Bijlage 1: Onderzoek Het PON & Telos - wenselijkheid herijking gemeenschapshuizenbeleid
Tekst van het document
Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze Onderzoek naar de wenselijkheid van herijking van het beleid uit 2000
Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze Onderzoek naar de wenselijkheid van herijking van het beleid uit 2000 Ir. Jolanda Luijten Drs. Madelon van Duren
Het PON & Telos
Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van Auteur(s) Ir. Jolanda Luijten Drs. Madelon van Duren Publicatienummer 221115 Datum mei 2022
© 2022 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl
Het PON & Telos | Colofon
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Vraag aan Het PON & Telos Onderzoeksvraag en deelvragen Onderzoeksaanpak Over deze rapportage
1 1 1 2 2 3
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.3
Beantwoording deelvragen Is er een wijziging van het gemeenschapshuizenbeleid nodig? Op welke punten en in welke omvang is er een herijking nodig? Uitgangspunten die gehandhaafd kunnen blijven Passages die overbodig zijn en verwijderd kunnen worden Uitgangspunten die opnieuw moeten worden bezien Moeten de (nieuwe) uitgangspunten ook gelden voor CC de Pas in Heesch of moet daarvoor een uitzondering gemaakt worden? (en op welke punten geldt dan die uitzondering)?
4 4 5 5 6 6
– Bevindingen uit gesprekken en werksessies
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
12 14
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Gemeente Bernheze telt verschillende kernen en in elke kern bevindt zich een gemeenschapshuis. Dit zijn CC de Pas in Heesch, CC Nesterlé in Nistelrode, CC de Wis in Loosbroek, MFA de Stuik in Vorstenbosch en CC Servaes in Heeswijk-Dinther. Voor de vijf gemeenschapshuizen is in 2000 een ‘Notitie beleidsuitgangspunten gemeenschapshuizen’ opgesteld. Naast dat de notitie 22 jaar geleden is opgesteld, is er de laatste jaren veel te doen geweest rondom gemeenschapshuis CC de Pas in Heesch. Naar aanleiding van onderzoek naar dit proces heeft de rekenkamercommissie van de gemeente Bernheze in de zomer van 2021 het College geadviseerd om de ‘Notitie beleidsuitgangspunten gemeenschapshuizen’ opnieuw te bezien en de vraag te beantwoorden of het inwonertal van Heesch, de afwijkende sociale structuur en de omvang van de accommodatie relevant zijn voor een specifieke benadering voor het gemeenschapshuis in Heesch. In de raadsvergadering van 11 november 2021 heeft de gemeenteraad daarop besloten het College opdracht te geven om een extern bureau onderzoek te laten doen naar de wenselijkheid van het aanpassen van de notitie gemeenschapshuizen uit 2000 en de resultaten van dit onderzoek binnen zes maanden in een notitie ter informatie aan de commissie Bestuur en Strategie terug te koppelen. Het College heeft vervolgens aan Het PON & Telos gevraagd om deze opdracht uit te voeren.
1.2
Vraag aan Het PON & Telos Na overleg tussen Het PON & Telos en de gemeente Bernheze hebben wij de opdracht breder getrokken. We focussen in dit onderzoek niet alleen op de vraag of er een aparte benadering voor het gemeenschapshuizenbeleid voor CC de Pas in Heesch nodig is, maar op de bredere vraag in hoeverre de uitgangspunten in de beleidsnotitie uit 2000 nog aansluiten bij de huidige werkwijze van de vijf gemeenschapshuizen in Bernheze en bij de visie van de gemeenschapshuizen en de gemeente met het oog op de toekomst. Hierin kijken we dus niet alleen naar CC de Pas, maar betrekken we alle vijf gemeenschapshuizen in Bernheze om de vraag te beantwoorden of herijking van het in 2000 opgestelde document nodig is.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
1
Het onderzoek is dus gericht op de mogelijke wenselijkheid van herijking en betreft niet de daadwerkelijke herijking van het beleid. Ook is het nadrukkelijk geen evaluatieonderzoek naar de uitvoering van het beleid van de notitie van 2000.
1.3
Onderzoeksvraag en deelvragen Met elkaar zijn we gekomen tot de volgende onderzoeksvraag: Sluiten de uitgangspunten uit de beleidsnotitie van april 2000 nog aan op de visie die gemeenschapshuizen en gemeente hebben op de functie van de gemeenschapshuizen en de wijze waarop de gemeenschapshuizen worden geëxploiteerd en beheerd? Op basis van deze onderzoeksvraag geven we achtereenvolgens antwoord op de volgende drie deelvragen: 1. Is er een wijziging van het gemeenschapshuizenbeleid nodig? 2. Zo ja, op welke punten en in welke omvang is er een herijking nodig? 3. Moeten de (nieuwe) uitgangspunten ook gelden voor CC de Pas in Heesch of moet daarvoor een uitzondering gemaakt worden? (en op welke punten geldt dan die uitzondering)? De beantwoording van de onderzoeksvraag en de drie deelvragen leest u in de voorliggende rapportage.
1.4
Onderzoeksaanpak Om de vraag te beantwoorden of het gemeenschapshuizenbeleid, zoals het opgesteld is in 2000, herijkt moet worden, heeft Het PON & Telos in maart 2022 vijf groepsgesprekken gevoerd met de besturen van de vijf gemeenschapshuizen in de gemeente Bernheze. Tijdens deze gesprekken hebben we gezamenlijk de beleidsnotitie stap voor stap doorgenomen waarbij de besturen ruim de mogelijkheid kregen om toe te lichten waarom bepaalde passages in de notitie voor hen nog wel of juist niet meer passend zijn. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt die de besturen kregen voorgelegd en waarbij zij hun reactie nog aan Het PON & Telos konden teruggeven. Na de gespreksronde met de besturen van de gemeenschapshuizen heeft op 7 april vervolgens een werksessie plaatsgevonden met een 8-tal ambtenaren die zich bezighouden met zaken die raken aan het gemeenschapshuizenbeleid in Bernheze. Tot slot heeft op 12 april een werksessie plaatsgevonden met het College van B. en W. van de gemeente Bernheze.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
2
In de werksessies zijn allereerst de bevindingen uit de gespreksronde teruggekoppeld aan de ambtenaren respectievelijk het College. Vervolgens hebben we met elkaar doorgesproken wat zij hierin wel of niet herkenden en is er over een aantal discussiepunten verder met elkaar van gedachten gewisseld wat de visie daarop is van de deelnemers. Op basis van alle bevindingen heeft Het PON & Telos deze rapportage opgesteld Voordat deze rapportage definitief is gemaakt, is de conceptversie van het rapport nog ter lezing aangeboden aan de vijf gemeenschapshuizen en de ambtenaren die hebben deelgenomen aan de ambtelijke werksessie. Vervolgens is op basis van deze rapportage samen met de gemeente Bernheze een adviesnota opgesteld.
1.5
Over deze rapportage Omwille van de leesbaarheid beginnen we deze rapportage met de beantwoording van de drie deelvragen (hoofdstuk 2). Daarna volgt in de bijlage per beleidsuitgangspunt van de notitie van 2000 een uitgebreidere beschrijving van de bevindingen uit de gesprekken en werksessies.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
3
2
Beantwoording deelvragen
2.1
Is er een wijziging van het gemeenschapshuizenbeleid nodig? Uit de gesprekken blijkt dat, ondanks dat de beleidsuitgangspunten 22 jaar geleden zijn opgeschreven, nog een groot deel van de uitgangspunten prima past bij de huidige en toekomstige visie en uitgangspunten van de vijf gemeenschapshuizen. Maar er blijken ook diverse onderdelen verouderd en niet meer van toepassing. De besturen van de huizen geven vrijwel allemaal aan dat de tekst in de beleidsnotitie nu veel te lang is, teveel onnodige kaders bevat en wispelturig -en soms tegenstrijdig- is in de uitgangspunten. In de toelichting bij de uitgangspunten staan nu ook adviezen, ideeën en mogelijkheden voor uitzonderingen. Al deze ballast zorgt alleen maar voor onduidelijkheid en biedt ruimte voor ruis. Het beleid moet zich volgens de huizen beperken tot de hoofdlijnen. Het beleid kan veel korter en bondiger en moet in slechts enkele pagina’s kunnen worden verwoord, aldus de besturen. De visie die de gemeente en de besturen van de huizen hebben op de doelstelling van de gemeenschapshuizen dient in het beleid meer centraal te staan en de basis te vormen voor de beleidsuitgangspunten. Het is belangrijk dat de beleidsuitgangspunten en de instrumenten die de gemeente inzet ondersteunend zijn en helpen om te komen tot toekomstbestendige gemeenschapshuizen. Veel gemeenschapshuizen worstelen echter met hun toekomst.
De maatschappij verandert, verenigingen en vrijwilligers vergrijzen en het is niet gemakkelijk de exploitatie elk jaar weer rond te krijgen. De besturen zullen zich moeten blijven inspannen om het draagvlak vanuit de gemeenschap bij het gemeenschapshuis te behouden en waar mogelijk nog verder te versterken. Het is belangrijk dat de gemeenschapshuizen daarbij meegaan in de maatschappelijke veranderingen die op hen afkomen. Zij kunnen een bredere maatschappelijke functie vervullen. Het samenkomen in verenigingsvorm maakt bijvoorbeeld steeds meer plaats voor informele en incidentele clubjes, zoals een lees- of kookclub. De huizen willen, behalve aan verenigingen en organisaties, dan ook graag een plek bieden voor mensen die niet officieel zijn georganiseerd in groepsverband en inwoners die bijvoorbeeld eenzaam zijn. De huidige beleidsuitgangspunten sluiten niet allemaal even goed aan bij deze trends en ontwikkelingen.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
4
Op basis van bovenstaande punten kunnen we de conclusie trekken dat het beleidsplan uit 2000 toe is aan vernieuwing, maar zoals zal blijken uit de volgende paragraaf is geen volledig nieuw beleid nodig, maar kan worden volstaan met een herijking van het bestaande beleid. De beleidsnotitie dient zich daarbij veel meer te beperken tot het vastleggen wat de gemeente Bernheze met de gemeenschapshuizen wil bereiken en welke kaders en instrumenten nodig zijn om dat doel te bereiken.
2.2
Op welke punten en in welke omvang is er een herijking nodig?
2.2.1
Uitgangspunten die gehandhaafd kunnen blijven
Alle gesprekspartners in het onderzoek zijn het over een groot aantal uitgangspunten in de notitie eens. Deze uitgangspunten passen volgens hen allen nog prima bij de huidige werkwijze en de visie op de toekomst en horen volgens alle betrokkenen dan ook zeker onderdeel te zijn van het (nieuwe) beleidsplan. Dit betreft de volgende uitgangspunten: • •
• • • • •
• •
Gemeenschapshuizen zijn primair ruimtebiedend (A)1 Gemeenschapshuizen zijn multifunctioneel; ze bieden onderdak aan diverse doelgroepen en de ruimten kunnen door meerdere gebruikers worden gebruikt (geen ruimteclaim) (B) Gemeenschapshuizen zijn toegankelijk; zowel fysiek als qua ligging, openingstijden en laagdrempelige huur en consumptieprijzen (C) Lokale verenigingen en organisaties hebben voorrang; het gemeenschapshuis is er primair voor de eigen gemeenschap (C) Gemeenschapshuizen hebben één barexploitant (E) Komst en voortbestaan van het gemeenschapshuis zijn primair een zaak van de lokale gemeenschap (G) Wijze van beheer en exploitatie zijn voor verantwoording van het gemeenschapshuis; mits wordt voldaan aan een aantal basisvoorwaarden én de doelstelling van gemeenschapshuis. Deze basisregels en doelstelling dienen in de Notitie Beleidsuitgangspunten helder te worden verwoord (H) Het stichtingsbestuur van een gemeenschapshuis werkt steeds samen met de gebruikers (I) Besturen van gemeenschapshuizen zijn zelfsturend voor wat betreft beheer en exploitatie (L + 4.1)
1
Deze letters en soms paragraafnummers verwijzen naar het overeenkomstige uitgangspunt in de notitie beleidsuitgangspunten van 2000.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
5
Zoals we in paragraaf 2.1 reeds hebben aangegeven gaat het om het behoud van de uitgangspunten, maar vragen de toelichtende teksten wel om een kortere en bondigere omschrijving. Ook is in de toelichting soms sprake van passages die tegenstrijdig zijn met (andere) uitgangspunten. Deze tegenstrijdigheid zien we onder andere terug in uitgangspunt L: ‘besturen van gemeenschapshuizen zijn zelfsturend voor wat betreft beheer en exploitatie’. Alle gesprekspartners omarmen dit uitgangspunt, maar wijzen er ook op dat bepaalde elementen die onder punt L en paragraaf 4.1 in de beleidsnotitie van 2000 staan niet aan de orde zijn: De besturen leggen GEEN verantwoording af aan de gemeente; • Er worden door de gemeente geen eisen gesteld ten aanzien van de samenstelling en kwaliteit (functieprofiel) van het bestuur; • Sinds 2002 worden geen afspraken meer gemaakt over tarieven (4.1). •
Uit zowel de gesprekken met de besturen van de gemeenschapshuizen als de werksessies met de ambtenaren en het College blijkt dat de 3 bovengenoemde punten ook helemaal niet wenselijk zijn. Bovendien zijn deze punten in strijd met het beleidsuitgangspunt dat besturen zelfsturend zijn. Ditzelfde geldt voor de passage in de toelichting bij beleidsuitgangspunt C, dat de gemeente van mening is dat in alle gevallen huur in rekening moet worden gebracht. Ook dit is een regel die niet past binnen het uitgangspunt dat besturen zelfsturend zijn en zelf verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het beheer van het gebouw. 2.2.2
Passages die overbodig zijn en verwijderd kunnen worden
Er zijn ook een aantal passages die volgens zowel de gemeente als de besturen zelf niet (meer) van toepassing zijn en zijn verouderd. Dit betreft de tarieven die worden genoemd in paragraaf 4.2 en de beknopte informatie over de gemeenschapshuizen, die is opgenomen in de bijlage bij de notitie beleidsuitgangspunten van 2000. Over de tarieven worden zoals hiervoor al aangegeven in de praktijk geen afspraken gemaakt. Bovendien zijn tarieven, evenals de informatie in de bijlage, continu aan verandering onderhevig en horen derhalve ook niet in een beleidsplan thuis. 2.2.3
Uitgangspunten die opnieuw moeten worden bezien
Tot slot zijn er een aantal discussiepunten, die in het nieuwe beleid moeten worden bediscussieerd en mogelijk vragen om herziening.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
6
De maatschappij is in de loop der jaren veranderd, waardoor sommige uitgangspunten lastig zijn of onvoldoende bijdragen aan het toekomstbestendig houden van de gemeenschapshuizen. Dit betreft de volgende uitgangspunten: Doelstelling van het gemeenschapshuis (2.2) • Gemeenschapshuizen hebben geen danwel een zeer beperkte horecafunctie (D) • Concurrentie tussen de gemeenschapshuizen en concurrentie met de lokale horeca acht de gemeente hoogst ongewenst (F) • Subsidiëring (3.4) met de instrumentaria: •
➢ De gemeente neemt van elk Gemeenschapshuis voor 100% de kapitaalslasten voor haar rekening (J) ➢ Incidenteel ondersteunt de gemeente voor korte of langere termijn gemeenschapshuizen, die in financiële problemen zijn en/of bijzondere kosten hebben (K) •
Rol van de gemeente (2.3 en 3.5 (L) en 4.1 en 4.2)
We lichten de discussiepunten hieronder kort nader toe. Hierbij gaan we afzonderlijk in op de doelstelling van het gemeenschapshuis (2.2), de horecafunctie/paracommercie (D en F), de financiering (3.4, J en K) en de rol van de gemeente (2.3, L, 4.1 en 4.2). Een uitgebreider verslag van de gesprekken met de gemeenschapshuizen en de reacties hierop van de betrokken ambtenaren en het College van B. en W. is opgenomen in Bijlage A. Doelstelling van het gemeenschapshuis
In het beleidsplan staat nu de doelstelling van het welzijnsbeleid – Het bevorderen van het functioneren van mensen binnen de gemeenschap en het voorkomen van sociaal isolement.- als doelstelling opgenomen voor de gemeenschapshuizen. Deze doelstelling is meer van toepassing op de doelstelling van de verenigingen en organisaties die een plek hebben binnen het gemeenschapshuis. De besturen zouden de doelstelling van de huizen zelf meer beschrijven als: Een fijne laagdrempelige accommodatie bieden voor sociale, culturele en maatschappelijke initiatieven en een plek zijn waar dorpsbewoners elkaar ontmoeten en activiteiten met elkaar kunnen ondernemen. Een gemeenschapshuis wordt, door zowel de gemeente als de besturen van de huizen, gezien als een basisvoorziening voor het welzijn van de inwoners. Ze zorgen voor verbinding en dragen, vooral in de kleine kernen, in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid in de kern. Het is belangrijk bij de herijking van het gemeenschapshuizenbeleid een heldere en voor elk gemeenschapshuis passende doelstelling te formuleren. Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
7
Deze doelstelling vormt namelijk een belangrijke basis voor de beleidsuitgangspunten. De kaders die in het beleid worden vastgelegd dienen namelijk dienend te zijn aan de doelstelling van de gemeenschapshuizen. Horecafunctie/paracommercie
In de notitie uit 2000 (uitgangspunt F) staat als uitgangspunt opgenomen dat de gemeenschapshuizen binnen de gemeente Bernheze onderling afspraken met elkaar moeten maken over huur- en consumptieprijzen om onderlinge concurrentie te voorkomen. Naast dat dit niet passend is binnen het uitgangspunt dat ieder gemeenschapsbestuur zelfsturend is voor het eigen beheer en exploitatie, heeft ieder huis primair een functie voor de eigen gemeenschap. Lokale verenigingen gaan niet naar een gemeenschapshuis in een naburig dorp omdat het daar goedkoper is. Alle gesprekspartners zijn het er dan ook over eens dat het uitgangspunt dat gemeenschapshuizen binnen de gemeente Bernheze onderling afspraken moeten maken kan worden weggehaald. Daarnaast is opgenomen dat gemeenschapshuisbesturen afspraken dienen te maken met de lokale horeca. Inmiddels hebben de besturen wel een werkbare modus gevonden in overleg met de lokale horeca, maar de besturen van de gemeenschapshuizen blijven hierbij sterk afhankelijk van de welwillendheid van de horecaondernemer. De gemeenschapshuizen mogen bij wijze van spreken ‘alleen de kruimels opvangen’. Pas als een horecaondernemer het niet kan of wil doen, mag het gemeenschapshuis het aanbieden.
De achterliggende gedachte hierbij is dat gemeenschapshuizen indirect worden gesubsidieerd in de vorm van de kapitaalslasten, waardoor zij minder onkosten hebben ten opzichte van een horecaondernemer. Tegelijkertijd ontvangen sommige verenigingen in hun subsidie een huisvestingscomponent van de gemeente. Idealiter wordt deze huisvestingscomponent ingezet voor de huur van een ruimte in het gemeenschapshuis. Echter, dit is -behalve bij de KBO’s- nu niet verplicht. Een vereniging mag ervoor kiezen om de huisvestingscomponent te gebruiken voor het huren van een ruimte waar zij maar wil. Dus ook bij de horeca. De verenigingen betalen in de horeca geen huur, maar gebruiken het subsidiedeel, dat bedoeld is voor huisvesting, in de praktijk als aanvulling op hun activiteitenbudget. Hiermee krijgen de gemeenschapshuizen het gevoel dat een horecaonderneming ook oneerlijke concurrentie biedt ten opzichte van het gemeenschapshuis. Als naast de lagere consumptieprijs in het gemeenschapshuis ook zaalhuur betaald moet worden, kan een huurder in het gemeenschapshuis immers duurder uit zijn dan in de horeca.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
8
De regels omtrent paracommercie zijn lastig en vaak onduidelijk. Er is een grijs gebied wat wel en wat niet mag binnen de regels van paracommercie, waardoor vaak discussies ontstaan. Deze discussies ontstaan zowel tussen gemeenschapshuis en lokale horeca als binnen de besturen van de gemeenschapshuizen zelf. Waar de besturen met name tegenaan lopen is dat er vraag is naar bijvoorbeeld koffietafels en verjaardagen van ouderen die wekelijks in het gemeenschapshuis komen om te kaarten of biljarten en hun verjaardag willen vieren met familie. Het eigen huis is hiervoor te klein en in het café in het dorp voelt deze persoon zich niet prettig. Omdat het in het gemeenschapshuis niet mag, is deze persoon nu genoodzaakt een oplossing te zoeken buiten het dorp. Iedereen is het er over eens dat paracommercie voor de gemeenschapshuizen het uitgangspunt moet blijven, maar staat er welwillend tegenover dat voor dit soort activiteiten ruimte mogelijk zou moeten zijn binnen het gemeenschapshuis. Daarbij kunnen bij dit soort activiteiten eventueel commerciële consumptieprijzen worden gerekend om te voorkomen dat gebruikers vanwege de lagere kosten de keuze maken voor het gemeenschapshuis.
In zowel de ambtelijke sessie als de sessie met het College is voorgesteld om eventueel per kern een overleg te organiseren met gemeente-horecagemeenschapshuis en in een gelijkwaardig gesprek met elkaar te kijken of (per kern) duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden die passen binnen de wettelijke kaders van paracommercie. De specifieke afspraken kunnen vervolgens worden vastgelegd in de APV, waarbij de gemeente, maar ook de dorpen zelf, moeten accepteren dat afspraken in elk dorp anders kunnen zijn. Als de afspraken niet per kern in de APV kunnen worden vastgelegd, kan er ook per kern een convenant worden opgesteld. Financiering
In de beleidsnotitie uit 2000 staat vermeld dat gemeenschapshuizen basisvoorzieningen zijn. Om die reden biedt de gemeente financiële ondersteuning aan de stichtingsbesturen van de gemeenschapshuizen. Hiervoor heeft de gemeente binnen het huidige beleid twee instrumenten tot haar beschikking: 100% van de kapitaalslasten komen voor rekening van de gemeente (J) • Bij financiële problemen en/of bijzondere kosten kan een gemeenschapshuis incidentele subsidie krijgen (K) •
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
9
De besturen ervaren in deze financieringsvormen de volgende knelpunten: •
Geen eenvormigheid in verlenen huisvestingscomponent aan verenigingen Er is momenteel geen eenvormigheid voor wat betreft verenigingen die binnen hun subsidie wel en die geen huisvestingscomponent ontvangen. De KBO in Loosbroek ontvangt bijvoorbeeld geen huisvestingscomponent omdat CC de Wis geen huur in rekening brengt. De huisvestingscomponent kan in feite worden gezien als een indirecte subsidie vanuit de gemeente aan de gemeenschapshuizen. Deze indirecte subsidie loopt CC de Wis nu mis, terwijl deze (door de gemeente gesubsidieerde) huuropbrengsten voor de huizen een belangrijke bijdrage leveren aan de exploitatie van het gebouw. Er is dan ook binnen de subsidies aan verenigingen meer éénvormigheid gewenst in het verlenen van een huisvestingscomponent.
•
OZB drukt enorm op exploitatie De OZB valt niet onder de kapitaalslasten en moeten door de besturen zelf worden bekostigd. De besturen geven aan dat de hoogte van de WOZ-waarde niet in verhouding staat tot de waarde die het gebouw voor het stichtingsbestuur heeft. Het bestuur kan immers deze waarde niet verzilveren. Bovendien worden de gemeenschapshuizen aangeslagen als bedrijf terwijl ze een sociale onderneming zijn. Dit brengt hele hoge OZB-kosten met zich mee, die zwaar drukken op de exploitatie van het gemeenschapshuis.
•
Financiering via kapitaalslasten heeft geen relatie met de doelstelling van het gemeenschapshuis. Het is wenselijk dat investeringen voor het gebouw met eigen middelen, de inzet van vrijwilligers en het bieden van een voorziening voor laagdrempelig ontmoeten worden gewaardeerd en ook financieel worden beloond. Met het huidige financieringsmodel waarbij de gemeente 100% kapitaalslasten draagt is er geen relatie tussen de mate waarin een bestuur invulling geeft aan de doelstelling van het gemeenschapshuis en de hoogte van de financiële ondersteuning.
•
Incidentele subsidie voelt als willekeur Op het moment dat een bestuur beroep doet op deze regeling, is het wel of niet honoreren van de aanvraag, afhankelijk van de beslissing op dat moment van het gemeentebestuur. Er zijn geen eenduidige criteria vastgesteld op basis waarvan wel of geen subsidie wordt verleend. De tijdsduur waarover de gemeente financiële ondersteuning biedt is ook per situatie verschillend. Dit kan een eenmalige bijdrage zijn, maar ook een langer lopende subsidie.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
10
Zowel de besturen van de gemeenschapshuizen als de ambtenaren en het College zijn het erover eens dat het beter zou zijn als er meer een relatie zou zijn tussen de financieringsinstrumenten en de mate waarin een bestuur met het gemeenschapshuis een bijdrage levert aan de doelstelling van de gemeenschapshuizen. De financiële instrumenten zouden een middel moeten zijn waarmee juist laagdrempelig ontmoeten en de inzet van vrijwilligers en zelfwerkzaamheid worden gestimuleerd. Besturen geven aan dat het steeds lastiger is om vrijwilligers te vinden en de exploitatie rond te krijgen. Corona heeft een zware wissel getrokken op de gemeenschapshuizen, maar ook voor de coronaperiode was het voor meerdere huizen al lastig. Inkomsten van het gemeenschapshuis bestaan nu uit huur- en baropbrengsten. Laagdrempelig ontmoeten vraagt juist soms om het ‘gratis’ beschikbaar stellen van ruimte en koffie. Dit wringt met het sluitend krijgen van de begroting. De gemeenschapshuizen zullen in de toekomst steeds meer (moeten) gaan functioneren als een sociale onderneming. Dit vraagt ook om vernieuwende financieringsinstrumenten waarbij moet worden bekeken welke wijze van financiële ondersteuning vanuit de gemeente hier het beste bij past.
Het is belangrijk financieringsinstrumenten te vinden die de gemeenschapshuizen helpen om ook in de toekomst te kunnen blijven functioneren als belangrijke basisvoorziening in de kernen. Rol van de gemeente
Alle gesprekspartners zijn het erover eens dat de gemeente de gemeenschapshuizen vooral zelf moet laten ondernemen. Zij zijn zelfsturend en zolang het huis aan de doelstelling voldoet (een fijne laagdrempelige accommodatie bieden voor activiteiten, ontmoeting en verbinding voor de dorpsbewoners) en een sluitende begroting heeft is er geen tussenkomst of verantwoording van de gemeente nodig. Wel hebben de besturen behoefte aan een gemeente die met hen meedenkt over hoe het gemeenschapshuis beter invulling kan geven aan laagdrempelig ontmoeten en activiteiten in het gemeenschapshuis. Hierbij is ook wederkerigheid nodig. Besturen moeten zich ook zelf zoveel mogelijk inzetten om samen met de gemeente invulling en uitvoering te geven aan het gemeentelijk welzijnsbeleid en samen optrekken en de verbinding leggen met de andere maatschappelijke organisaties in de kern. Dit vraagt om maatwerk en regelmatig overleg per kern. Samenbrengen van partijen binnen de kern en het inbrengen van expertise kan hierbij een rol zijn van de gemeente. Daarbij kan ook gezamenlijk worden nagedacht over hoe sociale en maatschappelijke initiatieven elkaar kunnen vinden en hoe concurrentie tussen voorzieningen in de kernen en het op diverse plekken financieren van soortgelijke initiatieven kan worden voorkomen.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
11
Het College vindt deze vraag vanuit de besturen heel uitnodigend en praat hierover graag door hoe de gemeente aan deze rol verder invulling kan geven. Het past immers naadloos bij de ontwikkelingen binnen de gemeente rondom ‘Terug naar de kern’. Hierin wil de gemeente meer naar buiten treden en als partner met het veld aan de slag. Een idee zou kunnen zijn om naast het gemeenschappelijke overleg dat twee keer per jaar plaatsvindt met de huizen in Bernheze, een extra overleg per kern te organiseren, waarbij de diverse organisaties uit de kern worden uitgenodigd en met elkaar in verbinding worden gebracht. Desgewenst kan het gemeenschappelijk overleg met de huizen dan eventueel worden teruggebracht naar éénmaal per jaar.
2.3
Moeten de (nieuwe) uitgangspunten ook gelden voor CC de Pas in Heesch of moet daarvoor een uitzondering gemaakt worden? (en op welke punten geldt dan die uitzondering)? Alle besturen van de vijf gemeenschapshuizen zijn van mening dat de doelstelling en de uitgangspunten van het gemeenschapshuizenbeleid voor alle gemeenschapshuizen hetzelfde moet zijn en dus ook moet gelden voor CC de Pas. Ook het bestuur van CC de Pas zelf ziet eenzelfde doelstelling voor het gemeenschapshuis weggelegd. Alle gesprekspartners, zowel gemeente als besturen, zijn wel van mening dat de beleidskaders zodanig dienen te zijn opgesteld dat maatwerk voor alle huizen mogelijk is. De huizen hebben immers allemaal hun eigen karakter, met een eigen historie en zijn gelegen in sterk van elkaar verschillende dorpskernen met ieder haar eigen sociale structuur. Elke kern en gemeenschapshuis is daarmee uniek en vraagt daarom om maatwerk binnen de (nieuwe) beleidskaders. In het onderzoek van de rekenkamer wordt de vraag expliciet gesteld of het inwonertal van Heesch, de afwijkende sociale structuur en de omvang van de accommodatie relevant zijn voor een specifieke benadering voor het gemeenschapshuis in Heesch. Op basis van het bovenstaande kunnen we concluderen dat dit geen redenen zijn om voor CC de Pas een uitzondering te maken.
Het inwonertal, de sociale structuur en de omvang van het gebouw zijn voor iedere kern immers uniek. In het herijkte beleid moeten de beleidskaders zodanig zijn opgesteld, dat ze voor alle gemeenschapshuizen passend zijn en voor ieder gemeenschapshuis maatwerk mogelijk is.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
12
Tijdens de ambtelijke sessie bleek dat voor de gemeente het behoud van de functie van het gemeenschapshuis en de rol die het gemeenschapshuis vervult voor de gemeenschap centraal staat. Het gaat de gemeente niet om de stenen, maar om de functie van het gemeenschapshuis. Zowel de ambtenaren die aanwezig waren bij de werksessie als het College vinden het belangrijk dat die functie van het gemeenschapshuis - het bieden van ruimte voor lokale verenigingen en stimuleren van verbinding en ontmoeting - binnen de ontwikkelingen rondom De Misse 2-4-6 en de keuzes die hierin gemaakt worden gewaarborgd blijft. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat het geven van invulling aan die functie van het gemeenschapshuis primair een zaak is van de lokale gemeenschap. Doelstelling en draagvlak vanuit gemeenschap moeten dus ook gelden voor CC de Pas. Afhankelijk van de manier waarop de eigendom van het gebouw en het beheer en de exploitatie van De Misse 2-4-6 vorm gaat krijgen, kan het wel nodig zijn dat een uitzondering gemaakt moet worden voor de eigendoms- en financieringsconstructie voor CC de Pas.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
13
– Bevindingen uit gesprekken en werksessies Hieronder vindt u per punt uit de beleidsnotitie de bevindingen uit de gesprekken en werksessies. De titels, nummering en letters verwijzen naar de titels, nummering en letters in het document ‘Gemeenschapshuizen in Bernheze; Notitie beleidsuitgangspunten’ van april 2000.
Vooraf Meerdere bestuursleden van de gemeenschapshuizen gaven tijdens het gesprek aan dat ze niet op de hoogte waren van het bestaan van het document ‘Gemeenschapshuizen in Bernheze; Notitie beleidsuitgangspunten’ van april 2000. Inleiding Het gemeenschapshuizenbeleid is van toepassing op de vijf gemeenschapshuizen CC de Pas, CC de Wis, MFA de Stuik, CC Nesterlé en CC Servaes. In elke kern van de gemeente Bernheze staat één gemeenschapshuis. Dat is en blijft voor de gemeente het uitgangspunt. Elke kern heeft één gemeenschapshuis, waarbij de kernen Heeswijk en Dinther worden beschouwd als één kern. Een gemeenschapshuis wordt, door zowel de gemeente als de besturen van de huizen, gezien als een basisvoorziening voor het welzijn van de inwoners in de kernen. Ze zorgen voor verbinding en dragen, vooral in de kleine kernen, in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de kern. In Heesch is de leefbaarheid mogelijk minder afhankelijk van het gemeenschapshuis an sich, maar ook in Heesch is een gemeenschapshuis, gezien vanuit positieve gezondheid en brede welvaart, een belangrijke basisvoorziening voor het welzijn van de inwoners in Heesch. Alle gesprekspartners zijn het er dan ook over eens dat een gemeenschapshuis in iedere kern wenselijk is in het kader van het gemeentelijk welzijnsbeleid.
Beleid gemeenschapshuizen onderdeel van het algemene welzijnsbeleid Het welzijnsbeleid vormt de leidraad voor de beleidsuitgangspunten voor de gemeentelijke betrokkenheid bij de gemeenschapshuizen. De algemene doelstelling van het welzijnsbeleid luidt: Het bevorderen van het functioneren van mensen binnen de gemeenschap en het voorkomen van sociaal isolement.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
14
De besturen van de gemeenschapshuizen kunnen zich nog steeds vinden in deze achterliggende doelstelling, maar zien dit wel meer als de doelstelling van de verenigingen en organisaties die zij als gemeenschapshuis faciliteren. Ook vinden sommige het te ouderwets, betuttelend en vanuit een negatieve insteek geformuleerd. Zij zien liever een formulering in de trant van: Het bevorderen van sociaal culturele activiteiten voor mensen binnen de gemeenschap en het stimuleren van sociale contacten. De gemeenschapshuizen zijn vooral faciliterend. Ze verhuren ruimtes en stimuleren sociale, culturele en welzijnsactiviteiten, maar organiseren ze meestal niet zelf. Ze willen zelf wel activiteiten organiseren, maar geven aan dat zij door een gebrek aan vrijwilligers vrijwel geen mogelijkheid zien om deze wens daadwerkelijk te koppelen aan actie. Gemeenschapshuizen hebben in tegenstelling tot verenigingen géén leden waar ze een beroep op kunnen doen. Doelstelling van het gemeenschapshuis is volgens de besturen van de huizen om een fijne accommodatie te bieden voor sociale, culturele en maatschappelijke initiatieven, waar dorpsbewoners elkaar ontmoeten en activiteiten met elkaar kunnen ondernemen (in de meest brede zin).
Het gaat om zorg dragen voor verbinding, bevorderen van sociale contacten, dat mensen elkaar kennen, sociale samenhang, cohesie bevorderen en bijdragen aan de vitaliteit en leefbaarheid in de kern. Daarbij hoort volgens hen ook een thuis zijn voor mensen die zich wellicht eenzaam voelen. Meerdere besturen streven er ook specifiek naar om mensen, bijvoorbeeld die eenzaam zijn, individueel binnen te halen. Voor een koffietje en een krantje. Dus behalve aan verenigingen en organisaties ook een plek bieden voor mensen die niet officieel zijn georganiseerd in groepsverband. De besturen zijn het ermee eens dat het gemeenschapshuis er primair is voor de inwoners, verenigingen en organisaties uit de eigen kern. Ze is er voor alle doelgroepen binnen de gemeenschap. Maar ook mensen van buiten de kern moeten gebruik kunnen maken van het gemeenschapshuis. De vijf besturen hebben allemaal eenzelfde doelstelling voor ogen: het bieden van een fijne laagdrempelige accommodatie voor verenigingen en organisaties en waar inwoners uit de kern elkaar kunnen ontmoeten. Daarbij hoeft er volgens hen voor CC de Pas geen uitzondering gemaakt te worden vanwege het inwonertal, de omvang van het gebouw of de samenstelling van de kern Heesch. Voor CC de Pas speelt echter wel de ontwikkeling van De Misse 2-4-6.
Zowel de ambtenaren als het College vinden het belangrijk dat bij het vormgeven van De Misse 2-4-6 de functie van het gemeenschapshuis gewaarborgd blijft.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
15
Afhankelijk van de eigendomssituatie en de wijze waarop het beheer en de exploitatie van De Misse 2-4-6 vorm krijgt, moet er wellicht wel een uitzondering gemaakt worden voor de eigendoms- en financieringsconstructie van CC de Pas. Om het draagvlak vanuit de gemeenschap te waarborgen is een apart bestuur dat verantwoordelijk is voor de gemeenschapshuisfunctie binnen De Misse 2-4-6 wenselijk, waarbij duidelijke afspraken gemaakt worden waarvoor dat bestuur dan wel en waarvoor niet verantwoordelijk is qua exploitatie en beheer. Als van hen een sluitende begroting wordt verwacht is het wenselijk de bibliotheek onderdeel te laten zijn van de exploitatie van het gemeenschapshuis.
Rol van de gemeente De verantwoordelijkheid voor het welzijn van burgers wordt nog steeds door alle gesprekspartners gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de burgers, organisaties op het brede gebied van welzijn (instellingen en verenigingen) en van de gemeente. In de meest wenselijke situatie fungeren de besturen van de gemeenschapshuizen geheel autonoom. Dit past binnen de gedachte dat het bestuur van het gemeenschapshuis het beste weet wat past binnen de eigen kern en haar activiteitenaanbod hierop kan laten aansluiten. De gemeente is vooral voorwaardenscheppend. Zoals in het beleidsplan staat kan de gemeente nog andere rollen/taken vervullen: signaleren, stimuleren, activeren, bemiddelen, regisseren, aansturen, samenwerken, uitvoeren, kritisch volgen. De gemeenschapshuizen geven aan dat de gemeente deze ‘andere’ rollen nu in hun ogen niet of nauwelijks vervult. Zij zouden dit wel graag willen. Ze hebben behoefte aan een gemeente die meer in de rol van gesprekspartner met hen meedenkt over de kansen en mogelijkheden om de doelstelling van het gemeenschapshuis zo goed mogelijk te kunnen vormgeven en te komen tot een sluitende begroting.
Dus ook meedenken over hoe de gemeente kan ondersteunen als gemeenschapshuizen worstelen met de vraag ‘wat voor gemeenschapshuis willen we zijn?’ Of de vraag ‘hoe blijft/wordt het gemeenschapshuis toekomstbestendig?’ Ook worstelen de besturen van de gemeenschapshuizen vrijwel allemaal met de vraag hoe zij voldoende vrijwilligers kunnen krijgen om de benodigde werkzaamheden te verrichten en hoe zij meer inwoners, met name jongeren, naar het gemeenschapshuis kunnen krijgen. Ze zouden het fijn vinden als de gemeente hierover met hen meedenkt en hen hierbij ondersteunt. In de werksessie met de ambtenaren wordt hiervoor het idee geopperd om de themabijeenkomsten die voorheen plaatsvonden met de gezamenlijke gemeenschapshuizen, maar vanwege de coronapandemie zijn gestopt, weer op te pakken.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
16
Eén van de huizen zou wel willen dat de gemeente meer een rol zou spelen in het organiseren van activiteiten voor fysiek of mentaal zwakkere mensen in samenwerking met het gemeenschapshuis. De gemeenschapshuizen zouden namelijk prima een bijdrage kunnen leveren aan gemeentelijke doelstellingen als vanuit de WMO en de participatiewet. Het gemeenschapshuis kan dergelijke activiteiten faciliteren, maar niet zelf organiseren. Daar laat de gemeente een kans liggen, volgens het bestuur. Tijdens de ambtelijke werksessie bleek dat de gemeente en ook andere organisaties in de kernen activiteiten organiseren voor kwetsbare inwoners. Hieruit blijkt dat gemeente, organisaties en gemeenschapshuis elkaar binnen de kernen nog onvoldoende weten te vinden. De gemeente zou hierin een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld als kwartiermaker om partijen met elkaar te verbinden. De gemeente zou hierop meer regie kunnen nemen en de samenwerking met het bestuur van het gemeenschapshuis opzoeken. De rol van verbinder wordt ook door het College van B. en W. omarmt. Deze rol past immers naadloos bij de ontwikkelingen binnen de gemeente rondom ‘Terug naar de kern’. Hierin wil de gemeente meer naar buiten treden en als partner met het veld aan de slag.
In het beleidsplan staat ook dat de gemeente enerzijds niet op de stoel van de instellingen en verenigingen gaat zitten, maar anderzijds ook niet eindeloos gaat afwachten of deze organisaties initiatieven ontplooien op een bepaald gebied. En dat de gemeente niet schroomt om waar dit nodig is, de regiefunctie op zich te nemen en leiding te geven aan veranderingen. Het is voor de huizen onduidelijk wat hiermee precies wordt bedoeld. De huizen geven aan dat het in ieder geval niet de bedoeling moet zijn dat de gemeente zich bemoeit met de bedrijfsvoering van het gemeenschapshuis of bepaalt hoe de huizen hun exploitatie en beheer moeten vormgeven. Zij zien wél graag, zoals hiervoor al aangegeven, dat de gemeente als partner meedenkt hoe bijvoorbeeld de doelstelling van het gemeenschapshuis kan worden gewaarborgd in combinatie met een gezonde exploitatie.
Communicatie Men is het eens dat het vanzelfsprekend is dat de notitie beleidsuitgangspunten (en ook een eventuele toekomstige herijking van de beleidsnotitie) tot stand dient te komen in gesprek met de besturen van de gemeenschapshuizen. De zinsnede ‘De gemeente Bernheze ziet gemeenschapshuizen als een basisvoorziening; als een belangrijke voorwaarde voor de welzijnsbeleving van de inwoners van de kernen van Bernheze.’ wordt volledig omarmd door zowel de besturen van de gemeenschapshuizen als door de deelnemers aan de ambtelijke werksessie en het College van B. en W..
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
17
Beleidsuitgangspunten A Gemeenschapshuizen zijn primair ruimtebiedend
De gemeenschapshuizen zijn het helemaal eens met dit punt. De primaire functie van een gemeenschapshuis is het bieden van ruimte voor ontmoeting en ontspanning, ruimte vooral voor activiteiten van en door de lokale gemeenschap. In enkele gevallen zal het bestuur van een gemeenschapshuis zelf een activiteit organiseren, maar meestal zal dit door anderen geschieden. De huizen staan open voor initiatieven en willen ook wel zelf activiteiten organiseren. Maar ze vinden het wel steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden, waardoor verschillende huizen niet of steeds minder het voortouw nemen in het zelf organiseren van activiteiten. B Gemeenschapshuizen zijn multifunctioneel
Ook met dit uitgangspunt zijn de gemeenschapshuizen het helemaal eens. Kenmerkend voor een gemeenschapshuis moet zijn dat het - gezien bezoekers, gebruikers en activiteiten - een huis is van en voor alle groeperingen: kinderen, jeugdigen, volwassenen en ouderen. In de praktijk blijkt het voor veel huizen wel lastig om jeugd en jongeren binnen te krijgen, maar ze vinden het streven hiernaar wel een belangrijk uitgangspunt. In Heeswijk-Dinther (I-meet), Heesch (Jongerencentrum Checkpoint) en Nistelrode (nu nog het dorpshuis) hebben de jongeren bijvoorbeeld een eigen accommodatie wat het ook lastig maakt om jongeren in het gemeenschapshuis te krijgen. Ook nieuwkomers komen nog niet/nauwelijks in het gemeenschapshuis. Ook voor deze groep zouden zij graag een rol vervullen. De voorkeur voor een multifunctioneel gemeenschapshuis wordt vooral ingegeven door inhoudelijke overwegingen: het bevorderen van ontmoeting tussen verschillende doelgroepen. Dit laat onverlet dat daarnaast ook financiële overwegingen een rol spelen om de ruimten in het gebouw zoveel mogelijk te kunnen verhuren. De huizen vinden allemaal dat de inhoudelijke doelstelling voorop moet staan. Financiële overwegingen spelen alleen mee om de exploitatie gezond te houden, maar mogen nooit ten koste gaan van de inhoudelijke doelstelling.
De toevoeging dat een gemeenschapshuis extra multifunctioneel kan zijn indien er ook diensten en activiteiten plaatsvinden zoals een steunpunt voor ouderen, steunpunt voor de thuiszorg, spreekuur van maatschappelijk werk of woningbouwcorporatie, vinden de huizen prima.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
18
Zij stellen hiervoor graag ruimte ter beschikking als deze vragen zich aandoen, maar zij zien het niet per definitie als hun verantwoordelijkheid om het zelf te organiseren. Ook zijn de gemeenschapshuizen het ermee eens en vinden zij het ook belangrijk dat het kan zijn dat individueel verenigingsbelang moet wijken voor het algemene belang van het gemeenschapshuis. Ondanks dat niet alle huizen hieraan voldoen, zijn bijvoorbeeld alle huizen het ermee eens dat vaste gebruikers een bepaalde ruimte niet alleen voor zichzelf kunnen claimen. Ook kan het zijn dat, bijvoorbeeld een ruimte die wekelijks aan dezelfde vereniging wordt verhuurd, sporadisch naar een andere huurder kan gaan als dat extra inkomsten voor het gemeenschapshuis oplevert. De ‘vaste’ vereniging wordt dan bijvoorbeeld in een andere zaal ondergebracht. Naast efficiency en financiële criteria staat het inhoudelijke criterium dat gemeenschapshuizen multifunctioneel dienen te zijn daarbij centraal. Als het gemeenschapshuis ruimte biedt aan een zo groot mogelijke diversiteit van doelgroepen, ontstaat verbinding tussen verschillende doelgroepen, waardoor de sociale cohesie in de kern wordt versterkt. Enkele gemeenschapshuizen hebben een vaste ruimte aan een vaste huurder verhuurd, die daarmee niet gebruikt kan worden voor andere activiteiten.
Denk hierbij aan de bibliotheek in CC Nesterlé of het kinderdagverblijf in MFA de Stuik. Behalve dat de aard van de activiteit zich niet leent voor multifunctioneel gebruik is de vaste verhuur van deze specifieke ruimtes volgens de huizen noodzakelijk om de exploitatie rond te krijgen. In het beleidsplan staat ook dat wanneer organisaties zich beroepen op een uitzonderingspositie, omdat ze een eigen ruimte en/of barexploitatie wensen, de gemeente per situatie zal beoordelen of het inwilligen daarvan gewenst is. De huizen zijn van mening dat zij hierover zelf het zeggenschap dienen te hebben. Binnen het uitgangspunt dat besturen zelfsturend zijn en zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer en de exploitatie en het draagvlak vanuit de gemeenschap, kan dit tot zeer onwenselijke situaties leiden als de gemeente hierin een bepalende rol gaat vervullen. C Gemeenschapshuizen zijn toegankelijk
Iedereen is het eens met het uitgangspunt dat een gemeenschapshuis fysiek toegankelijk dient te zijn, centraal gelegen is in de betreffende kern, open moet zijn als er behoefte aan is en de hoogte van de huur geen drempel mag zijn om gebruik te maken van de ruimten.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
19
Alle huizen geven aan op dit moment ook aan deze criteria te voldoen. Voor sommige huizen is het wel steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden om de ruime openingstijden mogelijk te blijven maken. In het beleidsplan staat dat gemeente Bernheze van mening is dat in alle gevallen huur in rekening moet worden gebracht. CC de Wis brengt nu geen huur in rekening voor niet-commerciële gebruikers uit het dorp, maar halen jaarlijks middelen op via de Wis-actie. De andere huizen vragen altijd huur voor het gebruik van ruimten. Tijdens openingstijden kunnen mensen bij alle huizen wel altijd gewoon vrij inlopen en gebruik maken van de foyer. De besturen van de huizen zijn van mening dat, ook als zij vinden dat huur gevraagd moet worden, dit een zaak is van de besturen van de gemeenschapshuizen zelf en dat het dus niet expliciet als uitgangspunt in het beleid hoeft te worden opgenomen. Zolang een huis de exploitatie rond krijgt zonder hulp van de gemeente en de doelstelling van een gemeenschapshuis waarmaakt, vinden zij dat een huis zelf moet kunnen bepalen of zij wel of geen huur in rekening brengt. CC de Wis, maar ook andere huizen, geven aan dat zij graag individuele bezoekers of kleine clubjes onderdak willen bieden. “Dit soort clubjes komen niet als ze huur moeten betalen.
Zij gaan dan bij mensen thuis zitten en dat wil je juist niet.” Om laagdrempelig ontmoeten en nieuwe initiatieven te stimuleren wil een bestuur dus soms bewust de keuze kunnen maken om geen huur te vragen. Daarbij vinden de besturen wel dat beheerders van gemeenschapshuizen niet in de lastige positie moeten komen dat zij moeten beoordelen wie wel en wie geen korting op de huur moet krijgen en moet worden voorkomen dat betalende huurders bevoordeeld worden boven niet-betalende huurders. Om aan de doelstelling van een gemeenschapshuis te kunnen voldoen en laagdrempelig ontmoeten voor alle doelgroepen mogelijk te maken, is iedereen het erover eens dat het uitgangspunt moet zijn dat de hoogte van de huur voor elke groep of vereniging toegankelijk en voldoende laagdrempelig moet zijn. In de notitie beleidsuitgangspunten van 2000 staat dat sociaal-culturele verenigingen, voor wie de huur een probleem is, een beroep kunnen doen op huisvestingssubsidie van de gemeente. Echter, niet alle verenigingen en groeperingen die gebruik maken van het gemeenschapshuis komen in aanmerking voor een subsidie met een huisvestingscomponent. En vooral voor de reeds genoemde incidentele clubjes en nieuwe initiatieven vergt dit veel administratieve rompslomp om subsidie aan te vragen, waardoor juist een drempel wordt opgeworpen.
De besturen vinden dat de hoogte van de huur dusdanig laag moet zijn zodat de huur geen drempel vormt om gebruik te maken van het gemeenschapshuis.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
20
Ook is er momenteel geen eenduidigheid in de verlening van een subsidie in de vorm van een huisvestingscomponent. De KBO in Loosbroek ontvangt hier bijvoorbeeld geen subsidie voor omdat CC de Wis geen huur in rekening brengt. In andere gemeenschapshuizen ontvangen de KBO’s huisvestingssubsidie, waarmee zij de huur betalen in het gemeenschapshuis. De huuropbrengsten van de KBO zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeenschapshuizen. Dat geldt ook voor de bibliotheek in CC Nesterlé en het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang in MFA de Stuik. Alle huizen hanteren gedifferentieerde tarieven: een maatschappelijk tarief voor sociaal-culturele gebruikers en een commercieel tarief voor commerciële en professionele organisaties. CC Nesterlé hanteert daarnaast nog een middentarief voor goede doelen stichtingen en verenigingen die geen vaste gebruikersovereenkomst hebben (denk hierbij aan de Zonnebloem die geen vaste gebruiker van het gemeenschapshuis in Nistelrode is). Ook is iedereen het ermee eens dat uitgangspunt moet zijn dat lokale verenigingen en organisaties voorrang genieten bij het huren van ruimte boven (semi) commerciële huurders en niet lokale verenigingen en organisaties. Zij plaatsen hierbij wel de kanttekening dat dit in de praktijk met name van toepassing is bij vaste gebruikers.
Bij incidentele gebruikers wordt de ruimte verhuurd aan de eerste die de ruimte wil huren. Als een ruimte al verhuurd is aan een commerciële partij en er komt later een verzoek van een lokale vereniging, wordt de eerste huurder niet afgezegd. D Gemeenschapshuizen hebben geen danwel zeer beperkte commerciële horecafunctie
Opgemerkt wordt dat de titel van dit uitgangspunt niet klopt; een gemeenschapshuis heeft immers altijd een horecafunctie. De horeca maakt een belangrijk onderdeel uit om laagdrempelig ontmoeten en verbinding mogelijk te maken. Wel is iedereen het eens met het uitgangspunt dat de horeca in het gemeenschapshuis primair para-commercieel is. Ook is iedereen het ermee eens dat de horecaopbrengst altijd ten goede dient te komen aan de exploitatie en/of activiteiten van het gemeenschapshuis. Waar ook alle huizen het over eens zijn is dat de regels omtrent paracommercie lastig zijn. Commerciële activiteiten mogen alleen plaatsvinden als een plaatselijke ondernemer deze niet wil of kan organiseren en de activiteiten/tarieven niet leiden tot directe concurrentie met de plaatselijke ondernemer. De huizen zijn daarmee altijd afhankelijk van de welwillendheid van de horecaondernemer, waarbij de huizen met name aanlopen tegen de Koninklijke Horeca Nederland (KHN).
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
21
“Wij als dorpshuis moeten de kruimels opvangen van activiteiten. Dus wat anderen niet willen organiseren, vaak omdat het commercieel niet interessant is, mag uiteindelijk bij ons.“ E Gemeenschapshuizen hebben steeds één barexploitant
De huizen zijn het allemaal eens met dit uitgangspunt. In MFA de Stuik beheert de KBO nog wel een eigen bar, maar de inkoop daarvan verloopt via MFA de Stuik, waarbij MFA de Stuik een percentage van de verkoop krijgt. Dit is historisch zo gegroeid en MFA de Stuik ziet nu nog geen aanleiding om dit aan te passen. Het bestuur vindt, net als de andere huizen, dat één barexploitant het uitgangspunt moet zijn. In CC de Pas heeft het nieuwe bestuur onlangs de claim van de KBO en SZN op een eigen barexploitatie beëindigd, wat tot veel ongenoegen heeft geleid. Hierdoor is de samenwerking tussen de KBO, SZN en CC de Pas geëscaleerd. In CC de Wis brengen sommige gebruikers hun eigen eten mee. Ook dit is historisch gegroeid. Het bestuur vindt dit onwenselijk, maar vindt het ook moeilijk om hier tegenin te gaan. Onlangs heeft het bestuur wel besloten dat het zelf meenemen van iets lekkers voor bij de koffie is toegestaan. Ook zijn de huizen het ermee eens dat grote en/of specifieke gebruikers korting op consumpties kunnen worden geboden. Ze vinden dat dit ter beoordeling is aan elk stichtingsbestuur. Dit hoeft volgens hen dan ook niet te expliciet te worden vermeld in het beleid. F Concurrentie tussen de gemeenschapshuizen en concurrentie met de lokale horeca acht de gemeente hoogst ongewenst
Iedereen is het erover eens dat het niet zo mag zijn dat gebruikers teneinde de goedkoopste aanbieding te vinden gaan ‘winkelen’ tussen de gemeenschapshuizen. Echter, zij vinden niet dat besturen van de gemeenschapshuizen afspraken dienen te maken over uniformiteit in consumptieprijzen en minimale huurtarieven voor niet sociaal culturele gebruikers. Deze afspraken worden in de huidige praktijk ook niet gemaakt. In elke kern vindt wel overleg plaats tussen het bestuur van het betreffende gemeenschapshuis met de lokale horecaexploitant(en), maar er worden geen ‘harde’ afspraken vastgelegd. De besturen hebben nu een werkbare modus gevonden in overleg met de lokale horeca, maar de huizen zijn daarbij afhankelijk van de welwillendheid van de horecaondernemer. De huizen zouden graag zien dat er meer mogelijkheden zijn voor maatwerk. Ze geven aan dat er vraag is naar bijvoorbeeld koffietafels en verjaardagen van ouderen. ‘Het zou fijn zijn als een 80jarige die wekelijks in het gemeenschapshuis komt om te kaarten of biljarten ook zijn verjaardag hier mag vieren omdat het eigen huis hiervoor te klein is.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
22
Nu is dat officieel niet mogelijk en moet de jarige uitwijken naar de horeca. Als de plaatselijke horeca dan alleen maar uit een jongerencafé bestaat, waar deze 80jarige zich niet thuis voelt, is zo’n 80-jarige genoodzaakt om zijn feestje buiten het dorp te vieren. Door maatwerk te kunnen bieden en per feestje of koffietafel te kunnen beslissen of het passend is in het gemeenschapshuis, kunnen we wel voldoen aan de behoefte vanuit de inwoners.“ Iedereen is het er over eens dat paracommercie voor de gemeenschapshuizen het uitgangspunt moet blijven, maar staat er welwillend tegenover dat voor dit soort activiteiten ruimte mogelijk zou moeten zijn binnen het gemeenschapshuis. Een bestuur geeft aan dat bij de afweging of er sprake is van concurrentie veel meer vanuit het perspectief van de inwoner moet worden geredeneerd. Desnoods willen besturen bij deze gelegenheden wel commerciële horecaprijzen om geen concurrent voor de lokale horeca te zijn. De consument betaalt dan immers hetzelfde bij de horeca als in het gemeenschapshuis. Hiermee kan worden voorkomen dat gebruikers op basis van de kosten de keuze maken voor het gemeenschapshuis.
CC de Pas is wel explicieter: die geeft aan dat zij graag in het algemeen meer commerciële horecaprijzen willen hanteren, enerzijds om een eerlijke concurrent van de horeca te willen zijn, maar anderzijds ook omdat ze hogere tarieven nodig hebben om de exploitatie rond te krijgen. G Komst en voortbestaan van een gemeenschapshuis zijn primair een zaak van de lokale gemeenschap
Alle partijen zijn het erover eens dat in de lokale gemeenschap van elke kern voldoende draagvlak dient te zijn voor de stichting, respectievelijk instandhouding van een gemeenschapshuis. In principe zijn gemeenschapshuizen eigendom van het particulier initiatief (of beter: ‘van de lokale gemeenschap’) en moet de gemeente geen verantwoordelijkheden naar zich toe halen die thuis horen bij de lokale gemeenschappen. In het beleidsplan staat ook dat wanneer voor een bestaand gemeenschapshuis het draagvlak tijdelijk wegvalt, de gemeente ad hoc maatregelen zal dienen te nemen om te voorkomen dat als gevolg van bijvoorbeeld beheerproblemen een gemeenschapshuis (tijdelijk) wordt gesloten. De gemeenschapshuizen vinden dat de gemeente dit nu onvoldoende doet, maar tegelijkertijd vragen ze zich ook af wat voor maatregelen de gemeente zou kunnen nemen.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
23
H Wijze van beheer en exploitatie zijn voor verantwoording van het particulier initiatief
Ook zijn de gemeenschapshuizen het helemaal eens met het uitgangspunt dat de wijze waarop een stichtingsbestuur het beheer en de exploitatie vormgeeft de verantwoordelijkheid is van dat bestuur. Ieder gemeenschapshuis en iedere kern is uniek, waardoor ook de wijze van beheer en exploitatie, die daarbij het beste past, uniek zal zijn voor ieder huis. Zolang een stichtingsbestuur zich houdt aan de basisregels zoals die beschreven staan in de beleidsnotitie (sluitende begroting, lage financiële drempels, baropbrengsten ten goede aan de functies/activiteiten/exploitatie van het gemeenschapshuis, reserveringen voor groot onderhoud) is er zowel vanuit de gemeente als vanuit de huizen geen behoefte aan bemoeienis vanuit de gemeente. Ook is het moeten afleggen van verantwoording aan de gemeente ongewenst om onnodige belasting van vrijwilligers te voorkomen. Ook is men het ermee eens dat de gemeente zich uiteraard wel met de budgettaire gevolgen van de keuzes van een bestuur mag bemoeien en verantwoording mag vragen, wanneer dat een beroep doet op gemeentelijke subsidie. De huizen missen nog een belangrijke aanvulling in het beleidsplan: het voldoen aan de doelstelling waar een gemeenschapshuis voor staat. Ze vinden het belangrijk dat er een goede omschrijving van de doelstelling van een gemeenschapshuis komt).
Langs de lat van deze doelstelling zou de gemeente de huizen dan wel mogen leggen. Voldoen ze aan de doelstelling: dan vallen ze binnen het gemeenschapshuizenbeleid en zo niet, dan worden ze niet geclassificeerd als gemeenschapshuis. In de beleidsnotitie staat dat als een bestuur samen met bewonersgroepen zaken in eigen beheer wil uitvoeren, de gemeente dit zal toejuichen. Er staat ook dat het de eigen keuze is en moet zijn van de stichtingsbesturen of zij werken met vrijwilligers en of betaalde krachten. Dat betekent dat de gemeente geen opvatting heeft over en zich niet bemoeit met het personeelsbeleid en dat dit is een zaak van de stichtingsbesturen. De besturen merken hierbij op dat dit een prima uitgangspunt is. Ze zouden echter ook graag zien dat eigen inzet en zelfwerkzaamheid niet alleen wordt toegejuicht, maar ook wordt gewaardeerd door de gemeente en waar mogelijk wordt beloond.
Het PON & Telos | Gemeenschapshuizenbeleid gemeente Bernheze
24
I Het stichtingsbestuur van een gemeenschapshuis werkt steeds samen met de gebruikers
Alle besturen zijn het erover eens dat het stichtingsbestuur verantwoordelijk is voor een voldoende draagvlak onder de gebruikers voor haar beleid en beheer en daarvoor samen dient te werken met de gebruikers. Hiervoor is overleg en afstemming nodig met de gebruikers. Alle vijf huizen doen dat. Enkele huizen hebben afstemming en overleg middels een gebruikersraad, andere hebben één of meerdere keren per jaar met elke gebruiker afzonderlijk een gesprek. CC de Pas is van mening dat zij niet alleen aan de gebruikers verantwoording dient af te leggen, maar aan de gehele gemeenschap. CC Servaes heeft een Raad van Toezicht waaraan het bestuur twee keer per jaar verantwoordelijkheid aflegt. Verder is iedereen van mening dat het aan de stichtingsbesturen zelf is op welke wijze ze de samenwerking met gebruikers vormgeven en dat daar geen verdere richtlijnen in het beleidsplan voor hoeven worden opgenomen.
Subsidiering In het beleidsplan wordt gesteld dat gemeenschapshuizen basisvoorzieningen zijn en dat dat betekent dat de gemeente - waar dat nodig is - bereid moet zijn de stichtingsbesturen financieel te ondersteunen. Dit uitgangspunt wordt volledig door de stichtingsbesturen omarmd. De punten J en K uit de beleidsnotitie zijn op dit moment de instrumenten die de gemeente inzet om stichtingsbesturen financieel te ondersteunen. De huizen zijn van mening dat deze instrumenten nu geen relatie hebben met de doelstelling die gemeenschapshuizen hebben (Het bevorderen van sociaal culturele activiteiten voor mensen binnen de gemeenschap en het stimuleren van sociale contacten.). Ook vinden ze de nu beschikbare instrumenten niet altijd van toepassing op hun eigen situatie. Zij pleiten voor financieringsinstrumenten waarmee de gemeente de gemeenschapshuizen helpt hun doelstelling te kunnen verwezenlijken en laagdrempelig ontmoeten mogelijk te maken. De wijze van financiering door de gemeente zou er volgens de gemeenschapshuizen aan moeten bijdragen dat de besturen worden uitgedaagd en gestimuleerd om de doelstelling van het gemeenschapshuis na te streven. Met de financieringsinstrumenten kan de gemeente dan min of meer sturen op hetgeen zij met de gemeenschapshuizen wil bereiken.