bijlage 1 archeologisch onderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VERKENNEND BOORONDERZOEK HOFSTEEG TEGENOVER HUISNUMMER 3 TE NISTELRODE GEMEENTE BERNHEZE
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode Opdrachtgever
RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
6324.002 2 13 mei 2019
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
E.M. de Boo van Uijen, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
6324.002
Toponiem
Hofsteeg tegenover huisnummer 3
Opdrachtgever
RO Connect
Gemeente
Bernheze
Plaats
Nistelrode
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Bernheze, sectie I, nummer 813 (deels)
Omvang plangebied
circa 2.200 m
Kaartblad
45E (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 166.260 / Y: 414.090
Bevoegde overheid
Gemeente Bernheze Postbus 19 5384 ZG Heesch
Mw. M. de Ruiter T: 0412-458888 E: gemeente@bernheze.org
Deskundige namens de bevoegde overheid
Monumentenhuis Brabant Markt 9 4931 BR Geertruidenberg
Mw. Drs. A. Visser T: 0162 511833 E: am.visser@monumentenhuisbrabant.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4644519100
Booronderzoek 4644527100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
2
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, E.M. de Boo van Uijen, MSc en drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect in oktober 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bouw van een woning. Het plangebied is gelegen aan de Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode in de gemeente Bernheze. In het plangebied zal een woning worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek De gespecificeerde archeologische verwachting is met name gebaseerd op de gunstige landschappelijke ligging vanwege het kleine aantal eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied. De verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum is laag, vanwege de grote afstand tot stromend water gedurende deze periodes. De verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog, vanwege de hogere ligging op de peelhorst. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodemopbouw overeenkomt met de verwachting.
Het archeologisch niveau, wat wordt verwacht in de top van het dekzand, is intact. Conclusie De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt behouden. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek.
Rapport 6324.002 versie 2
Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Bernheze). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Het advies van Monumentenhuis Brabant (adviseur van de gemeente Bernheze) is als volgt: Met het advies, zoals gegeven door het onderzoeksbedrijf, kan worden ingestemd met de volgende kanttekening. Het advies tot het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek als behoud in situ niet mogelijk blijkt, is correct op basis van de archeologische monumentencyclus. Echter voor de realisatie van één woning lijkt dit toch een te zware belasting. In dit geval zou het plangebied voor de voorgenomen ontwikkeling kunnen worden vrijgegeven. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ dient o.i. wel in het bestemmingsplan overgenomen te worden voor eventuele toekomstige grootschaliger ontwikkelingen.
Monumentenhuis Brabant adviseert, in het gemeentelijk selectiebesluit op te nemen, dat de voorziene planontwikkeling mag plaatsvinden onder voorwaarden. Bij eventuele toevalsvondsten dient hiervan melding te worden gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225).
Rapport 6324.002 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 11 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel .......................................................... 9 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 11
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 11 Methoden ........................................................................................................................ 11 Resultaten ....................................................................................................................... 12 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 13
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 15 BRONNEN .......................................................................................................................................... 16
Rapport 6324.002 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de kadastrale minuut Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1944 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1956 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1978 Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Boorprofielen
Rapport 6324.002 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode in de gemeente Bernheze (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen een woning te bouwen in het kader van ruimte-voor-ruimte. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in oktober 2018 door E.M. de Boo van Uijen, MSc (archeoloog) en drs. M. Stiekema (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.0, 07-06-2016) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 2 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
2
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);
Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 1 van 16
beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Bernheze; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1000 meter 3 rondom het plangebied. De onderzoekslocatie, circa 2.200 m2, ligt aan de Hofsteeg tegenover huisnummer 3, ongeveer 1,5 kilometer ten noorden van Nistelrode in de gemeente Bernheze (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 11,3 m +NAP. Het gebied is maakt deel uit van het perceel kadastraal bekend als gemeente Bernheze, sectie I, nummer 813. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland (zie figuur 3). 4
Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft 3
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 4
Kortlang, 2010.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 2 van 16
een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming waarde archeologie 2. Volgens de bijbehorende 2 planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m en dieper dan 40 cm –mv. De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 6324.001, in voorbereiding). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering).
Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket 5 geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is een woning in het kader van ruimte-voor-ruimte gepland. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
5
Gegevensomschrijving
www.bodemloket.nl.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 3 van 16
Geologie
6
Formatie van Beegden veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; rivierzand en –grind veelal met een zanddek (Be4)
Geomorfologie7 Bodemkunde
8
Grondwatertrap
Plateau-achtige horst (4F1) Niet gekarteerd (Laarpodzolgronden; grof zand, Chn30) VII
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich op de Peelhorst. De Peelhorst ligt als gevolg van tektonische bewegingen, die ook tegenwoordig nog doorgaan, hoger dan de westelijk hiervan gelegen Roerdalslenk. De Peelrandbreuk vormt de scheiding tussen de Peelhorst en de Roerdalslenk. De Peelrandbreuk be9 vindt zich ongeveer 700 meter ten westen van het plangebied. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een gebied waar de Formatie van Beegden, veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (rivierzand en –grind veelal met een zanddek) (Be4) aan het maaiveld wordt aangetroffen. De Formatie van Beegden bestaat uit sedimenten die door de Rijn en de Maas zijn afgezet gedurende het Vroeg- en MiddenPleistoceen. Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook op de Pleistocene rivierafzettingen in het plangebied, een (dun) pakket dekzand afgezet. Het dekzand behoort tot de Formatie van 10 Boxtel. 11
DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn geen boringen bekend binnen een straal van 1000 meter rond het plangebied. Er zijn daarom geen boorprofielen uit het Dinoloket meegenomen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een plateau-achtige horst (zie figuur 5). 12
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.
6 7 8 9
De Mulder et al., 2003. Alterra, 2003. Stichting voor Bodemkartering, 1976. Berendsen, 2008.
10 11 12
Berendsen, 2008. www.dinoloket.nl. www.ahn.nl.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 4 van 16
Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een lage uitloper van een hoger gelegen rug in het landschap (zie figuur 6). De grens tussen de hoger gelegen Peelhorst in het oosten, waar het plangebied op ligt, en de lager gelegen Roerdalslenk in het westen is ook duidelijk op de AHN waarneembaar. Bodemkunde De bodemopbouw is binnen het plangebied niet gekarteerd (zie figuur 7). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen laarpodzolgronden bevindt. Laarpodzolgronden zijn humuspodzolgronden met een matig dikke (30-50 cm) humushoudende bovengrond. Het zijn oude ontginningsgronden, waarbij de 30-50 cm dikke bovengrond gedeeltelijk is ontstaan door ophoging met mest uit de potstal. De laarpodzolgronden die in het plangebied voorkomen hebben een ca. 40 cm dikke donker grijsbruine humushoudende bovengrond. De 20 tot 40 cm 13 dikke B-horizont is bruin tot donkerbruin en gaat vrij snel over in een humusarme C-horizont. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping.
In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. 14
Tabel II.
Grondwatertrappenindeling
Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden.
13 14
Stichting voor Bodemkartering, 1976. Bakker en Locher, 1990.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 5 van 16
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf15 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1000 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.
De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in cultuurhistorische en archeologische landschap. 16
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie bijlage 2 en figuur 8). Het betreft de kern van Nistelrode met bewoning die teruggaat tot in ieder geval 1250. 17
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal acht archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken en booronderzoeken (verkennend/karterend, zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat er in de omgeving enkel bureau- en booronderzoeken zijn uitgevoerd. Het booronderzoek uitgevoerd op 120 m ten oosten van het plangebied heeft een vervolg geadviseerd in de vorm van een begeleiding of proefsleuven, op basis van de beschikbare gegevens is dit echter (nog) niet gebeurd. Er hebben ook nog geen bouwwerkzaamheden plaatsgevonden. Op 475 m ten noordoosten van het plangebied is een groter terrein onderzocht. Dit terrein was reeds deels vergraven en deels verstoord. Er zijn echter twee gebieden aangegeven waar de 15 16 17
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 6 van 16
archeologische verwachting wel gehandhaafd wordt. Voor die gebieden wordt planaanpassing of vervolgonderzoek geadviseerd. Aangezien er geen vervolgonderzoek is uitgevoerd, zal er sprake zijn geweest van planaanpassing. De noordgrens van dit onderzoeksgebied bestaat uit een middeleeuwse landweer. Op 610 m ten noordoosten van het plangebied is er aangetoond dat er een hoge archeologische verwachting is, met een intacte bodem. Vanwege de plannen (een golfbaan, waarbij een deel zal worden opgehoogd) is hier geen vervolgonderzoek uitgevoerd, maar zijn de eventuele archeologische waarden in situ behouden. De overige onderzoeken adviseerden geen vervolgonderzoek op basis van een verstoorde bodem of landschappelijke ligging in een voormalig beekdal. 18
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan twee vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). Doordat er geen gravende onderzoeken in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, zijn er ook weinig vondstmeldingen. De twee meldingen komen van oplettende particulieren, die bij niet-archeologische graafwerkzaamheden materiaal hebben verzameld. Het betreft materiaal uit de Late-Middeleeuwen tot Nieuwe tijd en het is aangetroffen nabij de kern van Nistelrode. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd en er is geen archiefonderzoek uitgevoerd, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging Nistelvorst (d.d. 25-10-2018), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Nistelrode In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5.
18
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 7 van 16
De oorspronkelijke naam van Nistelrode was "Nisterle". De uitgang "le" is hetzelfde als "loo" dat "bos" betekent. "Nister" kan te maken hebben met "nittel" ofwel (brand)netel. Een andere mogelijkheid is e dat "nester" het "westen" betekent. De naam van het dorp zou aan het begin van de 15 eeuw zijn veranderd in "Nistelrode", waarbij het tweede element samenhangt met rooien, ofwel ontginnen. Tussen 1200 en 1237 wordt "Nisterle" voor het eerst genoemd in schriftelijke bronnen, namelijk in een lijst van goederen en rechten van de abdij van Berne bij Heusden. In 1291 is er sprake van goederen gelegen in de "parrochia de Nysterle". De term "parrochia" duidt op een plaatselijke kerkelijke gemeente. In juli 1296 kregen de inwoners van Nysterle hun gemeint (gemeenschappelijke grond) in gebruik van hertog Jan II. Zijn zoon Jan III voerde in 1328 een schout ten tonele, waarschijnlijk de schout van het kwartier Maasland. Nistelrode behoorde tot het kwartier Maasland, waarvan Oss de hoofdstad was. Daarmee hebben we ook het eerste schriftelijke bewijs dat in Nistelrode een plaatselijk bestuur in opbouw was. Vanaf 1391-1392 weten we in ieder geval dat er een schepenbank bestond. e
In de 18 eeuw vormde de linnenweverij een belangrijke nevenactiviteit voor de overwegend agrarie sche bevolking. In 1794 waren er maar liefst 200 wevers actief. Toen eind 19 eeuw deze tak van nijverheid meer en meer verhuisde naar de fabriek, kwamen de weefgetouwen in Nistelrode stil te 19 staan. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
1816
Gemeente Nistelrode, sectie C, blad 01
1:2.500
Bouwland
Ten zuiden van het plangebied en aan de andere zijde van de Hofsteeg ligt een boerderij. Langs de Donzel liggen meerdere boerderijen en ten westen van het plangebied ligt een kleine kern.
1869
45 E
1:50.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1899
45 E
1:50.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1922
45 E
1:50.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1944
45 E
1:50.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1956
45 E
1:50.000
Situatie ongewijzigd
Woning naast het plangebied verwijderd
Topografische kaart
1967
45 E
1:25.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Topografische kaart
1978
45 E
1:25.000
Weiland
Bebouwing langs Donzel neemt toe.
Kadastrale minuut
20
Militaire topografische kaart (nettekening)
19 20 21
21
https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/nistelrode-in-vogelvlucht Beeldbank Cultureelerfgoed Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 8 van 16
Topografische kaart
1988
45 E
1:25.000
Situatie ongewijzigd
Situatie ongewijzigd
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied de afgelopen 200 jaar onbebouwd is geweest (zie figuur 9). Het wegenpatroon in de omgeving van het plangebied blijft grotendeels hetzelfde vanaf de kadastrale minuut. Ten westen van het plangebied ligt de kern Donzel, ten zuidoosten Nistelrode. De oorsprong van de naam is niet duidelijk, maar een 22 Germaanse oorsprong wordt vermoed. De straatnaam Donzel herinnert aan de oude woonkern. De Hofsteeg verbindt de Donzel met de Heescheweg, twee grotere doorlopende straten die ook beiden op de kadastrale minuut voor komen. Er zijn slechts kleine veranderingen in de omgeving van het plangebied, in de vorm van verharde wegen en een toename in bebouwing. De oude boerderijen, die aan de Hofsteeg en Donzel hebben gelegen, verdwijnen of worden vervangen. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Bernheze is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange23 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.
Nistelrode ligt aan de rand van het werkterrein van Market Garden en ten oosten van het plangebied 24 ligt de airstrip Heesch. Langs de Berghemseweg heeft een NAD-kamp gelegen. Dit geeft echter geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting/Complextype
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Laag
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houts-
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
22
Van Berkel en Samplonius, 1995.
23
Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 24
Ikme.nl
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 9 van 16
kool en gebruiksvoorwerpen Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer¬pen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging op een hoge rug, blijkt dat het plangebied vanaf het Neolithicum voor landbouwers bewoonbaar is geweest. Vanwege de ligging ver van stromend water was het plangebied minder geschikt voor jagers-verzamelaars. De archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum is daarom laag voor het plangebied. De ligging op de hooggelegen Peelhorst is van oudsher een geschikte locatie voor landbouwers. Er zijn echter weinig archeologische gegevens uit de omgeving bekend, afgezien van enkele losse vondsten uit de LateMiddeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Dit komt overeen met het ontbreken van gravende onderzoeken in het onderzoeksgebied. De archeologische verwachting van het plangebied voor resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. De vondstenlaag wordt verwacht onder de matig dikke (30-50 cm) humushoudende bovengrond. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 1 m beneden het maaiveld verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.
Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan ca. 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil. Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waar-
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 10 van 16
schijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bouwland en weiland. Door ploegen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. De gespecificeerde archeologische verwachting is met name gebaseerd op de gunstige landschappelijke ligging vanwege het kleine aantal eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied. De verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum is laag, vanwege de grote afstand tot stromend water gedurende deze periodes. De verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog, vanwege de hogere ligging op de peelhorst. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Gezien het voormalig gebruik van het plangebied en de aanwezigheid van een matig dikke humushoudende bovengrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.
3.2
Methoden
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 11 van 16
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (4.0, 07-06-2016) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 26 oktober 2018 door drs. M. Stiekema (senior prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. De boringen zijn verspringend ten opzichte van elkaar gezet, waardoor een systeem bestaande uit gelijkbenige driehoeken ontstaat. In totaal zijn er met behulp van een guts (diameter 1 cm) 5 boringen tot maximaal 1,1 m -mv gezet (Figuur 13). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschre25 ven. De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Onder een antropogeen plaggendek, bestaande uit donkergrijs tot zwart matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand, is in vier van de vijf boringen een B- of BC-horizont aangetroffen. In boring 5 ontbreekt deze echter. Het plaggendek is tussen de 35 en 75 cm dik en delen van het podzolprofiel zijn hierin opgenomen. In boring 3 is onder de Aap-horizont een grijze E-horizont waargenomen. De grenzen tussen de B-, BC- en C-horizont zijn scherp. De C-horizont bestaat uit matig fijn, zwak siltig geel zand en is geïnterpreteerd als dekzand, behorende tot de Formatie van Boxtel. In boring 2 is onder dit matig fijne zand grof zand met wat kiezeltjes aangetroffen. Dit grove zand is afkomstig van rivierafzettingen en behoort tot de Formatie van Beegden. De wisselende dieptes waarop de C-horizont is aangetroffen, lijken een natuurlijk reliëf weer te geven. Verspreid over het plangebied is de E- en B-horizont meer of minder opgenomen in de Aap-horizont. Het aangetroffen bodemprofiel is een perfect voorbeeld van laarpodzolgronden en komt dus overeen met het bodemtype zoals verwacht op basis de Bodemkaart van Nederland (zie § 2.5).
Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
25
Bosch, 2005.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 12 van 16
3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat het archeologisch niveau, namelijk de top van het dekzand, in het plangebied ongestoord aanwezig is. De gespecificeerde archeologische verwachting wordt behouden.
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de ligging op de hooggelegen Peelhorst de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De gespecificeerde archeologische verwachting is met name gebaseerd op de gunstige landschappelijke ligging vanwege het kleine aantal eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied. De verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum is laag, vanwege de grote afstand tot stromend water gedurende deze periodes. De verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog, vanwege de hogere ligging op de Peelhorst. De aangetroffen bodemopbouw komt overeen met de verwachting op basis van het bureauonderzoek. In alle boringen is sprake van een deel van een podzolprofiel in dekzand. In één boring zijn onder het dekzand rivierafzettingen aangetroffen, die vallen onder de Formatie van Beegden. Op de podzolprofielen is een plaggendek aangetroffen, met een dikte tussen de 35 en 75 cm. Het archeologisch niveau, wat wordt verwacht in de top van het dekzand, is intact. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt behouden.
Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Op basis van boring 2 kan de top van het dekzand vanaf 35 cm onder maaiveld verwacht worden. Daarom wordt aangeraden om bodemingrepen te beperken tot de eerste 30 cm onder maaiveld. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren gericht op alle periodes. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 13 van 16
Het advies van Monumentenhuis Brabant (adviseur van de gemeente Bernheze) is als volgt: Met het advies, zoals gegeven door het onderzoeksbedrijf, kan worden ingestemd met de volgende kanttekening. Het advies tot het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek als behoud in situ niet mogelijk blijkt, is correct op basis van de archeologische monumentencyclus. Echter voor de realisatie van één woning lijkt dit toch een te zware belasting. In dit geval zou het plangebied voor de voorgenomen ontwikkeling kunnen worden vrijgegeven. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ dient o.i. wel in het bestemmingsplan overgenomen te worden voor eventuele toekomstige grootschaliger ontwikkelingen. Monumentenhuis Brabant adviseert, in het gemeentelijk selectiebesluit op te nemen, dat de voorziene planontwikkeling mag plaatsvinden onder voorwaarden. Bij eventuele toevalsvondsten dient hiervan melding te worden gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225).
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 14 van 16
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bakker, H. de en W.P. Locher, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen., Meppel. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Kortlang, F.P. 2010: Nota archeologiebeleid gemeente Bernheze. Geertruidenberg. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Stichting voor Bodemkartering, 1976: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 545 Oost ’sHertogenbosch en Blad 46 West-46 Oost Vierlingsbeek.
Stiekema, M., 2018: Plan van Aanpak booronderzoek Hofsteeg tegenover 3 te Nistelrode in de gemeente Bernheze, Econsultancy, Swalmen. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 15 van 16
BRONNEN AHN; internetsite, november 2018. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2018. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, november 2018. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, november 2018 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, november 2018. http://www.bhic.nl
Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, november 2018. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, november 2018. http://www.dinoloket.nl/
Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, november 2018. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2018. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, november 2018. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, november 2018. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, november 2018. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 6324.002 versie 2
Pagina 16 van 16
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Bernheze Legenda Plangebied
26
Kortlang, 2010.
Rapport 6324.002 versie 2
26
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
27
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
Plangebied
27
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied
28
AHN
Rapport 6324.002 versie 2
28
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart
29
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
29
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied
30
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied
30
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de kadastrale minuut
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied
31
Beeldbank cultureel erfgoed
Rapport 6324.002 versie 2
31
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1944
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1830-1850 Legenda Plangebied
32
Kadaster Topotijdreis
Rapport 6324.002 versie 2
32
Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1956
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) Legenda Plangebied
33
Kadaster Topotijdreis
Rapport 6324.002 versie 2
33
Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1978
34
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied
34
Kadaster Topotijdreis
Rapport 6324.002 versie 2
Figuur 13. Boorpuntenkaart
Hofsteeg tegenover huisnummer 3 te Nistelrode. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer
Rapport 6324.002 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 6324.002 versie 2
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 2650
815
IVb Subboreaal koeler droger
2000
IVa
5000
3755 4900
5300
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
7020
8240
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum