CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Concept Omgevings-Effect-Rapportage (OER)

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 februari 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Definitief vaststellen van de omgevingsvisie Bernheze 2040 en de bijbehorende omgevingseffectrapportage (OER)31.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hierin zijn de ambities voor het beheer van de groenelementen in de kernen in lijn gebracht met de bredere gemeentelijke visie, een vertaling van een goed onderhoudsniveau vertaald naar het dagelijks onderhoud en financiële kaders beschreven. De gemeente Bernheze heeft ook een bomenbeleidsplan opgesteld voor de periode 2017-2027. Bomen worden gezien als kenmerk van het groen. In het plan is opgenomen hoe met bomen in de gemeente wordt omgegaan. Geaccordeerde plannen Heesch-West is een bedrijventerrein waarbij 50 hectare uitgegeven wordt aan middelgrote en grote bedrijven. Hierbij wordt een agrarisch gebied bebouwd. De locatie bevindt zich in het buitengebied, waardoor het groen hier zal afnemen. Het openbaar groen neemt niet af in de stedelijke bebouwing. Tevens wordt een zonnepark van 10 hectare aangelegd aan de rand van Heesch, waarvan ongeveer 3,3 hectare wordt bebouwd met zonnepanelen. Dit is tevens in het landelijk gebied. Hierdoor zal het groen afnemen in het buitengebied van de gemeente Bernheze. De uitbreiding op bedrijventerrein Retsel, binnen het stedelijk gebied gaat ten koste van enkele groen percelen. Echter is te zien op de luchtkaarten dat hier grasland aanwezig is. De impact op het openbaar groen wordt als minimaal beschouwd.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Het openbaar groen in Nederland krijgt een steeds belangrijkere functie, niet alleen voor gezondheid maar ook in relatie tot biodiversiteit, klimaatverandering en luchtkwaliteit.

79

Er wonen steeds meer mensen in steden waardoor de druk op grond en daarmee openbaar groen toeneemt. Een versteende leefomgeving is geen gezonde leefomgeving. Daarom is de trend om de stedelijke omgeving te vergroenen bijvoorbeeld door het NK tegelwippen en pogingen tot het normeren van openbaar groen door het Rijk. Tevens zijn er vele initiatieven vanuit organisaties als IVN om buurten te vergroenen en bomen te planten. Openbaar groen wordt als oplossing gezien voor meerdere thema’s en trends.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin groenvoorziening beoordeeld wordt als ‘goed. Het feit dat de gemeente Bernheze beleid heeft ten aanzien van bomen en groenbeheer. De realisatie van het nieuwe, regionale bedrijventerrein Heesch-West en de uitbreiding van bedrijventerrein Retsel in Heeswijk-Dinther. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Er is per woning op gemeente en dorpskern niveau meer dan 75m2 per woning beschikbaar. Op buurtniveau is dit niet het geval. Omdat openbaar groen wordt gezien als oplossing voor meerdere transities is de verwachting dat ook binnen de kernen meer groen gerealiseerd gaat worden.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit groenvoorziening. Scenario 1: Innovatief Bernheze

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Groen in kernen blijft belangrijk. Een deel van de extra vergroening is grondgebonden groen (tenminste 15%) en een ander deel wordt op innovatieve wijze gerealiseerd door bijvoorbeeld dak- en gevelgroen (ten minste 5% in 2030). Het groen wordt ingezet om de verbinding met het buitengebied te versterken. - Ruimte voor speel- en sportvoorzieningen dichtbij woningen. Deze bij voorkeur zo innovatief en groen mogelijk inrichten, zodat de ruimte bijdraagt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. - Groen-ecologische wandelpaden realiseren van de kern Dinther naar Kasteel Heeswijk. - De Peelhorst uitbreiden in de richting van het beekdallandschap met 500 hectare bos en natuur. - Extra groenvoorzieningen realiseren om het cultureel erfgoed te ondersteunen en de identiteit ervan te versterken. - In 2030 zijn in en om alle kernen gezonde groene structuren aangelegd en juridisch vastgelegd in het omgevingsplan. - Een voedsel- en ontmoetingstuin samen herinrichten in het centrale middengebied van de nieuwbouwwijk die binnenkort ontwikkeld wordt in Heeswijk-Dinther 2025. - Het ontwikkelen en realiseren van extra groen in het buitengebied. - Groen versterkt het karakter van historische lopen. Sloten hebben een primaire functie in het vasthouden van water in combinatie met brede natuurvriendelijke oevers voor natuur.

- Versterking van de verbinding tussen de Peelhorst en het beekdallandschap, mogelijk via (regionale) bossenstrategie. - Vergroten van natuurgebied de Peelhorst met honderd hectare elke vijf jaar: bossen, bloemrijke agrarische gronden, herstel van de Wijstgronden en waterbuffers. Dus in 2050 tenminste zeshonderd hectare. De Peelhorst (tot en met de Peelrandbreuk) wordt integraal onderdeel van het natuurgebied de Maashorst. - Verdubbelen van het aantal loofbomen en hagen binnen tien jaar, zo nodig door de aanleg van nieuwe groengebieden. - Dwars door de kernen ecologische verbindingszones inrichten die de grotere natuurparken en groengebieden in de omgeving verbinden.

+

+

++

80

- In iedere kern een grotere aaneengesloten groenplek. - Sommige gebieden verdichten met hagen en bossen, andere gebieden openheid herstellen (bijvoorbeeld de kommen in het dekzandgebied). Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Het realiseren van Groene Gezonde Structuren die aangesloten zijn op het bestaande ecologische netwerk. - Het ontwikkelen van grote groengebieden nabij de kernen die aangesloten worden aan de Groene Gezonde Structuren. - Het vergroenen van speel- en sportvoorzieningen en van schoolpleinen. - Het vergroenen van de openbare ruimte om meer water te kunnen bergen. - Iedere kern heeft in 2030 een grotere aaneengesloten groene koelteplek. - Binnen 500 meter moet vanaf elk huis een groter groengebied te bereiken zijn. - De kernen worden groener door het verwijderen van bestrating en te vervangen door groengebieden. Tegelwippen wordt gestimuleerd. - Transformatie van verharding naar groen waar mogelijk. - Het toevoegen van groen op daken en gevels. - Het huidige aantal groen per woning wordt behouden. - Inzet van een groennorm bij nieuwe in- en uitbreiding. - Bescherming van grote bomen met een groot bladerdek in de kernen. - Ruimte bieden en voor en het realiseren van pluktuinen, voedselbossen en wijktuinen. - Wens voor de realisatie van meer productiebossen in Bernheze. - Doorontwikkeling van de groene buffer tussen Oss en Heesch: het landschapspark inclusief de Hooge Vorssel. - Vergroting van het bestaande groen areaal. - Versterking van de omliggende groene buffers (Oss-Heesch & Uden – Veghel).

- Vergroting van de Peelhorst met nieuwe bossen, bloemrijke gronden en herstel van de wijstgronden. - Natuurlijke ontwikkeling bij de wijstgronden en de kwelwatergebieden. - Het realiseren van nieuwe ecologische verbindingen tussen deze nieuwe groengebieden. - Ruimte voor meer extensieve landbouw, bos en waterberging in de zone ten zuiden van het middengebied (mengzone). - Focus op natuur inclusieve vormen van landbouw in het beekdallandschap en de Peelhorst. - Perceelsgrenzen, oevers en randen van waterlopen vormen een ecologisch netwerk in 2030. - Beleefbaar maken van de Peelrandbreuk. - Ondersteunen van de totstandkoming van het Geopark Peelhorst en Maasvallei.

++

Alle drie de scenario’s dragen bij aan een verbetering van de groenvoorziening. In scenario 1 biedt het realiseren van meer grondgebonden groen, meer dak- en gevelgroen en vergroening in combinatie met speel- en sportvoorzieningen potentiële kansen. In scenario 2 wordt het groen areaal in, rondom en buiten de dorpskernen uitgebreid. Er worden tevens concrete plaatsen genoemd waarin de groenvoorzieningen wordt uitgebreid. Met de ambitie om zowel in het buitengebied als in en rondom de kernen nieuwe groenvoorzieningen te realiseren, zal scenario 3 naar verwachting een zeer positief effect hebben. In Nederland zijn geen normen vastgesteld ten aanzien van groen. Er zijn daarom meerdere richtlijnen die aangehouden kunnen worden. Zo heeft de World Health Organisation het advies per buurt 1 hectare aaneengesloten groen en bij nieuwbouw wordt vaak de 3, 30 300 regel gehanteerd. Hierbij dient elke woning zicht te hebben op 3 bomen, elke wijk een bladerdek van ten minste 30% te hebben en hooguit 300 meter van elke woning een park of plantsoen met bomen aanwezig te zijn. Deze richtlijnen kunnen een verdieping bieden om buurten verder te onderzoeken en te vergroenen en als richtlijn te hanteren bij nieuwbouwwijken.

81

Ontwerp-omgevingsvisie De ontwerp-omgevingsvisie heeft een sterkte focus op het uitbreiden van groenvoorzieningen zowel in en om de kernen als in het buitengebied. Het beoordelingsaspect groenvoorziening wordt daarom als zeer positief beoordeeld.

82

4.1.11

Afval (Vermindering van afval en mate van hergebruik (circulaire economie)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de geluidbelasting vanwege afval is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Aantal kilogram restafval, CBS • Percentage gescheiden afval, gemeentelijke duurzaamheidsindex

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig

Slecht

Er wordt voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%). Rond het niveau van de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en/of gescheiden afval (75%) met het risico op het niet behalen van de doelen. Er wordt niet voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%).

De huidige situatie Inleiding In een circulaire economie worden afvalstoffen opnieuw gebruikt als grondstof voor nieuwe producten, waardoor kringlopen gesloten worden. De hoeveelheid grondstoffen die wereldwijd wordt gebruikt, is in de afgelopen eeuw verachtvoudigd. Tegelijkertijd is er veel verspilling, waardoor onnodig waarde verloren gaat, het milieu vervuilt en het klimaat negatief wordt beïnvloed. De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner is verviervoudigd sinds 1950. Het nuttig toepassen van afvalstoffen spaart grondstoffen èn energie uit. In het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 zijn doelen vastgesteld die moeten leiden tot een reductie in huishoudelijk afval. Dit betreft een productie van maximaal 100 kilogram huishoudelijk restafval in 2020. De doelstelling omtrent afvalscheiding betreft minimaal 75% afvalscheiding in 2020, dit omvat zowel bronscheiding als scheiding achteraf (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Beschikbare gegevens Onderstaande afbeeldingen bieden inzicht in de afvalgegevens van de gemeente Bernheze. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat in 2021 97,2 kilogram restafval per inwoner is opgehaald. In afbeelding 48 is te zien dat 77% van het afval gescheiden is aangeleverd.

Afbeelding 44

Restafval per inwoner Bron: CBS

83

Afbeelding 45

Scheidingspercentage afval Bron: Gemeentelijke Duurzaamheidsindex

Conclusie Beoordeling criterium Goed

Huidige situatie Omdat voldaan wordt aan de landelijke doelstellingen met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%) wordt de huidige situatie beoordeeld met een ‘goed’.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De overheid ambieert een halvering van het gebruik van nieuw gewonnen mineralen, fossiele grondstoffen en metalen in 2030. De Rijksoverheid beoogt de transitie naar een circulaire economie te versnellen met beleid dat is neergelegd in het rijksbrede programma Circulaire Economie (2016), het Grondstoffen-akkoord (2017) en de kabinetsreactie op de transitieagenda’s (juni 2018). Beleid In het Duurzaamheidsakkoord heeft Bernheze vastgelegd dat de gemeente in 2050 al het afval wil hergebruiken. Dit wordt gerealiseerd door de hoeveelheid afval te verminderen en door de instroom van materialen en grondstoffen volledig circulair of biobased te maken. In het Afval en Grondstoffenbeleidsplan 2017-2022 committeert de gemeente Bernheze zich aan het uitvoeringsprogramma VANG ‘Van afvalstof naar grondstof’. Het VANG wensbeeld bevat als tussenstap dat in 2025 de hoeveelheid huishoudelijk restafval verder moet zijn teruggebracht tot maximaal 30 kg per inwoner per jaar. Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op het beoordelingscriterium afval.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen De behoefte aan grondstoffen en energie neemt de komende jaren naar verwachting toe, met stijgende milieudruk tot gevolg. Toenemende internationale concurrentie om grondstoffen zal leiden tot risico’s ten aanzien van leveringszekerheid van cruciale grondstoffen. Daarnaast zullen technische ontwikkelingen rondom circulariteit en grondstoffengebruik het kwaliteitsniveau van afvalscheiding en -inzameling verder verbeteren.

84

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%) gehaald worden. Het beleid van de gemeente Bernheze waarin gesteld wordt dat in 2050 al het afval hergebruikt moet worden. De intentie van de gemeente om te voldoen aan de VANG doelstelling en de tussenstap om in 2025 de hoeveelheid huishoudelijk restafval verder terug te brengen tot maximaal 30 kg per inwoner per jaar. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Goed

Referentiesituatie Er wordt voldaan aan de landelijke doelstelling met betrekking tot de hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner) en het percentage gescheiden afval (75%), waardoor de referentiesituatie als ‘goed’ wordt beoordeeld.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect afval. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Ingezet wordt op circulaire ketens en productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. - Alle bedrijven in Bernheze zijn in 2030 35% circulair en in 2040 80%. - De gemeente stimuleert, geeft voorlichting en verbindt zich met innovaties. - Afvalproducten worden gratis aangenomen wanneer deze circulair worden aangeboden bij de gemeentewerf.

++

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Er wordt ingezet op elkaar ondersteunen en door spullen te delen en te repareren in repaircafe’s, waardoor minder grondstoffen gebruikt worden.

=

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Circulaire grondstoffen gebruiken voor nieuwe bouwmethoden (woningen/bedrijven). - Hout wordt hergebruikt in de circulaire bouw.

+

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Straatafval gescheiden inzamelen in de Groene Gezonde Structuren. - Circulaire bouwaanvragen krijgen voorrang. - Het circulair inrichten van de infrastructuur. - 100% circulair in 2050. - Ontwikkelingen gebeuren met behulp van circulaire criteria. - Meer bouwen met secondaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop van andere gebouwen. - 50% minder primaire (abiotische) grondstoffen gebruiken in 2030. - We gebruiken beter herbruikbare grondstoffen. - Bij vergunningverlening wordt een puntensysteem ingezet waarbij op circulariteit wordt beoordeeld. - Meer gebruik van biobased (bouw)materialen. - Gebruik maken van modulaire en demontabele bouwmethoden. - Circulaire inrichting van de trafohuisjes. - Het stimuleren van het verbouwen van grondstoffen in de landbouw. - De eisen voor het hergebruik van grondstoffen worden steeds hoger.

+

De ambitie van scenario 1 heeft het meest positieve effect op het gebied van afval en circulariteit. De beoordeling van scenario 2 ten aanzien van afval is lastiger.

85

Het gebruik van nieuwe grondstoffen verminderen door spullen te delen en repareren draagt inderdaad bij aan circulaire doelstellingen en het verminderen van afval, maar het is onduidelijk in welke mate dit een positieve bijdrage gaat leveren omdat dit afhankelijk is van een gedragsverandering bij inwoners. Scenario 3 heeft (uiteindelijk) een positief effect door grondstoffen te hergebruiken, maar heeft minder invloed op het huidige restafval. Ontwerp-omgevingsvisie De afvalstroom uit de bouw is een procentueel kleine afvalstroom. Genoemde maatregelen zijn in dat kader positief. De grootste afvalstroom (restafval) wordt echter niet benoemd. Mits het huidige beleid ten aanzien van afval wordt gecontinueerd kunnen de maatregelen zoals benoemd in de ontwerp-omgevingsvisie als positief worden beoordeeld.

86

4.2

Thema: Leefbare kernen

4.2.1

Woonbehoefte (Woningaanbod per kern in overeenstemming met behoefte)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de woonbehoefte is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Kwantitatief • Woonvisie gemeente Bernheze, Perspectief op goed wonen in onze kernen • Aantal woningen, Brabant Scan

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

Het woningaanbod is passend bij de woningbehoefte Het woningaanbod sluit minder aan bij de woningbehoefte Het woningaanbod is niet passend bij de woningbehoefte

De huidige situatie Inleiding De woningmarkt in Nederland staat onder spanning. De prijzen zijn hoog en er zijn te weinig woningen. De wachttijden voor de huursector lopen steeds verder op. Betaalbare woonruimte vinden, is een uitdaging. Dit geldt zeker voor starters. Tegelijk wordt de bevolking steeds ouder, met een toenemende zorgvraag tot gevolg, en wordt de uitdaging om te verduurzamen steeds urgenter. Daarnaast zitten mensen niet meer te wachten op een generiek aanbod of een massaproduct. Beschikbare gegevens Het huidig aantal woningen in de gemeente Bernheze bedraagt volgens Brabant Scan 12.798. Hiervan is 71% koopwoning en 29% huurwoning, waarvan 66% sociale huurwoning en 34% particuliere huurwoning (onderstaande afbeelding). Bernheze scoort hoog op het percentage koopwoningen ten opzichte van andere gemeenten in de provincie Noord-Brabant. De gemiddelde woningwaarde in de provincie Noord-Brabant is € 323.000 (Bron: CBS, 2022). De gemiddelde woningwaarde in de gemeente Bernheze ligt hier met € 374.000 (Bron: CBS, 2022) boven. 94% van de inwoners is tevreden over de eigen woning (onderstaande afbeelding). 90% van de inwoners van Bernheze zijn autochtoon. 10% van de inwoners hebben een migratieachtergrond. Van deze 10% heeft 2% een niet westerse achtergrond (Bron: allecijfers.nl)

87

Afbeelding 46

Aantal woningen Bron: Brabant Scan

Afbeelding 47

Tevredenheid eigen woning Bron: Brabant Scan

Diverse woningbehoefteonderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019, O&S ’s-Hertogenbosch en Woningmarkt gemeente Bernheze in beeld, Companen 2021) hebben als basis gediend voor de woonvisie van de gemeente Bernheze ‘Perspectief op goed wonen in onze kernen’. Op pagina 8 wordt de woonbehoefte binnen de gemeente Bernheze beschreven. Hierin komt naar voren dat ten aanzien van het aspect woonbehoefte een aantal ontwikkelingen een rol speelt, te weten -

De vergrijzing: de inwoners in de leeftijdscategorie 55+ neemt al jaren toe. De groep 15 – 29 -jarigen is sinds 2010 (en met name vanaf 2015) relatief sterk toegenomen. Het aantal mensen in de (jonge) gezinsfase neemt af.

Opvallend is vooral de sterke toename van het aantal kleine huishoudens (één en twee personen, zonder kinderen). Het aantal gezinnen met één of twee kinderen is min of meer stabiel gebleven, het aantal grotere gezinnen is de laatste jaren vrij sterk afgenomen. Daarnaast is het aantal éénoudergezinnen toegenomen. Het blijft echter een relatief klein aantal. Uit het onderzoek Woningmarkt in Beeld van Companen uit 2021 blijkt verder dat in 2019 in de gemeente Bernheze een woningmarktonderzoek is uitgevoerd met onder andere de volgende conclusies: 22% van de doorstromers zoekt een betaalbare huurwoning, 33% koop < € 350.000 en 25% > € 350.000; 200 starters zoeken met spoed een passende woning in Bernheze, ruim de helft van de starters wil kopen. Zij verhuizen vaker naar een woning boven € 225.000 dan de wens. In oktober 2022 zijn door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening provinciale afspraken bekendgemaakt om de versnelling van de woningbouwopgave vorm te geven. Voor de gemeente Bernheze betekent dit dat de woningbouwopgave nog groter is dan gedacht. Conclusie Beoordeling criterium Slecht

Huidige situatie Ook voor de conclusie wordt uitgegaan van de bevindingen van Companen: Er is vooral behoefte aan kleinere en betaalbare woningen voor starters en een gevarieerde aanbod voor doorstromers en senioren (levensloopbestendig). Er is een tekort aan kleinere, betaalbare huurwoningen en aan kleinere, betaalbare koopwoningen (< € 225.000 in 2019). Ten aanzien van grote, dure woningen bestaat een klein overschot. Dit betreffen vaak woningen die bewoond worden door senioren (65+). Bij doorstroming laten zij een dure koopwoning achter. Deze is dan beschikbaar voor gezinnen met kinderen. De huidige situatie van het aspect woonbehoefte wordt dan ook als ‘slecht’ beoordeeld.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving De regering trekt extra geld uit voor gemeenten om extra woningen te realiseren. In het Programma Woningbouw zijn de bouwambities van de overheid vastgelegd. Er is verder geen regelgeving die betrekking heeft op vraag en aanbod van woningen. 88

Beleid Wonen is een centraal thema in het provinciale beleid. Brabant wil blijven behoren tot de top van Europese kennis- en innovatieregio’s. Daarvoor is een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat belangrijk, evenals een goed functionerende woningmarkt. Brabant heeft nog een flinke woningbouwopgave, de eerstkomende 10 tot 15 jaar moeten er nog ongeveer 130.000 woningen bij komen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. In de Brabantse Agenda Wonen worden richtinggevende principes geformuleerd. Relevant zijn ruim baan voor goede woningbouwplannen, woningen verduurzamen en geschikt maken voor mensen met zorgvraag, oog voor nieuwe en tijdelijke woonvormen, realisme en flexibiliteit in planning en programmering en optimaal inzetten op inbreiden, herstructureren en transformeren. Één van de zes speerpunten uit de Economische visie Bernheze is dat de kernen vitaal en leefbaar blijven. In de kernen dienen genoeg onderscheidende voorzieningen aanwezig te zijn. Als ander speerpunt duidt een goed vestigingsklimaat aan. Hiermee wordt ingezet op een prettig verblijfs- en werkklimaat voor bedrijven dat tegelijkertijd ook gericht is op de verduurzamingsopgave. Meer faciliteiten, horeca en openbaar groen vallen hieronder. In de Woonvisie beschrijft de gemeente haar beleid ten opzichte van de bouw van nieuwe woningen in de jaren 2022 tot 2026.

In deze visie geeft de gemeente extra aandacht aan de doelgroepen: mensen met een laag inkomen, senioren, starters, jonge gezinnen, statushouders en mensen uit Oekraïne, woonwagenbewoners en internationale werknemers. De visie kent vijf onderscheidende thema's: voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend (1.800 woningen in tien jaar), de juiste woningen op de juiste plek (betaalbaar, voor starters en senioren en andere soort woonvormen), toekomstbestendig en duurzaam, maatwerk voor de kernen en samenwerken aan uitvoering middels samenwerkingstafels. Project Bijzondere Doelgroepen: Met de Prestatieafspraken committeren gemeente Bernheze en woningcorporaties zich tot het verkrijgen van voldoende woningen voor de primaire doelgroepen, het duurzaam huisvesten van bijzondere doelgroepen en het realiseren van een duurzame woningvoorraad en woonomgeving. In de notitie ‘Bouwen voor de toekomst’ zijn inbreidings- en uitbreidingslocaties geïnventariseerd voor woningbouw. Geaccordeerde plannen Er is al een aantal woningbouwplannen begroot, onder andere De Erven, Rodenburg, Schaapsdijk, Bergakkers en De Zwarte Molen Nistelrode. Daarmee wordt op korte termijn (binnen vijf jaar) aan de behoefte die in 2019 is gesignaleerd, voldaan. Om aan de toekomstige behoefte te voldoen, met een doorkijk naar 2040, is het belangrijk nu te versnellen en te intensiveren.

Met name woonruimte voor één- en tweepersoonshuishoudens is hierbij belangrijk.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Zoals eerder reeds vermeld, zal de vergrijzing van de bevolking nog enige tijd toenemen, met een stijgende vraag naar woningen die levensloopbestendig zijn en woningen waar (mantel)zorg verleend kan worden. Een andere uitdaging is de betaalbaarheid van woningen in relatie tot inkomensontwikkelingen. Dit geldt zeker ten aanzien van het behouden van starters en eenpersoonshuishoudens binnen de gemeente. Verder is de verwachting dat de bevolkingsgroei na 2030 afvlakt waardoor de totale vraag naar woningen minder snel zou kunnen stijgen dan in de periode voor 2030. De veranderende vraag naar het type woningen zal doorzetten. Enerzijds door veranderingen in bevolkingssamenstelling en in woonwensen, anderzijds ingegeven door de diverse transities als klimaatcrisis, circulaire economie en modulair bouwen. Hierdoor is nu nog niet te voorspellen wat in de toekomst nodig is om vraag en aanbod van woningen in evenwicht te laten zijn. Voor de toekomst van de woningbouw is de prognose van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling van belang. Volgens de meest recente prognose van de provincie Noord Brabant blijft de omvang van de bevolking en huishoudens in Bernheze ook de komende decennia groeien. Dat betekent een blijvende opgave voor de gemeente Bernheze voor het toevoegen van woningen: van circa 12.800 nu naar 14.600 in 2031 en 15.400 in 2040.

In de komende 10 jaar dienen 1.800 woningen aan de voorraad toegevoegd te worden (inclusief circa 100 woningen die in de afgelopen jaren te weinig zijn gebouwd. 89

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

De huidige situatie waarin het aspect woonbehoefte wordt beoordeeld als ‘slecht’. De ambitie van de gemeente Bernheze in de Woonvisie 2022-2026 om in tien jaar 1.800 nieuwe woningen bij te bouwen. Het feit dat een aantal plannen voor woningbouw geaccordeerd is. De beschreven trends en ontwikkelingen.

beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie Binnen de gemeente Bernheze wordt hard gewerkt aan het aspect woningbouw. Gelet op de grote opgave om voldoende en passende woningen te realiseren, de vele transities, demografische ontwikkelingen en mondiale gebeurtenissen is het belangrijk de vinger goed aan de pols te houden ten aanzien van woonbehoefte. Ondanks de realisatie van nieuwe woningen, blijft de woningmarkt in de toekomst gespannen.

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect woonbehoefte. Scenario 1: Innovatief Bernheze

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Inbreiding in de bestaande gebouwde omgeving met innovatieve en compacte bouwmethodes (flexwoningen, generatiewoningen, kangoeroe-woningen, splitsing van grotere woningen en ‘ruimte voor ruimte’ inzetten voor kleinere woningen). - Modulair bouwen (bijvoorbeeld door een extra laag op bestaande bebouwing) en diversifiëren van de woningmarkt om doorstroming te stimuleren en andere doelgroepen aan te trekken. - Meer passende woningen voor ouderen die doorstroming op woningmarkt op gang brengen.

++

- Het realiseren van diversiteit in woningaanbod (woon-zorgconcepten, jong/oud, tiny houses, (tijdelijke) startersunits, mantelzorgwoningen). Vijfhonderd woningen in vijftien jaar. - Prioriteit geven aan starterswoningen voor jongeren. - Stimuleren van coöperatief wonen (grote woningen waarbij meerdere mensen als individu bij elkaar wonen en elkaar helpen (dertig woningen extra in 2030). - (Kleinschalige) zorgconcepten en bijzondere (samen)woonvormen in het buitengebied (bijvoorbeeld farm-communities waar oud en jong elkaar ondersteunt). - In alle kernen ruimte bieden aan verschillende typen woongroepen die zelfvoorzienend zijn in zorg en vermaak. Deze zorgconcepten bieden Loosbroek en Vorstenbosch de mogelijkheid om uit te breiden met zorgvoorzieningen en woningen voor verzorgend personeel. Dit past in de nieuwe behoefte aan groene zorgvoorzieningen voor ouderen. De andere kernen groeien niet in grootte.

++

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- In het hele beekdallandschap van Aa en Leijgraaf zijn activiteiten als bouwen niet meer mogelijk.

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Agrarische bedrijven mogen verbreden met zorg- of woonconcepten. - Het verkennen van erfgoedlocaties als zorg- of woonconcepten. - Vrijkomende agrarische bedrijven binnen de Groene Gezonde Cirkels stimuleren te transformeren naar woon-zorg concepten. - Kleinschalige woonvormen in het buitengebied. - Kritische houding ten aanzien van het toevoegen van nieuwe bebouwing in het buitengebied. - Actief beleid vanuit de gemeente voor inbreiding binnen de bestaande kernen. - Uitbreiding mogelijk maken, onder voorwaarden, als inbreiding (op korte termijn) niet mogelijk is. - Het reserveren van ruime zones voor uitleglocaties om elke kern.

-

++

90

- Bouwen voornamelijk voor de lokale behoefte: jongeren- en seniorenwoningen (prioriteit). Dit is het meest wenselijk voor de kernen Loosbroek en Vorstenbosch. - Het realiseren van een betaalbaar woningenaanbod door middel van prefab bouwen, lokale grondstoffen gebruiken, tijdelijke constructies toe te staan en door kleinere woon units toe te staan. - Het bevorderen van meer variatie in het woningaanbod (flexwoningen, generatiewoningen, mantelzorgwoningen, kangoeroe-woningen en kleinere type woningen ter illustratie). - Meer ruimte bieden voor woon-zorg concepten nabij de kernen. - Minimaal 30% sociale huur en sociale koop.

- Initiatieven van inwoners om tiny houses, mantelzorgwoningen of knarrenhofjes aan het huidige aanbod toe te voegen, zijn welkom.

Scenario 1 is significant positief. Dit scenario werkt aan diversificatie van de huidige woningmarkt om woningen te realiseren voor verschillende doelgroepen binnen de gemeente. Nieuwe woonconcepten zoals flexwoningen en mantelzorgwoningen dragen bij aan de diversificatie van de woningmarkt en hebben de potentie om doorstroming binnen het bestaande woningaanbod mogelijk te maken. Bouwmethodes, zoals optoppen, zijn een efficiënte en werkzame methode om extra woningen te realiseren binnen de bestaande bebouwde gebieden (de kernen). Het tweede scenario zet eveneens in op diversificatie van de woningmarkt. Daarnaast zorgt het realiseren van verschillende type woningen voor een woningaanbod voor alle leeftijden binnen de gemeente. Dit heeft de potentie tot het verbeteren van de gemeenschapszin binnen de dorpskernen en daarbuiten. Deze ambities resulteren in een significante positieve beoordeling. Het laatste scenario, duurzaam Bernheze, benadrukt dat activiteiten als bouwen niet meer mogelijk zijn in het beekdallandschap. De gemeente beperkt zichzelf, in het inzetten van middelen die tot de beschikking zijn, door uitbreiding van de kernen Vorstenbosch en HeeswijkDinther op slot te gooien voor het realiseren van nieuwe woningen in uitleggebieden, als hier juist behoefte aan is. Dit resulteert in een significant negatief effect op het woningaanbod.

Ontwerp-omgevingsvisie In de ontwerp-omgevingsvisie heeft een duidelijke routing ten aanzien van het aspect woonbehoefte, te weten inbreiding, uitbreiding van kernen en het bevorderen van diversificatie van het woningaanbod. Ook is voldoende aandacht voor woon-zorgconcepten in combinatie nabij kernen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de toenemende woonbehoefte van verschillende doelgroepen en scoort dit beoordelingscriterium zeer positief.

91

4.2.2

Kwaliteit bestaand woningaanbod in relatie tot duurzaamheidseisen (Mate waarin het woningaanbod voldoet aan de duurzaamheidseisen (biobased bouwen, energie, CO 2-uitstoot, stikstofuitstoot, klimaatadaptief en natuurinclusief)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de kwaliteit van het bestaand woningaanbod in relatie tot duurzaamheidseisen is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status

Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed Matig Slecht

Kwantitatief • Woonvisie 2016-2021, Companen • Allecijfers.nl • Benchmark 2022, Aedes Expert judgment Energielabel woningen is A, A+, A++(+)(+) Het gasverbruik per woning is 1.169 m3 of lager Energielabel woningen is B, C of D Het gasverbruik per woning ligt tussen 1.169 m3 en 1.363 m3 Energielabel woningen is E, F of G Het gasverbruik per woning ligt hoger dan 1.363 m3

De huidige situatie Inleiding Duurzaamheid is een ruim begrip. Veelal wordt bij het verduurzamen van woningen gedacht aan zonnepanelen, isolatie en dubbele beglazing. In het Duurzaamheidsakkoord 2022-2026 heeft de gemeente aandacht voor het verduurzamen van (huur) woningen door inwoners te stimuleren energiebesparende en klimaatadaptieve maatregelen te treffen in, aan of rondom de woning, bij renovatie- of verduurzamingsplannen. Duurzaamheid ten aanzien van woningen gaat echter verder dan energiebesparende maatregelen. Nieuwe woningen worden standaard energiezuinig gebouwd, maar er komt ook steeds meer aandacht voor modulair bouwen, klimaatadaptief bouwen en het gebruik van bio-based en circulaire bouwmaterialen. Daarnaast worden steeds meer levensloopbestendige huizen gebouwd die inspelen op de behoefte aan woningen waar tot op hoge leeftijd zelfstandig in gewoond kan worden. Hierdoor zijn minder grondstoffen nodig om aanpassingen te doen of te verbouwen. Beschikbare gegevens De gegevens waarop we onze beoordeling bepalen hebben betrekking op -

Het energielabel Het isolatieniveau De stikstofuitstoot uit gasverbruik

92

Energielabel

Afbeelding 48

Energielabels woningen Bron: allecijfers.nl

Het totaal aantal woningen met energielabel A t/m A++++ bedraagt 27,4%. Energielabel B, C of D is toegekend aan 56% van de woningen en de overige 16,6% van de woningen hebben een energielabel van E, F of G (bovenstaande afbeelding). Omdat het merendeel van de woningen energielabel B, C, D of lager heeft, wordt dit aspect als ‘matig’ beoordeeld. Het isolatieniveau Het isolatieniveau wordt beoordeeld op basis van de netto warmtevraag van woningen in kWh/m 2 per jaar. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken is een standaard bepaald, een gemiddelde van de jaarlijkse netto warmtevraag van woningen in kWh/m2 per jaar. Deze bedraagt 73,1kWh/m2 (Bron: Rapportage Aedesbenchmark 2022). Bij de isolatieprestatie wordt de gemiddelde afstand van de netto warmtevraag ten opzichte van de Standaard gemeten. Met maatregelen op het gebied van isolatie, ventilatie en kierdichting kan de netto warmtevraag verminderen. Huishoudens hebben dus minder warmte nodig om hun huis behaaglijk warm te maken. Uit afbeelding 49 blijkt dat de warmtevraag voor de gebouwde omgeving in Bernheze 760 TJ per jaar is. Dit komt overeen met 21.112 KWh aardgas per jaar.

Afbeelding 49

Warmtevraag gebouwde omgeving Bron: RES Regio Noordoost Brabant

Er is geen onderzoek gedaan naar de bestaande woningen in Bernheze en hun gemiddelde netto warmtevraag. Om de isolatiewaarde in de toekomst te monitoren zou hier nader onderzoek naar gedaan moeten worden. Hierom kan dit aspect niet beoordeeld worden. Stikstofuitstoot door gasverbruik Een Nederlands huishouden verbruikt jaarlijks gemiddeld 1.169 kuub gas voor woningen met een aardgasaansluiting (Bron: milieucentraal.nl). Hierbij zijn alle woningen en gezinssamenstellingen meegenomen. Het grootste deel van de huizen in de gemeente Bernheze zijn naoorlogs gebouwd. Van de 14.663 adressen zijn 13.212 adressen na 1950 gerealiseerd. In de beschouwing van de warmtevraag van woningen wordt een knip gemaakt tussen woningen die voor 1945 zijn gebouwd en woningen die na 1945 zijn gebouwd omdat voor de vaststelling van het gasgebruik gerekend moet worden met verschillende aansluittemperaturen (Bron: Rapport standaard en streefwaardes bestaande woningbouw, Nieman Raadgevende Ingenieurs). Huizen die na 1945 zijn gebouwd verbruiken minder gas. Anderzijds beschikt Bernheze over relatief veel huizen en weinig appartementen. Bewoners van huizen verbruiken meer gas dan bewoners van appartementen.

93

Afbeelding 50

Typen woningen in Bernheze Bron: Woonvisie 2016-2021, Companen

De gezinssamenstelling in Bernheze is als volgt.

Afbeelding 51

Gezinssamenstelling Bernheze Bron: huispedia.nl

Dit betekent dat 76% of meer van de huishoudens uit twee of meer personen bestaat. 24% bestaat uit éénpersoonshuishoudens. Rekening houdend met bovenstaande gegevens ten aanzien van de bouwjaren van de woningen, het type woningen en de samenstelling van de gezinssituatie is, komt het gemiddeld gasverbruik per jaar uit op 1.363 kuub gas. Bij deze berekening is gebruik gemaakt van de gemiddelde gasverbruiken per jaar per type woningen van milieucentraal.nl. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat het gemiddelde gasverbruik per woning in 2020 1.400 m 3 bedroeg. In verband met de lockdowns als gevolg van de Covid-19 crisis was het gasverbruik in 2021 hoger. De verwachting is dat dit verbruik is gedaald in 2022. Dit aspect beoordelen we als ‘slecht.

94

Afbeelding 52

Energielabel per woning en buurt Bron: allecijfers.nl

Conclusie De huidige kwaliteit van het bestaand woningaanbod in relatie tot duurzaamheidseisen is beoordeeld op basis van de energielabels van bestaande woningen, het isolatieniveau en de stikstofuitstoot als gevolg van gasverbruik. Omdat er geen gegevens bekend zijn ten aanzien van het isolatieniveau van woningen is dit aspect buiten beschouwing gebleven. Beoordeling criterium Matig Slecht

Huidige situatie Het merendeel van de woningen heeft energielabel B, C, D of lager, waardoor dit aspect als ‘matig’ beoordeeld wordt. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedroeg in 2020 1.400 m3. Daarmee wordt dit aspect als ‘slecht’ beoordeeld.

Regelgeving, beleid en geaccordeerde plannen Regelgeving Aan het (ver)bouwen en gebruik van woningen en andere gebouwen zijn bouwregels verbonden. In het Bouwbesluit 2012 staan de minimale bouwtechnische voorschriften waaraan gebouwen moeten voldoen. Dit zijn voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De overheid stimuleert het verduurzamen van woningen middels regelingen en subsidies. Beleid De Provincie Brabant stelt zich als doel een 100% energie neutrale Brabantse woon- en werkomgeving in 2050. Om dat einddoel te halen, zet de provincie in op projecten die duurzame energie en energiebesparing in de gebouwde omgeving bevorderen. De duurzame energieagenda hanteert meerdere strategische doelen voor 2050. Eén doel is dat alle woningen in de gemeente energieneutraal zijn. Woningen gaan zelf energie opwekken en reserve-energie opslaan. Deze doelstelling is ook opgenomen in het Duurzaamheidsakkoord van de gemeente. In de Woonvisie beschrijft de gemeente haar beleid ten opzichte van de bouw van nieuwe woningen in de jaren 2022 tot 2026. De visie kent vijf onderscheidende thema's, waaronder toekomstbestendig en duurzaam. Acties die hieruit voortvloeien zijn dat woningbouwcorporaties in 2030 alle woningen geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen (met energielabel A) willen hebben.

Daarnaast dient de woningvoorraad van Bernheze in 2050 energieneutraal en volledig van het gas af te zijn.

95

Met de Prestatieafspraken committeren gemeente Bernheze en woningcorporaties zich tot het verkrijgen van voldoende woningen voor de primaire doelgroepen, het duurzaam huisvesten van bijzondere doelgroepen en het realiseren van een duurzame woningvoorraad en woonomgeving. De Doelgroepenverordening benoemt verder de concrete doelen die voortvloeien uit de Woonvisie en de Prestatieafspraken. Deze zijn vertaald naar acties in het Uitvoeringsprogramma. De Verordening duurzaamheidsleningen van de gemeente Bernheze geeft het beleid weer ten aanzien van financiële leningen voor de bekostiging van duurzaamheidsinvesteringen voor (particuliere) huishoudens met een vastgestelde permanente woonfunctie. Er kan een aanvraag voor een duurzaamheidslening worden ingediend voor de isolatie, warmte terugwinning, duurzame energieopwekking, energie en water (infiltratie voorziening voor hemelwater en vegetatiedak). Geaccordeerde plannen Er zijn geen geaccordeerde plannen die van invloed zijn op de kwaliteit van bestaande woningen in relatie tot duurzaamheidseisen.

Autonome situatie: trends en ontwikkelingen Duurzaam wonen is al bijna geen trend meer te noemen. Nieuwe woningen, onafhankelijk van de locatie, moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Met verschillende groene leningen en subsidies wordt gestimuleerd woningen duurzamer te maken. Ook het interieur wordt steeds duurzamer. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van eerlijke en duurzame materialen. Deze ingeslagen weg zal voortgezet en het nieuwe normaal worden. De overheid neemt middels de Regionale Energie Strategie initiatieven om woningen te isoleren. Ingegeven door de energiecrisis is in 2022 een groot aantal woningen voorzien van zonnepanelen. Wat dit precies betekent voor de gemeente Bernheze is nog niet inzichtelijk. Nieuwe technieken en een andere manier van bouwen zullen geïntroduceerd worden, zoals modulair bouwen, bouwen met natuurlijke materialen als hout en klei, maar ook huizen van gerecycled plastic en geprinte woningen behoren tot de mogelijkheden.

Beoordeling referentiesituatie Voor het beoordelen van de referentiesituatie wordt uitgegaan van: -

-

De huidige situatie die we beoordelen als ‘matig tot slecht’. De bewustwording van de noodzaak tot verduurzamen van woningen door onder andere de energieen klimaatcrisis, regelingen en subsidies van overheden, de ontwikkelingen van nieuwe technieken en bouwmogelijkheden en het beleid van de Gemeente Bernheze. De beschreven trends en ontwikkelingen.

Beoordeling criterium Matig

Referentiesituatie De verwachting is dat meer woningen geïsoleerd worden en dat bestaande woningen van het gas af gaan. De gemeente heeft hierin een verantwoordelijkheid en een actieve rol. In hoeverre de doelstellingen worden bereikt, is onzeker.

96

Beoordeling toekomstige scenario’s De vier toekomstscenario’s zijn als volgt beoordeeld op het aspect kwaliteit bestaand woningaanbod in relatie tot duurzaamheidseisen. Scenario 1: Innovatief Bernheze

- Omschakeling naar modulaire bouwen met duurzame (bouw)materialen, ook om inbreiding op slimme wijze te realiseren. - Stimuleren van biobased bouwen. - Stimuleren van dak- en gevelgroen (ten minste 5% in 2030). - Een nieuwbouwwijk ten westen van Heesch wordt ruim en innovatief opgezet (natuurinclusief bouwen en inrichten als ecologische wijk in Boekel). - Op alle nieuwbouw wordt de aanleg van zonnepanelen en/of warmteopslag verplicht. - In 2030 is 40% van alle woningen van het gas af. - In woonwijken wordt collectieve warmteopslag en een warmtenet gefaciliteerd. In 2030 zijn de eerste drie wijken voorzien. In 2050 heeft elke wijk/buurt een collectieve warmte opslag.

Scenario 2: Coöperatief Bernheze

- Nieuwe gebouwen worden gerealiseerd met gebruik van lokale en gebiedseigen materialen.

Scenario 3: Duurzaam Bernheze

- Regenwater van daken worden geïnfiltreerd in tuinen en zaksloten of wordt bewaard als grijswater. - In huishoudens wordt in 2050 enkel nog grijswater gebruikt voor het doorspoelen van het toilet. - De ambitie is energieneutraal wonen en modulair en circulair bouwen. - Nieuwe duurzame innovaties krijgen ruimte, zowel bij nieuwbouw als bij renovaties. Zonnepanelen, warmtepompen, waterstofpanelen worden verplicht bij nieuwbouw en renovatie. - In de woningen wordt CO₂ opgeslagen via biobased materialen. Bij nieuwbouw en renovaties wordt gekozen voor houtbouw en biobased isolatiemateriaal, dat (uiteindelijk) grotendeels binnen de eigen gemeente wordt verbouwd. In 2030 bestaat nieuwbouw voor 50% uit houtbouw.

Scenario 4: Ontwerp-omgevingsvisie

- Toevoegen van groen op daken en gevels. - Innovatieve bouwmethoden (goede isolatie, groene daken et cetera) om de kernen klimaatadaptief in te richten. - Duurzame bouwprojecten krijgen voorrang in de vergunningverlening. - Introductie van een puntensysteem voor gunning en vergunningsverlening die gebaseerd is op duurzaamheidseisen. - Het kiezen op korte termijn voor andere bouwmethoden waardoor het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 50% minder is. - Nieuwbouw wordt gasvrij gerealiseerd. - Bernheze is aardgasvrij in 2050. - Meer bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. - Hergebruik van grondstoffen die vrijkomen bij sloop. - Nieuwe ontwikkelingen in de bouw zijn gebaseerd op circulaire criteria. - Nieuwbouw realiseren met het liefst gebiedseigen en duurzaam geproduceerde bouwmaterialen. - De productie van biobased bouwmaterialen wordt onderdeel van de verdienmodellen van agrariërs in Bernheze. - De keuze voor demontabele en modulaire bouwmethoden om sneller te bouwen. - Het stimuleren van collectieve warmte-, koude- of energieopslag. - De energie- en warmtetransitie organisch vormgeven per kern en op maat. - Het mogelijk maken van collectieve opslag van warmte en energie in wijken.

+

+

++

++

Scenario 1 vermeldt van het gas af te willen, maar de centrale doelstelling moet het reduceren van de CO₂ emissies zijn. Het isoleren van de woningen is hiermee de eerste stap. Daarnaast kunnen met creatieve (en innovatieve) maatregelen de duurzaamheidstandaarden van de woningen verbeterd worden. 97

Resulterend in een positieve beoordeling. Scenario 2 wordt eveneens beoordeeld als positief. Nieuwe gebouwen worden gerealiseerd met lokale materialen wat bijdraagt aan een duurzamere lokale productie. Dit kan eveneens de bewustwording verbeteren van de inwoners omtrent duurzaam wonen en bouwen door middel van het uitwisselen van ideeën. Scenario 3, Duurzaam Bernheze, wordt beoordeeld als significant positief. Dit scenario zet in op het verduurzamen van zowel het bestaande woningaanbod (renovatie) als nieuw te realiseren woningen. Diverse maatregelen voor verduurzaming worden naar voren gebracht. Ontwerp-omgevingsvisie Positief in het de ontwerp-omgevingsvisie is dat nieuwe ontwikkelingen beoordeeld worden op duurzaamheid. Duurzame projecten krijgen meer ruimte dan andere projecten. Hierbij is veel aandacht voor circulair en modulair bouwen met lokaal geproduceerde materialen. Duurzaamheid van bestaande woningen worden met name gezocht in de energietransitie. De ontwerp-omgevingsvisie wordt als zeer positief beoordeeld met als kanttekening dat ook renovaties van bestaande woningen hierin worden meegenomen.

98

4.2.3

Inrichting kernrandzones (Verhouding tussen inbreiding binnen de bestaande kern versus uitbreidingen in de kernrandzones)

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus Voor de kwalitatieve beoordeling van de inrichting van de kernrandzones is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en kwaliteitsniveaus. Beoordelingscriterium Gebruikte informatie en status Beschikbare referentiewaarden Schaallat kwaliteitsniveau Goed

Matig

Slecht

De kernrandzones zijn veelal ingericht als een rustige overgang naar de landelijke omgeving, met een hoge mate van natuurlijke beleving. Uitbreiding van de kernen is moeilijk landschappelijk in te passen. De kernrandzones zijn niet overal ingericht als een rustige overgang naar de landelijke omgeving, met een hoge mate van natuurlijke beleving. Uitbreiding van de kernen is alleen bij de rommelige kernrandzones goed landschappelijk in te passen. De kernrandzones zijn veelal rommelig ingericht met een beperkte mate van natuurlijke beleving. Uitbreiding van de kernen is op veel plaatsen goed landschappelijk in te passen

De huidige situatie Inleiding De kernrandzones vormen de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. In deze zone aan de dorpsrand is veelal een mix aan functies, zoals woningen, (agrarische) bedrijven, sportvelden, begraafplaatsen en volkstuinen. De dorpsrand is de te herkennen rand van een dorp waar deze grenst aan het landschap. Ze zijn bepalend voor de beleving van het landschap, maar kunnen door de verschillende functies en grotere schaal van de bebouwing rommelig ogen. Door toenemende druk op het landschap én op de kernen komen ook de kernrandzones meer onder druk te staan. Tegelijkertijd worden ze steeds belangrijker voor de leefbaarheid in de kern: ze vormen belangrijke recreatieve uitlopers vanuit de kern, spelen een rol in het samenkomen van burgers en brengen voedselproductie dicht bij de mens. Maar de kernrandzones herbergen nog meer kansen en mogelijkheden. Meervoudig ruimtegebruik, flexibiliteit in snel veranderende omstandigheden, klimaatadaptatie, energietransitie en het behoud van het waardevolle cultuurlandschap zijn centrale maatschappelijke thema’s die van toepassing zijn op de zones direct rondom de woonkernen. Om de kwaliteit van de kernrandzones te behouden of vergroten, dient aandacht te zijn voor toekomstige ontwikkelingen, draagkracht en toegankelijkheid van het gebied en een visie op de borging en uitvoerbaarheid.

Hoe hoger de kwaliteit van een kernrandzone, hoe zorgvuldiger daar mee omgegaan dient te worden, omwille van behoud van landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve of ecologische waarden. Daarom is het mínder wenselijk een dorpsuitbreiding in een kwalitatief hoogwaardige kernrandzone te realiseren, omdat deze zone dus al hoge landschappelijke, cultuurhistorische en/of recreatieve waarden bevat. Door het realiseren van een dorpsuitbreiding in een kwalitatief matige of zelfs slechte kernrand kunnen juist landschappelijke en/of recreatieve waarden worden toegevoegd, of kan een probleem van ongewenste verrommeling worden opgelost. Beschikbare gegevens Onderstaande afbeelding geeft (indicatief) de kernrandzones in de gemeente Bernheze weer.

99

Afbeelding 53

Kernrandzones Bernheze Bron: Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze

Op dit moment telt Bernheze 31.715 inwoners. Uit de website allecijfers.nl blijkt dat de verdeling van deze inwoners als volgt is: Kern Heesch Kern Heeswijk-Dinther Kern Nistelrode Kern Loosbroek Kern Vorstenbosch

12.720 6.575 5.510 1.010 1.450

Dat betekent dat 27.265 woonachtig zijn in een kern en 4.450 mensen in het buitengebied. Omgerekend woont 14% van de inwoners in het buitengebied en 86% van de inwoners in de kernen. Ieder van deze vijf kernen ligt in een gebied met unieke landschappelijke kenmerken en structuren. De eigenheid van deze ligging en daarmee de leesbaarheid van het landschap, kan in meer of mindere mate tot uitdrukking komen in de kernrandzone. Hierna is beknopt per kern een beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van de huidige kernrandzones geformuleerd. Heesch Heesch ligt op de overgang van drie landschapstypen, met het oudste gebruikslandschap (dekzandlandschap) aan de noordzijde en het jonge ontginningslandschap in het zuiden. In oost-westelijke richting is een hoogteverschil van de hoge Peelhorst in het oosten naar de lagere slenk in het westen. Belangrijk is de autosnelweg A59 die direct ten noorden van Heesch door het oude dekzandlandschap loopt. Deze doorsnijdt het van oorsprong halfopen landschap met historische wegenpatronen. De zone direct ten noorden van Heesch is hierdoor een kleinschalig dorpslandschap verworden dat direct aan de historische woonlinten van de kern grenst. Door de A59 is hier weinig relatie met het daarachter liggende landschap. De oostzijde van het dorp grenst aan het bosrijke besloten landschap van de Maashorst.

Hier komen de natuurlijke en recreatieve waarden goed tot hun recht. In de westzijde grenst de kern juist aan het open landschap waar een overheersende agrarisch gebruik overheerst. Ook het bedrijventerrein van Heesch ligt in deze zone nabij de A59. In het westen vormen rationele wegenpatronen met lanen het raamwerk waardoor groene landschapskamers ontstaan. De nieuwste dorpsuitbreidingen zijn in dit gebied gerealiseerd en gepland (De Nieuwe Erven). De relatieve openheid van het landschap maken de kernrandzones hier kwalitatief kwetsbaar. Het zuiden van de kern grenst aan het jonge ontginningenlandschap met enkele historisch waardevolle wegen- en laanstructuren. Hier is een heldere overgang van de rafelige kernrand naar het landschap met onregelmatige blokverkaveling. In deze zone vinden veel van de functies plaats die vaak te vinden zijn in kernrandzones: de sportvelden, een manege, agrarische bedrijven en wonen, ieder in hun eigen maat, schaal en uitstraling.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c34c690e-0c7f-4124-a74c-2c1368f44576