CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijage VII - Schriftelijke reactie notitie gewasbeschermingsmiddelen - ZLTO Bernheze

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 9 december 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijst van de vergadering op 11 november 20251.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke reactie notitie gewasbeschermingsmiddelen, grondgebruik en teeltondersteunende voorzieningen Algemene zaken De gemeente acht de noodzaak om een notitie op te stellen voor onder andere het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, grondgebruik en teeltondersteunende voorzieningen. Dit doet gemeente omdat er steeds meer maatschappelijke onrust is ontstaan over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij lelieteelt. Echter schetst de gemeente hierbij een beeld, wat niet op feiten gebaseerd is, maar mee doet aan het negatief wegzetten van intensieve teelten en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hierbij. Echter ontbreekt elk feit bij deze bewerkingen. Ook wordt er in de inleiding gesteld dat het opstellen van deze notitie voorziet in de voorzienbaarheid van aankomende regulering om zo compensatie of vergoeding te voorkomen. Wij zijn alles agrarische sector geschokt van deze manier van werken door de ons inziens nog altijd agrarische gemeente. Door het eenzijdig opstellen van een dergelijke notitie zou het alles behalve mogelijk moeten zijn om compensatie te voorkomen. Wanneer een gemeente op basis van het voorzorgsprincipe meent zaken te moeten reguleren of verbieden, dient deze hier ten aller tijde gepast voor te compenseren.

Wij hopen dan ook dat dit een foutief geplaatste opmerking is in deze notitie en de geode samenwerking tussen gemeente en de sector zal zorgen voor passende en uitvoerbare regelgeving met een gepaste compensatie. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heeft voor iedere toepassing een doel. Deze worden niet ingezet om meer winst te maken, maar om te zorgen dat er allerlei producten geproduceerd kunnen worden, zonder dat er plagen uitbreken. Enkele jaren geleden deed er zich nog een voorbeeld voor, namelijk de buxus rups die ineens zeer rap alle buxussen kaal plukte. Dusdanige plagen kunnen zomaar ontstaan, waardoor complete oogsten kunnen mislukken en kan leiden tot lege schappen. Gewasbescherming is dan ook noodzakelijk voor voedselzekerheid. Daarnaast heeft het mislukken van de oogst ook grote gevolgen voor bodem- en waterkwaliteit. Wanneer een gewas niet goed groeit, spoelen alle nutriënten uit in de bodem en uiteindelijk in de het grond- en oppervlakte water. Gewasbeschermingsmiddelen hebben bij het juiste gebruik dus zelfs een positieve uitwerking op bodem en water!

Opgave voor gezondheid, water en landbouw Er wordt gesteld dat bollenteelt de grootste gebruiker is van gewasbeschermingsmiddelen waarbij de lelieteelt hier bovenaan zou staan. Dit is een generieke constatering waarbij geen rekening gehouden wordt met vakmanschap van een ondernemer. Er zijn namelijk tal van voorbeelden die aantonen dat er ook geteeld kan worden met slechts een deel van de gewasbeschermingsmiddelen. In plaats van het aanjagen en stimuleren van vakmanschap, wordt hier direct een gehele sector gestraft of zelfs verboden. Daarnaast worden emissies van nutriënten in een zin genoemd met gewasbeschermingsmiddelen, iets wat geen enkel verband kent. Emissies en uitspoeling van nutriënten is namelijk per teelt heel verschillend, maar wordt ook veelal bepaald door de weersomstandigheden, grondsoort en de aanwending van deze nutriënten. Het is dan ook onterecht en onjuist om deze in een adem mee te nemen met gewasbeschermingsmiddelen. Ook wordt er gezegd dat er steeds vaker een link gelegd wordt tussen gezondheidsaandoeningen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit wordt al jaren onderzocht en er is nog altijd geen verband gevonden. Het is dan ook onacceptabel dat de gemeente hiermee het gebruik ervan framed en in een kwaad daglicht zet. Wij als sector zullen direct maatregelen nemen wanneer er

daadwerkelijk een verband aangetoond wordt, maar wanneer alleen het tegendeel bewezen wordt mag hier geen actie op verwacht worden. Dat er gekeken moet worden naar volksgezondheid en waterkwaliteit staat niet ter discussie, de gehele agrarische sector is dan ook al jaren bezig wat al resulteert in een geweldige verduurzamingsslag. Zo is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen al met meer dan 11% af genomen en zijn er al gigantische stappen gezet voor het gebruik van biologische of alternatieve middelen. Door het stellen van doelen of het meegeven van een opgave aan de sector creëer je vooruitgang en zijn ongegronde teeltverboden niet meer nodig. Het inkrimpen van de veestapel wat al jaren gestimuleerd of zelfs afgedwongen wordt door de overheid, zorgt voor een ander probleem als het gaat over grondgebruik. Doordat er minder veevoer nodig is door deze trend, komt er op de landbouwgronden meer ruimte voor voedselproductie. Dit zorgt voor wisselingen in teelten, wat ook betekend dat er minder grasland zal zijn. Het afdwingen van behoud van grasland is dan ook erg hypocriet als men er zelf voor gezorgd heeft dat de koeien om dit gras op te eten, rustig aan verdwijnen.

Bestaande regels in het huidige omgevingsplan Er is uit voorzorg een spuitvrije zone van 50 meter tot gevoelige functies, waarvoor nog altijd geen juridische onderbouwing bestaat. De sector is voorstander voor het nemen van voorzorgsmaatregelen, maar ook deze dienen onderbouwd te worden. Het is niet makkelijker uit te leggen dan een tuin aangrenzend aan een agrarisch perceel, wanneer deze gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen, zou je toch verwachten dat er dan ook effecten zichtbaar moeten zijn in de tuin. Echter zijn er voldoende voorbeelden waarbij geen enkel effect zichtbaar is, maar toch wordt er een effect verwacht. Het zou goed zijn als de gemeente eerst wetenschappelijk bewijs afwacht alvorens deze 50 meter zone juridisch vast te leggen.

Juridische mogelijkheden Er wordt gesproken over het vergunningsplichtig maken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dit als mogelijkheid voor het toetsen van wenselijkheid op een bepaalde locatie. Echter dient hier ook juridische onderbouwing voor te zijn, wil men een vergunning dan kunnen weigeren, wat nog altijd niet het geval is. Daarnaast gaat een vergunningsverplichting een hele hoop werk met zich meebrengen, aangezien er dan op perceelsniveau een vergunning aangevraagd dient te worden, wat neer komt op duizenden vergunningen per jaar voor alleen gemeente Bernheze. Ook zal er gezorgd moeten worden voor controle en handhaving wanneer er gekozen wordt voor een vergunningsverplichting. Ook wordt er gesproken over het verbieden van teelten. Dit gaat een gigantische invloed hebben op de gehele landbouwsector binnen Bernheze, waardoor er juridische stappen gezet zullen worden om dit te voorkomen. Daarnaast zal er ook voorzien moeten worden in een passende schadevergoeding, die gigantisch op zou kunnen lopen tot in de miljoenen euro’s. Los daarvan is het ook niet wenselijk als bepaalde teelten zich hierdoor verplaatsen, wat hier voor een verbetering zou kunnen zorgen, maar wat elders voor nog meer negatieve milieueffecten zal zorgen. Nederland loopt immers voorop als het gaat over innovatie, reductie van middelen en verdere verduurzaming op alle mogelijke fronten.

Nadeelcompensatie wordt omschreven als ‘klein risico’ omdat het na verloop van tijd voorzienbaar is, als er maar genoeg gecommuniceerd wordt. Echter moet de maatregel nog altijd juridisch houdbaar en goed onderbouwd zijn. Mocht er een beperking rondom gewasbeschermingsmiddelen ingevoerd worden zonder juiste onderbouwing, is deze aanzich al niet juridisch houdbaar, waardoor nadeelcompensatie niet eens van toepassing gaat zijn. Het inperken van de het gebruik van

gewasbeschermingsmiddelen op basis van het voorzorgsprincipe is niet juridisch onderbouwd en zal altijd voorzien moeten worden met nadeelcompensatie. Richtinggevende voorstellen (ter opiniering) Het niet toestaan van het omdoen van grasland is een zeer grote ingreep in alle gebieden. Door de transitie die gaande is in de agrarische sector, ontstaan er steeds meer samenwerkingen tussen (melk)veehouders en akkerbouwers. Deze samenwerking zorgt voor een gewasroulatie op alle percelen, wat ten goede komt voor de bodem- en waterkwaliteit. Door op alle percelen ook zo nu en dan eens gras te zaaien, verbeterd dit het bodemleven op alle percelen, waardoor er in totaliteit een beter bodemleven en betere waterkwaliteit ontstaat. Het perceelsgewijs vasthouden aan één bepaalde teelt zoals grasland, heeft dus een negatief effect op bodem en water. Ook de gebieden waar gesproken wordt over een verbod op het scheuren van grasland, worden ook gezien als gebieden waar minder veehouderij gewenst is. Dit staat haaks op de wens om hier grasland niet meer te mogen omdoen. Daarnaast zal de waarde van deze gronden bij een scheurverbod per direct fors afnemen omdat deze maar voor een beperkte groep agrariërs meer geschikt is. De afwaardering van deze grond zal gecompenseerd dienen te worden, wat kan oplopen tot meer dan €50.000 per hectare.

Een ongekende hoge investering met gemeenschappelijk geld, wat ook nog eens tegengewerkt wordt door de eerder genoemde landelijke trend voor het terugdringen van de veestapel. Teeltondersteunende voorzieningen(TOV) worden gebruikt ter ondersteuning van de teelt, wat allerlei redenen kan hebben. Zo kunnen ze voorzien in reductie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, kunnen ze mislukte oogsten voorkomen of zorgen voor derving van de oogst door bijvoorbeeld verbranding door zonlicht of vraatschade voor vogels. TOV is dan ook een noodzaak voor bepaalde teelten. Het is begrijpelijk dat in het kader van landschapsvervuiling gekeken dient te worden wat waar mogelijk is, maar om op voorhand hele gebieden uit te sluiten is niet acceptabel. Wel kan er gekeken worden naar mogelijkheden voor landschappelijke inpassing of andere maatregelen. Daarnaast is het inperken van de grote van permanente TOV in het dekzandgebied haaks op de omgevingsvisie. Hierin wordt gesteld dat de intensieve agrarische sector zelfs meer ruimte zou krijgen in dit gebied, maar dit is een oppervlakte 4x zo klein. Om te voorkomen kan er wel voor gekozen worden om onderscheid te maken tussen ondernemers die hier gevestigd zijn, zodat de aantrekkingskracht van buurgemeenten te niet gedaan wordt.

Er wordt wederom gesproken over een verbod van bepaalde teelten binnen de Groene Gezonde Cirkels (GGC) wat ons inziens nooit passend is. Er kan een doel gesteld worden om met minder gewasbeschermingsmiddelen of milieueffecten te telen, maar wanneer een sierteelt biologisch wordt uitgevoerd, is er geen enkele reden om deze niet toe te staan binnen de GGC. Als laatste wordt er gesproken over een vergunningsplicht voor sier- en boomteelt. Dit terwijl het gaat over het dekzandgebied. Het is vrij onbegrijpelijk dat men in agrarisch gebied alsnog niet zelf kan bepalen wat er op eigen grond geteeld wordt. Ook in deze brengt vergunningsverplichting handhaving, controle en een hoop werk met zich mee. Dit is niet alleen onnodig maar ook nog eens erg duur. Kortom, wij zouden graag met de gemeente in gesprek gaan om te kijken naar alle (on)mogelijkheden voor het verder verduurzamen van de agrarische sector, haalbaar, betaalbaar en op basis van feiten. Stef van den Hurk ZLTO Bernheze (voorzitter)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e28dfa01-09a9-4758-b45d-3af373acbcd2