Bestemmingsplan Toelichting Bijlage 15 - Deelonderzoek geluid 2019
Tekst van het document
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’
9 mei 2019
Projectgegevens
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’
Opdrachtgever Contactpersoon
GR Heesch West Dhr. P. van Dijk
Werknummer
617.157.10
Datum
9 mei 2019
Adviseur
KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: J.M. Verweij Behandeld door: N. Verburg / M van Wijngaarden/ J. Kraaijeveld
File: j:\617\157\10\3 projectresultaat\geluid\05 rapport\deelonderzoek geluid heesch west 2019-05-09.doc
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding.............................................................................................................................. 1
2.
Beleidskader ...................................................................................................................... 3 2.1. Wegverkeerslawaai................................................................................................... 3 2.1.1. Regelgeving wegverkeerslawaai .............................................................................. 3 2.1.2. Geluidsreductie artikel 110g Wgh ............................................................................. 5 2.2. Industrielawaai .......................................................................................................... 5 2.3. Windturbinelawaai..................................................................................................... 7 2.4. Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 7 2.5. Provinciaal beleid ...................................................................................................... 8
3.
Onderzoeksopzet .............................................................................................................. 9 3.1. Verschil geluidonderzoek MER en bestemmingsplan .............................................. 9 3.1.1. MER .......................................................................................................................... 9 3.1.2. Bestemmingsplan ..................................................................................................... 9 3.2. Geluidbronnen ........................................................................................................ 10 3.3. Studiegebied en geluidgevoelige objecten ............................................................. 10 3.3.1. Studiegebied geluidsonderzoek MER..................................................................... 10 3.3.2. Aandachtsgebied geluidsonderzoek bestemmingsplan (Wgh) .............................. 12 3.3.3. Geluidgevoelige bestemmingen ............................................................................. 13 3.4. Rekenmodel en uitgangspunten ............................................................................. 13 3.4.1. Opbouw rekenmodel ...............................................................................................
13 3.5 Effectbepaling ......................................................................................................... 18 3.5.1. Aantallen gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden ......................... 18 3.5.2. Geluidscontouren .................................................................................................... 19 3.5.3. Cumulatie alle bronsoorten ..................................................................................... 19
4.
Resultaten ........................................................................................................................ 20 4.1. Resultaten geluidsonderzoek MER ........................................................................ 20 4.1.1. Akoestische effecten alternatieven ......................................................................... 20 4.1.2. Mitigerende maatregelen ........................................................................................ 31 4.1.3. Akoestische effecten Voorkeursalternatief ............................................................. 35 4.2. Onderzoek bestemmingsplan ................................................................................. 42 4.2.1. Aanleg nieuwe wegen binnen bedrijventerrein Heesch West en Ruitersdam ........ 42 4.2.2. Aanleg verlegde Bosschebaan ............................................................................... 42 4.2.3. Reconstructie Bosschebaan/Rekken westzijde Heesch West ............................... 44 4.2.4. Reconstructie Bosschebaan oostzijde Heesch West ............................................. 45 4.2.5. Toetsing grenswaarden Wet geluidhinder industrielawaai ..................................... 45 4.2.6. Maximale geluidsniveaus LAmax ............................................................................... 47
5.
Conclusies ....................................................................................................................... 49
Inhoudsopgave bijlagen Bijlage 1 : Vergelijking verkeersgegevens huidig, autonoom, alternatieven en VKA Bijlage 2 : Verkeersgegevens huidig, autonoom, alternatieven en VKA Bijlage 3 : Rekenmodellen weg- en industrielawaai Bijlage 4a : Gehinderden en pandenkaarten huidig, autonoom en alternatieven Bijlage 4b : Geluidscontouren huidig, autonoom en alternatieven Bijlage 5 : Gehinderden, pandenkaarten en geluidscontouren voorkeursalternatief Bijlage 6 : Onderzoeksgebied en resultaten toetsing grenswaarden Wgh wegverkeerslawaai Bijlage 7 : Geluidzone Heesch West en tabel hogere waarden Heesch West Bijlage 8 : Lijsten geluidsbelasting woningen wegverkeer-, industrie- en windturbinegeluid Bijlage 9 : Afbeeldingen woningen met een significante toename geluid
1.
Inleiding Aanleiding Aan de zuidzijde van de A59, tussen 's-Hertogenbosch, Heesch en Oss, komt het regionaal bedrijventerrein Heesch West. Dit terrein richt zich met name op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en circulaire energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. De gemeenten 's-Hertogenbosch, Oss en Bernheze zijn gezamenlijk initiatiefnemer voor dit terrein en hebben zich hiervoor verbonden in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. In het kader van deze bestemmingsplanprocedure wordt eveneens een m.e.r.-procedure doorlopen. Het voorliggende deelonderzoek geluid beschrijft de akoestisch effecten van het bedrijventerrein Heesch West. De toekomstige bedrijven op Heesch West leiden tot een verhoogde geluidsemissie. Daarnaast leidt deze bedrijvigheid ook tot een toename van het aantal (vracht)verkeersbewegingen. Deze verkeersbewegingen veroorzaken eveneens een geluidsemissie. Tot slot veranderen verkeersstromen door aanpassing van de infrastructuur. Ook dit leidt tot verandering van geluidsemissies.
Binnen het bestemmingsplangebied wordt daarnaast de mogelijkheid geboden, nieuwe wegen aan te leggen, de bestaande Bosschebaan en de Rekken te reconstrueren, drie windturbines te bouwen en een permanent en tijdelijk zonnepark te realiseren. Direct ten oosten van het bedrijventerrein wordt via een afzonderlijke procedure reeds een (ander) zonnepark gerealiseerd. Ook wordt voor het ten oosten van het plangebied gelegen bedrijventerrein Vismeerstraat momenteel een nieuw bestemmingsplan opgesteld dat meer bedrijfsbestemmingen (groter oppervlak) mogelijk maakt. Doel van het onderzoek Dit onderzoek heeft tot doel het effect voor het aspect geluid in het milieueffectrapport (MER) te kunnen beschrijven. Daarnaast moet voor de bestemmingsplanprocedure worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder (Wgh) en in het verlengde hiervan of vanuit akoestisch oogpunt sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze onderverdeling en volgorde is in alle verdere hoofdstukken in dit rapport aangehouden. Voor de effectbeschrijving in het MER is in de notitie ‘Reikwijdte en Detailniveau m.e.r. Regionaal Bedrijventerrein Heesch-West’ van 21 juni 2017 beschreven dat voor wegverkeerslawaai en industrielawaai op een kwantitatieve wijze de geluidsbelasting en de gehinderden in beeld moeten worden gebracht.
Daarnaast is onderzocht of de drie windturbines inpasbaar zijn op het bedrijventerrein Heesch West. Voor het bestemmingsplan is in dit onderzoek in beeld gebracht of het verkeer op de nieuw aan te leggen wegen op het bedrijventerrein en de te reconstrueren weggedeeltes passen binnen het normenstelsel van de Wgh. Omdat rond het industrieterrein een geluidszone wordt vastgelegd is het ook noodzakelijk voor de (geprojecteerde) geluidsgevoelige bestemmingen binnen deze zone onderzoek te doen naar de geluidsbelasting door industrielawaai.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
1
De basis voor het voorliggende onderzoek betreft het stedenbouwkundig plan “Heesch West” d.d. 27-11-2018 voor het voorkeursalternatief en het stedenbouwkundig plan “Heesch West” van 10-04-2018 voor de alternatieven. Leeswijzer Dit onderzoeksrapport bestaat uit vijf hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is de onderzoeksopzet beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten van het onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de berekeningsresultaten beschreven waarna het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 5 waarin de conclusies van het onderzoek zijn beschreven.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
2
2.
Beleidskader
2.1.
Wegverkeerslawaai
2.1.1. Regelgeving wegverkeerslawaai In de Wgh zijn grenswaarden vastgelegd die onder andere betrekking hebben op het aspect wegverkeerslawaai. De onderscheiden situaties en bijbehorende grenswaarden worden hieronder nader beschreven. Realisatie nieuwe geluidgevoelige functies Omdat in het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies zijn toegestaan, zijn deze grenswaarden niet relevant voor dit onderzoek. Voor wegverkeerslawaai wordt een functiewijziging van een woning naar een bedrijfswoning niet gezien als een nieuwe situatie. Dit betekent dat de bedrijfswoningen voor het Aanleg nieuwe wegen Binnen het bedrijventerrein worden nieuwe ontsluitingswegen aangelegd die worden aangetakt op de Bosschebaan. Daarnaast wordt het oostelijke deel van de Bosschebaan verlegd evenwijdig aan de A59. Omdat tussen het oude en nieuwe tracé van de weg bestaande woningen zijn gelegen, moet dit weggedeelte worden gezien als de aanleg van een nieuwe weg. Daarnaast wordt voorzien in een nieuwe weg voor autoverkeer ter plaatse van de Ruitersdam. Deze weg vormt de verbinding tussen de Weerscheut en de Zoggelsestraat. De nieuwe wegen op het bedrijventerrein zijn niet exact vastgelegd op de verbeelding van het bestemmingsplan.
Deze ligging is pas exact bekend bij de verdere uitwerking en uitgifte van het bedrijventerrein (alleen in het meest oostelijke deel van het nieuwe bedrijventerrein wordt de realisatie van een interne ontsluitingsweg uitgesloten). In dit onderzoek is beoordeeld of de aanleg van deze wegen leidt tot een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh overschrijdt ter plaatse van bestaande woningen. In deze berekening is uitgegaan van een worst-case berekening, waarin de volledige flexibiliteit die het bestemmingsplan biedt, wordt onderzocht. In artikel 82 Wgh en 83 worden de grenswaarden vermeld voor nieuwe wegen. In tabel 1 zijn deze normen samengevat. Tabel 1 : Grenswaarden voor bestaande geluidsgevoelige functies bij aanleg nieuwe weg. Geluidsgevoelig object
Bestaande woningen
Voorkeursgrenswaarde
Maximale ontheffing [dB]
[dB]
Stedelijk
Buitenstedelijk
48
63
58
De genoemde nieuwe wegen hebben op grond van de Wgh een onderzoekszone waarbinnen de geluidsbelasting ter plaatse van bestaande woningen moet worden beoordeeld. De zonebreedte van de nieuw aan te leggen wegen binnen Heesch West na wijziging bedraagt 200 m gemeten vanuit de rand van de weg. Het nieuwe tracé van de Bosschebaan krijgt een wettelijke rijsnelheid van 70 km/h en is gelegen buiten de bebouwde kom. De breedte van de zone is langs dergelijke wegen 250 m.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
3
Op het eind van de weg, bijvoorbeeld bij de aansluiting van de verlegde Bosschebaan op de Cereslaan, loopt de breedte van de zone van 250 m langs deze weg ook door over een lengte die gelijk is aan de zonebreedte. Binnen de beschreven onderzoekszone moet de geluidsbelasting ter plaatse van bijvoorbeeld woningen worden getoetst aan de grenswaarde uit de Wgh zoals genoemd in tabel 1. Een overzicht van de ligging van de nieuwe wegen, de onderzoekszones langs deze wegen en de maatgevende bestaande woningen binnen deze zones is aangegeven op de eerste afbeelding in bijlage 6. Reconstructie bestaande wegen Conform artikel 1 van de Wgh wordt onder een reconstructie van een weg verstaan: ‘één of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg waarvan blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de weg, zonder het treffen van maatregelen, ten opzichte van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting met 2 dB of meer wordt verhoogd’. Van een wijziging van een aanwezige weg is bijvoorbeeld sprake: - wijziging van profiel, wegbreedte, hoogteligging of wegdek; - wijziging van het aantal rijstroken; - aanleg van kruispunten of rotondes; - aanleg van aansluitingen, op- en afritten; - verwijdering, plaatsing of wijziging van verkeerstekens waardoor de invoergegevens van een geluidberekening wijzigen; - verandering snelheidsregime.
Op grond van artikel 99 Wgh mag geen besluit tot reconstructie worden genomen voordat een akoestisch onderzoek is uitgevoerd naar de effecten van de wijzigingen aan de weg. In geval van een reconstructie dient de geluidbelasting in het jaar ván de wijziging van de weg en de geluidbelasting 10 jaar ná de wijzigingen aan de weg te worden berekend. Het voorgaande betekent, dat de autonome groei van het verkeer aan de reconstructie wordt toegerekend en voor rekening komt van de wegbeheerder. Op grond van artikel 100 Wgh bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (voorkeursgrenswaarde) bij woningen binnen de geluidzone van de te reconstrueren weg 48 dB. Het opvullen van de geluidsbelasting tot de voorkeursgrenswaarde is zonder meer toegestaan. Het vaststellen van een hogere waarde als gevolg van de reconstructie is alleen mogelijk indien: - de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de weg van de gevel van de woning of andere geluidgevoelige gebouwen, onvoldoende doeltreffend is, of; - De toepassing van maatregelen stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het bestaande tracé van de Bosschebaan ter hoogte van het bedrijventerrein Heesch West en een gedeelte van deze weg aan weerszijde van het plan wordt geherprofileerd.
Daarnaast is het voornemen ter plaatse van de aansluitingen van het bedrijventerrein Heesch West op de Bosschebaan rotondes aan te leggen; vooralsnog wordt in het stedenbouwkundig plan uitgegaan van drie rotondes. Aan de westzijde zal de aansluiting van de Bosschebaan (thans Rekken) op de bestaande op- en afrit bij Nuland worden geherprofileerd; vooralsnog wordt in het stedenbouwkundig plan uitgegaan van een rotonde met een aansluiting op de Van Rijckevorselweg, met een
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
4
optie tot een aansluiting direct op de huidige afrit. Als laatste wordt tussen het oude en nieuwe tracé van de Bosschebaan, ten oosten van Heesch West, een verbindingsweg aangelegd. Dit betreft het weggedeelte ten oosten van het adres Bosschebaan 98. Deze wijzigingen van het bestaande tracé van de Bosschebaan moeten worden beschouwd als reconstructie in de zin van de Wgh zodat onderzoek noodzakelijk is naar de mogelijke toename van de geluidsbelasting ter plaatse van de bestaande woningen binnen de zone van de reconstructie. De te reconstrueren delen van de Bosschebaan zijn eveneens aangeduid op de eerste afbeelding in bijlage 6. Dergelijke wijzigingen aan een aanwezige weg moet worden getoetst aan de grenswaarden voor reconstructiesituaties uit de Wgh. Op grond van de Wgh bedraagt de voorkeursgrenswaarde bij woningen binnen de geluidzone van de te reconstrueren weg 48 dB. In het geval de geluidsbelasting ter plaatse van de bestaande woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarden, dan is een onderzoek naar maatregelen en het vaststellen van hogere grenswaarden niet noodzakelijk. 2.1.2. Geluidsreductie artikel 110g Wgh Op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidbelastingen worden gereduceerd voordat een toetsing plaatsvindt aan de grenswaarden in de Wgh.
Voor wegen met een rijsnelheid van 70 km/h en hoger, zoals de A59 en de Bosschebaan, varieert deze reductie van 2 tot maximaal 4 dB. De reductie moet voor deze wegen als volgt worden toegepast: - een berekend geluidsniveau van 57 dB moet worden gereduceerd met 4 dB; - een berekend geluidsniveau van 56 dB moet worden gereduceerd met 3 dB; - een berekend geluidsniveau van 55 dB of lager en 58 dB of hoger moet worden gereduceerd met 2 dB. Voor de overige wegen met een rijsnelheid van lager dan 70 km/h bedraagt deze reductie 5 dB. Opgemerkt wordt dat deze reductie niet is toegepast voor het beoordelen van de planeffecten, zoals bij het bepalen van het aantal gehinderden voor de autonome situatie, de alternatieven en het VKA en bij het bepalen van de geluidscontouren voor deze situaties. Samengevat kan worden gesteld dat bij de berekeningen voor het bestemmingsplan, de reductie wel is toegepast en bij het beoordelen van de planeffecten voor het MER en het bepalen van de cumulatieve geluidsbelasting niet. 2.2.
Industrielawaai VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ Binnen het plangebied wordt de vestiging van bedrijven tot en met milieucategorie 4.2. (en na afwijking tot 5.1) mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt binnen de groenbestemming aan de westzijde een zonnepark mogelijk gemaakt. Dit zonnepark is in het onderzoek als een bedrijf met milieucategorie 2 beschouwd, omdat op basis van het beoogde transformatorvermogen het zonnepark naar aard en omvang vergelijkbaar is met een bedrijf uit milieucategorie 2. Om voor wat betreft het aspect geluid de ruimtelijke inpasbaarheid van deze bedrijven te beoordelen, is aangesloten bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de VNG-publicatie
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
5
wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen ‘rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Voor de woningen rondom het plangebied geldt dat - gelet op de aanwezige functiemenging en de directe ligging langs de hoofdinfrastructuur - sprake is van het omgevingstype gemengd gebied. De VNG-publicatie omschrijft voor de beoordeling van geluidhinder het volgende stappenplan (beknopt samengevat voor de gebiedstypering gemengd gebied): Stap 1 Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het plan is dan mogelijk. Stap 2 (Vanaf deze stap is een geluidonderzoek noodzakelijk) Indien stap 1 niet toereikend is: -
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: o
50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde);
o
70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde);
o 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Vrijstelling is dan mogelijk. Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: -
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: o
55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde);
o
70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde);
o 65 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Vrijstelling is dan mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 dient de vrijstelling grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd te worden.
Wet geluidhinder In het bestemmingsplan zal de vestiging van bedrijven die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (‘grote lawaaimakers’) niet worden uitgesloten. Dit betekent dat op grond van artikel 40 Wgh tevens een zone rondom het terrein moet worden vastgesteld waarbuiten de geluidsbelasting vanwege het terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Voor woningen binnen deze zone bedraagt de voorkeursgrenswaarde op grond van artikel 44 Wgh 50 dB(A). De maximale ontheffingswaarde bedraagt op grond van artikel 45 Wgh voor geprojecteerde woningen 55 dB(A) en voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen 60 dB(A). De betrokken gemeentes hebben afgesproken om voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen uit te willen gaan van maximaal 55 dB(A).
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
6
2.3.
Windturbinelawaai De grenswaarden voor windturbines zijn neergelegd in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit artikel is vastgelegd dat een (combinatie van) windturbines ter plaatse van geluidsgevoelige gebouwen en/of terreinen voldoet aan de grenswaarde van 47 dB Lden en aan de grenswaarde van 41 dB Lnight. In afwijking van deze grenswaarden kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift in verband met bijzondere lokale omstandigheden normen met een andere waarde vaststellen.
2.4.
Gemeentelijk beleid De gemeenten Oss en ‘s-Hertogenbosch hebben eigen geluidbeleid; de gemeente Bernheze heeft geen eigen geluidbeleid. In de onderstaande paragrafen is het beleid van de gemeenten ‘s-Hertogenbosch en Oss samengevat. Geluidbeleid ‘s-Hertogenbosch Het geluidbeleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is neergelegd in het rapport ‘Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente ’s-Hertogenbosch’ vastgesteld op 16 juni 2009. Doelstelling van het beleid is het behouden van de goede kwaliteit van de leefomgeving en het benutten van kansen om, daar waar mogelijk en noodzakelijk, de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren van een passende geluidskwaliteit in elk gebied. In het geluidsbeleid worden onder andere geluidsambities voor verschillende gebieden vastgelegd; zo wordt bijvoorbeeld een lager geluidsniveau nagestreefd voor woonwijken dan voor het centrumgebied. Voor ieder gebied is het geluidsbeleid voor de thema’s verkeer en bedrijven een passende geluidskwaliteit opgenomen. De geluidskwaliteit geeft aan wat de ambitie is van een gebied. Daarnaast geeft de ambitietabel ook aan, indien dit noodzakelijk is, waar de ruimte zit voor mogelijke afwijkingen van de ambities (bovengrens).
Voor de (omgeving van) een bedrijventerrein kan de ambitiewaarde worden omschreven als onrustig met een geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai tussen de 48 en 53 dB en voor industrielawaai tussen de 50 en 55 dB(A). De bovengrens voor deze gebieden kan worden omschreven als zeer onrustig met een geluidsbelasting voor wegverkeerslawaai tussen de 54 en 58 dB en voor industrielawaai tussen de 56 en 60 dB(A). Deze Nota Geluidsbeleid, waarin de hoofdlijnen van het beleid uiteen worden gezet, bestaat verder uit een viertal deelnota`s, te weten de Nota Hogere Grenswaarden, de Nota Bedrijven en Geluid, de Beleidsregel Muziekgeluid en de Nota Bouwlawaai. De Nota Hogere Grenswaarden beschrijft onder welke voorwaarden het College wil afwijken van de gekozen ambitie. Op deze wijze conformeert het college zich, bij de uitoefening van de bevoegdheden op grond van de Wet geluidhinder, aan de beleidsuitgangspunten zoals deze in de onderhavige Nota geluidbeleid zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Geluidbeleid Oss Het geluidbeleid van de gemeente Oss is neergelegd in het ongedateerde rapport ‘Geluidsnota Oss; Geluidskwaliteit in de leefomgeving’. De gemeente Oss maakt gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd.
Het gedeelte van de gemeente Oss dat effecten kan verwachten door de realisatie van Heesch West kan worden gekenmerkt als landelijk gebied met hoge ge-
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
7
luidsdruk. De geluidskwaliteit van dit omgevingstype wordt gekenmerkt als ‘levendiger/drukker’ doordat deze gebieden in de nabijheid liggen van bijvoorbeeld snelwegen. Het geluidsniveau in deze gebiedstypen is hoger. Wonen in en langs deze gebieden betekent dat er een hoger geluidsniveau heerst. Hier is meer geluid feitelijk niet wenselijk, maar is nagenoeg niet te voorkomen. Een hoger geluidsniveau is voor dit gebiedstype mogelijk. 2.5.
Provinciaal beleid Om de effecten van indirecte aantasting van geluid op NNB-gebieden te bepalen, houdt de provincie Noord-Brabant rekening met de verstoring van NNB-gebied boven (47 dB(A) of 52 dB Lden). De provincie Noord-Brabant hanteert als beleidsregel voor de bepaling van compensatie bij aantasting/verstoring van het NNB als gevolg van geluidsbelasting de grenswaarde van (47 dB(A) of 52 dB Lden). Bij een overschrijding van deze grenswaarde (toekomstige situatie > 47 dB(A) of 52 dB Lden) dient dat oppervlak met een hogere geluidbelasting te worden gecompenseerd. In de regel bedraagt de compensatiefactor 1/3. Compensatie is niet van toepassing als de grenswaarde al in de bestaande situatie wordt overschreden. De bepaling tot natuurcompensatie is vastgelegd in de vigerende Verordening ruimte Noord-Brabant (geconsolideerde versie 15-07-2017). Artikel 5.1, lid 7 bepaalt het volgende: indien ruimtelijke besluiten leiden tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van NNB gebieden, dan dienen de negatieve effecten te worden beperkt en de overblijvende negatieve effecten te worden gecompenseerd.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
8
3.
Onderzoeksopzet
3.1.
Verschil geluidonderzoek MER en bestemmingsplan Zoals in de inleiding is beschreven dient dit onderzoek twee doelen, de akoestisch effecten van de planontwikkeling op kwantitatieve wijze in beeld brengen voor het MER en voor het bestemmingsplan de toetsing aan de grenswaarde in de Wgh uitvoeren en toetsen aan een “goede ruimtelijke ordening”. In de volgende paragrafen zijn deze beide doelen nader beschreven.
3.1.1. MER In het MER worden de akoestische effecten van de planontwikkeling bepaald. De belangrijkste bronnen in het onderzoek zijn naast wegverkeersgeluid, het industriegeluid van de bedrijven en het windturbinegeluid. In het MER zijn de effecten van deze geluidsbronnen, afzonderlijk en cumulatief, op een kwantitatieve wijze in beeld gebracht door middel van geluidscontouren en een gehinderdenberekening. In het MER worden binnen de twee ruimtelijke alternatieven van 50 ha en 80 ha netto bedrijventerrein ook twee programmatische alternatieven beschouwd. Dit heeft er toe geleid dat in het MER in eerste instantie vier alternatieven worden onderzocht: Alternatief 1: 50 hectare netto: 80% logistiek / 20% industrie; Alternatief 2: 50 hectare netto: 20% logistiek / 80% industrie; Alternatief 3: 80 hectare netto: 80% logistiek / 20% industrie; Alternatief 4: 80 hectare netto: 20% logistiek / 80% industrie. Vanuit deze vier alternatieven is een voorkeursalternatief (VKA) ontwikkeld. Hierbij wordt uitgegaan van een ontwikkeling van 80 hectare netto bedrijventerrein, een geoptimaliseerd stedenbouwkundig ontwerp en een aangepaste verkeerstructuur ten opzichte van de alternatieven 1 tot en met 4. De invulling van het plangebied c.q. de situering van de bedrijfskavels is in het VKA geoptimaliseerd. Dit VKA is tevens beschouwd in deze rapportage.
Een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten van de MER alternatieven en het VKA is opgenomen in het hoofdrapport van de MER. 3.1.2. Bestemmingsplan Het voorkeursalternatief wordt vastgelegd in het bestemmingsplan en moet om deze reden ook worden getoetst aan de grenswaarden van de Wgh. Omdat het plan voorzien in de aanleg van een gezoneerde industrieterrein moet rond het industrieterrein een zone worden vastgesteld. Voor de woningen binnen deze zone moet zo nodig de geluidsbelasting worden beoordeeld en een hogere waarde worden vastgesteld. Het plan voorziet daarnaast in de aanleg van nieuwe wegen. Voor zover binnen de onderzoekszone van deze wegen woningen zijn gelegen moet worden onderzocht of de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden en een hogere waarden moet worden vastgesteld. Eveneens voorziet het plan in de wijziging van bestaande wegen. Voor een goede aansluiting van het industrieterrein met de A59 wordt een deel van de bestaande infrastructuur, zoals de Bosschebaan en de Rekken gewijzigd. De verandering van de geluidsbelasting door deze wijzigingen wordt ook getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. Tenslotte wordt het bestemmingsplan getoetst aan een “goede ruimtelijke ordening”.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
9
3.2.
Geluidbronnen Wegverkeer Met de ontwikkeling van Heesch West worden nieuwe wegen aangelegd op het nieuwe bedrijventerrein Heesch West. Ook wordt er in het VKA een nieuwe weg voor autoverkeer aangelegd tussen de Koksteeg en de Weerscheut. De Bosschebaan wordt ter hoogte van de woning Bosschebaan 98 richting het oosten verlengd parallel langs de Rijksweg tot aan de Cereslaan. Grote delen van de Bosschebaan ten westen van de woning Bosschebaan 98, langs het plangebied worden tot aan de Weerscheut verlegd. Ook vindt er een verlegging plaats in het westelijke gedeelte van de Rekken. Voor wegverkeerslawaai is het tevens van belang dat de toekomstige activiteiten op het bedrijventerrein Heesch West een verandering van de verkeersintensiteit veroorzaken op de bestaande wegen in de omgeving van het plan. Bovendien kan door de aanpassing van de infrastructuur een verandering in de verkeersstromen en daarmee de geluidssituatie plaatsvinden. Industrielawaai Voor industrielawaai zijn de akoestische effecten van de nieuwe bedrijven op het industrieterrein Heesch West beschouwd. Daarbij zijn de richtafstanden (behorende bij een omgevingstype ‘gemengd gebied’) ten opzichte van de bestaande, omliggende gevoelige bestemmingen, als uitgangspunt aangehouden. Daarnaast is ook rekening gehouden met het zonnepark binnen de groenbestemming aan de westzijde van het plangebied.
In de huidige situatie is voor industrielawaai ook rekening gehouden met de bestaande (veelal agrarische) bedrijfsactiviteiten in en rondom het studiegebied. Voor de autonome situatie wordt ervan uitgegaan dat ook de lege bedrijfskavels op het industrieterrein Cereslaan / Vismeerstraat worden opgevuld binnen de toegestane milieucategorie. Tevens wordt er in de autonome situatie van uitgegaan dat het zonnepark Achterste Groes (ten oosten van het plangebied) gerealiseerd wordt. In de vier alternatieven en het VKA wordt voor het bedrijventerrein Heesch West uitgegaan van een oppervlaktebron per milieucategorie. Windturbines In het zuiden van het plangebied Heesch West zijn in de plansituatie drie windturbines gepland. Voor windturbinelawaai zijn de akoestische effecten van deze drie windturbines beschouwd in de alternatieven en het VKA. Omdat op dit moment geen windturbines aanwezig zijn in, of in de omgeving van het plan, is voor het windturbinegeluid alleen de plansituatie van belang.
3.3.
Studiegebied en geluidgevoelige objecten
3.3.1. Studiegebied geluidsonderzoek MER Het studiegebied voor Heesch West is bepaald op basis van de geluidseffecten van de drie verschillende geluidsbronnen afzonderlijk namelijk: wegverkeerslawaai, industrielawaai en windturbinelawaai. Op de rand van het studiegebied is het geluideffect voor wegverkeerslawaai kleiner is dan 1 dB. Voor industrielawaai is de toename op de rand van het studiegebied hoger dan 1dB, vanwege het feit dat dit een nieuwe bron is. Echter is de absolute waarde voor industrielawaai op de rand van het studiegebied lager dan 50 dB, zodat er geen akoestische effecten zijn te verwachten.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
10
Op de grens van het studiegebied is het windturbinelawaai veel lager dan de grenswaarde. Wel draagt windturbinelawaai bij aan de cumulatieve geluidbelasting. Op de rand van het studiegebied bedraagt deze bijdrage maximaal 1 dB. Wegverkeerslawaai Voor wegverkeerslawaai is naast de activiteiten op het bedrijventerrein zelf, ook het effect van de verkeerstoename op de toeleidende wegen van belang. Qua grootte en invulling hebben alternatief 3 en het VKA de grootste verkeersaantrekkende werking. De grootte en ligging van het studiegebied voor geluid vanuit de verkeerstoename wordt dan ook bepaald door alternatief 3 en het VKA. Het studiegebied voor wegverkeerslawaai is bepaald aan de hand van een analyse van de verkeersgegevens. De resultaten van deze analyse zijn in de afbeeldingen in bijlage 1 van dit rapport gepresenteerd. Op de afbeeldingen in deze bijlage is de vergelijking van de verkeersintensiteiten gepresenteerd tussen de autonome situatie en de plansituaties (de vier beschouwde alternatieven en het VKA). Op de eerste vier afbeeldingen in deze bijlage is de relatieve toename van de verkeersintensiteiten gepresenteerd, op de laatste vier afbeeldingen is de absolute toename van het vrachtverkeer gepresenteerd. De wegen waarop de verkeersintensiteit toeneemt met 20% of meer zijn betrokken in het studiegebied.
De grens van 20% is zo gekozen dat bij een lagere procentuele toename de geluidstoename langs de wegen zeker is beperkt is tot 1 dB, dat is een toename die voor het menselijk oor niet waarneembaar is. Industrielawaai Op basis van de milieuzonering zijn akoestische effecten te verwachten tot op een afstand van circa 300 m voor industrielawaai. Windturbinelawaai In het plan wordt de mogelijkheid geboden om een drietal windturbines te realiseren. Als wordt besloten de windturbines te realiseren, staan de plaats en uitvoering al grotendeels vast. Omdat windturbines een groter akoestisch effectgebied kunnen hebben dan de overige bronnen die in het kader van industrielawaai berekend moeten worden, is uitgegaan van een afstand van 400 m vanaf de bestemmingsplangrens van het plangebied voor Heesch West voor de afbakening van het studiegebied voor het akoestisch onderzoek. De grens van het studiegebied is dus aan alle zijden vanaf de kern van het plangebied verruimd van 300 meter naar 400 meter. Op de onderstaande afbeelding is het studiegebied weergegeven, samengesteld uit het gebied rond het bedrijventerrein Heesch West en een zone langs de wegen met een procentuele toename van het verkeer van 20% door de planontwikkelingen.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
11
Afbeelding 3.1: Studiegebied Heesch West geluidsonderzoek MER
3.3.2. Aandachtsgebied geluidsonderzoek bestemmingsplan (Wgh) In het plan wordt de aanleg van nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen mogelijk gemaakt. Het aandachtsgebied langs deze wegen wordt bepaald door de breedte van de onderzoekzone langs deze wegen en is vastgelegd in artikel 74 van de Wgh. Voor de reconstructie van bestaande wegen is het normenstelsel van de Wgh alleen van toepassing langs de delen van de wegen die daadwerkelijke worden gewijzigd. Voor de andere niet te reconstrueren delen van de wegen moet worden beoordeeld of ook sprake is van een toename van de geluidsbelasting. Dit aspect is beoordeeld in het geluidsonderzoek voor het MER. Op de onderstaande afbeelding is het aandachtsgebied weergegeven bepaald door de zone langs de nieuw aan te leggen wegen en de te reconstrueren delen van wegen waarbinnen berekeningen voor het bestemmingsplan moeten plaatsvinden.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
12
Afbeelding 3.2: Studiegebied Heesch West geluidsonderzoek bestemmingsplan (Wgh)
3.3.3. Geluidgevoelige bestemmingen Binnen het studiegebied wordt de geluidbelasting getoetst op geluidgevoelige objecten. Onder geluidgevoelige objecten vallen woningen, andere geluidgevoelige gebouwen (zoals scholen en ziekenhuizen) en geluidsgevoelige terreinen (zoals woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor schepen). Binnen het studiegebied Heesch West bestaan de geluidgevoelige objecten alleen uit woningen. Op de laatste afbeelding in bijlage 1 is een overzicht gegeven van het studiegebied voor het MER. Op deze afbeeldingen zijn ook de geluidgevoelige objecten binnen het studiegebied weergegeven. Naast geluidgevoelige objecten wordt de geluidbelasting ook getoetst op natuurgebieden. In dit onderzoek is daarom de geluidbelasting berekend op de natuurgebieden die opgenomen zijn in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het NNB is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones verbonden zijn. 3.4.
Rekenmodel en uitgangspunten
3.4.1. Opbouw rekenmodel Voor de bepaling van de geluidsbelastingen is gebruik gemaakt van Standaardrekenmethode 2 overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, de Handleiding meten en rekenen industrielawaai en het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het rekenpakket Geomilieu versie 4.3. Met dit rekenmodel is de akoestische situatie doorgerekend voor alle beschouwde bronnen.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
13
In het rekenmodel zijn de volgende elementen ingevoerd: - bodemgebieden (akoestisch harde gebieden); - objecten (bijvoorbeeld gebouwen); - geluidsschermen; - obstakels; - hoogtelijnen; - rekengrids en contourpunten; - toetspunten. Bodemgebieden In het omgevingsmodel is als default-waarde een akoestisch zachte bodem ingesteld (bodemfactor 1). Alle specifiek gedefinieerde bodemgebieden zijn akoestisch harde gebieden, zoals watergangen wegen e.d., met een bodemfactor 0. De ligging van deze bodemgebieden is gebaseerd op de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Op de hoofdrijbanen van de A59 is een ZOAB-verharding aanwezig. Op grond van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 moet onder een dergelijk significant absorberend wegdek een bodemgebied met een bodemfactor 0,5 toegepast. De bodemfactor van (toekomstige) bedrijfsbestemmingen is volledig akoestisch hard verondersteld (worst-case). Objecten De objecten betreffen de bestaande gebouwen en kunstwerken die in het rekenmodel zijn betrokken. De gebouwen tussen de geluidsbronnen en de locatie leiden tot afscherming van het geluid. Gebouwen aan de overzijde van de weg leiden tot reflectie waardoor de geluidsbelasting op de locatie toeneemt. Voor het invoeren van de gebouwen is gebruikt gemaakt van de BAG 3D. Deze is handmatig bewerkt en verbeterd.
In de rekenmodellen is dus gerekend met de afschermende werking van bestaande gebouwen, kunstwerken etc. Er is niet gerekend met de afschermende werking van de toekomstige bedrijven op het bedrijventerrein Heesch West. Dit is niet gedaan, omdat de exacte invulling nog niet bekend is en deze invulling van grote invloed is op het feit of er wel of geen afschermende werking optreedt. Met deze manier van modelleren is de geluidbelasting worst-case berekend en zullen in de praktijk mogelijk lagere geluidniveaus aan de orde zijn als de afschermende bedrijfsgebouwen gerealiseerd zijn. Geluidsschermen Langs de A59 zijn ter hoogte van het viaduct met de Cereslaan geluidsschermen aanwezig. In de rekenmodellen is rekening gehouden met deze geluidsschermen. De ligging en de hoogte van deze schermen zijn overgenomen uit het geluidsregister van Rijkswaterstaat. Obstakels Door middel van obstakels wordt in het rekenmodel rekening gehouden met een extra geluidsproductie als gevolg van optrekkend verkeer nabij kruispunten en rotondes. In het rekenmodel is rekening gehouden met een dergelijke obstakeltoeslag ter hoogte van de kruisingen en de rotondes binnen het onderzoeksgebied. In de berekening van de alternatieven is ook rekening gehouden met de extra geluidsemissie van de nieuwe rotondes in de Bosschebaan.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
14
Hoogtelijnen Met behulp van hoogtelijnen kan het verloop van het maaiveld in het rekenmodel worden ingevoerd. Met name langs de A59 zijn hoogteverschillen aanwezig. Het hoogteverloop in de omgeving van de A59 is in het rekenmodel betrokken op basis van de digitale topografische bestanden (dtb). In deze bestanden van Rijkswaterstaat is op nauwkeurige wijze het hoogteverloop van de weg opgenomen. Buiten het dtb-gebied is het hoogteverloop gebaseerd op de gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 2 (AHN2). Een afbeelding van het rekenmodel waarin de voorgaande onderdelen van het model zijn gepresenteerd is weergegeven in afbeelding 3.1.
Afbeelding 3.3 : 3D-weergave rekenmodel wegverkeerslawaai (alternatief 3)
Toetspunten Voor specifieke geluidsgevoelige bestemmingen (met name woningen) langs de beschouwde wegen is de geluidsbelasting berekend. Voor die situaties zijn toetspunten op de gevels van de beschouwde geluidsgevoelige bestemmingen gekozen waarop de geluidsbelasting is berekend. Voor de beoordeling van de planeffecten bij woningen is de beoordelingshoogte gekozen op de verdieping van de woningen. In dit onderzoek is voor wegverkeerslawaai ook getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder voor de aanleg van de nieuwe wegen en de reconstructie van de Bosschebaan. Voor de woningen waar bij deze toetsing een geluidsbelasting wordt verwacht die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde is de geluidsbelasting ter plaatse van deze woningen berekend op meerdere bouwlagen. Voor de berekeningen met betrekking tot het gezoneerde industrieterrein is gerekend op een beoordelingshoogte van 5 meter. Een uitzondering zijn de woningen met één bouwlaag, voor deze woningen is gerekend op een beoordelingshoogte van 1,5 m. Op de grens van de gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant is gerekend op een beoordelingshoogte van 1,5 m.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
15
3.4.3. Uitgangspunten wegverkeerslawaai In het kader van de voorbereiding van het MER en het bestemmingsplan is door bureau Goudappel Coffeng onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling. De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een separate rapportage “Verkeersonderzoek Heesch West”. Voor het voorkeursalternatief zijn de verkeersgegevens aangeleverd op 22 oktober 2018 door Goudappel Coffeng. In bijlage 2 zijn voor de huidige situatie (2019), de autonome situatie zonder Heesch West, de vier onderscheiden alternatieven en het VKA de verkeersintensiteiten op de wegen in de omgeving van het plan gepresenteerd. Voor een uitgebreidere weergave van de verkeersintensiteiten wordt verwezen naar het verkeersonderzoek Heesch West. In de rekenmodellen waarmee de verandering van de geluidsbelasting is berekend zijn meer wegen betrokken. Op deze wegen vindt echter geen of een zeer geringe verandering van de verkeersintensiteit plaats of ze hebben een zeer geringe verkeersintensiteit. Deze wegen zijn ook in het onderzoek meegenomen omdat het verkeer op deze wegen ook de absolute waarde van de geluidsbelasting ter plaatse van de beschouwde woningen bepaalt. De geluidsbelasting wordt naast de verkeersintensiteit eveneens bepaald door de wettelijk toegestane rijsnelheid en de wegdekverharding.
De rijsnelheid is voor de huidige situatie gebaseerd op informatie uit maps.google.nl, omdat deze gegevens niet zijn opgenomen in de aangeleverde verkeersgegevens. Na de realisatie van Heesch West wordt een groot deel van de Bosschebaan en de Rekken verlegd. De rijsnelheid op deze nieuw aan te leggen weg wordt 70 km/h. Het wegdektype op de in het onderzoek betrokken wegen bestaat in hoofdzaak uit een fijn asfalt verharding (dicht asfalt beton). De kleinere woonstraten in de kernen kunnen daarnaast zijn voorzien van klinkers (in keperverband). Het onderscheid tussen asfalt en klinkers is gebaseerd op de gegevens uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Alle wegdelen met de aanduiding open verharding zijn wegen met een klinkerverharding en alle wegen met de aanduiding gesloten verharding zijn voorzien van fijn asfalt. Op basis van informatie van de gemeenten zijn in het studiegebied geen (lokale) wegen aanwezig met een andere stillere wegdekverharding. De gegevens met betrekking tot het wegdek en de wettelijk toegestane rijsnelheid op de A59 zijn ontleend aan de gegevens die zijn opgenomen in het emissieregister (GeluidsProductiePlafonds, GPP’s). 3.4.4.
Uitgangspunten industrielawaai (inclusief zonneparken) Beschouwde alternatieven Per alternatief zijn de volgende bedrijven beschouwd: - Huidig: bedrijven binnen het studiegebied alsmede het bestaande tankstation en het bestaande wegrestaurant binnen het plangebied - Autonoom: Huidig + zonnepark “Achterste Groes” ten oosten van plangebied + uitbreiding bedrijventerrein Cereslaan / Vismeerstraat - Alternatief 1 + 2: Autonoom + 50 ha bedrijven + zonnepark + agrarische invulling van de gronden waarop de wijzigingsbevoegdheid ligt (deze invulling van de wijzigingsbevoegdheid met categorie 2 komt ook overeen met het gebruik als tijdelijk zonnepark)
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
16
-
Alternatief 3 + 4 + VKA: Autonoom + 80 ha bedrijven, wat inhoudt een bedrijfsmatige invulling van de gronden waarop de wijzigingsbevoegdheid ligt. Voor de alternatieven 1 en 2 en de alternatieven 3 en 4 bestaat voor de berekening van industrielawaai geen verschil, aangezien de oppervlakte, geografische ligging en de toegestane milieucategorieën voor deze alternatieven gelijk zijn. Bronnen Binnen het plangebied is per bedrijfsbestemmingsvlak in het rekenmodel een oppervlaktebron ingevoerd. Ook voor het zonnepark binnen het plangebied is een oppervlaktebron ingevoerd. Daarbij is het bronvermogen van die oppervlaktebron zodanig gekozen dat op de richtafstand behorende bij de milieucategorie voldaan wordt aan de grenswaarde. Bijvoorbeeld voor categorie 4.2 betreft dit 45 dB(A) op 300 meter (rustige woonwijk) ofwel 50 dB(A) op 200 meter (gemengd gebied). Gerekend is met een standaard industrielawaaispectrum en een bronhoogte van 5 meter boven lokaal maaiveld. Voor de bedrijfsbestemmingen op het bestaande deel van het bedrijventerrein aan de Cereslaan / Vismeerstraat is uitgegaan van de maximaal planologische invulling van de betreffende thans vigerende bestemming en is eveneens gewerkt met oppervlaktebronnen. Voor de uitbreiding van dit bedrijventerrein (autonome situatie) is uitgegaan van de voorgenomen maximale planologische invulling en is gewerkt met oppervlaktebronnen.
Voor het zonnepark “Achterste Groes” ten oosten van het plangebied zijn drie puntbronnen in het rekenmodel opgenomen op de locaties waar de transformatoren beoogd zijn, waarbij er op basis van het transformatorvermogen vanuit gegaan is dat deze naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met milieucategorie 2. De overige (agrarische) bedrijven binnen het studiegebied zijn door middel van een puntbron met een bronvermogen van 79 dB(A) etmaalwaarde gemodelleerd. Dit bronvermogen komt overeen met 50 dB(A) op 10 meter afstand (categorie 2 in gemengd gebied), wat overeenkomt met de maximaal planologische invulling. De oppervlakte waaraan een bedrijfsbestemming wordt toegekend (totaal circa 95,2 ha, inclusief toepassen wijzigingsbevoegdheid) is groter dan de oppervlakte die daadwerkelijk uitgegeven zal worden (totaal circa 80 ha netto) en de oppervlakte van de groenbestemming waarbinnen het zonnepark zal worden gerealiseerd (circa 25,4 ha) is eveneens groter dan de oppervlakte van het zonnepark (circa 10 ha). In het model zijn worst-case over het volledige gebied oppervlaktebronnen ingevoerd en zijn ter correctie van het feit dat niet het gehele gebied zal worden uitgegeven een reductie ingevoerd om tot een geluideffect voor 50 of 80 ha netto bedrijventerrein en 10 ha netto zonnepark te komen. In bijlage 3 zijn de invoergegevens van de bronnen opgenomen. 3.4.5.
Uitgangspunten windturbines In het MER zijn vier varianten voor de opstelling van windturbines onderzocht. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de akoestisch gezien realistische variant; drie hoge windturbines in de landschappelijke zone. De posities van de windturbines zijn aangeduid in de verbeelding van het bestemmingsplan. De verdere uitgangspunten voor deze windturbines zijn een ashoogte van 132 m en een tiphoogte van 210 m. Voor het type windturbine is voor alle drie de turbines uitgegaan van type Lagerweij 136, één van de momenteel actuele windturbinetype met een relatief grote
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
17
geluidemissie (worst-case benadering). Met deze werkwijze wordt vanuit geluid enige flexibiliteit ingebouwd. 3.5
Effectbepaling
3.5.1. Aantallen gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden In de kwantitatieve analyse wordt het aantal gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden in beeld gebracht. Voor de beoordeling van deze aantallen is gebruik gemaakt van de gegevens uit de TNO-rapportage ‘Noise annoyance from stationary sources: Relationships with exposure metric day–evening–night level (DENL) and their confidence intervals’ uit 2004. In deze rapportage is de relatie beschreven tussen de geluidsbelasting Lden voor wegverkeer en industrielawaai en het aantal gehinderden en ernstig gehinderden die zich binnenshuis bevinden. Voor wegverkeerslawaai is in deze rapportage eveneens de relatie tussen de geluidsbelasting Lnight en het percentage slaapverstoorden beschreven. Voor slaapverstoring door industrielawaai is in deze rapportage geen relatie opgenomen. De percentages slaapverstoring voor industrielawaai zijn hetzelfde verondersteld als bij wegverkeerslawaai in analogie met de tabel in bijlage 2 van de Regeling geluid milieubeheer. Voor de hinder van windturbines is gebruik gemaakt van het TNO-rapport ‘Hinder door geluid van windturbines’ uit 2008. In de hierna opgenomen tabel 2 zijn de percentages (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden binnen de onderscheiden geluidsklasses opgenomen voor wegverkeers-, industrie- en windturbinegeluid.
Tabel 2 : Percentage (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden (weg-, industrie- en windturbinegeluid). Aantal gehinderden wegverkeersgeluid. Geluidsklasse Lden [dB] Gehinderden [%]
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
13
21
30
41
54
Aantal ernstig gehinderden wegverkeersgeluid. Geluidsklasse Lden [dB]
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
Ernstig gehinderden [%]
5
8
13
20
30
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
7
10
13
18
20
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
15
22
31
42
54
Aantal slaapverstoorden wegverkeersgeluid. Geluidsklasse Lnight [dB] Slaapverstoorden [%] Aantal gehinderden industriegeluid. Geluidsklasse Lden [dB] Gehinderden [%]
Aantal ernstig gehinderden industriegeluid. Geluidsklasse Lden [dB]
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
Ernstig gehinderden [%]
6
11
16
23
31
50-54
55-59
60-64
65-69
70 en hoger
7
10
13
18
20
Aantal slaapverstoorden industriegeluid. Geluidsklasse Lnight [dB] Slaapverstoorden [%]
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
18
Vervolg tabel 2 Aantal gehinderden windturbinegeluid Geluidsklasse Lden [dB] Gehinderden [%]
43-44
45-46
47-48
49-50
51
9
13
19
25
31
Aantal ernstig gehinderden windturbinegeluid. Geluidsklasse Lden [dB]
43-44
45-46
47-48
49-50
51
Ernstig gehinderden [%]
4
6
9
13
17
37-38
39-40
41-42
43-44
45
23
25
27
28
30
Aantal slaapverstoorden windturbinegeluid. Geluidsklasse Lnight [dB] Slaapverstoorden [%]
De aantallen gehinderden, ernstig gehinderden en slaapverstoorden worden voor de huidige situatie, de autonome situatie, de vier alternatieven en het voorkeursalternatief berekend. 3.5.2. Geluidscontouren Het planeffect wordt in eerste instantie in beeld gebracht met geluidscontouren. Voor de huidige situatie, de autonome situatie, de vier alternatieven en het voorkeursalternatief (VKA) worden de geluidscontouren berekend voor wegverkeers-, industrie- en windturbinegeluid. Voor wegverkeerslawaai zijn de variabelen in deze zeven situaties de verkeersintensiteiten, de verandering van de ligging van de wegen en bijvoorbeeld de wijziging van de wettelijk toegestane rijsnelheid. 3.5.3. Cumulatie alle bronsoorten In artikel 110f, eerste lid van de Wgh is geregeld dat voor woningen die gelegen zijn binnen het aandachtsgebied van meerdere geluidbronnen onderzoek dient plaats te vinden naar het effect van de samenloop. In dit plan is een samenloop van wegverkeers-, industrie- (inclusief zonnepark) en windturbinegeluid aan de orde. Overige geluidsaspecten zoals railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai spelen geen rol. De rekenmethode voor de bepaling van het effect van de samenloop van verschillende geluidbronnen is voor de aspecten wegverkeer- en industriegeluid opgenomen in hoofdstuk 2 ‘Rekenmethode cumulatieve geluidbelasting’ van bijlage I bij het RMG 2012.
De cumulatieregels voor windturbinegeluid zijn neergelegd in bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Bij de cumulatieberekeningen worden de geluidsbelastingen vanwege industrie-en windturbinegeluid omgerekend naar een geluidsbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. De volgende rekenregels zijn in de genoemde rekenvoorschriften opgenomen: Wegverkeer L*vl = 1,00 * LVL + 0,00 Industrie L*il = 1,00 * LVL + 1,00 Windturbine L*wt = 1,65 * LWT - 20,05 Als alle bronsoorten zijn omgerekend naar een geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai (L*-waarden), dan worden die L*-waarden energetische gesommeerd. De rekenregel hiervoor is: Sommatie LCUM = 10 log (10(L*vl/10) + 10(L*il/10) + 10(L*wt/10)). De reductie ex artikel 110g Wgh wordt voor wegverkeerslawaai niet toegepast.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
19
4.
Resultaten Op grond van de hiervoor beschreven uitgangspunten en onderzoeksopzet zijn in deze paragraaf de resultaten beschreven voor het geluidsonderzoek voor het MER en het bestemmingsplan. Het onderzoek voor het MER heeft betrekking op de gehinderden en de geluidscontouren en is beschreven in paragraaf 4.1. Het onderzoek voor het bestemmingsplan is beschreven in paragraaf 4.2.
4.1.
Resultaten geluidsonderzoek MER De akoestisch effecten van de beschouwde alternatieven zijn beschreven in paragraaf 4.1.1. Voor de plaatsen waar sprake is van negatieve effecten worden in paragraaf 4.1.2 zijn de mitigerende maatregelen beschreven. Als laatste zijn de akoestisch effecten van het VKA beschreven in paragraaf 4.1.3.
4.1.1. Akoestische effecten alternatieven (Ernstig) gehinderden en slaapgestoorden Voor wegverkeers-, industrie- en het windturbinegeluid zijn in bijlage 4a de tabellen met (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden gepresenteerd. Eveneens zijn op de bijbehorende pandenkaarten in deze bijlage de ligging van de woningen met de bijbehorende geluidsbelasting aangeduid. Door middel van verschilpandenkaarten zijn voor de alternatieven de akoestische effecten voor de afzonderlijke geluidsbronnen en cumulatief in beeld gebracht. Zoals beschreven is in paragraaf 3.5.1 worden voor de (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden ten gevolge van wegverkeer- en industrielawaai woningen die een geluidbelasting hebben vanaf 50 dB meegenomen in deze berekening. Voor windturbinelawaai ligt deze ondergrens op 43 dB. Een samenvattend overzicht van de resultaten is in de hierna opgenomen tabel 3 weergegeven. Tabel 3a: Verandering aantal gehinderden door realisatie Heesch West. Situatie Gehinderden Wegverkeer Industrie Huidige situatie 260 30 Autonoom 279 31 Alternatief 1 293 (14) 36 (5) Alternatief 2 292 (13) 36 (5) Alternatief 3 296 (17) 46 (15) Alternatief 4 294 (15) 46 (15)
Windturbine 0 0 15 (15) 15 (15) 15 (15) 15 (15)
Tussen haakjes toename ten opzichte van autonoom Tabel 3b: Verandering aantal ernstig gehinderden door realisatie Heesch West. Situatie Ernstig gehinderden Wegverkeer Industrie Huidige situatie 106 15 Autonoom 114 16 Alternatief 1 120 (6) 18 (2) Alternatief 2 120 (6) 18 (2) Alternatief 3 122 (8) 22 (6) Alternatief 4 121 (7) 22 (6)
Windturbine 0 0 8 (8) 8 (8) 8 (8) 8 (8)
Tussen haakjes toename ten opzichte van autonoom
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
20
Tabel 3c: Verandering aantal slaapgestoorden door realisatie Heesch West. Situatie+ Huidige situatie Autonoom Alternatief 1 Alternatief 2 Alternatief 3 Alternatief 4
Wegverkeer 19 23 26 (3) 25 (2) 26 (3) 26 (3)
Slaapverstoorden Industrie 8 9 9 (0) 9 (0) 9 (0) 9 (0)
Windturbine 0 0 6 (6) 6 (6) 6 (6) 6 (6)
Tussen haakjes toename ten opzichte van autonoom
De realisatie van Heesch West leidt, door een toename van het verkeer en de aanleg van het bedrijventerrein met de windturbines, tot een toename van het aantal (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden. De relatief hoge aantallen (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden in de huidige en de autonome situatie worden veroorzaakt door het verkeer op de A59. De toename van het verkeer door de aanleg van Heesch West leidt tot de grootste toenames in aantallen (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden. De effecten zijn voor wegverkeerslawaai het grootst omdat de woningen relatief dicht langs de wegen zijn gelegen die door de planontwikkeling een toename van verkeer krijgen te verwerken. Voor wegverkeerslawaai bedraagt de toename van het aantal gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden maximaal respectievelijk 17, 8 en 3 in alternatief 3 ten opzichte van de autonome situatie. De effecten van de alternatieven 3 en 4 vallen in dezelfde orde van grootte. Het aantal gehinderden, ernstig gehinderden en slaapverstoorden is voor wegverkeerslawaai in alternatief 3 hoger dan in alternatief 4 als gevolg van het hogere aandeel logistiek van 80% en de daarmee gepaard gaande hogere verkeersproductie. Ook binnen alternatief 1 en 2 zijn dezelfde effecten aan de orde als binnen alternatief 3 en 4.
Door de kleinere bedrijfsoppervlakte voor alternatief 1 en 2 (50 ha in plaats van 80 ha) zijn de negatieve effecten echter geringer. De grootste toename van het aantal (ernstig) gehinderden voor wegverkeerslawaai is te vinden in de klasse van 60 - 64 dB. In alternatief 3 zijn er 29 woningen meer in deze klasse dan in de autonome situatie, wat resulteert in een toename van 19 gehinderden en 8 ernstig gehinderden. In bijlage 4 zijn de locaties van de woningen per klasse weergegeven. De drie woningen langs de Middelste Groes, twee andere woningen op bedrijventerrein Vismeer en 42 woningen langs de Weerscheut en de ontsluitingswegen in Vinkel komen na planrealisatie in deze klasse te liggen Na verkeer veroorzaken de windturbines de belangrijkste toename in het aantal gehinderden. Voor de drie windturbines bedraagt het aantal gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden maximaal respectievelijk 15, 8 en 6 voor de beschouwde situatie. Voor industrielawaai scoren de alternatieven 1 en 2 en de alternatieven 3 en 4 gelijk, omdat de logistieke bedrijven en de overige bedrijven binnen dezelfde milieucategorie vallen. Ten opzichte van de autonome situatie is in de alternatieven 1 en 2 sprake van een toename van 5 gehinderden en 2 ernstig gehinderden. Voor de alternatieven 3 en 4 is dat in vergelijking met de autonome situatie 15 gehinderden en 6 ernstig gehinderden.
In geen van de alternatieven is sprake van een toename van het aantal slaapgestoorden. Het aantal gehinderden en ernstig gehinderden is in alternatief 3 en 4 hoger dan in alternatief 1 en 2, omdat de woningen ten zuiden van Heesch West in alternatief 3 en 4, door de uitbreiding van Heesch West in zuidelijke richting, een significante hogere geluidsbelasting ondervinden ten opzichte van alternatief 1 en 2.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Heesch West’ 617.157.10 / 9 mei 2019
21
Deze toenames zijn relatief beperkt omdat het industrieterrein is voorzien in een gebied met relatief weinig woningen. De toename van het aantal gehinderen door windturbinegeluid is groter dan dat door de industrie binnen Heesch West, omdat windturbinegeluid vanaf lagere geluidsbelastingen leidt tot hinder en slaapverstoring dan industrielawaai. Op basis van aantallen gehinderden en ernstig gehinderden voor weg- en industrielawaai samen kan worden gesteld dat de toename in alternatief 1 en 2 half zo groot is als in alternatief 3 en 4. Geluidcontouren In bijlage 4b zijn voor de weg-, industrie en windturbinegeluid de geluidscontouren gepresenteerd voor de huidige, de autonome situatie en de alternatieven. Voor de alternatieven zijn ook verschilkaarten gemaakt ten opzichte van de autonome situatie. Op basis van deze kaarten is beoordeeld waar ruimtelijk gezien een significante toename van 1,5 dB of hoger aan de orde is. Wegverkeerslawaai Op een aantal locaties rond Heesch West leidt Heesch West tot een toename van geluid door wegverkeer. Dit betreft bedrijfswoningen op het bedrijventerrein Vismeerstraat (1), de woningen op de route door Vinkel (Weerscheut, Lindenlaan en Vinkelsestraat) (2) en 2 woningen ten zuiden en ten oosten van het industrieterrein Heesch West (3).