Bijlage 10 - Natuurtoets incl. nader onderzoek Cereslaan-West
Tekst van het document
4.3.3
Houtopstanden Binnen het plangebied zijn houtopstanden aanwezig. Aan de noordzijde zijn bomenrijen van meer dan 20 bomen aanwezig en door het gehele plangebied staan sporadisch losstaande bomen. Zie ook Figuur 4.14.
Figuur 4.14. Bomenrijen van meer dan 20 bomen in het plangebied. Losstaande bomen zijn niet in deze afbeelding opgenomen.
Blad 26 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNB-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De effecten op beschermde soorten als gevolg van het voornemen, worden per soortgroep getoetst. Enkel de soortgroep in Tabel 4.2 zijn relevant bevonden voor voorliggend plangebied. Derhalve wordt enkel op deze soortgroepen ingegaan: • Algemeen voorkomende broedvogels; • Vogels met een jaarrond beschermd nest; • Zoogdieren (marterachtigen, eekhoorn en vleermuizen). •
5.2
Toetsing effecten op beschermde soorten
5.2.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Huismus In de gebouwen zijn nesten aanwezig van de huismus (een vogel met een jaarrond beschermd nest). Indien verblijfplaatsen worden aangetast door de werkzaamheden, is dit in overtreding met de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Hiervoor is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Ontheffing aanvragen Aangezien nestplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen, dient een ontheffingsprocedure doorlopen te worden. Daadwerkelijke nestplaatsen mogen niet zonder ontheffing en maatregelen aangetast worden. Een dergelijke procedure kan enkel doorlopen worden als volgens het geldende protocol onderzoek is gedaan. De werkzaamheden aan de panden waar nestplaatsen in zitten, kunnen enkel uitgevoerd worden indien hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming is verleend door de Provincie Noord-Brabant. Bij een ontheffingsaanvraag wordt door het bevoegd gezag getoetst of de soort niet onnodig wordt geschaad en of er voldoende maatregelen getroffen worden. Wanneer het bevoegd gezag akkoord is met de werkwijze omtrent de sloop en de huismus, wordt een ontheffing (vaak onder voorwaarden) verleend. Een dergelijke procedure neemt circa 20 weken in beslag. Daarboven op geldt een periode van zes weken dat de ontheffing ter inzage ligt (en waarin bezwaar gemaakt kan worden).
Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden Bij de sloop van de gebouwen dienen per koppel huismussen, minimaal twee alternatieve nestlocaties te worden aangeboden in de directe omgeving van de huidige nestlocatie. Daarbij dient rekening te worden gehouden met hoge vegetatie en de mogelijkheden tot zandbaden in de directe omgeving van de alternatieve nestplaats. Conform het kennisdocument (BIJ12, 2017a) dienen in de toekomstige situatie vervangende nestplaatsen gerealiseerd te worden. Aangezien een nieuwe nestplaats nooit dezelfde eigenschappen heeft als een bestaande nestplaats dient een overmaat aan nestplaatsen aangeboden te worden. Het advies is om meer dan de minimale alternatieve verblijfplaatsen aan te bieden in de vorm van een factor 3.
Blad 27 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Dit houdt in dat voor vijf aangetroffen broedplaatsen, 10 alternatieve nestplaatsen dienen te worden aangeboden. Aan de plaatsing van de nestplaatsen zitten diverse voorwaarden, waaronder; ➢ Zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaats plaatsen, bij voorkeur binnen 200 meter (bij uitzondering 500 meter); ➢ In de directe omgeving dient continue voldoende dekking aanwezig te zijn in de vorm van minimaal 3 à 4 meter hoog opgaand groen; ➢ In de directe omgeving dient de mogelijkheid te bestaan om zandbaden te nemen; De nestkast dient op minimaal 3 meter hoogte te hangen; Gewenningstijd Ook is er bij het aanbieden van alternatieve nestplaatsen sprake van een gewenningstijd. Dat is de tijd dat de oorspronkelijke nestplaats én de alternatief aangeboden voorzieningen tegelijkertijd in het gebied aanwezig zijn. Huismussen hebben namelijk de tijd nodig om aan nieuwe nestplaatsen te wennen. In geval van de huismus moeten de alternatieve nestkasten bij voorkeur minimaal drie maanden voorafgaand aan de werkzaamheden (en het daarbij verwijderen van de nestplaatsen) aanwezig zijn. Gebruikelijk is om de alternatieve voorzieningen na afloop van het onderzoek aan te bieden in de omgeving van het plangebied, aangezien dan bekend is of – en hoeveel voorzieningen aangeboden moeten worden. Voor de huismus geldt dat in gebruik zijnde nesten niet mogen worden verstoord of aangetast.
Dit houdt o.a. in dat deze nesten niet tijdens het broedseizoen kunnen worden verwijderd. ➢ Vervangende nestplaatsen moeten minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden, tegelijkertijd met de bestaande nestplaatsen, aanwezig zijn om de vogels te laten wennen aan de nieuwe voorzieningen.
Overige broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie, bomen, tuinen en begroeide bermen. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden of er dienen soortspecifieke maatregelen getroffen te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is.
1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 28 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
5.2.2
Zoogdieren Marterachtigen Steenmarter en wezel De steenmarter en de wezel foerageren in het plangebied en hebben vermoedelijk een verblijfplaats in de schuur ten zuiden van de plangrens. De steenmarter is naast het cameraonderzoek tweemaal waargenomen gedurende het (vleermuis)onderzoek. De steenmarter en de wezel zijn beschermd onder artikel 3.10, onderdeel A. Dit houdt in dat de verblijfplaatsen en overig essentieel leefgebied niet zonder meer mag worden aangetast. De verblijfplaatsen worden mogelijk aangetast door het voornemen. Daarnaast wordt het foerageergebied van de steenmarter en de wezel grotendeels verwijderd. Het gebied is daarnaast geïsoleerd gelegen waardoor de marterachtigen weinig uitwijkmogelijkheden hebben. Om deze reden dient aandacht besteedt te worden aan het behouden van leefgebied voor de marterachtigen. In de omgeving zijn waarnemingen van steenmarters bekend waardoor mogelijk veel territoriums aanwezig zijn. Om deze reden kan een steenmarter niet gemakkelijk uitwijken naar een ander leefgebied, omdat deze zeer waarschijnlijk al is ingenomen door een soortgenoot. Er zijn echter wel mogelijkheden om het gebied beschikbaar te houden voor de steenmarter. De wezel kan een zeer klein territorium hebben. Territoria in het plangebied dienen te worden behouden door het aanbrengen van ruigtevegetatie en verbindingsstroken.
Langs de voorgenomen weg blijven een aantal bomen behouden zoals te zien in Figuur 5.1.
Figuur 5.1. Overzicht van het planvoornemen m.b.t. infra
De groenstroken en behouden/nieuwe bomen zijn echter gelegen tussen wegen en in een drukke omgeving. Derhalve zijn effecten op de marterachtigen als het gevolg van het voornemen niet uit te sluiten. Zo kunnen verkeersslachtoffers vaker voorkomen door te toename in verkeersbewegingen en wordt het gebied meer verstoord. Een ontheffing is noodzakelijk voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Indien voldoende groene ruimte kan worden gerealiseerd zoals ruigtes, bomen en open groen, kunnen de steenmarter en de wezel wel gebruik blijven maken van het gebied. De vervolgstappen dienen te worden uitgewerkt in een activiteitenplan (ontheffingsaanvraag) en worden getoetst door het bevoegde gezag (provincie Noord-Brabant).
Blad 29 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in of direct aangrenzend aan Natura2000-gebied. Ruimtebeslag kan daarmee op voorhand worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de activiteit en de afstand tot Natura2000-gebieden in de omgeving kunnen ook verstoringseffecten als geluid, verdroging , licht e.d. op voorhand worden uitgesloten. Enig mogelijk relevant aspect is de toename van stikstof. Middels een Aerius-berekening is aangetoond dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt. Daarmee zijn effecten op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten.
5.3.2
Effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB) In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. De bosschages, gelegen ten noorden van het plangebied, zijn wel onderdeel van het NNB. Het natuurtype van deze bosschages is N16.03 Droog bos met productie (Kaartbank Brabant, 2022). Voor de realisatie van het plan is ruimte beslag niet aan de orde. De provincie Noord-Brabant kent een externe werking. Dit betekent dat het NNB in de omgeving - afhankelijk van de aard en omvang van het project – ook relevant is. Voor een NNB-gebied geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNB-gebied gelden de omvang, de verbindende functie en de kwaliteit in de vorm van de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Het plan heeft geen wezenlijke invloed op belangrijke sleutelfactoren, waardoor significant negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het aanwezige NNB uitgesloten zijn. Droog bos met productie wordt gedomineerd door loofboomsoorten. Er is geen vermindering van structuurelementen, kwaliteit van deze elementen, of broedbiotopen voor kwalificerende soorten zoals boomklever en groene specht aan de orde. Daarnaast gaat ook geen oppervlakte aan NNBgebied verloren omdat ruimtebeslag niet aan de orde is.
Het plan leidt niet tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB-gebied.
Blad 30 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
5.3.3
Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied zijn houtopstanden aanwezig. Deze liggen buiten de bebouwde kom (‘bebouwde kom houtopstanden’ (Wet natuurbescherming)), en bestaan uit een bomenrij van meer dan 20 bomen (zie Figuur 5.2).
Figuur 5.2. Bomenrijen van meer dan 20 bomen in het plangebied. Losstaande bomen zijn niet in deze afbeelding opgenomen.
De bomen vallen daarmee onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Losstaande bomen binnen het plangebied kennen deze bescherming niet en zijn vrijgesteld wanneer deze geen functie hebben voor beschermde soorten. Voor de kap van bomen welke wel onder de Wet natuurbescherming vallen, dient een melding te worden gedaan bij de provincie Noord-Brabant. Voor deze houtopstanden geldt een 1:1 compensatieplicht. In het landschapsontwerp is voorzien in voldoende compensatie.
Blad 31 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
6
Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017a. Kennisdocument huismus Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Dietz, C., Helversen, von, O., Nill, D., 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion natuur i.s.m. de Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig: NDFF
Blad 32 van 32
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Bijlagen
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
Amfibieën
Dagvlinders
Haften Kevers
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren
Vissen Weekdieren
Zaadplanten
hazelmuis
steur
kleine zwaardwalvis
Zoogdieren zeezoogdieren
narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
Groenknolorchis, zomerschroeforchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander* Meerkikker*
Europese rivierkreeft
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder
Dagvlinders
Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Gelderland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Zeeland, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. 2.
3.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN).
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets Bestemmingsplan Cereslaan-West projectnummer 434270 5 december 2022, definitief
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 20167 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.