CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 omgevingsonderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 1 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vergaertweg 4, Heesch3.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OMGEVINGSONDERZOEK INBREIDING VAKANTIEPARK ZEVENBERGEN TE HEESCH

Omgevingsonderzoek Inbreiding vakantiepark Zevenbergen te Heesch Opdrachtgever

RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH

Rapportnummer Versienummer

6391.007 D2

Status

Eindrapportage

Datum

13 december 2018

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

R.A.F. Smeets, BASc BEd 06-40972565 smeets@econsultancy.nl

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

R.M.P. Bouten, MSc

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING .................................................................................................................................. 1 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 2

2

LUCHTKWALITEIT ..................................................................................................................... 3

3

GELUID ....................................................................................................................................... 5

4

MAGNETISCHE VELDEN .......................................................................................................... 6

5

GEURHINDER ............................................................................................................................ 7

6

VOLKSGEZONDHEID ................................................................................................................ 9

7

DRIFT GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN ......................................................................... 10

8

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................................................... 11

BIJLAGEN: 1. - Toekomstige situatie vakantiepark

Rapport 6391.007 versie D1

SAMENVATTING Vakantiepark Zevenbergen is voornemens om binnen de terreingrens het aantal bungalows uit te breiden. In de beoogde situatie worden 12 nieuwe bungalows aan het bestaande aantal van 21 toegevoegd. Voor de ruimtelijke onderbouwing zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Ten behoeve van de benodigde bestemmingsplanwijziging is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meer inzicht in de luchtkwaliteitseffecten noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen en beoordelen van de luchtkwaliteit ten gevolge van het extra verkeer van en naar het vakantiepark. Tevens dient in de ruimtelijke onderbouwing aanvullend aandacht te worden besteed aan geluid, magnetische velden (hoogspanningslijnen), geurhinder, volksgezondheid en veehouderijen en drift van gewasbeschermingsmiddelen en tot slot een m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Aan de hand van de te realiseren bungalows binnen het vakantiepark kan de extra verkeersgeneratie van het plan worden bepaald. Uit de berekeningen blijkt dat extra verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De maximale bijdrages van 0.03 en 0.01 μg/m3 voor respectievelijk NO2 en PM10 voldoen ruim aan de NIBM grenswaarde van 1.2 μg/m3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het plan is niet noodzakelijk.

Op basis van de NSLmonitoringstool blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Ook met betrekking tot de overige omgevingsaspecten wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de realisatie van het plan:  De geluidbelasting op de nieuw te realiseren bungalows op het terrein varieert van circa 55 tot 60 dB. De milieukwaliteit wordt conform methode Miedema als matig beoordeeld. Gezien de situering van het bestaande vakantiepark, de inbreiding binnen de terreingrens en de beperkte verblijfsduur wordt de akoestische kwaliteit acceptabel geacht.  De dichtstbijzijnde relevante hoogspanningslijn met een spanning van 150 kV ligt op meer dan 150 meter afstand van het plan. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen.  Voor veehouderijen kan op basis van de VNG-brochure een richtafstand van maximaal 200 meter worden gehanteerd. De meest nabijgelegen veehouderij ligt ten noorden van de A59 op circa 800 meter afstand van het plan. Gezien de inbreiding van het recreatiepark en de tussenliggende geurgevoelig objecten zal geen sprake zijn van een belemmering voor de bestaande veehouderijen. Conform de beleidsregel kan de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’.

Er gelden op basis van de geurverordening geen belemmeringen voor het plan.  Het plangebied ligt buiten de richtafstand van maximaal 200 meter die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. De advieswaarde van 30 EU/m³ zal niet worden overschreden, er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van endotoxinen.  Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.  In een straal van 50 meter van het plangebied vindt geen teelt of akkerbouw plaats. In het vigerend bestemmingsplan zijn geen spuitzones opgenomen. Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot drift geen belemmeringen bestaan voor het plan. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage geldt voor het plan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Ook op basis van de EEG-richtlijn worden belangrijke nadelige milieugevolgen op gevoelige gebieden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat het doorlopen van een m.e.r.-beoordelingsprocedure voor het plan niet aan de orde is.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 1 van 11

1

INLEIDING

Vakantiepark Zevenbergen is voornemens om binnen de terreingrens het aantal bungalows uit te breiden. In de beoogde situatie worden 12 nieuwe bungalows aan het bestaande aantal van 21 toegevoegd. In figuur 1.1 is een globale situering van de situering en de terreingrens van het vakantiepark weergegeven.

Figuur 1.1

Situering plangebied

© OpenStreetMap

Voor de ruimtelijke onderbouwing zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Ten behoeve van de benodigde bestemmingsplanwijziging is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meer inzicht in de luchtkwaliteitseffecten noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen en beoordelen van de luchtkwaliteit ten gevolge van het extra verkeer van en naar het vakantiepark. Tevens dient in de ruimtelijke onderbouwing aanvullend aandacht te worden besteed aan geluid, magnetische velden (hoogspanningslijnen), geurhinder, volksgezondheid en veehouderijen en drift van gewasbeschermingsmiddelen en tot slot een m.e.r.-(beoordelings)plichtig.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 2 van 11

2

LUCHTKWALITEIT

Besluit- en regeling niet in betekende mate bijdragen Sinds 15 november 2007 zijn bepalingen met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 titel 2 Wm). In titel 5.2 staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen. In het besluit NIBM staat vermeld dat een project NIBM is bij een toename van maximaal 3% van de grenswaarde (zijnde 1,2 µg/m³) voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project. Met de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën aangewezen die in elk geval NIBM bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht. Doordat het vakantiepark niet behoort tot een in de Regeling genoemde categorie, dient een toetsing aan het besluit plaats te vinden. Uitgangspunten Voor het vakantiepark is een nieuwe indeling voor de toekomstige situatie opgesteld. In bijlage 1 is de nieuwe situatie opgenomen. Met het plan wordt de realisatie van 12 nieuwe bungalows mogelijk gemaakt.

Aan de hand van de te realiseren bungalows binnen het vakantiepark kan de extra verkeersgeneratie van het plan worden bepaald. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Bernheze is conform de demografisch kencijfers van het CBS 1 aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘buitengebied’. In tabel 2.1 is de berekening van de verkeersgeneratie opgenomen. Tabel 2.1

Extra verkeersgeneratie nieuwe bungalows

functie verblijfsrecreatie:

bungalowpark

voorzien 12 bungalows

eenheid 1 bungalow

verkeersgeneratie totale per eenheid verkeersgeneratie min max min max 2,8 2,8 33,6 33,6

Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het plan 34 verkeersbewegingen per weekdag. Voor het plan is rekening gehouden met 2% vrachtverkeer.

1

Bron: CBS StatLine, Omgevingsadressendichtheid 2017.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 3 van 11

Niet in betekenende mate Met behulp van de NIBM-tool2 is het effect van de toekomstige verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt. In tabel2.1 zijn de invoergegevens en resultaten van de NIBM-tool opgenomen. Tabel 2.2

Verkeersgeneratie BMV

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit

Jaar van planrealisatie

2019

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

34

Aandeel vrachtverkeer

2.0%

NO2 in μg/m

3

0.03

PM10 in μg/m

3

0.01

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1.2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Uit de berekeningen blijkt dat extra verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De maximale bijdrages van 0.03 en 0.01 μg/m3 voor respectievelijk NO2 en PM10 voldoen ruim aan de NIBM grenswaarde van 1.2 μg/m3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het plan is niet noodzakelijk. Beoordeling goede ruimtelijke ordening Met behulp van de NSL-monitoringstool is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. In de volgende tabel zijn voor de jaren 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de concentraties weergegeven. Tabel 2.1 Resultaten jaren 2020 en 2030 langs de autosnelweg A59. stoffen 2020 2030 NO2 concentratie 20 µg/m³ 13 µg/m³ PM10 concentratie 20 µg/m³ 16 µg/m³ PM10 overschrijdingsdagen 7 dagen 6 dagen PM2,5 concentratie 12 µg/m³ 9 µg/m³

Op basis van de NSL-monitoringstool blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit.

2 bron: website InfoMil, versie 15-05-2018.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 4 van 11

3

GELUID

Bungalows binnen een vakantiepark zijn geen geluidgevoelige bestemmingen in het kader van de Wet geluidhinder. Desondanks dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de akoestische kwaliteit inzichtelijk te worden gemaakt. Maatgevend voor het akoestisch klimaat zijn de nabijgelegen rijkswegen A50 en A59. In figuur 3.1 is de meest actuele geluidskaart van Rijkswaterstaat voor peiljaar 2016 weergegeven.

Figuur 3.1

Geluidskaart rijkswegen

De geluidbelasting op de nieuw te realiseren bungalows op het terrein varieert van circa 55 tot 60 dB. De milieukwaliteit wordt conform methode Miedema als matig beoordeeld. Gezien de situering van het bestaande vakantiepark, de inbreiding binnen de terreingrens en de beperkte verblijfsduur wordt de akoestische kwaliteit acceptabel geacht.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 5 van 11

4

MAGNETISCHE VELDEN

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Hiervoor is beleid opgesteld. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom soms noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 μTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden3. Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen tot 15 jaar langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 0,4 μTesla. Met de realisatie van het plan zal geen sprake zijn van langdurig verblijf op het vakantiepark. Bungalows worden in het kader van magneetvelden van hoogspanningslijnen niet aangemerkt als gevoelige bestemmingen. De dichtstbijzijnde relevante hoogspanningslijn met een spanning van 150 kV ligt op meer dan 150 meter afstand van het plan. Voor de hoogspanningslijn wordt door het RIVM 4 een indicatieve zone van 2 x 60 meter gehanteerd. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen.

3 bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/functies/bovengrondse/beleid/ 4 http://geodata.rivm.nl/netkaart.html

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 6 van 11

5

GEURHINDER

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan het aspect geurhinder van belang zijn. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

Figuur 5.1

Situering veehouderijen

Voor veehouderijen kan op basis van de VNG-brochure een richtafstand van maximaal 200 meter worden gehanteerd. De meest nabijgelegen veehouderij ligt ten noorden van de A59 op circa 800 meter afstand van het plan. Gezien de inbreiding van het recreatiepark en de tussenliggende geurgevoelig objecten zal geen sprake zijn van een belemmering voor de bestaande veehouderijen. De gemeente Bernheze heeft op 12 december 2013 voor de gemeente een ‘Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013’ en een ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ vastgesteld. In de verordening zijn voor een aantal gebieden afwijkende geurnormen en afstandswaarden gedefinieerd. In figuur 5.2 is de situering van het plan en de vastgestelde gebieden met afwijkende geurnormen weergegeven.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 7 van 11

Figuur 5.2

Situering plan binnen vastgestelde gebieden

Het plan valt binnen gebied ‘Extensiveringsgebied rond kernen; natuur; woon-werk ontwikkelingsgebieden’. Voor dit gebied geldt een maximale waarde voor de voor- en achtergrondbelasting van respectievelijk 8 en 13 ouE/m³. De milieukwaliteit voor het plangebied is op basis van de GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002) tenminste gewaarborgd op matig en redelijk goed. Conform de beleidsregel kan de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’. Er gelden op basis van de geurverordening geen belemmeringen voor het plan.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 8 van 11

6

VOLKSGEZONDHEID

Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het endotoxine-toetsingskader5. Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader endotoxinen op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. De maximale fijnstofemissie ten gevolge van een veehouderij binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied bedraagt 986 kg/jaar. Ongeacht de diercategorie geldt een worstcase richtafstand van maximaal 200 meter.

De advieswaarde van 30 EU/m³ zal niet worden overschreden, er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van endotoxinen. Geiten- en pluimveehouderijen Uit het recente onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-3)6, uitgevoerd door het RIVM blijkt dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigd het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van de aanwezigheid van geiten- of pluimveehouderijen.

5 Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 1.0 6 Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III. Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014 – 2016.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 9 van 11

7

DRIFT GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN

Drift van gewasbeschermingsmiddelen (het verplaatsen van spuitvloeistof ten gevolge van luchtstromen) vindt plaats bij land- en tuinbouw. Voor de bescherming van gevoelige functies bestaat geen wettelijk kader, maar wordt een zogenaamde spuitzone van 50 meter rondom fruitteelt en akkerbouw gehanteerd. Afwijken van deze afstand is alleen mogelijk met een nadere motivatie en onderzoek. In een straal van 50 meter van het plangebied vindt geen teelt of akkerbouw plaats. In het vigerend bestemmingsplan zijn geen spuitzones opgenomen. Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot drift geen belemmeringen bestaan voor het plan.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 10 van 11

8

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

Besluit milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om negatieve milieueffecten van activiteiten bij plannen en besluiten af te wegen. De verplichting voor het opstellen van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Een activiteit kan volgens het Besluit m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn wanneer:  conform onderdeel C en D sprake is van een activiteit groter dan de drempelwaarden en waarbij het plan of besluit is opgenomen in respectievelijk kolom 3 en 4;  een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming van toepassing is;  deze zijn opgenomen in een provinciale verordening; Voor activiteiten waar geen sprake is van een overschrijding van drempelwaarden uit onderdeel D geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden gehanteerd om uit te sluiten dat er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. De eventuele beoordelingsplicht kan getoetst worden aan de hand van de criteria in bijlage III van de richtlijn. Voor activiteiten die niet zijn opgenomen in het besluit geldt geen m.e.r.(beoordelings)plicht. Beoordeling Met het plan worden 12 nieuwe bungalows mogelijk gemaakt. Een dergelijk plan is opgenomen in de bijlage bij het besluit, onderdeel D.

Activiteit D 10 specificeert een uitbreiding van vakantiedorpen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen en permanente kampeer- en caravanterreinen. De drempelwaarden voor deze activiteit zijn: 1. 250.000 bezoekers of meer per jaar, 2. een oppervlakte van 25 hectare of meer, 3. 100 ligplaatsen of meer of 4. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Het kleinschalige vakantiepark omvat in totaal circa 2,2 hectare. Het totale aantal bezoekers en bungalows alsmede het oppervlak zijn significant lager dan de gestelde drempelwaarden voor een m.e.r.beoordeling. Het plangebied is op een afstand van minimaal 8 kilometer gesitueerd van een krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebied gelegen. Op basis van de afstand en de beperkte uitbreiding worden significante negatieve effecten uitgesloten. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant7 zijn geen aanvullende m.e.r.-plichtige activiteiten opgenomen. Naast een beoordeling conform het Besluit dient de EEG-richtlijn in acht te worden genomen. Het plan ligt niet in of nabij een gevoelig gebied8. Een belangrijk nadelig milieugevolg kan gezien de kenmerken, de situering van het plan en de in de notitie opgenomen milieueffecten, worden uitgesloten.

Geconcludeerd wordt dat een m.e.r.-beoordeling voor het plan niet aan de orde is.

7 Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent de bescherming van het milieu (Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010). 8 Aangewezen gebieden die beschermd worden op basis van de natuur-, landschappelijke, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

RAPPORT 6391.007 versie D1

Pagina 11 van 11

Bijlage 1. Toekomstige situatie vakantiepark

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=ef3bae4f-ec56-4b2e-ad9b-e8b25205f712