CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Natuurtoets incl. nader onderzoek Cereslaan-West

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein 'Cereslaan-West', Heesch14.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan

projectnummer 434270 definitief revisie 00 510december april 2024 2022

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 434270 definitief revisie 00 10 april 2024

Auteurs J.M.Kooijman

Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Gecontroleerd: Michel Braad

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het bestemmingsplan CereslaanWest, en daarmee ook deze m.e.r.-beoordeling, valt, conform het overgangsrecht in de Uitvoeringswet Omgevingswet, nog onder het oude recht, omdat het ontwerp-bestemmingsplan voor 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 10-4-2024

beschrijving revisie 00 definitief

vrijgave Ir. H.A.M. van de Wetering

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 10 april 2024 definitief

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 3 4

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

5

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant Groenblauwe mantel Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Bescherming van houtopstanden

5 5 6 6 6 7 7 8

3

Methodiek

9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Aanvullend onderzoek Huismus Gierzwaluwen Ransuil/sperwer Zoogdieren Overzicht terreinbezoek 2022

9 9 10 10 10 11 11 11 13

4

Resultaten

14

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoeken - ecologische bevindingen Vogels Zoogdieren Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Brabant Houtopstanden

14 15 15 16 16 19 25 25 25 26 27

5

Toetsing

28

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Effectbepaling plan Toetsing effecten op beschermde soorten Vogels Zoogdieren

28 28 28 30

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 10 april 2024 definitief

5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) Bescherming van houtopstanden

31 31 31 32

6

Bronnen

33

Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 10 april 2024 definitief

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 10 april 2024 definitief

Conclusies en advies De gemeente Bernheze is voornemens om het bestaande bedrijventerrein Cereslaan-West, ten westen van de kern Heesch af te ronden en de nog niet ingerichte percelen te ontwikkelen. De uitbreiding / afronding van het bedrijventerrein betreft ca 5 ha, waarvan 4,3 ha nieuw uitgeefbaar (en 0,7 ha bestaand). Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. De gemeente Bernheze is voornemens hiervoor een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Het plan kan worden uitgevoerd als o.a. duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van deze Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Plangebied ten zuiden van de A59 en ten westen van Heesch. Bron: Ontwerp Bestemmingsplan Cereslaan-West (KuiperCompagnons, 2024).

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNB-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen wel beschermde gebieden (NNB en N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNB geen sprake. (Significant) negatieve effecten op het nabijgelegen NNB-gebied zijn uitgesloten. Er is daarom wat betreft het NNB geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Bij grote ontwikkeling zoals een nieuw bedrijventerrein dient echter wel rekening te worden gehouden met de toename in stikstofdepositie en het effect daarvan op omliggende Natura2000gebieden. Een stikstofberekening in Aerius laat zien dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt op omliggende Natura2000-gebieden. Zie ook Tabel 1. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Effecten?

NNB

Ja

Ja

Nee, geen toename stikstofdepositie

Nee, geen ruimtebeslag, geen extra / nieuwe verstoring (geluid, licht e.d. NNB gebieden al

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 10 april 2024 definitief

Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Nee

verstoord door de tussengelegen snelweg (A59) Nee

Ja

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met een terreinbezoek en nadere inventarisatieonderzoeken is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied: • Vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus); • Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); • Zoogdieren (steenmarter en wezel). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Vogels met een jaarrond beschermd nest Huismus

Ja, acht territoria van huismussen aanwezig.

Overige broedvogels

Zeer waarschijnlijk. Veel broedbiotoop aanwezig.

Marterachtigen Steenmarter Wezel

Ja, foerageergebied en mogelijk verblijfplaatsen

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Vervolgstappen

Ja, bij aantasten van verblijfplaatsen.

Ja

Compenseren van aanwezige nestplaatsen en leefgebied (zie paragraaf 5.1.1).

Nee, wanneer in gebruik zijnde nesten niet worden aangetast of verstoord.

Nee, mits zorgvuldig wordt omgegaan met nesten broedvogels.

Werken buiten broedseizoen of gebied ongeschikt maken voorafgaande het broedseizoen.

Ja, het territorium van deze steenmarter en wezels zijn vrij geïsoleerd gelegen.

Ja

Inrichten van het landschap op verbindende groenelementen en faunapassages. Voldoende schuilmogelijkheden creëren.

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Bernheze is voornemens om het bestaande bedrijventerrein Cereslaan-West, ten westen van de kern Heesch af te ronden en de nog niet ingerichte percelen te ontwikkelen. De uitbreiding / afronding van het bedrijventerrein betreft ca 5 ha, waarvan 4,3 ha nieuw uitgeefbaar en 0,7 ha bestaand. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. De gemeente Bernheze is voornemens hiervoor een nieuwbestemmingsplan vast te stellen. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties voor het plan. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Plangebied ten zuiden van de A59 en ten westen van Heesch. Bron: Ontwerp Bestemmingsplan Cereslaan-West (KuiperCompagnons, 2024).

Blad 1 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

1.2

Planvoornemen Aan de westkant van Heesch ligt het bestaande bedrijventerrein Cereslaan-West. Dit bedrijventerrein ligt ingeklemd tussen de autosnelweg A59 en gebiedsontsluitingswegen Bosschebaan en Cereslaan. In dit gebied zijn twee ontwikkelingen voorzien: 1. Aanleg van een ontsluitingsweg voor het nieuw voorziene regionale bedrijventerrein Heesch West tussen Heesch en Nuland; 2. Uitbreiding/afronding van het bedrijventerrein Cereslaan-West. De ontsluitingsweg voor regionaal bedrijventerrein Heesch West maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Heesch West. Het maakt daarmee geen onderdeel uit van het bestemmingsplan bedrijventerrein Cereslaan-West. De ecologische effecten van de ontsluitingsweg zijn beschreven in de natuurtoets voor Heesch West en afgewogen in het kader van het bestemmingsplan Heesch West. De uitbreiding/afronding van bedrijventerrein Cereslaan-West beoogt ruimte te bieden aan lokale en regionale bedrijven. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een stedenbouwkundig / landschapsplan opgesteld (KuiperCompagnons / KruitKok Architecten, 2024) (figuur 1.2). Dit plan wordt ruimtelijk-planologisch vastgelegd in het Bestemmingsplan Cereslaan-West (KuiperCompagnons, 2024) (figuur 1.3). Zie het bestemmingsplan voor een nadere toelichting op het voornemen.

Figuur 1.2. Stedenbouwkundig plan / landschapsontwerp Cereslaan-West. (Bron: KuiperCompagnons/KruitKok Architecten, 2022).

Figuur 1.3. Verbeelding (ontwerp) bestemmingsplan Cereslaan-West (KuiperCompagnons, 2022).

Blad 2 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het beschrijven van in en rond het plangebied voorkomende natuurwaarden, het beschrijven van de mogelijke effecten van uitbreiding / afronding van bedrijventerrein Cereslaan-West op deze natuurwaarden, het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant; NNB) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: • Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? • Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNB en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: • De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; • Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; • Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; • Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; • Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; • Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNB.

Blad 3 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (hierna NNB). De bescherming van het NNB verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage).

Blad 4 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel C en D van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie. Ook kan het voorkomen dat in een provincie andere soorten vrijgesteld zijn . Zo zijn in de provincie Noord-Brabant de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) niet vrijgesteld. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNB ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNB is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNB en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNB. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Blad 5 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

2.3.3

Groenblauwe mantel Naast het NNB zijn in de provincie Noord-Brabant gebieden aangewezen als groenblauwe mantel (Artikel 3.32 Omgevingsverordening). Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op de groenblauwe mantel: a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b) stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel zijn mogelijk indien het gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie betreft, met een meer extensief karakter en die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of/en landbouw passen minder bij het karakter van de Groenblauwe mantel. Daarom gelden binnen de groenblauwe mantel voor deze initiatieven aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies.

2.3.4

Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Voor ganzen en smienten zijn in Noord-Brabant een aantal gebieden aangewezen als Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn in Artikel 2.60 regels opgenomen voor activiteiten in deze gebieden. In Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten mogen in de periode 1 november tot 1 april, een aantal soorten niet opzettelijk worden verontrust ( het gaat om brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, taigarietganzen, toendrarietganzen en smienten).

Blad 6 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

2.3.5

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom (Wnb/Boswet) en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare). De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk.

Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 7 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit drie onderdelen: 1. 2. 3.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten; Aanvullende inventarisatie van uit de bureaustudie en terreinbezoek gebleken relevante soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van LNV of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNB is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 8 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 6 augustus 2018 is vanaf circa 08:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij zonnig weer en een temperatuur van circa 28°C. Op 26 februari 2021 is vanaf circa 13.00 uur een actualiserend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer en een temperatuur van circa 11°C. Tijdens de terreinbezoeken is het plangebied te voet belopen en zijn gebouwen en bomen bekeken met een verrekijker. Overige terreinbezoeken t.b.v.

nadere onderzoeken zijn uiteengezet per soort in voorliggend hoofdstuk.

3.4

Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van de bevindingen uit het bureauonderzoek en het terreinbezoek, zijn relevant bevonden soorten nader onderzocht. Het betreft soortspecifiek onderzoek naar de volgende soorten: de huismus, gierzwaluw, roofvogels, vleermuizen en marterachtigen. De methode van het onderzoek wordt in de onderstaande paragrafen nader beschreven per soort(groep).

3.4.1

Huismus In 2018 en 2021 is nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van essentieel leefgebied van de huismus. Het gehele plangebied is hierbij onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de aanwijzingen van het kennisdocument (BIJ12, 2017a). In de optimale periode zijn twee inventarisaties uitgevoerd tijdens de ochtendpiek (de periode dat huismussen het meest actief zijn). Tijdens deze inventarisaties zijn nestindicatieve waarnemingen en waarnemingen in potentieel broedbiotoop genoteerd. De inventarisaties zijn uitgevoerd onder gunstige (weers)omstandigheden met een tussenperiode van ten minste 10 dagen. Zie ook Tabel 3.1. Tabel 3.1. Overzicht terreinbezoeken en weersomstandigheden nader onderzoek huismus.

Datum 14 april 2021 28 april 2021

Onderzoeksperiode 7.55u – 8.50u

Zonsopgang 6.46u

Temperatuur 0 °C

Bewolking Geheel bewolkt

Wind ZW, 1 Bft

7.15u – 8.00u

6.17u

3 °C

Licht bewolkt

NO, 2 Bft

Het voorjaar betrof vrij koude ochtenden, maar het onderzoek is wel representatief geweest. De weersomstandigheden waren voldoende en gebaseerd op de activiteit van huismussen in- en in de omgeving van het plangebied. De huismussen zijn roepend waargenomen, waardoor de weersomstandigheden als gunstig zijn ingeschat.

Blad 9 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

3.4.2

Gierzwaluwen Voor de gierzwaluw is het Kennisdocument van de gierzwaluw aangehouden (BIJ12, 2017). Hierbij worden gierende en in- en uitvliegende dieren geregistreerd. De periode waarin dit moet gebeuren is tussen 15 mei en 15 juli, waarbij er drie veldbezoeken moeten worden uitgevoerd. Eén van deze bezoeken moet tussen 20 juni en 7 juli plaatsvinden, wanneer de meeste gierzwaluwjongen aanwezig zijn. Er dienen minimaal 10 dagen tussen de bezoeken te zitten en het moet droog zijn. Het onderzoek dient vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang plaats te vinden.

3.4.3

Ransuil/sperwer In het plangebied is een voormalig eksternest aangetroffen. De ransuil en de sperwer kunnen kraaien- en eksternesten in de omgeving van bewoonde omgeving overnemen. Vooralsnog is geen sprake van een jaarrond beschermd nest, maar het nest dient in het najaar van 2022 beoordeeld te worden en indien geschikt, jaarlijks gemonitord tot het moment van uitvoering. Vooralsnog is geen sprake van een ontheffingsplicht.

3.4.4

Zoogdieren Kleine marterachtigen Het onderzoek naar marterachtigen is uitgevoerd op basis van de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017). Er is geen vastgestelde onderzoeksmethode voor de steenmarter. Enkele methoden uit de Handreiking Kleine Marters zijn ook effectief voor het aantonen van de aanwezigheid van de steenmarter. Om deze reden is voor onderzoek naar de steenmarter ook de Handreiking Kleine Marters aangehouden. Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van wildcamera’s en struikrovers. Wildcamera’s zijn ontworpen om 24 uur per dag, 7 dagen per week wilde dieren waar te nemen. De camera’s reageren op warmte en beweging. Als een dier binnen het bereik is van een camera, maakt deze foto’s of een video-opname. Tijdens dit onderzoek zijn foto’s gemaakt. De wildcamera’s die gebruikt zijn tijdens het nader onderzoek naar marterachtigen betreffen de Browning Recon Force ELITE HP 4. Struikrovers zijn plastic buizen die aan één kant dicht zijn en aan de andere kant open zijn en diagonaal aflopen. Aan de dichte zijde is een wildcamera geplaatst. Aan de andere zijde is een blik sardines als lokmiddel geplaatst om de trefkans te verhogen (zie figuur 3.1). Tijdens het onderzoek zijn gedurende circa 6 weken, 5 struikrovers en 5 wildcamera’s in geschikt habitat in het plangebied geplaatst.

De wildcamera’s zijn gedurende het onderzoek periodiek uitgelezen en de batterijen en het lokvoer zijn periodiek ververst. De cameraval locaties zijn ter plaatse in het veld bepaald aan de hand van het voorkomen van geschikt habitat. In figuur 3.2 zijn de locaties waar de wildcamera’s en struikrovers zijn geplaatst weergegeven. Tijdens de veldbezoeken is tevens gelet op sporen, prooiresten, individuen van prooidiersoorten voor kleine marterachtigen en steenmarters en eventuele zichtwaarnemingen van marterachtigen.

Blad 10 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 3.1. Links: struikrover. Rechts: wildcamera Browning Recon Force ELITE HP 4.

Figuur 3.2. Locaties waar de wildcamera’s en struikrovers zijn geplaatst gedurende het onderzoek naar marterachtigen. De nummers in de afbeelding betreffen de camera nummers. Camera 5 is gedurende het onderzoek een keer verplaatst van locatie 5-1 naar locatie 5-2.

Vleermuizen Methode Het onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen en winterverblijfplaatsen. Per mogelijk aanwezige functie is onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 2021. De inventarisaties voor vleermuizen en gierzwaluwen zijn door twee onderzoekers van Antea Group uitgevoerd. Tijdens de ochtendronde voor vleermuizen zijn drie onderzoekers aanwezig geweest. Tijdens de onderzoeken voor vleermuizen is gebruik gemaakt van batdetectors. Er is steeds met twee detectors gewerkt, een Petterson D240x en een Petterson m500 USB ultrasound microfoon. Deze apparaten vangen de ultrasone geluiden van vleermuizen op en zetten deze om in een signaal dat hoorbaar is voor het menselijk gehoor. Met de M500 worden eveneens sonogrammen van de geluidssignalen geproduceerd. Daarnaast biedt de M500 de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software (Bat Explorer).

Blad 11 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Onderzoek 2018-2019 Het nader onderzoek is uitgevoerd door drie vleermuisdeskundigen van Antea Group. Een overzicht van de terreinbezoeken van het onderzoek in 2018-2019 is te zien in Tabel 3.2. Tabel 3.2. Overzicht terreinbezoeken m.b.t. het vleermuisonderzoek.

Datum 29-08-2018 06-06-2019 10-07-2019 16-07-2019 06-09-2019

Tijd

Soort

Weersomstandigheden

21:00 – 02:00 21:50 – 00:00 03:00 – 05:30 02:00 – 03:00 21:00 – 02:00

Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen

Droog, windkracht 1, 15°C Droog, windstil, 16°C Droog, windstil, 14°C Droog, windstil, 13°C Droog, windkracht 1, 15°C

Onderzoek 2022 Een overzicht van de terreinbezoeken van 2021 is weergegeven in Tabel 3.3.

3.4.5

Overzicht terreinbezoek 2022 Voor de onderzoeken naar marterachtigen, gierzwaluw en vleermuizen zijn de terreinbezoeken en omstandigheden uiteengezet in Tabel 3.3. Tabel 3.3. Overzicht terreinbezoeken van 2022. Datum

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

21 april 2022 Marterachtigen

N.v.t.

N.v.t.

4 mei 2022

Marterachtigen

N.v.t.

19 mei 2022

Marterachtigen

N.v.t.

6 juni 2022

Marterachtigen

N.v.t.

20 mei

Gierzwaluwen & 19.30-21.30 & vleermuizen 21.30-23.30

23 juni 2022

Gierzwaluwen & 20.00-22.00 & vleermuizen 22.00-00.00

11 juli 2022

Vleermuizen

03:00 – 05:30

13 juli 2022

Gierzwaluwen

20.00-22.00

25 augustus Vleermuizen 2022 12 september Vleermuizen 2022

23.00-01.00 23.00-01.00

Activiteit

Wildcamera’s en struikrovers plaatsen N.v.t. Tussentijdse check. Batterijen, SD kaarten en lokmiddel vervangen N.v.t. Tussentijdse check. Batterijen, SD kaarten en lokmiddel vervangen N.v.t. Wildcamera’s en struikrovers ophalen Droog, bewolkt, 14- Onderzoeksronde 1 voor gierzwaluwen & onderzoeksronde 1 13°C in de avond voor kraam- en zomerverblijfplaatsen van vleermuizen Droog, bewolkt, 23- Onderzoeksronde 2 voor gierzwaluwen & onderzoeksronde 2 21°C in de avond voor kraam- en zomerverblijfplaatsen van vleermuizen Droog, licht bewolkt, Onderzoeksronde 3 in de ochtend voor kraam- en 19-18°C zomerverblijfplaatsen Droog, onbewolkt, Onderzoeksronde 3 gierzwaluwen 19°C Droog, onbewolkt, Onderzoeksronde 1 paarverblijf- en zwermplaats 24°C Droog, lichtbewolkt, Onderzoeksronde 2 paarverblijf- en zwermplaats 16°C

Blad 12 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie, het terreinbezoek en de aanvullende inventarisaties), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNB in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten noorden van de Bosschebaan en ten westen van de Cereslaan, Heesch (gemeente Bernheze, Provincie Noord-Brabant). Het plangebied is te omschrijven als een industrieterrein met een aantal woningen. Het terrein is grotendeels verhard. Een aantal grote bedrijfskavels zijn aanwezig met enkele gemaaide graslanden en bomenrijen. Ten noordoosten van het plangebied zijn dichtbegroeide delen tussen de woonwijken te vinden. Het talud van de snelweg loopt omhoog met verwilderde vegetatie en veel graafsporen / holen van konijnen. Door het gebied is daarnaast een veelal drooggevallen watergang gelegen. Het plangebied is gelegen aan de A59en aan de noordzijde van het plangebied is een bomenrij aanwezig aan de rand van deze snelweg. Tussen de vegetatie zijn een aantal opstapelingen van tuinafval te vinden en door het gehele gebied worden veel honden uitgelaten. Zie Figuur 4.1 voor een impressie van het plangebied.

Route vanaf het bedrijventerrein naar de bomenrij aan de snelweg.

Fietspad in het noordoostelijke deel van het plangebied.

Woningen aan de noordkant van het plangebied.

Impressie van het bedrijventerrein.

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.

Blad 13 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente (2017-2022) verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2017-2022).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - nachtvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen

Soort

JRB

Boomvalk Buizerd Havik Huismus Kerkuil Ransuil Roek Steenuil Das Eekhoorn Steenmarter Bunzing Vleermuizen** Kamsalamander

X X X X X

HR

A/B

X X X X X X X X X

Geen waarnemingen X Grote vos Teunisbloempijlstaart X Geen waarnemingen X Grote modderkruiper Geen waarnemingen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

Blad 14 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

4.2.2

Resultaten terreinbezoeken - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en de terreinbezoeken is per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Afbakening relevante soortgroepen Op basis van biotoopkenmerken en soortspecifieke eisen, is het voorkomen van een aantal diersoorten binnen het plangebied uit te sluiten. Zo zijn binnen het plangebied geen grote nesten of horsten aangetroffen, welke mogelijk in gebruik zijn door boomvalk, buizerd, havik of roek. Jaarrond beschermde nesten van bovengenoemde soorten zijn uitgesloten. Ten tijde van het terreinbezoek was de watergang drooggevallen. De watergang voldoet niet aan de eisen van de kamsalamander en de grote modderkruiper. De kamsalamander prefereert wateren welke het gehele jaar water houden, met veel oeverbegroeiing en onderwatervegetatie. Geen van deze kenmerken is aanwezig bij de watergang en het voorkomen van de soort is daardoor zeer onwaarschijnlijk. Voorkomen van kamsalamander in het plangebied is uitgesloten. Onderstaand wordt ingegaan op de soortgroepen: Vogels (gebouwbroedende soorten met jaarrond beschermd nest en overige soorten), insecten en zoogdieren.

4.2.3

Vogels Jaarrond beschermde nesten In het plangebied zijn gebouwen en schuren aanwezig welke in potentie een geschikte leefomgeving kunnen bieden aan de huismus, steenuil en kerkuil. Dit betreffen soorten met een jaarrond beschermd nest die in gebouwen broeden. In een nader onderzoek van Antea Group, 2018 zijn in het voorliggende plangebied geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van kerkuil of steenuil. Enkel de huismus is hier aangetroffen. Boombroedende soorten Jaarrond beschermde nesten van boombroedende soorten kunnen aanwezig zijn in het plangebied. Onder deze groep vallen de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en roek. Ook de sperwer is in de omgeving van het plangebied waargenomen, waardoor deze wordt meegenomen in voorliggende toetsing. In het plangebied is een oud eksternesten aangetroffen welke in potentie geschikt zijn als nestlocatie voor de ransuil of de sperwer. Veel roofvogels gebruiken een verlaten ekster- of kraaiennest en bouwen deze uit. Derhalve is het niet op voorhand uit te sluiten dat deze soorten in het plangebied aanwezig zijn. In het plangebied is een voormalig eksternest aangetroffen. De ransuil en de sperwer kunnen kraaien- en eksternesten in de omgeving van bewoonde omgeving overnemen.

Vooralsnog is geen sprake van een jaarrond beschermd nest, maar het nest dient in het najaar van 2022 beoordeeld te worden en indien geschikt, jaarlijks gemonitord tot het moment van uitvoering. Vooralsnog is geen sprake van een ontheffingsplicht. Huismus De huismus broedt in stedelijk gebied voornamelijk in gebouwen. De huismus broedt daar in uiteenlopende holtes, meestal onder dakpannen nabij dakgoten. Voor de huismus geldt dat er in het plangebied geschikt leefgebied aanwezig is. De functionele leefomgeving voor een huismus moet voldoen aan een aantal aspecten (zoals een goede afwisseling tussen bebouwing als verblijfplaats, groen en voedsel) (BIJ12, 2017a). In het voorliggende plangebied is dit in samenhang met de omgeving aanwezig. Zo zijn in de directe omgeving dichte en groenblijvende struiken aanwezig, zijn er mogelijkheden om zandbaden te nemen en is er voldoende water en voldoende afwisseling in vegetatie als voedselvoorziening. Het plangebied biedt daarom een geschikt leefgebied voor huismussen. De resultaten van het onderzoek in 2018 zijn weergegeven in 4.2.

Blad 15 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.2. Uitkomsten nader onderzoek huismus. Op rode kruisen zijn geen huismussen aangetroffen, op locaties met groene sterren zijn per locatie twee broedparen vastgesteld, vier in totaal. Bron achtergrond: PDOK.

Nader onderzoek huismus 2021 In het nader onderzoek dat in 2021 is uitgevoerd naar het voorkomen van de huismus, zijn in totaal acht territoria vastgesteld, waarvan bij vijf van deze territoria ook de (potentiële) nestplaatsen gevonden zijn. Nestplaatsen van de huismus zijn niet altijd duidelijk zichtbaar aan de buitenzijde van de bebouwing. De overige drie territoria zijn aan de hand van tjilpende mannetjes vastgesteld (alle drie op beide teldata vastgesteld). Conform het Kennisdocument van de huismus (BIJ12, 2017a) zijn tjilpende mannetjes voldoende indicatie dat een nestplaats aanwezig is. Zodoende wordt het uitgangspunt gehanteerd dat in totaal 8 nestplaatsen van de huismus aanwezig zijn. Voormalige nestlocaties aan de Vismeerstraat 2 zijn niet aangetroffen in het onderzoek van 2021. De resultaten uit het onderzoek van 2021 zijn leidend. De territoria zijn verdeeld over twee adressen vastgesteld. Vier territoria bevinden zich in de bebouwing aan de Vismeerstraat 6a. De huismussen zijn met name te vinden in de dakrand, waarbij de ruimte onder de dakpannen en nokpannen wordt gebruikt als nestlocatie. De overige vier territoria bevinden zich in de bebouwing aan de Vismeerstraat 8.

Blad 16 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.3. Overzicht broedparen huismus Cereslaan / Vismeerstraat.

Van vijf broedparen zijn de eigenschappen als volgt beschreven: • • • • •

Bijgebouw(schuurtje) bij Vismeerstraat 8, zuidkant dak, 1 man baltsend/zingend; Vismeerstraat 6a, noordkant dak, 1 waarschijnlijke nestplaats; Vismeerstraat 8, baltsend/zingend, 1 man; Vismeerstraat 6a, zuidzijde dak, 1 waarschijnlijke nestplaats; Vismeerstraat 6a, zuidzijde dak, 1 waarschijnlijke nestplaats.

Zie Figuur 4.4 voor een impressie van één van de huismusnesten.

Figuur 4.4. Een broedpaar huismussen in het plangebied.

In hoofdstuk 5 zullen de vervolgstappen en de gevolgen van de ontwikkelingen in het plangebied op huismussen uiteengezet worden.

Blad 17 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Gierzwaluw Er zijn geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen in het plangebied. Enkel tijdens de eerste onderzoeksronde zijn twee foeragerende gierzwaluwen waargenomen die later op de avond weer wegtrokken. Kerkuil / steenuil De aanwezige gebouwen, schuren en boerderijen in het plangebied bieden mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor de steenuil en de kerkuil. Voor beide soorten is een nader onderzoek uitgevoerd door Antea Group in 2018. Er zijn geen nestlocaties van steenuil en kerkuil aangetroffen in de onderzoeken. Voorkomen van beschermde verblijfplaatsen in het plangebied zijn uitgesloten. In 2021 is opnieuw beoordeeld of er potentiële nestlocaties aanwezig zijn in het plangebied voor de steenuil en de kerkuil. Het voorkomen van nestlocaties is opnieuw uitgesloten door het ontbreken van geschikte nestlocaties. Overige broedvogels In het gehele plangebied zijn meerdere geschikte broedbiotopen aanwezig voor vogels. Voornamelijk in tuinen en langs graslanden zijn veel mogelijkheden voor broedvogels als mezen, lijsters, duiven en kraaien. In hoofdstuk 5 zullen de vervolgstappen en de gevolgen van de ontwikkelingen in het plangebied op algemene broedvogels uiteengezet worden.

4.2.4

Zoogdieren Marterachtigen Das De das komt sporadisch voor in het plangebied, aangezien in de omgeving verschillende burchtlocaties bekend zijn. Tijdens het terreinbezoek zijn veel graafsporen gevonden welke veelal veroorzaakt waren door konijnen. Er zijn geen typische graafsporen gevonden van dassen en ook zijn geen haarplukken onder hekwerk of burchten aangetroffen. De das zwerft sporadisch over het landbouwgebied ten westen van het plangebied maar heeft geen essentieel leefgebied in het plangebied. Essentieel leefgebied van de das is om deze reden uitgesloten. Steenmarter Naar de steenmarter is, in combinatie met het onderzoek naar kleine marterachtigen onderzoek verricht. In 2019 en 2022 zijn daarnaast meerdere zichtwaarnemingen gedaan van een steenmarter ten tijde van het vleermuisonderzoek. De steenmarter werd tweemaal waargenomen aan de Voorste Groes en heeft vermoedelijk een verblijfplaats in de schuur van de Voorste Groes 6. Het gebied wordt sporadisch gebruikt als foerageergebied voor de steenmarter. De steenmarter is beschermd onder artikel 3.10, onderdeel A, Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 5 zullen de vervolgstappen en de gevolgen van de ontwikkelingen in het plangebied op de aanwezige steenmarter uiteengezet worden. Kleine marterachtigen De bunzing leeft graag in de buurt van boerderijen in kleinschalig landschap met voldoende water en schuilmogelijkheden.

Het plangebied biedt veel geschikt leefgebied voor deze soort (alsook voor de wezel), met name aan de noordkant van het plangebied. De bunzing kan een schuilplaats vinden in de begroeide bermen, erven van woningen en de bomenrij ten noorden van het plangebied. De bunzing en wezel zijn beschermd onder artikel 3.10, onderdeel A van de Wet natuurbescherming. De hermelijn wordt in het plangebied niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop als rietlanden, vochtige graslanden of moerasachtige gebieden.

Blad 18 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Voor kleine marterachtigen is van belang dat voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn als permanente ruigtes en bosschages. Van belang hiervoor is de verbindende functie van het groen. Essentiële elementen binnen het leefgebied van kleine marterachtigen zijn verbindende elementen, essentiële foerageergebieden en verblijfplaatsen. Al deze elementen komen voor in het plangebied. Om deze reden is in 2019 en 2022 een nader onderzoek uitgevoerd naar marterachtigen in het plangebied Cereslaan-West. De nadere onderzoeken worden hieronder uiteengezet. Nader onderzoek 2019 Gedurende de onderzoeksperiode in 2019 zijn geen marterachtigen verschenen op de camera’s. Wel zijn zichtwaarnemingen gedaan van de steenmarter. In omliggende gebieden is bekend dat de wezel voorkomt, waardoor de verwachting is dat de soort sporadisch in het plangebied kan voorkomen. Nader onderzoek 2022 Tijdens het onderzoek zijn de steenmarter en de wezel op camerabeelden geregistreerd (zie figuur 4.5). De wezel is twee keer vastgelegd op twee verschillende locaties in het oostelijke deel van het plangebied. De steenmarter is 7-8 keer vastgelegd op vier verschillende locaties in het plangebied. Daarnaast zijn de bosmuis en de rosse woelmuis op camera vastgelegd. Rosse woelmuizen zijn belangrijke prooien voor wezels, en bosmuizen worden ook door wezels gegeten.

Deze muizen vormen ook onderdeel van het dieet van steenmarters. Er zijn derhalve zowel prooidieren als geschikt habitat aanwezig voor de marterachtigen binnen het plangebied. In Figuur 4.5 worden enkele camera beelden weergegeven. In Figuur 4.6 worden de locaties van de waarnemingen weergegeven.

Figuur 4.5. Linksboven: wezel op camera. Rechtsboven: Rosse woelmuis op camera. Linksonder: steenmarter op camera. Rechtsonder: bosmuis op camera.

Blad 19 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.6. Locaties van waarnemingen van wezel en steenmarter.

Das, egel, konijn, haas en vos Tijdens het onderzoek zijn enkele waarnemingen van de das gemaakt op camera’s sr5, sr36, wc36, wc51, wc52 en wc57 (zie figuur 4.7 en 4.8). Tevens zijn er sporen in de vorm van prenten, mestputjes en voedselresten aangetroffen. De das maakt gebruikt van het plangebied om er te foerageren en als doorlooproute. Er zijn diverse opnames van hazen en konijnen op meerdere camera’s. Tevens is er één opname van een vos op wc52.

Figuur 4.7. Links: das op camera. Rechts: egel op camera.

Blad 20 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.8. Locaties van waarnemingen van dassen op camera en van dassensporen.

Eekhoorn De eekhoorn komt mogelijk sporadisch voor in het plangebied. Eekhoorns leven in de omgeving voornamelijk aan de overzijde van de A59. Het is onwaarschijnlijk dat eekhoorns het plangebied bereiken door de A59 over te steken. Echter, eekhoorns zijn ook waargenomen ten westen, zuiden en oosten van het plangebied (NDFF, 2017-2022). Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen van eekhoorns en mogelijk wordt het gebied alleen sporadisch gebruikt als foerageergebied. Essentieel leefgebied van de eekhoorn is uitgesloten in het plangebied vanwege het ontbreken van nesten, sporen, de vele barrières, overige bebouwing, verstoorde omgeving en betere alternatieven in de omgeving. Vleermuizen Uit de bureaustudie is gebleken dat een aantal beschermde vleermuizen voorkomt in de omgeving van het plangebied. Gebouwen vormen in zijn algemeenheid in potentie geschikte verblijf- en rustplaatsen voor vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen (zoals de in dorpen en steden veel voorkomende gewone dwergvleermuis en laatvlieger) verblijven in gebouwen achter of in kleine ruimtes met constante klimatologische omstandigheden. In gebouwen vormen richels, betimmeringen, kieren, boeiboorden, gaten en spouwmuren een geschikte verblijfplaats voor vleermuizen.

Spouwmuurgaten, dakpannen en betimmeringen bieden gebouwbewonende vleermuizen toegang tot de gebouwen of de vleermuizen verblijven achter deze elementen. Ook vinden bepaalde vleermuissoorten geschikte verblijfplaatsen in bomen. In het plangebied zijn bomen aanwezig met geschikte ruimtes (zoals holen, gaten of scheuren). Hierdoor zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen niet uit te sluiten. Daarnaast zijn lage, verlaten gebouwen te vinden in het plangebied welke losse dakpannen, nokpannen en gaten / kieren bevatten welke vleermuizen toegang verlenen tot het gebouw (zie Figuur 4.9).

Blad 21 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.9. Voor gebouwbewonende- en boombewonende vleermuizen zijn mogelijke verblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied.

Verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied. Om deze reden is nader onderzoek uitgevoerd in de periode augustus 2018 tot en met september 2019. In 2022 heeft een actualiserend onderzoek plaatsgevonden. Hieronder worden de resultaten van beide onderzoeken uiteengezet. Resultaten 2018/2019 Het meest opvallende resultaat uit dit onderzoek is de zeer lage hoeveelheid waarnemingen van vleermuizen. Zo is op 6 juni 2019 pas ruim een uur na zonsondergang de eerste vleermuis waargenomen in het plangebied. Enkel sporadisch zijn vleermuizen waargenomen welke soms kortstondig foerageerden. Woningen met luwe tuinen aan de Voorste Groes leken geschikt te zijn voor vleermuizen, maar hier is tijdens het ochtendbezoek van 10 juli geen enkele vleermuis waargenomen op het terrein. Wel is tweemaal een passerende gewone dwergvleermuis langs de Voorste Groes waargenomen. Op 6 juni 2019 is laat op de avond een overvliegende laatvlieger gehoord. Op 6 september 2019 is rond middernacht een overvliegende rosse vleermuis waargenomen. In 2018 is nabij het plangebied een mogelijke verblijfplaats waargenomen. De vleermuis baltste kort in het plangebied en is gevolgd. Tijdens de balts is kort zwermgedrag vertoond net ten zuiden van het plangebied. Dit maakt het aannemelijk dat hier een paarverblijfplaats aanwezig is.

Deze locatie valt echter buiten het plangebied. In het najaar van 2019 is op deze locatie opnieuw een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen welke grofweg hetzelfde paarterritoria bevloog. Figuur 4.10 toont een overzicht van de waargenomen vleermuizen gedurende de gehele onderzoeksperiode.

Blad 22 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.10. Overzicht resultaten vleermuisonderzoek.

Een samenhang van open terreinen, de geïsoleerde ligging (groenstructuren lopen nergens door), verlichting en verstoring van de snelweg kunnen allen een rol spelen bij de lage hoeveelheid waarnemingen. In het plangebied zijn geen essentiële leefgebieden geconstateerd en zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Essentieel leefgebied van vleermuizen is uitgesloten. Nader onderzoek 2022 Enkel de bebouwing aan de oostzijde van het plangebied was potentieel geschikt voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen binnen het plangebied. Ook zijn er geen essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied vastgesteld. Er zijn passerende of foeragerende gewone dwergvleermuizen en passerende rosse vleermuizen waargenomen. Tevens zijn er twee baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze vertoonden geen duidelijke verbinding met panden binnen het plangebied. De baltsende gewone dwergvleermuis aan de noordoostzijde van het plangebied was zeer onregelmatig aanwezig met tussenperioden van meer dan 10 minuten. Vermoedelijk heeft dit individu een verblijfplaats in de bebouwing ten zuiden van het plangebied. De tweede baltsende gewone dwergvleermuis had een (deel van) zijn paarterritorium rondom de woningen aan de Voorste Groes 6, 10 en 10A, met enkel een uitwijking rondom Voorste Groes 12 en Vismeerstraat 2.

De meeste binding had het individu met de panden aan de Voorste Groes 6, 10 en 10A. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit individu in één van deze panden zijn verblijfplaats. Deze panden vallen echter buiten het plangebied en blijven behouden. In Figuur 4.11 worden de locaties van de waarnemingen weergegeven.

Blad 23 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Figuur 4.11. Locaties van waarnemingen van vleermuizen in het oostelijke deel van het plangebied. In het westelijke deel bevinden zich geen structuren waar vleermuizen in kunnen verblijven.

4.2.5

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.3 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming voorkomen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.3. Aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort

Aanwezigheid

Toelichting

Artikel 3.1

Acht territoria van huismussen aangetroffen (resultaten 2021).

Meerdere huismussen aangetroffen in vegetatie en dakgoten bij huizen. In totaal zijn acht paar huismussen aanwezig.

Overige broedvogels

Artikel 3.1 // Artikel 3.5

Zeer waarschijnlijk

Marterachtigen Steenmarter Wezel

Artikel 3.10

Ja, foerageergebied

Vogel met jaarrond beschermd nest Huismus

Beschermingsregime

Blad 24 van 32

Veel activiteit van kleine zangvogels, lijsters, duiven en kraaien. Verblijfplaatsen van de steenmarter en wezel zijn zeer waarschijnlijk aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied is daarnaast onderdeel van het foerageergebied van beide soorten.

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in of direct aangrenzend aan Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmens ven, Moerputten en Bossche broek’ ligt op circa 15 kilometer afstand ten oosten van het plangebied, zie Figuur 4.12.

Figuur 4.12. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Vlijmens ven, Moerputten en Bossche broek’. Bron: AERIUS Calculator.

4.3.2

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het dichtstbijzijnde NNB-gebied is op circa 50 meter ten noorden van het plangebied gelegen. Tussen het plangebied en dit NNB-gebied is de snelweg A59 gelegen. Zie ook Figuur 4.13.

Figuur 4.13. Natuurnetwerk gebieden (groene vlakken) nabij het plangebied (rood omkaderd).

Blad 25 van 32

Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief

Groenblauwe mantel In het gebied komt geen groenblauwe mantel voor. Effecten op de groenblauwe mantel zijn uitgesloten. Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Binnen de gemeente zijn geen Rust- en foerageergebieden voor ganzen en smienten aangewezen. Effecten op dergelijke gebieden ten gevolge van het voornemen zijn op voorhand uitgesloten. Om deze reden worden de rust- en foerageergebieden voor ganzen en smienten niet nader behandeld in voorliggende natuurtoets.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=65618b01-6a0a-47a0-9745-df3e1c42d2df