Beantwoording vragen Progressief Bernheze over egalisatiereserve transities
Tekst van het document
Beantwoording vragen Progressief Bernheze over egalisatiereserve transities Vraag of er een inschatting is gemaakt van het bedrag wat naar verwachting nodig is voor het opvangen van tekort in met name de jeugdzorg: Beantwoording: In het RV stuk staat onder het kopje Kosten en dekking de volgende tekst: Om financiële stabiliteit te waarborgen, hanteren wij een minimale buffer/ondergrens van deze reserve van drie miljoen. Deze reserve fungeert als buffer voor eventuele tegenvallers in de exploitatie als gevolg van fluctuerende kosten gedurende een boekjaar. De buffer hebben we gebaseerd op ongeveer 15% van de geraamde lasten. Daarnaast kunnen we de risicoreserve inzetten als tweede vangnet voor het opvangen van fluctuerende kosten binnen de zorg. ln 2026 hebben we € 1 ,3 miljoen beschikbaar binnen deze reserve. Belangrijk: dit laatste moet natuurlijk zijn 13 miljoen (i.p.v. 1,3) Dat betekent dus dat wij een buffer hanteren van 3 miljoen, om (incidentele) tekorten op te vangen voor de drie decentralisaties (niet enkel jeugdzorg). Het is wenselijk om jaarlijks te bezien hoe deze buffer van 3 miljoen wordt ingezet en of we wel of niet moeten bijramen. De reserve is sowieso niet bedoeld voor structurele uitgaven, maar voor incidentele uitgaven. En in dit geval voor incidentele tekorten.
Hoe worden de wegingscriteria toegepast? Beantwoording: De verplichte kerncriteria zijn allen verplicht en aan allen moet worden voldaan. Bij de wegingscriteria worden de criteria allen “gewogen”. Er hangt geen percentage aan en daarmee zijn ze gelijkwaardig. Een project wat aan alle 5 de criteria voldoet komt eerder in aanmerking. Echter dit is maatwerk: ieder project/activiteit wordt afzonderlijk beoordeeld, mede afhankelijk van budgettaire randvoorwaarden (zoals kosten van een activiteit).