CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Akkerweg (naast nr. 5) te Vorstenbosch1.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende notitie Akkerweg 5 Vorstenbosch Auteur: Gemeente Bernheze Datum: 14 september 2020 Aanleiding en doel In 2017 is door Monumentenhuis Brabant B.V. een redengevende omschrijving opgesteld met cultuurhistorische waardestelling. De omschrijving is opgesteld om de cultuurhistorische waarden van de voormalige boerderij Akkerweg nabij 5 in beeld te brengen. Onderstaande notitie dient ter aanvulling op de cultuurhistorische waardestelling, specifiek met betrekking tot de ‘cultuurhistorische waarden’ en de ‘situationele waarden’. Uit de redengevende omschrijving blijkt dat het om een voormalige pachtboerderij gaat, behorende tot het eigendom van Baron van den Bogaerde, wonende op Kasteel Heeswijk. Hieronder zal de ontwikkelings- en bouwgeschiedenis en de relatie met de kasteelheer van de voormalige boerderij nader uiteen worden gezet. Ontwikkeling en bewonersgeschiedenis Op het Kadastraal Minuutplan 1811-1832 was op de locatie van de vm. boerderij bij Akkerweg 5 reeds bebouwing aanwezig. Het betreft twee bouwvolumes van verschillende omvang. In de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) staat de bebouwing ingeschreven als ‘huis & erf’ en ‘huis’. Laatstgenoemde duidt op het kleinere volume. Het betreft de percelen E 195 en E 195a en waren op het moment van vastlegging in bezit van Francis van de Groenendaal.

Hij bezat ook de aangrenzende percelen E 194 (tuin), E 196 (weiland) en nog enkele landbouwpercelen (E 179, E 191). Het gebied waarin de eigendommen gelegen waren, werd aangeduid als de ‘Berg Akkers’.1 Francis van de Groenendaal overleed in 1828 op 72-jarige leeftijd.2 Zijn vrouw Aldegonda van de Kraanmeer overleed zo’n drie jaar later in 1831 op 80-jarige leeftijd.3 In de overlijdensakte van Francis van de Groenendaal wordt zijn buurman Johannes van Hoof, arbeider, als getuige genoemd. In de akte van Aldegonda van de Kraanmeer wordt Piet van Hoof, klompenmaker, vermeld als getuige en tevens als schoonzoon van Aldegonda.

1 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Kadastrale kaart 1811-1832: oorspronkelijke aanwijzende tafel

Nistelrode, Noord Brabant, sectie E, blad 006 (OAT10109E006). 2 BHIC, Overlijdensregister 1828 gemeente Nistelrode, archiefnummer 50, inv.nr. 5434, akte 22. 3 BHIC, Overlijdensregister 1831 gemeente Nistelrode, archiefnummer 50, inv.nr. 5435, akte 13.

Het bezit aan de Akkerweg van Francis van Groenendaal (rood omlijnd) volgens het Kadastraal Minuutplan 1811-1832. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Kadastrale Kaart 1811-1832, minuutplan Nistelrode, Noord-Brabant, sectie E, blad 01 (MIN10109E01).

Het oudste leggerartikel bij het kadaster van dit perceel noemt als eigenaar ‘de wed. Francis van Groenendaal’. hier was Francis dus reeds overleden en was het eigendom op Aldegonda overgegaan. Beiden hadden in 1826 hun testament laten opmaken, waarbij zij elk al hun bezit aan de ander nalieten. Helaas worden de bezittingen in geen van de testamenten beschreven. Na het overlijden van Aldegonda worden de percelen E 195 en E 195a verkocht. In leggerartikel 1255 wordt als eigenaar van het perceel E 195 met ‘huis en erf’ Piet(er) Hendrik van Hoof, bouwman. Het betreft hier de schoonzoon van Algedonda van de Kraanmeer. Perceel 195a met de kleinere woning is volgens leggerartikel 1256 overgegaan op Wilhelmus van Hoof, bouwman. Beiden woonden in Vorstenbosch. Beide percelen worden verkocht en ingeschreven in leggerartikel 947, respectievelijk met volgnummers 313 en 322. De nieuwe eigenaar is Baron André Jean Louis van den Bogaerde van ter Brugge, rentenier te Heeswijk. De percelen zijn in 1851 in bezit van de baron zijn gekomen.4 De verkoop van de gronden aan de Baron is vastgelegd in twee notariële akten van respectievelijk 1 en 4 januari 1851, vastgelegd bij notaris Pieter Gelpke te Dinther. 5 Daarin is vastgelegd dat Van Hoof de percelen E 194 en E 195 met ‘een huis, erf en tuin […] groot tien roeden drieënnegentig ellen’ verkocht.

In dezelfde verkoop zijn ook de percelen E 175 (bouwland), E 179 (bouwland), E 264 en E 265 (bouwland en hakhout), E 324 (bouwland), E 718 en E 719 (weiland) betrokken. Het geheel werd door de Baron aangekocht voor het bedrag van 450,- gulden. Petrus (Piet) van Hoof stierf enkele maanden later op 9 april 1851.6 Daarnaast verkocht Willem van Hoof de percelen E 194 en 195a, ‘een huisje, erf en bouwland, groot acht roeden zeventig ellen’ en perceel E 735 (weiland) aan de Baron voor 220,- gulden.7 Deze percelen waren in 1846 verkocht door Piet van Hoof aan zijn zoon Willem van Hoof. Bij de verkoop door Willem aan de Baron in 1851 bleef het vruchtgebruik van de percelen E 194 en E 195a gereserveerd voor zijn vader Pieter (Hendrik) van Hoof tot aan zijn dood, mits hij daarvoor jaarlijks 10,- gulden huur betaalt en ‘het huisje in dak en wanden 4 R. de Visser & F. de Visser, Ziehier! Wij verkopen 77 kasteelhoeven (2015), p. 103. 5 BHIC, 2 Koopakte 4-1-1851, archiefnr. 7604, inv.nr. 61. 6 BHIC, Overlijdensregister 1851 gemeente Nistelrode, archiefnummer 50, inventarisnummer 5436, aktenummer 15.

7

BHIC, 3 Koopakte 4-1-1851, archiefnr. 7604, inv.nr. 61.

behoorlijk onderhoudt’. Baron André Jean Louis overleed op 12 januari 1855 te Kasteel Heeswijk. Toen baron André in 1835 kasteel Heeswijk kocht, hoorden daar slechts vier pachtboerderijen bij. In 1895 waren dat er tachtig. De familie had behalve in Brabant ook gronden in Gelderland, Zeeland en Vlaanderen. Perceel E 195a wordt ook aangeduid met huisnummer D 35 en er wordt melding gemaakt van een ‘sloop’ in 1916 en kreeg de nieuwe aanduiding ‘erf’. In 1916 vindt volgens hetzelfde leggerartikel een ‘bijbouw’ plaats. Het perceel wordt nu aangeduid als ‘huis, erf, tuin en weiland. Perceel E 195 wordt aangeduid met huisnummer D 34 en als ‘huis, stal en erf’ en er is sprake van een ‘vereeniging’ en ‘bijbouw’ in 1916. Daaruit valt af te leiden dat de beide percelen in 1915 zijn samengevoegd tot perceel E 1379 en dat op dit nieuwe perceel de bestaande boerderij werd uitgebreid. Op de kadastrale hulpkaart uit 1916 is de nieuwe kadastrale situatie duidelijk weergegeven:

De nieuwe situatie zoals afgebeeld op de kadastrale hulpkaart uit 1916. Bron: Kadaster Archiefviewer, gemeente Nistelrode, sectie E, archiefnummer 137.

Op bovenstaande afbeelding is te zien dat de contouren van de boerderij deels rood, deels zwart zijn gekleurd. De zwarte kleur duidt op bestaande bebouwing en de rode op nieuwe bebouwing. De nieuwe boerderij betreft dus een uitbreiding van de al bestaande boerderij. Op de bijbehorende veldwerkkaart is dit nog beter zichtbaar:

Bron: Kadaster Archiefviewer, veldwerkkaart gemeente Nistelrode, sectie E, archiefnummer 32.

De kortgevelboerderij werd dus uitgebreid met een ‘stenen’ kamer aan de voorgevel, vermoedelijk een bakoven of bakhuisje aan de langsgevel aan straatzijde en er werd een schuurdeel met dwarsdeel aangebouwd. Het nieuwe perceel E 1379 wordt vervolgens in leggerartikel 947/582 omschreven als ‘huis, erf, tuin en weiland’. In 1964 wordt de boerderij verkocht aan de toenmalige pachter, J. van de Ven. Van de verbouwing in 1915 is nog een tekening bewaard gebleven van de te realiseren ‘stenen kamer’, die tegen de voorgevel werd aangebouwd. Daaruit is op te maken dat de boerderij op de oude afbeelding daadwerkelijk de boerderij aan de Akkerweg betreft. De vergunning werd aangevraagd door G. van Osch, vermoedelijk de pachter destijds. Later is de woonfunctie aan de boerderij onttrokken, waarna de boerderij tot stal is omgebouwd.

Een oude afbeelding, waarvan wordt aangenomen dat het de vm. boerderij aan de Akkerweg betreft. Bron: R. de Visser & F. de Visser, Ziehier! Wij verkopen 77 kasteelhoeven (2015), p. 103.

Referentiebeeld van een boerderij met stenen kamer, Hondstraat 2 te Vorstenbosch, Wies van Leeuwen 1982. Bron: Beeldbank BHIC.

Bouwtekening van de te realiseren woonkamer, 1915. Bron: BHIC, 7307 Gemeentebestuur Nistelrode, 18111929, inv.nr. 1001.049.

Verkoopakte P.H. van Hoof aan Baron van den Bogaerde, 1 januari 1851. Bron: BHIC, 7604 Notarissen in Dinther, 1649-1916, inv.nr. 61 (1850-1851)

Verkoopakte W. van Hoof aan Baron van den Bogaerde, 4 januari 1851. Bron: BHIC, 7604 Notarissen in Dinther, 1649-1916, inv.nr. 61 (18501851)

Conclusie en aanbevelingen Gemeente Bernheze hecht belang aan het behoud van haar erfgoed en het zichtbaar maken van haar verleden. De voormalige boerderij is een voor Vorstenbosch zeldzaam bewaard gebleven voorbeeld van een voormalig pachthoefje van kasteel Heeswijk. Uit historishe bronnen is gebleken dat de huidige boerderij is ontstaan uit een verbouwing in 1915 van een ouder woonhuis, dat op het Kadastraal Minuutplan al is ingetekend en dus een oudere kern bevat. Mogelijk dateert de oorspronkelijke boerderij al uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De baron kocht rond het midden van de negentiende eeuw binnen de gemeente veel landbouwpercelen en boerderijen op, om deze vervolgens te verhuren. De vm. boerderij aan de Akkerweg is in Vorstenbosch een zeldzaam voorbeeld van een dergelijke pachtboerderij. Vrijwel alle andere pachthoeven in Vorstenbosch zijn verdwenen of geheel vernieuwd. De architectuurhistorische waarde van de boerderij is niet zo hoog, als gevolg van de vele wijzigingen in de loop der tijd, met name door het onttrekken van de woonfunctie in het derde kwart van de twintigste eeuw. Desondanks vormen de algemene historische waarden (het ‘verhaal van de plek’) en de bouwhistorische waarden voor de gemeente voldoende aanleiding om mee te werken aan het doorontwikkelen van de voormalige pachtboerderij tot woonhuis.

Daarnaast wordt de boerderij na restauratie en met een zorgvuldige landschappelijke inpassing weer van beeldbepalende betekenis. Bij een toekomstige doorontwikkeling is het van belang dat de nog aanwezige cultuurhistorische en bouwhistorische waarden blijven behouden en waar mogelijk versterkt worden. Ook het behoud van de historische gelaagdheid is daarbij van belang. De aangebouwde kamer uit 1915 kan aan de hand van bouwsporen en de bouwtekening gereconstrueerd worden. Dat kan zowel in een historiserende, als in een eigentijdse vormgeving. Daarnaast is het van belang dat de relatie met het kasteel weer tot uitdrukking wordt gebracht. Dit is mogelijk door luiken en staldeuren van de kasteelkleuren te voorzien. Voordat een bouwplan ontwikkeld kan worden, moet de boerderij eerst bouwhistorisch worden onderzocht. Voor het ontwerp is het van belang een partij in te schakelen die ervaring heeft met het herstellen en doorontwikkelen van historische boerderijen. De erfgoedadviseur van gemeente Bernheze en de monumentencommissie zullen nauw betrokken blijven bij de planvorming en uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=abe9e3e2-3aa2-4c2b-9031-635a6cbe3e94