CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Advies verordening jeugdhulp gemeente Bernheze 2025

Commissie Maatschappij en Bestuur 3 februari 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp Bernheze 20261.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Bernheze College van B&W Postbus 19 5384 ZG Heesch Nistelrode, 11 december 2025 Betreft: Advies verordening jeugdhulp gemeente Bernheze 2025 Geacht College, In reactie op het gevraagde advies betreffende de herziening van de verordening jeugdhulp is de kennisgroep jeugd samengekomen. Dit advies vormt een gezamenlijke uitwerking van deze kennisgroep en is op 10 december 2025 besproken in de ASD-vergadering met vertegenwoordiging van de adviseurs Jeugd, Wmo en Participatie. De herziening van de huidige verordening jeugdhulp dateert nog uit 2020 en sluit onvoldoende aan op gerechtelijke uitspraken die in de tussentijd gedaan zijn en belicht toezicht en handhaving onvoldoende. De kennisgroep jeugd heeft de verordening thematisch beoordeeld en geeft hieronder per thema suggesties ter verbetering. 1. Algemeen Door een definitie van een verordening toe te voegen op B1 taalniveau wordt voor de lezer gelijk duidelijk binnen welke context het document gelezen kan worden. Bijvoorbeeld; “Een verordening is een regel die door het college van Burgemeester en Wethouders is vastgesteld. Deze regel geldt voor iedereen en wordt steeds op dezelfde manier toegepast.

Verordeningen zorgen ervoor dat afspraken duidelijk zijn en dat inwoners eerlijk en veilig worden behandeld.” Bij artikel 2 en 3 staan een aantal begrippen die naar onze verwachting niet voor iedereen duidelijk zal zijn (bijv. respijtzorg). Het advies is om definities van deze begrippen in de verordening of als bijlage op te nemen zodat hier geen miscommunicatie in kan ontstaan. In artikel 4 staat omschreven dat de huisarts, medisch specialist of jeugdarts alleen mogen verwijzen naar gecontracteerde aanbieders. Artsen of andere medische professionals mogen in principe zelf bepalen naar welke zorgaanbieder ze doorverwijzen, ook buiten contracten, zolang dit medisch verantwoord is. Dit betekent dat de verwijzingsvrijheid van medische professionals niet door een gemeentelijke verordening kan worden beperkt. De huidige formulering belemmert ook de keuzevrijheid van ouders of jeugdigen. De Jeugdwet bepaalt dat “voor zover redelijkerwijs mogelijk, de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid wordt geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp”. Het advies is om in de verordening ouders en jeugdigen transparantie te bieden over de mogelijke opties (gecontracteerd, ongecontracteerd en Persoons Gebonden Budget) zodat zij kunnen kiezen wat het beste past bij hun situatie.

Adviesraad Sociaal Domein Bernheze p/a Marijkelaan 11, 5342 EM Oss - tel. 06-24423873 - e-mail info@asd-bernheze.nl

Het advies is om in de verordening de consequenties van de verschillende keuze opties op te nemen. Bijvoorbeeld: dat alleen gecontracteerde aanbieders via de gemeentelijke bekostiging worden vergoed en dat een route via ongecontracteerde aanbieders mogelijk is, echter als vergoeding niet door de gemeente bekostigd wordt. Dit vraagt ook om een duidelijke communicatie over welke aanbieders er vergoed worden. In de verordening kan opgenomen worden waar deze informatie is te vinden. In artikel 6 staat omschreven dat ondertekening leidt tot de aanvraag van jeugdhulp. Het advies is om duidelijk te vermelden dat de aanvraag van jeugdhulp start bij de eerste wilsuiting om hulp (via mail, telefonisch, persoonlijk etc.) zoals in artikel 6.3 van de Jeugdwet omschreven en binnen de termijn van 8 weken passende jeugdhulp ingezet wordt. In artikel 11.1 staat stellig omschreven dat minimaal 2 keer per week halen en brengen van en naar jeugdzorgaanbieder wordt beschouwd als behorend tot de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouders. Hierbij missen wij de afweging van een mogelijke eventuele beperking bij (een van) de ouders. Denk hierbij aan beperkt netwerk, wel/geen auto, wel/geen budget voor openbaar vervoer.

Wij adviseren artikel 11.1 te nuanceren naar bijvoorbeeld: “Het college beoordeelt per individuele situatie in hoeverre vervoer van en naar de jeugdhulpaanbieder door ouders redelijkerwijs mogelijk is”. De “handreiking toereikende tarieven pgb sociaal domein 2023” beschrijft dat bij PGB-tarieven gemeenten de verantwoordelijkheid hebben om toereikende tarieven vast te stellen en niet louter het laagste in natura tarief te hanteren zoals omschreven staat in artikel 17A.5. Wij adviseren om het laagste naturatarief niet als norm te nemen voor het vaststellen van het PGB tarief echter het PGB tarief te baseren op reële kosten. Wij adviseren om in artikel 19.4 een nuance aan te brengen dat recht doet aan de wachtlijstproblematiek jeugdhulp aanbieders binnen de regio, zodat niet om deze reden de afgegeven beschikking voor ouders/jeugdigen na 3 maanden komt te vervallen. Bij artikel 23 missen wij de mogelijkheid tot het verlengen van de jeugdhulp na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Wij adviseren om in dit artikel “Het college beoordeelt of verlengde jeugdhulp, zoals omschreven staat in artikel 1.1. van de jeugdwet, passend is” op te nemen. Voor de leesbaarheid adviseren we om een apart artikel te wijden aan de overgang van 18- naar 18+ en hoe en wanneer ouders/jeugdigen hierop actie kunnen ondernemen (vanaf 16 jaar).

In artikel 30 missen wij de toets aan de jeugdwet met betrekking tot reële prijs en kwaliteit. Wij adviseren om aan dit artikel toe te voegen “Het college borgt dat tarieven voorzien in adequate arbeidsvoorwaarden en professionele standaarden conform artikel 2.12 Jeugdwet”. Artikel 33 schrijft voor dat het college de verordening evalueert, maar de wijze, frequentie en betrokkenheid van inwoners of cliënten zijn niet uitgewerkt. Hoewel het gebruikelijk is dat een verordening dit niet volledig specificeert, kan het ontbreken van nadere duiding leiden tot onduidelijkheid over transparantie, kwaliteit en opvolging van verbeterpunten. De Adviesraad Sociaal Domein Bernheze p/a Marijkelaan 11, 5342 EM Oss - tel. 06-24423873 - e-mail info@asd-bernheze.nl

adviesraad adviseert om in de verordening of in een aanvullend uitvoeringsdocument vast te leggen hoe en hoe vaak de evaluatie plaatsvindt, en hoe inwoners, jeugdigen en ouders hierbij worden betrokken. Dit versterkt de transparantie en de continue verbetering van de jeugdhulp. 2. Toegankelijkheid en begrijpelijkheid Omdat de gemeente Bernheze streeft naar begrijpelijke taal voor iedereen is het advies om de gehele verordening te toetsen en te verbeteren naar B1 taalniveau. In artikel 13 wordt benoemd dat een persoonsgebonden budget geweigerd wordt als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1. Vierde lid van de wet van toepassing is. Uit deze zin wordt niet begrijpelijk waar dit precies naar verwijst. Het advies is om dit in de verordening nader de duiden zodat de begrijpelijkheid toeneemt. 3. Toegang tot jeugdhulp In artikel 9 wordt een strikte eis van “alleen bewezen effectieve interventies” benoemd. Dit kan de praktijk beperken, vooral bij complexe of unieke casussen en staat onzes inziens maatwerk in de weg. In de praktijk blijkt dat onderzoek vaak gericht is op specifieke doelgroepen of gestandaardiseerde situaties en complexe of combinatieproblematiek bij jeugdigen vaak niet volledig wordt gedekt door de bestaande wetenschappelijke evidentie. Dit kan leiden tot beperking van maatwerk voor jeugdigen die niet precies in de onderzoeksopzet passen.

Een te strikte interpretatie kan leiden tot rechtsonzekerheid: ouders/jeugdigen krijgen mogelijk geen hulp die passend is, omdat er geen “bewezen effectieve interventie” bestaat voor hun specifieke situatie. Daarnaast verhoog je het risico dat innovatie wordt geremd, omdat nieuwe of lokale interventies nog geen bewezen effectiviteitsonderzoek hebben. Wij adviseren in de verordening ruimte te bieden voor uitzonderingen of maatwerk. Bijvoorbeeld door professionele afwegingen en evaluatie van niet-standaard interventies expliciet mogelijk te maken. Dit voorkomt ook ongelijkheid in toegang afhankelijk van of er onderzoek beschikbaar is voor bepaalde groepen. Door in de verordening te erkennen dat zowel Evidence Based Practice als Best Practice onderdeel zijn van goede jeugdhulp sluit aan bij de wettelijke opdracht om passende hulp te bieden. 4. Participatie en positie van jeugd/ouders In artikel 6 wordt in de verordening gesproken over de mogelijkheid van het opstellen van een familiegroepsplan. Het familie groepsplan dient als belangrijk uitgangspunt bij de beoordeling van een aanvraag voor jeugdhulp. Hoewel het ontbreken van een familiegroepsplan geen formele afwijzingsgrond mag zijn, speelt het plan wel een belangrijke rol bij de beoordeling van eigen kracht.

Indien er een familiegroepsplan is opgesteld, dient deze als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een individuele jeugdhulp voorziening. Wij adviseren een heldere bepaling hierover in de verordening op te nemen en definities van de begrippen “eigen kracht”, “gebruikelijke hulp” en “boven gebruikelijke hulp” op te nemen. In artikel 10 staat het afwegingskader van eigen kracht omschreven. Het advies is om definities op te nemen wat onder “eigen kracht”, “gebruikelijke zorg”, “normaal opvoeden” verstaan wordt. Wij adviseren artikel 10.2 te nuanceren naar “De beoordeling geschiedt met oog voor redelijkheid, veiligheid en de grenzen van gebruikelijke zorg”. Omdat huidige Adviesraad Sociaal Domein Bernheze p/a Marijkelaan 11, 5342 EM Oss - tel. 06-24423873 - e-mail info@asd-bernheze.nl

formulering onvoldoende rekening houdt met mogelijk omstandigheden zoals werk, scheiding, opvoedvaardigheden of overbelasting van ouders/jeugdigen. In het afwegingskader missen we een evaluatiemoment om de “eigen kracht” opnieuw te beoordelen aangezien persoonlijke omstandigheden van ouders/jeugdigen kunnen veranderen. In artikel 14.2 dat een Verklaring Omtrent Gedrag van een budgethouder of budgetbeheerder wordt gebruikt om de PGB-vaardigheid te kunnen vaststellen. Een gemeente mag via de verordening geen aanvullende eisen stellen aan personen die niet bedoeld zijn in de wet (legaliteitsbeginsel). Een VOG-plicht kent geen wettelijke grondslag in de Jeugdwet voor personen die als budgethouder optreden. In de Jeugdwet staan wel kwaliteitseisen aan zorgaanbieders en professionals, maar niet aan de jeugdige, ouders of vertegenwoordigers die optreden als budgethouder. Wij adviseren bij artikel 14.2 punt 8 te verwijderen omdat dit een niet passende eis binnen het kader van de jeugdwet. Het vragen van een VOG van budgethouders vormt een niet-toegestane verwerking van justitiële persoonsgegevens (Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming en Uitvoeringswet AVG) en is daarmee niet toegestaan. Wij adviseren om bij artikel 31 het recht op een onafhankelijk vertrouwenspersoon op te nemen en taken, onafhankelijkheid en kosteloosheid te beschrijven.

Deze aanpassingen zorgen voor begrijpelijkheid, rechtszekerheid, keuzevrijheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de verordening jeugdhulp 2025. Wij hopen u met deze brief van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet,

Adviesraad Sociaal Domein Bernheze Gerard van Dijk, voorzitter Lea Prins- de Wit, adviseur Jeugd c.c. Linsy Maas en Manon Reinders

Adviesraad Sociaal Domein Bernheze p/a Marijkelaan 11, 5342 EM Oss - tel. 06-24423873 - e-mail info@asd-bernheze.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=2767a02b-ab9f-4036-93a9-5bdae9ba4cbe