Bijlage_3__Consultatieversie_beleidskader_Wmo_BNO-O_24-28
Tekst van het document
Consultatieversie Januari 2023
Beleidskader Wmo BNO-O 2024-2028
1
Consultatieversie Januari 2023
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen en risico’s 3. Regionale beleidsvisie Wmo 4. Regionale uitvoering Wmo 4.1. Contracteren van zorgaanbieders 4.2. Inkopen van ondersteuning 4.3. Monitoring 4.4. Toezicht 5. Integrale regionale samenwerking 5.1. Jeugd 16-27 jaar 5.2. Arbeidsmarkt 5.3. Huiselijk geweld en kindermishandeling 6. Lokaal Wmo beleid
2
Consultatieversie Januari 2023
1. Inleiding Aanleiding Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Dankzij deze ondersteuning kunnen onze inwoners zo lang mogelijk, fijn en veilig thuis blijven wonen. De ondersteuning kan in verschillende vormen geboden worden: ondersteuning in de wijk, algemene voorzieningen en Wmo-maatwerk. Dit beleidskader gaat met name over Wmo-maatwerk en op welke manier we regionaal gezamenlijk inkopen. Maatwerk leveren betekent dat iedere persoon passende ondersteuning krijgt. Daarbij is het belangrijk dat de kwaliteit van geleverde ondersteuning goed is. Voor ons allemaal geldt dat we het liefst zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen en meedoen in de samenleving. Als dat niet (meer) lukt, dan is dat ingrijpend voor degene die dit overkomt. Het is belangrijk om ons daar bewust van te zijn. Het is niet voor iedereen even makkelijk om hulp te vragen. Een deel van onze inwoners probeert zichzelf vrij lang op verschillende manieren en met hulp uit hun eigen omgeving te redden, terwijl andere inwoners de weg naar de gemeente eenvoudig weten te vinden.
Waar we ons bij de eerste groep soms zorgen maken of de stap naar ondersteuning vragen te groot is en hun mantelzorgers overbelast dreigen te raken, zouden we van de tweede groep willen vragen om eerst in de eigen omgeving naar oplossingen te zoeken voordat zij een beroep doen op ondersteuning vanuit de gemeente. Door de vergrijzing neemt het aantal inwoners die een ondersteuningsvraag hebben steeds verder toe, tegelijkertijd merken we steeds vaker dat de beschikbaarheid van die ondersteuning beperkt wordt door de steeds verder toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Nog sterker dan in voorgaande jaren hebben we de kracht van de samenleving nodig om het samen te kunnen blijven redden. Wet maatschappelijke ondersteuning De Wmo geeft gemeenten de opdracht om hun inwoners te helpen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Het gaat om inwoners vanaf 18 jaar, mensen met lichamelijke beperkingen, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychische problemen. In de Wmo staat dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt over het gemeentelijke beleid voor maatschappelijke ondersteuning. Dit plan maken we regionaal. De regionale samenwerking die hierbij hoort leggen we net als in de afgelopen periode vast via een centrumregeling. Ons huidige plan en onze huidige centrumregeling loopt op 1 januari 2024 af.
We hebben begin 2022 de regionale samenwerking geëvalueerd. De zorgaanbieders en gemeenten zijn positief over de samenwerking en over de manier waarop centrumgemeente Oss haar rol uitvoert. Daarom zetten we de regionale samenwerking BNO-O in de periode 2024-2028 voort.
3
Consultatieversie Januari 2023
Aandachtspunten Wmo-beleid 2024-2028: In het voorliggende regionale beleidskader Wmo staan onze kaders voor het sturen op en inkopen van de Wmo-ondersteuning. Doordat de samenleving voortdurend in ontwikkeling is, hebben we beleidskaders nodig die richtinggevend zijn in het continue proces om te anticiperen en reageren op veranderingen in de samenleving. In dit beleidskader beschrijven we de aandachtspunten, mede voortkomend uit onze evaluatie, waar we ons in de komende vijf jaar op gaan richten: -
De maatschappelijke ontwikkelingen vragen om voortdurende aandacht voor innovatie en transformatie van de zorg.
-
Vanuit onze regionale inkoop en contractmanagement hebben we aandacht voor de kwaliteit van de zorg, stimuleren het initiatief en innovatie vanuit zorgaanbieders en zoeken naar manieren om administratieve lasten voor zorgaanbieders en gemeenten zo laag mogelijk te houden.
-
Vanuit onze regionale monitoring volgen we het gebruik en de kosten van de ondersteuning én de ervaringen van onze cliënten.
-
Vanuit ons regionaal uitgevoerde toezicht controleren we de uitvoering en kwaliteit van de Wmoondersteuning.
-
We maken regionaal beleid op hoofdlijnen dat ondersteunend is aan de ‘algemene’ Wmo- taken enontwikkelingen die vooral op lokaal niveau uitgevoerd moeten worden. Waar nodig zoeken we niet alleen lokaal maar ook regionaal naar integrale verbanden.
Samenhangende notities Het voorliggende beleidskader Wmo maakt deel uit van 4 met elkaar samenhangende regionale Wmo-kaders: -
De Centrumregeling Wmo regio BNO-O 2024-2028: Hierin staan de samenwerkingsafspraken over de regionale samenwerking, inkoop en contractering, monitoring en toezicht Wmo BNO-O voor de periode 2024-2028.
-
Dit Beleidskader Wmo regio BNO-O 2024-2028 met daarin de aandachtspunten voor het Wmo-beleid voor onze regio
-
Het Koersdocument Inwoners met een psychische kwetsbaarheid 2024-2028. De opgaven voor deze doelgroep zijn, vanwege landelijke ontwikkelingen en de complexiteit van deze doelgroep, erg omvangrijk. Daarom beschrijven we deze beleidskaders in een aparte beleidsnotitie.
-
Het Inkoopplan Wmo BNO-O 2024-2025: Hierin staat voor een periode van respectievelijk twee en drie jaar onder welke voorwaarden de inkoop en contractering gebeurt. We maken eerst het inkoopplan Wmo voor 2024-2025. In 2025 maken we het Inkoopplan Wmo BNO-O voor de periode 2026-2028.
4
Consultatieversie Januari 2023
2. Ontwikkelingen en risico’s Het sociaal domein is altijd in beweging. Belangrijke ontwikkelingen en risico’s voor de komende jaren zijn: Vergrijzing Door dubbele vergrijzing (steeds meer mensen worden oud en oude mensen worden steeds ouder) neemt de groep ouderen in omvang toe. De vraag naar maatschappelijke ondersteuning neemt toe en ook het beroep op mantelzorgers en vrijwilligers stijgt. Daarbij is een extra risico dat, met het toenemen van de vergrijzing, de groep mantelzorgers afneemt. Krapte arbeidsmarkt/Schaarste zorgpersoneel Voor het bieden van Wmo-ondersteuning zijn er voldoende professionals nodig. De personeelstekorten binnen de zorg zijn algemeen bekend. In relatie tot de toenemende vergrijzing is dit een belangrijk risico voor de beschikbaarheid van voldoende Wmo-ondersteuning. Ambulantisering van zorg Inwoners krijgen steeds vaker thuis zorg vanuit de zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. Ook duurt het langer voordat inwoners overgaan van Wmo-ondersteuning naar de Wet langdurige zorg . Wachttijden bij de tweedelijns zorg, leiden tot een grotere vraag naar Wmo-ondersteuning waar die eigenlijk niet meer toereikend is. Andersom is er een uitstroom gaande in de GGZ, beschermd wonen en ziekenhuizen. De vragen voor Wmo-ondersteuning nemen daardoor toe en de periode waarvoor de ondersteuning nodig wordt langer.
Door deze ontwikkelingen wordt de ondersteuning in de thuissituatie zwaarder en neemt de complexiteit van situaties toe. Wmo is een open-einderegeling De Wmo is een open-einderegeling: een inwoner die ondersteuning nodig heeft moet die altijd krijgen, ook als het beschikbare budget op is. Alle regiogemeenten zien vanaf de introductie van het abonnementstarief (2020) een forse stijging van volumes en kosten, mede als gevolg van de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Het stelt gemeenten voor lastige keuzes om voorzieningen betaalbaar en beschikbaar te houden voor diegenen die het echt nodig hebben. In het regeerakkoord is de intentie uitgesproken om vanaf 2025 tot een rechtvaardiger systeem van eigen bijdrage te komen. Vooralsnog gaat dit alleen om de maatwerkvoorziening huishoudelijke zorg. De vraag is echter of deze intentie de gemeenten in voldoende mate financieel zal kunnen compenseren. Concluderend Deze vier ontwikkelingen hangen met elkaar samen en versterken elkaar. De komende jaren zal de druk op de Wmo-ondersteuning toe blijven nemen. Nog meer dan voorheen moeten we samenwerken om te zorgen dat we het als samenleving samen kunnen blijven redden.
5
Consultatieversie Januari 2023
3. Regionale beleidsvisie Wmo We bouwen in deze beleidsperiode voort op de regionale samenwerking en ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning blijft onze regionale visie: De mogelijkheden van inwoners staan centraal: We gaan zoveel mogelijk uit van de eigen kracht van inwoners en stimuleren en activeren deze eigen kracht. Zo zorgen we er voor dat iedereen kan meedoen en zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Ook als iemand ouder wordt, een handicap, een beperking of een chronische ziekte heeft. Formele en informele ondersteuning doen het samen: De druk op de samenleving neemt toe door onder andere de vergrijzing, ambulantisering van zorg en krapte op de arbeidsmarkt. Samenwerking tussen formele en informele ondersteuning is (nog) lang niet altijd vanzelfsprekend, maar wel noodzakelijk om de ondersteuning beschikbaar en betaalbaar te houden. Ondersteuning zo dichtbij, eenvoudig en tijdelijk mogelijk: Ondersteuning moet zo dichtbij, eenvoudig en tijdelijk mogelijk zijn (bij voorkeur in en door de eigen omgeving). Hierdoor is ondersteuning toegankelijk, laagdrempelig en is vroeg-signalering en preventie mogelijk. Wanneer het (tijdelijk) met de eigen mogelijkheden en het eigen netwerk niet lukt om mee te doen, geven we ondersteuning op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Kwaliteit en Beheersbaarheid: We gaan onderzoeken hoe we, met de drie bovenstaande beleidskaders als leidraad, ons zorglandschap beter beheersbaar kunnen maken zodat de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd kan worden. Om volgens onze regionale visie te blijven werken is het nodig dat: -
De Wmo-ondersteuning past bij de hulpvraag en gericht is op ‘meedoen’ en zo lang mogelijk fijn en veilig thuis wonen.
-
Er voldoende, passende, kwalitatief goede en beschikbare voorzieningen zijn, nu en in de toekomst.
-
We doorlopend blijven werken aan transformatie en innovatie.
-
We binnen het sociaal domein integraal samenwerken.
Voortzetting regionaal beleid innoveren en transformeren We gaan verder met het onderzoeken en ontwikkelen van andere vormen van ondersteuning. Waarbij we de huidige producten tegen het licht houden en waar nodig aanscherpen of nieuwe producten ontwikkelen. Op die manier kunnen we goed aan blijven sluiten bij de ondersteuningsvragen van onze inwoners.
6
Consultatieversie Januari 2023 De transformatie van de Wmo is noodzakelijk om (het systeem van) maatschappelijke ondersteuning beheersbaar en betaalbaar te houden. In de afgelopen jaren hebben we geleerd dat het transformeren van (het systeem van) maatschappelijke ondersteuning een continue proces is. Risico’s en ontwikkelingen Gezien de grote ontwikkelingen en risico’s die we omschreven in hoofdstuk 2 (Vergrijzing, krapte arbeidsmarkt/schaarste zorgpersoneel, ambulantisering van zorg, Wmo als open-einderegeling) is het de komende jaren onze opdracht om te blijven zorgen dat degenen die het echt nodig hebben ondersteuning vanuit de Wmo kunnen blijven ontvangen. Daarbij is het van belang om grip te hebben en houden op de kwaliteit en beheersbaarheid van de inkoop van Wmo-ondersteuning. We gaan onderzoeken op welke wijze onze inkoop kan worden doorontwikkeld naar een inkoopstructuur waarbinnen gewerkt en gestuurd kan worden op kwaliteit en beheersbaarheid. We brengen daarbij in beeld welke voor- en nadelen de verschillende inkoopsytstematieken hebben. Naast het onderzoeken van de ontwikkelmogelijkheden van onze inkoopsystematiek, werken we in onze regio continu aan het verbeteren van onze inkoop van en sturing op de Wmo-ondersteuning.
Hierbij gaat bijvoorbeeld om het invoeren van resultaatgericht beschikken, het evalueren en aanpassen van de huidige productomschrijvingen, maar ook om aanscherpingen vanuit Contractmanagement en Inkoop gericht op strengere voorwaarden voor zorgaanbieders om een contract te krijgen en het opschonen van het bestand van zorgaanbieders t.a.v. zorgaanbieders die wel een contract maar geen cliënten in onze regio hebben.
Speerpunten regionaal Wmo-beleid: Resultaatgericht beschikken: -
We sturen lokaal op cliëntniveau op de transformatie. Daarbij is het van belang om in het trajectplan de ondersteuning resultaatgericht te omschrijven, tijdig te evalueren en bij te sturen.
Evalueren en aanpassen van de Wmo-productomschrijvingen: -
We onderzoeken of en welke aanpassingen er nodig zijn in onze Wmo-productomschrijvingen.
-
We onderzoeken of er behoefte is aan nieuwe producten binnen ons aanbod van Wmo-maatwerk.
Transformatie en innovatie: -
We blijven sturen op innovatie en transformatie. Enerzijds verankeren we dit via de overeenkomsten die we met zorgaanbieders afsluiten. En anderzijds benutten we lokale ontwikkelingen en pilots om ervaringen op te doen met de succes- en faalfactoren van het transformeren van de zorg.
Maatschappelijke risico’s en ontwikkelingen:
7
Consultatieversie Januari 2023 -
Onderzoeken en signaleren welke gevolgen en mogelijke oplossingen er zijn t.a.v. de grote maatschappelijke ontwikkelingen m.b.t. vergrijzing, krapte arbeidsmarkt/schaarste zorgpersoneel, ambulantisering van zorg, Wmo als open-einderegeling.
-
We gaan onderzoeken op welke wijze onze inkoop kan worden doorontwikkeld naar een inkoopstructuur waarbinnen gewerkt en gestuurd kan worden op kwaliteit en beheersbaarheid.
8
Consultatieversie Januari 2023
4. Regionale uitvoering: contractering, inkoop, monitoring en toezicht Vanuit regionale teams organiseren we in onze regio de contractering van zorgaanbieders, de inkoop van Wmo-ondersteuning, monitoring, cliëntervaringsonderzoek en de uitvoering van het toezicht op de uitvoering van de Wmo-ondersteuning en de zorgaanbieders. In dit hoofdstuk staan de kaders en aandachtspunten voor de uitvoering van deze regionale teams. 4.1 Contractering van zorgaanbieders Wmo Contract- en relatiemanagement Contract- en relatiemanagement, gericht op kwaliteit van de te leveren zorg, nemen een steeds belangrijkere positie in. Een goede organisatie van contract- en kwaliteitsmanagement leidt tot het duurzaam waarborgen van de kwaliteit, continuïteit van ondersteuning aan inwoners en het verminderen van de beheerskosten. De regionale inkooporganisatie blijft daarnaast inspelen op de behoefte kennis te delen en te netwerken. Hiervoor is in 2022 de website www.riwmo.nl gelanceerd, en vinden er netwerkbijeenkomsten en overlegtafels met aanbieders plaats. Het regionale kwaliteitskader Wmo maakt onderdeel uit van de overeenkomsten. Zorgaanbieders zijn verplicht om zich hieraan te houden. Indien nodig kan het kwaliteitskader aangepast worden aan de hand van bevindingen, ervaringen of wetswijzigingen. Voorlopig worden hier geen wijzigingen in verwacht.
Samenwerking met zorgaanbieders om beschikbaarheid van de zorg te waarborgen (Krapte op de arbeidsmarkt) In de overeenkomsten met zorgaanbieders is een acceptatieplicht opgenomen. Daarmee regelen we dat iedereen met een Wmo-indicatie toegang tot ondersteuning kan krijgen. Maar met de huidige krapte op de arbeidsmarkt komt die toegang tot ondersteuning in het geding. De krapte op de arbeidsmarkt kan leiden tot personeelstekorten en/of een tekort aan gekwalificeerd personeel. Op dit moment krijgen wij vanuit zorgaanbieders reeds signalen dat cliënten langer moeten wachten voordat de zorg opgestart kan worden. De krapte op de arbeidsmarkt leidt daarom tot risico’s voor de beschikbaarheid van Wmo-ondersteuning. Samenwerking van zorgaanbieders met elkaar en met de gemeenten is meer dan ooit nodig om mensen die het echt nodig hebben te kunnen helpen. Team Contractering & Inkoop (C&I) gaat onderzoeken op welke manier zorgaanbieders gefaciliteerd kunnen worden om dit gezamenlijke probleem op te pakken. 4.2 Inkoop van reguliere geïndiceerde Wmo-ondersteuning Resultaatgericht We blijven inzetten op het vergroten van de grip op de effecten van de ingezette ondersteuning. Daarbij werken we aan resultaat gericht beschikken door de uitvoering. De komende jaren wordt er duidelijkheid verwacht over de houdbaarheid van het resultaatgericht beschikken binnen de Wmo.
Team C&I zal deze landelijke ontwikkelingen volgen en advies geven aan de regio welke
9
Consultatieversie Januari 2023 consequenties nieuwe wet- en regelgeving heeft en zal er voor zorgdragen dat er conform wettelijke verplichtingen ingekocht wordt. Kwaliteit Het is belangrijk om te blijven investeren in de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning: -
Op individueel niveau zijn een goede vraagverheldering, trajectplannen en evaluaties van belang voor kwalitatief goede ondersteuning.
-
We beoordelen nieuwe aanbieders op basis van onze kwaliteitsvoorwaarden en monitoren deze kwaliteit in de periodieke contractgesprekken.
-
Via signaalgericht toezicht onderzoeken we zorgaanbieders waarover signalen zijn dat de kwaliteit te kort schiet. Via proactief toezicht houden we een vinger aan de pols bij de totale groep van gecontracteerde zorgaanbieders. Bij calamiteiten voert de GGD het toezicht voor ons uit.
Keuzevrijheid en beschikbaarheid Belangrijk is voldoende keuzevrijheid voor inwoners, voldoende onderscheidend vermogen van aanbieders (groot, klein, ZIN, PGB, expertise bijzondere doelgroepen, afgestemd vraag- en aanbod), beschikbaarheid van zorg, en spreiding van voorzieningen in de regio. Transformeren In de beleidsperiode 2020-2023 hebben we via een aparte regeling (2% transformatieregeling) een extra impuls gegeven aan de transformatie van zorg. Daarbij hebben aanbieders binnen de eigen organisatie de transformatie een plek gegeven, of ze hebben deelgenomen aan pilots die vanuit gemeenten uitgevoerd zijn. De transformatie gedachte is, zowel bij de zorgaanbieders al bij gemeenten, goed onder de aandacht gebracht. We gaan dit structureel regelen door in onze overeenkomsten met zorgaanbieders op te nemen dat ze jaarlijks minimaal 2% van hun omzet moeten inzetten voor transformatie van zorg. De transformatie wordt vanaf 2024 een vast onderwerp van gesprek bij de contractgesprekken met C&I. Beheersbaarheid van inkoop Er is een compact regionaal team Contractering en Inkoop en een compact team Toezicht. Daarmee zijn de mogelijkheden beperkt om te sturen en controleren op kwaliteit van zorg in een breed en divers zorglandschap. Vanaf 2015 wordt Wmo-ondersteuning ingekocht op basis van de open-house systematiek.
Dat houdt in dat iedere zorgaanbieder die interesse heeft om zorg te leveren in onze regio (en aan de voorwaarden voldoet) in aanmerking komt voor een overeenkomst. Op dit moment hebben we ongeveer 145 zorgaanbieders gecontracteerd voor de verschillende zorgproducten. We starten een onderzoek naar het vergroten van de beheersbaarheid t.a.v. onze inkoopsystematiek. Daarbij kijken we niet alleen naar de mogelijkheden binnen onze open-house-inkoopsystematiek, maar kijken we ook naar andere inkoopvormen.
10
Consultatieversie Januari 2023 We hebben hierbij de volgende kaders die we belangrijk vinden: -
Ondersteuning is passend, vraaggericht en op maat.
-
Vergroten van kwaliteit en beheersbaarheid van de inkoop.
-
Voldoende keuzevrijheid van de klant t.a.v. de gecontracteerde aanbieders.
-
Ondersteuning dichtbij en met voldoende spreiding over de regio.
-
Verlagen van administratieve lasten.
-
Kwalitatief goede ondersteuning en de meetbaarheid daarvan.
4.3 Monitoring Via monitoring en het cliëntervaringsonderzoek houden we zicht op twee aspecten: - Cijfers over trends en ontwikkelingen m.b.t. de aantallen cliënten (zorggebruik) en financiën. - Cijfers over trends en ontwikkelingen m.b.t. de ervaringen van de cliënten. Monitoring We blijven inzetten op het doorontwikkeling van onze monitoring. Voor 2024 en 2025 zal een actueel beschikbaar en interactief regionaal dashboard worden ontwikkeld op basis van de in 2023 bestaande (statische) monitor. In het kort willen we met de doorontwikkeling van monitoren/dashboard het volgende bereiken: -
Formuleren en bijstellen van beleid op basis van data en duiding.
-
Zicht op de tijdelijkheid van de Wmo ondersteuning: gegevens per aanbieder over in-, door- en uitstroom.
-
Een realtime dashboard inzichtelijk voor alle gemeenten.
-
Een structureel overleg met de regio data-analisten (kennis-deling, data-gedreven vragen tbv regio benchmarking identificeren) en het aan de voorkant betrekken van de data-analist t.b.v. meetbare beleidsontwikkeling.
Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Vanaf 2023 zijn we gestart met het CEO nieuwe stijl. Hierbij ligt de focus op het meer continue meten en data weergeven in een dashboard. Waardoor we onder meer: -
cliënten korter na hun contact met de gemeente naar hun ervaringen kunnen vragen;
-
kunnen vragen naar hun ervaring met de kwaliteit en effectiviteit van de ondersteuning;
-
cliënten van wie de aanvraag voor een beschikking afgewezen vragen we naar hun ervaringen;
-
indien nodig kunnen verbijzonderen naar leeftijdscategorieën of zorgvormen.
In de periode 2024-2025 evalueren we de ervaringen van het CEO nieuwe stijl. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie zal de nieuwe CEO opzet worden doorontwikkeld en/of aangepast.
11
Consultatieversie Januari 2023 4.4 Toezicht De Wmo-regio BNO-O heeft voor het team Toezicht Wmo als uitgangspunt en doel het volgende geformuleerd: ‘We voeren toezicht op basis van samenwerking en vertrouwen, we willen met elkaar leren en verbeteren.’ Taken team toezicht: -
signaalgericht en proactief toezicht voor ZIN- en PGB-aanbieders
-
controle op kwaliteit en rechtmatigheid
Doel: -
inzicht in kwaliteit geleverde ondersteuning
-
rapporteren en adviseren m.b.t. verbeterpunten
-
gevraagd en ongevraagd advies betreffende trends, ontwikkelingen en kwaliteitsverbetering
In deze beleidsperiode wordt de capaciteit voor toezicht uitgebreid. Zo kunnen er naast signaalgericht ook meer pro-actieve toezichtsonderzoeken uitgevoerd worden. Daarmee ontstaat er meer zicht op en een meer representatiever beeld van de kwaliteit van de geleverde zorg. Dit draagt bij aan de kwaliteit(sverbetering) in de keten. En die kwaliteitsverbetering heeft weer een positieve impact op de kwaliteit van de geleverde zorg.
Speerpunten Regionale uitvoering: contractering, inkoop, monitoring en toezicht Contractering van zorgaanbieders: -
Voortzetten en versterken van contract- en relatiemanagement. Daarbij wordt gekeken hoe regiogemeenten kunnen worden betrokken bij het relatiemanagement als daar aanleiding toe is of behoefte aan is.
-
Gezamenlijk met zorgaanbieders zoeken naar oplossingen voor knelpunten die ontstaan door krapte op de arbeidsmarkt.
Inkoop van Wmo-ondersteuning: -
Door ontwikkelen resultaatgericht beschikken.
-
Volgen ontwikkelingen rondom resultaatgericht beschikken.
-
Blijven investeren op kwaliteit op cliëntniveau, aanbiederniveau en via toezicht.
-
In stand houden van keuzevrijheid en beschikbaarheid van ondersteuning.
-
De transformatie van zorg bevorderen door in de overeenkomsten op te nemen dat aanbieders 2% van hun omzet inzetten t.b.v. de transformatie van zorg.
-
We starten een onderzoek naar het vergroten van de beheersbaarheid t.a.v. onze inkoopsystematiek. Daarbij vinden kijken we niet alleen naar de mogelijkheden binnen onze open-house-inkoopsystematiek, maar kijken we ook naar andere inkoopvormen.
12
Consultatieversie Januari 2023 Monitoring: -
We blijven inzetten op het doorontwikkeling van onze monitoring. Voor 2024 en 2025 zal een actueel beschikbaar en interactief regionaal dashboard worden ontwikkeld op basis van de in 2023 bestaande (statische) monitor.
-
Op basis van de ervaringen met het CEO nieuwe stijl in 2022 en 2023 stellen we vast of deze methode inzicht in de cliëntervaringen geeft, zodat we, waar nodig, onze dienstverlening kunnen bijstellen.
Toezicht Wmo: -
We breiden de capaciteit voor toezicht uit. Zo kunnen er naast signaalgericht ook meer pro-actieve toezichtsonderzoeken uitgevoerd worden. Daarmee ontstaat er meer zicht op en een meer representatiever beeld van de kwaliteit van de geleverde zorg. Dit draagt bij aan de kwaliteit(sverbetering) in de keten.
13
Consultatieversie Januari 2023
5. Integrale regionale samenwerking Naast de regionale samenwerking Wmo, zijn er meerdere regionale samenwerkingsverbanden. Een aantal andere samenwerkingsverbanden heeft plannen ontwikkeld die ook voor een deel het Wmo-domein raken. Hierover zijn integrale samenwerkingsafspraken gemaakt. Als er in deze beleidsperiode ontwikkelingen zijn die aanleiding geven tot nieuwe of uitbreiding van integrale samenwerkingsafspraken, dan zullen we die op dat moment oppakken. Wmo en jeugd Het integrale regionale plan van aanpak jeugd 16 tot 27 jaar is geformuleerd langs 5 actielijnen die de subdoelen vormen van dit plan van aanpak: 1.
Formuleer een gezamenlijke lange termijn ambitie om de belangrijkste randvoorwaarden ‘wonen, opleiding/werk, inkomen, netwerk, begeleiding/hulp’ (de zogenaamde BIG 5) voor zelfstandigheid van jeugdigen te bevorderen.
2.
Ontwikkel op lokaal niveau een integrale aanpak op beleids- en casusniveau met regionale ondersteuning.
3.
Detecteren en monitoren van de doelgroep op lokaal niveau en volgen beleidsmatige effecten op regionaal niveau.
4.
Structureel betrekken van jeugdigen met ervaring.
5.
Versterken informele zorg, implementeren JIM. (JIM staat voor: Jouw Ingebrachte Mentor. De jongere kiest zelf iemand uit zijn of haar netwerk. Een JIM is meer dan een buddy of een maatje: het is een vertrouwenspersoon, iemand die meedenkt en meebeslist, die zij aan zij staat met de hulpverlener, en die door de jongere als ondersteunend ervaren wordt.)
Er is afgesproken dat de Wmo-regio BNO-O zich committeert aan: -
De 5 actielijnen voor de integrale aanpak jeugd 16-27 jaar.
-
Het lokaal onderzoeken hoe alle benodigde expertise (jeugdhulp, WMO, participatie, onderwijs, wonen) voldoende verbonden is om te komen tot integrale oplossingen op casus niveau.
-
Het beschikbaar maken van relevante lokale data om goed zicht te krijgen op de doelgroep (aan de hand van de Big Five ‘wonen, opleiding/werk, inkomen, netwerk, begeleiding/hulp’), de knelpunten en het effect van de interventies.
Wmo en arbeidsmarktbeleid In alle afgesloten Wmo contracten in de regio BNO-O is een social return verplichting opgenomen. Contractueel is afgesproken dat 5% van de omzet ingezet moet worden voor social return van de doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er is afgesproken dat de Wmo-regio BNO-O zich committeert aan:
14
Consultatieversie Januari 2023 -
De (uitvoering van de) afspraken rondom social return.
Wmo en huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) De aanpak HGKM vraagt lokaal en regionaal een integrale aanpak vanuit jeugd, volwassenen (welzijn en Wmo) en veiligheid. Er is een regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Die aanpak is gericht op gefaseerde ketenzorg om daarmee HGKM duurzaam stoppen én op te lossen in gezinnen/huishoudens en het creëren van structurele veiligheid. In de kern komt de aanpak erop neer dat allerlei professionals samenwerken rondom Veiligheid waarbij de gemeente de regierol heeft. In de regio Brabant Noordoost is gekozen voor de TOP-3 methode. Deze methode is ontwikkeld op basis van het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) en richt zich op een gefaseerde en een sluitende aanpak. De TOP-3 methodiek omvat 3 stappen: 1. Directe Veiligheid ▪ Veiligheid en bescherming tegen geweld bieden (opstellen veiligheidsplan). ▪ Dat betekent dat toewerken naar een 6 op de veiligheidsschaal (bij een score van 6 is er voldoende veiligheid). ▪ Alle betrokkenen zijn het eens over de werkwijze om tot een 6 te komen. 2. Stabiele Veiligheid ▪ Risico-gestuurde zorg (opstellen risico/oplossingsplan). ▪ Gezamenlijk inventariseren onveilige gebeurtenissen en risicofactoren. De 3 belangrijkste risicofactoren aanpakken (opstellen zorg- of ondersteuningsplan).
▪ Gezamenlijke aanpak leidt tot een 7 op de veiligheidsschaal (bij een score van 7 is er stabiele veiligheid). 3. Herstel van de gevolgen ▪ Herstelgerichte zorg- en ondersteuning (opstellen van herstelplan). ▪ Samenwerken aan herstel en traumaverwerking. Er is afgesproken dat de Wmo-regio BNO-O zich committeert aan: -
De integrale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op basis van de Top 3-methodiek.
15
Consultatieversie Januari 2023
6. Lokaal Wmo-beleid Aansluitend op de regionale kaders die we in dit beleidskader - de Centrumregeling Wmo BNO-O - het Inkoopplan Wmo en het Koersdocument voor Inwoners met een psychische kwetsbaarheid vastleggen, kan elke gemeente lokaal Wmo-beleid en lokale uitvoeringsplannen vaststellen. Elke gemeente bepaalt zelf hoe en over welke onderwerpen dit gaat. Ter illustratie noemen we hier kort een aantal van deze lokale thema’s: -
De kracht van de samenleving. Wij kunnen als overheid niet alles oplossen en regelen. Het is belangrijk dat mensen elkaar helpen, ondersteunen en problemen in de eigen omgeving proberen op te oplossen.
-
Mantelzorg. Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige hulp en ondersteuning voor familieleden of vrienden. Het is belangrijk om mantelzorgers zo goed mogelijk te ondersteunen. Gemeenten zorgen dat er verschillende vormen van ondersteuning beschikbaar is.
-
Burgerinitiatieven. Inwoners hebben een belangrijke rol in het vinden van oplossingen in de eigen leefomgeving. We zien de gemeentelijke rol vooral in het ondersteunen van de verbinding tussen initiatieven van inwoners, zorgaanbieders, woningcorporaties, ondernemers en andere maatschappelijke organisaties.
-
Algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk; inwoners hebben hierbij geen indicatiebesluit nodig. Met deze algemene voorzieningen kunnen bijvoorbeeld mantelzorgers ondersteuning krijgen. Hierbij gaat het om behouden en verbeteren van de samenhang en leefbaarheid, voldoende mogelijkheden voor ontmoeting en ruimte geven aan burgerinitiatieven.
-
De lokale toegang tot maatschappelijke ondersteuning. Elke gemeente organiseert zijn eigen toegang tot de Wmo-ondersteuning. Deze lokale toegang hangt samen met de regionale toegang tot beschermd wonen en maatschappelijk opvang. Deze regionale toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang omschrijven we in het Koersdocument Inwoners met een psychische kwetsbaarheid 2024-2028.
-
Maatwerkvoorzieningen. Bij maatwerkvoorzieningen gaan we uit van de persoonlijke situatie van de inwoner. Op basis daarvan geven we een indicatiebesluit af. Bij maatwerk binnen de Wmo gaat het niet om (langdurige) zorg, maar om ondersteuning om bijvoorbeeld zo lang en goed mogelijk zelfstandig te wonen en om mee te doen.
16