CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RV 20251014 Visie SAM College

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Onderwijshuisvesting SAM College te Heesch2.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Missie, visie 2025 LILIANNE VAN DE SCHEUR

MISSIE Samen bouwen aan jouw groei én toekomst.

VISIE Bij SAM College geloven we dat iedere leerling uniek is en het vermogen heeft om zijn of haar toekomst vorm te geven. Wij zien onderwijs als een gezamenlijke reis, waarin leerlingen, medewerkers, ouders en partners samenwerken om talent te ontdekken, te ontwikkelen en te versterken. In een wereld die continu verandert, bieden wij een leeromgeving die vertrouwen, flexibiliteit en authenticiteit ademt. We stimuleren leerlingen om kritisch te denken, verantwoordelijkheid te nemen en met zelfvertrouwen hun plek in de samenleving te vinden.

AANBOD Het nieuwe ondersteuningsplan legt de basis voor een samenwerkingsverband dat zich inzet voor jongeren en het bevorderen van inclusie. De kernwoorden zijn "thuisnabij", "kansrijk" en "talentvol". Er wordt naar gestreefd jongeren te laten voelen dat ze erbij horen en dat ze een integraal onderdeel zijn van de gemeenschap. Scholen worden gezien als inclusieve mini-gemeenschappen, waarbij het opzettelijk binnensluiten van jongeren centraal staat. Thuisnabij onderwijs houdt in dat jongeren onderwijs kunnen volgen in de nabijheid van hun woonplaats. Het biedt jongeren de mogelijkheid om in een vertrouwde omgeving te leren, waarbij ze kunnen profiteren van lokale hulpbronnen en culturele context. Regionale onderwijsvoorzieningen spelen een cruciale rol bij het bevorderen van thuisnabij onderwijs. Deze voorzieningen brengen onderwijsfaciliteiten dichter bij de gemeenschappen, waarin jongeren wonen. Door het opzetten van regionale scholen en onderwijscentra kunnen jongeren kwalitatief hoogstaand onderwijs volgen zonder lange afstanden af

te leggen. Dit draagt bij aan gelijke kansen en maakt onderwijs toegankelijker voor alle jongeren, ongeacht hun geografische locatie. De eerste drie leerjaren zijn zo ingericht dat met behoud van de

keuzevrijheid van de leerlingen, de doorstroming van leerlingen wordt bevorderd naar vmbo-kader, vmbo-gemengde leerweg, vmbo-theoretisch, havo of vwo. In de eerste drie jaar de kerndoelen worden nagestreefd op inhoudelijke doelstellingen voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden door leerlingen. De kerndoelen besteden aandacht aan aspecten van: Nederlandse taal; Engelse taal; geschiedenis en staatsinrichting; aardrijkskunde; economie; wiskunde; natuur- en scheikunde; biologie; verzorging; informatiekunde; techniek; lichamelijke opvoeding; en beeldende vorming, muziek, drama en/of dans. Regionale onderwijsvoorzieningen en opzettelijk binnensluiten vullen elkaar perfect aan. Door regionale onderwijsvoorzieningen te creëren, kunnen jongeren genieten van de voordelen van thuisnabij onderwijs. Tegelijkertijd biedt opzettelijk binnensluiten de mogelijkheid om jongeren te betrekken bij hun leeromgeving en zich onderdeel te voelen van de gemeenschap. Door jongeren actief te betrekken, kunnen regionale onderwijsvoorzieningen een gevoel van verbondenheid geven. Het samenwerkingsverband beschouwt alle jongeren als kansrijk en talentvol. Er wordt ingezet op het potentieel ontdekken, ontwikkelen en benutten. Door aandacht te besteden aan hun individuele talenten en sterke punten, worden kansen gecreëerd voor groei en succes.

Met het SAM college geloven we in het belang van aandacht voor hun individuele talenten en sterke punten, omdat dit kansen creëert voor groei en succes. Daarnaast streven we naar een sterk gemeenschapsgevoel, waarbij we de directe omgeving verbinden met het onderwijsproces. In ons onderwijs staan verschillende aspecten centraal, waaronder leren, sociaal-emotionele ontwikkeling, gedrag en lichamelijke gezondheid. We begrijpen dat deze elementen essentieel zijn voor de algehele groei en ontwikkeling van onze leerlingen. Om deze reden streven we ernaar om deze aspecten te versterken door middel van het verbeteren van de basisvaardigheden op het gebied van rekenen en taal. Ieder kind is uniek en er bestaat geen methode die voor alle kinderen werkt. Binnen het curriculum is er aandacht voor de versteviging van de basisvaardigheden op rekenen en taal. Deze zijn verweven in de wiskunde-/rekenlessen en de Nederlands lessen. Bij behoefte kan er buiten de klas extra ondersteuning geboden worden. Op didactisch niveau is het voor ons van belang dat er differentiatie is op didactisch handelen. Dat wil zeggen dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van de arrangementen basis, verdiepend en intensief om aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Dit kan alleen met sterke doorlopende leerlijnen en een helder beleid op kaders en normering.

Concreet wil dit zeggen dat we streven naar een gepersonaliseerde leeromgeving, waarin het leerproces is afgestemd op de behoeften van individuele leerlingen. Deze aanpak kan zowel collectief als individueel plaatsvinden, afhankelijk van de specifieke leerstijl van de betreffende leerling. Het is essentieel dat docenten heldere doelen stellen voor hun onderwijspraktijk, waarbij de aanpak flexibel blijft en zich aanpast aan de diversiteit van leerlingen, zonder zich te laten beperken door rigide structuren. Er wordt gewerkt met heterogene groepen, waarbij het doorbreken van jaarlagen wordt aangemoedigd. Het cruciale aspect hierbij is dat de manier van informatieverwerking zoveel mogelijk uniform is binnen deze groepen. Door deze uniformiteit wordt een omgeving gecreëerd, waarin leerlingen effectief van elkaar kunnen leren. Er moet een keuze zijn in hoe leerlingen het liefst leren. De groep die gebaat is bij klassikaal onderwijs moet dat kunnen krijgen. De leerlingen die liever op een andere manier leren, moeten die kans ook krijgen. Veel differentiëren dus. Dit zou ook bij elk vak en zelfs bij elk hoofdstuk anders zijn. Maatwerk is daarbij het sleutelwoord. De leeromgeving moet werken ten behoeve van de leerling. Instructieruimtes, leslokalen en open leerruimtes zouden allemaal beschikbaar moeten zijn. Hierbij zou een buitenlokaal een mogelijkheid zijn.

We zien het gevoel van stress onder leerlingen landelijk stijgen, binnen ons onderwijs willen daar actief aan werken. Waar werkvormen gedifferentieerd aangeboden kunnen worden, zou dat met toetsing ook kunnen. Leerlingen zouden zelf kunnen kiezen welke toetsvorm ze het beste past, zo lang de leerdoelen maar behaald worden. Mocht een leerling zijn leerdoel niet behalen, kan er nog gekeken worden of er een herkansing kan plaatsvinden. Het gaat dan ook vooral om zijn individuele

leerdoel en groei. Overigens zouden alle leerlingen iedere vorm van toetsing wel eens geprobeerd moeten hebben, om zo ook te weten te komen wat het beste voor hem/haar werkt. Ons onderwijs zal zich typeren als projectmatig onderwijs waar alle vakken overstijgend het onderwijs vormen. In het vierde jaar is er een PTA en examenprogramma voor vmbo-k en vmbo-(g)t en een voorbereidend jaar voor havo, zoals beschreven in artikel 2.25. Profielen in de theoretische leerweg. Het is zo ingericht dat er een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming is, een leerling wordt voorbereid op opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs die inhoudelijk verwant zijn met het profiel en de leerling wordt voorbereid op het havo.

VISIE OP ACTIEF BURGERSCHAP VOOR EEN BETEKENISVOLLE TOEKOMST . Burgerschap kan een leerling weerbaar maken, tools meegeven, waardoor de leerling minder kwetsbaar wordt. De leerlingen worden voorbereid op hun maatschappelijke functie en de daarbij behorende taken, zowel in het persoonlijke domein als in het toekomstige werkzame domein. Ze leren kritisch te zijn op eigen wensen en deze als belangen kenbaar te maken, individueel of georganiseerd. In de nog ontwikkelende opzet van burgerschapsvorming willen wij een actieve rol spelen door houding, kennis en vaardigheden aan te leren door middel van een integratief programma met bestaande vakken. We willen kennis aan bieden door begrippen te leren en deze uit te bouwen. Hiermee kunnen we het begrippenkader koppelen aan andere vakken voor een bredere toepassing. Burgerschap kent een opbouwende leerlijn door vanuit een sociaal maatschappelijke basis (Wie ben ik? Wat is mijn groep? Wat zijn mijn normen en waarden?) verder te bouwen naar kennis over vitaliteit, politiek-, juridisch-, en een economisch kader Houding en vaardigheden oefenen we tijdens praktijkvakken, 10de weken (projectmatig), of in lessen wanneer meningsvorming en argumenten nodig zijn, bijvoorbeeld bij het voeren van discussies. Om bovenstaande visie gestalte te geven maken we gebruik van de competenties v(s)o en mbo

SAMENWERKING TUSSEN DOCENTEN EN FLEXIBILITEIT VOOR LEERLINGEN Doordat alle docenten binnen een leerjaar dezelfde lesinhoud aanbieden, is het mogelijk om vooraf de lesdoelen en kerninhoud af te stemmen. Hierdoor krijgen de docenten de ruimte om de lesstof op hun eigen manier vorm te geven. Deze gezamenlijke aanpak biedt twee belangrijke voordelen: DocentenSamenwerking: Door de lessen parallel te roosteren, werken de docenten van een leerjaar nauw Samen. Ze stemmen hun aanpak en didactische keuzes op elkaar af, zodat elke klas exact dezelfde inhoud ontvangt, maar met ruimte voor individuele invulling. Dit maakt het mogelijk om de lessen zowel uniform als flexibel te organiseren. Keuzevrijheid voor de Leerlingen: Leerlingen krijgen de mogelijkheid om te kiezen bij welke docent zij de les willen volgen. Zij kunnen ervoor kiezen om bij hun eigen mentor te blijven, wat hen de vertrouwde omgeving en de veiligheid biedt die zij nodig zouden kunnen hebben. Tegelijkertijd kunnen zij besluiten om over te stappen naar een andere klas als de manier van uitleg daar beter aansluit bij hun leerstijl. Op deze manier kan een leerling altijd de ondersteuning kiezen die het beste past bij zijn of haar behoeften. Praktijkvoorbeeld Leerjaar 2: In leerjaar 2 zijn er drie klassen die op een gedifferentieerde manier worden ondersteund tijdens de les aardrijkskunde: Groep 1:

Deze groep krijgt de lesstof aangeboden via de traditionele methode, waarbij de inhoud wordt aangeleverd volgens het standaard lespakket. Groep 2: In deze groep wordt gebruikgemaakt van een model en krijgen de leerlingen extra visuele ondersteuning. Dit helpt hen om de abstracte begrippen concreter te maken en de leerstof visueel te verwerken. Groep 3: De leerlingen in deze groep doen zelf onderzoek naar het onderwerp en zoeken actief de benodigde lesstof op. Deze aanpak stimuleert hun zelfstandigheid en onderzoeksvaardigheden. Dankzij de parallelle roostering kunnen deze drie groepen tegelijkertijd en in een afgebakende tijdsperiode werken aan hun specifieke leerdoelen. De Samenwerking tussen de docenten en de daarmee gepaard gaande flexibiliteit maakt het voor leerlingen mogelijk om de ondersteuning te kiezen die het beste bij hen past – of dat nu de traditionele aanpak, de visuele ondersteuning of de zelfstandige onderzoeksroute is.

DIFFERENTIATIE EN DIFFERENTIATIE BINNEN ONDERWIJSARRANGEMENTEN Binnen ons onderwijsinitiatief staat differentiatie centraal om alle leerlingen passend te begeleiden en te stimuleren. Door de lessen van een leerjaar parallel in te roosteren, kunnen we doelbewust verschillende onderwijsarrangementen aanbieden die aansluiten op de uiteenlopende leerbehoeften van de leerlingen. Op vooraf bepaalde momenten worden de heterogene groepen opgedeeld in trajecten, zodat iedere leerling het juiste niveau van uitdaging en ondersteuning krijgt. Praktijkvoorbeeld Leerjaar 1: Bij het project ‘Maak een krant’ wordt deze differentiatie concreet vormgegeven met behulp van drie onderwijs arrangementen: Basisgroep: De klas heeft de opdracht gekregen om Samen een krant Samen te stellen. De opdracht is een schrijfopdracht behorende bij het vak Nederlands. Bij de instructie is er een uitleg over schrijfstijl en opbouw van een tekst. Ook wordt er gekeken naar hoe een krant is Samengesteld. Verdiepende groep: Leerlingen die behoefte hebben aan meer uitdaging krijgen de opdracht om een achtergrondartikel of een betoog te schrijven over een maatschappelijk probleem. Intensieve groep: Leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, gaan aan de slag met korte teksten waarbij extra aandacht wordt besteed aan spelling en zinsopbouw.

Door te oefenen met deze basale vaardigheden, bouwen zij een stevige basis op die essentieel is voor hun verdere taalontwikkeling. Door de lessen parallel te roosteren, kunnen beide groepen tegelijkertijd en in een afgebakende tijdsperiode werken aan hun specifieke leerdoelen. Dit zorgt voor een efficiënte inzet van leertijd en een evenwichtige ontwikkeling van de vaardigheden van alle leerlingen. Zo draagt ons differentiatiesysteem bij aan een onderwijspraktijk waarin ieder kind op maat wordt bediend en optimaal de kans krijgt om te groeien. De inzet van AVO-docenten die als mentor een veilige en vertrouwde omgeving creëren, sluit aan bij onderzoek dat het belang onderstreept van een hechte relatie tussen docent en leerling voor de cognitieve én sociaal-emotionele ontwikkeling. Hieronder volgt een beknopte, maar relevante onderbouwing vanuit de (inter)nationale literatuur. 1. Sterke docent-leerlingrelaties verhogen motivatie en leerprestaties Uit het werk van Pianta, Hamre en Allen (2012) blijkt dat een positieve, ondersteunende relatie met een docent een van de belangrijkste voorspellers is van het schoolsucces en het welzijn van leerlingen. Doordat AVO-docenten als mentor fungeren, kunnen zij niet alleen de leerprestaties monitoren, maar ook de sociale en emotionele behoeften van elke leerling signaleren en hierop inspelen.

Dit leidt tot een gevoel van veiligheid en geborgenheid in de klas, wat een sterk motiverend effect heeft (Pianta et al., 2012). 2. Continuïteit versterkt het gevoel van veiligheid Hattie (2009) benadrukt in zijn meta-analyse dat continuïteit en stabiliteit in de onderwijssetting een significant positief effect hebben op de leerprestaties (effect size .72). Door de dagelijkse aanwezigheid van een vaste AVO-docent ontstaat een sterke vertrouwensrelatie tussen docent en leerling. Deze continuïteit maakt het bovendien mogelijk om snel in te spelen op eventuele knelpunten of talenten en voorkomt dat leerlingen tussen wal en schip raken als gevolg van wisselende docenten of te losse structuren (Hattie, 2009). 3. Mentoren met een breed pedagogisch-didactisch profiel AVO-docenten hebben veelal een brede pedagogisch-didactische achtergrond, vergelijkbaar met docenten uit de pabo. Zij zijn gewend om vakoverstijgend en thematisch te werken, wat bijdraagt aan een geïntegreerde benadering van de leerstof (Boaler, 1993). Hun generalistische perspectief helpt bovendien om de ontwikkeling van de leerling holistisch te benaderen, met aandacht voor zowel cognitieve als sociaal-emotionele competenties (Korthagen & Kessels, 1999).

4. Focus op sociale-emotionele ondersteuning Leerlingen krijgen met een vaste AVO-docentmentor een aanspreekpunt voor niet alleen didactische, maar ook sociale en emotionele kwesties. Volgens Cohen (2006) heeft een positief schoolklimaat waarin leerlingen zich veilig en gesteund voelen, een sterk verband met betere sociale vaardigheden, minder gedragsproblemen en hogere leerprestaties. Een AVO-docent die dagelijks in dezelfde klas staat, kan een belangrijke rol spelen in het creëren van een dergelijke sfeer. 5. Voortdurende monitoring van individuele behoeften Dankzij de lage drempel en het dagelijkse contact kan de AVO-docent-mentor goed zicht houden op de voortgang en het welzijn van elke leerling. Dit sluit aan bij principes uit het handelingsgericht werken (HGW), waarbij een systematische, cyclische aanpak leidt tot gerichte ondersteuning en tijdige signalering van achterstanden of belemmeringen (Pameijer, Van Beukering & De Lange, 2009). De AVOdocent-mentor kan zo beter inspelen op individuele behoeften dan wanneer leerlingen voor elk vak een andere docent zouden hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=da465eb5-2eda-4ee3-bd35-859639553599