CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 11 oktober 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Delegatieverordening gemeente Bernheze 20242.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2: Toelichting 1. Het nemen van beslissingen ter voorkoming of ter beëindiging van rechtsgedingen; Het overgrote deel van de proceshandelingen is volgens het bepaalde in artikel 160, eerste lid, onder e, f en g, van de Gemeentewet rechtstreeks bij het college neergelegd. Het is wenselijk om ook voor de restcategorie, die op voorhand niet is te bepalen, bij het college neer te leggen (gelet op de wettelijke termijnen). Het verdagen van een beslissing op een bezwaarschrift; Alleen voor bezwaarschriften gericht tegen een besluit van de raad (denk aan: Wet Voorkeurrecht Gemeenten). Dit was nog niet formeel geregeld. Het uitoefenen van alle aan de gemeenteraad toekomende bevoegdheden op grond van de Wet open overheid Betreft de opvolging van de taken die in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur al waren gedelegeerd. Op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur moest binnen 4 weken worden beslist.. De Wob is vervallen en vervangen door de Wet open overheid. Ook deze wet kent korte beslistermijnen: binnen 4 weken moet in beginsel op een verzoek worden beslist. Daarom stellen we u voor om deze bevoegdheid over te dragen. 2.

Het uitoefenen van alle aan de gemeenteraad toekomende bevoegdheden op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie; De bevoegdheid om te beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) had u niet eerder gedelegeerd. Omdat deze vergelijkbare beslistermijnen als de Woo kent, stellen we u voor om het besluiten op grond van de Who ook aan het college te delegeren.

3. Het nemen van besluiten op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Voor wat betreft de Wet dwangsom en beroep eist de Awb dat de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, wordt vastgesteld. Gelet op de raadscyclus is het risico groot dat de raad niet tijdig kan beslissen.

6

Verwijzing naar wetten, besluiten, verordeningen en dergelijke en voor wijzigingen van juridisch- technische aard, redactionele aanpassingen, hernummering en correcties, voor zover deze niet leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving. En daaronder begrepen het verwerken van wijzigingen als gevolg van samenloop van wijzigingsbesluiten.

In het omgevingsplan kunnen verwijzingen opgenomen worden naar andere wetten, besluiten en verordeningen en beleid om regels te duiden of om achtergrond informatie te verschaffen. Het toevoegen van verwijzingen naar dit soort informatie is altijd beleidsneutraal en past bij de uitvoerende rol die het college met betrekking tot het omgevingsplan. Er kunnen fouten ontstaan in de afstemming van wijzigingsbesluiten. Voor het herstel van fouten na vaststelling en vóór bekendmaking kunnen ambtelijk kleine foutjes (onjuiste verwijzingen, nummering, taalfouten e.d.) gecorrigeerd worden volgens de bedoelingen van het bevoegd gezag. Deze oplossing is een gangbare praktijk die bekend staat als de ‘secretarie-oplossing’ en goed werkbaar is. Wanneer de secretarie-oplossing niet kan, bijvoorbeeld omdat de fouten te ingrijpend zijn of doordat het besluit al bekend gemaakt is dan kan met deze nieuwe bevoegdheid het omgevingsplan worden gewijzigd om fouten te herstellen en in overeenstemming te brengen met de bedoelingen van de gemeenteraad.

1

7. Het toevoegen en/of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze niet leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan ertoe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatalogus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan wel nadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden. Ook dit betreft een nieuwe bevoegdheid.

8. Het verwerken van instructieregels, instructies, gewijzigde wet- en regelgeving en eventuele andere dwingende bepalingen van bestuursorganen van andere overheden, tenzij de gemeente Bernheze of haar bestuursorganen hierover een zienswijze hebben ingediend. Wet- en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken. Dat komt door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moeten worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend. Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde beleidsstukken kan gedacht worden aan de wijziging van gebieden met archeologische waarden. Uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarde op een specifieke locatie niet overeenkomt met de situatie zoals deze is vastgesteld (er zijn geen archeologische resten gevonden dus de waarde is lager). Het archeologisch beleid wordt hier dan op aangepast. Dit zijn zaken die dan ook aangepast moeten worden in het omgevingsplan.

Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van het omgevingsplan voor de hand. Dit betreft een nieuwe bevoegdheid.

9. Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die de gemeente beleidsneutraal overzet naar het nieuwe omgevingsplan. De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen (of de Verordening Fysieke Leefomgeving) gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen (dan wel de verordening Fysieke Leefomgeving) destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd.

2

10. Het uitwerken van door de raad vastgesteld kaderstellend beleid in omgevingsplanregels, voor zover het beleid betreft waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven dat het college bevoegd is om het betreffende beleid uit te werken.

Bij kaderstellend beleid kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke (/stedenbouwkundige) plannen, startnotities, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn overigens niet uitputtend bedoeld. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving. Het is dan ook mogelijk dat het college onderwerpen die in het kaderstellend beleid opgenomen zijn en de fysieke leefomgeving betreffen, indien gewenst vertaalt naar regels in het omgevingsplan. Het gaat immers om het vertalen van kaderstellend beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging door de raad. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand.

11. Het wijzigen van het omgevingsplan voor aanvragen die, in het geval het initiatief mogelijk gemaakt zou zijn met een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, niet vallen onder het bindend adviesrecht van de gemeenteraad. Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan kunnen mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (buitenplanse “OPA”) of via het wijzigen van het omgevingsplan. Indien een aanvraag omgevingsvergunning niet past binnen het omgevingsplan, maar wel een gewenste ontwikkeling betreft, kan derhalve gekeken worden welke van deze twee methodes toegepast wordt. Het verlenen van een buitenplanse OPA is een bevoegdheid van het college. In de lijst met activiteiten, waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsactiviteit zijn categorieën van gevallen aangewezen waarbij een bindend advies (Besluit Adviesrecht gemeenteraad d.d. 7 oktober 2021) wordt uitgebracht aan het college. In deze gevallen beslist het college met inachtneming van het advies van de raad. In die situaties wordt het ook passend geacht, dat bij de keuze om voor een aanvraag het omgevingsplan te wijzigen, de vaststelling hiervan gedelegeerd wordt aan het college

12. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met onherroepelijke omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 4.17 Ow (vergunningen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) en TAM-IMRO plannen. Ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning kan ook verleend worden in afwijking van het omgevingsplan. Het college heeft de bevoegdheid (in bepaalde gevallen rekening houdend met een bindend advies van de raad) te besluiten over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat de raad vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan. TAM-IMRO houdt in dat de huidige IMRO-standaard voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet om urgente gebiedsontwikkeling door te kunnen laten gaan wanneer het nog niet mogelijk is om het omgevingsplan in STOP/TP op te stellen of te wijzigen (voor die gevallen dat er geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Het is op dit moment de verwachting dat een TAM-IMRO plan op termijn moet worden opgenomen in een integraal geconsolideerd STOP/TP omgevingsplan.

Als na besluitvorming op de vergunning en TAM-IMRO nogmaals een besluit genomen moet worden over aanpassing van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De raad stuurt op hoofdlijnen en het opnemen van vergunningen en TAM-IMRO plannen in het omgevingsplan is een administratieve handeling. Daarom leent die zich goed voor delegatie.

3

13. Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten. Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het aanwijzen van een gemeentelijk monument is volgens de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) een college bevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen regels uit verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan opgenomen te worden. In Bernheze gaat het dan om de VFL. De bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk monument komt dan ook in het omgevingsplan. Aangezien deze bevoegdheid al bij het college ligt, ligt het voor de hand om deze bevoegdheid te delegeren aan het college. Het betreft dus een bestaande bevoegdheid.

14. Het wijzigen van onderdelen van het tijdelijke omgevingsplan naar onderdelen van het nieuwe omgevingsplan op basis van de wijzigings- en uitwerkingsregels op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals die zijn vastgelegd in bestemmingsplannen die golden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit met uitzondering van activiteiten waartegen de omgevingsvisie zich nadrukkelijk verzet. Dit mag ook door deze regels om te vormen tot binnenplanse beoordelingsregels. In de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan het college een bestemmingsplan wijzigen of uitwerken om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken als er een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht met daarbij behorende regels in het bestemmingsplan staan. De Omgevingswet kent deze wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht niet. Het college kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dus geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. Met behulp van de artikelen 2.8 en 22.1 van de Omgevingswet kan de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan te wijzigen gedelegeerd worden aan het college en daarmee de werkwijze met huidige wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in materiële zin blijven voortbestaan onder de Omgevingswet, daar waar dat al eerder door de raad als wenselijk is aangegeven.

15. Het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan. Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college wordt passend geacht. Dit betreft een nieuwe bevoegdheid. 16. Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor (vergunningsplichtige) bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt de laatste jaren nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren.

Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4b8839b3-7395-41ac-b097-5b15d5ef99da