Bestuurlijke reactie rekenkamerrapport 'Doorwerkingsonderzoek Bestuursperiode 2018 2022
Tekst van het document
■ Z E
Rekenkamercommissie Bernheze
Behandeld door
Roel van Rijswijk
Uw brief van:
Telefoonnummer:
0412 458888
Uw kenmerk
Registratienummer: 42548/42553
Bijlage(n)
Onderwerp:
9 augustus 2023
Bestuurlijke reactie Rekenkamercommissie Doorwerkingsonderzoek
10 augustus 2023
Beste heer Langerwerf, Op woensdag 9 augustus 2023 ontvingen wij uw rapport met de titel 'Doorwerkingsonderzoek Bestuursperiode 2018-2022' met het verzoek hier vanuit het bestuur een reactie op te geven. Die reactie staat in deze brief. Uw conclusies Wij zijn blij om te lezen dat de rekenkamercommissie concludeert dat het college bij het meren deel van de aanbevelingen zichtbaar heeft gemaakt er serieus mee aan de slag te zijn gegaan. Het college hecht veel waarde aan de rekenkamercommissie en zou zich in een andere conclu sie niet herkennen, maar het is toch fijn dat de rekenkamercommissie een zelfde beeld heeft. Wij zijn eveneens blij om te lezen dat er een overwegend positief beeld is op de 11 afzonderlijke onderwerpen. Het feit dat de voortvarendheid op meerdere dossiers expliciet aan bod komt, is daarvan de getuigenis. Uw aanbevelingen Voor wat betreft de aanbevelingen beperken wij ons, in deze bestuurlijke reactie, tot de zaken die de rekenkamercommissie zelf heeft opgenomen onder het kopje aanbevelingen. We hebben opmerkingen over, bijvoorbeeld, de doelenboom, in dat kader, ter kennisgeving aangenomen. De passage over de betrokkenheid van de gemeenteraad bij de Regionale Woondeal is er een die we niet (volledig) herkennen, juist vanwege het feit dat de gemeenteraad meerdere keren in de gelegenheid is gesteld om de Regionale Woondeal uitgebreider te bespreken.
We zullen in deze reactie niet ingaan op dergelijke meningsverschillen, tenzij deze gepaard gaan met een van de vijf aanbevelingen in het rapport.
In algemene zin doet de rekenkamercommissie twee aanbevelingen. Beide hebben betrekking op de opvolging van aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Enerzijds beveelt de reken kamercommissie aan om op korte termijn (bijvoorbeeld 2 maanden) na het raadsbesluit in de vorm van een Nti een beknopt plan van aanpak naar de raad te sturen met daarin: Wie Gemeentehuis De Misse 6 Postbus!9, 5384ZG Heesch Telefoon 0412 458888 Bij voorkeur digitaal www bernheze org gemeente@bernheze org
gaat het doen, op welke manier, welke aandachtspunten, wanneer resultaat/rapportage, op welke wijze wordt de raad bij de verdere uitwerking betrokken. An derzijds is de aanbeveling om bij het uitwerken of opvolgen van elke aanbeveling in de rapportages, beleidsdocumenten en waar nodig in de raadsvoorstellen een duidelijk verwijzing naar de aanbeveling waar op het betrekking heeft wordt opgenomen. Het college is, net als de rekenkamercommissie, in het kader van de eerste aanbeveling huiverig voor te uitgebreide (extra) rapporten, maar deelt over de volle breedte het standpunt en onderschrijft daarom beide genoemde aanbevelingen.
De rekenkamercommissie heeft, naast deze twee algemene aanbevelingen, nog drie andere aanbevelingen. Deze aanbevelingen hebben specifiek betrekking op een van de onderliggende doorwerkingsonderzoeken. Wij behandelen ze in deze bestuurlijke reactie op dezelfde volgorde als de volgorde in het rapport van de rekenkamercommis sie. 1. Verbeteren Begroting/P&C-cyclus Om de geconstateerde onevenwichtigheid tussen financiën en beleid te verminderen, zou de taak van de auditcommissie uitgebreid moeten worden. Deze commissie zou niet alleen de raad moeten adviseren over de kwaliteit van de jaarrekening, maar ook over de kwaliteit van het jaarverslag. Wij beoordelen het advies van de rekenkamer om de taken van de auditcommissie te verbreden als een heel logisch advies. De jaarstuk ken bevatten immers de jaarrekening én jaarverslag. Het zijn samenhangende stukken die door de raad kunnen worden gebruikt voor haar controlerende taak. Het jaarverslag beschrijft de prestatie die de gemeente gerealiseerd heeft en de financiële hoofdlijnen. In de jaarrekening worden de cijfers toegelicht. Er mag van uit worden gegaan dat bei de onderdelen aan de gestelde kwaliteit voldoet en evenwichtige aandacht krijgt van de gemeenteraad. 2. Relatie gemeente RNOB Uit het doorwerkingsonderzoek AFC blijkt dat de informatie-uitwisseling ondanks de ingestelde regiotafel nog niet optimaal verloopt.
We hebben een soortgelijke constate ring gedaan tijdens de besprekingen over de regionale prioriteiten. We zijn daarbij wel iswaar tot andere conclusies gekomen dan de voorliggende aanbeveling van de reken kamercommissie. In de conclusies zoals wij die, in gezamenlijkheid, tijdens de com missie Bestuur en Strategie, hebben getrokken, delen wij de verantwoordelijkheid. Zo is het zeker de taak van de bestuurders om actief te informeren, maar is het ook een taak van de gemeenteraad om het aan de orde te stellen wanneer men het gevoel heeft dat dit niet het geval is. Daarnaast is er expliciet gesproken over de rol en de ver antwoordelijkheden van de regiotafel. Ook de leden van deze tafel, constateerden de commissieleden, hebben een verantwoordelijkheid voor wat betreft het actief delen van informatie. Het bestuur gelooft dat er met deze afspraken een eerste aanzet is om de informatiestroom beter op gang te brengen. Wij geloven dat een periodieke NTI hier weinig tot geen meenvaarde in zal hebben. We zullen de gemeenteraad dan ook ont raden om deze aanbeveling over te nemen.
3. VAB-beleid Het eindoordeel van de RKC over de uitvoering van de aanbevelingen VAB-beleid is een onvoldoende. De reden is dat er geen informatie kan en kon worden gegeven op welke wijze die aanbevelingen zijn opgepakt en uitgewerkt. Het feit dat het VAB-Beleid bij de Transitie Landbouw hoort is op zich prima maar dat laat onverlet dat er nog steeds kwantitatieve gegevens nodig zijn. Wij onderschrijven deze conclusie en de
-2-
daarbij horende aanbeveling, ondanks dat er wel veel werk verricht is. Het bestuur hecht er waarde aan om niet te lang stil te staan bij het verleden, maar ons te richten op de toekomst. Daar horen bij stappen bij om te voorkomen dat er in een eventueel volgend doorwerkingsonderzoek soortgelijke conclusies moeten worden getrokken. Om hiertoe te komen zal het college een programmamanager aantrekken welke de opdracht krijgt om een evaluatie en herijking van het Programma Transitie Landbouw uit te voeren. De evaluatie en voortgang, alsook de terugkoppeling daarop richting ge meenteraad zal onderdeel uitmaken van deze evaluatie en bij het opstellen van een nieuw of herijkt programma.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, i.
Peggy Hurkmans secretaris
«htoine Walraven waarnemend burgemeester
-3-