CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Sectorale Routerkaart PO-Raad VO-Raad en VNG

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Bernheze 2021 - 202510.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij het verder uitwerken van het datastelsel voor maatschappelijk vastgoed, belegd bij Platform Duurzame Huisvesting zal verder onderzoek naar functionele en inhoudelijke eisen met betrokkenen vanuit het onderwijs en gemeenten noodzakelijk zijn.

11.9 Lokale beleidsvrijheid De doelstellingen vanuit het klimaatakkoord zijn leidend, maar de nadere invulling hoe te komen tot een duurzame vastgoedportefeuille ligt op lokaal niveau. Er moet ruimte zijn voor maatwerk om te komen tot de beste, beleidsrijke keuzes binnen de lokale context.

11.10 Hoge kosten voor koplopers Nieuwe technieken zorgen vaak voor extra lasten en meerkosten. Schoolbesturen en gemeenten zijn dus begrijpelijkerwijs huiverig om nieuwe technieken in te zetten. Daar waar ze hun nek uitsteken, wordt dit vaak afgestraft door het extra werk dat het met zich meebrengt en de meerkosten. Oplossingen blijken vaak toch niet compleet afgestemd op de onderwijssituatie. Omdat dit gefragmenteerd plaats vindt, betalen veel schoolbesturen en gemeenten als het ware dezelfde faalkosten. Deze risico’s kunnen op sectorniveau verkleind worden door de koplopers te volgen en de geleerde lessen terug te geven aan zowel de sector als de bouwpartijen. Daar waar oplossingen gevonden worden die in de praktijk goed blijken te werken en betaalbaar zijn, kunnen deze repeteerbaar en opschaalbaar gemaakt worden. Om innovatie in scholenbouw te stimule22 23

11.12 Scholen onaantrekkelijke klant De tijd van hoogconjunctuur maakt ook dat opdrachtnemers de bouwprojecten voor het uitzoeken hebben. Scholen zijn bij krappe markt vaak geen interessant project. Omdat er minder winst op te behalen valt, omdat het vaak maar één gebouw per keer betreft, omdat het bouwproces door de vele belanghebbenden tijdrovender kan zijn en omdat er minder standaarden ontwikkeld zijn. Gezien de ontwikkelingen in de bouwsector door de uitbraak van Covid-19, zou een tijd kunnen

Zie bijlage 3 voor een uitgebreidere opsomming van randvoorwaarden voor een datastelsel Zie het binnenkort te verschijnen rapport Verkenning onderwijsvastgoed van het Economisch Instituut voor de Bouw 18

aanbreken waar scholen juist weer als aantrekkelijk gezien worden, omdat de bekostiging van schoolbesturen en gemeenten redelijk stabiel is en er dus minder risico is. Tegelijkertijd trekt de uitbraak ook bij gemeenten en schoolbesturen een sterke wissel op de beschikbare middelen. Anti-cyclisch investeren biedt juist nu een enorme kans.

wijshuisvesting, IKC-vorming en passend, inclusief, toegankelijk onderwijs. En wat vragen deze ontwikkelingen van het gebouw?. Het proces om tot een IHP te komen is vaak nog betekenisvoller dan het plan dat het oplevert. Het kenniscentrum heeft dus ook een rol in het verspreiden van kennis over het zorgvuldig doorlopen van zo’n proces en het delen van goede voorbeelden.

11.13 Kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed

Het kennisplatform dient zich daarnaast ook te informeren over de ontwikkelingen in de andere sectoren die onder het klimaatakkoord vallen en met die sectoren actief informatie uit te wisselen. Op die manier kunnen de sectoren van elkaars successen en mislukkingen leren.

Een ander knelpunt is dat niet alle schoolbesturen of gemeenten genoeg weten van onderwijsvastgoed, terwijl ze er wel verantwoordelijkheid voor dragen. Het opgerichte Kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed kan hier een oplossing in bieden. Voor het funderend onderwijs maakt Ruimte-OK hier deel van uit. Bij alles wat binnen dit platform ontwikkeld of uitgevoerd wordt, dat betrekking heeft op het funderend onderwijs, wordt Ruimte-OK actief betrokken. Ruimte-OK zoekt daarin nauwe afstemming met de sectorraden en de VNG. Om het kennisniveau in de sector goed te borgen, zal het KIPm/v in ieder geval tot en met 2030 actief moeten zijn. Zo kan de kennis die opgedaan kan worden vanuit de eerste wettelijk verplichte IHP’s, de lessen van de eerder gemoreerde koplopers en de resultaten van de boven beschreven onderzoeken naar collectievere benaderingen van inkoop. gedeeld en geborgd worden in de sector. Hieronder beschrijven we wat voor het funderend onderwijs van dit platform nodig is.

Omdat innoveren lastig is als je geen stevige gesprekpartner bent of geen professioneel opdrachtgever, is de kennisdeling in de eerste jaren voor het onderwijs de primaire taak van het kennisplatform. Objectief advies Het platform moet een plek zijn waar schoolbesturen, gemeenten en kinderopvangorganisaties terecht kunnen voor objectief advies over de kwaliteit en verduurzaming van hun schoolgebouwen. Zij kunnen hier bijvoorbeeld terecht voor een second opinion over de kostenverdeling tussen schoolbesturen en gemeente. De expertise over verantwoordelijkheden en beschikbare middelen en financiën zal hiertoe verstevigd moeten worden. Borgen en doorontwikkelen kwaliteitskader onderwijshuisvesting De sectoren primair onderwijs en voortgezet onderwijs hebben een eigen kwaliteitsstandaard voor schoolgebouwen. Dit kwaliteitskader dient actueel gehouden te worden naar de eisen en bouwprijzen van de tijd. Het actueel houden van dit instrument ligt bij Ruimte-OK binnen het kennis- en informatieplatform maatschappelijk vastgoed. In het verlengde hiervan ligt het de opdracht tot het in kaart brengen van de kwaliteit van de schoolgebouwen op sectorniveau, aan de hand van het kwaliteitskader.

Brede blik op huisvesting Om versnippering te voorkomen is het voor het onderwijs belangrijk dat het kennisplatform zich niet enkel richt op de verduurzaming van de onderwijshuisvesting, maar op de integrale kwaliteitsopgave van de vastgoedportefeuille van het onderwijs, waar duurzaamheid een onderdeel van is. Een onderwijsgebouw is pas echt duurzaam als er optimaal in geleerd en lesgegeven kan worden: het binnenklimaat moet dus op orde zijn en functioneel moet het gebouw aansluiten op de onderwijskundige visie van de school.

Onderzoeksagenda Om het schoolgebouwenbestand te verbeteren is onderzoek nodig naar wat werkt en waarom. Het is dan ook wenselijk dat het platform in gezamenlijkheid met de onderwijsraden en de VNG een onderzoeksagenda bepaalt.

Primaire taak: kennis bundelen, borgen en verspreiden Het kennisplatform dient zich niet alleen te richten op innovatie, om verduurzaming te versnellen. De kennis over onderwijshuisvesting is bij gemeenten en bij schoolbesturen afgenomen, en vanwege de grote variëteit in schaal en een primaire focus op onderwijs, soms zelfs niet aanwezig. De verschillen tussen gemeenten en tussen schoolbesturen zijn groot. Het kennisplatform heeft dus als voornaamste rol objectieve kennis te bundelen, borgen en verspreiden waarbij innovatie een middel is en geen doel op zich.

Specifiek voor het funderend onderwijs zijn vraagstukken die met de voorgestelde wetswijzigingen te maken hebben. Op initiatief van de PO-Raad, VO-raad en VNG ligt er een voorstel tot wetswijziging bij OCW, met als doel om bepaalde knelpunten weg te werken die de kwaliteitsslag voor de onderwijshuisvesting in de weg staan. Bij het kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed worden bepaalde onderzoeksvragen die uit dit wetstraject voortkomen uitgezet om uit te werken met schoolbesturen en gemeenten, onder regie van de sectorraden en de VNG.

Uiteraard is kennis over verduurzaming van het schoolgebouw belangrijk, maar het betreft ook de basiskennis over wet- en regelgeving, rollen en verantwoordelijkheden, opdrachtgeverschap en bouwheerschap, aanbesteden, renovatie en nieuwbouw en MJOP en Kwaliteitskader onder19

Verder zijn vraagstukken relevant die de relatie tussen onderwijskwaliteit en bepaalde maatregelen aantoont. Schoolgebouwen kunnen bijdragen of juist afbreuk doen aan de kwaliteit van het onderwijs. Het is belangrijk dat het gebouw optimaal ten dienste staat van deze kwaliteit. Welke maatregelen zijn effectief en welke prijs staat daar tegenover? De meerwaarde van een sectoroverstijgend kennisplatform, is dat bepaalde onderzoeksvragen ook sectoroverstijgend gedefinieerd en opgepakt kunnen worden. Innovatie Alhoewel de primaire focus bij de kennisfunctie zal moeten liggen, moet er ook ruimte zijn voor innovatie en kennisontwikkeling. Voor het funderend onderwijs zijn in verschillende rapporten oplossingsrichtingen geformuleerd om te komen tot een versnelling van de kwaliteitsopgave van de onderwijshuisvesting. Het kennis- en innovatieplatform dient een rol te spelen bij het uitvoeren van programma’s die deze oplossingsrichtingen in het klein uitproberen. • Professioneel opdrachtgeverschap en innovatief aanbesteden. • Bundeling van opdrachten. • Richting regionale huisvestingsbedrijven (zoals in Fris Alternatief). • Standaardisatie (zie de ‘Engelse menukaart’ of zoals het in de woningbouw al plaatsvindt). • Treintje van opdrachten (in de schoolvakantie). • Nieuwe installatietechnieken op een beperkt aantal scholen uitproberen en monitoren.

Eventueel een opdracht formuleren aan de aanbieders om de techniek te verbeteren. Pas breder implementeren als ervaringen positief zijn. • Van bezit naar gebruik. • Renovatieversneller. Solide basis onder Ruimte-OK Zoals eerder genoemd, is langetermijndenken belangrijk bij de verduurzamingsopgave van het vastgoed. Het kennisplatform moet daarom een stabiel en langlopend platform zijn en een solide basis leggen onder Ruimte-OK.

20

12 NADER ONDERZOEK/UITWERKPUNTEN De nu voorliggende routekaart is een groeidocument. In korte tijd is veel informatie verzameld en samengevoegd, in de wetenschap dat we nog lang niet alles weten wat we willen weten. Daarom is hieronder op een rijtje gezet wat we nog moeten (laten) uitzoeken: • Waar liggen de ondergrens en de bovengrens van de verwachte rentekosten van het benodigde scenario? Naast rentekosten kunnen ook verschillende afschrijvingsregimes worden onderzocht. Wat is de bandbreedte in ontwikkelde kapitaallasten bij de investeringen die horen bij de scenario’s van de routekaart? • Het aantal installaties in scholen zal flink toenemen, zowel door de verduurzaming als door de verbetering van het binnenmilieu. Dit zal leiden tot hogere onderhoudskosten, wat vraagt om nader onderzoek. • Mede op basis van het bovenstaande zal een kosten- en financieringsmodel worden ontwikkeld. Hiermee kunnen kosten en opbrengsten over een lange periode in beeld worden gebracht. Dit maakt het bijvoorbeeld beter mogelijk om het principe van TCO (total cost of ownership) toe te passen. Daarbij worden kosten tijdens de totale levensduur van het onroerend goed zo veel mogelijk in beeld gebracht, uitgesmeerd over die totale levensduur en op een logische manier toegerekend aan de diverse belanghebbenden.

• Wat worden de indicatoren voor het streefdoel en de eindnorm in kWh/m2/jaar zoals benoemd in het klimaatakkoord? Onderzoeken hoe helderheid over de relatie NTA8800 en monitoren op daadwerkelijk energieverbruik verschaft kan worden voor de sector.

21

13 SCOPE

14 COMMITMENT

Deze routekaart geldt voor alle schoolgebouwen voor primair (waaronder sbo, so en vso) en voortgezet onderwijs, onafhankelijk van het aantal vierkante meters.

De PO-Raad, VO-raad en VNG onderschrijven de doelstellingen in deze sectorale routekaart. Met de middelen die gemeenten en schoolbesturen nu ontvangen kunnen geen extra inspanningen worden verricht. Gemeenten en schoolbesturen kunnen zich slechts dán voor het behalen van klimaat en/of kwaliteitsdoelstellingen in de onderwijshuisvesting verantwoordelijk maken als de daarvoor benodigde extra middelen beschikbaar komen. Zoals deze routekaart beschrijft, gaat de kwaliteit van het schoolgebouw voor het onderwijs dat erin gegeven wordt voor verduurzamingsmaatregelen.

22

LIJST MET AFKORTINGEN ARK

Algemene Rekenkamer

sbo

Speciaal basisonderwijs

BENG

Bijna Energie Neutraal Gebouw

so

Speciaal onderwijs

BRIN

Basisregistratie Instellingen

VEST

Onderwijsvestigingsnummer

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vo

Voortgezet onderwijs

vso

Voortgezet speciaal onderwijs

BRIN-VEST combinatie van Onderwijsinstellingscode (BRIN) en Onderwijsvestigingsnummer (BRINVEST) BVO

Bruto vloeroppervlakte

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CO2

Koolstofdioxide

CO2/m2 BVO

CO2 per vierkante meter bruto vloeroppervlakte

DB

Dagelijks Bestuur

ENG

Energie Neutraal Gebouw

Fris

Minstens Frisse Scholen Klasse B

IHP/IHPO

Integraal huisvestingsplan / Integraal huisvestingsplan onderwijs

IKC

Integraal Kindcentrum

IPO

InterProvinciaal Overleg

KIP m/v

Kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed

m2

Vierkante meter

mbo

Middelbaar beroepsonderwijs

MPG

MilieuPrestatie Gebouwen

Mton

Megaton

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

PJ Petajoule po

Primair onderwijs (basisonderwijs, speciaal (basis)onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs)

RIO

Registratie Instellingen en opleidingen 23

BIJLAGEN

OVERIGE BRONNEN

Bijlage 1: Concretisering Huisvestingsvoorstel PO-Raad, VO-Raad en VNG, HEVO, ’s-Hertogenbosch, 2018.

‘Scholen in het primair en voortgezet onderwijs. De praktijk gecheckt’, Algemene Rekenkamer, Den Haag, 2016.

Bijlage 2: Herijking Sectorale Routekaart primair, speciaal en voortgezet onderwijs, HEVO, ‘s-Hertogenbosch, 2020.

Frisse Scholen PvE 2015 en GPR Gebouw 4, RVO, Utrecht/Eindhoven 2015. Doorrekening Sectorale Routekaart Primair, Speciaal & Voortgezet Onderwijs, HEVO, ’s-Hertogenbosch, 2019. Kwaliteitskader(s) Huisvesting PO en VO, Ruimte-OK, Eindhoven 2016. Scholen bouwen in een gezond klimaat – advies Expertiseteam Onderwijshuisvesting, VNG, Den Haag, 2020.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=922fb75c-7223-4702-9f16-b4deace5b472