Bijlage 3 - M.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Woningbouwontwikkeling Heuvelstraat 4 – 14, Nistelrode Mer-beoordeling Gemeente Bernheze
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
6 december 2024, projectnummer 230240.01 . .01
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
De mer-beoordeling
4
1.3
Leeswijzer
5
Kenmerken van het project
6
2.1
Inleiding
6
2.2
Beschrijving van het project
6
2.3
Omvang van het project
6
2.4
Overige kenmerken van het project
7
Plaats van het project
8
3.1
Inleiding
8
3.2
Het bestaande grondgebruik
8
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
8
Kenmerken van het potentiële effect
13
4.1
Inleiding
13
4.2
Natuur
14
4.3
Verkeer
17
4.4
Geluid
17
4.5
Luchtkwaliteit
18
Conclusie
19
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Heuvelstraat (4 t/m 14) te Nistelrode bestaat het voornemen om de bestaande woningen te amoveren en 18 nieuwe woningen in de vorm van een appartementencomplex te realiseren. Het besluitgebied kent een oppervlakte van circa 2.500 m2. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging en begrenzing van het besluitgebied weergegeven.
Globale ligging besluitgebied (in blauw) bron: openstreetmap
De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. Daarom wordt gebruikgemaakt van een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voorliggende ontwikkeling vormt een project dat in bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen. Het is volgens artikel 16.36 noodzakelijk te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Uit paragraaf 1.2 volgt dat het project uitsluitend voorziet in kaders voor activiteiten waarvoor geen drempelwaarden gelden. Vanwege het feit dat drempelwaarden ontbreken is een mer-beoordeling nodig en is voorliggend document opgesteld.
3
Ook dient op basis van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag. Het bevoegd gezag besluit of, vanwege de aanzienlijke effecten die het voorgenomen project mogelijk voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. In het kader van voorgaande is voorliggende mer-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een milieueffectrapport noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De mer-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: mer) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wetgeving rond de mer is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In het Omgevingsbesluit (Bijlage V) staat wanneer een mer of mer-beoordeling aan de orde is. Het project dat mogelijk wordt gemaakt en de omvang ervan zijn daarbij bepalend. Bij een mer-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat zo is, moet een milieueffectrapport (hierna: MER) worden opgesteld. In artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit zijn de onderdelen opgenomen die in de mer-beoordeling moeten worden beschreven: −
het project, met in ieder geval een beschrijving van: − de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; − de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn;
−
de mogelijke aanzienlijk milieueffecten van het project;
−
voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: − de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en − het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
Hierbij moet rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. Tot slot kan een beschrijving worden bijgevoegd van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden.
4
Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een MER nodig is. Het bevoegd gezag kan de mer-beoordelingsbeslissing tegelijk met het ontwerpbesluit voor het project nemen. Toetsing aan het Omgevingsbesluit Onderhavig project betreft de herontwikkeling van bestaande woonpercelen. Het gaat om een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (nummer J11). Voor dit project geldt een merbeoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een directe mer-plicht is voor projecten onder nummer J11 niet van toepassing. Doel mer-beoordeling Het doel van een mer-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van het voorgenomen project aan het bevoegd gezag. Er wordt in een mer-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van het project aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde mer-beoordeling.
Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een mer-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende procedure voor het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: −
kenmerken van het project;
−
de locatie van het project;
−
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en
−
het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen: er wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
5
2 Kenmerken van het project 2.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het project Het voornemen bestaat om de 3 aanwezige twee-onder-één kap woningen te slopen om plaats te maken voor een appartementencomplex met in totaal 18 appartementen in de sociale huur. Onderstaande figuur geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.
Bouwplan woningbouwontwikkeling (d.d. 10 oktober 2024 Cier architecten)
2.3
Omvang van het project De oppervlakte van het totale besluitgebied betreft circa 2.500 m2. Binnen het gebied is de realisatie van 18 woningen beoogd. Deze woningen zullen een gebruiksoppervlakte tussen 67 en 79 m2 hebben.
6
2.4 2.4.1.1
Overige kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het besluitgebied.
2.4.1.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het besluitgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het besluitgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.1.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). Deze aspecten zullen in het navolgende onderzocht worden.
2.4.1.4
Risico van ongevallen De beoogde ontwikkeling maakt geen risicovolle activiteiten mogelijk. De omgeving zal ten gevolge van de ontwikkeling dan ook geen risico ondervinden.
7
3 Plaats van het project 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het besluitgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het besluitgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Nistelrode. Het bestaande grondgebruik is bestemd voor woondoeleinden. Er zijn 3 twee-onder-éénkap met hun tuinen aanwezig. In het kader van dit project zullen deze woningen worden gesloopt.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
8
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van
In of in de directe nabijheid van het
Ramsar
besluitgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het besluitgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Omgevingswet
Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- of bosgebied.
Reservaten en natuurparken:
Nationale Land-
Het besluitgebied ligt niet in een Na-
−
Nationale Landschappen
schappen zijn be-
tionaal Landschap en/of Nationaal
−
Nationale Parken
noemd in de Nota
Park.
Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS). Speciale beschermingszones, door
−
Omgevingswet
In de omgeving van het besluitge-
de lidstaten aangewezen krachtens
−
Besluit activitei-
bied liggen Natura 2000-gebieden
Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn)
ten leefomge-
(zie verder onder 1).
en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatricht-
ving
lijn) Gebieden waarin de bij communau-
Europese milieu-
taire wetgeving vastgestelde nor-
richtlijnen (o.a. ka-
men inzake milieukwaliteit reeds
derrichtlijn Lucht-
worden overschreden
kwaliteit,
Het besluitgebied ligt niet in gebieden waar op basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.
kaderrichtlijn Water) Gebieden met hoge bevolkingsdicht-
Het besluitgebied is niet gelegen in
heid
een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van:
−
Besluit kwaliteit
−
historisch belang
−
cultureel belang
−
Omgevingsplan
−
archeologisch belang
−
Gemeentelijk
leefomgeving
Het besluitgebied ligt in een zone met archeologische (verwachtings)waarden (zie verder onder 2). Er zijn geen andere monumentale panden, historische bouwwerken of
landschapsont-
structuren met een cultuurhistori-
wikkelingsplan
sche waarde aanwezig.
1. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd
9
moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het besluitgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt het besluitgebied op circa 17 kilometer afstand van de Natura-2000-gebieden ‘Rijntakken’, en ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ zoals op navolgende afbeelding weergegeven.
Globale ligging van het besluitgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied (Bron: Natura 2000).
Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000-gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur. 2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het nietzichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Raadpleging van het bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ dat deel is geworden van het (tijdelijk) omgevingsplan wijst uit dat het besluitgebied grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische 3’ kent. Uit raadpleging van de regels blijkt dat bij een bodemingreep groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,4 meter een archeologisch onderzoek moet worden overlegd. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ruim 2.500 m2. Een deel van het projectgebied zal echter worden gebruikt als parkeerplaats, waar geen bodemverstoring zal plaatsvinden dieper dan 10
0,4 m beneden maaiveld. Het aspect ‘archeologie’ behoeft dan geen onderzoek. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom niet nader beschouwd. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verorde-
Het besluitgebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstructuur)
ning
uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) maar ligt wel nabij NNN (zie onder 3).
Gebied geschikt voor beschermde
−
Omgevingswet
Het besluitgebied is mogelijk ge-
soorten
−
Besluit activitei-
schikt voor beschermde soorten (zie
ten leefomge-
verder onder 4).
ving Weidevogelgebied en ganzenfoera-
Provinciale verorde-
Het besluitgebied ligt niet in een be-
geergebied
ning
schermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een stiltegebied.
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een bodembeschermingsgebied.
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een grondwaterbeschermingsgebied.
3. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het besluitgebied ligt niet binnen NNN (zie navolgende afbeelding). Wel bevindt het besluitgebied zich op ongeveer 500 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN.
11
Globale ligging van het besluitgebied (blauwe cirkel) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (rode vlakken) (Bron: Regels op de kaart).
Omdat het NNN in Gelderland (GNN) geen externe werking kent, zijn negatieve effecten op het NNN uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het besluitgebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
12
4 Kenmerken van het potentiële effect 4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat de beoogde ontwikkeling de realisatie van 18 appartementen (en het slopen van de bestaande woningen) voorziet. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het besluitgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. Er kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het besluitgebied aanwezig zijn. Ook liggen Natura 2000-gebieden in de nabijheid van het besluitgebied. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: −
Natuur: de ontwikkeling kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook wat betreft gebiedsbescherming (Natura 2000) zijn negatieve milieueffecten niet uit te sluiten. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve effecten op de natuurwaarden.
−
Verkeer: de nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid.
−
Geluid: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluid (door verkeer) op de omgeving.
−
Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen:
13
−
Archeologie: volgens het (tijdelijk) omgevingsplan zijn archeologische verwachtingswaarden in het besluitgebied aanwezig. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ruim 2.500 m2. Een deel van het projectgebied zal echter worden gebruikt als parkeerplaats, waar geen bodemverstoring zal plaatsvinden dieper dan 0,4 m beneden maaiveld. . De te realiseren woningen zullen naar verwachting niet leiden tot verstoring van de archeologische waarden.
−
bodem: de ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. De te realiseren woningen zullen naar verwachting niet leiden tot grondverontreiniging.
−
cultuurhistorie: er zijn geen cultuurhistorische waarden binnen besluitgebied aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot verlies van cultuurhistorische waarden. Derhalve wordt geen negatieve milieueffecten op dit aspect verwacht.
−
omgevingsveiligheid: de beoogde functies in de ontwikkeling leiden niet tot omgevingsveiligheidseffecten.
−
geurhinder: de beoogde functies in de ontwikkeling leiden niet tot geurhinder.
−
Water: door de ontwikkeling zal de hoeveelheid verhard oppervlak min of meer gelijk zijn aan de bestaande situatie. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten.
De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het programma.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het besluitgebied bevindt zich in het centrum van Nistelrode. Er zijn aldaar 6 bestaande twee-onder-een-kap met tuinen. Deze worden gesloopt. In de omgeving liggen voornamelijk woningen en detailhandel.
4.2.1
Effecten ontwikkeling Naar aanleiding van het opgestelde ecologisch werkprotocol 1 valt af te leiden dat een voorafgaand traject heeft plaatsgevonden met betrekking tot de beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het besluitgebied. Navolgend worden de conclusies van het ecologische werkprotocol uiteengezet.
1
BRO (2024) Ecologisch werkprotocol Energetische renovatie Mooiland woningencomplex 3402 te Nistelrode Projectnummer: P06913 d.d. 28 februari 2024
14
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Er liggen Nederlandse Natura 2000-gebieden in de buurt van het besluitgebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het besluitgebied niet uit te sluiten. Daarom is een onderzoek stikstofdepositie2 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen van de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Er zijn dus geen significant nadelige effecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Beschermde soorten Het ecologische werkprotocol is opgezet in verband met de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in de woningen op de plaats van het besluitgebied. Uit de verkennende fase (quickscan) bleek dat de gebouwen potentiele verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen bevat. Hierop volgend is in het seizoen van 2021 protocollair huismus-, gierzwaluw- en vleermuisonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de te slopen woningen in totaal 1 zomerverblijfplaats en 2 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
Om de werkzaamheden mogelijk te maken is bij de provincie Noord-Brabant ontheffing aangevraagd op artikel 3.5, tweede en vierde lid, voor respectievelijk het opzettelijk verstoren van, en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze ontheffing, met kenmerk Z/212485-373696, is verleend per 5 februari 2024. Het ecologisch werkprotocol vormt een verdere uitwerking van de voorschriften welke genoemd zijn in de ontheffing. Er dienen in totaal 12 maatregelen voorafgaand, tijdens en na afloop van de werkzaamheden te worden getroffen. De maatregelen worden hiernavolgend beknopt gepresenteerd.
2
SAB (2024). Onderzoek stikstofdepositie, Nistelrode Heuvelstraat 4 - 14, Projectnummer: 230240.01, d.d. 14 november 2024
15
Maatregelen te nemen ter bescherming van de gewone dwergvleermuis. Bron: ecologisch werkprotocol
Ervan uitgaande dat de benodigde maatregelen worden getroffen, zal er ten hoogste sprake zijn van een beperkt negatief effect. Op basis van voorgaande worden significant negatieve milieueffecten op het gebied van natuur in ieder geval uitgesloten.
16
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie In de huidige situatie zijn er 6 woningen in het besluitgebied en daardoor een beperkte bijdrage qua verkeersbewegingen op het omliggende wegennet.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Aan de hand van CROW, Parkeerkencijfers 2024, d.d. augustus 2024, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2024) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Bernheze wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘schil centrum’. Navolgende tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk
aantal
kencijfer
per
verkeersgeneratie gemiddeld
Appartementen (huur > 75 < 100 m2 bvo)
18
3,4
woning
61,2
totaal afgerond
18
70
Deze geringe toename behoeft geen aanpassing van het wegennet. Er is geen sprake van nadelige milieueffecten.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een relatief hoger geluidsniveau van omringende wegen.
4.4.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van 18 woningen zorgt voor de aantrekking van meer verkeer dan de huidige situatie waar op de plaats van de ontwikkellocatie 6 woningen aanwezig zijn. Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Echter zijn 70 verkeersbewegingen (exclusief verschil met verkeersbijdrage bestaande situatie) verwaarloosbaar in het centrumgebied van Nistelrode en deze kunnen nooit een bijdrage van meer 40% opleveren op de omliggende weggen. Van geluidhinder of nadelige milieueffecten ten aanzien van geluid is er geen sprake.
17
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM 10) en zeer fijnstof (PM2.5) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen zoals benoemd in de Omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit (§ 2.2.1.1 Bkl). Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk
Achtergrondconcentratie (2022)
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2)
13 µg/m3
40 µg/m3
fijnstof (PM10)
18 µg/m3
40 µg/m3
zeer fijnstof (PM2.5)
10 µg/m3
25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
4.5.2
Effecten ontwikkeling De categorie woningbouw is opgenomen in artikel 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van de standaardgevallen ‘niet in betekenende mate’. De NIBMgrens voor woningbouwlocaties (artikel 5.54b) is ≤ 3.000 (netto) woningen met één ontsluitingsweg. De voorgenomen ontwikkeling zal de NIBM-grens uit het Bkl niet overschrijden en derhalve niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Met behulp van de Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is beoordeeld of er ter hoogte van het besluitgebied sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. Daaruit volgt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van de te realiseren woningen wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit de EU. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat wat betreft luchtkwaliteit geen sprake is van een negatief milieueffect.
18
5 Conclusie In voorliggende notitie is beoordeeld of als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Heuvelstraat te Nistelrode nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect
Beoordeling milieueffecten
Natuur (gebiedsbescherming)
Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof worden uitgesloten. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake.
Natuur (soortenbescherming)
Uit de verkennende fase (quickscan) bleek dat de gebouwen potentiele verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen bevat. Hierop volgend is in het seizoen van 2021 protocollair huismus-, gierzwaluw- en vleermuisonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de te slopen woningen in totaal 1 zomerverblijfplaats en 2 paarverblijf-plaatsen van de gewone dwergvleermuis. Om de werkzaamheden mogelijk te maken is bij de provincie Noord-Brabant ontheffing aangevraagd op artikel 3.5, tweede en vierde lid, voor respectievelijk het opzettelijk verstoren van, en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Deze ontheffing, met kenmerk Z/212485-373696, is verleend per 5 februari 2024. Het opgestelde ecologisch werkprotocol vormt een verdere uitwerking van de voorschriften welke genoemd zijn in de ontheffing. Ervan uitgaande dat de benodigde maatregelen worden getroffen, zal er ten hoogste sprake zijn van een beperkt negatief effect. Op basis van voorgaande worden significant negatieve milieueffecten op het gebied van natuur in ieder geval uitgesloten.
Verkeer
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking die heel beperkt toeneemt. Er is geen nadelig milieueffect te verwachten.
Geluid
Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. De toename van het verkeer blijft echter ruim onder de 40% waardoor geen sprake zal zijn van een merkbare geluidstoename bij de omliggende woningen. Er wordt geen belangrijk negatief milieueffect verwacht.
Luchtkwaliteit
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
19
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig.
20
21