CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Onderbouwing milieu, Kampstraat 3 te Heesch

Raadsvergadering 5 juni 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen, nabij Kampstraat 3 te Heesch *8.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl

IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015 datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: i

HAALBAARHEIDSTOETS (Milieu-onderbouwing)

Project: Kampstraat 3, Heesch -2025

© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 1

ONDERZOEK voor

Locatie

: :

Kampstraat 3 5384 PV Heesch

Auteur

:

ing. J.M.A. Clemens

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4

2

ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 3 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 OMGEVING ............................................................................................................................................... 3 PARKEREN/ ONTSLUITING ............................................................................................................................. 4

MILIEU-ASPECTEN ......................................................................................................................... 5 2.1 BODEM .................................................................................................................................................... 5 2.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 6 2.3 WET GELUIDHINDER .................................................................................................................................... 6 2.4 WET LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 7 2.5 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................................... 8 2.6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 9 2.6.1 Archeologie ....................................................................................................................................... 9 2.6.2 Cultuurhistorie .................................................................................................................................

10 2.7 WATERTOETS........................................................................................................................................... 11 2.8 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 12 2.9 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN..................................................................................................................... 16 2.10 VOLKSGEZONDHEID................................................................................................................................... 17 2.11 OVERIGE ASPECTEN ................................................................................................................................... 18 2.12 MER-BEOORDELING .................................................................................................................................. 19

3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................. 20 1. 2. 3.

Principebesluit met onderbouwing Stikstofnotitie GGD omgevingsadvies

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 3

1 INLEIDING 1.1 Algemeen Voorliggend rapport betreft het toetsen van de milieuaspecten voor het splitsen van een perceel en oprichten van een woning op het perceel Kampstraat 3 te Heesch. De gemeente Bernheze is in principe bereid aan dit project medewerking te verlenen, mits het niet op milieurelevante bezwaren stuit. De topografische situatie en ligging locatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding.

locatie

Afbeelding 1: topografische ligging met aanduiding projectlocatie

(bron: IKME)

1.2 Aanleiding De ontwikkeling van de locatie bestaat uit het splitsen van een perceel en oprichten van een woning (verder: project), waarvoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. De nieuwe woning is ruimtelijk gezien – onder voorwaarde – voorstelbaar, indien met een onderbouwing de noodzaak en haalbaarheid voldoende wordt aangetoond. De brief met de instemming en voorwaarden van de gemeente is in bijlage 1 opgenomen van deze rapportage.

1.3 Omgeving In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig. De Kampstraat ligt ten westen van de locatie en de locatie ontsluit aan de Meerkensloop.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 4

1.4 Parkeren/ ontsluiting Parkeren op eigen terrein wordt door de gemeente voorstelbaar geacht. In de onderstaande afbeelding is de aangeleverde parkeersituatie beoordeeld en biedt de weergeven (beoogde) situatie voldoende ruimte om te kunnen parkeren/uitdraaien. De ‘Parkeernormennota gemeente Bernheze’ schrijft voor dat bij een meerpersoonswoning (>60m²), binnen de bebouwde kom, ten minste 2 parkeerplaatsen per woning nodig zijn. Dit aantal kan zonder problemen op het eigen perceel worden gerealiseerd. Door een deel van het perceel, t.p.v. de inrit, in te richten als weg, kan na het uitdraaien eenvoudig voor het huis door worden weggereden. In de onderstaande afbeelding is dit met een stippellijn weergegeven.

Afbeelding 2: parkeerplaatsen met uitdraaicirkels

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 5

2 MILIEU-ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten beschreven, die als haalbaarheidstoetsing fungeren. In de navolgende paragraven worden de relevante aspecten benoemd en omschreven, waaruit een conclusie zal worden samengesteld.

2.1 Bodem Algemeen Het bestemmingsplan dient een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming(en) / gebruiksfunctie(s) te bevatten. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit in het plangebied moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming(en). Er gelden daarbij andere eisen voor de gevoelige bestemming wonen dan bijvoorbeeld voor de minder gevoelige bestemmingen openbaar groen of infrastructuur zoals wegen. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Is er toch sprake van risico’s als gevolg van bodemverontreiniging, dan zullen er maatregelen nodig zijn om die risico’s weg te nemen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het saneren van de verontreiniging zodat de bodemkwaliteit geschikt gemaakt wordt of door te schuiven met de gebruiksfuncties zodat de verontreiniging geen belemmering meer vormt. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet zoals bij graafwerkzaamheden tijdens de realisatie / de inrichting van het plangebied. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. In geval maatregelen aan de orde zijn, dan speelt het kostenaspect een belangrijke rol. In het kader van het bestemmingsplan moet namelijk ook de economische uitvoerbaarheid aangetoond worden. In sommige gevallen wegen de kosten voor sanering niet op tegen de opbrengsten.

Mede daarom is het belangrijk om vroeg in het planproces eventuele kosten samenhangend met het aspect bodem in beeld te brengen. Bodemtoets Voor de locatie is een bodemonderzoek1 uitgevoerd. Hieruit blijk dat in de bovengrond (0,30-0,50 mmv ) lokaal achtergrondwaarde-overschrijdingen voor koper, pcb’s en PAK aanwezig zijn. In de geanalyseerde ondergrond zijn geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen. In het grondwater is een streefwaarde-overschrijding voor de parameter barium aangetroffen, wat vaker in Noord-Brabant voorkomt in verhoogde concentraties. Deze waarden geven geen aanleiding tot een nader onderzoek of een belemmering Door verwering van de asbesthoudende golfplaten, is de drupzone lokaal verontreinigd met asbest in grond. Op basis van het bodemonderzoek is de verontreiniging van de noordelijke drupzone een belemmering tegen de voorgenomen herinrichting van de locatie voor bestemming Wonen. Deze verontreiniging in de grond dient voorafgaand aan de verwijdering van het asbesthoudend dak conform de juiste certificeringen (BRL 6000 en BRL7000) te worden verwijderd. Hiertoe dient een DSO-melding “saneren” te worden verricht. Conclusie De bodemkundige situatie vormt geen planologische belemmering voor het project.

1 Rapport kenmerk 24.730-NEN.01, d.d. 22-10-2024

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 6

2.2 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’ / ’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De indicatieve afstanden uit de bedrijvenlijst zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag deze afstand worden gecorrigeerd en kan de indicatieve afstand met één trede worden verlaagd. Een correctie is alleen mogelijk voor de aspecten geluid, geur en stof. Voor het aspect gevaar is verlaging van de indicatieve afstand niet mogelijk. Onderzoek Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘De Hoef, fase3’ (11-12-2014) is de omgeving geraadpleegd op relevante bedrijvigheid.

In tabel 1 zijn de richtafstanden opgenomen tot deze bedrijvigheid en is de werkelijke afstand tot aan het bestemmingsvlak van het project weergegeven. 1. Kampstraat 1A (kantoor) Tabel 1: richtafstanden bij rustige woonwijk (in m)

nr

bestemming

1

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

SBI 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82-A)

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

grootste afstand

werkelijke afstand

0

0

10

0

10

19*

* afstand rand functieaanduiding tot perceelgrens woning.

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat wordt voldaan aan richtwaarde. Conclusie Praktisch gezien worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering, op basis van de richtwaarden in tabel 1.

2.3 Wet geluidhinder In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen in de omgeving van wegen een zorgvuldige afweging met betrekking tot geluid plaatsvinden. Wegverkeer De wegen in de directe omgeving van het project betreffen allen wegen met een maximum rijsnelheid van 30 km/u. Het project omvat de realisatie van een nieuwe geluidgevoelige object.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 7

Voor het project is een geluidonderzoek2 uitgevoerd, omdat het onderzoek uit het vigerende bestemmingsplan nog uitging van een andere indeling van het woongebied. Uit dit onderzoek is gebleken dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de nieuwbouwwoning ten gevolge van verkeer op de A59 en de Graafsebaan niet overschreden wordt. De maximale geluidbelasting ten gevolge van de A59 bedraagt 47 dB. De maximale geluidbelasting ten gevolge van de Graafsebaan bedraagt 36 dB. Industrielawaai Het project ligt niet binnen de invloedsfeer van een omliggend bedrijf. Vliegverkeer Het project ligt niet binnen de invloedsfeer van vliegbasis Volkel of Eindhoven. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het project.

2.4 Wet Luchtkwaliteit Van toepassing is de Wet luchtkwaliteit. Getoetst is of het project zelf, al niet in betekenende mate, bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals gesteld in het Besluit ‘niet in betekende mate’ (NIBM). Sinds 1 augustus 2009 is de Nationaal Samenwerking Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Hierin is opgenomen dat een project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging als 3% van de jaargemiddeldegrenswaarde niet wordt overschreden. Voor de luchtkwaliteit maatgevende stoffen “fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)”, komt dit overeen met een bijdrage aan de jaargemiddeldeconcentratie van 1,2 ug/m³. Voor ontwikkelingen die een NIBM-bijdrage leveren aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen ” wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwplan op de luchtkwaliteit onder het begrip 'niet in betekenende mate' valt. Door de toevoeging neemt het aantal verkeersbewegingen minimaal toe en is ervoor gekozen om (zie onderstaande tabel) middels de NIBM-tool toch de invloed op de luchtkwaliteit te onderzoeken. Verkeersaantrekkende werking Uitgaande van een nieuwe woning, is rekening gehouden met een verkeersaantrekkende werking van 6 bewegingen per woning/kavel.

Uit de volgende tabel blijkt dat het initiatief een NIBM-bijdrage heeft. Tabel 2: NIBM berekening

2 Kenm. 23.901-FB.w-1, d.d. 25-1-2023

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 8

In het kader van het NSL is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool3 ingevoerd. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het nieuwe instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit nu in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en later onder de Omgevingswet (Ow). De achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied zijn in het kader van een de goede ruimtelijke onderbouwing wel onderzocht worden. In de navolgende tabel zijn de heersende achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse van het projectgebied opgenomen. Tabel 2.2: Achtergrondwaarden 2022 Locatie (ID) 165954, 416143 Norm

NO2 (μg/m³) 14,55 40 µg/m3

(bron: Atlas Leefomgeving/RIVM)

PM10 (μg/m³) 18,26 40 µg/m3

PM2.5 (μg/m³) 10,44 25 µg/m3

Conclusie Het project zelf valt onder de NIBM definitie en heeft derhalve geen negatieve invloed op de heersende achtergrondconcentraties luchtverontreinigende stoffen in de directe omgeving van het plangebied. Andersom hebben de heersende achtergrondconcentraties luchtverontreinigende stoffen in Heesch specifiek en gemeente Bernheze als geheel, ook geen negatieve invloed op het plangebied.

2.5 Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Voor het project is een quickscan gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase, welke in bijlage 2 is opgenomen. Uit de berekening volgt dat het initiatief een bijdrage van 0,00 mol/hectare/jaar heeft. soortenbescherming Door Exlan is een Quickscan soortenbescherming4 uitgevoerd op de locatie. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle sloopwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig.

De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten.

3 www.atlasleefomgeving.nl 4 Projectnr: E.00006085, d.d. 6-9-2024

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 9

Dit leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming en gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Conform de Wet natuurbescherming (art. 1.11) is te allen tijde sprake van zorgplicht. Conclusie Het aspect natuur vormt geen planologische belemmering voor het project.

2.6 Archeologie en cultuurhistorie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke waarden van het plangebied.

2.6.1 Archeologie Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen, in het kader van voornoemde wetgeving een eigen archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Volgens de Archeologische Beleidsadvieskaart (zie afbeelding) ligt het plangebied in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Voor dit gebied geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m².

Afbeelding 3: fragment beleidskaart

(bron: gemeentelijke archeologische beleidskaart)

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 10

Ter plaatse van het plangebied worden een nieuwe woning opgericht, waar nu bijgebouwen staan. Derhalve wordt een archeologisch onderzoek ter plaatse niet noodzakelijk geacht. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ blijft met onderhavig bestemmingsplan behouden, waarmee eventueel aanwezige waarden ook in de toekomst beschermd blijven. Mochten er tijdens de werkzaamheden binnen het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 (gewijzigd in 2007 met de Wet op de Archeologische Monumentenzorg) een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Bernheze.

2.6.2 Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistoriekaart van de gemeente Bernheze ligt de locatie niet in een gebied met de cultuurhistorische aanduiding (zie volgende afbeelding). Het plangebied is gelegen tussen de Kampstraat en Meerkensloop te Heesch. Het gebied ten westen van de Kampstraat is aangemerkt als ‘oude akkers (esdek)’. Het project heeft geen invloed op dit gebied.

Afbeelding 4: fragment beleidskaart

(bron: Cultuurhistoriekaart 2014, Bernheze)

Uit het provinciaal Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)5 blijkt dat er op, of direct rondom, de projectlocatie geen provinciaal cultuurhistorisch belang aanwezig is. Conclusie: Het project beïnvloedt geen archeologische of cultuurhistorische waarden.

5 CHW 2010, herziening 2016

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 11

2.7 Watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas. Door het waterschap is een aantal principes opgesteld, waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst. Per 26 maart 2021 geldt de Derde partiële herziening van de Keur 6. Gemeente Bernheze Het beleid van de gemeente Bernheze sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. De gemeente zelf heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan en het Gemeentelijk Waterplan opgesteld. In het Gemeentelijk Rioleringsplan zijn doelstellingen en maatregelen in de waterketen opgenomen, waartoe de gemeente wettelijk verplicht is. In het waterplan worden extra, niet wettelijk verplichte maatregelen opgenomen, die nodig zijn om de gewenste inrichting en functioneren van water te kunnen bereiken. De hoofddoelstelling van het waterplan is “Het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord’. Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond- en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan- en afvoer van water. De keten van drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Het project omvat verharding van het plangebied en de definitieve invulling van de terrein-inrichting (verharding) bekend.

In de volgende tabel is vergelijk gemaakt van de huidige en toekomstige situatie, waarbij de situatietekening uit de principefase is gehanteerd. Uit de tabel blijkt dat de ontwikkeling leidt tot een afname van verhard oppervlakte. Tabel 3: overzicht

Omschrijving Bebouwing Verharding (globaal) Onverhard Totaal

Bestaand 335 m² 20 m² 155 m² 510 m²

Toekomstig 150 m² (max. incl bijgebouwen) 100 m² 260 m² 510 m²

Uit het vigerend bestemmingsplan blijkt dat ten behoeve van de uitwerking van het systeem voor regenwaterafvoer en behandeling binnen de wijk De Hoef 2 is uitgegaan van een verloop van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van circa 8,9 m+ N.A.P. aan de westzijde tot circa 9,5 m+ N.A.P. aan de oostzijde van het gebied. De GHG is overal dieper dan 0,8 m beneden maaiveld gelegen. Afvalwater In de openbare weg ten Noorden van de projectlocatie ligt een gescheiden rioolstelsel. Het afvalwater wordt afgevoerd naar het riool van de Meerkensloop. De gemeentelijke riolering voert het water af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij de omgevingsaanvraag zullen de uitgewerkte rioleringstekeningen en de inrichting van het perceel worden gevoegd. Hemelwater Hemelwater wordt niet op het riool geloosd, maar naar een nieuwe voorziening gebracht. In deze ruimtelijke fase kan gesteld worden dat het terrein voldoende mogelijkheden biedt voor verschillende vormen van infiltratievoorziening (combinatie wadi).

6 Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 12

Buffering en infiltratie kan aan de voorzijde van de woningen, in het groen, een wadi worden aangelegd, welke een overloop heeft richting openbaar gebied. Alternatief kan het westelijke deel, waar groen is voorzien lager aangelegd worden, worden ingericht als waterbuffer. Onderhavig planvoornemen leidt tot de realisatie van een nieuwe woning. De ontwikkeling leidt hierin tot een toename van 140 m² aan bebouwing en 110 m² aan verharding, tezamen 250 m². Door de toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² hoeven niet persé compenserende maatregelen worden getroffen conform de (onderstaande) rekenregel uit de keur. Initiatiefnemer wenst echter wel het regenwater op eigen terrein te bufferen en te infiltreren. benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) Voor de berekening van de bergingscapaciteit betekend dit een berging van (250 x 1 x 0,06 =) 15 m³. Tussen de woning en het bijgebouw is voldoende ruimte om met infiltratietunnels een dergelijks infiltratievoorziening te realiseren. Conclusie De waterhuishouding van het project vormt geen belemmering is lokaal in te vullen.

2.8 Externe veiligheid Wet- en regelgeving Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen van personen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, vaarwegen) en buisleidingen (onder andere aardgas en brandbare vloeistoffen). De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 13

Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid.

Onderhavig initiatief past in de kaders die hierin zijn gesteld. Beschouwing risicobronnen Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi vantoepassing is de risicokaart geraadpleegd.

Afbeelding 5: fragment risicokaart

(bron: risicokaart Nederland)

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 14

Inrichting Binnen een straal van 500 meter van het plangebied is geen risico-object gelegen. Geconstateerd wordt dat industrieterrein ‘Vorstengrafdonk’ op korte afstand van het plangebied is gelegen. Op dit industrieterrein zijn Bevi inrichtingen aanwezig, t.w.; Movianto (Keltenweg 70 Oss) en Plus distributiecentrum BV (Keltenweg 30 Oss). De afstand tussen het projectgebied en de dichtstbijzijnde bevi inrichting bedraagt ca. 750m. Het invloedsgebied van deze inrichtingen reiken niet tot aan het plangebied. Het toevoegen van één enkele woning zal geen gevolgen voor het eventuele groepsrisico hebben. Buisleidingen Ten zuidoosten zijn, op een afstand van ca 400 m, buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen met een risicocontour aanwezig. De twee aardgastransportleidingen van de Gasunie hebben een invloedssfeer. Het gaat om de A-527-KR-017 en de A-643-KR-018 met een diameter van 48-inch. De ontwerpdruk van de A-527 bedraagt 66,2-bar, de A-643 heeft een ontwerpdruk van 79,9 bar. De letaliteitsgrenzen van de 1- en 100% liggen voor de A-527 op respectievelijk 540 en 210 meter. Voor de A-643 bedragen deze afstanden 580 en 220 meter. De PR 10-6 contour ligt bij beide leidingen op de leiding. Het plangebied ligt binnen de 1% letaliteitsgrens van twee buisleidingen (A-643 en A-527).

Hiervoor moet een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 12 Bevb (lid 1, onder a, b, f, en g) afgegeven worden. Rijksweg A50/A59 Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de snelwegen A50/A59. Over de weg A59 worden ook gevaarlijke stoffen uit de stofcategorie GF3 vervoerd. GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter. Het plangebied ligt op circa 340 meter en daarmee binnen het invloedsgebied van deze stof. Het maatgevende scenario voor deze stof is een BLEVE. Spoortraject Het plangebied ligt op 3,6 kilometer afstand van het spoortraject ’s-Hertogenbosch-Nijmegen (trajectcode: 64B.1). Over dit traject worden onder andere gevaarlijke stoffen vervoerd uit de stofcategorie D4. D4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. Verantwoording groepsrisico Scenario fakkelbrand (buisleiding) Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de ondergrondse buisleiding dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. De effecten van een fakkelbrand zijn maatgevend.

Het groepsrisico neemt licht toe. Volgens het Bevt valt de toename van het groepsrisico in het criterium “toename lager dan 0,1 OW”. Dit betekent dat alleen hoeft worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld:

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 15

1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de buisleiding is een fakkelbrand het maatgevende scenario. De bestrijdbaarheid van een fakkelbrand bij de ondergrondse buisleiding is per definitie slecht. De brandweer is in staat om binnen het voor haar veilige werkgebied (vanaf ca.180 meter van de gasleiding) effectief en efficiënt hulp te verlenen. Binnen deze afstand kan de brandweer pas optreden nadat de gasleiding afgesloten is en de brand gedoofd is. Tot die tijd zijn in het gebied aanwezige personen op zich zelf aangewezen en kunnen secundaire branden niet geblust worden. Indien het plangebied ingericht wordt conform de landelijke richtlijnen bluswater en bereikbaarheid kunnen secundaire branden effectief worden bestreden. De Veiligheidsregio adviseert in dergelijke situaties als volgt: om potentiële bewoners actief te informeren over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan door potentiële bewoners worden meegewogen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Op deze manier wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van de burger. Voor de werkzaamheden boven en in de directe omgeving van de gasleiding geldt een vergunningstelsel. Voer desalniettemin een strakke regie tijdens graafwerkzaamheden aan of in de directe omgeving van de gasleiding.

Hierdoor wordt het risico op graafschade sterk beperkt. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Rond het plangebied zijn voldoende aan- en afvoerroutes beschikbaar voor de inzet van hulpdiensten. Scenario (beperkt) toxisch (transportroute) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. Scenario (beperkt) BLEVE (transportroute) Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een BLEVE ( "boiling liquid expanding vapour explosion" (kokendevloeistof-gasexpansie-explosie)) het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden.

Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het plangebied ligt op circa 340 Meter. Het invloedsgebied strekt zich uit tot 355 meter voor GF3. De ernst van de effecten van een BLEVE nemen bij een afstand van >200 meter sterk af en blijven beperkt tot herstelbare schade en niet levensbedreigende verwondingen. Vanwege deze reden kan volstaan worden met deze standaard verantwoording van het groepsrisico.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 16

Algemeen Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit De bestrijdbaarheid van een BLEVE of fakkelbrand is slecht. Propaan wordt vervoerd in nietgeïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca. 12 minuten ontploffen. De brandweer is bij een buisleiding in staat om binnen het voor haar veilige werkgebied (vanaf ca.180 meter van de gasleiding) effectief en efficiënt hulp te verlenen. Binnen deze afstand kan de brandweer pas optreden nadat de gasleiding afgesloten is en de brand gedoofd is. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld. Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Een gebouw (i.c. woning) is als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit goed geïsoleerd en beschikt doorgaans over uitschakelbare mechanische ventilatie. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied.

Mogelijkheden zelfredzaamheid Voor de scenario BLEVE/fakkelbrand is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron af gevlucht worden. Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Conclusie De Veiligheidsregio adviseert om de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief te informeren over het aanwezige risico en handelingsperspectief.

2.9 Geurhinder veehouderijen De gemeenteraad heeft de Verordening Fysieke Leefomgeving (hierna: VFL) vastgesteld. Hierin staan de regels die in Bernheze gelden voor bouwen, wonen, natuur, erfgoed, milieu, wegen en water. De VFL is een samenvoeging van een reeks bestaande verordeningen en een aantal regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Hiermee zijn alle regels voor ruimtelijke ontwikkeling in één verordening terug te vinden. De regels zijn niet gewijzigd, wel beter op elkaar afgestemd en vereenvoudigd.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 17

Er geldt een geurnorm van 3 oue/m³ voor bestaande woongebieden. De gemeenteraad heeft een geurnorm van 8 oue/m³ vastgesteld voor bestaande bedrijventerreinen in de bebouwde kom, extensiveringsgebieden rondom kernen, extensiveringsgebieden natuur en woonwerkontwikkelingsgebieden. Voor overige gebieden geldt een geurnorm van 10 oue/m³ lucht. In artikel 4 is een vaste afstand opgenomen die in acht moet worden genomen van 50 meter binnen de bebouwde kom respectievelijk 25 meter buiten de bebouwde kom. Ter plaatse van het plangebied geldt derhalve een geurnorm van 3 oue/m³ en een vaste afstand van 50 meter. Achtergrondbelasting De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt het leefklimaat op een locatie. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen mag de achtergrondbelasting niet slecht zijn. Volgens de atlas van de ODZOB is de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse van het project ‘goed’. In de volgende afbeelding is een fragment uit de atlas weergegeven.

Afbeelding 6: fragment Achtergrondbelasting geur

(bron: atlas.odzob.nl)

Uit het voorgaande blijkt dat veehouderijen niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering vanwege het feit dat andere geurgevoelige objecten, die dichterbij zijn gelegen, maatgevend zijn. Conclusie Het project vormt geen belemmering voor agrarische veehouderijen.

2.10 Volksgezondheid De verschillende GGD’s hebben een portaal ontwikkeld om de bewoners van Brabant door gezondheidsbescherming en -bevordering vroeg in de ruimtelijke ontwikkeling (vergunningverlening) een plek te geven. Het projectgebied valt binnen het thema ‘wonen, waarbij het binnen de invloedsfeer van de snelweg ligt. In bijlage 3 is het standaardadvies omtrent luchtkwaliteit en geluid & trillingen opgenomen.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 18

2.11 Overige aspecten Spuitzone Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen. Als richtwaarde wordt 50 meter aangehouden. Binnen 50 m zijn geen gronden aanwezig, waar spuitzones voor gewassen van toepassing zijn. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico.

Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich hoogspanningslijnen. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 1,5 km) heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt niet tot een belemmering.

Explosieven Enkele jaren geleden zijn tijdens de bouwwerkzaamheden voor het realiseren woonwijk ‘De Hoef 1’ meerdere conventionele explosieven aangetroffen. Naar aanleiding van de vondst van deze explosieven heeft de gemeente een probleeminventarisatie en probleemanalyse laten uitvoeren. Uit de resultaten van de analyse volgt dat er binnen meerdere delen van het gebied De Hoef een verhoogd risico aanwezig is op het aantreffen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In 2010 is besloten om ook ‘De Hoef 2, fase 3’ te onderzoeken op de aanwezigheid van explosieven. Op basis van het onderzoek7 zijn een aantal terreindelen binnen het bestemmingsplan vrijgegeven. Deze zijn weergegeven op de volgende afbeelding

Afbeelding 7: fragment explosievenonderzoek

7 REASeuro, kenmerk RO-140166 versie: 1.0, d.d. 06-10-2014

(bron: REASeuro)

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 19

Voor de realisatie van de uitweg en de huisaansluiting van het riool zal nader explosievenonderzoek nodig zijn, omdat de stook langs de noordelijke en oosteljike perceelsgrens tot 50cm-mv is vrijgegeven. Het projectgebied is niet onderzocht, maar dit wel wenselijk omdat in 2014 aan de oostelijke perceelgrens een schokbuis is aangetroffen (en vernietigd). In het vigerende bestemmingsplan is langs de noordelijke en oostelijk perceelgrens de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - munitie' opgenomen. In dit gebied is het verboden om op of in de gronden een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren. Voor de realisatie van de woning (of bijgebouw), maar na de sloop van de bebouwing, dient een aanvullend detectieonderzoek naar NGE plaats te vinden. Conclusie: Er is geen sprake van een belemmering voor de ruimtelijke procedure van het perceeldeel.

2.12 Mer-beoordeling De m.e.r.-beoordelingsplicht is van toepassing zodra: 1) De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én; 2) Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4, veelal een bestemmingsplan of uitgebreide omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 onder a ten derde Wabo. Het realiseren van slechts 12 woningen wordt in de regel, op basis van jurisprudentie, niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 1 woning en is er daarom geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 pagina: 20

3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de toetsing van de verschillende milieuaspecten, met betrekking tot het splitsen van een perceel en oprichten van een woning op het perceel Kampstraat 3 te Heesch, blijkt dat milieutechnisch oogpunt geen belemmeringen te verwachten zijn.

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 Bijlage - 1 -

BIJLAGE 1 Principebesluit met onderbouwing

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 Bijlage - 2 -

BIJLAGE 2 Stikstofnotitie

NOTITIE

KAMPSTRAAT 3, HEESCH datum: project: onderwerp: referentie:

3 februari 2023 23.401 Aerius-berekening 23.401-Aerius-berekening

Aanleiding Op het perceel gelegen aan de Kampstraat 3 te Heesch wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De realisatie van deze woning dient getoetst te worden op mogelijk significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitatten in nabij gelegen Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is de rijntakken ten westen van Dreumel. De rijntakken ligt op circa 15,6 km van de planlocatie. In afbeelding 1 is een weergave gegeven van de kadastrale situatie en ligging van de locatie.

Locatie

Afbeelding 1: topografische ligging met aanduiding projectlocatie

(bron: PDOK)

Aanlegfase Voordat de nieuwe woning gerealiseerd kan worden dient de huidige bebouwing gesloopt te worden. Na de sloop dient de locatie bouwrijp gemaakt te worden, waarna de aanleg van de nieuwe woning kan plaatsvinden. De werkzaamheden die hiervoor benodigd zijn bevorderen de stikstofdepositie. 1 Raad van State heeft op 2 november 2022 een streep gehaald door het onderdeel van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). 1

Raad van State ECLI:NL:RVS:2022:3159

1

In het onderdeel waarin een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht 2 voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector is niet geaccepteerd. In tabel 1 is een overzicht gemaakt met stikstofrelevante activiteiten met betrekking tot de eerder genoemde werkzaamheden. Verwacht wordt dat de aanlegfase circa 1,5 jaar in beslag neemt. Tabel 1:Mobiele werktuigen aanlegfase Emissie bron Vermogen (kW)

Leeftijd

Draaiuren

Verbruik (L/j)

Sloopkraan

130-560

Stage IV

15

300

Shovel

130-560

Stage IV

25

500

Graafmachine

130-560

Stage IV

30

600

Betonpomp

130-560

Stage IV

10

200

Kraan

130-560

Elektrisch

-

-

Eenmaal per week zal een vrachtwagen bouwmateriaal leveren en bouwafval afvoeren. Dagelijks komen gemiddeld 3 bestelbusjes (middelzwaar vrachtverkeer) en 2 personenauto’s op locatie. Gezien de ligging van de locatie is er geen sprake van filevorming. Voor mobiele werktuigen wordt gehanteerd dat deze een AdBlue toevoeging hebben van 5%. Resultaat aanlegfase Met bovengenoemde uitgangspunten is een berekening gemaakt in de Aerius-calculator. Uit deze berekening blijkt dat de aanlegfase geen significant negatief effect heeft op stikstofgevoelige habitatten in nabijgelegen Natura-200 gebieden. Gebruiksfase Energieverbruik De nieuw opgerichte woning zal worden verwarmd middels een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen doormiddel van elektriciteit en bevorderen daarmee geen NOx en/of NH3 uitstoot. Verkeersaantrekkende werking Uitgaande van een verkeersaantrekkende werking van 6 bewegingen per woning/kavel, resulteert dit in een toenamen van 6 voertuigbewegingen. Deze voertuigbewegingen zullen voornamelijk in noordelijke richting plaatsvinden. De locatie grenst aan de Meerkensloop, welke ontsluit op de Elzenseloop, die zich weer ontsluit op de Graafsebaan. Na verwachting zullen de bewoners zich voornamelijk richting de Graafsebaan bewegen. Resultaat gebruiksfase Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten is een berekening gemaakt in de Aerius-calculator.

Uit deze berekening blijkt dat de gebruiksfase geen significant negatief effect heeft op stikstofgevoelige habitatten in de nabijgelegen Natura-2000 gebieden. De berekeningen zijn als bijlage toegevoegd. 2

https://www.aanpakstikstof.nl/actueel/nieuws/2021/06/18/stikstofwet-gaat-in-per-1-juli-2021

Conclusie Voor het gebruik van de nieuw opgerichte woning aan de Kampstraat 3 te Heesch is een berekening uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten op de daarvoor gevoelige Natura2000 gebieden uitgesloten kan worden. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd.

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RRyoyE2Fci8Q (03 februari 2023)

Kampstraat 3, 5384PV Heesch 23.401 Aanlegfase RRyoyE2Fci8Q 03 februari 2023, 12:45 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,4 kg/j

17,1 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 2  Verkeersnetwerk

RRyoyE2Fci8Q (03 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j 21,3 g/j

16,4 kg/j 0,7 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RRyoyE2Fci8Q (03 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RRyoyE2Fci8Q (03 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 1 X:166052,71 Y:416175,33 264,00 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Naam Locatie

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,7 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 21,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

In file

730 p/jaar 1095 p/jaar 52 p/jaar 0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam

Bron 2 X:165952,46 Y:416144,62

Stageklasse

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Sloopkraan

NOₓ NH₃

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik

600 l/j

30 u/j

30 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

300 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

500 l/j

Betonpomp Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

200 l/j

Shovel

16,4 kg/j 0,4 kg/j

15 u/j

15 l/j

NOₓ NH₃

25 u/j

25 l/j

NOₓ NH₃

10 u/j

10 l/j

NOₓ NH₃

6,2 kg/j 0,1 kg/j 3,1 kg/j 72,0 g/j 5,1 kg/j 0,1 kg/j 2,1 kg/j 48,0 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RRyoyE2Fci8Q (03 februari 2023)

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RrhtCkxL76R4 (03 februari 2023)

Kampstraat 3, 5384PV Heesch 23.401 Gebruiksfase RrhtCkxL76R4 03 februari 2023, 11:22 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

9,3 g/j

0,1 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RrhtCkxL76R4 (03 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

9,3 g/j

0,1 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RrhtCkxL76R4 (03 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RrhtCkxL76R4 (03 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 1 X:166053,35 Y:416177,7 258,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 29,4 g/j Hoogte - NH₃ 9,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

6 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RrhtCkxL76R4 (03 februari 2023)

6/6

datum: 17-3-2025 Kenmerk: 23.401-WRO.03 Bijlage - 3 -

BIJLAGE 3 GGD omgevingsadvies

Elke ruimtelijke ontwikkeling gezond!

Omgevingsadvies

Luchtkwaliteit Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10), stikstofdioxide (NO2) en andere luchtverontreinigende stoffen kan leiden tot luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie, hart- en vaatziekten en vervroegde sterfte. Voor kinderen, ongeboren baby’s, ouderen en mensen die al ziek zijn (denk aan astma en COPD), is het risico groter dan voor gezonde mensen. Verschillende bronnen van luchtverontreiniging (zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie) stoten ook ultrafijnstof uit. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat langdurige blootstelling aan ultrafijnstof een negatieve invloed heeft op de gezondheid, met name op de luchtwegen, hart en bloedvaten en de ontwikkeling en groei van de foetus. Dit komt bovenop de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging. Er zijn nog geen gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld voor ultrafijnstof. Het is bekend dat de wettelijke grenswaarden voor o.a. fijnstof niet voldoende beschermen tegen de schadelijke gezondheidseffecten van luchtverontreiniging; ook ónder deze grenswaarden treden er gezondheidseffecten op. Verkeer

Bij drukke wegen is een mengsel van heel veel stoffen in verhoogde concentraties aanwezig. De gezondheidseffecten die kunnen optreden zijn niet aan één of enkele stoffen toe te schrijven. Elke verbetering van de luchtkwaliteit levert gezondheidswinst op. Advieswaarden

Afstand houden tot de weg is het belangrijkste advies. Situeer gevoelige bestemmingen op zoveel mogelijk afstand van drukke wegen, onafhankelijk van de achtergrondconcentratie ter plaatse. Hanteer hierbij de volgende minimale afstanden: Snelweg: ten minste 150 meter (bij voorkeur ten minste 300 meter) Drukke weg (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) buiten de bebouwde kom: ten minste 50 meter Drukke weg (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) binnen de bebouwde kom: ten minste 25 meter (bij voorkeur ten minste 50 meter)

Streef daarnaast naar de door de WHO gehanteerde advieswaarden voor PM10 (15 µg/m3), PM2,5 (5 µg/m3), NO2 (10 µg/m3). Voor ultra fijnstof zijn nog geen gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld. Maatregelen

‘Afstand houden tot de weg’ is de beste maatregel, aangezien dit minder blootstelling aan het volledige mengsel tot gevolg heeft. Zorg voor minimaal één zijde aan een gebouw die rustig is (luwe zijde) en waar sprake is van zo schoon mogelijke lucht. Uitzicht op groen vergroot het wooncomfort en de leefkwaliteit. Daarnaast kan een groene omgeving het gebied klimaatbestendiger maken (minder hittestress, beperken van wateroverlast). Wanneer een mechanisch ventilatiesysteem aanwezig is, wordt geadviseerd de toevoer aan de luwe zijde te laten plaatsvinden. Bied de mogelijkheid om ramen in elk geval aan de luwe zijde te openen, zodat bewoners (extra) kunnen ventileren. Stimuleer het gebruik van fietsen of wandelen. Door autogebruik te ontmoedigen, wordt niet alleen de blootstelling van omwonenden aan een slechte luchtkwaliteit beperkt maar ook de gezondheid gestimuleerd door extra beweging. Bijvoorbeeld: voorrang voor voetgangers en fietsers, autoluwe zones, brede en veilige fietspaden en trottoirs, fietssnelwegen. Stimuleer elektrisch vervoer. Invoeren van milieuzones voor vrachtverkeer, bestelverkeer, touringcars, taxi’s en scooters. Invoeren van een lagere maximumsnelheid.

Betrek dit advies bij je project, initiatief of ruimtelijke ontwikkeling! Door dit zo vroeg mogelijk te doen, kun je gezondheidskansen makkelijker pakken en kom je later niet voor verrassingen te staan. Heb je vragen over ons advies? Kijk op www.ggdomgevingsadvies.nl/contact.

Elke ruimtelijke ontwikkeling gezond!

Omgevingsadvies

Geluid & trillingen Het horen van (te)veel geluid kan leiden tot hinder, stress, slaapverstoring, hoge bloeddruk en harten vaatziekten. Het RIVM heeft berekend dat geluid van wegverkeer in Nederland elk jaar bij ongeveer 750 mensen hart- en vaatziekten veroorzaken. Ongeveer 65 mensen overlijden daar elk jaar aan. Geluidsbelasting kan het gevolg zijn van verschillende bronnen, zowel binnen als buiten, zoals weg-, trein- en vliegverkeer of industrie. Laagfrequent geluid is geluid dat over grote afstanden hoorbaar is. Het is moeilijk vast te stellen uit welke richting het komt. Voorbeelden van bronnen van laagfrequent geluid zijn: bastonen uit muziek, wasmachines, verwarmingspompen, zwaar vrachtverkeer en vliegtuigen. Laagfrequent geluid kan leiden tot lichamelijke klachten als hoofdpijn, druk op de borst, zwaar gevoel in het hoofd, slapeloosheid, vermoeidheid, hartkloppingen, irritatie en stress. Het bestaan van laagfrequent geluid kan als aandachtspunt meegenomen worden bij de bouw van een nieuwe gevoelige bestemming. Verschillende bronnen kunnen naast (laagfrequent) geluid ook trillingen veroorzaken. Denk daarbij aan weg- en spoorverkeer, industrie en bouwwerkzaamheden. Trillingen verplaatsen zich door de bodem en bouwmaterialen heen en de sterkte neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.

Het kan – net als geluid – leiden tot hinder, stress en verstoring van de slaap en/of dagelijkse activiteiten. Verkeer en spoorweg

Wegverkeer is één van de belangrijkste geluidsbronnen in de woonomgeving. (Goederen-)treinen kunnen de nodige overlast veroorzaken (geluid en trillingen), zeker ook wanneer het vervoer over het spoor in de nachtelijke uren doorgaat. In tegenstelling tot de wettelijke normen, houdt de GGD geen rekening met juridisch gecorrigeerde geluidniveaus (aftrek). Dit is zo omdat er onzekerheden zijn over de toekomstige effecten op de geluidsbelasting door verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidsreducerende maatregelen aan de motorvoertuigen. Advieswaarden

Maximaal (cumulatief) geluidsniveau van 50dB Lden op de gevel, ter bescherming van de gezondheid.

Maximaal (cumulatief) geluidsniveau van 40dB Lnight op de gevel gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Maximaal geluidniveau binnen: 33dB Lden Voor trillingen bestaat geen gezondheidskundige advieswaarde, omdat er nog onvoldoende wetenschappelijke inzichten zijn om een blootstelling-effect relatie af te leiden. Voor beoordeling van trillingshinder wordt verwezen naar: Beleid, wet- en regelgeving – Kenniscentrum InfoMil. Maatregelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=9a75a1ee-09fa-478a-8b2a-94e64376be7c