CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 'Schaapsdijk 1a, Loosbroek' - Toelichting

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Schaapsdijk 1a, Loosbroek*13.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waterschap

Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer is in Bernheze in handen van het Waterschap Aa en Maas en de gemeente Bernheze.

Waterbeheerplan 2022-2027 Iedere zes jaar wordt een waterbeheerplan opgesteld door het waterschap. In dit waterbeheerplan

(WBP) staan de doelstellingen van waterschap Aa en Maas voor de periode 2022-2027. Met dit plan wordt invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening Water om een WBP op te stellen. Bij dit waterbeheer laat het waterschap zich continu leiden door de missie:

“Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.”

29

Keur

De Keur bevat de regels en vult daarmee de regels uit de Waterwet aan om daarmee de doelstellingen zoals opgenomen in het Waterbeheerplan te kunnen realiseren. De Keur is zowel van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap als particulieren en bedrijven. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel.

Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel (Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak), behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden. Deze rekenregel geldt voor een toename van het verhard oppervlak van tenminste 500 m2 en maximaal 10.000 m2.

Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2020 tot en met 2023

De gemeente Bernheze heeft de taak om voor die riolering te zorgen. Dat houdt in zorgen voor:  stedelijk afvalwater  afvloeiend hemelwater  grondwatermaatregelen Het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2020 tot en met 2023 geeft aan hoe wij met deze drie zorgplichten omgaan. We nemen doelmatige maatregelen om onze leefomgeving aan te passen aan het veranderend klimaat. Daarnaast is klimaatacceptatie en een gedragsverandering noodzakelijk waarbij we moeten accepteren dat extreme weersomstandigheden toenemen. Er zullen situaties voorkomen die ondanks alle doelmatige (klimaat)maatregelen nog steeds voor overlast zullen zorgen (denk aan hitte, droogte, wateroverlast en de kans op overstromingen).

Situatie waterhuishouding

In de gemeente Bernheze wordt afvalwater en hemelwater in de meeste gebieden gemengd via de riolering afgevoerd, zo ook aan de Schaapsdijk. Dit wordt aangeduid als gemengd stelsel. Het huishoudelijk afvalwater van beide woningen zal op het gemeentelijk rioleringsstelsel worden afgevoerd. Er zijn hierbij geen capaciteitsproblemen te verwachten. Gezien de ambitie van de gemeente om (op termijn) een gescheiden stelsel aan te leggen, wordt het afvalwater gescheiden aangeboden op de perceelsgrens. Het vigerende bestemmingsplan ‘Schaapsdijk – Krommedelseweg Loosbroek’, vastgesteld op 10 maart 2016 voorziet in de nieuwbouw van een vrijstaande woning op onderhavige locatie. Hiervoor is een infiltratiesloot voorzien achter de woning. Ook in onderhavig plan wordt gebruik gemaakt van deze infiltratiesloot. Echter nu twee woningen zijn toegestaan is een extra bijgebouw mogelijk van 100 m². Het bouwvlak voor het plangebied blijft gelijk. De infiltratiesloot kan hiervoor ter plaatse van het plangebied iets breder gehouden worden om zodoende de extra benodigde inhoud te realiseren. De benodigde compensatie voor onderhavig initiatief wordt berekend middels onderhavige rekenregel:

Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m) 100 m² * 1 * 0,06 = 6 m³

30

4.7 Natuur In het kader van het vigerende bestemmingsplan is een natuurtoets uitgevoerd. Gezien met onderhavige ontwikkeling geen extra ruimtebeslag plaatsvindt is de conclusie uit dit onderzoek voldoende en bepalend voor onderhavige ontwikkeling. De toetsing en aanbeveling is hieronder opgenomen.

Toetsing gebiedsbescherming - Wettelijke gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de invloedssfeer van door de Natuurbeschermingswet beschermde gebieden. Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek ligt op ongeveer 12 kilometer van het plangebied. Gezien deze afstand hoeft in het plan geen rekening gehouden te worden met wettelijke gebiedsbescherming. Toetsing gebiedsbescherming - Planologische gebiedsbescherming Het plangebied ligt geheel buiten de EHS of Groenblauwe Mantel zoals deze is vastgesteld op de kaart van de Verordening Ruimte. Door de ontwikkeling zullen geen wezenlijke kenmerken van de provinciale groenstructuur worden aangetast. In de planvorming voor het gebied hoeft geen rekening gehouden te worden met planologische bescherming van natuurwaarden. Toetsing Flora- en Faunawet Het plangebied vormt geschikt habitat voor enkele algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren van tabel 1 (mol, egel, konijn, etc.). Voor soorten van tabel 1 geldt een algemene vrijstelling van de Flora- en Faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt hiervoor de zorgplicht. Het plangebied zelf vormt geen geschikt habitat voor vleermuizen. De zomereiken rondom het plangebied vormen mogelijk wel een foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Deze bomen blijven intact.

Er is geen sprake van verlies van voor vleermuizen essentieel foerageergebied of vliegroutes. Negatieve effecten voor vleermuizen zijn uitgesloten. Binnen het plangebied zijn broedende vogels te verwachten. Over het algemeen zijn nesten van de meeste soorten vogels uitsluitend beschermd gedurende de periode dat deze nesten in gebruik zijn, dat wil zeggen de broed- en nestperiode. Het is in de praktijk niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verwijderen of verstoren van deze nesten in deze periode. Door de werkzaamheden (verwijderen van vegetatie) buiten de broedperiode (half maart-half juli) uit te voeren, wordt het risico op overtreding van de Flora- en Faunawet voor deze vogelsoorten sterk verminderd. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaatsvinden dient de uitvoeringslocatie vooraf en tijdens de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te zijn voor broedende vogels. Dit kan door het kort maaien en houden van de aanwezige vegetatie voorafgaand en tijdens het broedseizoen. De watergang rond het plangebied vormt geschikt habitat voor de kleine modderkruiper. Bij de aanleg van dammen en duikers dient rekening gehouden te worden met deze beschermde soort. Het is van belang te werken volgens een goedgekeurde gedragscode.

Als onderdeel hiervan dienen aanwezige kleine modderkruipers en overige fauna (vissen, amfibieën en grotere insecten) voorafgaand aan het aanleggen van de inritten en dammen onder begeleiding van een ter zake kundige persoon verplaatst te worden naar geschikt water in de directe omgeving, afgeschermd van de werkzaamheden. De streek is geschikt voor rugstreeppadden. Het is derhalve aan te bevelen het terrein niet in het voortplantingsseizoen van deze soort bouwrijp te maken en daarbij plekken te creëren waarin regenwater kan stagneren (geschikte voortplantingsplaatsen voor rugstreeppad). Binnen het plangebied zijn zwervende exemplaren van algemeen beschermde soorten amfibieën te verwachten. Voor soorten van tabel 1 geldt een algemene vrijstelling van de Flora- en Faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt hiervoor de zorgplicht. Aanbevelingen In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te 31

worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Algemene zorgplicht

Te allen tijde is sprake van een zorgplicht. Deze is opgenomen in artikel 1.11 Wnb en voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het betreft niet alleen dieren en planten van soorten waarvoor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn specifieke beschermingsmaatregelen eisen, maar alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

4.8 Bodem Wettelijke basis

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Er is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan ‘Schaapsdijk – Krommedelseweg Loosbroek’. In 2015 is een actualisatie van de bodemkwaliteit uitgevoerd in het plangebied van het betreffende bestemmingsplan door middel van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Hieruit bleek dat na de uitvoering van het bodemonderzoek in 2009 er geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden in het plangebied die de bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed. De bodemkwaliteit vormt geen milieuhygiënische of (financiële) belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en gebruik van de locatie.

De conclusie van dit onderzoek is als volgt.

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen in de grond. Analytisch zijn plaatselijk in de boven- en ondergrond overschrijdingen van de achtergrondwaarde voor kobalt, koper, kwik, minerale olie en zink aangetoond. Voor het overige zijn in zowel de bovenen ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen aangetoond. In het grondwater zijn een streefwaarde-overschrijding voor barium, koper en nikkel aangetoond. De hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt verworpen vanwege overschrijdingen van de achtergrondwaarde voor kobalt, koper, kwik, minerale olie en zink (grond) en de streefwaarden overschrijdingen voor barium, koper en nikkel (grondwater). Het uitvoeren van vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

4.9 Overig M.e.r.-beoordeling

Indien een activiteit de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage niet overschrijdt is een vormvrije m.e.r.-beoordeling vereist. Onderhavige toelichting de wijziging van een vrijstaande woning naar een tweekapper binnen de bestemming 32

‘Wonen’. Naar alle criteria is gekeken en geoordeeld dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

Kabels en leidingen

In het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied liggen geen kabels of leidingen die planologisch relevant zijn. Er zijn uit dit oogpunt derhalve geen belemmeringen voor de realisering van de woningen.

Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen

Er zijn in de nabije omgeving van het plangebied geen gronden gelegen waar bedrijfsmatig gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Spuitzones hebben dan ook geen negatieve invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

33

5 Uitvoerbaarheid en procedure Uit voorgaande toetsing is gebleken dat de gewenste ontwikkeling past binnen het beleid en de wettelijke kaders. Hierna wordt de uitvoerbaarheid en de te volgen planologische procedure toegelicht.

5.1 Economische uitvoerbaarheid Initiatiefnemer betreft een particuliere partij. Deze particuliere partij draagt zorg voor de kosten welke gepaard gaan met de voorgenomen ontwikkeling. De financiële uitvoering van de ontwikkeling is daarmee geborgd. De Wet ruimtelijke ordening geeft gemeenten meer regie en sturing op de ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal niveau. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk voor gemeenten om de kosten met betrekking tot het plan te verhalen op diegene die de ontwikkeling initieert. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten. Gezien voorgaande zijn risico’s aangaande dit aspect voor de gemeente dan ook uitgesloten.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid vindt een kennisgeving van het besluit volgens formele weg plaats. Het complete bestemmingsplan, regels, verbeelding en toelichting inclusief bijlagen worden voor eenieder ter inzage gelegd. Tevens wordt het ontwerpbesluit toegezonden aan de provincie en het waterschap. Daarnaast is een planschaderisico-analyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de planschade nihil is.

5.3 Te volgen procedure Ten behoeve van de wijziging van de bestemming wordt een planologische procedure doorlopen op basis van artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Op de voorbereiding van het bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het voorontwerp bestemmingsplan wordt voorgelegd aan de vooroverleginstanties waarbij het tevens ter inzage gelegd kan worden ten behoeve van een inspraakmogelijkheid. Na vooroverleg en eventuele aanpassingen wordt het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage gelegd en vindt op formele wijze een kennisgeving van het ontwerpbesluit plaats. Gedurende deze periode krijgt iedereen de mogelijkheid een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. Het bestemmingsplan kan eventueel worden aangepast. De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het plan gepubliceerd. Een kennisgeving van het besluit vindt plaats conform wettelijke voorwaarden. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.

34

6 Conclusie Uit voorgaande toetsing blijkt dat de gewenste ontwikkeling past binnen het rijksbeleid, beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Bernheze. Het plan voldoet tevens aan de gestelde eisen op het gebied van milieu en levert geen beperkingen op ten aanzien van ruimtelijke aspecten. Daarnaast is tevens de uitvoerbaarheid voldoende gegarandeerd.

35

Bijlage Bomen Effect Analyse Invoergegevens V-stacks gebied Stappenplan

36

Bomen Effect Analyse

37

Fam. Van Houtum Koningsstraat 7 Loosbroek Mijn kenmerk: 2022031 Zeeland, 1 maart 2022 Betreft: Bomen Effect Analyse Geachte fam. Van Houtum, Hierbij stuur ik u de resultaten van de Bomen Effect Analyse. Aanleiding De aanleiding voor de Bomen Effect Analyse is de realisatie van een inrit vlak nabij een zomereik. Met de nieuwe inrit wordt de nog te realiseren woning in de dierenweide bereikbaar. Doel Het doel van de opdracht is als volgt:  Inzichtelijk maken van de huidige kwaliteit van de boom;  Beschrijven welk effect de werkzaamheden heeft op de boom;  Beschrijven van aanbevelingen om de boom duurzaam te behouden en te beschermen. Uitgangspunt Het uitgangspunt van de Bomen Effect Analyse is het duurzaam behouden van de betreffende boom. Uitvoering Het veldwerk voor dit onderzoek is uitgevoerd door Roel Vermeulen op 1 maart 2022.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 1

1.1 Onderzoekslocatie Op onderstaande afbeelding is de onderzoekslocatie weergegeven. Het betreft de zomereik aan de westzijde van de Koningsstraat ter hoogte van de huidige dierenweide. De boom is oranje gearceerd. De nieuwe inrit is rood gearceerd, zie afbeelding 1.

Afbeelding 1. Onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)

1.2 Projectstatus De ontwerptekening is weergegeven in bijlage 1. Op de tekening is de zomereik, de huidige en nieuwe inrit schematisch weergegeven.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 2

1.3 Opname bomen Boomgegevens De zomereik (Quercus robur) staat in de berm aan de westzijde van de rijbaan. De berm is circa 2,5 meter breed, daar achter ligt een watervoerende sloot. De zomereik heeft een stamdiameter van circa 40 cm. De boom is 12 - 15 meter hoog en de kroon is circa 10 meter breed. De conditie is als redelijk beoordeeld. De levensverwachting is > 15 jaar. De onderhoudstoestand van de boom is aanvaard. Er zijn geen grote gebreken, aantastingen of symptomen die daarop duiden aangetroffen. De boom is veilig.

Afbeelding 2. Zomereik

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 3

1.4 Groeiplaatsonderzoek Op dinsdag 1 maart 2022 vond het veldwerk voor het groeiplaatsonderzoek plaats. Bij een groeiplaatsonderzoek worden zowel de boven- als ondergrondse groeiplaatsomstandigheden bestudeerd. Er is vooral gekeken naar het algemene bodemprofiel en de groei van boomwortels ter hoogte van de nieuwe inrit. Voor de realisatie van de inrit is van het volgende uitgegaan:  Inrit van circa 3,5 meter breed aansluitend op de rijbaan op circa 4,5 meter uit de stam van de zomereik. Groeiplaatsonderzoek nieuwe inrit nabij de zomereik Op 4 meter uit de stam is de eerste profielkuil gegraven, zie oranje pijl.

Afbeelding 3. Profielkuil 1

De bodem bestaat hier uit een laag lichtbruin en geel gemengd matig humeus zand tot 70 cm beneden maaiveld. In de profielkuil zijn vooral aan de slootzijde enkele oppervlakkige wortels van 1 tot 3 cm in diameter aangetroffen. Aan de straatzijde zijn nauwelijks tot geen wortels aangetroffen in de profielkuil. Aan de straatzijde zijn enkele afgestorven wortels aangetroffen. Mogelijk zijn deze beschadigd bij werkzaamheden aan de nieuwe rijbaan, of aan kabels en leidingen.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 4

Afbeelding 4. Profielkuil 1 wortels aan de slootzijde

Afbeelding 5. Profielkuil 1 nauwelijks wortels en gemend zand aan de straatzijde

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 5

Groeiplaatsonderzoek in de dierenweide In verband met de voorgenomen bouwwerkzaamheden is onderzoek gedaan naar beworteling in de dierenweide.

Afbeelding 6. Profielkuil 2

De bodem bestaat op deze locatie uit een laag donkerbruin humeus zand tot 60 cm beneden maaiveld. Daaronder is enkel geel humusarm zand aangetroffen. Op 70 cm beneden maaiveld is het grondwater aangetroffen. In de dierenweide groeien geen boomwortels.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 6

Afbeelding 7. Profielkuil 2 geen wortels in de dierenweide

1.5 Effecten Analyse Realisatie inrit Bij het graven van een cunet voor de inrit tot maximaal 40 cm beneden maaiveld vindt lichte schade aan wortels plaats. Het percentage wortelverlies is 5-10 % en beperkt acceptabel. De wortels kunnen zich hier niet meer herstellen omdat de groeiplaats blijvend wordt vervangen door de inrit met cunetzand of puin. Realisatie woningen Als de gevels van de woningen in dezelfde lijn staan als die van de buren, heeft dit geen nadelig effect op de zomereik. Wellicht dat een kleine deel van de kroon in de weg staat voor een eventuele bouwsteiger, zie rode stippellijn op afbeelding 8. Schade aan stam of stamvoet De werkzaamheden vinden plaats binnen of op korte afstand van de bomen. Vaak wordt uitkomende grond nabij de bomen opgeslagen. Wanneer deze wordt verwijderd wordt vaak de stam of stamvoet beschadigd door machines. Schade aan de groeiplaats Bij transport of opslag van materieel onder de kroonprojectie van de zomereik ontstaat vaak een verhoogde verdichting van de bodem. Dit zorgt ervoor dat zuurstof en water niet goed in de bodem kan trekken, met het afsterven van wortels als gevolg.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 7

Afbeelding 8. Gevellijn ten opzichte van de kroon (blauw vlak) en benodigde werkruimte (rode stippellijn)

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 8

1.6 Aanbevelingen Hieronder zijn de aanbevelingen beschreven voor het duurzaam behouden en beschermen van de zomereik. Deze aanbevelingen zijn schematisch weergegeven in de bijlage.  Geadviseerd wordt de inrit op 4,5 meter uit de stam van de zomereik te realiseren, zie bijlage.  Geadviseerd wordt het cunet niet dieper te graven dan 40 cm.  Aanwezige wortels dienen netjes te worden afgeknipt of afgezaagd.  Onder het cunet dient een beluchtingsbuis (Airmax45 buis Ø 80 mm) te worden gelegd.  Ter compensatie van enig wortelverlies dient de groeiplaats eenmalig te worden verbeterd door middel van ploffen en bemesten. Hiermee wordt de bodem losgemaakt en extra organische stof en goede bodemschimmels in de grond aangebracht. De kosten hiervoor bedragen circa € 1.100,- excl. BTW. Omdat de groeiplaats al niet optimaal is, is het eerlijk om de kosten te delen, 50/50 met de boomeigenaar.  Om schade aan de stam- en stamvoet te voorkomen dient de onverharde groeiplaats van de boom te worden beschermd met oranje afzetgaas. Hierbinnen mag niet worden gewerkt en geen materialen worden opgeslagen tijdens de bouwwerkzaamheden.  De kroon mag eenmaal gesnoeid te worden voor eventueel benodigde werkruimte. Vragen Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u vragen hebben over het onderzoek of de aanbevelingen, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet, Roel Vermeulen Boomadvies 06-11360602 roel@vermeulenboomadvies.nl Vermeulen Boomadvies heeft meer dan 25 jaar ervaring in het groen en 15 jaar in boomtechnisch advies. Ik beschik over de benodigde relevante opleidingen zoals: European Tree Technician, Data Inspecteur Bomen, Boomtaxateur, Flora & Fauna niveau2 en VOL-VCA. Met zowel een groene mbo en hbo-opleiding kan ik uitstekend schakelen tussen theorie en praktijk.

Vermeulen Boomadvies 2022031 Bomen Effect Analyse

Pagina 9

Koningsstraat

Bestaande inrit Ploffen en bemesten in de berm nabij de zomereik Maximaal te snoeien kroon voor eventuele werkruimte

Zomereik

Beluchtingsbuis onder het cunet inrit Nieuwe inrit

Bescherming boom en bodem met oranje afzetgaas

Invoergegevens V-stacks gebied

38

Receptoren Identifier X‐coordinaat Y‐coordinaat 163194 1 163193 2 163227 3 163228 4

NORM‐OU 409699 10 409681 10 409679 10 409698 10

Bronnen Schaapsdijk 1 X_COORDINAATY_COORDINAAT BronID 3399 163027 409914 3370 163409 409441 3396 163076 409276 3369 163506 410159 3384 163389 409052 3378 163342 409006 3383 163442 409022 3380 163406 409008 3382 163487 408997 3379 163452 408969 3381 163487 408981 3377 163448 408943 3368 163963 409912 3400 162524 410080 3385 163598 408949 3373 163966 409236 3472 162365 409990 3372 163983 409224 3397 162890 410564 3371 163456 408781 3404 162457 410250 3403 162462 410259 3402 162476 410286 3375 164006 409147 3401 162476 410311 3376 164071 409177 3374 164050 409139 3367 162795 410626 3398 164264 409859 3471 162356 409018 3469 162786 408661 3470 162312 409032 3473 162318 409017 3391 163601 408547 3390 163570 408519 3389 163564 408510 3496 161978 409685 3388 163550 408492 3387 163537 408476 3467 162561 408597 3468 162392 408655 2262 164300 410510 3386 163902 408447 3394 164670 409613 3518 164433 408718 3395 164789 409791 3392 164740 410192 3454 164467 408667 2176 163026 411297 2177 163026 411297 3455 164230 408371 3456 164195 408341 3494 161580 410107 3495 161496 409657 2190 163622 411391 3520 164882 409063 3393 164971 410110 2188 163364 411501 3519 164923 409042 2264 164921 410520 2263 164911 410614 3453 164758 408458 3449 163533 407700 2187 163675 411666 2189 163575 411688

EP‐hoogte 6 6 6 6 8.7 6.3 8 8.8 8.7 7.5 3.2 7.5 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 2.9 1.5 5.7 6 5.4 5.1 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6

gemgebhoogte 6 6 6 6 5.5 5.8 5.5 5.9 5.5 3.8 3.5 3.8 6 6 6 6 6.5 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 6 4.8 6 3.8 3.3 4.3 4 3.6 6 3.6 3.6 6 6 6 6 6 3.7 6 6 6 4 2.7 6 6 6 6 6 5.5 6 6.7 6.4 6 6 6 6 6.2 5

EP‐diameter 0.5 0.5 0.5 0.5 1.1 2.4 1.8 1.8 1.1 1.1 0.5 1.1 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 2.5 2.5 0.8 0.5 0.8 0.8 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5

EP‐uittree 4 4 4 4 3.61 3.82 5.37 3.56 5.5 5.89 4 5.52 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 0.4 0.4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Evergund 1780 3845 17332 3809 3306 29238 7632 6564 3564 7637 4867 7407 7160 30225 351 3864 10680 4025 15172 58506 15386 35808 15246 29261 6958 37795 36086 17846 36 15949 9939 3560 2955 8828 6534 5280 41428 4694 4694 5 11040 19404 32864 50647 95966 48973 6599 6622 398 532 1958 1709 3043 356 4968 40186 3 24689 21133 214 76414 75179 99691 124739 24765

EmaxVergun

Gemeente 1780 Bernheze 3845 Bernheze 17332 Bernheze 3809 Bernheze 3306 Bernheze 29238 Bernheze 7632 Bernheze 6564 Bernheze 3564 Bernheze 7637 Bernheze 4867 Bernheze 7407 Bernheze 7160 Bernheze 30225 Bernheze 351 Bernheze 3864 Bernheze 10680 Bernheze 4025 Bernheze 15172 Bernheze 58506 Bernheze 15386 Bernheze 35808 Bernheze 15246 Bernheze 29261 Bernheze 6958 Bernheze 37795 Bernheze 36086 Bernheze 17846 Bernheze 36 Bernheze 15949 Bernheze 9939 Bernheze 3560 Bernheze 2955 Bernheze 8828 Bernheze 6534 Bernheze 5280 Bernheze 41428 Bernheze 4694 Bernheze 4694 Bernheze 5 Bernheze 11040 Bernheze 19404 Bernheze 32864 Bernheze 50647 Bernheze 95966 Bernheze 48973 Bernheze 6599 Bernheze 6622 Bernheze 398 Bernheze 532 Bernheze 1958 Bernheze 1709 Bernheze 3043 Bernheze 356 Bernheze 4968 Bernheze 40186 Bernheze 3 Bernheze 24689 Bernheze 21133 Bernheze 214 Bernheze 76414 Bernheze 75179 Bernheze 99691 Bernheze 124739 Bernheze 24765 Bernheze

Adres PostcodeHuisNr Voorstraat 5 5472PR Loosbroek 5472PR5 Hanenbergsestraat 4 5472LA Loosbro5472LA4 Koningsstraat 2 5472PB Loosbroek 5472PB2 Dorpsstraat 58 5471NB Loosbroek 5471NB58 Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Nistelrodensedijk 1A 5472LB Loosbro 5472LB1A Dorpsstraat 16 5471NB Loosbroek 5471NB16 Achterdonksestraat 11 5472PS Loosb 5472PS11 Nistelrodensedijk 3 5472LB Loosbroek5472LB3 Nistelrodensedijk 14 5472LB Loosbroe5472LB14 Heibloemsedijk 8 5473TC Heeswijk‐D 5473TC8 Nistelrodensedijk 14 5472LB Loosbroe5472LB14 Dorpsstraat 90 5472PG Loosbroek 5472PG90 Nistelrodensedijk 1 5472LB Loosbroek5472LB1 Achterdonksestraat 15 5472PS Loosb 5472PS15 Achterdonksestraat 15 5472PS Loosb 5472PS15 Achterdonksestraat 15 5472PS Loosb 5472PS15 Nistelrodensedijk 14 5472LB Loosbroe5472LB14 Achterdonksestraat 15 5472PS Loosb 5472PS15 Nistelrodensedijk 14 5472LB Loosbroe5472LB14 Nistelrodensedijk 14 5472LB Loosbroe5472LB14 Dorpsstraat 92 5471NA Loosbroek 5471NA92 Dorpsstraat 1 5472PH Loosbroek 5472PH1 Heibloemsedijk 8 5473TC Heeswijk‐D 5473TC8 Heibloemsedijk 2 5473TC Heeswijk‐D 5473TC2 Heibloemsedijk 8 5473TC

Heeswijk‐D 5473TC8 Heibloemsedijk 8 5473TC Heeswijk‐D 5473TC8 Houtstraat 3 5472LE Loosbroek 5472LE3 Houtstraat 3 5472LE Loosbroek 5472LE3 Houtstraat 3 5472LE Loosbroek 5472LE3 Jan van den Boomstraat 9 5473VZ He 5473VZ9 Houtstraat 3 5472LE Loosbroek 5472LE3 Houtstraat 3 5472LE Loosbroek 5472LE3 Stoppelveldseweg 2 5473RR Heeswijk5473RR2 Stoppelveldseweg 4 5473RR Heeswijk5473RR4 Loosbroekseweg 74 5388VP Nistelrod5388VP74 Heideweg 1 5472LC Loosbroek 5472LC1 Kampweg 41 5472LJ Loosbroek 5472LJ41 Kampweg 33 5476VB Vorstenbosch 5476VB33 Bosschebaan 3 5472LK Loosbroek 5472LK3 Dintherseweg 42 5472LG Loosbroek 5472LG42 Berkenvenseweg 1B 5473NN Heeswij 5473NN1B Loosbroeksestraat 23 5384SV Heesch 5384SV23 Loosbroeksestraat 23 5384SV Heesch 5384SV23 Berkenvenseweg 2 5473NN Heeswijk‐5473NN2 Berkenvenseweg 2 5473NN Heeswijk‐5473NN2 Meerstraat 69 5473VX Heeswijk‐Dinth5473VX69 Jan van den Boomstraat 2 5473VZ He 5473VZ2 Venhofstraat 20 5384SZ Heesch 5384SZ20 Kampweg 33 5476VB Vorstenbosch 5476VB33 Dintherseweg 59 5472LG Loosbroek 5472LG59 Venhofstraat 16 5384SZ Heesch 5384SZ16 Kampweg 33 5476VB Vorstenbosch 5476VB33 Jonkerstraat 5 5388VR Nistelrode 5388VR5 Jonkerstraat 10 5388VR Nistelrode 5388VR10 Berkenvenseweg 1 5473NN Heeswijk‐5473NN1 Justitieweg 2 5473NL Heeswijk‐Dinthe5473NL2 Venhofstraat 16 5384SZ Heesch 5384SZ16 Venhofstraat 16 5384SZ Heesch 5384SZ16

Afstand ‐184 198 ‐135 295 178 131 231 195 276 241 276 237 752 ‐687 387 755 ‐846 772 ‐321 245 ‐754 ‐749 ‐735 795 ‐735 860 839 ‐416 1053 ‐855 ‐425 ‐899 ‐893 390 359 353 ‐1233 339 326 ‐650 ‐819 1089 691 1459 1222 1578 1529 1256 ‐185 ‐185 1019 984 ‐1631 ‐1715 411 1671 1760 153 1712 1710 1700 1547 322 464 364

226 ‐247 ‐412 471 ‐636 ‐682 ‐666 ‐680 ‐691 ‐719 ‐707 ‐745 224 392 ‐739 ‐452 302 ‐464 876 ‐907 562 571 598 ‐541 623 ‐511 ‐549 938 171 ‐670 ‐1027 ‐656 ‐671 ‐1141 ‐1169 ‐1178 ‐3 ‐1196 ‐1212 ‐1091 ‐1033 822 ‐1241 ‐75 ‐970 103 504 ‐1021 1609 1609 ‐1317 ‐1347 419 ‐31 1703 ‐625 422 1813 ‐646 832 926 ‐1230 ‐1988 1978 2000

291,4309524 316,5643694 433,5539182 555,7571412 660,4392478 694,4674218 704,9234001 707,4072377 744,0813128 758,3152379 758,9631085 781,7889741 784,6527895 790,9696581 834,2002158 879,9596582 898,2872592 900,7108304 932,961414 939,5073177 940,4041684 941,8290715 947,5383897 961,6163476 963,5112869 1000,360435 1002,657469 1026,109156 1066,794263 1086,243527 1111,464799 1112,895772 1117,000448 1205,811345 1222,88266 1229,753227 1233,00365 1243,115843 1255,077687 1269,953149 1318,275389 1364,406464 1420,409096 1460,926418 1560,187168 1581,357961 1609,924532 1618,634301 1619,600568 1619,600568 1665,187677 1668,132189 1683,960213 1715,280152 1751,893262 1784,058856 1809,885079 1819,444421 1829,825128 1901,663482 1935,839869 1976,387867 2013,908637 2031,693875 2032,854151

3491 3445 3465

161843 163803 161811

411208 407698 408136

6 6 6

6 6 6

0.5 0.5 0.5

4 4 4

61118 7690 10672

61118 Bernheze 7690 Bernheze 10672 Bernheze

De Bleken 7 5473VV Heeswijk‐Dinthe 5473VV7 Heisewal 2A 5473NH Heeswijk‐Dinthe5473NH2A Koffiestraat 21 5473RP Heeswijk‐Dint 5473RP21

‐1368 592 ‐1400

1520 ‐1990 ‐1552

2044,950855 2076,189779 2090,144493

Stappenplan

39

11

Stappenplan 2.0 : Beoordeling of advisering vanuit de GGD door het OT geadviseerd wordt 1. Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een

Ja

12

veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren. Overige bedrijven: ga verder naar stap 2. Nee 2. Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid.

Ja

Nee 3a. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader I.

OPVRAGEN ADVIES GGD

de ontwikkeling valt onder de Wgv en Verordening ruimte

In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar blijft er sprake van

Ja

een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en/of achtergrond)

% geur-gehinderden 12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.

Geurbelasting in concentratiegebied Voorgrond Achtergrond 3 5 OU/m 10 OU/m3 10 OU/m3 20 OU/m3

voor dieren zonder emissiefactor:

In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar de afstand vanaf

Ja

de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter (in een kern), 50 meter (in het buitengebied) of de in het gemeentelijk beleid genoemde afstand. Nee 3b. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde I.

voor dieren met emissiefactor:

OPVRAGEN ADVIES GGD

de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015) (zie tabel op de volgende pagina).

Ja

11

Voor toelichting bij de verschillende stappen in dit stappenplan zie het hoofdstuk ‘Afwegingsaspecten’; vanaf pagina 15. Indien niet voldaan wordt aan het endotoxine-toetsingskader kan de gemeente een gesprek met de ondernemer aangaan, waarbij de GGD aanwezig kan zijn om nadere toelichting over gezondheid te geven 12

13

% geurgehinderden

Geurbelasting Voorgrond* 2 OU/m3 5 OU/m3

12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.

Achtergrond 5 OU/m3 10 OU/m3

voor dieren zonder emissiefactor:

de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming

Ja

is kleiner dan 100 meter. Nee 4a. Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten

Ja

gehouden, namelijk: a) varkens en pluimvee; of b) rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c) kleine herkauwers onderling.

Ja

4b. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter. Nee 5a. Geitenhouderij: binnen een afstand van 2 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden. 5b. Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.

Ja

5c. Overige veehouderijen: binnen een afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. OPVRAGEN ADVIES GGD

Nee 6. Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.

Ja

Nee 7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid;

Ja

Dit blijkt uit de gevoerde dialoog en/of de klachtenregistratie van de omgevingsdienst/gemeente. Nee Advisering door GGD wordt niet geadviseerd Bevoegd gezag vraagt GGD advies aan. Hierbij wordt het door of namens de inrichtinghouder ingevulde 'Ontvankelijkheid voor gezondheidstoets' (bijlage 1) meegeleverd. Het bevoegd gezag neemt het advies van de GGD mee in haar overwegingen of medewerking kan worden verleend aan een ontwikkeling en of zo nodig extra voorschriften moeten worden opgenomen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=716f68d4-fa8d-4aae-ac83-e8d339841932