CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie college inzake VAB beleid

Commissie Ruimtelijke Zaken 23 juni 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Rapport rekenkamercommissie Onderzoek naar het Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) beleid in Bernheze1.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek inzake VAB-beleid Bernheze

Bijlage bij brief aan rekenkamercommissie, 13 april 2021 1. Reactie op het rapport Zoals de rekenkamercommissie terecht constateert, verdiende het VAB-beleid in de onderzochte periode tussentijds bijstelling. Deze bijstelling heeft in 2018 en 2020 plaatsgevonden. Ook constateert de rekenkamercommissie terecht dat veel kwantitatieve effecten niet in beeld zijn. Tegelijkertijd constateert de rekenkamercommissie dat het huidige beleid effectief lijkt en de raad op gezette tijden is geïnformeerd over- of via zienswijze of besluitvorming betrokken was bij- de effectuering van het beleid. Denk aan de vele voorgelegde initiatiefvoorstellen voor bestemmingsplanwijziging. De (ambtelijke en bestuurlijke) focus en prioriteit heeft gelegen in het daadwerkelijk meewerken aan en realiseren van initiatieven gericht op bedrijfsbeëindiging van intensieve veehouderij (conform beleid gericht op het bewerkstelligen van geur-emissie) en herbestemmen en/of verwijderen van agrarische bebouwing. Dat dit beleid effectief is geweest, bewijst de inhoud van de Notitie Ter Informatie die wij in februari aan de raad hebben gezonden. (Een reductie van ca. 615.000 odeurunits; ca. 3800Kg fijnstofreductie; ca. 40.000 kg NH3 ammoniakuitstoot en de sloop van ca. 50.000m2 aan stal- en/of bedrijfsruimte en een reductie van ca. 34.000 varkens).

Mede door de grote opgave, de beperkte ambtelijke capaciteit en de hiervoor genoemde focus en prioriteitstelling, constateert de rekenkamercommissie terecht dat er geen inzicht is verschaft kunnen worden in aantallen gereduceerde kippen, geiten, etc. Deze informatie is niet apart geregistreerd. Desgewenst is dit nog te achterhalen uit de ingetrokken milieuvergunningen. Het is echter de vraag of daar (ook) nu prioriteit aan moet worden gegeven c.q. extra (ambtelijke) capaciteit op moet worden ingezet. Specifieke doelstellingen naar diersoorten e.d. waren ook niet gesteld. Wanneer reductie van de veestapel op zich een doelstelling zou zijn geweest, kan een dergelijke registratie van belang zijn om bij te kunnen sturen. Vooralsnog ligt de focus of het faciliteren van agrariërs die willen stoppen; het stimuleren dat er een reductie plaats vindt van emissies en het voorkomen van leegstand en ongewenst gebruik van vrijkomende bebouwing. Naar het oordeel van het college wordt de raad daarover adequaat geïnformeerd en heeft zij zicht op de resultaten. Desalniettemin is (zie ook de conclusies/aanbevelingen van de rekenkamercommissie) met ingang van januari 2021 extra ingezet op programmatische sturing en beheersing van de transitie landbouw in Bernheze met de (tijdelijke) aanstelling van een programmamanager en voortzetting van de begeleiding van agrariërs.

Naast het VAB-beleid hebben ook vele andere regelingen en werkzaamheden bijgedragen aan doel agrariërs te faciliteren bij beëindiging van intensieve veehouderij en vrijkomede bebouwing te amoveren. Denk aan o.a. de stoppersregeling en het ingestelde versnellingsteam. Ca. 60 ondernemers hebben hiervan gebruik gemaakt. Ook is het instrument “VAB-impuls” waarmee agrariërs geholpen worden het proces van stoppen in te gaan, vanuit de gemeente zeer ondersteund. In samenwerking met de provincie en de door hen aangetrokken specialisten/begeleiders, is gebruik gemaakt van de Voucherregeling door (potentieel) stoppende varkenshouders. Het aantal toegekende VAB-vouchers is op dit moment 26. Daarmee staat Bernheze in Brabant op de 5e plaats (wat voor het college geen doel op zich is). Dankzij de actieve houding van de gemeente en de vele keukentafelgesprekken, hebben Agrariërs in Bernheze op deze

wijze t.w.v. € 114.000, -- ondersteuning gekregen en is voor de gemeente een goed netwerk met adviseurs en nauwe samenwerking met de Provincie bereikt.

Conclusies 1.1. en 1.2. Inzicht in kwantitatieve inzet. Hoewel de gevoerde keukentafelgesprekken met agrariërs een algemeen beeld gaven dat in de komende jaren ca. 2 fte benodigd zou zijn voor het faciliteren van de stoppers, zijn er geen overzichten gemaakt wie of in welke mate welke transitie wenste door te maken (stoppen, bedrijfsvoering wijzigen, nevenfunctie starten, over gaan naar ondernemen in een andere branche, etc.). Ook zal zo’n kwalitatieve inschatting altijd een inschatting zijn omdat enerzijds niet iedereen zijn wensen vooraf wil delen; anderzijds keuzes ook soms kort tevoren worden gemaakt. Sturen op aantallen of inschatten hoeveel van welke transitie en met welke inzet moet worden gefaciliteerd, zal altijd erg lastig blijven. Desalniettemin neemt het college de conclusie en aanbevelingen over en wordt vanuit het programma transitie landbouw Bernheze gewerkt aan een beter kwantitatief inzicht. De gehouden keukentafelgesprekken waren vertrouwelijk. 1.3. / 1.4. Financiële consequenties De commissie constateert terecht dat de directe financiële consequenties van VAB-beleid in eerste instantie er een is voor de betreffende agrariër en vervolgens voor subsidiërende partijen niet zijnde de gemeente. De extra werkzaamheden voor bijvoorbeeld het direct en planologisch faciliteren van het VAB-beleid zijn geraamd op ca. 2 fte.

Een deel van de financiële consequenties volgt, zoals terecht wordt gesteld, in latere jaren. Zo ontvangt de gemeente bijvoorbeeld voor elke gerealiseerde Ruimte-voor-Ruimte-titel via de investeringsmaatschappij Ruimte voor-ruimte, vanaf de 30e gerealiseerde titel een stimuleringsbijdrage van de provincie van € 50.000, --. (De teller staat nu op 29).

1.5. Extra inzet Zoals bekend wordt er niet expliciet tijd geschreven. Het is dus juist dat niet is bijgehouden hoeveel tijd er bijvoorbeeld is besteed aan het in behandeling nemen van initiatiefvoorstellen die het gevolg zijn van het VAB-beleid of het gevolg van ander beleid en of keuzes van de initiatiefnemer. Om de effecten van het VAB-beleid (op benodigde ambtelijke inzet) te kunnen toetsen zou dit een interessante indicator kunnen zijn. De vraag die wij ons stellen is echter of het niet meer tijd kost om een goed beeld te krijgen in welke mate een voorstel het gevolg is van VAB-beleid en in welke mate de ambtelijke inspanning daaraan te relateren is. Een terechte constatering dus maar het college is terughoudend om voor te stellen hierop de werkwijze aan te passen.

De commissie stelt dat niet kan worden vastgesteld in hoeverre het vastgestelde beleid inclusief de latere aanvullingen en verfijningen doelmatig en doeltreffend is geweest. Naar het oordeel van het college is echter wel vast te stellen dat het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest. Al was het maar dat in die periode in de gemeente 90 ruimte-voor-ruimte-woningen zijn gerealiseerd met daarbij behorende dito aanvragen. En dat de reductie van odeur en aantallen varkens zijn zoals eerder gerapporteerd. De mate waarin dat komt door ons VAB-beleid of door een combinatie van factoren welke deels buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen, is inderdaad niet vast te stellen.

Wij vragen ons daarbij ook af in hoeverre dat van toegevoegde waarde is als voldoende kan worden bewaakt dat de inspanning die de gemeente levert, de kosten die zij daarvoor maakt en de zichtbare resultaten van de transitie in de landboud, al voldoende indicatoren zijn.

8. Aanbevelingen: Het college is content met de constatering dat ook de rekenkamercommissie constateert dat het huidige VAB-beleid kwalitatief voldoende in de steigers staat. Overigens gaan wij inmiddels verder door naast VAB-beleid ook via de nieuwe economische visie (hoofdstuk buitengebied en agrarische sector), het in de maak zijnde omgevingsplan en een gebiedsgerichte aanpak, de transitie van de landbouw gericht en maximaal te faciliteren. Het college onderschrijft de aanbeveling dat het wenselijk is meer kwantitatieve inzichten te verzamelen en te bewaken teneinde daar desgewenst ook meer op te kunnen sturen. Het college maakt daarbij wel de kanttekening dat invloedssfeer van de gemeente beperkt is, er niet op voorhand veel specifieke kwalitatieve doelstellingen door de gemeente worden bepaald en veel informatie door betrokken agrariërs als concurrentiegevoelig en of privé worden beschouwd waardoor ook hier van vooraf bedacht planmatig te werk gaan, zijn beperkingen kent. Desalniettemin heeft het college al besloten een betere kwalitatieve en kwantitatieve bewaking onderdeel te laten zijn van de programmatische aanpak transitie landbouw in Bernheze. En dat rijkt verder dan alleen VAB-beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=cd8e1564-2b98-4e8a-9393-82c7a3eb2a8e