Beleidsnota Zonne-energie
Tekst van het document
Beleidsnota Zonne-energie Gemeente Bernheze
Januari 2021
Inleiding In de toekomst wordt alle energie in Nederland op een duurzame manier opgewekt. In de gemeente Bernheze zullen we hiervoor onze eigen stappen zetten naar een duurzaam Bernheze. Nationaal en lokaal is afgesproken om in 2050 energieneutraal te zijn. Het beleid voor zonne-energie van de gemeente Bernheze komt voort uit een aantal behoefte. Ten eerste is er de behoefte om energieneutraal te zijn in 2050. Deze afspraak komt voort uit het Klimaatakkoord. Ten tweede is er onze regionale opgave in de RES. Beide ambities hangen met elkaar samen, maar zorgen er ook voor dat we de komende tijd flink aan de slag zullen moeten om onze ambities te halen. Het beleid zonne-energie Bernheze geeft richting aan de invulling van de opgave. Hierbij kijken we naar opwek van energie door middel van zonnepanelen op dak en op land.
1
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................................0 Uitgangspunten .......................................................................................................................................0 Zonnepanelen op daken..........................................................................................................................0 Landelijke regelgeving voor zonnepanelen op daken..........................................................................0 Lokale stimuleringsmaatregelen ..........................................................................................................0 Zonnepanelen op land.............................................................................................................................0 Landelijk beleid: de zonneladder .........................................................................................................0 Provinciaal beleid.................................................................................................................................0 Lokale uitgangspunten.........................................................................................................................0
2
Uitgangspunten 1. We stimuleren grootschalige energieopwekking door middel van zonnepanelen op daken 2. We stellen kaders voor grootschalige energieopwekking door middel van zonnepanelen op land (groter dan 0,5 hectare) a) We zoeken naar de balans in ruimtevraag. Grond is schaars en kan maar één keer worden gebruikt. Daarbij zoeken we naar de balans tussen landschap, natuur, agrarische bestemmingen en energie. Hoe we deze afweging maken is uitgewerkt in het document: Zonneparken Bernheze: Ruimtelijk beleid zonneparken b) Het landschap moet geschikt zijn voor de opwek van energie, daarbij sluiten we op voorhand de volgende gebieden uit: i. Beekdallandschappen ii. Berkt iii. Venhof Bij de andere gebieden geldt onze “ja, mits”-benadering, er moet recht gedaan worden aan het karakter van het aanwezige landschap en aan de overige plaatsings- en inpassingsprincipes voor het desbetreffende landschap. c) We vergunnen maximaal 2 grootschalige zonneparken op land per jaar. Projecten in het kader van de vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) vallen buiten deze beperking. d) De inwonersparticipatie is een doorslaggevende factor voor onze medewerking aan een zonnepark. i. Financiële participatie/lokaal eigendom streeft naar 50% lokaal eigendom. Dit betekent dat 50% van de opbrengsten van het initiatief ten goede komen aan een gebiedsfonds of deelnemers in een energiecoöperatie. ii.
Procesparticipatie is noodzakelijk. De initiatiefnemer moet aan kunnen tonen in welke mate er draagvlak is voor de komst van het zonnepark. e) Zonnepanelen op land zijn tijdelijk van aard f) Zonnepanelen op land zijn circulair g) Projecten voor zonnepanelen op land wijzen we aan als categorie, als bedoeld in artikel 6.5. lid 3 Besluit omgevingsrecht, waarvoor geen 'verklaring van geen bedenkingen' (vvgb) van de Raad nodig is.
De uitgangspunten worden verder toegelicht in de komende hoofdstukken.
3
Zonnepanelen op daken Meer en meer daken hebben of krijgen zonnepanelen. Particulieren en bedrijven worden steeds meer overtuigd door de voordelen van zonnepanelen op hun daken. Ook woningcorporaties en agrariërs zien de voordelen van deze vorm van het opwekken van duurzame energie. Het rapport van de Warmtetransitiemakers en Pondera in opdracht van de RES Noordoost Brabant is er in Bernheze een potentie van zo’n 195 TJ aan elektriciteit op grootschalige daken en zo’n 76,2 TJ aan zonnepanelen op woningen. Er is dus een grote potentie om energie op onze daken op te wekken in Bernheze. Bernheze verbruikt volgens hetzelfde rapport zo’n 3.041 TJ. Stel dat Bernheze in de toekomst haar volledig potentieel benut, dan is zo’n 9% van de energiebehoefte van onze gemeente voldaan via zon op dak. Daarbij is dan nog geen rekening gehouden met een toenemende vraag naar elektrische energie door bijv. elektrisch rijden of om onze huizen elektrisch te verwarmen. Bij zon-op-dak maken we onderscheid tussen twee situaties: 1. Kleinschalige gebouwgebonden PV-installaties (<15 kWp; < 100m2): Deze zijn bedoeld om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de gebruikers van het pand. Er wordt netto weinig tot geen elektriciteit geleverd aan het net. Daarom rekenen we dit tot onze opgave voor energiebesparing. 2.
Grootschalige gebouwgebonden PV-installaties (>15 kWp; > 100m2): Deze zijn over het algemeen bedoeld om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van meer dan de gebruikers van het pand alleen. Tot deze categorie behoren ook de gebouwen waarvan het dak ter beschikking wordt gesteld voor zonnepanelen die uitsluitend aan het net leveren. Dit rekenen wij tot onze opgave voor energie-opwekking
Landelijke regelgeving voor zonnepanelen op daken Door het wijzigen van het Besluit Bouwwerken leefomgeving wil het rijk de gemeenten de mogelijkheid gaan geven om de plaatsing van zonnepanelen op nieuwbouw te verplichten. Omdat de potentie van een dak meestal groter is dan de elektriciteitsbehoefte van de eigenaar wil het Rijk het ook gemakkelijker maken voor derden om een PV-installatie op een dak te exploiteren. In de SDE+-regeling worden sinds vorig jaar zonnepaneelinstallaties op dak voorgetrokken boven die op land. Ook wordt er niet langer rekening gehouden met de verpachting van het land bij een zonnepaneelinstallatie op land. De aanstaande SDE++ subsidie verandert het speelveld. De CO2-besparing wordt daarbij meegerekend. Concreet houdt dit in dat systemen die direct een gedeelte van het eigen verbruik van een pand besparen de voorkeur krijgen boven systemen die niet direct CO2-besparen omdat er geen eigen verbruik is. Zonneparken op land zullen door deze aanpassing minder aantrekkelijk worden. Daarnaast kijkt het Rijk naar een aanpassing waardoor het aantrekkelijker wordt om overkappingen te bedekken met zonnepanelen. Denk hierbij bijv. aan overdekte parkeerplaatsen. De energieinvesteringsaftrek (EAI) gaat veranderen.
Concreet betekent dit dat bedrijven 45% van investeringen in duurzame energie mogen aftrekken van de winstbelasting, maar alleen voor investeringen in zonnepanelen op daken en niet op land.
Lokale stimuleringsmaatregelen Het college stimuleert bedrijven door hen te ondersteunen bij energiescans. Samen met het SOB zorgt het college er hierdoor voor dat bedrijven op een laagdrempelige manier energie kunnen besparen. Hierbij zijn uiteraard zonnepanelen op daken een onderdeel van de energiescan. Bovendien kan de energiescan ook de economische voordelen voor een bedrijf in kaart brengen.
4
Op bedrijventerrein Retsel stellen we de aanleg van zonnepanelen verplicht. Dit dwingen we af door middel van een bankgarantie. Deze aanpak moet zich nog bewijzen, maar tot nu toe zijn er geen grote bezwaren tegen deze aanpak. Ook werken we mee aan zonnepanelen op vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Hierbij onderzoeken we de verschillende mogelijkheden en werken we met maatwerk aan de mogelijkheden om agrariërs te helpen te stoppen met hun bedrijfsvoering. Hierbij zetten we in op duurzaamheid, zowel qua energie alsook voor de bedrijfsvoering van de agrariër. De gemeente Bernheze geeft ook het goede voorbeeld. Onze eigen gebouwen zijn voorzien van zonnepanelen, of worden dit in de nabije toekomst. Dit doen we op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij groot onderhoud aan het dak.
5
Zonnepanelen op land Het beleid voor zonnepanelen op land, wat hieronder verder wordt beschreven, geldt voor projecten groter dan 0,5 hectare. Projecten onder de vijf hectare zullen in het huidige ruimtelijk beleid worden beoordeeld. Inleiding Zonnepanelen op land zijn niet onomstreden. Er zijn in landelijke, provinciale en lokale politiek al diverse malen discussies over gevoerd.
Landelijk beleid: de zonneladder De in de nationale omgevingsvisie (NOVI) opgenomen voorkeursvolgorde luidt: 1. Eerste voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. 2. Daarna voor onbenutte terreinen in bebouwd gebied. 3. Daarna voor meervoudig ruimtegebruik in het landelijk gebied (Rioolwaterzuiveringsinstallaties, vuilstortplaatsen, binnenwater, bermen van wegen en spoor, areaal in beheer van overheidsinstanties) 4. Daarna voor overig landelijk gebied. Als we de zonneladder toepassen op Bernheze, dan komen we erachter dat we onze opgave om energieneutraal te zijn in 2050 niet kunnen halen met zon op dak alleen. We hebben zonnepanelen op grond ook nodig om onze doelstelling te halen. Zo’n 9% van de elektriciteitsbehoefte van Bernheze kan op dit moment uit zonnepanelen op dak worden gehaald. Daarbij is geen rekening gehouden met de toekomstige vraag naar energie, die neemt toe door bijv. het opladen van elektrische auto’s en het elektrisch verwarmen van onze huizen.
Provinciaal beleid Ook de provincie Noord Brabant heeft zich uitgesproken over de zonneladder en het beleid voor de opwek van energie op daken en op land. Op 13 november 2020 hebben de Provinciale Staten de motie “Voorrang voor zon op dak” aangenomen. Deze motie betekent in de praktijk dat er nog nadrukkelijker aandacht moet worden besteedt aan het goed motiveren en onderbouwen van de behoefte van de aanleg van grondgebonden zonneparken en de daarvoor benodigde locaties. De provincie gaat in aanstaande Omgevingsverordening de uitwerking van de zonneladder duidelijker omschrijven. Daarbij wordt rekening gehouden met de Regionale Energiestrategie en de afspraken die de gemeentes in de energieregio’s daarin maken met elkaar en met de provincie.
Lokale uitgangspunten a) We zoeken naar de balans in ruimtevraag. Grond is schaars en kan maar één keer worden gebruikt. Daarbij zoeken we naar de balans tussen landschap, natuur, agrarische bestemmingen en energie. Hoe we deze afweging maken is uitgewerkt in het document: Zonneparken Bernheze: Ruimtelijk beleid zonneparken Het document Zonneparken Bernheze: Ruimtelijk beleid zonneparken is al eerder in de commissie Ruimtelijke Zaken besproken. Op basis van de bespreking in deze commissie is het stuk aangepast. De beekdallandschappen zijn naar aanleiding van de discussie in de commissie uitgesloten (naast Berkt en Venhof). b) Het landschap moet geschikt zijn voor de opwek van energie, daarbij sluiten we op voorhand de volgende gebieden uit: i. Beekdallandschappen ii. Berkt iii. Venhof
6
Bij de andere gebieden geldt onze “ja, mits”-benadering, er moet recht gedaan worden aan het karakter van het aanwezige landschap en aan de overige plaatsings- en inpassingsprincipes voor het desbetreffende landschap. Berkt en Venhof zijn karakteristieke landschappen voor de gemeente Bernheze, deze sluiten we op voorhand uit voor de ontwikkeling van zonneparken. Naar aanleiding van de bespreking van een eerdere versie van dit stuk in de commissie Ruimtelijke Zaken, sluiten we ook de Beekdallandschappen uit van de ontwikkeling van zonneparken.
c) We vergunnen maximaal 2 zonneparken op land per jaar. Om grip op het proces te houden en geen stortvloed aan aanvragen te moeten behandelen, stellen we een maximum in van 2 zonneparken per jaar. We houden daarbij ook rekening met de maximum opgave die we voor onszelf hebben op het gebied van duurzame energie (energieneutraal in 2050) en de regionale energiestrategie. Als aan de opgave (tussentijdse doelstellingen) is voldaan, vergunnen we geen zonneparken meer. De agrariërs die stoppen met hun bedrijfsvoering en daarom bij de gemeente Bernheze aankloppen in het kader van de vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) rekenen we niet tot dit maximum. Al eerder heeft de commissie Ruimtelijke Zaken aangegeven ruim baan te willen geven aan medewerking aan nieuwe bedrijfsvoering voor deze agrariërs. De voornaamste reden is dat een VABlocatie op zichzelf al een ruimtelijk kwaliteitsimpuls is. Door het slopen van stallen verbetert het landschap al aanzienlijk. Daarnaast zijn VAB-locaties sowieso vaak kleiner dan 0,5 hectare, dus daarop is dit beleid niet van toepassing. Voor locaties groter dan 0,5 hectare zijn de voorwaarden van dit beleid ook niet van toepassing, maar blijft een goede landschappelijke inpassing wel een uitgangspunt van de gesprekken met initiatiefnemers. d) De inwonersparticipatie is een doorslaggevende factor voor onze medewerking aan een zonnepark. i.
Financiële participatie/lokaal eigendom streeft naar 50% lokaal eigendom. Dit betekent dat 50% van de opbrengsten van het initiatief ten goede komen aan een gebiedsfonds of deelnemers in een energiecoöperatie.
ii.
Procesparticipatie is noodzakelijk. De initiatiefnemer moet aan kunnen tonen in welke mate er draagvlak is voor de komst van het zonnepark.
In het Klimaatakkoord zijn de partijen overeengekomen dat er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom bij de realisatie van zon en wind op land. In Bernheze stellen we dit als voorwaarde. Ook vinden we het belangrijk dat omwonenden hebben kunnen meedenken over de komst van een zonnepark in hun buurt. Daarom stellen we als voorwaarde dat een initiatiefnemer moet aan kunnen tonen in welke mate omwonenden instemmen met de komst van het zonnepark. We hanteren hierbij ook de uitgangspunten van de procesparticipatie zoals deze door de RES Noordoost Brabant zijn geformuleerd. e) Zonnepanelen op land zijn tijdelijk van aard Zonneparken zijn geen permanente constructie in het landschap. Technieken veranderen en rendementen van bestaande technieken verbeteren. Daarom vinden we dat zonneparken op land tijdelijk van aard moeten zijn, met een maximum van 25 jaar. Initiatiefnemers geven aan wat er na de gebruikstermijn door het zonnepark gebeurt met de grond. Ook zorgen zij voor de eventuele afdekking van financiële risico’s. Bijvoorbeeld: als een zonnepark na 25 jaar overgaat in de natuur, zorgt de initiatiefnemer ervoor dat dit geborgd is, bijvoorbeeld doordat Staatsbosbeheer de gronden overneemt, omdat de initiatiefnemer hier zelf grasland van maakt of een andere permanente invulling.
7
f)
Zonnepanelen op land zijn circulair
De materialen die gebruikt worden bij het realiseren van een zonnepark, worden nadat de gebruikstermijn van het zonnepark is verlopen, hergebruikt. Circulariteit van zonnepanelen past bij de doelstellingen van de gemeente Bernheze en bij het milieuvriendelijke karakter van een zonnepark. g) Projecten voor zonnepanelen op land wijzen we aan als categorie, als bedoeld in artikel 6.5. lid 3 Besluit omgevingsrecht, waarvoor geen 'verklaring van geen bedenkingen' (vvgb) van de Raad nodig is. Voor Wabo-vergunningtrajecten voor grotere projecten, zoals de aanleg van zonnevelden, is een Wabo-projectafwijkingsbesluit nodig. Het college is bevoegd om het projectafwijkingsbesluit te nemen en de vergunning te verlenen, maar hiervoor heeft zij wel een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. De procedure voor afgifte van zo’n verklaring van geen bedenkingen betekent al gauw een extra doorlooptijd van tenminste 4 maanden. Door te verklaren dat zonnepanelen op land aangewezen worden als een categorie waarvoor deze verklaring niet nodig is, zorgen we dat de procedure verkort wordt en de kans van slagen groter, mede gelet op de termijnen voor de aanvraag van een SDE-subsidie.
8