CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan 'Achterstraat-Delst' - Bijlage T12 Watertoets

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Achterstraat-Delst, Nistelrode’13.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WATERTOETS ACHTERSTRAAT TE NISTELRODE

Rapportage Watertoets Achterstraat te Nistelrode Opdrachtgever

Jansen Bouwontwikkeling Bijsterhuizen 3161 6604 LV Wijchen

Rapportnummer

10798.011

Versienummer

D3

Status

Eindrapportage

Datum

7 maart 2023

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van 10798.011 mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2

3

WATERBELEID .......................................................................................................................... 3 Rijksoverheid .................................................................................................................... 3 Waterschap Aa en Maas .................................................................................................. 4 Gemeente Bernheze ........................................................................................................ 6

4

OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 7 Hoogteligging .................................................................................................................... 7 Bodemopbouw .................................................................................................................. 7 Hydrogeologie................................................................................................................... 7 Peelrandbreuk .................................................................................................................. 8 Grondwater ....................................................................................................................... 9 Oppervlaktewater............................................................................................................ 10 Ontwatering .................................................................................................................... 11 Riolering .......................................................................................................................... 12

5

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK ........................................................................... 13 Uitvoering ........................................................................................................................ 13 Lokale bodemopbouw .................................................................................................... 13 Grondwaterniveau .......................................................................................................... 13 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ..................................................................... 14 Resultaten ....................................................................................................................... 14 Beoordeling..................................................................................................................... 15

6

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING ........................................................................................... 16 Planvoornemen............................................................................................................... 16 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 16 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 16

7

PLANUITWERKING .................................................................................................................. 17 Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 17 Hemelwater..................................................................................................................... 17 Lediging .......................................................................................................................... 18 Calamiteit ........................................................................................................................ 18 Kwaliteit .......................................................................................................................... 18 Keur ................................................................................................................................ 18 Riolering .......................................................................................................................... 18

8

CONCLUSIE ............................................................................................................................. 19

10798.011

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

- Topografische ligging - Gegevens verkennend bodemonderzoek - Situering boringen infiltratieonderzoek - Boorprofielen infiltratieonderzoek - Resultaten k-waarden - Voorlopig ontwerp ‘Bovengrondse situatie’ (verschaald) - Waterbergingsbalans - Voorlopig ontwerp ‘ondergrondse situatie’ (verschaald) - Digitale watertoets 10798.011

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Jansen Bouwontwikkeling opdracht gekregen voor het opstellen van een Watertoets voor een ontwikkeling aan de Achterstraat te Nistelrode. De initiatiefnemer is voornemens meerdere woningen te ontwikkelen. Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ (vastgesteld 01-06-2011). De gronden zijn bestemd als ‘agrarisch‘. De ontwikkeling van woningen is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsstructuur. Om het plan te realiseren is een bestemmingsplanwijziging nodig. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen.

De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Aa en Maas en de gemeente Bernheze). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Econsultancy uitgevoerd verkennend bodemonderzoek, d.d. 21-11-2019 (rapportnummer 10798.001) en informatie verkregen van de opdrachtgever. Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets van het waterschap doorlopen. Waterschap Aa en Maas is via deze weg van het ruimtelijk plan op de hoogte gebracht. Het resultaat van de digitale watertoets is bijgesloten in bijlage 9.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 1 van 19

2

LOCATIEGEGEVENS

De planlocatie (± 6.000 m²) ligt aan de Achterstraat, ten zuiden van de kern van Nistelrode en is kadastraal bekend gemeente Nistelrode sectie B, nummers 2347, 2548, 2550 en sectie K, nummers 614, 615 (ged.) en 705. De coördinaten van een centraal punt zijn X = 167.435, Y = 412.220. De planlocatie betreft een onbebouwd en onverhard terreindeel dat in agrarisch gebruik is. De locatie is voor zover bekend altijd in agrarisch gebruik geweest. Centraal binnen de planlocatie is een sloot gelegen. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 2 van 19

3

WATERBELEID Rijksoverheid

Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken.

Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaat adaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 3 van 19

Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap Aa en Maas met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie:   

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. Wat schoon is moet schoon blijven.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf. Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot. Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. 2. 3. 4. 5.

Opnieuw gebruiken; Vasthouden / in laten trekken in de grond; Water bergen; Afvoeren naar sloten of rivieren; Afvoeren naar een riool.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 4 van 19

Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is weten regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij:    

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften:  De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen;  Afvoer mag niet meer bedragen dan 2/l/s/ha;  De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben;  Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Voor plannen groter dan 10.000 m2 geldt Beleidsregel 13 ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’. Op basis van deze beleidsregel zijn plannen met een omvang van meer dan 10.000 m2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden opgesteld conform de onderwerpen zoals genoemd in paragraaf 4.6 van de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 5 van 19

Gemeente Bernheze Het waterbeleid van de gemeente Bernheze is onder meer vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Het GRP is tot stand gekomen in overleg met waterschap Aa en Maas. Hiermee is gewaarborgd dat de gemeentelijke plannen en maatregelen zijn afgestemd. Daarnaast is ten aanzien van het plan aangesloten op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Notitie hemelwaterbeleid Bernheze zoals een “hydrologisch neutrale invulling” wordt aansluiting gezocht met de uitwerking hiervan door waterschap Aa en Maas. De gemeente Bernheze stelt dat verantwoord afkoppelen op twee manieren kan worden uitgevoerd: → →

vasthouden op het eigen terrein; aansluiten op gemeentelijke voorzieningen.

In het beleid van de gemeente Bernheze zijn verder regels opgenomen om bij bouwplannen een duurzame omgang met regenwater eventueel te verplichten. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor herbouw. Met de wet is specifiek aangegeven dat de perceeleigenaar een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de verwerking van regenwater op zijn eigen terrein, mits doelmatig. Hiertoe heeft zij het mogelijk gemaakt, per verordening bewoners te verplichten om regenwater af te koppelen. Ten aanzien van de afkoppelverordening wordt verwezen naar bijlage II van het document “Bernheze notitie hemelwaterbeleid”.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 6 van 19

4

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer, waterveiligheid en riolering. Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 12,10 m +NAP. Bodemopbouw De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een lage enkeerdgrond (EZg21), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit grof zand en grof grind beginnend tussen 0,4 en 1,2 m -mv en tenminste 0,4 m dik. Uit locatiespecifiek onderzoek1, uitgevoerd op 7 oktober 2019, blijkt de bovengrond tot 1 m -mv voornamelijk te bestaan uit matig tot sterk siltig, zwak humeus, zeer fijn tot matig grof zand. Vanaf 1 m -mv is de bodem, zwak tot matig grindig, zwak tot matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. Er zijn geen storende lagen in de ondergrond waargenomen. Bij boring 13 zijn gleyverschijnselen waargenomen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het locatiespecifiek onderzoek weergegeven. Hydrogeologie Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO.

Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Boxtel, Beegden, Peize en Waalre, Oosterhout en Breda. In de modellen is tot de bekende diepte van 325 m -mv geen geologische slecht doorlatende laag aanwezig. In tabel 1 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. Tabel 1. Hydrogeologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-3

Boxtel

WVP

Zand

3 - 18

Beegden

WVP

Zand

18 - 40

Peize en Waalre

WVP

Zand

40 - 72

Oosterhout

WVP

Zand

> 72

Breda

WVP

Zand

DKL = deklaag

1

WVP = watervoerend pakket

SDL = slecht doorlatende laag

Verkennend bodemonderzoek Econsultancy d.d. 21-11-2019, rapportnummer 10798.001

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 7 van 19

Peelrandbreuk De ondergrond van Nederland wordt doorsneden door een groot aantal breuken. Aan de oppervlakte is daar vaak niets van te zien. Een uitzondering daarop zien we in Noord-Brabant en Limburg. Daar lopen de breuken door tot aan het oppervlak en zien we de verschuivingen langs de breuklijn op veel plaatsen in het landschap terug. Bekende voorbeelden zijn de Peelrandbreuk en de Feldbissbreuk. Plaatselijk zijn de breuken, op de overgang tussen de hooggelegen Maashorst en de slenk, nog zichtbaar in het landschap bijvoorbeeld een verhoging in het landschap (terreintrede), een knik in de weg of sluizen die het verval in een waterloop op moeten vangen. Ook de aanwezigheid van wijst is een aanwijzing voor een breukzone, ook wel een storing genoemd. Wijst is een bijzonder fenomeen dat alleen onder zeer specifieke omstandigheden voorkomt. Wijst ontstaat doordat op het breukvlak de doorstroming van het grondwater wordt bemoeilijkt. Op enkele plaatsen dicht bij een breukvlak wordt het grondwater dusdanig opgestuwd dat dit als kwel aan de oppervlakte verschijnt. Op basis van de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart is de planlocatie niet gelegen in een wijstgrond. Circa 70 meter ten westen van de planlocatie ligt de Peelrandbreuk. Mogelijk heeft deze geologische breuk invloed op de lokale grondwaterstroming en -stand binnen de planlocatie.

Op basis van de ligging van de breuklijnen kan met enige zekerheid worden gesteld dat met de aanleg van de fundering geen breuken worden doorsneden. De locatie van de Peelrandbreuk is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2 Ligging Peelrandbreuk

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 8 van 19

Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van de planlocatie geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn geïnterpoleerd naar de planlocatie. In tabel 2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen.

In figuur 3 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens van de geraadpleegde bronnen, in westelijke richting. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de planlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op circa 11,30 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 0,8 m -mv bevinden. Ten tijde van het veldwerk, uitgevoerd op 7 september 2021, is een grondwaterstand gemeten op 1,5 m -mv. Tijdens de uitvoering van het locatiespecifiek bodemonderzoek2, uitgevoerd op 1 oktober 2019, is een grondwaterstand aangetroffen tussen de 1,0 m -mv en de 1,6 m -mv. Volgens de KlimaatEffectAtlas3 is de GHG gelegen tussen 1,0 m en 1,5 m -mv. Tabel 2. Overzicht grondwaterpeilputten TNO

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B45E0438

Noordoost

900

30-06-2003 / 31-10-2021

14,80

15,60

B45G0339

Zuidoost

240

07-10-2010 / 02-11-2018

11,00

11,90

PB75 (gemeente nr. 8)

Noord

100

01-10-2019 / 1-10-2020

-

11,30*

* Gemiddelde grondwaterstand 1e kwartaal 2020 (hoogste gemiddelde van de vier kwartalen)

2 Verkennend bodemonderzoek Econsultancy d.d. 21-11-2019, rapportnummer 10798.001 3 www.klimaateffectatlas.nl

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 9 van 19

Figuur 3. Situering grondwaterpeilputten TNO

Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Aa en Maas zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Direct ten zuidwesten van de planlocatie is een A-watergang gelegen. Deze watergang begint met een duiker waarvan de binnenkant onderkant buis (b.o.b.) is gelegen op 9,63 m +NAP. Centraal op de planlocatie is een greppel gelegen, deze functioneert als afwatering van het huidige weiland en zal deels gedempt worden. In figuur 4 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 10 van 19

Figuur 4. Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Aa en Maas

Ontwatering Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.

Figuur 5. Ontwatering en drooglegging

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 11 van 19

De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:     

Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m

Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 12,10 m +NAP. Het toekomstige bouwpeil is gelegen op ca. 12,40 m +NAP en het laagste wegpeil niveau ligt op ca. 11,64 m +NAP (ca. 10 cm hoger dan niveau Achterstraat). De GHG is ingeschat op 11,30 m +NAP. De ontwatering zal ten aanzien van de bouw- en wegpeilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Riolering In de Achterstraat is een gescheiden rioolstelsel gelegen.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 12 van 19

5

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Uitvoering

Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk is uitgevoerd op 7 september 2021 en omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende boorpunten zijn op kaart vastgelegd. In totaal zijn met behulp van een edelmangrondboor (diameter 10 cm) 3 boringen geplaatst. De boringen zijn tot maximaal 3 m -mv doorgezet teneinde een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen. Na het verrichten van de boringen zijn in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd en is het grondwaterniveau in de boorgaten gemeten. Op de locatieschets in bijlage 3 is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 4). Lokale bodemopbouw De bovengrond bestaat tot maximaal 0,7 m - mv uit matig tot sterk humeus, matig tot sterk siltig, zeer fijn zand. De ondergrond bestaat tussen 0,7 m en 1,5 m -mv uit matig siltig, zeer fijn zand.

Vanaf 1,5 m -mv bestaat de ondergrond uit matig tot sterk grindig, zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. Er zijn geen storende lagen en gleyverschijnselen in de ondergrond waargenomen. Grondwaterniveau In de boorgaten is een grondwaterstand* aangetroffen op 1,5 m –mv.

* Opmerking: Gemeten grondwaterstanden zijn momentopnamen en dienen met de nodige voorzichtigheid te worden gehanteerd, omdat waterniveaus gemeten direct na plaatsing van een sondering, boring of peilbuis, significant kunnen afwijken van de heersende grondwaterstand of stijghoogte. Het kan namelijk enige tijd duren voordat een representatieve waterspiegel is ingesteld (enkele seconden in grof zand tot soms enkele uren in slecht doorlatende klei).

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 13 van 19

Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (kwaarde) berekend.

Resultaten Tabel 3 geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel 4. Bijlage 5 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel 3.

Overzicht k-waarde per meting

Boring

Aantal Metingen (*A)

Onderzochte bodemlaag (cm -mv)

01

3

60 - 110

02

3

03

3

(*A)

Textuur

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

Zand, zeer fijn, matig siltig

0,6

Vrij goed

20 - 70

Zand, zeer fijn, matig tot sterk siltig, matig tot sterk humeus

0,4

Matig

80 - 130

Zand, zeer fijn, matig siltig

1,2

Goed

De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 14 van 19

Tabel 4.

Classificatie doorlatendheid

K-waarde (m/dag)

Classificatie (*A)

< 0,1

slecht doorlatend

0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

> 10

zeer goed doorlatend

(*A)

Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Beoordeling De doorlatendheid is sterk afhankelijk van de bodemsamenstelling (aantal, grootte en vorm van de poriën en de onderlinge verbindingen tussen de poriën). Aangezien een bodem altijd een bepaalde mate van heterogeniteit vertoont en er slechts op enkele punten is gemeten, dienen de afgeleide kwaarden zoals bepaald op de locaties te worden beschouwd als een gemiddelde. Volgens de leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ is voor infiltratie van hemelwater minimaal een doorlatendheid van 0,2 m per dag nodig. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als matig tot goed doorlatend, waarbij k-waarden van 0,4 en 1,2 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem, mede op basis van de textuur, in principe geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Lokaal kan de doorlatendheid echter beperkt zijn. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van maximaal 0,5 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 15 van 19

6

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING Planvoornemen

Het planvoornemen voorziet in het dempen van de binnen de planlocatie gelegen sloot en de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van woningen in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. In bijlage 6 is het voorlopig ontwerp ‘Bovengrondse situatie’ opgenomen. De tekening is verschaald naar A3 formaat. Verhard oppervlak Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de waterbergingsbalans, van RE Infra, d.d. 27 oktober 2022 zoals opgenomen in bijlage 7. Van het netto perceeloppervlak (perceeloppervlak - bebouwing) wordt 50% beschouwd als aanname voor het toekomstig verhard oppervlak van bijbouwen en tuin-/erfverharding. In tabel 5 staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. Tabel 5.

Gegevens toekomstig verhard oppervlak Type verharding

Toekomstig (m²)

bebouwing

± 991

Erfverharding*

± 1.044

Infrastructuur

± 1.604

Totaal

± 3.639

* 50 % van het netto perceeloppervlak

Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 3.639 m2. Waterbergingsopgave Conform het beleid van waterschap Aa en Maas is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende berging benodigd van circa 218 m3 (3.639 m2 x 60 mm / 1.000).

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 16 van 19

7

PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan geen groot effect heeft op water (normale procedure) en dat kan worden volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap. Wel raakt het plan een waterbelang, zijnde de beschermingszone van een A-watergang. Het resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in bijlage 9. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.             

Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 3.639 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. Wateropgave 218 m3. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG ingeschat op 11,3 m +NAP. Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 0,5 m/dag. Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe. Hemelwater

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden ingezameld en binnen de planlocatie worden verwerkt. Vanuit het plan geldt het uitgangspunt dat 20 mm waterberging op eigen terrein gerealiseerd dient te worden. Dit komt op basis van het toekomstige verhard oppervlak op de particuliere percelen overeen met een berging van 44 m3. Het hemelwater op particuliere percelen wordt geborgen door toepassing van infiltratiekratten onder de oprit (voorzijde woning). Het restant van de wateropgave, 174 m3, wordt geborgen in een wadi en onder de weg in de fundering. In totaal zal in de wadi, uitgaande van een maximale peilstijging van 0,3 m (11,80 m +NAP), in totaal 80 m3 geborgen worden. Onder de weg (1.280 m2) is, uitgaande van 40% holle ruimte, in totaal 128 m3 waterberging aanwezig. In totaal is binnen het plan een berging beschikbaar van 252 m3. Hiermee wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 218 m3. In bijlage 8 is het voorlopig ontwerp ‘ondergrondse situatie’ opgenomen. De tekening is verschaald naar A3 formaat.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 17 van 19

Lediging Op basis van de bodemopbouw, textuur en resultaten van het uitgevoerde doorlatendheidsonderzoek worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. Calamiteit Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan 60 mm kan overtollig water vertraagd overstorten richting het hemelwaterriool in de Achterstraat. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. Kwaliteit Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Keur Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc.

is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zullen zeer waarschijnlijk voor de onderstaande onderdelen een watervergunning worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht:   

Toename verhard oppervlak; (vertraagd) lozen van hemelwater op het oppervlaktewater; Het plaatsen van kunstwerken. Riolering

Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 14 woningen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 4,2 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving.

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 18 van 19

8

CONCLUSIE

In onderhavige rapportage zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd hydrologisch positief uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure van het plan.

Econsultancy Boxmeer, 7 maart 2023

Rapport 10798.011 versie D3

Pagina 19 van 19

Bijlage 1

Topografische ligging

Schaal 1:12.500 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2 Gegevens verkennend bodemonderzoek Econsultancy

Pagina1 van 3

Boring:

01

Boring: 0

0

gras

02 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

gras

50

50 2 70

3 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak houthoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

4 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, matig houthoudend, grijsbeige, Edelmanboor

5 200

200

Boring:

03

Boring: 0

0

gras

50

50

0

0

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Boring: 0

gras

50

06 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1 50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

gras

1 50

05

0

04

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor

1

Boring:

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, resten hout, donkerbruin, Edelmanboor

50

50 2

70

3 100

100

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraalbeige, Edelmanboor

4 150 5 200

200

Projectcode: 10798.001 getekend volgens NEN 5104

Pagina2 van 3

Boring:

07

Boring: 0

0

08 0

0 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

Boring:

1

09

Boring: 0

0

2

gras

10 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor, bkpb 5 cm -mv

1 50

50

50

gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 60

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

3 100

100

Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor 4 150

150

Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, grijsbeige, Edelmanboor

5 200

200

Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig 240

Zand, matig grof, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig

250

300

Boring:

303

11

Boring: 0

0

12 0

0 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

1 50

50

50

Projectcode: 10798.001 getekend volgens NEN 5104

Pagina3 van 3

Boring:

13

Boring: 0

0

akker

14 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

1 50

50 2

70

3 100

100

50

50 Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak gleyhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, resten hout, grijsbeige, Edelmanboor, gestaakt i.v.m. ondiepe grondwaterstand

4 150

150

Boring:

akker

15

Boring: 0

0

akker

16 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1 50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

akker

50

Projectcode: 10798.001 getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3 Situering boringen infiltratieonderzoek

Legenda Boring tot 3,0 m -mv

Titel:

A4

locatieschets PROJECT: Geo Nistelrode SCHAAL: GETEKEND: RNu

DATUM: 16-9-2021

Bijlage 4 Boorprofielen infiltratieonderzoek

Pagina 1 van 1

Profielen boringen

B01

Boring: Datum veldwerk:

7-9-2021 0

0

Boring: weiland

Datum veldwerk: 0

B02 7-9-2021 0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

40 50

50

50 Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

70

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

100

100

150

150

150

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig grindig, grijsbeige, Edelmanboor 200

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig grindig, grijsbeige, Edelmanboor 200

200

Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, grijsbeige, Zuigerboor

220

Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, grijsbeige, Zuigerboor 250

250

300

300

300

B03

Boring: Datum veldwerk:

300

7-9-2021

0

0

weiland Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

40

50 70

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor

100

150

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig grindig, grijsbeige, Edelmanboor 200

250

250

Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, grijsbeige, Zuigerboor 300

300

Projectcode: 10798.006 Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 5 Resultaten k-waarden

Omgekeerde boor Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

B01 meting 3 van 3 (60 - 110 cm -mv)

Daling waterkolom [cm]

100,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1525 80 50 4,5 0,6

𝐾𝑣𝑒𝑟𝑧 = 1,15𝑟

1 1 log ℎ0 + 2 𝑟 − log(ℎ𝑡 + 2 𝑟) 𝑡 − 𝑡0

2000

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800

700

600

500

400

300

200

100

0

10,0

Omgekeerde boor Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

B02 meting 3 van 3 (20 - 70 cm -mv)

Daling waterkolom [cm]

100,0

2000

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800

700

600

500

400

300

200

100

0

10,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1075 50 40 4,5 0,4

𝐾𝑣𝑒𝑟𝑧 = 1,15𝑟

1 1 log ℎ0 + 2 𝑟 − log(ℎ𝑡 + 2 𝑟) 𝑡 − 𝑡0

Omgekeerde boor Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

B03 meting 3 van 3 (80 - 130 cm -mv)

Daling waterkolom [cm]

100,0

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800

700

600

500

400

300

200

100

0

10,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

1400 50 20 4,5 1,2

𝐾𝑣𝑒𝑟𝑧 = 1,15𝑟

1 1 log ℎ0 + 𝑟 − log(ℎ𝑡 + 𝑟) 2 2 𝑡 − 𝑡0

Bijlage 6 Voorlopig ontwerp ‘Bovengrondse situatie’ (verschaald)

K

K

K

K K

K

K

K K

K

K

K K

A

A

K

K

K

K

K

8

K

K

K

K

K

11

K

K

B 2303 K

K

B 2317 K

B 2305 K

K

K K

K

K

B 2295

12

K

K

K

K

B 2371

10

K

K

K K

K

K

K

K

K

K

K

K

12.32 12.21

13

12.12

K

K

K

K

K

K

K

n

e Wilg De

K

K

K K

K

K

K

K

K

K K

K

ilgen

K

K

De W

K

K K

K K

K

12.25

K K

K

K

12.00 K

K

K

K

12.1512.13 12.13

17

B 2346

K

K

K

K

K

Legenda

K

12.23 12.23

11.90

12.28K

K

Onderlegger - Kadastrale Kaart (KK), d.d. 22-01-2022

11.92

Onderlegger - Inmetingen, d.d. 27-10-2022

K

K

K

B 2301

K

K

11.96 11.89

K

K

K

K

Onderlegger - Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), d.d. 22-01-2022

K

K

K

K

11.90

12

K

K

12.25

11.92

K

19

K

K

K

K

K

K

12.30 12.31

12.02

K

K K

K

K

12.07 12.09

K

K

K

K

K

K

K

Overz chtskaart

11.82

K

K

K

B 2321

K

B 2302

K

K

K

K

K

15

K

K

B 2422

11.93

K

K

K

B 2296

12.24 12.24

11.87

K

K

K

12.08

K

K

K

B 2300

12.02 12.18

K

K

B 2297

11.82

K14

11.92

K K

K

B 2423

K K

12.20

K

11.84

K

B 2299

11.88

11.94

K

K

K

K12

12.03

12.66 12.09

K11

12.04 K

K

Ingebruik genomen gebied 11.90

Recht van overpad

K

K

14

K

K

Uitgeefbaar gebied

11.92

K

K

K K

K

K

K

12.14 K K

1 12.17

K

11.98

K

B

12.22 12.20

K06

12.12 K

12.18 12.11 11.99

K

K

11.93

11.96 Eik, drie stammig 11.99 K 12.03 3x ∅0.40

K

K

K

12.20

12.13

K

11.95

12.18

B 2547

stobbe

K

K

K

11.91 11.94

K

K

11.98

12.04 K

K

K

1K1.58 11.58 11.92

K

K

K

11.95

11.63

12.46

11.96

11.94

12.02

11.96

11.93

11.97

11.93

K

K

K

K

K

11.86

B 2549

K K K

K

KK K 705

11.79

K

K

11.79

11.58

K

K

11.76

Ac

K

r hte

K

K

K

K

a str

K

at

11.69

11.94

Opbouw keervooziening: -Grasbetontegels 400x600x120 mm, kleur grijs -Straatlaag, laagdikte 50 mm -Menggranulaat 0/31.5 mm -Bestaande fundering/zandbed

11.97 12.03

11.84

12.00

11.36

Opbouw wadi: -Inzaaien bermmengsel 2.5kg/100 m2 (low maintenance van Barenburg) -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Teelaarde, egaliseren en licht verdichten, laagdikte 400 mm -Doorspitten, diepte 600 mm

11.73 12.00

K 615

12.12

Opbouw berm: -Inzaaien bermmengsel 2,5kg/100 m2 (low maintenance van Barenburg) -Teelaarde, egaliseren en licht verdichten, laagdikte 400 mm -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Doorspitten, diepte 600 mm

11.99 11.74

K

11.98

11.69

K

12.03 11.92

∅0.35 m

K K K

K

12.00

12.06

Els (vermoedelijk), twee stammig

11.78

11.74

K 11.71 706 K

11.55

K K

K

B 2385

K K

11.89

K

11.43 11.39

Opbouw parkeerplaats: -Betonstraatstenen KF, kleur antraciet, elleboogverband -Straatlaag, laagdikte 50 mm -Viltlaag -Open wegfundatie, laagdikte 350 mm -Zand voor zandbed, laagdikte 500 mm

12.02

K11.45

K

K

Opbouw rabatstrook: -Betonstraatstenen KF, kleur bruin, halfsteensverband -Straatlaag, laagdikte 50 mm -Viltlaag -Open wegfundatie, laagdikte 350 mm -Zand voor zandbed, laagdikte 500 mm

12.05

K

12.02

11.94

11.95

12.03

11.51

Opbouw trottoir: -Tegels 300x300x60 mm, kleur grijs, halfsteensverband -Zand voor zandbed, laagdikte 250 mm

12.10

12.00

K

11.76

11.93

K

Aanplanten plantsoen -Soort xx, plantmaat xx, xx per m2 -Bemesten met compost 1 m3 per 20 m2, egaliseren en komvormig afwerken -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Doorspitten, diepte 600 mm

11.52 12.03

K

K

K

11.47

11.64

K

K

K

11.45

11.37

11.55

K

Aanplanten haag -Soort xx, plantmaat 60/80, xx per m2, dubbele rij in kruisverband -Bemesten met compost 1 m3 per 20 m2, egaliseren en komvormig afwerken -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Doorspitten, diepte 600 mm

11.71

K

11.47

K

11.50

11.76

11.52

11.88

11.50 K

11.51

K

11.53 K

11.46 11.32 11.27 11.28 11.42 10.28 10.25 11.44 10.27 11.47 9.889.62 10.36 10.38 11.47 10.50 K

11.43

11.58

K

11.25 10.86 10.43 10.45 10.53 10.73 11.08 11.40 11.41 11.46

11.54

I

11.31

11.28

11.63 11.44

11.31

11.55

Aanplanten boom -Soort xx, plantmaat 18/20, v.v. draadkluit -Boom v.v. 3 boompalen ∅80 mm incl boomband, hoogte 1,60 m waarvan 0,90 m boven maaiveld, in driekhoeksverband, 2 stuk evenwijdig aan rijbaan, palen van niet-verduurzaamd hout, -Boom v.v. gietrand, diameter 1 m, hoogte 0,3 m waarvan 0,15 m boven maaiveld, opvullen met Vigro schimmelmulch, leverancier; van Iersel compost -Bemesten met 300 l orgapower, hoogte 400-600 mm, egaliseren en komvormig afwerken -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Doorspitten, diepte 600 mm

11.43

K

I

11.42

K

10.96 11.02 B 2124

10.51

11.48

11.37

11.50 10.49 K

2

Bestaande boom

11.47

11.43

11.0

11.76

11.42

K

11.47

I

11.0 1

11.54

11.41 11.54

I

11.01

10.94 10.99

11.48

I

11.00 11.45

K

K

K

11.41 K

K

I

11.02

K

K

K

K

11.41

M

11.54

11.47

K

K

11.45

K

K

K

11.55

11.39 10.60 11.48

K

K

VWA putdeksel incl. putdekselhoogte en putnummer

Opbouw trottoir t.p.v. inritten: -Tegels 300x300x80 mm, kleur grijs, halfsteensverband -Straatlaag, laagdikte 50 mm -Menggranulaat 0/31,5 mm, laagdikte 250 mm -Zand voor zandbed, laagdikte 500 mm

∅0.90 m 12.01

K

23

12.17 12.14

12.13

K

HWA putdeksel incl. putdekselhoogte en putnummer .00

Opbouw rijbaan: -Betonstraatstenen KF, kleur heidepaars, keperverband -Straatlaag, laagdikte 50 mm -Viltlaag -Open wegfundatie, laagdikte xxx mm -Zand voor zandbed, laagdikte 500 mm

11.90

stobbe

K K

3

K

12.11

K

21

12.02

K Eik

11.99 11.96

K

K

K K

+12

Opbouw molgoot: -Betonstraatstenen KF, kleur heidepaars, 5 strekken -betonspecie, laagdikte 100 mm -Viltlaag -Open wegfundatie Aquaflow 8/32 mm, laagdikte 350 mm -Zand voor zandbed, laagdikte 500 mm

11.93

12.19

K

K

11.97

I

3

K

11.93 11.86 12.48

K

B 2384

11.91

11.93

11.87

11.98 12.12

12.11

11.89

K K

Parkeervakscheiding, BSS KF, kleur wit

K

K01

Geleideband 50/200x250 mm, kleur grijs, gesteld in betonspecie, dikte 50 mm v.v. steunrug

.96

K

K

K

Opsluitband 120x250 mm, kleur grijs, gesteld in betonspecie, dikte 50 mm v.v. steunrug

GB 50

+11

12.08

12.09

Opsluitband 100x200 mm, kleur grijs, in zand

OB 12

I

11.91

11.92

K

OB 10

11.92

∅0.50 m

11.68 11.97

Opsluitband 60x200 mm, kleur grijs, in zand

11.93

12.03

11.89

11.94

11.92

Knotwilg ∅0.30 m

OB 6

12.00

11.91

Knotwilg ∅0.20 m

11.71

K

11.83 11.91

K

12.13

12.10

K

K

K K

Knotwilg ∅0.40 m

12.35 11.95

K

11.94

12.10

K

K

K

K

K Eik

Knotwilg ∅0.25 m

K

11.73

K

K

K

11.85 11.85

K

11.96

K

K02

K

K

B 1701

K04

K03

11.90 11.92

K

K

K

12.11

K05

12.09

K

K

12.10

12.01

12.05

12.08

K

K

K

K

Knotwilg 11.83K ∅0.20 m Populier?? ∅0.55 m Knotwilg 11.87 11.89 ∅0.35 m 11.95 11.92

K

K

K

Knotwilg K 11.97 ∅0.50m Knotwilg K ∅0.35 m

12.00

K07

12.14 K

Knotwilg ∅0.40 m

11.92

K08

K K

K

11.48 11.40

11.95 K

K

K

19

11.94

11.99

K

K

B 2204

11.95

12.01 12.07 12.60 11.93 11.91 12.01 11.99 Knotwilg K ∅0.30 m

12.13

K 12.13

B 2363

K09

12.10

K

K

K10

11.96

12.04

K

K

M

K

12.16

K K

K

Nieuwe peilhoogte in NAP

14.45+

11.84

K

K

K

12.16

12.06

12.30

K

K

Bestaande peilhoogte in NAP

14.45

K

K K

K

K

12.01

Werkgrens

B 2322

K

K

K

12.24

K13

K

K

K

K

K

11.54

K

11.46

K

11.49

I

11.50

K

11.51 K

K

Ac

K

K

K

K

K

K

at

K

K

P an Achterstraat-De st te N ste rode

K K

a str

K

K

A

K

r hte

K

K

K

K

11.48

20

K

K

11.53

11.48

Janssen bouwontw kke ng BV

K K

K

11.45

11.41

K

K2

K

K

K

K K

Voor op g ontwerp Bovengrondse s tuat e

M

Bijlage 7 Waterbergingsbalans

Berekening waterberging Projectgegevens Project: Projectnr: Betreft: Opgesteld door: Versie: Versiedatum: Benodigde waterberging Verhardingsoppervlakte Bebouwing Kavel - bebouwing Verharding (toekomstig) openbaar gebied Totaal verhardingoppervlak:

Plan Achterstraat-Delst te Nistelrode RI21109 Waterbergingsbalans M. van Erp 2 27 oktober 2022

Nieuw 991 m2 1 044 m2 1 604 m2 3639 m2

Opmerking Uitgangspunt 50% uitgeefbaar gebied is verhard

Benodigde waterberging Algemene (vuist)regel waterberging: Toename verhard oppervlak: Benodigd door toename verharding: Totaal benodigde berging:

0,06 m 3 639 m2 218 m3 218 m3

Aanwezige waterberging Berging op kavel d.m.v. infiltratiekratten Berging wadi Berging open weg fundatie Totaal aanwezige berging:

44 m3 80 m3 128 m3 252 m3

RI21109-15-101-MvE-02-Waterbergingsbalans 27-10-2022.xlsx

Opmerking 60mm bui

Uitgangspunt 20mm op particulier uitgeefbaargebied 30cm peilstijging 1280 m2 met 40% holle ruimte

Pagina 1 van 2

Kavelnummer

K01 K02 K03 K04 K05 K06 K07 K08 K09 K10 K11 K12 K13 K14 TOTAAL:

Oppervlakte kavel 358 m2 183 m2 91 m2 92 m2 93 m2 162 m2 254 m2 262 m2 261 m2 260 m2 260 m2 252 m2 257 m2 294 m2

Oppervlakte woning

Oppervlakte berging

63,67 m2 50,85 m2 40,5 m2 40,5 m2 40,5 m2 50,85 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2 63,67 m2

21,70 m2 nvt m2 nvt m2 nvt m2 nvt m2 nvt m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2 21,70 m2

Oppervlakte Oppervlakte kavel * 50% opp kavel + 50% woning + berging kavel bebouwing 273 m2 132 m2 51 m2 52 m2 53 m2 111 m2 169 m2 177 m2 176 m2 175 m2 175 m2 167 m2 172 m2 209 m2

136,315 66,075 25,25 25,75 26,25 55,575 84,315 88,315 87,815 87,315 87,315 83,315 85,815 104,315 Benodigde berging:

RI21109-15-101-MvE-02-Waterbergingsbalans 27-10-2022.xlsx

221,69 116,93 65,75 66,25 66,75 106,43 169,69 173,69 173,19 172,69 172,69 168,69 171,19 189,69

Benodigde berging 20% berging (60 mm) [m3] op terrein [m3]

Aantal IT-kratjes [st] - Aantal IT-kratjes 0,19 m3 per krat (afgerond)

13,30 7,02 3,95 3,98 4,01 6,39 10,18 10,42 10,39 10,36 10,36 10,12 10,27 11,38 122,1

14,0 7,4 4,2 4,2 4,2 6,7 10,7 11,0 10,9 10,9 10,9 10,7 10,8 12,0 128,5

2,66 1,40 0,79 0,80 0,80 1,28 2,04 2,08 2,08 2,07 2,07 2,02 2,05 2,28 24,42

14 8 5 5 5 7 11 11 11 11 11 11 11 12 133

18 12

12 12 12 12 12 12 12 12 126

25,71% 32,50% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 22,39% 21,88% 21,94% 22,01% 22,01% 22,53% 22,20% 20,03%

0,06

Pagina 2 van 2

Bijlage 8 Voorlopig ontwerp ‘Ondergrondse situatie’ (verschaald)

2

1

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

14

13

15

16

17

18

D

20

21

D

D

F 2141 F 2222 F 1986

K

K

LL

L

K

F 1984

D

F 304 F 1987

DD

K

B 1686

K

F 2075

L B 2515

K

DD

K L

DL L

K

LL

K

D

K

∅315 PVC aand Best

K

+10.94

L

K

K

+10.91 PVC ∅ 2.40m 315 +10.94

K

I

SCHAAL 1 : 1:2500 B 2346

11.90 K

K

K

+10.

72

D

K

K

D

L

K

L

K

K

K

K

K K

D

L D

L L

11.92

kast L

12.00

D

K

11.90

L

K

K

D

L

K

11.82

L

L D

K

D

K14

K

L L

12.24

B 2322

L

L

K

T

5 ∅31 PVC 0m 34.6

D

LD

12.16

K

L

K

12.00

12st

K

K

K12

11.90

12st

12.66 12.09

K

K11

bk

11.96

11.98

0 +12.4 BP=

K

K

I

V5

K

I

K

12.16 K

12.14 K

K

12.17

11.96

12.04

11.97

11.95 11.99

11.98

11.94

.97

+11

11.95

H5

I

K

12.10

12.13

K 12.13

55 +10.

0 ∅25 PVC 3m 57.2

K

K

K

K08

K

K

B 2548

12.22 12.20

K

K

K06

12.12 K

12.18 12.11 11.99

K

K

11.93

I 12.20

12.13

12.18

stobbe

K

∅ PVC 8m 59.0

5 ∅31 PVC 0m 59.0

HWA transportleiding incl. materiaal, diameter, lengte en b.o.b.'s

+10.01 PVC ∅315 +10.00 8.65m

VWA transportleiding incl. materiaal, diameter, lengte en b.o.b.'s VWA huisaansluiting, PVC ∅125 mm, klasse SN08, kleur bruin (RAL 8023)

12.19

11.90

.96 +11

I

HWA putdeksel incl. putdekselhoogte en putnummer Inspectierand Nering Bögel N352NB-R "Centerfix" v.v. opschrift RW of regenwater, incl. stelringen en gietijzer deksel

H3

11.94 12.17

0

I

11.92

12.14

12.09

+12.0 V2

Inspectieput beton 800x800 mm, v.v. kegelstuk 300 / 500 mm of afdekplaat, put v.v. stroomprofiel Uitstroombak, HAMUSV-3 incl. vuilrooster, 900x800mm, beton, leverancier; de Hamer

12.05

K

K

Buisinlaat ∅125mm op 12 uur (boven op de leiding), m.b.v. zettingsmof of zettings t-stuk

11.96

12.02 11.94

K

K

K

1K1.58 11.58 11.92

D

D

K

12.02

11.96

11.93

Ontstoppingsstuk, 0.50 m van erfgrens op particulierperceel

11.97

11.93

D

K

D

K

D

K

11.95

11.63

Straatkolk Aquaflow WT, v.v. zandvang, aansluiting op open weg fundatie K11.45

L

L

L

D DD D

8

1

L

L

V3

D

01 +10.

+11.9 11.86

B 2549

DD

+10.0

K

L D

K

L

D

L

D

K

D

L

K

D

D

L

23

ht Ac

L

L

K

D

L

K

K

11.76

12.03

L

Kabels en leidingen tracé -Minimaal 0.50 m uit erfgrens -1 m breed en 1 m diep, v.v. schoon zand Bomengrond -Bemesten met 300 l orgapower, hoogte 400-600 mm onder maaiveld, rondom kluit -Egaliseren en komvormig afwerken -Verwijderen en afvoeren stenen en bodemvreemde materialen tot 10 mm uit de bovenlaag -Doorspitten, diepte 600 mm

12.00

H2

K 615

12.12

Brievenbusput -Instroomopening voorzien van rooster -Instroomhoogte +13.80

11.99

Bomengranulaat, dikte NTB

11.93

11.98

M

Wortelscherm 250

∅ PVC m 0 400 41.9 on ∅ Bet .13m 48

11.52

K

11.69

I

11.74

K

Infiltratiekratten, Jobicell/Polystorm heavy, 1000x500x400 mm, leverancier; Joosten Kunsstroffen, omhuld met geotextiel

11.97

K

L

K D

12.03

K

L

11.47

11.64

K

K

K

L

11.45 leiding 11.37 Aansluiten op bestaande

11.55

K

D

11.71

K

L

11.47

K

0 ∅50 10.21 +

L

K

L

N

V1

1 +9.8

11.76

D

11.43

I

D

11.46 11.32 .81 +9 11.27 11.28 11.42 11.42 10.28 Kruisput 11.47 11.4410.2510.27 +9.95 .60 +11 50 2 H1 ∅ 11.47 9.889.62 10.36 C 11.47 PV .20m /600 10.50 10.38 11.58 10 500 .88 11.28 ∅ +9 11.25 8 10.86 .7 10.43 10.45 I +9 11.54eton 10.53 10.73 B

11.88

11.50

4 K

n

11.53

L

K

+1 1.6

L

Beto

D

K

11.51

11.76

11.52

L

11.50

N

K 11.71 706

K

t raa

K

11.43 11.39

K

K

K

L

t ers 11.51

11.58

0

11.69

D

D

11.76

+10.0

11.78

11.74

D

D

L

K

11.48 11.40 kast

K

K

I

11.94

12.00

0

L

D

L

B 2385

D

D

8

+9.9

K K

11.92

∅0.35 m

V2

+10.0

D

L

L

L

D

K K

11.79

L

L

8 +9.9 8 1.7

+1

K

L

L

D

D

K K

11.36

11.73

L

L

K L

D

KK K 705

11.79

Els (vermoedelijk), twee stammig

+1 1.8 0

L

K

D

L

D DD

D

D

D

M

11.89

K

11.55

12.03

12.00

12.06

11.84

∅315 PVC m 8.33

L DD

0 ∅25 PVC m 8.18

K

L

K

DD

K

K

L

D DD

D

Straatkolk ééndelig, Nering Bögel, type D1300DR(V), 300x450x900 mm, inlaat ∅125mm, v.v. zandvang

K

45 +10. H3 +11.96

01 +10.

K

K

D DD

L

L

D

L

12.03

I

D

K

L

K

L

L

11.94

11.95

I

D

12.46

K

Overstort , 0.50 m van erfgrens op particulierperceel 12.02

12.00

K

J

12.10

∅0.90 m 12.01

12.13

12.04

18st

K

VWA putdeksel incl. putdekselhoogte en putnummer Inspectierand Nering Bögel N352NB-R "Centerfix" v.v. opschrift VW of vuilwater, incl. stelringen en gietijzer deksel Inspectieput beton 800x800 mm, v.v. kegelstuk 300 / 500 mm of afdekplaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c307045c-2d15-4236-b4d9-081f73967e1f