Bestemmingsplan Toelichting Bijlage 18 - Oplegnotitie Externe veiligheid 2021 en Externe veiligheidsonderzoek 2019
Tekst van het document
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
1 21 april 2021 Projectgroep Heesch West Armando Aerts Jan Willem van Veen
Antea Group
Vervolgwerkzaamheden Milieueffectrapport en bestemmingsplan Regionaal Bedrijventerrein Heesch West 0419174.300 Aanvulling onderzoek externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West
In het kader van de plan- en besluitvorming over het Regionaal Bedrijventerrein Heesch West is in juni 2019 een voorontwerpbestemmingsplan en milieueffectrapport (MER) gepubliceerd. Voor het voorontwerpbestemmingsplan en MER zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, waaronder een onderzoek naar de gevolgen van het voornemen voor de externe veiligheid in en rondom het plangebied. Na juni 2019 zijn door voortschrijdende inzichten bestuurlijke besluiten genomen die hebben geleid tot gedeeltelijke aanpassing van het programma en het stedenbouwkundig ontwerp voor Heesch West. Deze aanpassingen hebben gevolgen voor het onderzoek naar externe veiligheid zoals dat in juni 2019 als bijlage van het MER is gepubliceerd. In deze ‘Aanvulling onderzoek externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West’ wordt ingegaan op de relevante aanpassingen en de gevolgen die deze aanpassingen hebben op het eerder uitgevoerde onderzoek. Planaanpassingen De volgende aanpassingen van het programma en het stedenbouwkundig ontwerp voor Heesch West zijn na juni 2019 doorgevoerd: • Geen windturbines meer; • Verkleining van het oppervlak waar bij afwijking en onder voorwaarden milieucategorie 5.1 kan worden toegestaan van ca. 36 ha naar ca 6 ha; • Aanscherpen vestigingsvoorwaarden/toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgeving (geluid, geur) en locatiefactoren (bijv.
aardgasvrij, water); • Binnen de 80 ha meer ruimte voor regionale bedrijvigheid, onder meer door herverkaveling van het westelijk deel; • Optimalisatie van de westelijke aansluiting op de snelweg bij Nuland, gunstig voor verkeerseffecten, m.n. bij Nuland en beperktere aantasting NNB; • Optimalisatie van het verkeersplein Weerscheut-Bosschebaan; • Vrachtwagenverbod op de Weerscheut richting Vinkel en Verlaging van de snelheid op de Zoggelsestraat bij Heesch. Gunstig voor verkeers- en geluideffecten langs de Weerscheut, in Vinkel en langs de Zoggelsestraat, • Het landschapspark wordt door een landschapsarchitect nader uitgewerkt in participatie met omgevingsbelangen met aandacht voor wensen omgeving, koppelkansen biodiversiteit en Peelrandbreuk.
blad 1 van 2
Gevolgen van de planaanpassingen voor het onderzoek externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Geen windturbines meer Van de bovenstaande planaanpassingen is met name het verwijderen van de windturbines uit het plan relevant voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid. In 2019 werden (licht) negatieve effecten verwacht ten aanzien van het plaatsgebonden risico en vanwege mogelijke domino-effecten. Doordat er geen windturbines meer worden toegestaan op Heesch West komen deze (licht) negatieve effecten te vervallen. Verandering milieucategorie, vestigingsvoorwaarden en herverkaveling Vanwege de inwaartse zonering en de planregel dat risicovolle inrichtingen slechts zijn toegestaan als de PR 10-6contour uitsluitend binnen het eigen bouwperceel gelegen mag zijn (m.u.v. waterstoftanks incl. bijbehorende voorzieningen) hebben de aanpassingen aan milieucategorieën, vestigingsvoorwaarden en verkaveling geen gevolgen voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico. Ook na de aanpassingen liggen er namelijk geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren van eventuele nieuwe risicobronnen. Ten aanzien van de waterstoftanks is geregeld dat deze op tenminste 55 m van (geprojecteerde) kwetsbare objecten gerealiseerd moeten worden. Dit is de vastgestelde invloedsgebied voor waterstoftanks, onder de omgevingswet.
Dit betekent impliciet ook dat de PR 10-6 contour van deze installaties niet over kwetsbare objecten kunnen komen te liggen. Ook de beoordeling van het groepsrisico verandert niet. Er vinden geen veranderingen plaats in de mogelijkheid om risicovolle activiteiten (waaronder opslag van gevaarlijke stoffen) toe te staan en het aantal personen op het bedrijventerrein verandert niet of nauwelijks ten opzichte van het plan uit 2019. Het groepsrisico neemt ook na de planaanpassingen nog enigszins toe. De licht negatieve beoordeling uit 2019 is dus ook na de planaanpassingen nog van toepassing op het plan. Optimalisatie verkeersstructuur en vrachtwagenverbod op de Weerscheut De planaanpassingen leiden niet tot een toename van het transport van gevaarlijke stoffen. In het onderzoek uit 2019 is al geconstateerd dat het vervoer van gevaarlijke stoffen geen relevant effect heeft voor het plaatsgebonden risico. Deze conclusie verandert niet als gevolg van de planaanpassingen. Nadere uitwerking landschapspark De nadere uitwerking van het landschapspark heeft geen directe relatie met het aspect externe veiligheid.
blad 2 van 2
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West
projectnummer 0419174.00 definitief 3 mei 2019
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West
projectnummer 0419174.00 definitief revisie 02 3 mei 2019
Adviesgroep SAVE
Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West Wolvenhoek 1 5211 HH S HERTOGENBOSCH
Colofon Projectgroep bestaande uit Roel Kouwen Jeroen Eskens
datum vrijgave 3 mei 2019
beschrijving revisie 02 definitief
goedkeuring drs. H.W. Lindeboom
vrijgave drs. T. Artz
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
1 2 2
2
Beleidskader
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemene begrippen Besluit externe veiligheid buisleidingen Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Beleidskader windturbines Gemeentelijk beleid externe veiligheid
3 5 5 6 8
3
Uitgangspunten alternatieven en windturbinevarianten MER
9
3.1 3.2 3.3
Programma Te onderzoeken alternatieven in het MER Te onderzoeken windturbinevarianten in het MER
9 11 12
4
Analyse risicobronnen
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Inleiding (Beperkt) kwetsbare objecten Ligging bestaande risicobronnen Rijksweg A59 LPG-tankstation Bosschebaan 116 Hogedruk aardgastransportleidingen Overige risicobronnen (op afstand) Nieuwe risicovolle activiteiten op het bedrijventerrein Vergelijking alternatieven
15 15 16 16 18 20 22 22 23
5
Analyse windturbines
27
5.1 5.2 5.3
Variant 1a en 1b: Hoge / lage windturbines centraal op het bedrijventerrein Variant 2a en 2b: Hoge / lage windturbines in Energiepark Vergelijking varianten
27 32 37
6
Voorkeursalternatief
39
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2
Optimalisatie alternatieven naar voorkeuralternatief Effecten voorkeursalternatief Beschouwing risicobronnen bedrijventerrein Vergelijking voorkeursalternatief met MER-alternatieven Effecten windturbines Effecten windturbines voorkeursalternatief Vergelijking voorkeursalternatief met MER-windturbinevarianten
39 41 41 43 43 44 48
7
Verantwoording groepsrisico
49
7.1 7.2 7.3 7.4
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid
49 51 51 53
Bijlage 1: QRA hogedruk aardgastransportleiding Uitgangspunten Bevolkingsinventarisatie Resultaten 59
56 56
Bijlage 2: Verklaring modellering LPG-tool Huidige situatie Toekomstige situatie
Bijlage 3: Rapportage LPG-tool Bijlage 4: Analyse effecten windturbines op hogedruk aardgastransportleidingen
61 62
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West (gemeenten 's Hertogenbosch, Oss en Bernheze) is voornemens om een nieuw regionaal bedrijventerrein te ontwikkelen langs de A59 bij Heesch. Zoals geformuleerd in het Masterplan Regionaal Bedrijventerrein Heesch West gaat GR Heesch West zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. Het plangebied waarbinnen de ontwikkeling van Regionaal Bedrijventerrein Heesch-West is voorzien is weergegeven in figuur 1.1 en 1.2.
figuur 1.1 Ligging van het plangebied in de regio
Blad 1 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 1.2 Gedetailleerde begrenzing plangebied
1.2
Doel Voor het bedrijventerrein wordt een bestemmingsplan- en m.e.r.-procedure doorlopen. In het kader van deze ruimtelijke procedures dienen verschillende aspecten te worden onderzocht, waaronder externe veiligheid. In dit rapport is het aspect externe veiligheid verder uitgewerkt. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke risico’s vanuit de omgeving een beperking op kunnen leggen aan de ontwikkelingen binnen het plangebied. Ook andersom wordt gekeken: welke effecten de risicovolle activiteiten op het bedrijventerrein kunnen hebben op de omgeving.
1.3
Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot externe veiligheidsbeleid; In hoofdstuk drie zijn de uitgangspunten voor de te onderzoeken alternatieven en de windturbinevarianten in het MER weergegeven; In hoofdstuk vier zijn de effecten van de risicobronnen in relatie tot hun risiconiveaus beschouwd en is een vergelijking van de effecten van de alternatieven weergegeven; Hoofdstuk vijf bevat de analyse van de effecten van de windturbinevarianten in relatie tot hun risiconiveaus; In hoofdstuk zes zijn de uitgangspunten van het voorkeursalternatief voor het bedrijventerrein en de windturbines afgebakend en de effecten van dit voorkeursalternatief in relatie tot hun risiconiveaus beschouwd; In hoofdstuk zeven worden elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen.
Blad 2 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2
Beleidskader
2.1
Algemene begrippen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
figuur 2.1 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Blad 3 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in kwetsbare en kwetsbare objecten, waar veel mensen gedurende enige tijd verblijven: Onder kwetsbare objecten vallen in ieder geval ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, scholen en burgerwoningen, kantoren groter dan 1.500 m2 en ”gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn”. Deze laatste categorie is niet nader gedefinieerd in het Bevi. Onder beperkt kwetsbare objecten worden o.a. verstaan: Verspreid liggende woningen, dienst- en bedrijfswoningen, kantoren met minder dan 1.500 m2, sporthallen, zwembaden, speeltuinen, sportterreinen, kwampeerterreinen. Omdat op het bedrijventerrein (grootschalige) logistieke en industrie mogelijk wordt gemaakt is het van belang om op te merken dat een object zo kwetsbaar is als het meest kwetsbare gedeelte. Dit houdt bijvoorbeeld in dat voor een distributiecentrum geldt dat als er een kantoor van meer dan 1.500 m2 in het gebouw zit, het gehele distributiecentrum volgens de letter der wet als kwetsbaar object beschouwd moet worden. Met de invoering van de omgevingswet, zal het compartimenteren van gebouwen, waarbij het ene gebouwdeel als kwetsbaar en het andere gebouwdeel als beperkt kwetsbaar kan worden aangewezen, mogelijk worden gemaakt.
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
figuur 2.2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Blad 4 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.2
Besluit externe veiligheid buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb brengt het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen op dezelfde lijn als het beleid voor inrichtingen en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hier geldt eveneens een grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico alsmede een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan geeft de ligging weer van de in het plangebied aanwezige buisleidingen alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt vier of vijf meter aan weerszijden van een buisleiding gemeten vanuit het hart van de buisleiding.
2.3
Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Knelpunt hierbij is dat er geen plafond bestaat voor de omvang en samenstelling van dit vervoer. Theoretisch kan het vervoer ongelimiteerd toenemen, met dan eveneens ongelimiteerde gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Het beleid achter het landelijke Basisnet is dat een plafond vastgesteld is voor dit vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Basisnet maakt onderdeel uit van het wettelijke kader van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dat per 1 april 2015 vastgesteld beleid is. Plasbrandaandachtsgebied Met de komst van het Basisnet en het Bevt is ook een nieuw toetsingselement toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied. Uitgaande van deze komende wetgeving betreft dit een strook van 30 meter, gemeten vanaf de buitenzijde van het buitenste spoor of de rand van de weg. Het plasbrandaandachtsgebied is geen zone waarbinnen verboden geleden zoals bij het plaatsgebonden risico. Bij het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten binnen dit gebied moet onderzocht worden hoe schade en letsel ten gevolge van een ongeval met brandbare vloeistoffen beheerst kan worden.
Indien de bouw of aanpassing van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het plasbrandaandachtsgebied is toegelaten, gelden op grond van het Bouwbesluit en de bijbehorende ministeriele regeling extra bouwvoorschriften. Regeling Basisnet In de Regeling Basisnet is ingespeeld op de ontwikkelingen rondom basisnet Weg, Water en Spoor. Veranderingen die vanwege de ontwikkelingen omtrent Basisnet zijn doorgevoerd, betreffen de volgende: berekeningen van PR 10-6/jr.-contouren voor (rijks)wegen en spoorlijnen opgenomen in het Basisnet zijn niet meer nodig, aangezien veiligheidszones zijn gegeven die als plaatsvervangend voor de PR 10-6/jr.-contouren gelden; bij vaarwegen is een onderscheid gemaakt tussen 'rode' en 'zwarte' vaarwegen afhankelijk van het type schip dat over deze vaarweg stoffen vervoert. Tevens is aangegeven welke transporthoeveelheden dienen te worden gehanteerd bij risicoberekeningen. Deze aantallen zijn zo gekozen dat ze geen PR 10-6/jr.-contour veroorzaken die buiten de vaarweg is gelegen. Vaarwegen die niet in de Regeling worden genoemd, hebben geen noemenswaardige risicocontouren; Bij de berekening van het groepsrisico voor zowel Weg, Water als Spoor dienen de getallen uit de Regeling te worden gebruikt. In het geval van de Weg wordt alleen nog gebruik gemaakt van de hoeveelheid vervoerde eenheden uit stofcategorie GF3(LPG en vergelijkbare stoffen).
Blad 5 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.4
Beleidskader windturbines Windturbines moeten aan strenge internationale veiligheidseisen voldoen, die zijn geregeld via IEC- en NEN-normering. Het ontwerp van de turbine wordt gecontroleerd op onder andere de sterkte van de constructie, elektrische veiligheid en bliksembeveiliging. In het Activiteitenbesluit is voorgeschreven hoe vaak een windturbine geïnspecteerd dient te worden en dat de turbine buiten werking moet worden gesteld bij een redelijk vermoeden van een gebrek, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Een incident is echter nooit geheel uit te sluiten, waardoor altijd risico’s aanwezig zijn. Voorbeelden van incidenten zijn het afbreken van een blad, het doorbreken van de mast of ijsafwerping 1. Er zijn twee risicoscenario's te onderscheiden: 1. direct risico voor aanwezige personen/passanten in de nabijheid van een windturbine; 2. het risico op domino-effecten met nabijgelegen risicobronnen (risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen, buisleidingen), waardoor het risico voor omwonenden toeneemt. Het borgen van de veiligheid is geregeld in diverse wetten en besluiten, waarvan het Activiteitenbesluit de belangrijkste is. Hierin zijn normen gesteld voor de minimale afstand die moet worden aangehouden tussen windturbines en (beperkt) kwetsbare objecten.
Uit andere besluiten volgen eisen over de afstand tussen windturbines en bijvoorbeeld buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) of risicovolle bedrijven (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Tenslotte adviseren verschillende belanghebbende partijen met eigendommen zoals gasleidingen en hoogspanningskabels (Gasunie en TenneT bijvoorbeeld) bepaalde afstanden in acht te nemen. In het Handboek risicozonering windturbines zijn de wet- en regelgevingen, richtlijnen en adviesafstanden gebundeld en toegelicht. Dit handboek is in 2000 opgesteld en geactualiseerd in 2005, 2013 en 2014 (versie 3.1). In de volgende paragrafen is per aspect omschreven welke wet- en regelgeving en beleidskaders van toepassing zijn. (Beperkt) kwetsbare objecten en windturbines Het Activiteitenbesluit geeft de normstelling voor het plaatsgebonden risico van windturbines. Kwetsbare objecten zijn niet toegestaan binnen de PR 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten niet binnen de PR 10-5-contour2 van windturbines. Het betreft niet alleen de feitelijk aanwezige objecten, maar ook geprojecteerde kwetsbare objecten. Dit zijn objecten die mogelijk opgericht kunnen worden binnen het vigerende bestemmingsplan.
Risicovolle inrichtingen en windturbines Risicovolle inrichtingen die vallen onder het Bevi dienen te voldoen aan de eisen voor het plaatsgebonden risico (geen kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour, beperkt kwetsbare objecten alleen onder zwaarwegende belangen). Bij de berekening van het plaatsgebonden risico van een risicovolle inrichting dient conform de voorgeschreven rekenmethodiek in de Handleiding Risicoberekening Bevi (HRB) ook de invloed van externe bronnen (zoals windturbines) meegenomen te worden. Dit betekent dat de plaatsing van windturbines ertoe kan leiden dat het plaatsgebonden risico van een nabijgelegen risicovolle inrichting dusdanig toeneemt dat er een conflict ontstaat met kwetsbare objecten in de omgeving. In de HRB is als drempelwaarde opgenomen 1
2
Het risico op ijsafwerping is met moderne preventiesystemen te mitigeren. Met deze systemen worden windturbines preventief stop gezet wanneer er door de weersomstandigheden risico is op ijsvorming. Het risico op ijsafwerping wordt daarom niet nader beoordeeld. Plaatsgebonden risicocontouren zijn contouren waarbinnen een bepaald risico (10-5/10-6) bestaat te komen te overlijden als gevolg van een incident met de windturbine.
Blad 6 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
dat indien de additionele toename van de faalfrequentie door toedoen van een externe bron lager is dan 10%, dit bij voorbaat verwaarloosd kan worden. De “omgekeerde werking” van domino-effecten -dat een incident in de omgeving een windturbine beschadigt- wordt niet beschouwd. Reden hiervoor is dat toxische- en plasbrand scenario’s een windturbine niet zullen beschadigen. Bij een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) is dit in theorie wel mogelijk. Door de geleiding van een ronde mast is het echter niet aannemelijk dat een dergelijke schokgolf de turbine zal doen omvallen. Buisleidingen voor vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zijn regels gesteld voor de aanleg van buisleidingen en de oprichting van objecten in de nabijheid daarvan. Hierin is geregeld dat binnen de PR 10-6 contour van buisleidingen geen kwetsbare objecten zijn toegestaan. Ook is hierin vastgelegd dat indien risico verhogende objecten (zoals windturbines) in de nabijheid van de buisleidingen worden gerealiseerd, er getoetst dient te worden of de buisleiding ook na plaatsing van de turbine nog voldoet aan de grenswaarden van het plaatsgebonden risico.
Dit betekent dat de plaatsing van windturbines ertoe kan leiden dat het plaatsgebonden risico van een nabijgelegen buisleiding dusdanig toeneemt dat er een conflict ontstaat met kwetsbare objecten in de omgeving. In het Handboek risicozonering windturbines is als drempelwaarde opgenomen dat wanneer de additionele toename van de faalfrequentie door toedoen van een windturbine lager is dan 10%, dit bij voorbaat verwaarloosd kan worden. Spoor, weg en water Indien een windturbine binnen het beheersgebied van Rijkswaterstaat of ProRail geplaatst wordt, dient een vergunning aangevraagd te worden. Bij de vergunningverlening zal onder meer getoetst worden aan het effect op vervoer van gevaarlijke stoffen en verkeersveiligheid van de relevante spoor-, vaar- of autoweg(en). Hier bestaat geen generiek toetsingskader voor. Voor de plaatsing van windturbines bij wegen die niet onder beheer van Rijkswaterstaat vallen bestaat geen vergunningplicht. Het effect op het vervoer van gevaarlijke stoffen dient dan in het kader van een goede ruimtelijke ordening beschouwd te worden. Als een windturbine over de weg draait dient hiervoor toestemming van de beheerder verkregen te worden. Hierbij zal mede gekeken worden naar de aspecten externe veiligheid en verkeersveiligheid.
De “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken” van Rijkswaterstaat hanteert een afstandscriterium van minimaal 30 meter (of minimaal de halve rotordiameter indien deze groter is) voor de plaatsing van windturbines nabij snelwegen. Plaatsing van windturbines binnen 30 meter uit de rand van de rijksweg wordt toegestaan indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Deze beleidsregel hanteert Rijkswaterstaat bij het verlenen van watervergunningen voor windturbines nabij wegen die onder hun beheer zijn.
Blad 7 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.5
Gemeentelijk beleid externe veiligheid De gemeente Bernheze gebruikt de Beleidsvisie externe veiligheid, gemeente Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd.
In deze beleidsvisie is de centrale ambitie dat de gemeenten streven naar het optimaliseren van externe veiligheid in de gemeenten. Deze hoofdambitie is uitgesplitst in zes deelambities. In ruimtelijke plannen de bestaande veiligheidssituatie zoveel mogelijk te optimaliseren en te beheren en het ontstaan van nieuwe externe veiligheidsknelpunten te vermijden. Dit wordt bereikt door allereerst de signalering van EV-relevante situaties te verbeteren door het maken van een signaleringskaart. De externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen te onderzoeken en bij ruimtelijke- of verkeersbesluiten rekening te houden met deze risico’s. Daar waar de provincie of de Rijksoverheid beheerder is van de transportassen, volgen de gemeenten de ontwikkelingen op het gebied van risico-inventarisatie en wet- en regelgeving actief. Zorg te dragen voor actuele en adequate milieu-, bouw- en gebruiksvergunningen bij risicovolle bedrijven; Zorg te dragen voor adequaat toezicht en handhaving van risicovolle bedrijven; Optimaal voorbereid te zijn op calamiteiten en rampen bij situaties waar de externe (on-) veiligheid aanwezig is.
Blad 8 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3
Uitgangspunten alternatieven en windturbinevarianten MER
3.1
Programma Doelgroepen bedrijventerrein Regionaal Bedrijventerrein Heesch-West gaat zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. Stedenbouwkundige opzet en functies Het plangebied heeft een totaaloppervlakte van circa 170 ha bruto. In figuur 3.1 is de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein weergegeven. Wegrestaurant de Lucht Tankstation de Lucht
Gemengde functie Koksteeg 18
Wijzigingsgebied bedrijventerrein
figuur 3.1 Functies regionaal bedrijventerrein Heesch West
In de alternatieven voor het MER is ervan uitgegaan dat het bestemmingsplan ruimte zal beiden aan de volgende functies: Bedrijven van milieucategorie 2 t/m 4.2 en bij afwijking 5.1; Bedrijfswoningen langs de zuidzijde; Het bestaande tankstation en wegrestaurant De Lucht; Duurzame energievoorzieningen, zoals zonneparken, twee tot drie windturbines en mogelijk waterstof als energiedrager; Openbare infrastructuur (ontsluitingswegen, fietspaden en dergelijke); Groen- en watervoorzieningen c.q. landschappelijke inpassing.
Blad 9 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bedrijventerrein In totaal biedt het bestemmingsplan 80 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. In het bestemmingsplan wordt in de eerste fase 50 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein rechtstreeks mogelijk gemaakt in het gebied ten noorden van de groene corridor. Hier zijn, op basis van de inwaartse zonering, voor verschillende bedrijfscategorieën bedrijven met milieucategorieën 3.2, 4.1, 4.2 en 5.1 mogelijk. Bevi-inrichtingen en Wgh-inrichtingen (‘grote lawaaimakers’) worden niet uitgesloten. In een tweede fase wordt uitgegaan van nog eens 30 hectare netto uitgeefbaar. Hiervoor wordt in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Hier zijn, op basis van de inwaartse zonering, voor verschillende bedrijfscategorieën bedrijven met milieucategorieën 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 mogelijk. Tankstation De Lucht Ter plaatse van het bestaande tankstation De Lucht ten noorden van het nieuwe bedrijventerrein is bedrijvigheid t/m categorie 3.1 toegestaan. Het tankstation is tevens een verkooppunt voor motorbrandstoffen en ondergeschikte detailhandel. Onderzocht wordt of op deze locatie een waterstofvoorziening kan worden gerealiseerd. Wegrestaurant De Lucht Ter plaatse van het bestaande wegrestaurant De Lucht, eveneens ten noorden van het nieuwe bedrijventerrein, is uitsluitend een restaurant toegestaan.
‘Gemengde functie’ Koksteeg 18 Voor het pand aan de Koksteeg 18 is de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen in het bestemmingsplan. In deze bestemming worden de functies horeca (niet zijnde nachtverblijf/hotelfunctie), vergaderfaciliteiten, informatiecentrum e.d. toegelaten. Woningen Aan de zuidzijde van het bedrijventerrein liggen bestaande en te behouden (burger) woningen. Duurzame energievoorzieningen Heesch-West is het meest duurzame bedrijventerrein van Brabant waarbij niet alleen ingezet wordt op energie (minimaal gebruik (o.a. gasloos), opwekking (wind en zon), opslag en transitie), maar ook op versterken groen, water, natuur en ecologie, duurzame mobiliteit en circulaire economie en materialisering.
Heesch-West is een gasloos bedrijventerrein; Binnen het bedrijventerrein zijn grondgebonden zonneparken alleen toegestaan in de zuidwesthoek, te weten drijvende zonnepanelen op een waterpartij. Tijdelijk zijn in het wijzigingsgebied in het zuidoosten van het bedrijventerrein beoogd. Op het overige deel van het bedrijventerrein zijn zonnepanelen alleen op daken mogelijk; In het Wind- en natuurpark kunnen twee tot drie windturbines worden gerealiseerd; Onderzocht wordt of het energieoverschot uit wind-, zonne-energie en mogelijk andere energiebronnen op het terrein kan worden omgezet in bijvoorbeeld waterstof. Deze waterstof kan weer dienen als brandstof voor de logistieke sector op het bedrijventerrein; Ook kan de energie worden opgeslagen in andere bronnen.
Blad 10 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Groen- en watervoorzieningen In de zuidwesthoek zijn groen- en watervoorzieningen gepland. Daarnaast is in het midden van het plangebied, in het Wind- en natuurpark een groene, landschappelijke corridor voorzien. Deze corridor kan ook ruimte bieden aan windturbines, mits deze milieutechnisch inpasbaar zijn. Verder zullen op het bedrijventerrein zelf groenvoorzieningen worden gerealiseerd. Ontsluiting Het bedrijventerrein ligt aan de A59 en wordt aan de noordzijde ontsloten via de parallelweg langs de A59, de Bosschebaan, ontsloten. Bij de aansluitingen op de afritten van de snelwegen wordt de parallelweg verbonden met deze aansluitingen, aan zowel de west- en oostzijde. De interne ontsluiting is in hoofdlijnen weergegeven in figuur 3.2.
figuur 3.2 Interne ontsluiting
3.2
Te onderzoeken alternatieven in het MER Alternatieven In het MER worden een tweetal ruimtelijke alternatieven onderzocht, namelijk een alternatief van 50 hectare (netto uitgeefbaar) en een alternatief van 80 hectare (netto uitgeefbaar). Binnen deze alternatieven zijn er varianten aan ten aanzien van de bedrijfscategorieën. In de varianten is gevarieerd tussen grootschalige logistiek en industriële bedrijvigheid, zodat een bandbreedte in de milieueffecten wordt weergegeven. Hierdoor zijn er vier alternatieve plansituaties voor de invulling van het bedrijventerrein voor het MER: Alternatieven Alternatief 1 50 ha netto: 80% logistiek / 20% industrie Alternatief 2 50 ha netto: 20% logistiek / 80% industrie Alternatief 3 80 ha netto: 80% logistiek / 20% industrie Alternatief 4 80 ha netto: 20% logistiek / 80% industrie
In onderstaande tabel is het beoordelingskader weergegeven.
Blad 11 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
tabel 3-1 Beoordelingskader externe veiligheid Milieuaspect Plaatsgebonden risico Groepsrisico Windturbines
3.3
Criterium Vanuit de omgeving naar het plangebied Vanuit het plangebied naar de omgeving Vanuit de omgeving naar het plangebied Vanuit het plangebied naar de omgeving Effect windturbines op veiligheidsrisico’s (plaatsgebonden risico en domino effecten)
Methodiek Kwantitatief/kwalitatief
Te onderzoeken windturbinevarianten in het MER Varianten windturbines In een eerdere fase van plan- en besluitvorming zijn de mogelijkheden en aandachtspunten voor windturbines op het bedrijventerrein onderzocht (Antea Group, 2015). Windturbines geven een relatief grote duurzame energieopbrengst, maar ook hinder op de omgeving en beperkingen voor het gebruik van het bedrijventerrein eronder. De Gemeenschappelijke Regeling heeft besloten de mogelijkheden voor 2 à 3 windturbines in de beoogde landschappelijke corridor tussen fase 1 en fase 2 verder te willen onderzoeken. Risicoafstanden Het externe veiligheidseffect van een windturbine is sterk afhankelijk van het formaat en eigenschappen van de windturbine. Over het algemeen geldt: hoe groter de windturbine, hoe groter de veiligheidsafstanden. Dit verband is echter niet geheel lineair omdat kleinere windturbines hogere draaisnelheden hebben, waardoor de werpafstanden juist toe kunnen nemen. In dit onderzoek worden in totaal vier windturbine varianten beoordeeld variërend in locatie en hoogte van de windturbines: één variant centraal op het bedrijventerrein (variant 1) en één variant in het Energiepark meer zuidelijk op het bedrijventerrein (variant 2). Voor beide locatievarianten wordt een variant met een hogere windturbine (a) en een variant met een lagere windturbine (b) onderzocht.
Windturbinevarianten Variant 1a centraal op het bedrijventerrein, hogere windturbines Variant 1b centraal op het bedrijventerrein, lagere windturbines Variant 2a centraal in het Energiepark, hogere windturbines Variant 2b centraal in het Energiepark, lagere windturbines
Alle varianten gaan uit van drie windturbines, conform de eis in het provinciaal beleid (Verordening Ruimte). Voor de varianten is uitgegaan van een lijnopstelling, omdat deze het makkelijkst landschappelijk en milieutechnisch is in te passen rekening houdend met het ontwerp voor het bedrijventerrein en de afstand tot omliggende woningen. Voor de a en b varianten is uitgegaan van de grootst mogelijk ‘realistische’ type windturbines. Deze windturbines, hun eigenschappen en de relevante veiligheidsafstanden zijn weergegeven in tabel 3-2.
Blad 12 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
tabel 3-2 Eigenschappen windturbinevarianten a-variant b-variant Bron Windturbinetype Nordex N131 Nordex N100 Uitgangspunt MER Vermogen per turbine 3-4,2 MW 2,5-3,3 MW Opgave fabrikant Vermogen drie turbines 9-12,6 MW 7,5-9,9 MW Opgave fabrikant Ashoogte 144 meter 100 meter Uitgangspunt MER Rotordiameter 131 meter 100 meter Opgave fabrikant Gewicht rotorblad 14,4 ton 11,2 ton Opgave fabrikant Bladlengte 65,5 meter 50 meter Opgave fabrikant Zwaartepunt rotorblad 22,9 meter 17,5 meter Vuistregel HRW Nominaal toerental 12,1 RPM 14,4 RPM Vuistregel HRW Werpafstand bij nominaal toerental 181 meter 140 meter Berekend conform HRW Werpafstand bij overtoeren 466 meter 371 meter Berekend conform HRW Tiphoogte 210 meter 150 meter Berekend conform HRW Overdraaicirkel/PR 10-5 contour 65,5 meter 50 meter Berekend conform HRW PR 10-6 contour* 182 meter 147 meter Berekend conform HRW *Berekend conform methodieken Handboek risicozonering windturbines (bijlage C), model zonder luchtkrachten
figuur 3.3 Locatie onderzochte windturbinevarianten
Blad 13 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bepalend voor het externe veiligheidseffect is de mate waarin windturbines in een bebouwde omgeving staan. Bij het vormen van de varianten is reeds rekening gehouden met externe veiligheid: er is afstand aangehouden tot bestaande (beperkt) kwetsbare objecten en andere relevante objecten in de omgeving. Als windturbines geplaatst worden door bedrijven zelf gelden andere regels ten aanzien van afstanden. Beoordeling effecten windturbines op plaatsgebonden risico De wet- en regelgeving op gebied van externe veiligheid is streng. Binnen de PR 10-5 contouren zijn geen beperkt kwetsbare objecten toegestaan en binnen de PR 10 -6 contour ook geen kwetsbare objecten. Enkele gebouwen en functies in het zuiden van het plangebied blijven behouden (5 (bedrijfs)woningen ten noorden van de Zoggelsestraat) en een mogelijke nieuwe kleinschalige horecavoorziening aan de Koksteeg). Hierop zal worden getoetst. De rest van de bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt en/of verliest de woonfunctie wanneer wordt overgegaan tot de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Daarnaast wordt getoetst aan de beperkingen voor bedrijven met kantoren binnen de veiligheidscontouren rondom windturbines.
Beoordeling domino effecten windturbines Naast een directe plaatsgebonden risico kan een windturbine ook domino effecten op risicovolle installaties of vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving veroorzaken. Hierdoor kan de faalkans van deze installaties toenemen en mogelijk ook de PR 10-6 contour en het groepsrisico, wat vervolgens weer tot knelpunten kan leiden als de PR 10-6 contour over kwetsbare objecten in de omgeving komt te liggen of het groepsrisico onacceptabel toeneemt. De kans op domino effecten op huidige en toekomstige risicovolle installaties worden kwalitatief beschouwd waarbij rekening wordt gehouden met zowel de huidige invulling van het bedrijventerrein als mogelijke toekomstige invulling. Domino effecten zijn mogelijk binnen de maximale effectafstand van de windturbines; de werpafstand bij overtoeren. In het algemeen (behalve bij risicovolle installaties met een uitzonderlijk lage initiële faalkans) geldt dat domino-effecten buiten de werpafstand bij nominaal toerental verwaarloosbaar zijn en daarmee niet beschouwd hoeven te worden. Over het algemeen kan dan ook gesteld worden dat de werpafstand bij nominaal toerental, de maatgevende afstand is voor domino-effecten In tabel 3-3 zijn de beoordelingscriteria voor de windturbinevarianten weergegeven. tabel 3-3 Beoordelingskader windturbinevarianten Aspect Plaatsgebonden risico
Domino effecten
Criterium Effect op aantal hectaren bedrijventerrein binnen PR 10-6 contour Beperkt kwetsbare objecten binnen PR 10-5 contour (geprojecteerd) kwetsbare objecten binnen PR 10-6 contour Kans op domino effecten op bestaande risicovolle installaties Kans op domino effecten op toekomstige risicovolle installaties. Kans op domino-effecten van calamiteit risicovolle installaties op windturbine (omgekeerde werking)
Blad 14 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4
Analyse risicobronnen
4.1
Inleiding Binnen en in de omgeving van het plangebied is een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig en is een aantal (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig. Paragraaf 4.2 bevat een beschrijving van de (beperkt) kwetsbare objecten, paragraaf 4.3 bevat overzicht van de risicobronnen. In paragraaf 4.4 t/m 4.7 zijn de effecten van de realisatie van het bedrijventerrein op de bestaande risicobronnen in het plangebied en omgeving weergegeven. In paragraaf 4.8 zijn de effecten van nieuwe risicovolle activiteiten op het bedrijventerrein weergegeven, zowel op bestaande (beperkt) kwetsbare objecten als bedrijven onderling. Paragraaf 4.9 bevat een vergelijking van de effecten van de alternatieven. In Hoofdstuk 5 zijn de effecten van de windturbinevarianten op externe veiligheid weergegeven, waarbij ook is ingegaan op domino effecten.
4.2
(Beperkt) kwetsbare objecten In en rond het plangebied bevinden zich in de huidige situatie verschillende kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Een deel hiervan verliest zijn functie in de toekomstige situatie na realisatie van Heesch-West. Voor woningen geldt dat deze als kwetsbaar object worden beschouwd als er zich binnen een hectare meer dan twee woningen bevinden. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zullen de meeste woningen in het plangebied worden verwijderd. Enkele woningen in het zuiden van het plangebied blijven behouden (5 woningen ten noorden van de Zoggelsestraat en 2 woningen op de hoek Koksteeg - Zoggelsestraat). Daarnaast ligt in de directe omgeving van het plangebied een aantal woningen (ten zuiden van de Zoggelsestraat, ten westen van de Weerscheut en ten noorden van de A59. Bij het wegrestaurant De Lucht ligt bebouwing voor horecavoorzieningen en vergaderfaciliteiten. Op basis van de mogelijkheden die het bestemmingsplan bied, moet dit wegrestaurant worden gezien als kwetsbaar object. In de toekomstige situatie kunnen bedrijfsgebouwen kwetsbare objecten vormen. Bedrijfsgebouwen met een inpandig kantoor van meer dan 1.500 m 2 moeten worden aangemerkt als kwetsbaar object. Ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten dient het plaatsgebonden risico in ogenschouw te worden genomen als norm- of richtwaarde (zie paragraaf 2.1).
Door de bedrijventerreinontwikkeling neemt de personendichtheid binnen een groot deel van het plangebied toe van enkele personen per hectare (buitengebied) tot circa 40 personen per hectare (industrieterrein met een gemiddelde dichtheid). Onderzocht is of deze toename aan personendichtheid gevolgen heeft voor het groepsrisico van de relevante risicobronnen. Ter plaatse van Koksteeg 18 wordt mogelijk een kleinschalige horecavoorziening / informatiecentrum gerealiseerd(bestemming ‘Gemengd’). Het vloeroppervlak mag conform de regels van het bestemmingsplan meer dan 1.500 m2 bedragen. Dit object moet dan ook gezien worden als een kwetsbaar object. Ook de overige bestaande bedrijven binnen en rondom het plangebied zijn vanwege de beperkte omvang en aantallen personen aan te duiden als beperkt kwetsbaar object.
Blad 15 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.3
Ligging bestaande risicobronnen Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn de volgende (bestaande) risicovolle inrichtingen aanwezig (zie figuur 4.1): Rijksweg A59 (transport gevaarlijke stoffen) LPG tankstations: o.a.De Lucht (opslag gevaarlijke stoffen) Hogedruk aardgasleiding (transport gevaarlijke stoffen)
LPG-tankstation De Lucht Rijksweg A59
Hoge druk aardgasleiding
figuur 4.1 Risicobronnen in de omgeving van het plangebied (bron: www.risicokaart.nl)
In de volgende paragrafen zijn al deze risicobronnen beschouwd in relatie tot het voorgenomen bedrijventerrein Heesch-West. Daarnaast biedt Heesch-West ook ruimte aan risicovolle inrichtingen. In de analyse van bestaande en nieuwe risicobronnen zijn beschouwd: Het plaatsgebonden risico Het groepsrisico en of verantwoording van het groepsrisico van toepassing is Het eventuele plasbrandaandachtsgebied of belemmeringenstrook Zoals al gesteld wordt in Hoofdstuk 5 specifiek ingegaan op de risico-effecten van windturbines.
4.4
Rijksweg A59 Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich de Rijksweg A59. Over deze weg vindt, conform de Regeling basisnet, vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
Blad 16 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over Rijkswegen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat vermeld dat er voor de A59 ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10-6-contour van 0 meter (wegvak B78). Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied Voor de A59 geldt conform de Regeling basisnet geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) ter hoogte van het plangebied. Er gelden hierdoor geen aanvullende bouwvoorschriften in relatie tot het PAG. Groepsrisico Het plangebied van bedrijventerrein Heesch-West is binnen 200 meter van de A59 gelegen. Het groepsrisico dient daarom conform het Bevt inzichtelijk te worden gemaakt. In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor deze weg aangegeven die dient te worden gehanteerd bij het bepalen van het groepsrisico (het aantal transporten GF3 per jaar). Voor de A59 ter hoogte van de ontwikkelingslocatie (Wegvak B78; knp. Hintham – knp. Paalgraven) moet worden uitgegaan van het vervoer van 3.000 wagens GF3 (brandbaar gas) per jaar. Om de hoogte van het groepsrisico te bepalen is gebruik gemaakt van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART).
Allereerst wordt geconstateerd dat de vervoersstroom geen transport uit de stofcategorieën LT3, GT4 en GT5 bevat (Jaarintensiteiten van het vervoer gevaarlijke stoffen op de weg, Rijkswaterstaat, juni 20183) en er daarom gebruik mag worden gemaakt van de vuistregels. In (paragraaf 1.2.2 van) de bijlage van de HART staat beschreven wanneer er sprake zal zijn van een groepsrisico hoger dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Voor het trajectdeel ter hoogte van het plangebied moet de gemiddelde personendichtheid op 80 meter van de weg hoger zijn dan 100 personen per hectare (op basis van tweezijdige bebouwing). Op basis van de omgevingskenmerken (huidige situatie: lage bebouwingsdichtheid aan weerszijden van de weg, toekomstige situatie: bedrijventerrein ten zuiden van Bosschebaan) moet gesteld worden dat de personendichtheid ter hoogte van het plangebied lager is. 4 Op basis van de vigerende ruimtelijke situatie en de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling is de hoogte van het groepsrisico in zowel in de huidige als in de toekomstige situatie (inclusief voorgenomen ontwikkeling) lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, maar zal het groepsrisico in de toekomstige situatie een toename kennen. Dit wordt veroorzaakt door de vergroting van de bestemmingsplancapaciteit (bedrijventerrein ten opzichte van agrarisch gebied).
Verantwoording groepsrisico Omdat het groepsrisico van de weg lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, is een beperkte verantwoording van het groepsrisico (beschouwen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) conform artikel 7 van het Bevt verplicht. Elementen ter verantwoording van het groepsrisico zijn uitgewerkt in hoofdstuk 7.
3
4
http://publicaties.minienm.nl/documenten/jaarintensiteiten-van-het-vervoer-gevaarlijke-stoffen-op-de-weg Ter illustratie: voor bedrijventerrein met een hoge personendichtheid is 80 personen per hectare een gebruikelijk kengetal (Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, 2007).
Blad 17 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.5
LPG-tankstation Bosschebaan 116 Aan de Bosschebaan 116 bevindt zich LPG-tankstation De Lucht. De vergunde jaardoorzet LPG van dit tankstation bedraagt 999 m3 per jaar (gegevens Risicokaart). Plaatsgebonden risico Voor LPG-tankstations zijn de PR 10-6-contouren bepaald in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij een LPG-tankstation gelden PR 10-6-contouren voor het LPG-vulpunt, de LPGtank en het LPG-afleverpunt. Deze afstanden bedragen voor dit tankstation (op basis van de maximale jaardoorzet LPG van 999 m3) respectievelijk 35, 25 en 15 meter. Deze contouren reiken niet ten zuiden van de Bosschebaan. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Groepsrisico Het wettelijk invloedsgebied van een LPG-tankstation bedraagt 150 meter. Het plangebied bevindt zich binnen dit invloedsgebied. Het groepsrisico van het tankstation is berekend met de LPG-tool om een indicatie te kunnen geven van het risiconiveau. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling is hierbij uitgegaan van de worstcase-situatie. Voor het bedrijventerrein betekent dit dat het kengetal is gehanteerd van een bedrijventerrein met hoge dichtheid (80 personen per hectare). Deze benadering leidt tot een overschatting van het feitelijk te verwachten risiconiveau.
Een verklaring voor de gemodelleerde bevolkingsdichtheden is beschreven in bijlage 2. De berekeningsrapportage is opgenomen als bijlage 3. Het groepsrisico van het LPG-tankstation is weergegeven in figuur 4.2 en (in meer detail) in bijlage 3
Blad 18 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
figuur 4.2: Groepsrisico van het LPG-tankstation in de huidige (rood) en toekomstige (groen) situatie. De blauwe lijn is de oriëntatiewaarde
Uit figuur 4.2 blijkt dat het groepsrisico van het LPG-tankstation zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De hoogte van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie wel toe ten opzichte van de huidige situatie, maar zelfs op basis van worstcase-situatie (bedrijventerrein met hoge dichtheid, exclusief maatregelen LPG-convenant) blijft het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde.5 Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation is gelegen, is verantwoording van het groepsrisico conform het Bevi verplicht ( zie hoofdstuk 7).
5
De maatregelen uit het LPG-convenant (verbeterde vulslang en coating van de LPG-tankwagen) zijn in een convenant opgenomen en worden wel (bijna overal) toegepast in de praktijk. De feitelijke veiligheidssituatie (en daarmee de hoogte van het groepsrisico) is daarom aanzienlijk gunstiger (gestippelde lijnen versus vette lijnen figuur 4.2).
Blad 19 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.6
Hogedruk aardgastransportleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie, waarvan één leiding in het westelijke gedeelte van het plangebied is gelegen (figuur 4.3).
A-527 A-527-05 A-643
figuur 4.3 Ligging hogedruk aardgastransportleidingen (blauw) ten opzichte van plangebied (rood; globaal) (Bron:Carola)
Enkele kenmerken van deze leidingen zijn weergegeven in tabel 4.1, waaronder het invloedsgebied. De personendichtheid hierbinnen is bepalend voor de hoogte van het groepsrisico. tabel 4-1 Leidinggegevens (Bron: Gasunie) Leidingbeheerder
Kenmerk A-527-05
Druk [bar] 66,2
Diameter [mm] 457
Invloedsgebied (1%-letaliteit) [meter] 240
N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie
A-527 A-643
66,2 80
1220 1219
540 580
Ten aanzien van de hogedruk aardgastransportleidingen dient conform het Bevb in het bestemmingsplan een belemmeringenstrook aangehouden te worden van vijf meter (aan weerszijden van de buisleiding) waarbinnen geen bebouwing mag worden geprojecteerd. Het geprojecteerde bedrijventerrein bevindt zich binnen het invloedsgebied van één leiding (met kenmerk A-527-05). Om het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleiding te bepalen
Blad 20 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Een uitgebreide beschrijving van deze risicoberekeningen is opgenomen als bijlage. Plaatsgebonden risico De hogedruk aardgastransportleiding heeft geen PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen. Groepsrisico Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding is lager dan de oriëntatiewaarde (figuur 4.4). In de huidige situatie heeft de leiding geen groepsrisico (het groepsrisico wordt pas berekend vanaf tien slachtoffers). tabel 4-2 Hoogte groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding (huidige en toekomstige situatie)
Kenmerk leiding A-527-05
Groepsrisico: huidige situatie (percentage van oriëntatiewaarde) Geen groepsrisico
Groepsrisico: toekomstige situatie (percentage van oriëntatiewaarde) 7,8 procent
figuur 4.4 Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-527-05 in de toekomstige situatie
Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding. Omdat het groepsrisico voor deze leiding lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, is een beperkte verantwoording conform artikel 12 van het Bevb verplicht (beschouwen van de elementen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid; zie hoofdstuk 7).
Blad 21 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.7
Overige risicobronnen (op afstand) Op grotere afstand van het plangebied (meer dan 250 meter vanaf de geprojecteerde bouwvlakken) bevinden zich twee LPG-tankstations: aan de Papendijk 25 en de Rijksweg 40 (Geffense Barrière) in Geffen. Het invloedsgebied van deze LPG-tankstations (150 meter) reikt niet tot (relevante delen)6 van het plangebied. Het plangebied ligt binnen (+-2km) het toxisch invloedsgebied (> 4 km)van de spoorlijn Den Bosch – Nijmegen. Daarmee is een beperkte verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van deze spoorlijn van toepassing (zie hoofdstuk 7).
4.8
Nieuwe risicovolle activiteiten op het bedrijventerrein Risicovolle activiteiten binnen bedrijven (waaronder opslag van gevaarlijke stoffen) worden niet op voorhand uitgesloten op het te ontwikkelen bedrijventerrein. Bij het (voorwaardelijk) toestaan van risicovolle activiteiten dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten.. Daarnaast dient tevens rekening te worden gehouden met de niet-ingevulde bestemmingsplancapaciteit: voorkomen moet worden dat er een knelpunt ontstaat tussen enerzijds kwetsbare objecten en anderzijds de PR 10-6-contour (door verandering in bebouwing of risicovolle activiteiten). Effecten op bestaande (beperkt) kwetsbare objecten op/nabij het bedrijventerrein In het bestemmingsplan wordt maximaal milieucategorie 5.1 mogelijk gemaakt met inwaartse zonering. Met name categorie 3.2 zal worden ontwikkeld. De inwaartse zonering voor bedrijventerrein Heesch West is opgesteld aan de hand van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ waarmee globaal wordt getoetst of deze ontwikkeling in de omgeving past. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het aspect milieu zullen de precieze activiteiten worden getoetst. Het idee achter inwaartse zonering is dat geen overlap plaatsvindt tussen de milieucontouren van bedrijven en (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving.
Effecten toename vervoer van gevaarlijke stoffen over ontsluitingswegen Doordat zich risicovolle bedrijven kunnen vestigen op het bedrijventerrein zal er meer vervoer van gevaarlijke stoffen over de ontsluitingswegen van en naar de A59 plaatsvinden. In de bijlage van de handleiding risicoanalyse transport zijn vuistregels opgenomen waarmee bepaald kan worden of een weg een plaatsgebonden risico contour heeft. Hieruit kan worden afgeleid dat een weg geen plaatsgebonden risicocontour heeft als er minder dan 500 transporten GF3 (propaan of LPG) plaatsvinden over de weg. Het is niet aannemelijk dat het voorliggend initiatief zal leiden tot dusdanige transporten GF3. Onderlinge effecten van nieuwe risicovolle activiteiten Ondanks de inwaartse zonering, kan er toch wel overlap van een PR-contour met een buurbedrijf zijn. In dat geval kan er sprake zijn van een (beperkt) kwetsbaar object binnen een PR-contour. Daartoe is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat risicovolle inrichtingen (hiermee worden bedoeld: "Bevi-inrichtingen of inrichtingen met een opslag van gevaarlijke stoffen op grond waarvan een omgevingsvergunning milieu nodig is”) slechts zijn toegestaan, door middel van afwijkingsbevoegdheid, als de PR 10-6-contour niet over een bouwperceel van derden komt. Zo kunnen geen kwetsbare objecten van derden, beperkt kwetsbare objecten van derden
6
Alleen functies die conform het Bevi als (beperkt) kwetsbaar kunnen worden aangeduid worden beschouwd als relevante delen van het plangebied. Natuur groen en verkeer vallen daar niet onder.
Blad 22 van 64
Onderzoek Externe veiligheid Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.00 3 mei 2019 revisie 02 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
of bedrijfsgebouwen van derden binnen een PR 10-6-contour komen te liggen. Andersom geformuleerd: buiten de inrichtingsgrens mag enkel overlap zijn met de bestemmingen Verkeer en Water en Groen. Hiermee wordt extra geborgd dat er geen overlap plaatsvindt tussen de plaatsgebonden risicocontouren van bedrijven en (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving. Er kunnen daardoor geen juridische knelpunten ontstaan met betrekking tot het plaatsgebonden risico. Bij nieuwvestiging van een Bevi-inrichting is de kans daarbij aanwezig dat een groepsrisico (meer dan 10 dodelijke slachtoffers) ontstaat. Dat industriegebieden een relatief lage personendichtheid kennen, vooral de logistieke bedrijvigheid die met name in het plangebied wordt voorzien, heeft een gunstig effect op de hoogte van het groepsrisico van nieuwe Bevi-inrichtingen. Doordat inwaartse zonering wordt toegepast, zal een bepaalde afstand tussen bedrijvigheid en de meeste omliggende verblijfsobjecten (aanwezige en potentiële (beperkt) kwetsbare objecten) in acht worden genomen. Ook hierdoor zal het groepsrisico niet hoog worden en normaliter onder de oriëntatiewaarde blijven
4.9
Vergelijking alternatieven Zoals weergegeven in paragraaf 3.2 zijn er vier alternatieve plansituaties voor de invulling van het bedrijventerrein voor het MER, namelijk: Alternatieven Alternatief 1 50 ha netto: 80% logistiek / 20% industrie Alternatief 2 50 ha netto: 20% logistiek / 80% industrie Alternatief 3 80 ha netto: 80% logistiek / 20% industrie Alternatief 4 80 ha netto: 20% logistiek / 80% industrie
Plaatsgebonden risico Vanuit de risicobronnen in de omgeving naar (beperkt) kwetsbare objecten in het plangebied Bij geen van de alternatieven liggen er (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontouren van de bestaande risicobronnen. De effecten van de bedrijventerreinontwikkeling is daarom voor alle alternatieven als neutraal (0) beoordeeld. Vanuit risicobronnen in het plangebied naar (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving Ook zullen geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontouren van nieuwe risicobronnen komen te liggen, ervan uitgaande dat in het bestemmingsplan regels worden opgenomen dat Bevi-inrichtingen of een vergelijkbaar risicobedrijf slechts zijn toegestaan (door middel van een afwijkingsbevoegdheid) als de plaatsgebonden risicocontour niet over een bouwperceel van derden komt. De effecten van de bedrijventerreinontwikkeling zijn daarom voor alle alternatieven als neutraal (0) beoordeeld.