het VKA Omgevingsvisie een positieve, neutrale of negatieve impact hebben op deze beoordelingscriteria. De keuzes in het VKA Omgevingsvisie hebben volgens het OER op alle beoordelingscriteria een positieve of zeer positieve impact.

Ze hebben vooral een zeer positieve invloed op beoordelingscriteria die in de huidige of de referentiesituatie als slecht werden beoordeeld, zoals wateroverlast, droogte en hitte, mobiliteit, beweegvriendelijkheid en gezondheidsrisico’s.

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie heeft waardering voor het proces waarlangs het OER en de Omgevingsvisie tot stand zijn gekomen. De gemeente heeft de alternatieven en de Omgevingsvisie samen met partners vormgegeven. Door een gezamenlijk opgestelde omgevingsverklaring wordt deze samenwerking na het vaststellen van de Omgevingsvisie voortgezet. Het OER is goed leesbaar en bevat waardevolle informatie.

-1-

De Commissie constateert bij de toetsing van het OER dat nog wel belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de Omgevingsvisie. Het gaat om de volgende punten: 

Geen goed overzicht van de referentiesituatie en knelpunten In het OER is de beoordeling van de huidige en referentiesituatie vooral generiek voor de hele gemeente weergegeven, zonder ruimtelijke differentiatie. Hierdoor is niet altijd duidelijk waar en hoe groot de knelpunten in de gemeente zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor luchtkwaliteit, geur en geluidbelasting. Bovendien zijn in de referentiesituatie voor 2040 plannen verwerkt, waarvan de uitvoering deels onzeker is. Dit geldt bijvoorbeeld voor het thema woonbehoefte.

Mogelijke botsingen ambities onvoldoende in beeld Het OER geeft beperkt inzicht in de samenhangende grote opgaven waar de gemeente voor staat. Welke grote vraagstukken spelen er in de gemeente, waar het VKA Omgevingsvisie een antwoord op gaat geven? Het VKA Omgevingsvisie is samengesteld uit verschillende ambities uit de drie toekomstscenario’s. Inzicht in de samenhang van de verschillende ambities en de mate waarin die bijdragen aan de grote opgaven, is echter beperkt. Onduidelijk is verder of de gekozen ambities met elkaar te verenigen zijn of kunnen botsen. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk of in het dekzandgebied verhoging van het grondwaterpeil goed samengaat met concentratie van de veehouderij.

Beoordeling effecten VKA Omgevingsvisie te rooskleurig, mede doordat onzekerheden en risico’s onvoldoende in beeld zijn De beleidskeuzes uit het VKA Omgevingsvisie leiden volgens het OER tot positieve ‘groene’ scores op alle beoordelingscriteria. In werkelijkheid gaat het om een beweging in de goede richting, die weinig zegt over het niveau van het resultaat. Een voorbeeld hiervan is het effect van het VKA Omgevingsvisie op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit wordt als zeer positief beoordeeld, terwijl tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het onwaarschijnlijk is dat Bernheze in 2030 aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) kan voldoen. Ook ontbreekt een analyse van de mogelijke negatieve effecten van de ambities uit het VKA Omgevingsvisie op natuurwaarden van Natura 2000-gebieden in de omgeving.

Aanpak monitoring en evaluatie ontbreekt De looptijd van de Omgevingsvisie is lang. Er zit mogelijk spanning tussen de ambities en bij de uitvoering spelen onzekerheden en risico’s. Daarom is het belangrijk om goed te bewaken of en in welke mate de daadwerkelijke ontwikkelingen bijdragen aan de ambities en doelen van de Omgevingsvisie en hoe de effecten zich verhouden tot wet- en regelgeving. Een aanpak hiervoor ontbreekt in het OER.

De Commissie adviseert om een zelfstandig leesbare, beknopte aanvulling op het OER op te stellen, speciaal gericht op het VKA Omgevingsvisie. Geef daarin een duidelijke omschrijving van de referentiesituatie en knelpunten, de grote opgaven waar de gemeente en partners voor staan en de samenhangende ambities van het VKA Omgevingsvisie. Ga daarbij ook in op de mogelijke botsingen tussen deze ambities en geef aan welke maatregelen de gemeente kan nemen om deze te verzachten of op te lossen. Beschrijf daarnaast de onzekerheden en risico’s bij de uitvoering. De Commissie adviseert om in de aanvulling ook een realistische inschatting van de positieve en negatieve effecten van het VKA Omgevingsvisie te maken. Bovendien vormt een aanzet

-2-

voor monitoring en evaluatie van de belangrijkste ambities en effecten een onmisbaar onderdeel van deze aanvulling. De Commissie adviseert om daarna pas een besluit te nemen over de Omgevingsvisie Bernheze. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1: Gebiedsindeling Gemeente Bernheze (bron: Omgevingsvisie Bernheze 2040) Aanleiding MER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (2040). Omdat de omgevingsvisie kaderstellend kan zijn voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten, zoals uitbreiding van woon- en werkgebieden en van agrarische bedrijven, is het nodig om een plan-MER (OER) op te stellen. Een plan-MER is ook nodig met het oog op mogelijke gevolgen voor Natura-2000-gebieden. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Bernheze - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3765 TS op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeente Bernheze over de Omgevingsvisie. De tekst bevat ook een aantal aanbevelingen. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren, nu en in de toekomst.

Referentiesituatie en knelpunten Om de effecten en het doelbereik van het VKA Omgevingsvisie goed te kunnen beoordelen is

het belangrijk dat de referentiesituatie en met name de knelpunten daarin goed in beeld zijn. De gemeente gaat bij de beoordeling van de huidige situatie in veel gevallen uit van de meest voorkomende (achtergrond)waarden in Bernheze, zonder de omvang, ernst en bronnen van de knelpunten op specifieke locaties of gebieden te benoemen en te beoordelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor luchtkwaliteit (paragraaf 4.1.4 van het OER). Zo zijn op afbeelding 17 verhoogde concentraties PM10 (fijnstof) in een groot gebied rond de veehouderijen te zien. Onduidelijk is hoe hoog die concentraties zijn. Ze worden ook niet getoetst of bij de beoordeling van de referentiesituatie betrokken. De ernst en omvang van deze knelpunten zijn ook belangrijk om te beoordelen of de ambitie “we verminderen gezondheidsrisico’s door de lucht schoner te maken” haalbaar is. Een ander voorbeeld is het thema geurhinder. In paragraaf 4.1.3 van het OER wordt de huidige situatie op het gebied van geurhinder als ‘goed’ beoordeeld, terwijl uit cijfers van de GGD blijkt dat 11% van de volwassen inwoners van Bernheze ernstige geurhinder ervaart. Uit afbeelding 13 in het OER blijkt dat de GES-score (Gezondheidseffect Screening) voor geurhinder in de gemeente overwegend ‘vrij matig’ tot ‘matig’ is, en in grote gebieden tot ‘onvoldoende’ oploopt.

In het VKA Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen dat veehouderijen weggaan uit de Groene Gezonde Cirkels rondom de kernen, om geurhinder in woongebieden te verminderen. Om het effect van dit beleidsvoornemen te kunnen beoordelen is het belangrijk om een goed overzicht te hebben van de huidige bronnen van geurbelasting. Welke soorten veehouderijen zijn bij de kernen gevestigd en in welke mate verspreiden zij geur? Ook bij het thema geluidbelasting door wegverkeer dat sneller rijdt dan 50 km/uur is de beoordeling te generiek (paragraaf 4.1.1 OER). Het oordeel over de huidige situatie wordt in het OER gebaseerd op het percentage van de bevolking van de gemeente dat geluidhinder ervaart. Omdat dit percentage onder de 5% ligt, is de situatie volgens het OER ‘goed’. Er wordt daarbij niet ingegaan op de bronnen, zoals de twee snelwegen en drukke provinciale en gemeentelijke wegen, en de hoogte en ernst van de geluidbelasting. Ook voor geluid heeft de gemeente de ambitie om de overlast nabij de kernen terug te dringen.

-4-

Bovendien zijn in de referentiesituatie voor 2040 plannen verwerkt, waarvan de uitvoering deels onzeker is. Een voorbeeld hiervan is de ambitie uit de Woonvisie om in 10 jaar tijd 1.800 nieuwe woningen te bouwen (paragraaf 4.2.1 OER). Op grond van de Notitie ter informatie voor commissie/raad van 2 november 2021, zouden 575 woningen planologisch verzekerd zijn en zouden locaties voor 400 woningen in voorbereiding zijn. Dat betekent dat ongeveer de helft van de totale ambitie concreet genoeg is om in de referentiesituatie in het OER mee te nemen. De Commissie adviseert om in een beknopte aanvulling op het OER, voordat wordt besloten over de Omgevingsvisie: 

een realistische beschrijving van de referentiesituatie op te nemen, waaruit duidelijk naar voren komt waar welke knelpunten zijn. Hierbij niet alleen uitgaan van de gemiddelde milieubelasting in de gemeente, maar ook de (extreme) waarden benoemen die op specifieke locaties voorkomen.

een onderbouwing op te nemen van de ontwikkelingen die als autonoom beschouwd worden en deze alleen in de referentiesituatie mee te nemen als ze zeker zijn (dit geldt bijvoorbeeld voor het tegemoetkomen aan de woonbehoefte).

Mogelijke botsingen tussen ambities Als vertrekpunt voor het VKA Omgevingsvisie is het belangrijk om een beeld te hebben van de grote opgaven waar de gemeente voor staat. Welke grote vraagstukken spelen in Bernheze, waar het VKA Omgevingsvisie een antwoord op gaat geven? Hierbij gaat het deels om specifieke vraagstukken in Bernheze, zoals de locatie van de intensieve veehouderij en het gebrek aan passende huisvesting in de kernen. Maar het gaat ook om nationale en internationale ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, energietransitie en stikstofproblematiek. Deze analyse ontbreekt in het OER.

Daarnaast is het van belang om een goed overzicht te krijgen van de samenhangende ambities van het VKA Omgevingsvisie. Welke ambities staan centraal in het VKA Omgevingsvisie en hoe hangen die met elkaar samen? In hoofdstuk 3 van het OER beschrijft de gemeente de kenmerken van drie toekomstscenario’s Innovatief Bernheze, Coöperatief Bernheze en Duurzaam Bernheze. Het VKA Omgevingsvisie ontbreekt hierbij echter. Dit komt pas in beeld bij de uitwerking per beoordelingscriterium in hoofdstuk 4. In het OER ontbreekt daardoor een samenhangend beeld van het VKA Omgevingsvisie. Hierdoor is het niet mogelijk om het VKA Omgevingsvisie als geheel te vergelijken met de andere alternatieven. Het VKA Omgevingsvisie is samengesteld uit ambities uit de drie toekomstscenario’s. Eventuele botsingen tussen deze ambities komen in het OER echter niet aan de orde. Uit de presentatie van de gemeente tijdens het locatiebezoek van de Commissie op 12 december 2023 werd overigens duidelijk dat de gemeente wel een aantal spanningen tussen de verschillende ambities in beeld heeft gebracht, maar deze zijn niet in het OER geland. Is het bijvoorbeeld mogelijk om het grondwaterpeil in het dekzandgebied te verhogen en tegelijkertijd de intensieve landbouw in dit gebied te concentreren? Hogere waterstanden

-5-

hebben immers invloed op de teeltkeuze, de kwetsbaarheid van de bodem voor zwaar landbouwverkeer en de bouwmethoden van bijvoorbeeld stallen. En hoe verhoudt de verwachte toename van het landbouwverkeer in het dekzandgebied zich tot de wens om het gebied aantrekkelijk te maken voor (recreatief) fietsverkeer? En een laatste voorbeeld: Hoe verhoudt het voornemen om tot 2030 1.800 nieuwe woningen te bouwen zich tot het streven om de kernen en omringende zones groener te maken? Het OER zou de gemeente een spiegel moeten voorhouden en de ambities met elkaar moeten confronteren. Het moet laten zien of de ambities, ook gecombineerd, haalbaar zijn en welke omgevingseffecten ze hebben. De Commissie adviseert om in een beknopte aanvulling op het OER, voordat wordt besloten over de Omgevingsvisie:   

de grote opgaven te beschrijven waar de gemeente Bernheze voor staat. de ambities van het VKA Omgevingsvisie samenhangend te beschrijven.

een analyse te maken van de mogelijke botsingen tussen de ambities en welke maatregelen er mogelijk zijn om die botsingen te verzachten of op te lossen.

Beoordeling effecten VKA Omgevingsvisie, onzekerheden en risico’s De positieve beoordeling in het OER van het VKA Omgevingsvisie geeft een beweging in de goede richting aan, maar zegt weinig over het niveau van het resultaat. De beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie leiden volgens het OER tot positieve ‘groene’ scores op alle beoordelingscriteria. Dit wekt de indruk dat alles goed komt door deze visie. In werkelijkheid gaat het om een beweging in de goede richting. De beoordeling van de huidige en referentiesituatie is in het OER gebaseerd op een schaallat die is gebaseerd op absolute waarden. De effecten van het VKA Omgevingsvisie worden echter alleen in relatieve zin beoordeeld, zonder aandacht voor het niveau van het resultaat. Een voorbeeld hiervan is het effect van het VKA Omgevingsvisie op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit wordt als zeer positief beoordeeld, terwijl tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het onwaarschijnlijk is dat Bernheze in 2030 aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) kan voldoen. Dit terwijl het Europese doel is om de normen in 2027 te bereiken. Daarnaast spelen bij de positieve beoordelingen in het OER onzekerheden en risico’s een kleine rol, terwijl het VKA Omgevingsvisie ingrijpende keuzes bevat waarbij wel degelijk onzekerheden en risico’s in de uitvoering te verwachten zijn.

Zo willen gemeente en partners de grondwaterstand in de verschillende deelgebieden verhogen. Om de effecten en risico’s hiervan te kunnen beoordelen is volgens de Commissie een nadere systeemanalyse nodig, waarbij ook het waterschap betrokken wordt. De Peelrandbreuk is onderdeel van het breukensysteem van de Beneden-Rijnslenk (van Bonn tot in Nederland). Ingrepen in de grondwaterstand in de gemeente Bernheze kunnen daardoor mogelijk effecten hebben tot ver buiten de gemeente en andersom. Het is belangrijk dat deze regionale en internationale afhankelijkheden voldoende in beeld zijn

-6-

voordat het grondwaterpeil wordt verhoogd. Dit geldt specifiek voor het dekzandgebied. Dit is een van oorsprong nat gebied waar in het VKA Omgevingsvisie zowel een verhoging van de grondwaterstand als concentratie van de veeteelt is voorzien. Het verplaatsen van veeteeltbedrijven vanuit de Peelhorst en het Beekdal naar het dekzandgebied zal in de praktijk langzaam verlopen omdat dit op vrijwillige basis gebeurt. Bovendien heeft de gemeente een milieuvriendelijke manier van produceren voor ogen, waarvoor vaak extra schaalgrootte en ruimte nodig zijn. Het is onzeker of de provincie dit zal toestaan, omdat dit ingaat tegen vastgesteld beleid. In Noord-Brabant mogen veehouderijen standaard een bouwvlak van maximaal 1,5 ha hebben en bij uitzondering van 2 ha. Beschrijf in het OER welke maatregelen de gemeente kan nemen wanneer deze verplaatsingen stagneren. Ook op andere terreinen zijn er onzekerheden. Zo is er nog geen analyse gemaakt van de mogelijke significante negatieve effecten van de ambities uit het VKA Omgevingsvisie op specifieke natuurwaarden van Natura 2000-gebieden in de omgeving. Met een Voortoets moet onderzocht worden of er een zogenaamde Passende Beoordeling (verdiepend onderzoek) nodig is. De Commissie adviseert om in een beknopte aanvulling op het OER, voordat wordt besloten over de Omgevingsvisie: 

een realistische inschatting van de positieve en negatieve effecten van het VKA Omgevingsvisie te maken;

een analyse te maken van de onzekerheden en risico’s bij de uitvoering van de ambities uit het VKA Omgevingsvisie en aan te geven welke maatregelen er mogelijk zijn;

een Voortoets uit de voeren om te verkennen of de ambities uit het VKA Omgevingsvisie mogelijk significante negatieve effecten hebben op specifieke natuurwaarden van Natura 2000-gebieden in de omgeving.

Aanpak voor monitoring en evaluatie Een aanpak voor monitoring en evaluatie ontbreekt in het OER. Juist omdat de gemeente en partners grote ambities hebben, de looptijd van de Omgevingsvisie lang is en er onzekerheden en risico’s in de uitvoering zijn, is het belangrijk om vanaf het begin de monitoring op te pakken. Het is van groot belang dat de gemeente regelmatig beoordeelt of en in welke mate de daadwerkelijke ontwikkelingen bijdragen aan de ambities en doelen van de gemeente, welke omgevingseffecten zijn opgetreden, en hoe deze zich verhouden tot wet- en regelgeving. Het is raadzaam om de monitoring te richten op de belangrijkste ambities van het VKA Omgevingsvisie, die omgeven zijn met de grootste onzekerheden. Voorbeelden hiervan zijn het verplaatsen van de veeteeltbedrijven naar het dekzandgebied, de realisatie van het

-7-

woningbouwprogramma, de ontwikkeling van de Groene Gezonde Structuren, het verhogen van het grondwaterpeil en het verbeteren van de waterkwaliteit. De beoordelingscriteria uit het OER kunnen gebruikt worden om informatie te verzamelen over het verloop van de uitvoering. Daarnaast is het van belang om “uit te zoomen” en te beoordelen hoe de uitvoering van de grote opgaven als geheel verloopt. Ga hierbij ook in op de relatie met het Omgevingsplan en diverse programma's, die invulling geven aan de visie en waardevolle input kunnen geven over de uitvoering en mogelijke effecten. Houd hierbij rekening met de ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving. Deze kunnen aanleiding zijn tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan op dit moment zijn voorzien. Bestaande sectorale monitoringsprogramma’s voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit, natuur, (grond)water en gezondheid kunnen worden ingezet voor het in beeld brengen van de leefomgevingskwaliteit. De Commissie adviseert om bij de aanpak voor monitoring en evaluatie ook de evaluatiemomenten vast te leggen en aan te geven door wie, wanneer op welke manier wordt bijgestuurd, als dat nodig is. De Commissie adviseert om in een beknopte aanvulling op het OER, voordat wordt besloten over de Omgevingsvisie: 

een aanpak te ontwikkelen voor monitoring van de belangrijkste ambities uit het VKA Omgevingsvisie, die omgeven zijn met de grootste onzekerheden en risico’s en de belangrijkste effecten zouden moeten hebben;

evaluatiemomenten vast te leggen en aan te geven hoe wordt bijgestuurd, als dat nodig is.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Tilly Fast drs. Josefine van der Heijde (secretaris) drs. Roeland van Kerkhoff Margo Meeuwissen MSc ir. Harry Webers (voorzitter) drs. Rob van Woerden Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Deze procedure valt onder de regelgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Uit onderdelen C en D van de bijlage bij het voormalige Besluit milieueffectrapportage volgt dat een MER vereist is. Het kan onder andere gaan om de activiteiten D14 (installaties voor intensieve veehouderij), D11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen) en D9 (landinrichtingsprojecten). Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Bernheze Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bernheze Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3765 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c066e743-5972-4335-8c68-0b0dd4378143