Bijlage 10 - Ecologisch Werkprotocol
Tekst van het document
Ecologisch Werkprotocol Energetische renovatie Mooiland woningen complex 3402 te Nistelrode Definitief
Ecologisch Werkprotocol
1
colofon
projectnaam Ecologisch Werkprotocol datum 28 februari 2024 projectnummer P06913 opdrachtgever Mooiland BRO projectleider MvdS projectteam RdM bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Ecologisch Werkprotocol
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Vooraf Doelen van het ecologisch werkprotocol Toelichting doelen
4 4 4
1.3.1 1.3.2
4
1.3.3 1.3.4
1.4
2
3
4
Voldoen aan de algemene zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voorkómen van overtreding van de artikelen 3.1, 3.2, 3.5 en 3.10 van de Wnb Informatievoorziening bij eventuele controle door de overheid Een handleiding hoe te handelen voor de aannemer
Leeswijzer
4 4 4
4
Locatie en de werkzaamheden
5
2.1 2.2
5 5
Ligging plangebied Werkzaamheden
Beschermde waarden
6
3.1 3.2
Gewone dwergvleermuis Overige soorten
6 6
Het ecologisch werkprotocol
7
4.1 4.2 4.3 4.4
7 7 8 9
Algemeen Uitvoeren van de zorgplicht Voorschriften Werkwijze
5
Planning
10
6
Logboek
11
Bijlage 1 - Tijdelijke voorzieningen vleermuizen
Ecologisch Werkprotocol
3
1
Inleiding
1.1
Vooraf
1.3
Toelichting doelen
zodanig dat wordt voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbe-
1.3.1
Voldoen aan de algemene zorgplicht (art 1.11 Wnb)
scherming worden overtreden.
Alle in het wild levende planten en dieren (ook de onbeschermde) moeten
Dit ecologisch werkprotocol is opgezet in verband met de aanwezigheid
zo veel mogelijk, in alle redelijkheid, ontzien worden. Het werkprotocol
van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in de woningen binnen
moet duidelijk maken dat dit het geval is. Zo dient er gewerkt te worden in
complex 3402 te Nistelrode. Uit de verkennende fase (quickscan) bleek
de minst kwetsbare perioden, of in een bepaalde volgorde. Ook zal men
dat de gebouwen potentiele verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en
waar nodig of wenselijk bijzondere planten en dieren in veiligheid brengen.
vleermuizen bevat. Hierop volgend is in het seizoen van 2021 protocollair huismus-, gierzwaluw- en vleermuisonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de te slopen woningen in totaal 1 zomerverblijfplaats en 2 paarverblijf-
1.3.2
Voorkómen van overtreding van de artikelen 3.1, 3.2, 3.5 en 3.10 van de Wnb
Het feitelijke ecologisch werkprotocol is een nadere invulling van een activiteitenplan, bedoeld voor gebruik door de aannemer. Het is een bindend contract waaraan ieder die betrokken is bij het uitvoeren van het ecologisch werkprotocol zich te houden heeft. Afwijking van het protocol leidt mogelijk tot overtreding van de Wet natuurbescherming en dient voorkomen te worden. 1.3.3
Informatievoorziening bij eventuele controle door de overheid
plaatsen van de gewone dwergvleermuis. Om de werkzaamheden moge-
Er kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren van soorten
lijk te maken is bij de provincie Noord-Brabant, via de Omgevingsdienst
die behoren tot de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn, zoals vleermuizen en
In feite wordt het werk in de praktijk getoetst aan de Wet natuurbescher-
Brabant Noord, ontheffing aangevraagd op artikel 3.5, tweede en vierde
broedvogels, in het kader van ruimtelijke ingrepen. Europa staat dat niet
ming. En daarin moet zorgvuldig gehandeld worden, in verband met de
lid, voor respectievelijk het opzettelijk verstoren van, en het beschadigen
toe voor ruimtelijke ingrepen. In het kader van het belang van de volksge-
controleplicht die de provincie heeft indien er handhavingsverzoeken in
of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone
zondheid en de openbare veiligheid kan echter voor soorten die behoren
het kader van de Wet natuurbescherming ingediend worden. De contro-
dwergvleermuis. Deze ontheffing, met kenmerk Z/212485-373696, is ver-
tot de Vogelrichtlijn wel onder voorwaarden een ontheffing verkregen wor-
leurs zullen altijd vragen naar het ecologisch werkprotocol en hoe dit ge-
leend per 5 februari 2024. Onderhavig ecologisch werkprotocol is een ver-
den. In het kader van het belang van de volksgezondheid, de openbare
bruikt wordt.
dere uitwerking van de voorschriften welke genoemd zijn in de ontheffing.
veiligheid en andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met
1.2
Doelen van het ecologisch werkprotocol
inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip
1.3.4
Een handleiding hoe te handelen voor de aannemer
van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten, kan voor soorten uit de
Om het project te doen slagen, zal steeds zorgvuldig gewerkt moeten wor-
In het ecologisch werkprotocol wordt uitgelegd op welke wijze er gewerkt
Habitatrichtlijn eveneens onder voorwaarden een ontheffing verkregen
den. Dit ecologisch werkprotocol geeft gericht aan, hoe een aannemer
dient te worden. De maatregelen zijn gericht op het voorkomen van doden
worden.
dient te handelen voor, tijdens en bij de afwikkeling van de ingreep, met name in specifieke omstandigheden, waarmee voorkomen wordt dat ver-
en verwonden van dieren, en op het minimaliseren van de verstoring welke de werkzaamheden veroorzaken.
Het plan mag het functioneren van deze soorten niet aantasten. Onder de
bodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden.
broedvogels zijn er enkele soorten waarvan het nest het gehele jaar beHet ecologisch werkprotocol heeft meerdere doelen:
schermd is. Voor soorten die een bescherming hebben vanuit paragraaf
1.4
Leeswijzer
het voldoen aan de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb);
3.3 van de Wnb, artikel 3.10 (Wnb-andere soorten, Nederlands be-
Deze rapportage is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt een korte
het voorkomen dat verbodsbepalingen van de artikelen 3.1, 3.2,
schermd) kan wel ontheffing verkregen worden. Dit kan alleen onder voor-
beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan
3.5 en 3.10 van de Wnb onnodig overtreden worden;
waarde dat de duurzame instandhouding van deze soorten niet bedreigd
op de te beschermen natuurwaarden. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 het
informatievoorziening bij eventuele controle door handhavers van
wordt. Daarom moet de aanwezige beschermde soorten onder deze rege-
werkprotocol beschreven.
het bevoegd gezag (m.n. de omgevingsdiensten en provincie);
ling zoveel mogelijk gespaard worden door een aangepaste werkwijze. Er
een handleiding over “hoe te handelen” voor de aannemer.
worden binnen dit ecologisch werkprotocol maatregelen voorgeschreven,
Ecologisch Werkprotocol
4
2
Locatie en de werkzaamheden
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit 6 twee-onder-een-kapwoningen aan de Heuvelstraat 4-14 te Nistelrode. De gebouwen hebben allemaal bakstenen gevels en een hellend dak.
2.2
Werkzaamheden
De werkzaamheden bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing waarna nieuwbouw zal worden gerealiseerd. Deze zal bestaan uit 18 nieuwbouwappartementen verdeeld over 3 bouwlagen.
Figuur 1: Luchtfoto van het plangebied
Ecologisch Werkprotocol
5
3
Beschermde waarden
Onderstaand wordt een kort overzicht gegeven van de te beschermen natuurwaarden die in het plangebied voorkomen, met het oog op de voorgenomen ingrepen. Dit hoofdstuk is gebaseerd op het uitgevoerd ecologisch onderzoek uit 2021.
3.1
Gewone dwergvleermuis
Binnen het plangebied zijn 1 zomerverblijfplaats en 2 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen (figuur 2). Bij de sloopwerkzaamheden verdwijnen deze verblijfplaatsen. Als tijdelijk alternatief zijn vleermuiskasten geplaatst aan gebouwen in de omgeving. De bebouwing wordt in september 2024 ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Na deze maatregelen worden uitvliegcontroles uitgevoerd om de effectiviteit te toetsen. Als er geen uitvliegende vleermuizen worden aangetroffen kunnen de werkzaamheden starten. Mocht er onverhoopt een vleermuis worden aangetroffen dient deze locatie beter afgesloten te worden, waarna nogmaals een uitvliegcontrole plaatsvindt. Binnen de nieuwbouw worden permanente voorzieningen gecreëerd. Per kopgevel (west en oost georiënteerd) wordt de spouw toegankelijk gemaakt, doormiddel op minimaal 6 locaties invliegopeningen te realiseren en een strook gripgaas van 1 meter breed toe te passen. Ook staan deze invliegopeningen met elkaar in verbinding middels grip-gaas (zie figuur 4). Op deze manier kunnen vleermuizen zich binnen de spouw verplaatsen. Per kopgevel zal er circa 27 m2 aan spouw beschikbaar komen voor vleermuizen. Open stootvoegen dienen tussen de 15 en 20 mm breed te
Figuur 2: Locaties van verblijfplaatsen en paarterritoria van vleermuizen (plangebied blauw omlijnd)
Figuur 3: Toekomstige situatie
Tijdelijke voorzieningen (vleermuiskasten) kunnen na het verstrijken van de gewenningsperiode weer worden verwijderd. Dit vindt plaats buiten de gevoelige periodes (15 oktober – 1 april en half mei – half juli) onder begeleiding van een ecoloog.
3.2
Overige soorten
Het opgaand groen en de bebouwing binnen het plangebied kan incidenteel gebruikt worden door minder zwaar beschermde soorten. Voor alle aanwezige dieren geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat het doden en verwonden van dieren ten alle tijden voorkomen dient te worden.
zijn en de hoogte van de baksteen. Indien er gewerkt wordt met invliegstenen zal type VMPM4 van Unitura (of een vergelijkbaar type) worden toegepast. Per kopgevel zullen tenminste op 6 locaties een rij van 4 open stootvoegen of in totaal 6 entreestenen beschikbaar komen die toegang geven tot de spouwmuur.
Ecologisch Werkprotocol
Figuur 4: Toekomstige situatie zijaanzicht met daarbij de positie van het gripgaas weergegeven (oranje gemarkeerd) en locatie van de open stootvoegen of entreestenen (zwarte blokjes)
6
4
Het ecologisch werkprotocol
4.1
Algemeen
Dit werkprotocol is gebaseerd op het activiteitenplan en aanvullende informatie zoals ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant-Noord aangevuld met de voorschriften zoals gesteld in de ontheffing met kenmerk Z/212485. Het protocol dient samen met het afschrift van de ontheffing altijd aanwezig te zijn tijdens de werkzaamheden, en moet op verzoek aan toezichthouders worden getoond. Voorafgaand aan de werkzaamheden
Wanneer nieuwe verblijfplaatsen van vrijgestelde en/of beschermde soorten aangetroffen worden, moet dit per direct gemeld worden bij de deskundige en moeten ze, indien nodig, in veiligheid gebracht worden op een plek in de nabijheid, onder begeleiding van een deskundige.
Ook andere (en onbeschermde) soorten, mogen niet moedwillig gedood worden.
De opgaande houtige beplanting rond de gebouwen biedt geschikte nestlocaties voor broedvogels. Verstoring van deze nesten dient eveneens voorkomen te worden.
worden alle betrokken uitvoerende medewerkers mondeling op de hoogte gesteld van de maatregelen die zijn beschreven in voorliggend werkprotocol. Indien men tijdens de werkzaamheden met (beschermde) plant- of diersoorten te maken krijgt, dient men direct contact op te nemen met een ter zake deskundige ecoloog. De contactgegevens van de betrokken ecologen zijn op meerdere plaatsen aangegeven in dit werkprotocol.
4.2
Uitvoeren van de zorgplicht
Voor alle in het wild levende soorten, geldt de zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht is van toepassing op zowel beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijze mogelijk is, schade aan deze gebieden en soorten te voorkomen. Voor soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, maar die een vrijstelling hebben van de provincie Noord-Brabant, geldt een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen. Op grond van de zorgplicht moeten deze soorten echter wel ontzien worden. Om de betreffende soorten zoveel mogelijk te ontzien dienen de volgende maatregelen te worden uitgevoerd:
Er mag in het kader van onderhavig werkprotocol niet meer dan de aangegeven panden worden gerenoveerd.
Ecologisch Werkprotocol
7
4.3
Voorschriften
8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bij-
13. De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het gel-
Algemene voorschriften
gehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen be-
dende vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaat-
1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden
doeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt
sen van de gewone dwergvleermuis. Concreet gaat het om de start- en
aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activi-
maken, uitvoeren van de controleronde en het plaatsen van de tijdelijke en
eindtijd, onderzoeksperiode, minimale temperatuur en maximale wind-
teiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons
permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werk-
kracht. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn.
op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelin-
zaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het
14. Indien tijdens de werkzaamheden (niet zijnde ongeschikt maken) toch
gen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals onge-
logboek. Dit logboek dient op eerste verzoek van een toezichthouder te
gewone dwergvleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct
schikt maken van de verblijfplaatsen.
worden gegeven.
stopgezet te worden. Vervolgens dient de ecoloog geraadpleegd te wor-
2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via
9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op
den om een plan op te stellen hoe hiermee wordt omgegaan. De werk-
info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere be-
basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken
zaamheden mogen pas hervat worden als de gewone dwergvleermuis uit
schermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere han-
partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen voor
het gebouw verdwenen is. In het logboek dient te worden vastgelegd hoe
delingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn.
het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol
er wordt omgegaan met de aanwezige soort.
3. Dit besluit kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de
op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit
15. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat
ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffing-
ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezon-
de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij
houder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar
den, uiterlijk 2 weken voor de start van de werkzaamheden. Mail het eco-
rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform
rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de
logisch werkprotocol naar info@odbn.nl, onder vermelding van het zaak-
het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) en
juiste naleving van de aan dit besluit verbonden voorschriften.
nummer.
aangetroffen functies.
4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de
10. Zodra alle handelingen en activiteiten zijn uitgevoerd die betrekking
16. Het eventueel verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient plaats
inhoud en het doel van dit besluit en de daaraan verbonden voorschriften,
hebben op de beschermde soort opgenomen in de ontheffing, dient de af-
te vinden in de actieve periode van de gewone dwergvleermuis: globaal
zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
ronding van de werkzaamheden bij ons te worden gemeld. Denk hierbij
van 1 april tot 15 oktober, buiten de kwetsbare winterperiode.
5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) af-
bijvoorbeeld aan de gerealiseerde permanente voorzieningen, het verwij-
17. Voorafgaand aan het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient
schrift van dit besluit op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te
deren van de tijdelijke voorzieningen en de inrichting van het plangebied.
door een ecologisch deskundige gecontroleerd te worden of de voorzie-
zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde
Dit dient u te doen door het logboek naar ons op te sturen via
ning ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment
toezichthouder of opsporingsambtenaar.
info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer.
dat er geen vleermuis aanwezig is in de kast.
6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde
18. Het verwijderen van tijdelijke voorzieningen mag slechts plaatsvinden
voorschriften, de activiteiten (inclusief alle maatregelen die er voor de
Specifieke voorschriften
binnen de ontheffingsperiode. Indien een tijdelijke voorziening buiten de
soorten worden genomen) uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag
11. Op het moment van ongeschikt maken en de 3 daaropvolgende nach-
ontheffingsperiode verwijderd wordt, zal onderzoek uitgevoerd moeten
en het activiteitenplan (hoofdstuk 5) en de aanvullende gegevens van 18
ten moeten de weersomstandigheden tijdens de eerste 2 uur na zonson-
worden naar de functionaliteit van de verblijfplaats. Als uit onderzoek blijkt
januari 2024.
dergang overeenkomen met de eisen die het dan geldende vleermuispro-
dat de voorziening in gebruik is, kan het verwijderen van de voorziening
7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitge-
tocol stelt voor de weersomstandigheden tijdens het onderzoek doen naar
enkel plaatsvinden met een aanvullende ontheffing.
voerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 (hierna: eco-
zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
loog) op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend.
12. Tussen het ongeschikt maken en de controleronde dienen ten minste 3 dagen te zitten, zodat de vleermuizen de tijd hebben de verblijfplaats te verlaten.
Ecologisch Werkprotocol
8
4.4
Werkwijze
5.
Indien bij de controleronde vleermuizen worden aangetroffen
12.
De tijdelijke mitigerende voorzieningen (vleermuiskasten in de
Bij de werkzaamheden worden drie fasen van te nemen maatregelen on-
dan dient in overleg met een ter zake kundige op het gebied
omgeving) dienen na afronding van de renovatie minimaal 6
derscheiden: 1. maatregelen die tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden genomen moeten worden om de te beschermen soorten een al dan niet tijdelijke voorziening te bieden voor de duur van de werkzaamheden; 2. maatregelen die tijdens de werkzaamheden genomen moeten worden; 3. maatregelen die na afloop van de werkzaamheden moeten zijn gerealiseerd als vervangende voorziening.
van vleermuizen te worden bepaald hoe het betreffende ge-
maanden in de periode februari t/m oktober aanwezig te zijn.
bouw beter gedicht kan worden. Na het aanbrengen van een
Verwijderen dient buiten de gevoelige perioden en in overleg
dergelijke constructie dient na enkele dagen bij een nieuwe
met een ter zake kundige ecoloog te worden uitgevoerd.
controleronde te worden bepaald of het pand vleermuisvrij is. Maatregelen die tijdens de werkzaamheden genomen moeten worden:
Maatregelen die tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden genomen
6.
moeten worden om de te beschermen soorten een al dan niet tijdelijke voorziening te bieden voor de duur van de werkzaamheden: 1.
vleermuisvrij verklaren van de gebouwen. 7.
Tijdelijke voorzieningen (vleermuiskasten) zijn op 12-13 febru-
De ontheffinghouder dient uiterlijk 2 weken voor aanvang van
Gedurende de werkzaakheden dient de ontheffing, het ecologisch werkprotocol en het logboek aanwezig te zijn op de
ari 2024 geplaatst conform bijlage 1 van het besluit. 2.
Sloopwerkzaamheden van de woningen kan starten na het
bouwplaats. 8.
de activiteiten de startmelding (bijlage 3 bij het besluit) volle-
Indien tijdens de werkzaamheden vleermuizen of andere dieren worden aangetroffen dient contact te worden opgeno-
dig in te vullen en samen met dit ecologisch werkprotocol op
men met de begeleidend ecoloog.
te sturen. 9. 3.
De bebouwing wordt in september 2024 tijdens gunstige
Tijdens de werkzaamheden worden de gebouwen geschikt gemaakt voor vleermuizen. Dit betreft het creëren van per-
weersomstandigheden met behulp van exclusion flaps en
manente verblijfplaatsen binnen de spouwen van de kopge-
rugvulling ongeschikt gemaakt voor gewone dwergvleermuis.
vels (zie paragraaf 3.1)
De weersomstandigheden moeten zodanig zijn dat in de 3 opvolgende dagen de temperatuur bij zonsondergang mini-
4.
10.
Handelingen en maatregelen worden verwerkt in een log-
maal 8 °C is, zonder regen of harde wind. De afstand tussen
boek, met duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de
twee exclusion flaps is maximaal 2 meter.
voorzieningen.
Minimaal 3 dagen na het ontoegankelijk maken wordt een controleronde uitgevoerd op de aanwezigheid van vleermuizen. De controle wordt uitgevoerd bij geschikte weersomstandigheden. Deze vindt plaats om de werking van de maatregelen te controleren.
Maatregelen die na afloop van de werkzaamheden moeten zijn gerealiseerd als vervangende voorziening: 11.
Alle voorzieningen dienen tijdens en/of na realisatie te worden gecontroleerd door ter zake kundige ecoloog. De resultaten dienen in het logboek opgenomen te worden.
Ecologisch Werkprotocol
9
5
Planning
In onderstaande tabel staat een globale planning, met hierin ook de belangrijke deadlines. Tabel 1: Voorgenomen planning renovatie
Datum
Taak
12-13 februari 2024
Plaatsen tijdelijke voorzieningen
September 2024
Uiterlijk indienen startmelding en ecologisch werkprotocol bij info@odbn.nl
September 2024
Bij geschikte weersomstandigheden ongeschikt maken bebouwing
Minimaal 3 dagen na
Uitvoeren uitvliegcontrole vleermuizen bij geschikte
ongeschikt maken
weersomstandigheden
Na vrijgave
Start (sloop)werkzaamheden
Tijdens werkzaamhe-
Permanente verblijfplaats creëren binnen nieuwbouw
den
(Paragraaf 3.1)
Maart 2026
Afronden werkzaamheden1
September 2026
Verwijderen tijdelijke voorzieningen onder begeleiding ecoloog
Ecologisch Werkprotocol
10
6
Logboek
Tabel 2: Logboek
Datum
Item
Opmerking
12-13 februari 2024
Plaatsen tijdelijke vleermuiskasten
Kasten zijn geplaatst aan woningen door Fauna Protect, ze hebben een ecologisch logboek geleverd. In overleg met BRO en Mooiland zijn twee kasten op een andere locatie geplaatst gezien de bewoners van Wedstraat 8 en 22 geen kasten wilden. Kasten zijn bijgeplaatst op Wedstraat 1, 14 en 16 geplaatst. Er hangen niet meer dan 3 vleermuiskasten per kopgevel.
Ecologisch Werkprotocol
11
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Ecologisch Werkprotocol
12
Bijlage 1 - Tijdelijke voorzieningen vleermuizen
Ecologisch Werkprotocol
13
Kastenplan Heuvelstraat 4-14 (Nistelrode)
Tabel 7: Adressenlijst Dorp
Straat
Nr.
Vleermuiskast
Nistelrode
Wedstraat
2
2
Nistelrode
Wedstraat
8
2
Nistelrode
Wedstraat
1
1
Nistelrode
Wedstraat
10
2
Nistelrode
Wedstraat
14
2
Nistelrode
Wedstraat
16
1
Nistelrode
Wedstraat
22
2
Opmerking
Figuur 5: Locaties tijdelijke verblijfplaatsen vleermuis (gele driehoek) ten opzichte van plangebied (rood omlijnd)
Ecologisch Werkprotocol
14