Bijlage 4a RES 1.0 Handreiking overwegingskader landschap deel 1
Tekst van het document
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Inpassen: zonneweiden passend bij het landschap
32
Pas op met het realiseren van zonneweiden op VAB’s (Vrijgekomen Agrarische Bebouwing)
Leg geen zonneweiden aan in de mantels van natuurgebieden
Het op pragmatische wijzen vullen van VAB’s met zonneweiden is landschappelijk onwenselijk. Het levert een rommelig en versnipperd landschappelijk beeld op, dat vaak ook nog eens haaks staat op het geambieerde recreatieve en toeristische gebruik van een gebied zoals bijvoorbeeld het Groene Woud. Een ambitie die juist vanuit de potentieel waardevolle VAB’s kan worden versneld.
De groenblauwe mantel is een zone tussen een natuurgebied en het agrarische gebied waarin het beleid gericht is op de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap1. Zonneweiden horen hier in principe niet thuis.
VAB’s binnen de bebouwde omgeving (kernen) of direct aangrenzend daaraan bieden goede kansen voor de toepassing van zonneweiden. Hierbij gelden dezelfde overwegingen als voor zonneweiden nabij kernen. Een Brabantbrede sloopregeling voor VAB’s in combinatie met een planmatige kavelruil kan helpen de versnippering van zonneweiden te voorkomen, een kwaliteitsverbetering in het buitengebied te bewerkstelligen en tegelijkertijd een financieel perspectief te bieden aan stoppende boeren.
Er is nog weinig bekend over de (lange termijn) effecten van zonneweiden op natuur en biodiversiteit2 en de locatie nabij natuurgebieden is vaak niet logisch. Landschappelijk niet - de landschappelijke logica van een ‘stedelijke’ zonneweide nabij een natuurgebied ontbreekt. Recreatief niet -de overgang van natuur naar landbouwgebied is in potentie een aantrekkelijke gradiënt in het landschap. Functioneel ruimtelijk niet - natuurgebieden liggen vaak op afstand van de afnemers. Bovendien is het op de lange termijn onwenselijk kostbare en moeilijk omkeerbare voorzieningen aan te leggen (kabels en infrastructuur) in gebieden waar de opwek van energie op de lange termijn onwenselijk is. Het is daarbij allerminst zeker dat na een generatie de opwek van zonne-energie op een plek niet meer nodig is. Daar waar de groenblauwe mantels het stedelijk gebied raken en waar infrastructuur beschikbaar is, kunnen er lokaal mogelijkheden zijn voor zonneparken in het kader van een gebiedsgerichte aanpak. 1 ro.brabant.nl/12269793-AFE0-480A-AD53-3F1E4428233F/t_ NL.IMRO.9930.vr11wijz04act1-on01_7.html 2 Van der Zee e.a. (2019), WUR, Zonneparken, natuur en landbouw.
33
Zonneweiden in de beekdalen zijn vanuit landschappelijk oogpunt onwenselijk. Waarbij we beekdalen definiëren als de beek en de direct aangrenzende, laaggelegen kavels aan weerszijden. Eventuele dode meanderarmen, rabatbossen en andere percelen die landschappelijkerwijs bij de beek behoren vallen ook onder de hier gehanteerde definitie van het beekdal. Beekdalen vormen een zeer belangrijke en continue landschappelijke structuur voor Noord(oost)-Brabant. Op veel plekken zijn de dalen zeer kleinschalig, zelfs idyllisch en hebben zij een hoge recreatieve en ecologische waarde. De continue structuur van de beekdalen is erg belangrijk voor de waterhuishouding van het gebied en zorgt voor de ecologische en recreatieve dooradering van het landschap. Zonneweiden in de directe nabijheid van de beken beïnvloeden de beleving van het meanderende water en het landschap negatief, en conflicteren met de in de nabije toekomst steeds belangrijker wordende rol als robuust systeem voor water (klimaatadaptatie, ecologie en recreatie). In bepaalde gebieden, op afstand van de beek en zijn directe invloedssfeer, zijn goed ingepaste, kleinschalige zonneparken denkbaar. Zij kunnen hier mogelijk een rol spelen in de waterhuishouding door landgebruik met hoge eisen ten aanzien van ontwatering te vervangen, waardoor
er minder drooglegging noodzakelijk is. Daarnaast kunnen met deze parken mogelijk revenuen gegenereerd worden die bijdragen aan het herstel van de beekdalen. Daar waar het beekdal zijn oorspronkelijke verloop heeft verloren door bijvoorbeeld kanalisatie, kan zonne-energie potentieel ingezet worden ten bate van het herstel van een natuurlijkere situatie. Dit gebeurt altijd in het kader van een integrale gebiedsopgave. Hierbij is de waterkwaliteit leidend. Wat in agrarische gebieden vaak zal leiden tot een gescheiden watersysteem met een waterzuiveringscomponent om vervuiling en verrijking van het water in het beekdalsysteem te voorkomen.
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Houd de beken en direct aangrenzende percelen (beekdalen) vrij van zonneweiden
34
Maak een bewuste afweging tussen pv-panelen en/of zonnecollectoren nabij woonkernen
Combineer wind en zon, maar alleen waar het past op een manier die past
Gezien de beperkte beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in Noordoost-Brabant is het noodzakelijk lokaal af te wegen of de schaarse ruimte rond de kernen ingezet zal worden voor de opwek van elektriciteit (zon-pv) of warmte (zonnecollectoren), of een combinatie van beide (zon-pvt).
De combinatie van wind en zonne-energie is voordelig. De schaarse ruimte wordt zuinig en efficiënt gebruikt, beide vullen elkaar in opbrengst en het net kan efficiënt ingezet worden.
Zonnewarmte door middel van zonnecollectoren gaat in de warmtetransitie mogelijk een rol spelen. Welke rol en de grootte daarvan is nog onzeker. Om het warmteverlies te reduceren is het van belang dat afnemers zich in de nabijheid van een zonnecollectoren veld bevinden. Grondgebonden zonnecollectoren, of combinaties van zonnecollectoren en zonnepanelen, zullen daarmee vooral een plek vinden in en nabij de gebouwde omgeving. Dit is tevens een voorkeurslocatie voor zonneweiden. Om kostbare functieveranderingen zoveel mogelijk te voorkomen is het raadzaam lokaal af te wegen of een perceel beter geschikt is voor zon-pv, zonnecollectoren of een combinatie. In tegenstelling tot veel andere warmtebronnen- en systemen hebben zonnecollectoren op veld een duidelijk ruimtelijke impact. Deze is vergelijkbaar met die van zonnepanelen. Gezien hun locatie nabij kernen zal inpassing in de meeste gevallen de passende plaatsingsstrategie zijn.
Ook landschappelijk kan de combinatie van meerwaarde zijn. Met name bij een gebiedstransformatie tot een energielandschap. Vanwege hun schaalverschil hebben wind- en zonne-energie waarschijnlijk beide hun eigen landschappelijke verhaal. Vooral de combinatie met nieuwe infrastructuur - onderstations, maar mogelijk ook beheerwegen - biedt kansen voor een nieuw landschap. Afhankelijk van het landschap, de opgave, de gekozen plaatsingsstrategie, de ruimtelijke belangen, de specifieke omstandigheden en het gekozen energiesysteem is een locatie al dan niet geschikt voor een combinatie van winden zonne-energie.
landschapstype
mogelijk mogelijk mogelijk mogelijk
In bovenstaande tabel is voor de landschapstypen die vanuit landschappelijk perspectief potentieel geschikt zijn voor windenergie aangegeven onder welke plaatsingsstrategie een combinatie van wind -en zonne-energie landschappelijk passend zou kunnen zijn. Het gaat hierbij om een combinatie van windturbines met een reguliere, grondgebonden zonopstelling. Enige voorzichtigheid is wel geboden bij het combineren van wind -en zon. Met name bij zon is het lastig om ruimte voor ander gebruik te laten.Waar bijvoorbeeld landbouw en windenergie goed samengaan, staan landbouw en grondgebonden zonne-energie op gespannen voet. Daarnaast kan de combinatie conflicteren met de landschappelijke kwaliteiten van een locatie. Zo gaan open en weidse landschappen bijvoorbeeld goed samen met windenergie, maar een stuk minder goed met grondgebonden zonneparken. Dit vraagt om een afweging per locatie.
indien: transformeren
aanpassen
inpassen 35
+ + ++
+ ++
-+
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
komgronden Jonge (heide) ontginningen Maasterrasvlakte aansluitend bij industrie -en havengebieden
combinatie wind & zon
zoekgebieden zonne-energie: zonnekansenkaart
36
figuur 9: zoekgebieden zonne-energie/zonnekansenkaart op basis van de leidende principes zonne-energie. De kaart helpt als leidraad, per project/gebied is op lokaal niveau opnieuw een afweging te maken op basis van de leidende principes en de lokale situatie.
37
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
zoekgebieden* zonne-energie op basis voorkeursvolgorde voorkeur
uitgesloten
++
gebouw -en/of constructiegebonden
++
terreinen binnen bebouwd gebied: industrieterreinen
+-
terreinen binnen bebouwd gebied: woonkernen
+
percelen aan de randen van bebouwd gebied
-
landbouwgrond in landelijk gebied
--
landbouwgrond in de groenblauwe mantel
---
uitsluitingsgebieden
*gebieden waarbinnen naar geschikte locaties en/of percelen wordt gezocht voor de toepassing van wind- en/of zonne-energie
Plaatsingsstrategieën zonne-energie
38
figuur 10: passende plaatsingsstrategieën gebaseerd op de landschapstypen en gebiedskenmerken De kaart helpt als leidraad, per project/ gebied is op lokaal niveau opnieuw een afweging te maken op basis van de leidende principes en de lokale situatie.
39
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
plaatsingsstrategieën transformatie transformatie/aanpassing transformatie/aanpassing/inpassing aanpassing/inpassing inpassing
intermezzo: waarneming van windenergie in het landschap: 10 regels 1. Windmolens zijn van heel ver zichtbaar. Er is invloed op openheid en landschapsbeleving 2. De hoogte en de afstand van een turbine is moeilijk in te schatten. 40
3. Grote turbines maken objecten of structuren zoals een boerderij of dijk in de nabijheid klein. Dit noemen we schaalverkleining of dominantie van een turbine. 4. We onderscheiden 3 schaalniveaus met verschillende effecten van dominantie. - Micro niveau met grote dominantie (turbines tot circa 500 m afstand) - meso niveau met matige dominantie (turbines op ongeveer 2-5 kilometer) en macroniveau met beperkte dominantie (circa 10km) De dominantie hangt uiteraard af van de leegte van het landschap en de zichtbaarheid. Bijv. in de Waddenzee zijn hoge turbines ook op 10km nog dominant in de horizon. 5. Door windturbines te concentreren beperk je sterk het cumulatieve effect van de windturbines. Daarnaast blijven andere gebieden vrij. Bij extreme spreiding van windturbines heeft een groot deel van de bevolking een turbine op meso-afstand.
H A N D R E I K I N G
WA A R D E R I N G
L A N D S C H A P P E L I J K E
E F F E C T E N
VA N
W I N D E N E R G I E
124m, ver
80m, dichtbij
referentiebeeld: hoogte windturbines is lastig in te schatten
referentiebeeld: schaalverkleining en dominantie op microniveau
referentiebeeld: dominantie op mesoniveau
concentratie beperkt het cumulatieve effect van dominante windturbines
bij spreiding heeft een groot deel van de bevolking een trubine op mesoafstand
30
H + N + S '13
41
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
referentiebeeld: zichtbaarheid over grote afstand (beeld: H+N+S, Handreiking waardering landschappelijke effecten windenergie)
Windturbines aan de rand van het Grevelingen bij Herkingen, Goeree Overflakkee
6. Turbines hebben invloed op de ervaring van de natuurlijke en cultuurhistorische identiteit van een landschap. Mede door aanvullende bouwwerken, opstelplaatsen en weg- en kabelinfrastructuur. Er is ook een omgekeerde relatie: een landschap met een krachtige landschapsstructuren en een sterke identiteit heeft de waarnemer veel te bieden en beperkt de dominantie van een windturbine. 42
7. Locatiekeuze bepaalt de waarnemersgroep die turbines ziet (micro tot macro niveau) en de aantallen waarnemers. Meeste waarnemers bij een opstelling aan de autosnelweg. 8. Een windmolenopstelling kan betekenis in een landschap krijgen door een koppeling met landschapsstructuren zoals de rand van een polder, een snelweg, de landsgrens of een beekdal). 9. Mensen hechten betekenis aan windturbines (bv duurzaamheid/vervuiling) en aan landschapsstructuren (bv historie/ industrie). Afhankelijk van persoonlijke voorkeuren kunnen de betekenis van landschap en energie op een locatie elkaar versterken of botsen. 10. Regelmatige lijnopstellingen worden als rustiger beleefd dan cluster of zwermopstellingen. Nadeel van lijn: het vergt ruimte. Het rustige beeld verdwijnt als er een lijn dichtbij wordt geplaatst. Hiermee zijn lijnopstellingen beperkt uitbreidbaar.
in een open landschap is een windturbine dominanter aanwezig (beeld: ROM3D)
betekenis door een koppeling met landschapsstructuren
betekenis door een koppeling met landschapsstructuren
H A N D R E I K I N G
WA A R D E R I N G
L A N D S C H A P P E L I J K E
E F F E C T E N
VA N
W I N D E N E R G I E
12
lijnopstellingen worden als rustig beleefd
H + N + S '13
een zwermopstelling geeft een minder rustig beeld (beeld: H+N+S, Handreiking waardering landschappelijke effecten windenergie)
43
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
rijke landschappelijke structuur beperkt de dominantie van windturbines (beeld: ROM3D)
44
03. energiebouwstenen De RES opgave Noordoost-Brabant wordt ingevuld aan de hand van een aantal energiebouwstenen. Dit hoofdstuk laat de bouwstenen van wind- en zonne-energie zien en illustreert deze met referentiebeelden.
45
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
energiebouwstenen: wind
windakker
wind bij industrie- en havengebieden
windbos
46
windakker in de komgronden (beeld: bosch&slabbers)
windakker in de komgronden (beeld: cyclomedia)
windbos
nabij grootschalige industrie
wind langs infrastructuur
47
windakker in de jonge heideontginningen
windturbines langs grote infrastructuur
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
windbos
energiebouwstenen: zon
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon gekoppeld aan geluidschermen & parkeren
48
zon op dak
zon op groot dak (bedrijven)
zon op infrastructuur (parkeren)
zon op knooppunten
zon kleinschalig
zon grootschalig
zon op knoop
ppunten
zon op water
zon bij industrie-en havengebieden
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
49
zon op infrastructuur (koppelen aan geluidschermen)
zon op water
zon kleinschalig
zon grootschalig
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
zon op groot dak (agrarisch)
50
04. afwegingen per landschapstype
De leidende principes zijn landschapstype overstijgend en algemeen. Per landschapseenheid zijn hierin nadere afwegingen te maken en kansen te benoemen.
51
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
landschapskaart Noordoost-Brabant
52
Land van Maas
Meijerij, Dommel en Aa
De Peel
Maasvallei
Het Dommeldal
De Peelrand
Rivierdal en Maas
Hoofdwaterloop Dommeldal
Peelrand: oude ontginningen
Maasterrasrand ontginningen
Ven
Peelrand: jonge ontginningen
Maasterrasvlakte ontginningen
Het Groene Woud
Wijstgrond
Maasheggengebied
Natte natuurparel
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Overige waterlopen
Overige waterlopen Oude ontginningen Land van Maas
Zandwinplas
Jonge heideontginningen
Bos
Maasvallei
Bos Rivierdal en Maas
Maaskant Rivierloop Maas
Maasterrasrand ontginningen
Uiterwaarden
Het Aa-dal Maasterrasvlakte ontginningen
Oeverwallen
Maasheggengebied Hoofdwaterloop Aa-dal
Komgronden
Overige waterlopen Het Groene Woud
Zandwinplas
Zandwinplas Overige waterlopen
Historische stad aan Maas
Bos Oude ontginningen
Hertogswetering
Land van Maas
Bos Meijerij, Land van Maas Dommel en Aa
Maasvallei
Zuiderwaterlinie Het Dommeldal Maasvallei
Jonge heideontginningen
Maaskant
Zandwinplas Maashorst Meijerij, Dommel en Aa Bos
Het Dommeldal Hoofdwaterloop Dommeldal
De Peelkern Ven Peelkern Het Groeneontginningen Woud Bos natuurparel Natte Overige waterlopen
Peel-Raamstelling
Oude ontginningen Linie Jonge heideontginningen Bos
Bos Dommel Meijerij, De Peel en Aa Rivierloop Maas
De Peel Naad van Brabant
Het Dommeldal De Peelrand Uiterwaarden
Het Aa-dal De Zandrug De Peelrand
Rivierdal en Maas
Rivierdal Vesting en Maas Hoofdwaterloop Dommeldal
oude ontginningen HoofdwaterloopPeelrand: Dommeldal Oeverwallen
Zandrug: oude ontginninge Peelrand: oude ontginningen Hoofdwaterloop Aa-dal
Maasterrasrand ontginningen
Maasterrasrand ontginningen Fort / Lunet / Redoute Ven
Ven Komgronden
Peelrand: ontginningen Zandrug: jonge ontginninge Het Groenejonge Woud
Maasterrasvlakte ontginningen
Maasterrasvlakte ontginningen Het Woud Traverse overlaten /Groene inundatievlakten
Het Groene Woud Wijstgrond Zandwinplas
Zandwinplas Wijstgrond Overige waterlopen
Maasheggengebied
Natte natuurparel Maasheggengebied
Natte natuurparel Peelrandbreuk en nevenbreuken Historische stad aan Maas
Peelrandbreuk enMaashorst nevenbreuken Oude ontginningen
Overige waterlopen
Overige waterlopen Overige waterlopen
Overige waterlopen Zandwinplas Hertogswetering
Bos Zandwinplas Jonge heideontginningen
Zandwinplas
Zandwinplas
Oude ontginningen
Oude ontginningen Maashorst Bos
Maashorst Bos
Bos
Bos
Jonge heideontginningen
Jonge heideontginningen Bos
Bos
Maaskant
Maaskant
Bos
Peelrand: jonge ontginningen
Zuiderwaterlinie Bos Vesting
De /Peelkern Fort / Lunet Redoute
Rivierloop Maas
Rivierloop Maas
Uiterwaarden
Het Aa-dal Uiterwaarden
Oeverwallen
Oeverwallen
Hoofdwaterloop Aa-dal
Hoofdwaterloop Bos Aa-dal
Komgronden
Komgronden
Het Groene Woud
Het Groene Woud
Zandwinplas
Zandwinplas
Overige waterlopen
Historische stad aan Maas
Historische stad Oude aan Maas ontginningen
Overige waterlopen Linie Oude ontginningen
Hertogswetering
HertogsweteringJonge heideontginningen
Jonge heideontginningen
Bos
Bos
Bos
Zuiderwaterlinie
Zuiderwaterlinie
Bos
Peelkern ontginningen Het Aa-dal Traverse overlaten / inundatievlakten
Peel-Raamstelling
De Peelkern Peelkern ontginningen Bos
Peel-Raamstelling Linie
53
Naad van Brabant
De Peelrand
De Zandrug
Onder- en overliggende structuren
Peelrand: oude ontginningen
Zandrug: oude ontginningen
Zuid-Willemsvaart
NNB
Peelrand: jonge ontginningen
Zandrug: jonge ontginningen
Snelwegen
Weidevogelgebieden
Wijstgrond
Zandwinplas
Provinciale wegen
RWS beheergebieden
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Maashorst
Spoorwegen
beekdalen
Zandwinplas
Bos
Kernen
Maashorst
Duits Lijntje
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken
De Peel De Peelkern
Naad van Brabant
Peelkern ontginningen De Peelrand
De Zandrug
Onder- en overliggende structuren
Peelrand: oude ontginningen Bos
Zandrug: oude ontginningen
Zuid-Willemsvaart
NNB
Peelrand: jonge ontginningen
Zandrug: jonge ontginningen
Snelwegen
Weidevogelgebieden
Wijstgrond Linie Peelrandbreuk en nevenbreuken
Zandwinplas
Provinciale wegen
RWS beheergebieden
Maashorst
Spoorwegen
beekdalen
Zandwinplas
Bos
Kernen
Peel-Raamstelling
Maashorst
Duits Lijntje
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken
De Peelkern Peelkern ontginningen Bos
Peel-Raamstelling Linie
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
De Peel
Cultuurhistorie: cultuurhistorische waardenkaart (CHW) via Provincie Noord-Brabant
54
55
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Legenda cultuurhistorische waardenkaart Cultuurhistorische landschappen
Archeologische monumenten
Cultuurhistorische waardevol gebied
B eschermde stads en dorpsge zichten
Historische geografie buiten de cultuurhistorische landschappen
Historische stedenbouw
Complex van cultuurhistorisch belang
Cultuurhistorische lijnen Zeer hoge waarde
Historisch groen Hoge waarde Archeologische landschappen Redelijk hoge waarde
Natuurwaardenkaart (provinciaal)
56
57
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP