CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan 'Achterstraat-Delst' - Bijlage T4 Milieueffectrapportage

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Achterstraat-Delst, Nistelrode’3.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Betreft

Ons kenmerk

Datum

Opsteller

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Achterstraat - Delst, Nistelrode 230608-BEH024-NTT-MER-2.0 8 juni 2023 HVG Inleiding Op de locatie tussen de Achterstraat en Delst is een braakliggend terrein gesitueerd binnen de bestemming 'Agrarisch'. De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning te realiseren. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van de vigerende bestemmingsplannen “Bestemmingsplan De kommen van Bernheze” en ''Buitengebied Bernheze'', omdat binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch' geen woningbouwontwikkelingen worden toegestaan. De gemeente Bernheze heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van de bestemmingsplannen. Het opstellen van een bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Bij de besluitvorming omtrent de ontwikkeling dient tevens rekening te worden gehouden met het Besluit milieueffectrapportage. M.e.r.-beoordelingsplicht Op 1 april 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden.

Eén van de wijzigingen is dat voor elk project dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit m.e.r., ook als de genoemde indicatieve drempelwaarden niet worden overschreden, het bevoegd gezag dient te beoordelen of er een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen. Dit besluit dient expliciet te zijn genomen voordat de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure of bestemmingsplanprocedure wordt voortgezet.

Luchtfoto met begrenzing plangebied.

In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen betreft. Het projectvoornemen ligt onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Het plangebied bestaat namelijk uit een oppervlakte van circa 6.000 m² en het initiatief betreft de realisatie van 14 grondgebonden (waarvan 8 twee-onder-eenkapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning).

Blad 2

Daarnaast worden ten behoeve van de nieuwe woningen ook parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit betekent dus dat de bovengenoemde (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden worden, waardoor kan worden volstaan met het uitvoeren een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Voor deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient de initiatiefnemer een zogenaamde aanmeldingsnotitie op te stellen. Deze aanmeldingsnotitie is in principe vormvrij, mits wordt voldaan aan opbouw uit bijlage III bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Daarbij is gekozen voor een beknopte samenvattende notitie in tabelvorm die in voorliggende notitie is opgenomen. In de bovengenoemde Europese richtlijn is gesteld dat moet worden ingegaan op: 1) Kenmerken van het plan. Hierbij dient in het bijzonder in overweging worden genomen, de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën). 2) De plaats van de plannen.

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen, het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit van het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu. Hierbij geldt dat in het bijzonder aandacht dient uit te gaan naar de volgende typen gebieden: wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, vogelrichtlijn- of habitatrichtlijngebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid of landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3) Kenmerken van het potentiële effect. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van bovenstaande punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking, het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Op basis van bovenstaande vormvereisten zijn in navolgende tabel de relevante kenmerken van het plan weergegeven, alsmede de belangrijkste effecten die het project op de omgeving mogelijk veroorzaakt.

De in de tabel opgenomen informatie is mede afkomstig uit de (milieu)onderzoeken die in het kader van de beoogde ontwikkeling zijn uitgevoerd. Kenmerken van het plan Omvang van het plan (relatie met drempel D-lijst)

D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het initiatief betreft de realisatie van 14 grondgebonden Daarnaast worden ten behoeve van de woningen het benodigde aantal parkeerplaatsen gerealiseerd. Het plan valt daarmee onder de drempelwaarden zoals genoemd in de D-lijst (11.2) voor stedelijke ontwikkelingsprojecten.

Cumulatie met andere projecten

Het plangebied maakt geen deel uit van een ander plan. Voor voorliggend plan zijn onderzoeken uitgevoerd, die geen aanleiding geven tot cumulatie van milieueffecten met andere projecten.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Er is geen sprake van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen bij de realisering van de voorgenomen activiteiten zoals hiervoor beschreven. De woningen zullen allen zonder aardgasaansluiting worden gerealiseerd. Er worden reguliere (bouw)materialen

Blad 3

gebruikt, maar dit betreft een eenmalig gebruik en deze materialen zijn niet bijzonder schaars. Daarmee is er voor wat betreft het gebruik van natuurlijke hulpbronnen geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Productie afvalstoffen

Aangezien het plan voorziet in nieuwbouw, wordt afval geproduceerd. Bouw- en sloopafval tijdens de aanlegfase zal door de betreffende aannemers worden afgevoerd en verwerkt. Tijdens de gebruiksfase is sprake van de productie van huishoudelijk afval GFT, papier, plastic, restafval en overige stromingen zoals textiel. Woningen worden voorzien van eigen afvalcontainers. Daarmee is voor wat betreft de productie van afvalstoffen geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

Verontreiniging en hinder

De voorgenomen activiteit veroorzaakt geen nieuwe verontreinigingen naar de bodem. Evenmin is sprake van extra hinder, buiten beperkte hinder gedurende de aanlegfase, zoals gebruikelijk bij een dergelijke stedelijke ontwikkeling. Daarmee is voor wat betreft de verontreiniging en hinder geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

Risico voor ongevallen

De ontwikkeling brengt geen significante risico’s voor ongevallen met zich mee. Verkeersbewegingen van en naar het plangebied kunnen op een veilige manier plaatsvinden. Daarmee is voor wat betreft de risico’s voor ongevallen geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu

Plaats van het plan Plaats van het plan

Het plangebied bevindt zich op de locatie tussen de Achterstraat en Delst in het zuidwesten van Nistelrode.

Vigerende bestemming

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze", vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011 en 'Buitengebied Bernheze', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 10 september 2014. Op grond van deze bestemmingsplannen geldt voor het plangebied de bestemmingen een heel klein deel 'Wonen', 'Agrarisch' en een klein deel ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor.de functie agrarisch grondgebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming is geen woningbouw toegestaan. In het bestemmingsplan zijn evenmin afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen op basis waarvan de beoogde ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.

Blad 4

Bestaand grondgebruik

In de huidige situatie zijn de gronden binnen het plangebied voor onbebouwd/onverhard en betreft agrarische grond.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Niet van toepassing. Er zijn geen bijzondere aardkundige waarden of andere natuurlijke hulpbronnen aanwezig.

Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang

Uit de onderzoeken die in het kader van de beoogde ontwikkeling zijn uitgevoerd, blijkt dat de het plan geen significante negatieve effecten veroorzaakt voor de omgeving. Verkeer: De ontwikkeling als geheel leidt tot een toename circa 113 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voorliggend initiatief zorgt voor een extra ontsluiting op de Achterstraat. Middels deze ontsluiting zijn de grondgebonden woningen per auto bereikbaar. Vanuit het aspect ‘verkeer’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig. Parkeren: De 28 benodigde parkeerplaatsen, kunnen allemaal binnen het plangebied gerealiseerd worden. Hiermee wordt voldaan aan de nota ‘Parkeernormen Gemeente Bernheze’. Vanuit het aspect ‘parkeren’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig. Water: Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. In het Waterplan (bijlage 12 bij het bestemmingsplan) zijn de waterhuishoudkundige uitgangspunten uitgewerkt. Vanuit het plan geldt het uitgangspunt dat 20 mm waterberging op eigen terrein gerealiseerd dient te worden. Dit komt op basis van het toekomstige verhard oppervlak op de particuliere percelen overeen met een berging van 44 m3.

Het hemelwater op particuliere percelen wordt geborgen door toepassing van infiltratiekratten onder de oprit (voorzijde woning). Het restant van de wateropgave, 174 m3, wordt geborgen in een wadi en onder de weg in de fundering. In totaal zal in de wadi, in totaal 80 m3 geborgen worden. Onder de weg (1.280 m2) is, uitgaande van 40% holle ruimte, in totaal 128 m3 waterberging aanwezig. In totaal is binnen het plan een berging beschikbaar van 252 m3. Hiermee wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 218 m3. In bijlage 12 van het bestemmingsplan is het Waterplan opgenomen. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat

Blad 5

hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Gelet op de omvang en aard van het terrein en de voorziene ontwikkelingen, is binnen het plangebied voldoende ruimte beschikbaar om volledig op eigen terrein te voorzien in de infiltratie van hemelwater. Afvalwater Afvalwater wordt gescheiden afgevoerd naar de nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). Waterkwaliteit Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast. Waterschapsbelangen Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied waarin waterschapsbelangen een rol spelen, zoals een waterkering, waterberging of waterwinningsgebied. Ook is de locatie niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Het beschermd wijstgebied 'Nistelrode Zuid', dat beschermd wordt in de Keur van het Waterschap, ligt buiten het plangebied (ca. 375 m naar het zuiden). De nieuwe ontwikkeling heeft geen invloed op dit beschermde wijstgebied. Vanuit het aspect ‘water’ zijn samenvattend geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten

Bodem: Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken is het plangebied voor de ontwikkeling onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek (bijlage 2 bij het bestemmingsplan). Uit de conclusies blijkt dat er geen belemmeringen met betrekking tot de geplande ontwikkelingen op de locatie zijn. Vanuit het aspect ‘bodem’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten.

Externe veiligheid: Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied beschouwd (paragraaf 5.1.3 van het bestemmingsplan): het plangebied ligt niet binnen de

Blad 6

plaatsgebonden risico (PR) van omliggende risicobronnen. Op een afstand van circa 590 m is de A50 - tussen Oss en Uden aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt (>1.000 m), kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Vanuit het aspect ‘externe veiligheid’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Bedrijven en milieuzonering: Uit de toetsing op de richtafstanden van bedrijven (paragraaf 5.1.2 van het bestemmingsplan) en het geuronderzoek (bijlage 3 bij het bestemmingsplan) blijkt dat er geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven liggen. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven. De beoogde ontwikkeling inpasbaar wordt geacht. Vanuit het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Geluid: Uit de akoestische beoordeling (paragraaf 5.1.5.2 van het bestemmingsplan) blijkt dat de beoogde ontwikkeling inpasbaar wordt geacht. Het plangebied ligt niet binnen de onderzoekszones van wegen. Het uitvoeren van een uitgebreid akoestisch onderzoek om aan te tonen dat ter hoogte van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is niet nodig.

Vanuit het aspect ‘geluid’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Geurhinder: Uit het uitgevoerde onderzoek (bijlage 3 bij het bestemmingsplan) wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een goede leefbaarheid voor bewoners en gebruikers op het gebied geur en omliggende agrarische bedrijven niet belemmerd. Vanuit het aspect ‘geurhinder’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Luchtkwaliteit: Voorliggend plan omvat 14 woningen en betreft daarmee een plan dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van fijnstof en stikstofdioxide in de buitenlucht. Op basis van de monitoringstool die in het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is opgesteld, zijn de jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt 'Delst, Bernheze; 223442' bepaald.

Blad 7

Hieruit blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Vanuit het aspect ‘luchtkwaliteit’ zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten.

Natuur: Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van licht en geluid op voorhand uitgesloten. Voor wat betreft de effecten als gevolg van depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd (bijlage 10 bij het bestemmingsplan). Uit de uitgevoerde berekeningen van de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie geen relevante significante cumulatieve effecten zal veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de woningen in zijn geheel. Soortenbescherming: Om een indruk te verkrijgen van de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten binnen het onderzoeksgebied is een Quickscan flora- en faunaonderzoek (bijlage 7 bij het bestemmingsplan) uitgevoerd.

Op basis van de toetsing van de resultaten van het onderzoek aan de Wet natuurbescherming concludeert Econsultancy dat ten aanzien van algemene broedvogels overtredingen voorkomen kunnen worden door rekening te houden met het broedseizoen; Ten aanzien van het verwijderen van de beplanting op de zuidgrens dient eerst duidelijk te zijn of deze een functie heeft voor marterachtigen als de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Bij het wegnemen van een vaste rust- en/of verblijfplaats van genoemde soorten is er sprake een ontheffingsaanvraag in combinatie met het nemen van mitigerende maatregelen; Bij het dempen van de watergang langs de zuidgrens zal bij aanwezigheid van algemene vissoorten en amfibieën middels een ecologisch werkprotocol schade aan individuen moeten worden geminimaliseerd om zo

Blad 8

-

te voldoen aan de zorgplicht. In een ecologisch werkprotocol zijn maatregelen opgenomen die schade beperken. In het kader van de algemene zorgplicht het noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen

Om te onderzoeken of voorliggend plangebied tot het leefgebied van de kleine marterachtigen, roofvogels en/of eekhoorn behoort is een soortgericht vervolgonderzoek uitgevoerd (bijlage 8 bij het bestemmingsplan). Hieruit wordt geadviseerd om de singel aan de zuidzijde van het plangebied te behouden. Naar aanleiding van het nader onderzoek heeft er een verdere uitwerking van de inrichting van de groene zone aan de zuidzijde van het plangebied plaatsgevonden (bijlage 9 bij het bestemmingsplan). Het belangrijkste hiervan is dat de ruigtes aan de zuidzijde van het plangebied behouden blijven en aan de westzijde een nieuwe ruigte wordt toegevoegd. Middels een voorwaardelijke verplichting Natuurwaarden is het behoud van de ruigtes geborgd. Hiermee zijn er geen planologisch belemmeringen voor deze ontwikkeling. Archeologie Het plangebied kent, overeenkomstig het bestemmingsplan de 'Waarde - Archeologie -2’ en ‘Waarde - Archeologie -3’. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, geldt dat bij bodemingrepen met een verstoringsoppervlakte groter dan 250 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast geldt voor een klein deel van het plangebied de 'Waarde - Archeologie - 3'. Hier geldt een onderzoeksverplichting bij verstoring van meer dan 2.500 m2 grond. Deze drempelwaarden worden met dit bestemmingsplan overschreden.

Nader archeologisch onderzoek is dan ook uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde verkennend booronderzoek (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) wordt geconcludeerd dat, op basis van de van nature natte omstandigheden die in het plangebied hebben geheerst, behoudenswaardige archeologische waarden in het plangebied niet worden verwacht. Uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen sporen van agrarisch gebruik mogelijk zijn, maar dit betreffen geen behoudenswaardige resten. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is

Blad 9

geadviseerd om het plangebied vrij te geven. De gemeente Bernheze stemt in met het advies en gaat ermee akkoord dat het plangebied wordt vrijgegeven. Cultuurhistorie: Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Vanuit het aspect ’cultuurhistorie’ zijn er kortom geen nadelige milieueffecten te verwachten. Kabels en leidingen: Binnen het plangebied zijn geen kabels en/of leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de ontwikkeling.

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Niet van toepassing

Grensoverschrijdend karakter

Niet van toepassing

Orde van grootte en complexiteit effect

Niet van toepassing

Waarschijnlijkheid effect

Niet van toepassing

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Niet van toepassing

Conclusie Op basis van deze notitie wordt aan het bevoegd gezag verzocht op grond van artikel 7.17 Wet milieubeheer de beslissing te nemen dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft en dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=5a9aa42a-5f25-4df3-b4b3-2222ff4e6d99