bijlage 3, Geuronderzoek
Tekst van het document
Geuronderzoek Agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Auteur: drs. E.M. Korevaar Datum: 8 januari 2015 Status: Rapportage
EW Milieu-advies Dorstige Hartsteeg 5a 3512 NV Utrecht
mob. 06 20847756 info@ewmilieu-advies.nl www.ewmilieu-advies.nl
kvk-nr. 30198620
2
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING .......................................................................................................................................................4
2.
WETTELIJK KADER .......................................................................................................................................6
3.
ONDERZOEK EN RESULTATEN ..................................................................................................................10
4.
CONCLUSIES ................................................................................................................................................14
BIJLAGE 1: NORMEN WGV ................................................................................................................................15 BIJLAGE 2: VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN OMGEVING PLANLOCATIE ........................................16 BIJLAGE 3: UITKOMSTEN V-STACKS BEREKENINGEN .................................................................................17
3
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
1. Inleiding Ten behoeve van een ruimtelijke onderbouwing voor een agrarisch kinderdagverblijf aan ’t Broek 8 te Nistelrode dienen verschillende milieuaspecten te worden beoordeeld. Omdat de locatie in een agrarische omgeving is gelegen en als een geurgevoelig object beschouwd dient te worden is nader onderzoek naar het aspect geur noodzakelijk. Concreet betreft het hier een ruimtelijke onderbouwing voor een functiewijziging waarbij in een bestaande stal een kinderdagverblijf mogelijk wordt gemaakt en tevens een overkapping aan de voorzijde wordt gerealiseerd. Deze bevindt zich buiten het huidige bouwblok. In onderstaande figuren is de ligging van de locatie weergegeven:
Figuur 1.1 Ligging locatie ’t Broek 8 te Nistelrode
Het kinderdagverblijf blijft onderdeel vormen van het bestaande agrarische bedrijf en krijgt geen afzonderlijke bestemming. De locatie van het agrarisch kinderdagverblijf is weergegeven in de navolgende figuur:
4
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Figuur 1.2 Ligging agrarisch kinderdagverblijf
In het geuronderzoek zal antwoord gegeven worden op de volgende 2 vragen: Is er sprake van een aanvaardbaar leefklimaat, passend bij een functie van een agrarisch kinderdagverblijf? Worden de belangen van omliggende bedrijven niet onevenredig geschaad door de realisatie van een kinderdagverblijf op deze locatie.
5
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
2. Wettelijk kader Wet geurhinder en veehouderij Sinds 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van kracht. In deze wet zijn normen opgenomen ter beoordeling van vergunningen krachtens de Wet milieubeheer voor veehouderijen, voor zover het betreft geurhinder vanwege tot die veehouderijen behorende dierverblijven. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: Tabel 2.1 Geurnormen Wgv 3
Geurgevoelig object gelegen in:
Max. toegestane geurbelasting (ouE/m )
concentratiegebied binnen bebouwde
3,0
concentratiegebied buiten bebouwde kom
14,0
niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom
2,0
niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
8,0
De gemeente Bernheze, waarbinnen de locatie ligt, behoort tot het concentratiegebied zuid. In afwijking van de bovenstaande normen gelden op grond van de Wgv voor de volgende geurgevoelige objecten zogenaamde afstandsnormen, zoals opgenomen in tabel 2.2: bedrijfswoningen en andere geurgevoelige objecten behorend bij een andere veehouderij (artikel 3 lid 2 Wgv); voormalige agrarische bedrijfswoningen en andere geurgevoelige objecten die na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij (artikel 3 lid 2 Wgv); ruimte-voor-ruimte woningen die na 19 maart 2000 zijn gebouwd (artikel 14 lid 2 en 3 Wgv). Tabel 2.2 Afstandsnormen Wgv voor specifieke geurgevoelige objecten en voor stallen met dieren zonder een geuremissiefactor Geurgevoelig object gelegen in:
Max. toegestane afstand (m) tussen emissiepunt en buitenzijde geurgevoelig object
binnen bebouwde kom
100
buiten bebouwde kom
50
Ook voor stallen met dieren zonder geuremissiefactor gelden de in tabel 2.2 opgenomen afstandsnormen tot geurgevoelige objecten. In bijlage 1 zijn de verschillende normen samengevat. Los van de hiervoor genoemde normen geldt in alle gevallen, zowel voor dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde 1 van een geurgevoelig object van derden (art. 5 lid 1) . Deze afstanden zijn weergegeven in tabel 2.3. Tabel 2.3 Algemene afstandsnormen Wgv voor geurgevoelige objecten ten opzichte van de stal Geurgevoelig object gelegen in:
Max. toegestane afstand (m) tussen buitenzijde stal en buitenzijde geurgevoelig object
binnen bebouwde kom
50
buiten bebouwde kom
25
1
Met uitzondering van ruimte-voor-ruimte woningen zoals bedoeld in artikel 14. Betreffende afstandsnormen gelden alleen t.o.v. geurgevoelige objecten niet behorende bij de eigen inrichting.
6
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Op grond van artikel 6 van de Wgv hebben gemeenten de bevoegdheid om binnen gestelde marges per verordening afwijkende geurnormen op te stellen. Deze afwijkende geurnormen dienen gemotiveerd te worden aan de hand van een gebiedsvisie. De gemeente Bernheze heeft een geurverordening vastgesteld. Ook is een beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder in 2013 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld.
Activiteitenbesluit (BARIM) Met de wijziging van het activiteitenbesluit per 1 januari 2013 zijn ook veel agrarische bedrijven onder dit besluit komen te vallen. Tevens is het Besluit Landbouw komen te vervallen. De hiervoor besproken normen met betrekking tot geur van landbouwhuisdieren zijn tevens opgenomen in het activiteitenbesluit (art 3.115 t/m 3.119).
Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 Op 19 december 2013 is de Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 in werking getreden. In deze verordening zijn zowel afwijkende geurconcentratienormen als afwijkende geurafstandsnormen opgenomen. Voor de toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten ten behoeve van vergunningverlening zijn de volgende normen vastgesteld: Tabel 2.4 Geurconcentratienormen Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013 3
Gebied
Norm in ouE/m 98 percentiel
Bestaande woongebieden in de bebouwde kom
3
Bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom Extensiveringsgebieden rond kernen Extensiveringsgebieden natuur Woon-werk ontwikkelingsgebieden
8
Overige gebieden
10
De planlocatie is gelegen in het gebied ‘overige gebieden’, zoals blijkt uit de bij de verordening behorende kaart:
Figuur 2.1 Indeling gebieden geurconcentratienormen Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013
Voor bepaalde gebieden zijn tevens afwijkende (verkleinde) geurafstandsnormen opgenomen voor 7
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
veehouderijen met dieren zonder geuremissiefactor, zoals geformuleerd in art. 4.1 van de Wgv.
Geurgevoelige objecten In artikel 1 van de Wgv is het begrip ‘geurgevoelig object’ gedefinieerd: “Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt”. Daarbij geldt de een dergelijk gebouw op grond van het bestemmingsplan of vergelijkbare besluiten mag worden gebruikt voor 2 menselijk wonen of verblijf . Geurgevoelige objecten betreffen dus niet alleen woningen, maar ook andere gebouwen geschikt voor wonen en verblijf. Voorwaarde is wel dat deze permanent of op een vergelijkbare wijze worden gebruikt. Voorbeelden van geurgevoelige objecten, anders dan een woning, zijn bijvoorbeeld kantoorgebouwen, bedrijfsgebouwen (onder voorwaarden), woonwagens met vaste standplaats, woonboten met vaste ligplaats, pensions en recreatiewoningen. Een agrarisch kinderdagverblijf dient derhalve beoordeeld te worden als een geurgevoelig object.
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat De Raad van State heeft bij uitspraak van 7 oktober 2009, zaak nr. 200900801/1/R3, overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Evenmin kan indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, er zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Normen uit de Wgv of normen die bij verordening zijn gesteld, kunnen daarom niet één op één worden vertaald ten behoeve van de beoordeling of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze Tezamen met de vaststelling van de verordening geurhinder en veehouderij, die bedoeld is voor vergunningverlening aan veehouderijen is door de gemeenteraad ook de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze’ vastgesteld. Deze regeling is ook op 19 december 2013 in werking getreden. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen worden, als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen, navolgende waarden gehanteerd als toetswaarden. Deze waarden zijn uitgedrukt in Europese odour units 3 (ouE/m ).
2
De exacte bepaling in art. 1 Wgv luidt: (…) waarbij onder «gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf»
wordt verstaan: gebouw dat op grond van het bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet daaronder mede begrepen, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van die wet, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf;
8
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
3
Tabel 2.5 Toetswaarde ter beoordeling aanvaardbaar woon- en leefklimaat gemeente Bernheze (in ouE/m ) Bebouwde kom Woonkernen, Nieuwe woongebieden
Bedrijventerreinen Buitengebied
Voldoende
0 - 13
0 - 20
Onvoldoende
13 of meer
20 of meer
Als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ dan zijn er vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Is de achtergrondbelasting geclassificeerd als ‘onvoldoende’ dan is er in beginsel geen sprake van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’. Indien, met uitzondering van de toetswaarde in deze beleidsregel, de beoordeling van de overige milieu- en planologische aspecten wel positief uitvalt, kan overwogen worden om gemotiveerd van deze toetswaarde af te wijken. Bijvoorbeeld omdat er concreet zicht is op een verbetering van de achtergrondbelasting of er vanwege het gebruik weinig hinder te verwachten is of acceptabel wordt geacht. Een nadere motivering en besluitvorming is dan wel nodig.
Voor- en achtergrondbelasting Onder de achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting als gevolg van de veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object of objecten. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van díe veehouderij (de dominante veehouderij) welke de meeste geur bij het geurgevoelig object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtbij het geurgevoelig object is gelegen. De veehouderij die de voorgrondbelasting veroorzaakt, wordt ook meegenomen bij het berekenen van de achtergrondbelasting. Het onderscheid tussen de voor- en achtergrondbelasting is noodzakelijk, omdat uit onderzoek is gebleken dat de geurhinder als gevolg van de geurbelasting van één veehouderij anders is dan als gevolg van de totale geurbelasting van meerdere veehouderijen, de achtergrondbelasting. Wanneer bijvoorbeeld één veehouderij een geurbelasting van 10 3
ouE/m op een geurgevoelig object veroorzaakt, leidt dat tot meer hinder dan indien drie veehouderijen gezamenlijk 10 3
ouE/m veroorzaken. Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Op grond hiervan zijn twee situaties te onderscheiden: 1.
Bedraagt de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de hinder.
2. Als de voorgrondbelasting meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting, dan zal de voorgrondbelasting altijd tot het hoogste geurhinderpercentage leiden.
9
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
3. Onderzoek en Resultaten Belangen omliggende veehouderijen Zoals in hoofdstuk 2 is geconcludeerd dient een agrarisch kinderdagverblijf beschouwd te worden als een geurgevoelig object. Zolang het geurgevoelige object deel uitmaakt van de eigen inrichting (veehouderij), heeft dat geen gevolgen voor de eigen bedrijvigheid. Wel kan zo’n geurgevoelig object gevolgen hebben voor een naburige agrarisch bedrijven. Omdat het agrarisch kinderdagverblijf onderdeel zal uitmaken van een veehouderij geldt, op grond van art. 3.2 van de Wgv, alleen een afstandsnorm ten opzichte van omliggende veehouderijen. Deze afstandsnorm is 50 meter. Binnen deze afstand bevinden zich geen veehouderijen, zoals blijkt uit de onderstaande figuur (uitsnede ruimtelijkeplannen.nl), zie ook bijlage 2. Ook is binnen het geldende bestemmingsplan is geen oprichting van een nieuw of uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf mogelijk binnen deze afstand. Het agrarisch kinderdagverblijf zal dan ook de belangen van omliggende veehouderijen niet onevenredig schaden.
Figuur 3.1 Aan te houden afstandsnorm (oranje) agrarisch kinderdagverblijf - omliggende veehouderijen (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Binnen het bouwblok was tot voor kort sprake van een tweede bedrijfswoning (’t Broek 10). Bij besluit van 18 september 2014 hebben burgemeester en wethouders van Bernheze voor deze bedrijfswoning een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk. Tevens is er binnen het bouwblok slechts sprake van één agrarische inrichting (’t Broek 8). Op grond van het vigerende bestemmingsplan is oprichting van een tweede agrarisch bedrijf binnen het bouwblok niet toegestaan. Belangen van de eigenaren van ’t Broek 10 worden met de realisatie van het kinderdagverblijf dan ook niet geschaad, voor wat betreft het aspect geur.
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat 3
In de gebiedsvisie geurhinder en veehouderij behorende bij de in 2013 vastgestelde geurverordening en beleidsregel RO geurhinder en veehouderij, zijn de achtergrond- en voorgrondbelasting en de daarbij behorende kwalificaties ten aanzien van het woon- en leefklimaat in beeld gebracht. Deze afbeeldingen zijn 3
Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij 2013 gemeente Bernheze, Arcadis, 5 november 2013
10
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
gebaseerd op de vergunningen zoals deze t/m 2012 zijn afgegeven. In de navolgende afbeelding zijn de uitsneden weergegeven voor wat betreft de planlocatie en omgeving.
Figuur 3.2 Beoordeling woon- en leefklimaat op basis van voor- en achtergrondbelasting (links) en achtergrond belasting (rechts). Bron: Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij 2013, 5 november 2013
Op grond van deze figuur kan afgeleid worden dat de er sprake is van een redelijk goed woon en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie. Op grond van de classificatietabel 2.4 uit de gebiedsvisie (zie onderstaande figuur) 3 kan de achtergrondbelasting op deze locatie worden afgeleid. Deze bedraagt 10-15 ouE/m . Op grond van de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze kan worden geconcludeerd dat deze 3 achtergrondbelasting voor ontwikkelingen in het buitengebied aanvaardbaar kan worden geacht (< 20 ouE/m ).
Figuur 3.3 Classificatietabel achtergrondbelasting Bron: Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij 2013, 5 november 2013
11
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Actualisatie gegevens Omdat de afbeeldingen uit figuur 3.2 zijn gebaseerd op vergunningen die t/m 2012 zijn verleend is nagegaan of er sinds 2013 nog relevante uitbreidingen zijn vergund die gevolgen kunnen hebben voor de voor- of achtergrondbelasting. Hiertoe is de vergunningenstatus van bedrijven in een straal van 1 km rondom het plangebied geïnventariseerd (d.d. 7 januari 2014) op basis van de informatie die in het Web-bvb van de provincie Brabant is opgenomen (http://atlas.brabant.nl/webbvb/?ext=), zie onderstaande figuur. Daarbij is de inventarisatie beperkt tot bedrijven met een omvang van 70 NGE of meer.
Figuur 3.4 Betrokken bedrijven inventarisatie vergunningenstatus veehouderijen rondom planlocatie
Uit de inventarisatie is gebleken dat er voor een tweetal bedrijven na 1 jan. 2013 nieuwe vergunningen zijn verleend. Met behulp van V-stacks vergunningen is (indicatief) nagegaan wat de bijdrage van deze uitbreiding is aan de achtergrondbelasting. Daarbij is gebruik gemaakt van de inputgegevens zoals deze zijn vermeld in het Web-bvb (emissiegegevens) en de emissieparameters uit de Aagro-Stacks berekeningen uit de bijlagen van de 4 Nbw beschikkingen voor deze de uitbreidingen . De betreffende gegevens en de uitkomsten staan vermeld in de navolgende tabel 3.1. Een nadere verantwoording van de berekeningen is opgenomen in bijlage 3. Uit deze inventarisatie blijkt dat ten gevolge van verleende vergunningen sinds 1-1-2013 de 3 achtergrondbelasting met ongeveer 0,3 ouE/m is toegenomen. De in de gebiedsvisie berekende 3 achtergrondbelasting voor de planlocatie bedroeg 10-15 ouE/m . De berekende toename van de 3 achtergrondbelasting met 0,3 ouE/m is dusdanig beperkt dat dit geen gevolgen heeft voor de hiervoor getrokken conclusies omtrent het aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zal binnen de aanvaardbare grens van 3 20 ouE/m blijven liggen.
4
Venhofstraat 4, Heesch: http://www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=42313 Groldenseweg 15, Heesch: www.brabant.nl/vergunningbijlage.axd?id=11044
12
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Tabel 3.1 Toename geurbelasting t.g.v. uitbreiding veehouderijen na 1 jan. 2013 Verleende
datum
afstand tot
vergunningen
beschikking
planlocatie
geuremissie oud
geuremissie
geuremissie
toename
nieuw
uitbreiding
geurbelasting
na 1-1-2013
t.h.v. planlocatie in ouE/s
Groldenseweg
in ouE/m
18-01-13
650 m
94780,10
99618,90
4838,8
0,2
23-04-2013
900 m
31609,6
34920,64
3311,04
0,1
3
15 Heesch Venhofstraat 4 , Heesch
13
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
4. Conclusies Onderzoek is gedaan naar het aspect geur ten behoeve van een ruimtelijke onderbouwing voor een agrarische kinderdagverblijf aan ’t Broek 8 te Nistelrode. Uit het onderzoek is gebleken dat realisatie van een agrarisch kinderdagverblijf de belangen van omliggende veehouderijen niet onevenredig schaadt, voor wat betreft het aspect geur. Omdat er sprake is van een geurgevoelig object behorend bij een veehouderij gelden er zgn. afstandsnormen en wordt aan de vereiste afstanden tot andere veehouderijen ruimschoots voldaan. Ook de belangen van het naastgelegen perceel ’t Broek 10 worden niet onevenredig geschaad, voor wat betreft het aspect geur. Zowel op grond van de voor- als achtergrondbelasting kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. Op grond van de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze’ wordt het woon- en leefklimaat ‘voldoende’ geacht voor de gewenste bestemming. Het aspect geur staat het bestemmen van een agrarisch kinderdagverblijf als onderdeel van de veehouderij ter plaatse dan ook niet in de weg.
14
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Bijlage 1: Normen Wgv
Bron: Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, Infomil, 6 maart 2007.
15
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Bijlage 2: Vigerende bestemmingsplannen omgeving planlocatie
16
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Bijlage 3: Uitkomsten V-stacks berekeningen
17
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Gegenereerd op: 7-01-2015 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V. Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 7-01-2015 11:57:47 Rekentijd: 0:00:02 Naam van het bedrijf: Groldenseweg 15 Heesch uitbreiding Berekende ruwheid: 0,10 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
uibr
164 329
413 379
5,0
4,0
0,50
4,00
4 839
Geur gevoelige locaties: Volgnummer 2
GGLID 't Broek 8
Xcoordinaat 164 735
Ycoordinaat 412 750
Geurnorm 8,0
Geurbelasting 0,2
18
Geuronderzoek agrarisch kinderdagverblijf ’t Broek 8 Nistelrode
Gegenereerd op: 7-01-2015 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V. Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 7-01-2015 11:59:06 Rekentijd: 0:00:01 Naam van het bedrijf: Venhofstr 4 Heesch uitbreiding Berekende ruwheid: 0,10 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
uitbr totaal
163 857
412 327
4,0
3,0
0,50
4,00
3 311
Geurnorm 8,0
Geurbelasting 0,1
Geur gevoelige locaties: Volgnummer 2
GGLID 't Broek 8
Xcoordinaat 164 735
Ycoordinaat 412 750
19