CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 oplegnotitie diverse onderzoeken

Commissie Ruimtelijke Zaken 8 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hofsteeg (tegenover nr. 3), Nistelrode3.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPLEGNOTITIE DIVERSE ONDERZOEKEN HOFSTEEG TE NISTELRODE

oplegnotitie diverse onderzoeken Hofsteeg te Nistelrode Opdrachtgever

RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH

Rapportnummer Versienummer

Datum

6324.011 D2

14 november 2019

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

R.M.P. Bouten, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

R.A.F. Smeets, BASc BEd

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 2

2

LUCHTKWALITEIT ..................................................................................................................... 3

3

HOOGSPANNINGSLIJNEN ....................................................................................................... 4

4

GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ ........................................................................................... 4

5

VOLKSGEZONDHEID ................................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Endotoxinen ...................................................................................................................... 5 Emissies ........................................................................................................................... 5 Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat ..................................................................... 6 Veehouderij met meerdere diersoorten ............................................................................ 6 Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven ...................................................... 6 Mestbewerking of mestverwerking ................................................................................... 6 Ongerustheid volksgezondheid omwonenden ................................................................. 6

6

SPUITZONES GEWASBESCHERMING.................................................................................... 6

7

EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................................................. 7

8

M.E.R.-BEOORDELING ............................................................................................................. 7

6324.011

SAMENVATTING Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van het opstellen van een oplegnotitie diverse onderzoeken ten behoeve van het bedrijfsmatig in gebruik nemen van een bedrijfspand. Het perceel, Hofsteeg ligt in het bestemmingsplan Buitengebied van Bernheze, met de bestemming Agrarisch. Op de locatie is geen bouwvlak opgenomen en is dus niet realiseerbaar. De initiatiefnemer wil een vrijstaande woning op de locatie realiseren en dus is een bestemmingsplanwijziging nodig. Onderhavig plan voorziet in een enkele woning. Gezien de beperkte omvang hiervan draagt deze “niet in betekenende mate” bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een Luchtkwaliteitonderzoek is derhalve niet nodig. Het plan is niet in strijd met de Wet luchtkwaliteitseisen. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op circa 1,3 kilometer afstand van het plan. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Heesch en in een extensiveringsgebied. Op circa 200 meter ligt de dichtstbijzijnde veehouderij. De veehouderij heeft een beperkte vergunde geuremissie. Tussen de nieuwe woning en de veehouderij liggen veel andere geurgevoelige objecten. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.

Na het doorlopen van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 kan worden geconcludeerd dat er geen knelpunten worden gevonden in de opgestelde plannen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Het aspect volksgezondheid vormt geen belemmering voor het plan. Tevens wordt veronderstelt dat een advisering door de GGD niet nodig is. Binnen 50 meter afstand zijn geen fruitboomgaarden of andere gewassen waar gewasbescherming noodzakelijk is aanwezig. Er zijn geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen’ te verwachten en daarom is het niet noodzakelijk een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 1 van 8

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van het opstellen van een oplegnotitie diverse onderzoeken ten behoeve van de realisatie van een vrijstaande woning. Het perceel, Hofsteeg ligt in het bestemmingsplan Buitengebied van Bernheze, met de bestemming Agrarisch. Op de locatie is geen bouwvlak opgenomen en is dus niet realiseerbaar. De initiatiefnemer wil een vrijstaande woning op de locatie realiseren en dus is een bestemmingsplanwijziging nodig. In figuur 1.1 is de locatie weergegeven.

Figuur 1.1

locatie

Voor de ruimtelijke onderbouwing zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, zoals bodem, archeologie, ecologie, water, wegverkeerslawaai, industrielawaai en externe veiligheid. In de ruimtelijke onderbouwing moet aanvullend aandacht besteed worden aan luchtkwaliteit, hoogspanningslijnen, geurhinder en veehouderij, volksgezondheid en externe veiligheid.

Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 2 van 8

2 LUCHTKWALITEIT Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden ter vervanging van het Besluit luchtkwaliteit 2005. De nieuwe Wet luchtkwaliteit ziet op een actualisatie van de luchtkwaliteitseisen, zoals opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. Het project zelf biedt geen mogelijkheden om overschrijdingen teniet te doen, noch staat het project het bereiken van de algemene doelstelling voor luchtkwaliteit in de weg. Voor projecten van geringe omvang geldt bovendien op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en op grond van het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) dat hiervoor geen afzonderlijke luchtkwaliteit toets nodig is. Dit is het geval als aannemelijk is dat een project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. In de ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) van 31 oktober 2007 worden enkele concrete projecten of activiteiten genoemd waarbij het voorgaande in ieder geval van toepassing is en waarvoor dus geen specifieke luchtkwaliteit toets hoeft te worden uitgevoerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van minder dan 100.000 m² of woningbouwprojecten van niet meer dan 1.500 woningen.

Goede ruimtelijke ordening Het Besluit gevoelige bestemmingen benadrukt het belang van een ‘goede ruimtelijke ordening', maar is geen volledige invulling daarvan voor het aspect luchtkwaliteit. Het Besluit dekt niet alle gevoelige situaties. Zo gaat het Besluit niet over bijvoorbeeld woningen en drukke binnenstedelijke wegen. Ook zegt het Besluit niets over gezondheidseffecten beneden de grenswaarden. Daarom blijft het belangrijk om de blootstelling aan luchtverontreiniging een plek te geven in de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Beoordeling Het plan voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. Geconcludeerd kan worden dat het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt. Hiermee wordt voldaan aan artikel 5.16 lid c van de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteitseisen leveren derhalve geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan. Het plan wordt niet aangemerkt als een luchtkwaliteit gevoelige bestemming. Met behulp van de NSLmonitoringstool is beoordeeld of er langs de Heescheweg sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. In de volgende tabel zijn voor de jaren 2016, 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de resultaten weergegeven. Tabel 2.1 Resultaten jaren 2016, 2020 en 2030 langs de Heescheweg.

stoffen 2016 2020 2030 NO2 concentratie 20,7 µg/m3 15.9 µg/m3 11,0 µg/m3 PM10 concentratie 19,4 µg/m3 19,9 µg/m3 16,8 µg/m3 PM10 overschrijdingsdagen 7,1 dagen 7,5 dagen 6,0 dagen PM2,5 concentratie 12,0 µg/m3 12,3 µg/m3 9,7 µg/m3

Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Conclusie Onderhavig plan voorziet in een enkele woning. Gezien de beperkte omvang hiervan draagt deze

Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 3 van 8

“niet in betekenende mate” bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een Luchtkwaliteitonderzoek is derhalve niet nodig. Het plan is niet in strijd met de Wet luchtkwaliteitseisen.

3

HOOGSPANNINGSLIJNEN

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Hiervoor is beleid opgesteld. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom soms noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 μTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 μTesla. Conclusie De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op circa 1,3 kilometer afstand van het plan. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen

4

GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan het aspect geurhinder van belang zijn. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan. In de verre omgeving van het plangebied is een aantal agrarische bedrijven aanwezig. De verder weg gelegen veehouderijen mogen geen belemmerende werking hebben op de beoogde herontwikkeling. De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 10 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Anders dan voorheen is het mogelijk maatwerk te leveren, niet per bedrijf of object, maar per gebied. Zo kunnen oplossingen worden gezocht voor de spanning tussen het voortbestaan/de ontwikkeling van veehouderijen en de ontwikkeling van dorpskernen of recreatie.

De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds. De gemeenteraad van de gemeente Bernheze heeft in december 2013 in aanvulling op de Wet geurhinder en veehouderij de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bernheze 2013’ vastgesteld.

Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 4 van 8

Op basis van deze verordening gelden geen afwijkende normen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van het plangebied geldt een geurnorm van 8 ouE/m². Beoordeling Het plangebied ligt in het buitengebied nabij Nistelrode en in een extensiveringsgebied. Op circa 200 meter ligt de dichtstbijzijnde veehouderij. Deze veehouderij heeft een beperkte vergunde geuremissie (0 ouE/s). Tussen de nieuwe woning en de veehouderij liggen veel andere geurgevoelige objecten. De dichtstbijzijnde veehouderij met een geuremissie ligt op meer dan 350 meter. De vergunde geuremissie is beperkt (10.000 ouE/s). De voorgrondbelasting zal de 8 ouE/m3 niet overschrijden. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.

5

VOLKSGEZONDHEID

Algemeen In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. 5.1 Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door 1 middel van het endotoxine-toetsingskader . Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader voor veehouderijen met vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd.

Beoordeling Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan. 5.2 Emissies De realisatie van een enkele woning zal niet leiden tot relevante emissies van geur, fijnstof of ammoniak.

1 Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 2.0 Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 5 van 8

5.3 Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat Zie hoofdstuk 4. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en er wordt voldaan aan de minimaal te hanteren afstand. Daarnaast levert het plan geen onevenredige belemmeringen op voor de veehouderijen in de omgeving. 5.4 Veehouderij met meerdere diersoorten Binnen 200 meter van het plangebied liggen geen varkensbedrijven of pluimveebedrijven. 5.5 Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom pluimveehouderijen in de omgeving. Uit het recente onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO2 3) , uitgevoerd door het RIVM is tevens gebleken dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigt het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. .Binnen een afstand van 2 kilometer van het plan liggen geen geitenhouderijen en worden geen verhoogde risico’s verwacht met betrekking tot de volksgezondheid. 5.6 Mestbewerking of mestverwerking Het plan betreft de bouw van een woning. Er zal geen mest bewerkt of verwerkt worden.

Ook in de nabije omgeving vindt geen mestverwerking plaats. 5.7 Ongerustheid volksgezondheid omwonenden Gezien de realisatie van één woning voorzien wij geen ongerustheid over de volksgezondheid. Ook zijn er bij ons geen gevallen van ongerustheid bekend bij de omwonenden. Conclusie Na het doorlopen van het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er geen knelpunten worden gevonden in de opgestelde plannen. Tevens wordt veronderstelt dat een advisering door de GGD niet nodig is.

6

SPUITZONES GEWASBESCHERMING

Drift van gewasbeschermingsmiddelen (het verplaatsen van spuitvloeistof ten gevolge van luchtstromen) vindt plaats bij land- en tuinbouw. Voor de bescherming van gevoelige functies bestaat geen wettelijk kader, maar wordt een zogenaamde spuitzone van 50 meter rondom fruitteelt en akkerbouw 3 gehanteerd. Bij fruitteelt komt er aanzienlijk meer drift vrij dan bij akkerbouw of lage bomenteelt . Dit komt doordat de bomen bij fruitteelt vaak opwaarts en zijwaarts bespoten worden. Bij akkerbouw zijn de spuiten meer oplaag gericht en hebben de beschermingsmiddelen minder kans om zich door de lucht te verspreiden. Hierdoor is het vooral belangrijk om afstand te bewaren tussen gevoelige objecten en boomgaarden.

2 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III. Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014 – 2016. 3 Plant Research International Wageningen UR, J.C. van de Zande & H.J. Holterman, ‘Beperking driftblootstelling bij bespuitingen in de lage boomteelt’, p. 21. Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 6 van 8

Beoordeling Binnen 50 meter afstand (vuistregel voor spuitzones) zijn geen fruitboomgaarden of andere gewassen waar gewasbescherming noodzakelijk is aanwezig.

7

EXTERNE VEILIGHEID 4

De veiligheid ter plaatse van het plan is onderzocht aan de hand van de Risicokaart . In de directe omgeving van het plan worden geen verhoogde risico’s waargenomen met betrekking tot de veiligheid. Het aspect externe veiligheid zal geen belemmering veroorzaken.

8

M.E.R.-BEOORDELING

Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland) Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een m.e.r. nodig.

Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Het plan voorziet in de realisatie van 1 vrijstaande woning. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan activiteit D 11.2 uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de na4 Risicokaart openbare viewer. GBO Provincies 2018. Geraadpleegd op 14-11-2019 via www.risicokaart.nl. Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 7 van 8

tuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Uit het onderhavige hoofdstuk, waaraan de resultaten van de toetsing juncto art. 3.1.6 Bro worden weergegeven, blijkt dat het plangebied niet ligt in of nabij een gebied dat beschermd wordt ten gevolge van de natuurwaarden. De ontwikkelingsgerichte delen van het plan liggen niet in de directe nabijheid van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd natuurgebied (Natura 2000). Op basis van de in het kader van het onderhavige plan uitgevoerde onderzoeken blijkt dat van externe werking op een Natura 2000 gebied geen sprake kan zijn. Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Bèlvéderegebied. In dit hoofdstuk zijn tevens de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling inderdaad geen sprake zal zijn van nadelige milieugevolgen. Beoordeling Zoals beschreven in de voorafgaande alinea’s zijn er geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen’ te verwachten en daarom is het niet noodzakelijk een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

Rapport 6324.011 versie D2

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=b2669343-cb9a-406b-9075-a1206be6b5c2