Bernheze BOSS-visie CONCEPT TOTAAL
Tekst van het document
BOSS visie Bernheze Kaders voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten binnen de Groene Gezonde Structuren
START
Verder
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Inhoud Terug
Deze BOSS visie bestaat uit drie delen. Het eerste deel bevat de opgave en de kaders voor de inrichting van de openbare ruimte voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten. Hierin staan onder andere de spreidings- en inrichtingsprincipes. Het tweede deel de bevat het toekomstbeeld. Vanuit de analyse zijn plankaarten opgesteld met daarop de toekomstige rol en functie per plek. Ter verduidelijking van de functie en het beeld per type plek of route zijn staalkaarten opgenomen in de bijlagen. Het derde deel bevat de uitwerking van de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering en onderhoud bij realisatie, omvorming of in stand houden van de plekken en routes op de plankaart, in verschillende scenario’s. Tevens is een strategie omschreven voor de vervolgstappen en realisatie van het BOSS-beleid. Door te klikken op bovenstaande foto’s ga je gelijk naar het betreffende deel en blader je daarna door de hoofdstukken. Op elke pagina kun je rechtsboven weer naar deze inhoudspagina ( ). Vandaaruit kost het één klik om bij een ander deel te komen. Zo kun je snel tussen hoofdstukken navigeren en weer terug naar de plek waar je aan het lezen bent of waar meer informatie of beeldvorming wordt gegeven.
Inhoudsopgave 1.
2.
3. 4. 5.
Inhoud
6. 7.
Situatie en opgave: waar staan we nu? • De opgave • Inzicht in huidige situatie toestellen en ondergronden • Wat is er voor nodig om het in stand te houden • Risico-analyse Kaders: waar moet je aan voldoen • Ambities vanuit beleid • Normering aantallen en typering plekken • Aansluiting op thema’s • Juridische kaders (WAS) Analyse • Harde data • Zachte data Plankaarten Uitvoering en beheer • Scenario’s: • In stand houden zoals het nu is • 3 scenario’s • Wat is nodig bij uitvoering • Meerkosten m.b.t inclusie • Van zand naar vaste ondergrond Uitvoeringsstrategie • Stappenplan en fasering Bijlagen • Risico-analyse tabel • Data-analyse kaartjes • Enquête resultaten • Staalkaarten
Verder
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Parkscène met effen opvulling
Inhoud Terug
EN OPGAVE
SITUATIE EN OPGAVE
Waar willen we heen
Verder
De opgave
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
BOSS in Groene Gezonde Structuren Bernheze is een groene, landelijke gemeente met een groot aanbod aan – met name middelgrote speel en sportvoorzieningen in de buitenruimte. Er is oog voor onderhoud en vervanging, maar er mist een totaalvisie. Om de speel en sportvoorzieningen beter te laten aansluiten op de behoeften in de samenleving, niet alleen van kinderen maar voor alle leeftijden, is dit BOSSbeleid opgesteld. Een beleidsstuk voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de buitenruimte. Dit beleid is een belangrijke bouwsteen van het programma ‘Groene Gezonde Structuren’, dat een uitwerking is van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat duidelijk omschreven wat het toekomstbeeld is met betrekking tot BOSS in de buitenruimte: “We willen omstandigheden creëren zodat inwoners zelf actief hun gezondheid bevorderen. Dat doen we door het realiseren van Groene Gezonde Structuren (GGS). In deze groene gezonde structuren nodigen we mensen in een aantrekkelijke groen-blauwe omgeving uit om hun gezondheid te bevorderen door te bewegen, te sporten, te spelen, te ontspannen en/of te ontmoeten.” Belangrijkste thema’s vanuit Ambtelijke Kick-off
De gemeente Bernheze maakt zich de komende jaren dus sterk om de kinderen, jongeren en volwassenen weer naar buiten te krijgen, zodat ze de ‘Groene Gezonde Structuren’ met daarin de voorzieningen voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten optimaal gebruiken. Dit doen we mede door de speel- en sportplekken samen met de gebruikers te ontwerpen en in te richten en daarmee beter af te stemmen op hun specifieke wensen. Dit BOSS-beleid geeft de kaders waarbinnen de gemeente acteert om de Bernhezer speel- en sportruimte uitnodigend en uitdagend te maken voor alle doelgroepen, van jong tot oud.
Huidige situatie en noodzaak nieuw beleid
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Geen beleid op spelen Er wordt een tekort aan tijd en middelen ervaren om speelruimte voldoende aandacht te geven. Het hoogst noodzakelijke wordt zo goed als mogelijk gedaan. Er is een beheerder, maar niet echt een beleidsverantwoordelijke. Spelen wordt er als het ware bij gedaan. Jaarlijks wordt een veiligheidsinspectie van de toestellen en veiligheidsondergronden gedaan. Dit is inclusief openbare schoolpleinen. Op basis hiervan wordt een onderhoudsronde gedaan om de toestellen weer veilig te maken of wordt een rapportage aangeleverd bij de scholen. Jaarlijks wordt ernaar gestreefd enkele plekken op te knappen. Hier volgt een participatie-, ontwerpen uitvoeringstraject samen met omwonenden. Dit vraagt veel tijd en middelen. Meldingen van bewoners worden zo goed als mogelijk opgelost. Beperkte middelen en tijd maken dit vaak lastig. Speelruimte raakt veel onderwerpen in de buitenruimte. In veel projecten, het groen, overlastmeldingen is overlegtijd nodig van de beheerder/beleidsverantwoordelijke.
Van vervangingsachterstand naar nieuwe visie De huidige werkwijze ten aanzien van de aanleg en het onderhouden van de speel- en sportvoorzieningen is toestelgericht. Bernheze heeft in relatie tot het aantal kinderen veel speelplekken en veel toestellen. Het budget voor spelen gaat al snel op aan het onderhoud van al deze toestellen. Incidenteel wordt er een plek echt vernieuwd. Dit is zichtbaar in de grafiek: ruim de helft van de toestellen is het theoretische vervangjaar (15 jaar na plaatsing) gepasseerd. Deze verouderde toestellen vragen nog weer meer onderhoud. Om deze neerwaartse spiraal te doorbreken is een nieuw beleid en budget noodzakelijk. Een beleid waarin wordt gekeken naar een nieuw dekkend spreidingsplan die beter is afgestemd op de vraag. Aan de hand van verschillende scenario’s kunnen hiervoor passende budgetten worden bepaald.
Waar staan we nu
Veldinventarisatie
Inhoud Terug
C01
C06
C02
Urgentie en prioritering Om te bepalen wat de urgentie is ten aanzien van het aanpassen van de speel- en sportplekken en welke plekken dan prioriteit hebben, is een veldinventarisatie uitgevoerd. Hierbij zijn de volgende punten bekeken: -
Veiligheid: o vallen er dingen op als je kijkt naar sociale veiligheid, prettig en welkom voelen op de plek o
OBJECTCO DE NAAM
veiligheid Veiligheid sociaal fysiek
staat onderhoud toestellen
staat onderhoud ondergrond
functionali inclusivit toegankelijk teit eit heid Opmerkingen / aandachtspunten
SPK|C01
de Streepen
7
8
9
8
8
5
7 Het is nu alleen voetbal en jeu'de boules
SPK|C02
Donkeren Dijk
2
7
7
6
7
6
7 Deel hek werk weghalen
SPK|C03
Oranjestraat / Nassaustraat
SPK|C04
Oranjestraat
5
6
6
7
6
3
SPK|C05
Kastanjedreef
6
7
6
6
6
SPK|C06
Lijsterbesdreef
6
6
4
4
5
-
zijn er bijzonderheden die je buiten opvallen, iets wat onveilig is qua spelen
staat van onderhoud, o valt er iets op (bijvoorbeeld zeer verouderde toestellen) o
staat van ondergronden, slijtplekken etc
functionaliteit, o gebruiksvriendelijke plek o
let op verhouding tussen speeltype rauwers, douwers, bouwers & schouwers
6 Meer uitdaging +8
o
let op vrije ruimte
3
5 1 heel oud toestel
o
sport/spelen verhouding
4
5 Een oud plekje
o
plek voor ontmoeten?
-
inclusiviteit o check op bereikbaarheid toestellen en eventueel samenspeeltoestellen
-
toegankelijkheid. o Check op toegankelijkheid van plek, wel/niet fijn bereikbaar, routing naar plek
Conclusie …..
Verder
Voor bovenstaande 5 punten is per bezochte plek een cijfer van 1 tot 10 toegewezen en als iets echt bijzonder is en aandacht vraagt is er een extra opmerking bij aandachtspunten toegevoegd. De complete lijst is opgenomen in de bijlagen.
Waar staan we nu
Huidige financiële situatie
Inhoud Terug
Verder
Huidige situatie onderhoud Om het huidig areaal te kunnen onderhouden is volgens de kencijfers jaarlijks circa €86.000,- nodig (€150.000,- inclusief arbeidskosten), uitgaande van een niet verouderd toestelbestand. Het onderhoudsbudget is nu €56.000,- op jaarbasis (met aanname 1/3 van €168.000,-). Ook hier is een tekort van €30.000,-.
totalen speeltoestellen sporttoestellen speelprikkels verhardingen tbv spelen/sporten veiligheidsondergrond exclusief gras totaal toestellen en ondergronden
aantal toestellen omvang (m2) aanschaf-waarde 495 € 2.616.420 206 € 847.440 31 € 62.520 2.615 € 326.663 19.721 € 680.001 732 22.337 € 4.533.044
onderhoud tijd (min.) 499 166 0 66 550 1.281
onderhoud onderhoud materiaal totaal per jaar € 13.716 € 38.645 € 16.717 € 25.035 €0 €0 € 13.983 € 17.278 € 41.429 € 68.945 € 85.845 € 149.903
afschrijving per jaar € 173.494 € 61.232 € 4.413 € 13.531 € 46.530 € 299.200
Huidige situatie vervanging De huidige inventariswaarde (peiljaar 2024) bedraagt bijna € 4.5 miljoen. Om dit toestelbestand te kunnen vervangen is gemiddeld bij benadering €299.000,- nodig op jaarbasis als wordt uitgegaan van de theoretische vervangingstermijn per toestel. Naast de inventaris op speelplekken staan er ook voorzieningen op .. schoolpleinen. Deze schoolpleinen zijn … openbaar. Deze worden door de gemeente geïnspecteerd. Er is voor vervanging van speeltoestellen en ondergronden nu een budget beschikbaar van €112.000,- per jaar (met aanname 2/3 van €168.000,-). Er wordt voornamelijk vervangen op toestelniveau, dus enkel wanneer een toestel onveilig of onbruikbaar wordt. Aangezien er jaarlijks zo’n €299.000 nodig is, betekent dit een tekort van zo’n €187.000,-. Dit is te zien aan de speelplekken in Bernheze; enkele plekken zijn prachtig opgeknapt terwijl er op veel andere plekken sterk verouderde toestellen staan. Zoals in de grafiek hierboven te lezen valt, had bijna de helft van de toestellen en speelprikkels al vervangen moeten zijn (theoretisch, op basis van inventariswaarde). Tot nu toe heeft levensduur verlengend onderhoud ervoor gezorgd dat toestellen veilig konden blijven staan, maar de grens zal snel bereikt worden.
Totaal tekort vervanging en onderhoud Totaal is er dus structureel een tekort van €217.000,voor onderhoud en vervanging van toestellen en ondergronden per jaar. Bij continuering van dit financiële beleid kan een kantelpunt worden voorzien. Toestellen worden dan niet meer vervangen. Daardoor zullen onaantrekkelijke speelplekken ontstaan waar ad hoc toestellen verdwijnen. Beschikbare middelen moeten dan ingezet worden voor het veilig ruimen van plekken.
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Parkscène met effen opvulling
Inhoud Terug
KADERS
Waar willen we heen
Verder
Beleidskader: Omgevingsvisie en Groene Gezonde Structuren
Waar staan we nu Inhoud Terug
In de Omgevingsvisie worden verschillende doelen gesteld die aansluiten op en kunnen worden uitgewerkt in dit BOSS-beleid. Deze vallen met name binnen het thema ‘De gezonde leefomgeving’. Hierin wordt het belang omschreven van schoner (lucht, water en bodem), groene gezonde structuren, het stimuleren van activiteiten en ontmoeting in het groen en een inclusieve openbare ruimte. Deze doelen worden verder uitgewerkt in het Programma Groene Gezonde Structuren (GGS). Het concept van een groene gezonde structuur is gebaseerd op het principe dat elk huis een aansluiting heeft op een netwerk van aantrekkelijke groen-blauwe structuren. Vanuit je huis kom je te voet of fietsend in het groene netwerk snel in een groene gezonde omgeving. De groene-gezonde-structuren zijn niet alleen voor de mens. Door de inrichting en het beheer klimaatadaptief en natuurinclusief te maken vormen ze ook een netwerk voor flora en fauna en houden we het water vast. Het doel van een groene en gezonde structuur is om functies en activiteiten zo veel mogelijk te combineren en met elkaar te verbinden en zo met de ruimtedruk slim om te gaan. Met een aantrekkelijke GGS willen we dat onze inwoners gezonder gaan leven en stimuleren tot het ondernemen van activiteiten in het groen.
Dit bereiken we door mensen te verleiden om meer te wandelen, te fietsen en te sporten en gezond voedsel, direct bij de boer of in een voedselbos te kopen. Kinderen en jongeren groeien op in het groen en worden volop uitgenodigd om te bewegen, de natuur te ontdekken en te ontmoeten. Ook natuureducatie wordt hierbij ondersteund. Actieve vervoersvormen, zoals fietsen en wandelen worden gefaciliteerd. Er is ruimte om elkaar te ontmoeten maar ook om tot rust te komen. Belangrijk is het creëren van een gevoel van gemeenschap. De inrichting van de openbare ruimte is gericht op elkaar zien en ontmoeten. Door de openbare ruimte bewust in te richten voor verschillende doelgroepen zullen ook doelgroepen samen komen, die anders minder met elkaar in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we een speeltuin voor kinderen bewust aanleggen in de buurt van een verzorgingshuis, zodat ouderen zicht hebben op spelende kinderen. Toegankelijkheid is de norm, ontoegankelijkheid is de uitzondering. Bernheze wil een inclusieve en toegankelijke gemeente zijn. Op bepaalde plekken wordt er bij de inrichting specifiek rekening mee gehouden, dat iedereen een plek heeft om zich thuis te voelen en iets te doen heeft.
Concreet zou dit bijvoorbeeld betekenen dat er (voor de buurt) toegankelijke groen-blauwe schoolpleinen, speelplekken, sportplekken en verbindingen (routes) worden gerealiseerd, de verblijfsplekken meer natuurlijk worden ingericht en er ruimte wordt vormgegeven waarin bewust verschillende doelgroepen worden samengebracht. Dit zal in dit BOSS-beleid verder worden uitgewerkt.
Hoofdthema’s voor BOSS: • • • • • •
BOSS-ruimte voor 0-99 Plekken en routes Inclusie Gezondheid Klimaatadaptatie Biodiversiteit
Verder
BOSS visie Doelgroepen & samenhang De openbare ruimte moet beschikbaar zijn en uitnodigen om buiten samen op ontdekkingstocht te gaan. Dit begint al bij de voordeur. Informele ruimte zoals stoepen, pleintjes, grasveldjes en bosjes vormen samen met de formele speel- en sportplekken een netwerk aan routes en plekken waar iedereen kan ontmoeten, zich veilig voelt en plezier kan beleven. Kinderen oefenen in hun woonbuurt spelenderwijs met zelfstandig worden. Ze leren op pad te gaan en samen te spelen. De woonbuurt is ook de plek waar senioren die slechter ter been worden graag zo lang mogelijk zelfredzaam willen blijven. Bankjes en iets te zien of te doen helpen daarbij. Kinderen worden jongeren. Het samen spelen verandert in samen sporten en chillen. Ook voor deze ontwikkelingsfase is het goed om passende plekken aan te bieden. Kinderen spelen meer en langer als hun (groot)ouders op de plek waar ze spelen, anderen kunnen ontmoeten. Bankjes en picknicktafels maken zo speelruimte aantrekkelijker. Kinderen bewegen meer als hun (groot)ouders er graag op uit gaan, bijvoorbeeld om de hond uit te laten of voor een wandeling in het park. Ook voor volwassenen en ouderen geldt dat we in eerste instantie voor henzelf de buitenruimte zo willen inrichten dat deze stimulerend voor hen is om buiten te bewegen, te sporten en te ontmoeten.
Inwoners met een beperking willen we ook toegankelijke plekken bieden waar ze zich welkom weten en mee kunnen doen. Niet op apart ingerichte plekken, dan zijn ze alsnog op zichzelf, maar door in het totale aanbod inclusieve plekken op te nemen. BOSS als integrale aanpak BOSS is de gebruikslaag van de fysieke leefomgeving. Het verbindt opgaves en brengt de wensen van bovenstaande doelgroepen samen. Goede visie en beleid over deze gebruikslaag leidt tot aantrekkelijke en toegankelijke buitenruimte voor iedereen. BOSS vormt samen met de Omgevingsvisie en de uitwerking van de Groene Gezonde Structuren een kapstok om vanuit verschillende beleidsdomeinen aan een integrale aanpak voor de buurten van Bernheze te werken. De gebruikslaag BOSS is dan ook een verantwoordelijkheid binnen alle projecten in de openbare ruimte en draagt bij aan positieve gezondheid.
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Waar staan we nu
Centraliseren Buurtnetwerk Speelplekken hebben op kern-, buurt en straatniveau een duidelijk relatie met elkaar. Als een goed trapveld ontbreekt, zal de jeugd gaan voetballen op andere, misschien minder geschikte, plekken. Afhankelijk van de ruimtelijke opbouw en de bevolkingsopbouw is een samenhangend netwerk aan ruimtes, plekken en routes nodig. Met deze visie wordt er onderscheid gemaakt in een hoofdstructuur en een aanvullende nevenstructuur. Dit borgt samenhang en een eerlijke verdeling van voorzieningen bij de ontwikkeling van de speelruimte. Plekken en spreiding hoofdstructuur Om ervoor te zorgen dat er altijd een goede, aantrekkelijke plek in de buurt is, worden centrale buurtplekken aangewezen. Dit worden naar de toekomst toe de best ingerichte plekken. Zij vormen samen met de steunplekken de hoofdstructuur. Plekken in de hoofdstructuur zijn blijvende basisvoorzieningen die zorgen voor een eerlijke verdeling en dat er altijd een plek voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten is. Elke buurt heeft een buurtplek. Een buurtplek biedt ruimte om te bewegen, spelen en sporten (soms met een nadruk op sporten en soms met een nadruk op spelen) en er is ruimte voor (groot)ouders om ook te ontmoeten of mee te doen. Een kernplek heeft een functie voor een hele kern (in Heesch, Heeswijk-Dinther en Nistelrode).
Het biedt iets extra’s zoals een skatebaan of een natuurspeelplek die de fietsrit waard is en waar je een dagdeel door kunt brengen.
De steunplekken zijn nodig in het basisvoorzieningenniveau als de buurtplek niet volledig kan bieden wat nodig is voor de doelgroepen. Denk aan een extra speelplek als de buurtplek decentraal of te ver ligt voor de jongere kinderen, een extra trapveld als er veel basisschooljeugd en jongeren in de buurt wonen of een sport- en ontmoetingsplek voor senioren. De gemeente verzorgt op kern-, buurt- en steunplekken het onderhoud en benodigde vervanging. Zij doet dit in samenspraak met de gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen. Bij het aanwijzen van de plekken in de hoofdstructuur zijn de uitkomsten van de bewoners-enquête sterk meegewogen. Plekken en routes nevenstructuur Naast plekken met toestellen zijn er ook plekken en routes in de openbare ruimte die weliswaar geen toestellen hebben maar waar wel ruimte is om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Deze informele plekken zijn net zo belangrijk in de BOSS-structuur en bieden kansen voor bewonersinitiatieven. Kansen voor buurtprojecten die zorgen voor saamhorigheid. De plekken in de hoofdstructuur worden via (bij voorkeur) groene routes met elkaar verbonden zodat elke plek op een veilige en aantrekkelijke manier bereikbaar is. Samen vormen zij de basis voor de Groene Gezonde Structuren in de bebouwde omgeving.
Inhoud Terug
Verder
Waar staan we nu
Uitgangspunten inrichtingskwaliteit Naast uitgangspunten voor een eerlijke en dekkende spreiding, geven we middels dit hoofdstuk uitgangspunten voor de inrichtingskwaliteit van speelplekken en verdere BOSS-ruimte. Deze uitgangspunten dragen bij aan de invulling van een aantal opgaves uit de Omgevingsvisie en passen bij aantakkende programma Groene Gezonde Structuren. Groen en natuurlijk spelen Bernheze heeft binnen en buiten de bebouwde kom veel groen om van te genieten. Ondanks deze groene uitwijkmogelijkheden kent Bernheze een aantal sterk stenige wijken en veel speelplekken die groen ontberen. Bij herinrichting van speelplekken en verdere BOSS-ruimte is het dan ook de visie om vergroening mee te nemen. Door op grote en kleine plekken nadrukkelijk in te zetten op vergroening komt er meer groen in de vorm van gras, heesters, bosplantsoen en bomen in de wijken, wat tevens bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit. En door op deze plekken natuurlijke speelaanleidingen toe te voegen zorg je voor prettige en uitdagende plekken vol natuurbeleving. Denk aan hoogteverschillen of dood hout in de vorm van boomstammen, een insectenhotel of –muurtje. Bomen, struiken en hoogteverschillen doen de omgevingstemperatuur dalen. Op groene plekken kan er regenwater al dan niet zichtbaar worden opgevangen en infiltreren.
Beide zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de bebouwde kom en klimaatadaptatie.
Positieve gezondheid en inclusie Gemeente Bernheze wil de gezondheid van inwoners beschermen en bevorderen. Samen buiten zijn voor BOSS is daarin een belangrijke factor. Het draagt bij aan verschillende dimensies die positieve gezondheid stimuleren, namelijk lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, kwaliteit van leven en meedoen. De inrichting van de openbare ruimte kan bewoners stimuleren of juist afremmen om aan de slag te gaan met hun eigen gezondheid en leefstijl. Hierbij gaat het niet alleen om het faciliteren van actief bewegen, zoals sport, wandelen of fietsen. Ook zaken als buiten komen, ontmoeting met anderen, het beleven van natuur en tot rust komen zijn hier belangrijk. Zo kan het plaatsen van een bankje de actieradius van een senior al verdubbelen, ontmoeting faciliteren en het mogelijk maken om te genieten van spelende kinderen en de natuur. Om er voor te zorgen dat iedereen mee kan doen, zet de gemeente Bernheze zich in voor inclusiviteit van met name kern- en buurtplekken. Deze plekken zijn dé plekken waar bewoners samenkomen voor BOSS. Op enkele meest geschikte of gewenste plekken per kern, gekozen in samenspraak met inwoners, hanteert de gemeente de 100-70-50 regel uit het samenspeelakkoord. Die staat voor: 100% welkom, 70% toegankelijk en 50% bespeelbaar. Verder is op overige plekken ook ruimte voor een inclusieve aanpak.
Wanneer er in de nabije omgeving een bewoner met een beperking woont, kan hiervoor maatwerk worden gemaakt. Het meedoen in de openbare ruimte begint al bij de planvorming. Wanneer bewoners mee kunnen denken over de inrichting van de plek is dat een kans om buurtgenoten beter te leren kennen en de binding met de buurt en de plek te versterken. De buurtplek wordt dan echt van de buurt. Participatie is dus een belangrijk onderdeel in de uitvoering van het BOSS-beleid.
Inhoud Terug
Verder
Inrichtingsprincipes speelruimte Inrichtingsprincipes Het streven is om groene, uitnodigende BOSS-plekken te ontwerpen, waar voor iedereen iets te doen is. De inrichting van de speel- en sportplekken is afgestemd op de functie van de plek in de buurt. Deze functies, als hieronder beschreven, zijn vastgelegd op de plankaarten.
Kernplekken De kernplekken zijn bedoeld als aanvulling op het aanbod in de buurten, met ruimte voor bijzondere elementen waar kinderen, jeugd en jongeren vanuit de hele kern gebruik van kunnen maken. Voorbeelden hiervan zijn skatebanen en pumptracks, een Cruijff-court of een grote natuurspeelplaats. Kernplekken kunnen dus, al dan niet thematisch, worden ingericht met een hoger budget zodat er echt iets speciaals staat. Gebruikers moeten bereid zijn wat langer onderweg te zijn naar deze plekken. Het doel is om in de grootste 3 kernen minimaal 1 kernplek natuurlijk spelen en 1 kernplek sporten te realiseren en/of behouden. Buurtplekken De buurtplek is dé ontmoetingsplek in de buurt, waar je met buurtgenoten samen kunt spelen en sporten. Een plek die voor elke leeftijd iets te bieden heeft. Elke speelbuurt heeft minimaal 1 buurtplek spelen en sporten. Omdat het hier gaat over plekken met meer ruimte wordt er altijd gekeken wat er kan vanuit de integrale thema’s. De bruikbaarheid moet in alle seizoenen zo hoog mogelijk zijn. Denk aan schaduw in de zomer en zones waar je bij nat en koud weer kan spelen. Denk aan vergroening en vergroting van de biodiversiteit. Zie ook het hoofdstuk Natuurlijk duurzaam. Mensen met welke beperking dan ook hebben hier mogelijkheden om mee te doen. Dit is eigenlijk alleen te realiseren als er af en toe activiteiten zijn die het samenspel stimuleren.
Dit is goed voor de sociale en lichamelijke ontwikkeling van kinderen en draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Zie ook hoofdstuk inclusie en positieve gezondheid. Aandachtspunt op deze plekken is verdringing. Daarom is het van belang om bij de inrichting rekening te houden met een goede zonering en bij hele hoge kinderdichtheden te zorgen voor voldoende steunplekken. Steunplekken Een steunplek is aanvullend op de informele speelruimte en de buurtplekken. Dit zijn eenvoudige speel- of sportplekken, waar een maatwerk inrichting belangrijk is. Bijvoorbeeld een trapveldje of tafeltennistafel voor de jeugd (6-12 jaar) of extra toestellen voor kinderen (0-5 jaar). Goede kleine plekken maken het aanbod in de buurt af. In combinatie met de buurtplek is er variatie en uitdaging voor iedere doelgroep in de buurt. Informele plekken De inrichting van de informele plekken hangt af van de bevolkingsopbouw rondom de plek en de ligging. Uitgangspunt is dat hier geen officiële speeltoestellen staan. Het kan een plek zijn voor informeel spelen in het groen, een uitdagend fietsparcours met lijnen op de grond of een picknickplek met knikkerpotjes. Bewonersbehoeften spelen hierin een belangrijke rol. Uitgangspunt is dat in de basis alleen speeltoestellen worden verwijderd en groen terugkomt. Pas wanneer bewoners zelf met een initiatief of wens komen kan daar vervolg aan worden gegeven.
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Informele speelruimte Eigenlijk is een groot deel van de openbare ruimte al geschikte speelruimte. Genoeg informele ruimte is daar waar kinderen goed kunnen spelen op de stoep en de straten, in het groen en langs het water. Daar zijn minder speelplekken nodig dan in wijken waar kinderen aan drukke straten met smalle stoepjes wonen. Uitgaande van de kinderaantallen in een wijk en de norm voor 3% speelruimte (Jantje Beton) is op basis van ervaring met het opstellen van speelruimteplannen in meer dan 100 gemeenten een waarde bepaald van een benodigde informele speelruimte van 20 m2 per kind, in combinatie met 1 speelplek per 30 kinderen. Daar waar deze norm van 20 m2 informele speelruimte per kind niet wordt gehaald zijn meer formele speelplekken nodig of meer bespeelbare openbare ruimte. In de gemeente Bernheze is van dit laatste geen sprake, er is voldoende informele speelruimte. Voor ieder kind is informele speelruimte van belang. Eerst dicht bij huis, maar bij het ouder worden mag dit ook wat verder weg zijn en groot genoeg om hutten te bouwen of een balletje te trappen. Door speelaanleidingen -als gekleurde tegels of een paadje door de bosjes- toe te passen, wordt voor zowel kinderen als volwassenen duidelijk dat je er mag spelen.
Spreidingsprincipes speelruimte 0-18
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Wat is speelruimte Speelruimte is de ruimte die kinderen krijgen om te spelen. Dit afgestemd op hun leeftijd en buurt waar ze wonen. Op straat tikkertje doen of een speurtocht door de buurt, in de bosjes een hut bouwen, ergens een balletje trappen of gewoon zitten kletsen, de informele speelruimte is hiervoor van belang. De informele speelruimte in Bernheze is bovengemiddeld. Dit komt door de ruimtelijke opbouw van de kernen en wijken. Hierdoor wordt onnodig autoverkeer voorkomen. Daarnaast zijn er in bijna alle wijken stoepen, grasvelden, bosjes en andere plekken waar gespeeld kan worden. Omdat informele speelruimte niet altijd voldoende speelmogelijkheden biedt, is aanvulling met speelplekken en speeltoestellen een must. Hiermee worden kinderen uitgedaagd zich nog verder te ontwikkelen. Voor deze formele speelruimte is een kwantiteitsnorm ontwikkeld in het beleid (zie spreidingsprincipes in tabel hiernaast), die wordt toegepast bij de analyse. Door het toepassen van bovenstaande normen wordt invulling gegeven aan een kwantitatief goede invulling en verdeling van de speel- en sportplekken in de gemeente Bernheze voor kinderen, jeugd en jongeren van 018 jaar. Bovenstaande normen zijn maatgevend voor speelruimte in nieuwbouwwijken of herinrichtingsplannen.
Ze zijn kader stellend bij de beoordeling van het al dan niet behouden van bestaande plekken of realiseren van nieuwe speelplekken. Leeftijdsaanduidingen en kinderaantallen Er worden drie leeftijdsgroepen onderscheiden. Ondanks dat ieder kind uniek is in zijn of haar ontwikkeling, kan er een gemeenschappelijke deler met betrekking tot het spelgedrag en de spelbehoefte in deze drie doelgroepen gevonden worden: Ten eerste de kinderen van 0 tot en met 5 jaar. Tot een jaar of drie onder begeleiding, maar daarna steeds meer zelf. Eerst in de tuin, maar daarna naar de speelplek. De basisvaardigheden worden opgedaan, zoals rennen, klimmen en fietsen. Ten tweede de jeugd van 6 tot en met 11 jaar. Vanaf 6 jaar wordt er steeds meer zelfstandig gespeeld en mogen de jeugdigen steeds verder van huis de straat en daarna de buurt in. Het spelen wordt meer grenzen verleggen naar verder, hoger en harder: meer durven en ook meer competitie. Ten derde de jongeren van 12 tot en met 18 jaar. Het spelen wordt hier meer sporten en ontmoeten. Daarbij zijn eigen plekken dicht bij huis, maar ook verder van de bebouwing af belangrijk: voetballen, skaten, een plek om droog te staan of te zitten. Zie ook spreidingsprincipes jongeren.
De openbare ruimte kan door middel van veilige routes met spelaanleidingen of speelprikkels op straat of in het groen, aansluiten op de structuur van formele speelplekken, zeker op plaatsen waar de formele speelplekken vanwege beperkte ruimte wat verder uit elkaar liggen.
Waar staan we nu
Spreidingsprincipes jongeren Bereikbaar: meegroeien
bewegen en sporten 12-18 jaar in eigen wijk sport en ontmoeting aangevuld met bovenwijkse zones
loopafstand
n.v.t. jongeren fietsen of rijden overal heen als ze willen of het aantrekkelijk is
Aanbod: ontmoetingsplekken
voor iedere 15 jongeren een plek, 50% regelt zichzelf, 30% is bankjes en andere zitaanleidingen, 20% geformaliseerde ontmoetingsplek liefst in combinatie met sportplek , bij > 500 jongeren in een wijk een verwijsplek wat verder van woningen. Een JOP wordt geplaatst wanneer daar aanleiding voor is, bij voorkeur bij een sportvoorziening. De JOP staat minimaal 40 m van woonhuizen verwijderd.
Sportplekken
per 100 jongeren een sportplek geschikt voor medegebruik jeugd en volwassenen, variërend van trapveld tot multifunctionele sportplek, altijd combineren met ontmoetingsplek
Ontmoeten Genoeg plekken voor ontmoeten betekent genoeg natuurlijke spreiding en keus voor de jongeren en dat zorgt daarmee automatisch al voor minder overlast. Circa 50% van het ontmoeten kan gezien worden als het informeel ontmoeten. Circa 30% van de plekken kan ingericht zijn met eenvoudige ontmoetings- en zitaanleidingen geschikt voor jongeren, maar ook bijvoorbeeld voor senioren (kletsplekken). De overig 20% is nodig voor het meer formele ontmoeten (ontmoetingsplekken) bij sportplekken of als dit niet past specifiek voor dit doel ingericht. Als er meer dan 500 jongeren dichter op elkaar wonen is ook een verwijsplek nodig. Sport In het basisvoorzieningenniveau is voor iedere groep van 100 jongeren een sportplek aanwezig of opgemerkt dat deze er moet komen. Deze plekken moeten ze delen met de jeugd en soms ook met de overige inwoners. Daarom zijn in het basisvoorzieningenniveau ook grote kernplekken aangewezen. Dit zijn de kansrijke zones om verder in te investeren en in te richten voor alle inwoners van Bernheze, zoals de skatebaan. Ontmoetingsplekken De verschillende typen ontmoetingsplekken hebben een aantal inrichtingsprincipes: Groetplek; Deze plekken ontstaan spontaan en hoeven niet ingericht te worden. Denk aan een afspreek- of afscheidsplek, die al aanwezig is in de openbare ruimte.
Kletsplek; De kletsplek biedt de mogelijkheid aan 5 tot 10 jongeren om bij te praten. Denk hierbij aan bankjes en andere zitaanleidingen. Bij voorkeur langs doorgaande routes, waar voldoende zicht is. Ontmoetplek; De ontmoetplek biedt de mogelijkheid aan 10 tot 30 jongeren om te praten en ontmoeten. Deze plekken functioneren goed in combinatie met iets te zien of te doen. Bij sportplekken, langs het water en bij sportparken zijn favoriete plekken. Verwijsplek; Als er veel jongeren dicht op elkaar wonen is de kans op overlast groter. Dan is een verwijsplek nodig. Deze plek ligt niet te dicht bij woningen (minimaal 40 meter afstand), maar is wel goed bereikbaar en zichtbaar. De plek is groot genoeg voor een grotere groep en heeft een aantal voorzieningen voor zitten en ontmoeten. Droog kunnen staan is een grote wens van jongeren.
Inhoud Terug
Verder
Jongerenwerk Het jongerenwerk van ONS welzijn is zichtbaar aanwezig en werkt present in de leefomgeving van Jongeren. Dit doen zij door aanwezig te zijn op het jongerencentrum Check Point van ONS welzijn en op andere plekken waar de jongeren zich bevinden, zowel overdag als in de avonden. Denk hierbij aan vindplaatsen op straat, speeltuintjes of op scholen (ambulant werk), maar zeker ook de digitale leefwereld. De jongerenwerkers richten zich vooral, maar niet alleen, op kwetsbare jongeren om te zorgen dat zij verbonden blijven met de samenleving. Jongerenwerkers van ONS welzijn bieden laagdrempelige ondersteuning en begeleiding aan jongeren in hun ontwikkeling naar volwassenheid. Het jongerenwerk heeft een belangrijke signalerende functie als het gaat om wat er leeft onder jongeren of wat er speelt in een wijk of dorp. Er is contact met zowel de jongeren als de buurtbewoners, om bijvoorbeeld initiatieven van de jongeren af te stemmen. De jongerenwerkers werken hierbij samen met diverse partijen, zoals ouders, scholen, gemeente etc. De jongerenwerkers ondersteunen jongeren om zelf hierover het gesprek aan te gaan of zijn belangenbehartiger voor de jongeren, bijvoorbeeld richting een dorpsraad of de gemeente.
Bij de uitvoering van het beleidsplan Bewegen Ontmoeten Spelen en Sporten zijn de jongerenwerkers van toegevoegde waarde voor jongeren om hun wensen en ideeën vorm te geven in de inrichting van de openbare ruimte. Het jongerenwerk vangt signalen van de jongeren op, bevraagt hen actief en heeft hierover contact met de gemeente. De gemeente betrekt het jongerenwerk bij de aanleg en evaluatie van jongerenvoorzieningen.
Inclusie en positieve gezondheid
Bereikbaar: Openbare ruimte
Inclusie De speelvoorzieningen en ontmoetingsplekken dienen goed bereikbaar te zijn voor kinderen en volwassenen met een beperking
Aanbod:
Buurtplekken
Op deze centrale speelplekken is iedereen 100% welkom, is 70% van de ruimte toegankelijk voor iedereen en is 50% van de voorzieningen bespeelbaar voor ieder kind.
Steunplekken
Maatwerk mogelijk op aanvraag.
Inclusieve speelruimte Niet voor iedereen is het vanzelfsprekend om mee te kunnen doen op de speelplekken. Inclusieve speelruimte gaat verder dan het plaatsen van een mandschommel en het rolstoelvriendelijk maken van de ingang. Bij het naar buiten gaan kunnen veel verschillende beperkingen opspelen of worden ervaren. Hierdoor zijn ‘inclusief’ ingerichte plekken vaak toegespitst op één specifieke doelgroep met een beperking. Dit maakt deze plekken mogelijk dus niet inclusief voor mensen die een andere beperking ervaren. Ook kan een inclusieve inrichting ervoor zorgen dat kinderen die geen beperking ervaren zich niet uitgedaagd voelen. In gemeente Bernheze doen mensen die een beperking ervaren mee, ook op de speelplekken. Gemeente Bernheze zet op het gebied van inclusiviteit vooral in op de buurtplekken. Deze plekken zijn dé plekken waar de bewoners samenkomen om samen te spelen en elkaar te ontmoeten. Op deze plekken wordt de 100-70-50- regel gehanteerd van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Op deze grote speelplekken is iedereen 100% welkom, is 70% van de ruimte toegankelijk voor iedereen en is 50% van de voorzieningen bespeelbaar voor ieder kind. Zie ook de nota van de VNG Aan de slag met samenspelen.
Verder is op steunplekken ook ruimte voor een inclusieve aanpak. Indien in de nabije omgeving een bewoner met een beperking woonachtig is kan hiervoor maatwerk worden gemaakt. Denk aan een voorziening voor een kind dat blind is en daardoor op deze plek kan buitenspelen met de buurkinderen. Er zijn veel handvatten te vinden voor een inclusieve speelinrichting via de website van het Samenspeelnetwerk. Of op het inspiratieblad Inclusie, op bijlage 5.
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Positieve gezondheid Gemeente Bernheze vindt positieve gezondheid, ook voor kinderen, belangrijk. Buitenspelen is daarin voor deze doelgroep een belangrijke pijler. Bij positieve gezondheid staat eigen regie en veerkracht centraal. Ook mensen met een beperking of chronische ziekte kunnen zich gezond voelen. Dit vraagt dat ze de uitdagingen van het leven aankunnen. De inrichting van de openbare ruimte kan bewoners stimuleren of juist afremmen om aan de slag te gaan met hun eigen gezondheid en leefstijl. Hierbij gaat het niet alleen om het faciliteren van actief bewegen, zoals sporten, wandelen of fietsen. Ook zaken als buiten komen, ontmoeting met anderen, het beleven van natuur en tot rust komen zijn hier belangrijk. Met alleen fysieke ingrepen zal de buitenruimte niet per definitie gelijk door alle bewoners gebruikt worden. Sommige mensen hebben extra begeleiding nodig om naar buiten te gaan of anderen te ontmoeten. Het is essentieel dat ook het sociale aspect een rol heeft bij de inrichting van de buurtplekken. Alleen de combinatie van fysiek en sociaal zorgt voor die 100% welkom en dus inclusieve buitenruimte. De gemeente kan een aanjagende rol hebben, bijvoorbeeld door middel van de buurtsportcoach.
Waar staan we nu
Natuurlijk duurzaam
Inhoud Terug
Verder
Natuurspeelplekken en informeel spelen In Bernheze wordt met name ingezet op grote natuurspeelplekken. Streven is dat elke kern een grote natuurspeelplek heeft. Op deze plekken kan een echte natuurspeelplek worden vormgegeven met grote diversiteit aan spelmogelijkheden met en in het groen. Denk hierbij aan een zand- en waterspeelplek, hutten bouwen, klimbomen en bosjes waar je in kunt verstoppen, hoogteverschillen met speelwaarde en natuurbeleving. Bij die beleving kan ook natuureducatie van toegevoegde waarde zijn. Oppervlak:
Natuurlijk spelen
Groene speelplekken
Minimaal 50% van het oppervlak van de totale speelplek moet groen met speelwaarde zijn, met inachtneming van onderstaande inrichtingsnormen
Inrichting: Elementen
Per speelplek minimaal drie verschillende elementen groen met speelwaarde aanleggen: Zoals: wadi met oversteek, speelheuvel, wilgentenenhut, boomstammen, bosjes met sluippaadje, klimboom, keien, plukveld, hagen (excl. omheining), blotevoetenpad, insectenhotel/-muurtje, … (zie bijlage 6: inspiratieblad Groen en Klimaat)
Klimaatbestendige en biodiverse speelomgeving De gemeente Bernheze streeft in haar beleid naar een gezonde, klimaatbestendige leefomgeving, die water, droogte en hitte kan opvangen. Op groene (speel)plekken kan regenwater (zichtbaar) worden opgevangen en infiltreren. Groen zorgt ook voor koelte. Beide zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de bebouwde kom en tevens leuke informele speelruimte. Leg hiervoor bijvoorbeeld een paar stapstenen in de wadi, dan wordt regenwater speelwater. Bomen, struiken, gras en hoogteverschillen doen de omgevingstemperatuur dalen en zorgen voor een uitdagende speelomgeving. Maak herkenbaar waar in het groen gespeeld mag worden. Met meer inheems groen in de buurt waarin mag worden gespeeld, ontstaat gelijk meer biodiversiteit. De herinrichting van een speelplek kan een kans bieden om de biodiversiteit te versterken. Denk aan hoogteverschillen of dood hout in de vorm van boomstammen, een insectenhotel of –muurtje. Hoe leuk is het om af en toe te gaan kijken wat er leeft aan insecten die daar op af komen en daarmee ook meer vogels te zien in de buurt. Groen is veranderlijk en daarmee extra aantrekkelijk. Zijn er takken of bladeren waarmee je een hut kan bouwen, een plek om lekker te graven, bloemen om te plukken; natuur biedt volop speelwaarde. Kinderen die in de natuur spelen, ontwikkelen meer binding met natuur en kennen het belang daarvan.
Circulaire speelruimte Bij de herinrichting en vergroening van de speelplekken, vormt circulaire toepassing van de al aanwezige materialen een belangrijk uitgangspunt. Uit te nemen verharding wordt waar mogelijk niet afgevoerd, maar krijgt een nieuwe toepassing in het ontwerp: een zitbank, speelkasteel of amfibieënmuur. Omgewaaide bomen kunnen (binnen regels vanuit de WAS) worden toegepast als brug over een watertje of als zitelement in een wandelgebied of natuurspeelplek. Circulair ontwerpen begint niet met een leeg canvas, maar met een inventarisatie van wat er is en in welke vorm die materialen op dezelfde locatie opnieuw te gebruiken zijn, waar de restlevensduur en hieruit voortkomende (beheer)kosten dit toelaten.
De meeste speelplekken in Bernheze liggen al in het groen. Dat groen is er om te gebruiken en te ervaren. Wanneer een plek aan de beurt is voor herinrichting zullen ook nieuwe natuurlijke spelaanleidingen worden toegevoegd. Informele groene plekken als een grasveldje, groenstroken, bosplantsoen en bomen in de wijken kunnen zorgen voor veel speelwaarde. Vaak kan met kleine aanpassingen de groene ruimte veel interessanter en bespeelbaarder worden gemaakt. Denk aan hoogteverschillen, een laag vertakte boom als klimboom of een heestersoort die tegen een stootje kan en waar je een hut in kan maken. Kleine spelaanleidingen als gekleurde paaltjes maken duidelijk aan de buurt dat er gespeeld mag worden.
Waar staan we nu
Samen werken aan verandering
Inhoud Terug
Verder
Bewoners initiatieven Een belangrijke ambitie vanuit het coalitieakkoord en de toekomstvisie is dat inwoners nog meer zeggenschap krijgen in het creëren van hun woonomgeving. De overheid neemt minder taken op zich en burgers nemen meer initiatieven. Zo komt het voor dat bewoners vragen om een nieuwe speelplek, of uitbreiding van een bestaande speelplek. Vaak hebben ze hier al ideeën over. Initiatieven: Bewonersinitiatief
Participatie Een bewonersinitiatief voor een nieuwe of aanpassingen aan een bestaande speelplek wordt getoetst aan dit speelruimtebeleid en beschikbare middelen. Indien gehonoreerd bepalen bewoners en gemeente samen plaats en inrichting van de plek.
Herinrichting:
Formele speelplekken Informele plekken
Bewoners worden altijd betrokken bij de (her)inrichting van een speelplek. Hoe dat wordt gedaan is maatwerk. Bij omvorming tot informele plek kunnen bewonerswensen worden meegenomen, mits zij zelf zorg dragen voor het beheer en onderhoud van die extra inrichtingselementen.
Meedenken in de buurt Gemeente Bernheze vindt het belangrijk om dicht bij de bewoners te blijven en te communiceren over zaken die spelen in de wijk. Bewoners worden altijd betrokken bij de aanleg of renovatie van een speelplek in hun buurt. Dit hoeft niet bij elke speelplek op dezelfde wijze te gebeuren. Per speelplek wordt maatwerk geleverd. Ook bij de inrichting of volledige vervanging van (grote) speelplekken of het verbeteren van de speelkwaliteit van de informele speelruimte wil de gemeente zoveel mogelijk ruimte geven voor de inbreng van bewoners. We zetten hiervoor het digitale participatieplatform van de gemeente in. Hierbij wordt met behulp van de eventueel beschikbare buurtvereniging en/of direct aanwonenden de wensen in kaart gebracht. Vervolgens wordt er een schetsontwerp gemaakt (of soms meerdere) dat bewoners tijdens een inloopbijeenkomst kunnen bekijken. Suggesties en opmerkingen worden genoteerd en waar mogelijk verwerkt in een definitief ontwerp. Nieuwbouw Het is belangrijk om bij nieuwe ontwikkelingen ruimte te reserveren voor spelen en sporten. De spreidingsprincipes in dit speelruimteplan zijn daarvoor uitgangspunt. Op basis van de ruimtelijke opbouw kunnen speelbuurten worden gedefinieerd en op basis van aantal en type woningen kan er een kinderaantal worden ingeschat of er kan gebruik gemaakt worden van de leerlingenprognoses voor het onderwijs.
Er zal tijdig ruimte moeten worden ‘geclaimd’ voor grote speel- en sportplekken. De jeugd en jongeren vragen meer ruimte voor hun buiten zijn dan de jongste doelgroep. We betrekken (toekomstige) bewoners van nieuwbouw bij het inrichten van een speelplek.
Bij die aanvragen kijkt de gemeente of dit past binnen de spreidingsprincipes. Aan de hand van de normen, beschikbare middelen en eventuele andere belangen wordt een afweging gemaakt, die helder aan de initiatiefnemers zal worden uitgelegd. Als een aanvraag wordt gehonoreerd trekken bewoners en gemeente samen op bij het bepalen van de plaats en inrichting van de speelvoorziening. Wanneer de plek niet past binnen het beleid en budget en willen bewoners dat de plek toch wordt ingericht, dan kunnen zij dat uit eigen (gesponsorde) middelen realiseren. Zij dienen dan wel zorg te dragen voor de aanschaf en het onderhoud voor de gehele levensduur van de toestellen.
Waar staan we nu
Wettelijke regelgeving rondom veiligheid
Inhoud Terug
Veiligheid Om aan het WAS te voldoen speeltoestel of ondergrond:
Verder
moet
een
-
Gecertificeerd zijn door een Aangewezen Keurende Instantie (AKI). (NEN-normen vormen een leidraad voor de veiligheid van speeltoestellen, ze zijn geen doel op zich.);
-
Veilig geplaatst zijn;
-
Veilig blijven door middel van benodigd onderhoud;
-
Zo vaak als nodig geïnspecteerd worden en dit aangetoond kunnen worden d.m.v. een dossier.
Als er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is de eigenaar van het toestel als eerste aansprakelijk. De eigenaar van het toestel, in dit geval gemeente Bernheze, moet kunnen aantonen dat aan de in het WAS gestelde beheersverplichting wordt voldaan. Dit is de reden waarom toestellen geplaatst door bewoners niet zomaar kunnen worden getolereerd. Als tijdens een onderhoudsronde blijkt dat er een niet-gecertificeerd speelobject aanwezig is op of om de speelplek, dan moet hiervan melding worden gemaakt. Bij gevaarlijke situaties moeten passende maatregelen worden genomen. Risicovol spel Risico hoort bij spelen. Kinderen verleggen er hun grenzen door, wat zowel de fysieke als de sociale ontwikkeling versterkt. De campagne RIsicovol spelen van het Kenniscentrum Letselpreventie bevestigt dit. Een weinig uitdagende speelplek geeft een vals gevoel van veiligheid, waardoor kinderen minder opletten. Bij uitdagend spel is een kind meer gefocust, waardoor er minder ongelukken gebeuren. Het aanbieden van risicovol spel is een belangrijk onderdeel van gesprek bij de inrichting van de plekken. Uitgangspunt is dat de inrichting beschermt tegen gevaar, maar het risico niet wegneemt. Stroomschema WAS De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het ’Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen’ (WAS).
In bovenstaand stroomschema is te zien wanneer de constructie of inrichting al dan niet onder het WAS valt. De kern hiervan is dat een speeltoestel bij redelijkerwijze te verwachten gebruik geen gevaar mag opleveren voor de veiligheid of gezondheid van personen.
Beheertaken Beheer en onderhoud zorgt ervoor dat de speeltoestellen en ondergronden veilig en functioneel blijven zolang ze onderdeel uitmaken van de openbare ruimte. Onveiligheid en disfunctionaliteit treden alleen op door vandalisme of andere onvoorziene omstandigheden. De speeltoestellen zijn dusdanig heel en schoon dat de voorziening functioneert en niet uitnodigt tot meer vandalisme. Zo vaak als nodig wordt een veiligheidsinspectie van de toestellen en veiligheidsondergronden gedaan. Op basis hiervan wordt een onderhoudsronde gedaan om de toestellen weer veilig te maken. Ook worden bewonersmeldingen opgelost.
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Inhoud Terug
ANALYSE
Waar staan we nu
Verder
Data-analyse
Waar staan we nu Inhoud Terug
Verder
Zachte Data
Verwerking van analyse in plankaart
Bij data spreken we vaak over ‘harde’ en ‘zachte’ data. Harde dat komt voort uit gegevens en cijfers, zachte dat is persoonlijke input vanuit bewoners. Hiertoe is een online vragenlijst opgesteld die elke inwoner van Bernheze heeft kunnen invullen. Hierbij konden zij aangeven wat ze als prettig ervaren in de buitenruimte en waar verbeterpunten liggen. Op de kaart hebben zij daarbij specifiek voor hen goede en slechte plekken aangegeven en veel gebruikte routes of ommetjes ingetekend. Dit is waardevolle en bruikbare informatie gebleken bij het opstellen van de BOSS-plankaarten. De complete input in grafieken, teksten en kaarten is opgenomen als bijlage …
De uitkomsten uit de data-analyse zijn gebruikt bij het opstellen van de BOSS-plankaarten.
Harde Data
Per onderwerp is hiertoe op de volgende pagina een algemene aanbeveling of toepassing gekoppeld aan de resultaten. Met deze aanbevelingen kan tevens een prioritering per kern worden uitgewerkt tijdens de uitwerkingsfase en de uitvoering.
Voldoet aan beweegrichtlijn 18-65 jaar
De bevolkingsopbouw en aanwezigheid van voorzieningen en barrières in de openbare ruimte zijn beide zeer bepalend voor het bepalen van het benodigde aanbod aan BOSS-voorzieningen en de beste locaties daarvoor. Daarnaast zijn er de belangrijkste thema’s met betrekking tot de ontwikkeling van ‘Groene Gezonde Structuren’ die van invloed zijn op het ruimtegebruik en de inrichting van BOSS-plekken. Die liggen in de (positieve) gezondheid van inwoners en de geschiktheid van de buitenruimte om klimaatproblemen als hevige regenval en hogere temperaturen op te kunnen vangen en te temperen.
Om te kunnen bepalen waar prioriteiten liggen in opgaven rond positieve gezondheid en klimaatadaptatie in relatie tot plekken voor BOSS, zijn er ook hiervoor verschillende analysekaartjes gemaakt. Deze zijn, gegroepeerd per kern, in de bijlage .. te bekijken. Na uitvoering van de plannen kan deze analyse opnieuw worden uitgevoerd om te toetsen of er doelen zijn behaald. Daarbij moet ten aanzien van positieve gezondheid wel worden opgemerkt dat een verandering in de cijfers uiteraard niet alléén wordt bereikt met aanpassingen in de buitenruimte. Positieve gezondheid Op het gebied van positieve gezondheid is deze bron gebruikt: Home | Buurtatlas De kaartjes geven per buurt aan welk percentage van de bevolking voldoet aan de beweegrichtlijn, ernstig eenzaam is en ernstig overgewicht heeft. Klimaatadaptatie Hiervoor is de volgende bron gebruikt: Klimaateffectatlas Nederland – Klimaateffectatlas De kaartjes geven inzicht in de hoeveelheid groen en grijs in de buurt en ook specifiek in de openbare ruimte – waarbij alleen met de oppervlakte openbare ruimte is gerekend. Daarnaast wordt inzichtelijk waar kans is op wateroverlast bij hevige regenval en waar de hittestress groot is op hete dagen. Tot slot is er per kern een kaartje wat van elke locatie de afstand is tot een koele (groene) plek. Dit zou idealiter binnen 300 meter moeten zijn voor elke inwoner.
Afstand tot koelte
Waar staan we nu
Toepassing resultaten data-analyse
Inhoud Terug
Verder
A. Bevolkingsopbouw
1. Groen
2. Afstand tot koelte
De inwonersaantallen, en dan met name de kinderaantallen, zijn een belangrijk uitgangspunt voor het bepalen van het benodigde aantal BOSS-plekken in een buurt. Aan de hand van de eerder omschreven normen krijgt iedere buurt een buurtplek en afhankelijk van de kinderaantallen ook een of meerdere steunplekken. Waar veel senioren wonen zullen informele plekken ruimte bieden aan een ontmoetingsplek of andere gewenste invulling.
In buurten waar het percentage groen in de openbare ruimte < 30% is zal extra focus moeten zijn op nieuwe mogelijkheden voor groene structuren in combinatie met beweegroutes. De BOSS-plekken worden waar nodig ook vergroend.
Volgens de 3-30-300 regel moet iedere inwoner op maximaal 300 meter afstand een koele plek kunnen bereiken. Door van alle buurtplekken koele plekken te maken kan dit doel (op een enkele uitzondering na) worden gehaald.
B. Voorzieningen
3. Hittestress
4. Water
Naast speciaal hiervoor ingerichte BOSSplekken zijn er ook andere voorzieningen waar inwoners gebruik van maken, zoals schoolpleinen, winkelcentra en sportverenigingen. Dit zijn ook plekken waar mensen samenkomen en waar het aanbod aan BOSS-plekken op moet worden afgestemd.
BOSS-plekken moeten koele plekken zijn, anders wordt er geen of heel weinig gebruik van gemaakt. Waar de temperatuur op de plekken in de huidige situatie op een warme dag hoger wordt dan 35 graden (geel tot rood) zal moeten worden gezorgd voor meer schaduw en meer groen om hittestress te voorkomen.
Als op of nabij een BOSS-plek de waterdiepte bij intense neerslag >10 cm kan worden moet in bij nieuwe inrichting een goede combinatie worden gemaakt van waterbuffer en BOSSfuncties. Op buurtplekken mogen geen concessies worden gedaan op BOSS voorzieningen. Bij steunplekken kan breder in oplossingen worden gedacht.
5. Beweegrichtlijn
6. Ernstig overgewicht
7. Ernstige eenzaamheid
In buurten waar <40 % aan de beweegrichtlijn wordt voldaan extra aandacht besteden aan goed toegankelijke ommetjes met voldoende rustpunten. Een extra stimulans om te gaan bewegen kan komen vanuit programmering, bijvoorbeeld in de vorm van georganiseerde wandelgroepen.
In of nabij buurten waar ernstig overgewicht > 20% is, wordt aanbevolen het aanbod aan sportvoorzieningen in de openbare ruimte uit te breiden met meer diversiteit in verschillende sporten en hier programmering bij aan te bieden.
Waar de ernstige eenzaamheid > 20% is kunnen meer ontmoetingsmogelijkheden en (georganiseerde) activiteiten in de buitenruimte voor verbetering zorgen.
Waar staan we nu
Samenvatting bewonersbevraging
Inhoud Terug
Verder
Samenvatting uitkomsten vragenlijst
Uitkomsten Vragenlijst Buitenplan BOSS Gemeente Bernheze Tevredenheid over het aantal plekken voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten.
Tevredenheid over de uitstraling en onderhoud van de plekken voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten.
60
50
50
40
40
30
30
20
20
10
10
0
0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Inwoners van Bernheze waarderen met name het groen in hun woonomgeving en in het buitengebied. Het mooie aan buiten zijn is ook het ontmoeten van andere mensen. Mensen trekken er op uit voor frisse buitenlucht en om gezond in beweging te zijn. Mensen lopen of fietsen graag een ommetje, al dan niet met de hond of zoeken de natuur op in het buitengebied. Daarbij ervaart men met name problemen door verkeersdrukte en verkeerssnelheid. Wanneer er betere fiets- en wandelroutes en goede oversteekpunten zouden zijn en meer groen, zouden mensen vaker naar buiten gaan. Ook wordt vaak aangegeven dat de buitenruimte en speelplekken inclusiever zou moeten zijn. Hierbij is met name toegankelijkheid een aandachtspunt: slechte trottoirs, weinig rustpunten (bankjes) en gebrek aan openbare toiletten worden vaak genoemd. Ouders met kinderen en kinderen zelf zijn zeker bereid om wat langer onderweg te zijn naar een echt goede (speel)plek: 3 minuten fietsen of 5 minuten lopen is geen probleem. Ook hier geldt hoe groener hoe beter. Kinderen mogen en willen graag in het groen spelen en de natuur ontdekken. Jongeren chillen meestal thuis. Buiten doen ze graag iets actiefs in een groene omgeving. Inwoners hebben genoeg ideeën om de mogelijkheden voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten in de buitenruimte te verbeteren.
Terugkomend advies is: zorg voor prettige groene plekken waar voor elke leeftijd iets te doen is met rustplekken voor ontmoeting. Maar ook voor betere toegankelijkheid en veiligheid op straten en stoepen.
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Inhoud Terug
RTEN
PLANKAARTEN
Waar staan we nu
Verder
Plankaart BOSS Heesch
Waar staan we nu Inhoud Terug
Komt nog toelichting bij
Verder
Plankaart BOSS Nistelrode
Waar staan we nu Inhoud Terug
Komt nog toelichting bij
Verder
Plankaart BOSS Heeswijk-Dinther
Waar staan we nu Inhoud Terug
Komt nog toelichting bij
Verder
Plankaart BOSS Vorstenbosch
Waar staan we nu Inhoud Terug
Komt nog toelichting bij
Verder
Plankaart BOSS Loosbroek
Waar staan we nu Inhoud Terug
Komt nog toelichting bij
Verder
Waar willen we heen
Waar staan we nu
Inhoud Terug
UITVOERING EN BEHEER
Verder
Waar staan we nu
Huidige situatie in stand houden
Inhoud Terug
Verder
Huidige situatie onderhoud Om het huidig areaal te kunnen onderhouden is volgens de kencijfers jaarlijks circa €150.000,-nodig inclusief arbeidskosten. Het onderhoudsbudget is nu €56.000,- op jaarbasis (met aanname 1/3 van €168.000,-). Ook hier is een tekort, van €94.000,-. Dit gaat uit van de situatie dat er geen vervangingsachterstand is. Wanneer door een vervangingsachterstand veel toestellen tegelijkertijd vervangen dienen te worden is het berekende structurele bedrag niet voldoende. Totaal is er dus structureel een tekort van €281.000,- voor onderhoud en vervanging van toestellen en ondergronden per jaar.
totalen speeltoestellen sporttoestellen speelprikkels verhardingen tbv spelen/sporten veiligheidsondergrond exclusief gras totaal toestellen en ondergronden
aantal toestellen omvang (m2) aanschaf-waarde 495 € 2.616.420 206 € 847.440 31 € 62.520 2.615 € 326.663 19.721 € 680.001 732 22.337 € 4.533.044
onderhoud tijd (min.) 499 166 0 66 550 1.281
onderhoud onderhoud materiaal totaal per jaar € 13.716 € 38.645 € 16.717 € 25.035 €0 €0 € 13.983 € 17.278 € 41.429 € 68.945 € 85.845 € 149.903
afschrijving per jaar € 173.494 € 61.232 € 4.413 € 13.531 € 46.530 € 299.200
Huidige situatie vervanging De huidige inventariswaarde (peiljaar 2024) bedraagt bijna € 4.5 miljoen. Dit gaat uit van de nieuwwaarde van de bestaande toestellen. Om dit toestelbestand inclusief valondergronden te kunnen vervangen is gemiddeld bij benadering €299.000,- nodig op jaarbasis als wordt uitgegaan van de theoretische vervangingstermijn per toestel (gemiddeld 15 jaar). Er is voor vervanging van speeltoestellen en ondergronden is nu een budget beschikbaar van €112.000,- per jaar (met aanname 2/3 van €168.000,-). Er wordt voornamelijk vervangen op toestelniveau, dus enkel wanneer een toestel onveilig of onbruikbaar wordt. Aangezien er jaarlijks zo’n €299.000 nodig is, betekent dit een tekort van zo’n €187.000,-. Zoals in de grafiek hierboven te lezen valt, had bijna de helft van de toestellen en speelprikkels al vervangen moeten zijn (theoretisch, op basis van inventariswaarde). Tot nu toe heeft levensduur verlengend onderhoud ervoor gezorgd dat toestellen veilig konden blijven staan, maar de grens zal snel bereikt worden.
Wanneer het beleid en budget niet verandert Bij continuering van dit (financiële) beleid kan een kantelpunt worden voorzien. Toestellen kunnen dan niet meer worden vervangen. Daardoor zullen onaantrekkelijke speelplekken ontstaan waar ad hoc toestellen verdwijnen. Beschikbare middelen moeten dan ingezet worden voor het veilig ruimen van plekken.
Waar staan we nu
Scenario’s en kosten
Inhoud Terug
scenario 1. advies
scenario 2. huidige investering herverdeeld
scenario 3. budget leidend
Huidige situatie ter vergelijk: huidige waarde toestellen+prikkels huidige waarde ondergronden totaal huidige inventariswaarde aantal toestellen+prikkels nu aantal plekken nu gemiddelde levensduur nu aantal kinderen nu bedrag per kind nu bedrag per kind gemiddeld in NL nu (cijfers 50 plannen in laatste 5 jaar) Werkelijk beschikbare budgetten huidig: renovatie / vervanging jaarlijks onderhoud totaal budget (alles exploitatie nu) Benodigde budgetten voor instandhouding huidig: renovatie /vervanging jaarlijks onderhoud totaal budget nodig Verschil werkelijk beschikbaar en benodigd: renovatie /vervanging jaarlijks onderhoud totaal verschil huidig en benodigd Scenario's naar toekomst toe: toekomstige inventariswaarde scenario (tst+ondgr) ontwikkeling toestellen
aantal plekken hoofdstructuur aantal plekken nevenstructuur gemiddelde waarde per buurtplek spelen gemiddelde waarde per steunplek spelen waarde per kind (gemiddeld €330 Nederland) wijziging in inventariswaarde naar toekomst toe Scenario's benodigde budgetten instandhouding: renovatie / vervanging obv afschrijving (6,6% vvw) jaarlijks onderhoud (3,3% vvw) benodigde instandhoudingsbudgetten per jaar: verschil met huidig beschikbare budgetten: renovatie / vervanging jaarlijks onderhoud totaal verschil huidig met benodigd scenario's Scenario's kosten en instandhouding (bij realisatie in 14 jaar): kosten omvorming informele plekken eerste 7 jaar kosten plus ontmoeting jongerenvoorzieningen 7 jaar kosten benodigd onderhoud 7 jaar kosten benodigde vervangingsinvestering 7 jaar kosten totaal 7 jaar Eenmalige kosten en instandhouding per jaar (begroting) Verschil met huidige budgetten (extra beschikbaar stellen)
€ 3.526.000 € 1.007.000 € 4.533.000 732 167 16 6.364 € 712 € 330
€ 3.526.000 € 1.007.000 € 4.533.000 732 167 16 6.364 € 712 € 330
€ 3.526.000 € 1.007.000 € 4.533.000 732 167 16 6.364 € 712 € 330