CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 oplegnotitie - Memo onderwijshuisvesting Sam College Bernheze

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Onderwijshuisvesting SAM College te Heesch4.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

AAN

Gemeente Bernheze t.a.v. dhr. Bas

VAN

Dennis van

Advocaat

Tilborg Emma van der

Advocaat

Ploeg

15 december 2025 ONS KENMERK NNB DATUM

TELEFOON E-MAIL WEBSITE

ONDERWERP

+31 88 253 5962 dvantilborg@akd.nl www.akd.nl

Voorziening in de onderwijshuisvesting voor SAM college

1

INLEIDING EN VRAAGSTELLING

1.1

In de gemeente Bernheze zal met ingang van het schooljaar 2026/2027 een nieuwe school voor voortgezet onderwijs starten. Er dient nog voorzien te worden in de huisvesting van deze nieuwe school. Met het oog op (het voorzien in) deze huisvestingsopgave zijn de volgende vragen aan AKD gesteld: 1. 2. 3. 4.

1.2

“Op basis waarvan is de gemeente verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting wanneer een nieuwe school zich meldt? Waaruit vloeit de wettelijke zorgplicht voort? Waarvoor staat de gemeente dan aan de lat? Op welk niveau dient een gebouw overgedragen te worden? Wat is hetgeen dat is verplicht? Valt het woord adequate onderwijshuisvesting juridisch uit te leggen? Valt juridisch te legitimeren dat een dergelijke renovatie gefaseerd wordt uitgevoerd? (eerst zien of de leerlingenprognoses de goede kant op wijzen.)”

Deze vragen zullen in dit memo beantwoord worden. Een samenvatting van onze bevindingen vindt u terug in onderstaand kader. Een nadere uitwerking van deze antwoorden kunt u teruglezen in de rest van het memo. Wij zullen in dit memo eerst een korte weergave geven van de relevante feiten en omstandigheden (par. 2). Wij zullen ons daarbij niet enkel beperken tot informatie van feitelijke aard maar zullen, waar van toepassing, ook gelijk benoemen welke wet- en regelgeving van belang zijn voor de benoemde feiten en omstandigheden. Vervolgens zullen wij uiteenzetten waar de gemeente toe verplicht is op het gebied van onderwijshuisvesting op basis van wet- en regelgeving (par 3.). In deze paragraaf zullen wij ook de antwoorden op de gestelde vragengeven.

In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 22/2023 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.

#62992851v1

pagina 1 van 8

SAMENVATTING Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Wvo 2020 (met name artikel 6.1 Wvo 2020) zijn de gemeenteraad en het college gezamenlijk verplicht om te voorzien in de huisvesting van een school vanaf het moment dat de Minister heeft besloten dat deze school voor bekostiging in aanmerking komt en de bekostiging daadwerkelijk is aangevangen. Wij menen dat betoogd kan worden dat er geen noodzaak is om een nieuwbouwvoorziening voor het Sam College te realiseren als ook volstaan kan worden met het in gebruik nemen van het bestaande gebouw aan de Schoonstraat 34. Hoewel niet expliciet verplicht is dat een onderwijshuisvestingsvoorziening ‘adequaat’ is, geldt wel de verplichting dat de onderwijshuisvestingsvoorziening die op grond van de Verordening wordt toegekend voldoet aan de “redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt”. Het gebouw moet dus geschikt zijn om het onderwijs te kunnen geven zoals de Minister heeft besloten dat dit voor bekostiging in aanmerking kwam. Verder gelden voor wat betreft de eisen aan het gebouw geen aanvullende eisen ten opzichte van de landelijke eisen die gelden voor gebouwen (eisen die bijvoorbeeld gesteld zijn bij of krachtens de Omgevingswet of in de arbo-regelgeving).

De hoogte van het bedrag voor het geschikt maken van het pand aan de Schoonstraat 34 voor het Sam College moet worden bepaald aan de hand van de feitelijke kosten. Deze feitelijke kosten moeten worden vastgesteld aan de hand van offertes. Met het opvragen van dergelijke offertes kan gestuurd worden op het kwaliteitsniveau waarop het pand gebracht moet worden om zo excessen (‘gouden kranen’) te kunnen voorkomen. Bij het voorzien in een huisvestingsvoorziening dient rekening te worden gehouden met de ruimtebehoefte van het Sam College. Die ruimtebehoefte wordt bepaald aan de hand van de leerlingenprognose. Als uit die leerlingenprognose kortgezegd blijkt dat de ruimtebehoefte blijft bestaan voor 15 jaar of langer, dan menen wij dat er ook een voorziening gerealiseerd moet worden die geschikt is voor 15 jaar of langer. Dat betekent dan ook dat het gefaseerd opknappen van het gebouw niet mogelijk lijkt. Wel biedt de verordening mogelijkheid om het bedrag in termijnen uit te keren. Op die manier zou toch tot op zekere hoogte in fases gewerkt kunnen worden.

2

RELEVANTE FEITEN

2.1

De Stichting SAMANAS te Oss heeft op 30 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor bekostiging van een school, als bedoeld in artikel 4.2 en 4.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: “Wvo 2020”). De aanvraag heeft betrekking op een bijzondere school voor mavo genaamd ‘Het Sam College’, te vestigen in het postcodegebied 5384 in Heesch, gemeente Bernheze. De belangstelling voor de nieuwe school is gemeten aan de hand van ouderverklaringen.1 Uit de

1

Art. 4.6 lid 1 Wvo 2020. Deze belangstellingsmeting geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari van het elfde jaar na indiening van de aanvraag (art. 4.6 lid 2, onder a, Wvo 2020).

#62992851v1

pagina 2 van 8

belangstellingsmeting is gebleken dat het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2035 berekend is op 266.2 Daarmee werd voldaan aan de stichtingsnorm van 260 leerlingen.3 De inspectie van het Onderwijs heeft voorts op 13 maart 2025 een positief advies afgegeven over het initiatief.4 De Minister heeft daarop op 30 mei 2025 besloten dat het SAM College met ingang van 1 augustus 2026 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.5 2.2

Na dit positieve bekostigingsbesluit van de Minister dient aan het Sam College ook daadwerkelijk op 1 augustus 2026 onderwijs te worden gegeven. Wordt er op de eerste schooldag na 1 augustus 2026 nog geen onderwijs gegeven aan het Sam college, vervalt de aanspraak op bekostiging in beginsel namelijk.6 Enkel in bijzondere gevallen kan de Minister besluiten op aanvraag van het bevoegd gezag of op verzoek van de gemeente van de beoogde plaats van vestiging (hier: de gemeente Bernheze) de aanspraak op bekostiging een extra jaar te handhaven. De aanspraak zou in dat geval vervallen indien er uiterlijk op de eerste schooldag na 1 augustus 2027 geen onderwijs wordt gegeven aan het Sam College.7

2.3

Er kan pas effectief onderwijs aan het Sam College worden gegeven als er ook huisvesting voor het Sam College is. Hiertoe zijn al de nodige voorbereidingen getroffen en gesprekken gevoerd. Het voormalige schoolgebouw aan de Schoonstraat 34 is in 2024 eerst informeel aan het bevoegd gezag van het Sam College toegewezen. Vervolgens heeft het college bij besluit van 18 november 2025 besloten om dit schoolgebouw toe te wijzen aan het Sam College en de raad te adviseren budget beschikbaar te stellen voor het verbouwen van dit pand. Het college heeft in dit kader twee scenario’s aan de raad voorgesteld: scenario A en scenario B. Scenario A gaat onder meer uit van een maximaal budget van € 6.781.983,- ten behoeve van de renovatie van het schoolgebouw aan de Schoonstraat 34 te Heesch. Scenario B gaat uit van een gefaseerde renovatie van dit gebouw waarbij in 2026 een maximaal budget van €3.000.000,- beschikbaar gesteld zal worden en in 2028/2029 een minimaal budget van € 4.810.681,-. Daarnaast wordt in scenario B voorgesteld om tegelijk met het besluit tot afronding van de renovatie een budget van € 3.000.000,- beschikbaar te stellen voor tijdelijke huisvesting ten behoeve van Sam College.

3

VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTE De gemeente is verplicht te voorzien in huisvesting

3.1

Op grond van artikel 6.1 van de Wvo 2020 zijn de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders gezamenlijk verantwoordelijk om “ten behoeve van de door de gemeente in stand gehouden scholen en ten behoeve van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen zorg [te dragen] voor de huisvestingsvoorzieningen op het grondgebied van de gemeente”. Wij menen dat dit moet worden opgevat als een resultaatsverplichting zodra de Minister ten aanzien van een nieuwe school heeft besloten dat deze school voor bekostiging in aanmerking komt en deze

2

Op dit getal is uitgekomen met inachtneming van de formule genoemd in artikel 4.6 lid 3 Wvo 2020.

3

Art. 4.2 lid 1, onder a, ad 3° Wvo 2020.

4

Art. 4.5 lid 3 Wvo 2020. De Inspectie toetst hierbij of de aanvraag voldoet aan de verplichtingen bedoeld in artikel

5

Art. 4.2 Wvo 2020. Zie de publicatie van het besluit Stcrt. 2025, 20561.

6

Art. 4.7 lid 2 Wvo 2020.

7

Art. 4.7 lid 3 Wvo 2020.

4.5a, tweede lid, onderdeel b Wvo 2020.

#62992851v1

pagina 3 van 8

bekostiging ook daadwerkelijk een aanvang zal nemen.8 Zoals in randnummer 2.2 al benoemd is, zal de bekostiging van het Sam College in beginsel in augustus 2026 aanvangen. Dit brengt naar onze mening mee dat de gemeente ook verplicht is om per 1 augustus 2026 te voorzien in huisvesting van het Sam College. De kosten die met de realisatie van deze huisvesting gepaard gaan, moeten beschouwd worden als verplichte uitgaven waarmee de raad bij de vaststelling van de begroting rekening moet houden.9 De raad is dus verplicht om op de begroting voor komend jaar uitgaven te reserveren voor de bekostiging van de huisvesting van het Sam College. In welke voorziening dient de gemeente te voorzien voor het Sam College? 3.2

De Wvo 2020 neemt tot uitgangspunt dat het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”) jaarlijks een bekostigingsplafond vaststelt voor de bekostiging van de huisvestingsvoorzieningen en jaarlijks een huisvestingsprogramma vaststelt waarin tot uitdrukking wordt gebracht welke huisvestingsvoorzieningen in het jaar na de vaststelling van het programma voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht.10 Op dit programma worden aangevraagde huisvestingsvoorzieningen enkel opgenomen als deze voorzieningen redelijkerwijs kunnen worden gerealiseerd (of met de realisatie kan worden begonnen) in het kalenderjaar volgend op de vaststelling van het programma en als geen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 6.10 Wvo 2020 van toepassing is. Mocht er geen tijd meer zijn om het huisvestingsprogramma af te wachten, dan kan er ook een spoedaanvraag in de zin van artikel 6.8 Wvo 2020 ingediend worden. Met een spoedaanvraag kan bewerkstelligd worden dat een huisvestingsvoorziening toegewezen kan worden los van het huisvestingsprogramma.

8

Dit leiden wij af uit een oudere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK7993. Ten tijde van deze uitspraak was de Wet op het Voortgezet Onderwijs nog van toepassing en werd er door de Minister nog een plan van scholen vastgesteld (sinds 1 augustus 2008 is het plan van scholen komen te vervallen, kamerstuk 31310, Stb. 2008, 296). Op grond van het destijds vigerende artikel 74 van het Wet op het voortgezet onderwijs ving de bekostiging van een school in elk geval aan, nadat de school vijf achtereenvolgende jaren in het plan van scholen was opgenomen. De Afdeling overweegt hierover vervolgens in relatie tot de huisvestingsplicht: “Uit deze bepalingen, in onderlinge samenhang gelezen, volgt dat de bekostiging van een school ten laatste na vijf jaren, derhalve in het zesde kalenderjaar na plaatsing op het Plan van Scholen een aanvang neemt. De bekostiging kan eerder plaatsvinden indien burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente reeds eerder huisvesting ter beschikking stellen. Voor burgemeester en wethouders ontstaat de verplichting de huisvesting te bekostigen indien na vijf jaren de bekostiging van rijkswege aanvangt.

[…] Uit het onder 2.4.1 overwogene volgt evenwel dat het college na vijf jaren gehouden is tot bekostiging van de huisvesting en daarbij het bekostigingsplafond zodanig dient vast te stellen, dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van "De Passie". Derhalve is in dit geval vanaf 1 augustus 2008 sprake van een verplichte uitgave bedoeld in artikel 193, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. Uit die bepaling, gelezen in samenhang met de artikelen 76b, eerste lid, en 76d, tweede lid, van de WVO, volgt dat de gemeenteraad verplicht is op de begroting uitgaven te reserveren voor de bekostiging van de huisvesting van een school die vijf jaren in het Plan van Scholen is opgenomen. Bij zijn budgettaire afweging diende de gemeenteraad daarmee rekening te houden. Het college kon zich in dit geval dan ook niet meer beroepen op de omstandigheid, dat de raad voor het begrotingsjaar 2008 geen bedrag voor huisvesting van het voortgezet onderwijs beschikbaar heeft gesteld”

9

Art. 193 sub b van de Gemeentewet.

10

Zie art. 6.3 (bekostigingplafond) en art. 6.5 (huisvestingsprogramma) Wvo 2020.

#62992851v1

pagina 4 van 8

3.3

Hoewel de Wvo 2020 (dus) een grote rol toekent aan het jaarlijks vast te stellen programma en het bekostigingsplafond, wordt in de praktijk lang niet altijd gewerkt met een dergelijk programma. Ook in de gemeente Bernheze, zo hebben wij begrepen, wordt niet gewerkt met een jaarlijks huisvestingsprogramma en een bekostigingsplafond. Ook, zo hebben wij begrepen, heeft het bevoegd gezag van het Sam College nog geen formele aanvraag om een huisvestingsvoorziening ingediend. Wij begrijpen dat de gemeente Bernheze een vaste bestuurspraktijk voert die inhoudt dat als materieel aan de wettelijke eisen omtrent onderwijshuisvesting wordt voldaan, door de gemeente in een huisvestingsvoorziening wordt voorzien zonder dat een expliciete aanvraag wordt ingediend. Wij zullen hierna daarom beoordelen of het SAM College een materiële aanspraak op een voorziening onderwijshuisvesting kan maken.

3.4

Een aangevraagde voorziening moet worden geweigerd als één van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 6.10 Wvo 2020 van toepassing is. Deze weigeringsgronden zijn uitgewerkt in de gemeentelijke verordening. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wvo 2020 dient de gemeenteraad een verordening vast te stellen waarin, onder meer, tot uitdrukking komt welke huisvestingsvoorzieningen voor bekostiging in aanmerking komen en aan welke criteria getoetst moet worden of er voldoende urgentie aanwezig is voor het toekennen van een huisvestingsvoorziening. In de gemeente Bernheze is in navolging op het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wvo 2020 de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bernheze 2015 (hierna: “Verordening”) vastgesteld. In deze Verordening komt in artikel 12 lid 1 sub a jo bijlage I tot uitdrukking dat een aanvraag om een huisvestingsvoorziening onder meer getoetst moet worden aan noodzakelijkheidscriteria. In Bijlage I is in dit verband het volgende opgenomen: “Het vaststellen van de periode waarvoor de voorziening huisvesting onderwijs noodzakelijk is, is nodig om desinvesteringen te voorkomen.

Is de (aanvullende) voorziening onderwijshuisvesting voor een korte periode noodzakelijk, dan wordt gekozen voor een ‘voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening’ tenzij een ‘voor blijvend gebruik bestemde voorziening’ voor de periode waarvoor de voorziening noodzakelijk is beschikbaar is. […] Bij het vaststellen van de noodzaak van de aangevraagde voorzieningen huisvesting onderwijs (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding speelt, onafhankelijk van de periode waarvoor de voorziening noodzakelijk is, een rol de mogelijkheid van medegebruik of ingebruikname van een bestaand gebouw. […] Nieuwbouw is noodzakelijk voor het huisvesten van een nieuw instituut of een nieuwe afdeling en heeft dus betrekking op een onderwijsvoorziening die nog niet in de gemeente is gevestigd en voor deze nieuwe voorziening ook geen bestaande accommodatie beschikbaar is.”

3.5

Gelet op bovenstaande passages menen wij dat nieuwbouw als uitgangspunt noodzakelijk wordt geacht voor het huisvesten van een nieuwe school. Bij het beoordelen van de noodzaak van een huisvestingsvoorziening mag echter ook rekening gehouden worden met de mogelijkheid tot ingebruikname van een bestaand gebouw. In dit geval is een bestaand gebouw beschikbaar voor het Sam College (het pand aan de Schoonstraat 34). Wij menen aldus dat betoogd kan worden dat er geen noodzaak is om een nieuwbouwvoorziening voor het Sam College te realiseren als ook volstaan kan worden met het in gebruik nemen van een bestaand gebouw. In dat verband wijzen wij ook op het bepaalde in artikel 6.8 lid 2 van de Verordening waaruit volgt dat in het geval van een spoedvoorziening “een gedeelte van de gewenste huisvestingsvoorziening dan wel een andere huisvestingsvoorziening dan gewenst [kan] omvatten”. Het enkel beschikbaar stellen van een tijdelijke huisvestingsvoorziening lijkt ons overigens niet voldoende, aangezien er een ‘voor blijvend

#62992851v1

pagina 5 van 8

gebruik bestemde voorziening’ beschikbaar is. Verder benoemen wij voor de volledigheid nog dat er in dit geval geen sprake lijkt te zijn van ‘renovatie’ als bedoeld in het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting aangezien het Sam College nu nog geen gebouw in gebruik heeft en – naar wij hebben begrepen – het gebouw aan de Schoonstraat 34 is ook nog niet aan het einde van de levensduur gekomen. .11 3.6

Wij benoemden hiervoor al dat een aangevraagde voorziening moet worden geweigerd als één van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 6.10 Wvo 2020 van toepassing is, welke weigeringsgronden nader zijn uitgewerkt in de gemeentelijke verordening. Voor de volledigheid lopen wij deze weigeringsgronden langs. De gewenste voorziening kan worden geweigerd als: a.

dit geen voorziening is in de zin van artikel 6.2 Wvo 2020. Aan deze eis lijkt ons voldaan want ingebruikname van een bestaand gebouw is een voorziening.

b.

deze gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school al beschikt. Deze eis dient nader te worden uitgewerkt in de Verordening, bijvoorbeeld voor wat betreft de vraag wanneer er een noodzaak voor vervangende nieuwbouw aanwezig is. Het Sam College heeft op dit moment nog geen huisvestingsvoorziening dus aan deze eis lijkt ook voldaan.

c.

deze gewenste huisvestingsvoorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen. Ook deze eis dient nader te worden uitgewerkt in de Verordening. Ten aanzien van het Sam College is ons niet geheel duidelijk wat de leerlingenprognose is voor de komende 15 jaar. Dit maakt dat wij niet goed kunnen beoordelen of aan deze eis voldaan is.

d.

op een andere wijze dan is gewenst redelijkerwijs in de huisvestingsbehoefte kan worden voorzien. Als het Sam College een nieuwbouwvoorziening zou wensen, zou met een beroep op deze bepaling betoogd kunnen worden dat met het pand aan de Schoonstraat 34 in de huisvestingsbehoefte kan worden voorzien. Een andere voorziening dan het pand aan de Schoonstraat 34 is, zo hebben wij begrepen, niet beschikbaar binnen de gemeente.

e.

het bekostigingsplafond niet toereikend is voor de te verstrekken huisvestingsvoorzieningen. Naar wij hebben begrepen wordt in de gemeente Bernheze geen jaarlijks bekostigingsplafond vastgesteld dus deze eis zal geen weigeringsgrond voor het Sam College opleveren.

f.

de gewenste huisvestingsvoorziening is op een andere grond niet noodzakelijk. De noodzaak van een huisvestingsvoorziening is voor het Sam College aanwezig, gelet op het feit dat er vanaf augustus 2026 onderwijs gegeven moet worden op dit college.

3.7

Wij kunnen aldus niet volledig beoordelen of ten aanzien van het Sam College één of meer van de weigeringsgronden van artikel 6.10 Wvo 2020 van toepassing zijn (onder meer omdat de leerlingenprognoses ons niet bekend zijn). Zijn geen van deze weigeringsgronden van toepassing, dan zien wij geen mogelijkheid om de voorziening te weigeren als er een aanvraag ingediend zou

11

Kamerstukken II 2024/25, 36 692, nr. 3, p. 14.

#62992851v1

pagina 6 van 8

worden. Aan welk niveau dienen toegekende voorzieningen te voldoen? 3.8

Ingevolge het tweede lid van artikel 6.12 Wvo 2020 dient de verordening te voldoen aan de “redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt”. Wat de wetgever precies bedoeld heeft met “redelijke eisen” is in de parlementaire geschiedenis niet verduidelijkt.12 Het aantal uitspraken over deze bepaling is ook zeer beperkt. Er is ons slechts 1 uitspraak bekend van de Rechtbank Almelo uit 2007 waarin de rechtbank overwoog: “De tekst van artikel 76m, tweede lid, van de WVO [het huidige artikel 6.12 lid 2 Wvo 2020, toev. adv.] maakt duidelijk dat de redelijkheid primair wordt bepaald door de eisen van het onderwijs en niet door bijvoorbeeld de financiële middelen die de gemeente ter beschikking staan.”13 Wij begrijpen deze overweging aldus dat het gebouw geschikt moet zijn voor het geven van het onderwijs waarvan de Minister heeft besloten dat deze voor bekostiging in aanmerking komt. Deze maatstaf van ‘redelijkheid’ kan tegelijkertijd naar onze mening waarborgen dat de gemeente niet verplicht is om de kosten van excessieve voorzieningen (‘gouden kranen’) te vergoeden.

3.9

De Verordening voorziet naar onze mening ook overigens – behoudens de eisen uit de Verordening omtrent bijvoorbeeld de ruimtebehoefte - niet in nadere of aanvullende eisen waar de schoolgebouwen aan moeten voldoen (denk aan de eis van Energie Neutrale Gebouwen (‘ENG’) en de norm frisse scholen etc.) ten opzichte van landelijk geldende normen. Op grond van de Wvo 2020 en de Verordening lijken er dus geen normen speciaal voor (de kwaliteit van) onderwijsgebouwen te gelden. Het nieuwe schoolgebouw voor het Sam College zal dus moeten voldoen aan wet- en regelgeving die landelijk geldt. Wij denken dan onder meer aan de regels die gelden bij of krachtens de Omgevingswet en de Arbowetgeving. Overigens merken wij in dit verband nog op dat de Wvo 2020 en de Verordening ook niet als zodanig verplicht stellen dat de huisvestingsvoorziening “adequaat” dient te zijn – waarmee wij tegelijkertijd ook niet willen beweren dat een inadequate huisvestingsvoorziening voldoende zou zijn.

3.10

Onverminderd het voorgaande merken wij wel op dat in de praktijk een flink aantal normen en/of kwaliteitsstandaarden gehanteerd worden. Wij noemen in dit verband onder meer het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen 2025 het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting van Kenniscentrum Ruimte-OK. Deze normen zijn weliswaar niet verplicht maar worden in de praktijk doorgaans wel gehanteerd. Mocht dat in het verleden in de gemeente Bernheze ook het geval zijn, brengt het gelijkheidsbeginsel naar onze mening mee dat ook ten aanzien van het gebouw voor het Sam College dergelijke normen tot uitgangspunt mogen worden genomen. Wij wijzen er in dit verband op dat in het Integraal huisvestingsplan Onderwijs IHP 2021 – 2025 Gemeente Bernheze (hierna: “IHP”) verwezen is naar het Programma van Eisen Frisse scholen, klasse B. Weliswaar staat in het IHP niet met zoveel woorden dat in de gemeente Bernheze alle schoolgebouwen zouden moeten voldoen aan het Programma van Eisen Frissen scholen, klasse B, maar wij leiden uit dit gedeelte uit het IHP af dat in de gemeente Bernheze wel acht geslagen wordt op het Programma van Eisen

12

De Raad van State heeft in haar advies over het wetsvoorstel nog expliciet gewezen op de onbepaaldheid van dit begrip, maar de Minister achtte het hanteren van het begrip ‘redelijke eisen’ niet bezwaarlijk en verwachtte dat de uitwerking van deze term in de jurisprudentie vorm zou krijgen (zie Kamerstukken II 1995–1996, 24 455, B, p. 8 en Kamerstukken II 1995–1996, 24 455, nr.3, p. 23).

13

Rb Almelo 24 mei 2007, ECLI:NL:RBALM:2007:BA5673, r.o. 4.3.

#62992851v1

pagina 7 van 8

Frisse Scholen. Het lijkt ons daarom aannemelijk dat bij andere schoolgebouwen ook het Programma van Eisen Frisse Scholen gehanteerd wordt. In het licht van het gelijkheidsbeginsel lijkt het ons daarom aanbevelenswaardig om ook bij het schoolgebouw voor het Sam College deze norm te hanteren. 3.11

Aangezien het hier gaat om een voorziening ‘in gebruik nemen van een bestaand gebouw’, wordt de hoogte van het toe te kennen bedrag gebaseerd op de feitelijke kosten.14 Het bedrag van de bekostiging, gebaseerd op de feitelijke kosten, wordt volgens de Verordening vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige inschrijving onder de ontvangen offertes.15 Op deze manier zou in de praktijk ook voorkomen moeten worden dat excessen in het bouwontwerp (‘gouden kranen’) sluipen die de gemeente niet met publiek geld wil bekostigen. Bovendien kan met het uitvragen van offertes ook benoemd worden dat de offertes uit dienen te gaan van (bijvoorbeeld) een sobere en doelmatige verbouwing van het gebouw. Of er op dit moment al offertes ontvangen zijn, is ons overigens niet bekend. Mogelijkheid tot gefaseerde uitkering

3.12

Tot slot bespreken wij nog of het mogelijk is om de kosten van de verbouwing van het pand aan de Schoonstraat 34 gefaseerd te bekostigen. Wij benoemden al eerder dat de voorziening ervan uitgaat dat een voorziening voor blijvend gebruik – zijnde een voorziening die geschikt is voor 15 jaar of langer - toegekend wordt als die beschikbaar is (wat in dit geval ook daadwerkelijk zo is), maar daarmee lijkt ons nog niet vast te staan of ook het gehele pand moet worden verbouwd voor het Sam College. Of het gehele pand opgeknapt moet worden of niet, hangt naar onze mening af van de ruimtebehoefte als bedoeld in bijlage III van de verordening. Deze ruimtebehoefte hangt af van de leerlingenprognose. Of de leerlingenprognose er in het geval van het Sam College op wijst dat het aantal leerlingen waarvoor de aangevraagde voorziening huisvesting onderwijs is bedoeld de komende jaren aanwezig zullen zijn en noodzakelijk zullen zijn voor een periode van 15 jaar of langer, is ons niet bekend (de prognose van de Minister loopt immers maar tot 2035).

Zou dit laatste wel het geval zijn, dan volgt uit de Verordening dat de ruimtebehoefte van het Sam College vastgesteld moet worden aan de hand van deze prognose.16 Dit impliceert wat ons betreft dat de opgeleverde voorziening zou moeten voorzien in de behoefte van het bevoegd gezag voor de komende 15 jaar en dat het gebouw dus niet in fases opgeknapt mag worden.

3.13

Wel voorziet artikel 16 van de Verordening in de mogelijkheid om de gelden in termijnen te betalen. Het betalen van de gelden vindt dan steeds plaats op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van voorziening, die is opgenomen in de begroting van de gemeente Bernheze.

14

Art. 4 lid 2 van de Verordening.

15

Art. 15 lid 2 van de Verordening.

16

Zie over de ruimtebehoefte in het voortgezet onderwijs oog het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO.

#62992851v1

pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c4ab3a16-4c55-49de-9af9-7930025be002