Beantwoording technische vragen kadernota 2026-2029
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Kadernota 2026-2029 Inleiding Blz 3
Projecten waarvoor nog geen budget is opgenomen in de Kadernota
Vraag 01 - VVD Wat is de reden waarom wordt er bij de Kadernota geen rekening gehouden met het project de Misse 2-4-6, sportpark Heeswijk Dinther, rondweg Nistelrode, verduurzaming? En wat betekent dit concreet ? Welke gevolgen zijn er? Antwoord: De benodigde investeringsbudgetten en de daarmee samenhangede financiële consequenties voor deze projecten zijn nog niet bekend. Hiervoor dient nog aanvullende onderzoek te worden gedaan. In de voorliggende Kadernota is nog ruimte om de consequenties van deze projecten op te vangen. Mocht dit niet voldoende zijn dan zou het kunnen betekenen dat in de toekomst aanvullende ombuigingen of aanvullende inkomsten moeten doorvoeren. Deze mogelijke investeringen gaan pas vanaf 2027 en verder lopen. Blz 3
Aanvullende middelen rijk
Vraag 02 - VVD Het kabinet heeft reeds aangeven dat er vanuit het Rijk meer middelen beschikbaar komen. Heeft het college al nagedacht welke bezuiniging kan vervallen of welke investering toch kan worden gedaan in het kader van uitvoerbaarheid en haalbaarheid? Antwoord: Nee. Eind mei/begin juni ontvangen we de Meicirculaire 2025. Op basis van deze circulaire kunnen we pas de consequenties doorrekenen voor gemeente Bernheze en de vertaling in de begroting 2026-2029. Wij zullen u zo spoedig mogelijk door middel van notitie ter informatie informeren over de uitkomsten. Blz 4/5
Uitkomsten meicirculaire 2025 nog niet bekend
Vraag 03 - Lokaal Inmiddels blijkt uit de voorjaarsnota van het rijk dat er 3 mrd cumulatief t/m 2027 ter beschikking wordt gesteld aan de gemeenten en dat er voor 2026 een bedrag van ca. 800 mln uitgekeerd zal worden om het “ravijn” te dempen. Is bij benadering al aan te geven wat dit betekent voor onze gemeente? Antwoord: Zie antwoord 02.
1
Blz 7
CAO-ontwikkeling
Vraag 04 - Lokaal In de Kadernota is voor de ontwikkeling van de salarissen uitgegaan van een stijging van 3,8% in 2026 en 4,8% in 2027. Inmiddels hebben de CAO-onderhandelingen tot het resultaat geleid dat de salarissen over de periode van 1 april 2025 t/m 31 maart 2027 stijgen met structureel 6,7% in totaal. Hebben deze onderhandelingsresultaten een andere uitkomst op de raming in de Kadernota en zo ja in welke mate? Antwoord: Ja, dit heeft gevolgen. De gevolgen nemen we mee in de doorrekening voor de begroting op basis van de meicirculaire 2025. In de meicirculaire vindt namelijk ook weer een actualisering plaats van het accres voor de loon- en prijsontwikkelingen. Blz 8
Algemene uitkering
Vraag 05 - Lokaal Zie ook de vraag bij pagina 4 en 5. In de Kadernota staat dat er een forse terugval zal zijn de inkomsten uit het gemeentefonds (ca. 1.6 miljoen structureel). Nu is bekend geworden dat door het rijk structureel 800 miljoen alleen al in 2026 ter beschikking wordt gesteld. Betekent dit dat we niet meer hoeven te spreken van een “ravijnjaar”? Antwoord: Eind mei/begin juni ontvangen we de Meicirculaire 2025. Op basis van deze circulaire kunnen we pas de consequenties doorrekenen voor gemeente Bernheze en de vertaling in de begroting 2026-2029. Wij zullen u zo spoedig mogelijk door middel van notitie ter informatie informeren over de uitkomsten. Blz 8/9
Stelpost accres
Vraag 06 - Lokaal De hogere inkomsten tot en met 2025 werden uit voorzorg niet volledig ingezet (begrenzing maximale begrotingsruimte). Met die begrenzing kan de terugval in inkomsten voor 2026 (ravijnjaar?) worden opgevangen. Houdt dit in dat wij voorzichtigheidshalve de negatieve gevolgen van het ravijnjaar in feite al hebben opgevangen en er dus ook geen noodzaak is voor de omvangrijke ombuigingen die worden voorgesteld? Dit geldt temeer nu bekend is geworden dat er vanuit het rijk extra middelen komen om de gevolgen van het ravijnjaar te overbruggen. Antwoord: We hebben € 1,7 miljoen (stelpost accres) niet ingezet vanuit de inkomsten uit de algemene uitkering (zie tabel B. – Algemene uitkering – onderdeel B3 op pagina 8). Deze stelpost valt vrij in 2026. Hiermee kunnen we de korting dus opvangen. Echter dit betekent dat we de kosten van de autonome ontwikkelingen (o.a. prijs- en loonindex) binnen de huidige begrotingsruimte moeten opvangen waardoor minder begrotingsruimte overblijft voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen blijven investeren stellen we uw raad ombuigingen voor.
2
C. Vervangingsinvesteringen Blz 9/10
C3. Investeringen water & riolering
Vraag 07 - Lokaal Voor het klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte worden de kosten gedekt uit de opbrengsten rioolheffing. Vraag die dan rijst is: in welke mate stijgen hiermee de kosten voor de rioolheffing? Zijn deze kosten ook al opgenomen in het percentage van 3.6% dat wordt genoemd op pagina 22 als kosten voor het vegen van wegen en afvoeren straatvuil? Antwoord: De kosten voor rioolheffing stijgen hiermee met € 105.000,-. Om deze kostenstijging te compenseren is een stijging van het riooltarief nodig van 3,6%. Daarnaast houden we nog rekening met een stijging van het riooltarief van 2,7% ter compensatie van de inflatie en 2,5% in verband met toekomstige (vervangings-)investeringen (Notitie ter informatie Programma Water en Riolering 2024-2027 van 4 juli 2024). Hiermee komt de totale stijging op 8,80% voor het riooltarief. Blz 9/10
C5. Nieuwbouw en privatisering blokhut ’t Veerhuis
Vraag 08 - VVD Door Mira Ceti is een verzoek gedaan voor nieuwbouw i.p.v. van renovatie. Kosten € 800.000,-. Wat is de afweging om deze investering niet uit te stellen? Antwoord: Het verzoek is al een aantal jaren oud en meermaals uitgesteld. Het gebouw is niet meer van deze tijd en voldoet niet aan de huisvestingsbehoeften van de vereniging. Mira Ceti heeft de eerste voorbereidende werkzaamheden zelf opgestart en wacht op duidelijkheid vanuit de gemeente. Voorafgaand aan het al dan niet bouwen van een nieuw clubgebouw is een langdurig voortraject noodzakelijk. Uitstel van dit voortraject zorgt ook voor uitstel in realisatiedatum.
D. Beleidsvoornemens met een wettelijke grondslag Blz 11/12
D2. Energieagenda
Vraag 09 - Lokaal In de energie-agenda wordt er wel een verwijzing gemaakt naar projecten die bijdragen maar worden verder geen bedragen of concrete projecten benoemd. Denk daarbij aan het project Gasloze wijken of stimulatie van aanleg van zonnepanelen en/of parken! Kan het college ons meenemen wat de voornemens zijn en een doorkijken geven hoe wij de gezette doelen denken te behalen?
3
Antwoord: De huidige energieagenda loopt dit kalenderjaar af. In 2026 zal er gestart worden met een Programma Energie waarin doelstellingen zullen worden bepaald en concrete projecten opgenomen zullen worden. Intussen blijven we met diverse projecten aan de slag waaronder energieloket Brabant Woont Slim, het duurzaamheidsakkoord met de woningcorporaties, de realisatie van publieke laadinfrastructuur en een communicatieactie rondom onze isolatieaanpak als onderdeel van het Nationaal Isolatie Programma. De energieagenda wordt begin 2026 geëvalueerd
E. Beleidsvoornemens - overig Blz 12/14
E2. Formatie-uitbreiding
Vraag 10 - VVD Hoeveel fte worden nu totaal aan de formatie (naast de flexibele schil) toegevoegd. En wat kost dat totaal? Antwoord: Formatie-uitbreiding: - 2026 => 3 fte (flexibele schil) => € 309.000 structureel - 2026 => 2 fte (1 fte beleid wonen + 1 fte projectleider ruimtelijke ordening) => € 221.000 structureel waarvan incidentele dekking in 2026 vanuit subsidie voor een bedrag € 118.000 - 2028 => 0,5 fte (toezicht en handhaving openbaar groen en landschap) => € 53.000 structureel Blz 12/14
E2. Formatie-uitbreiding
Vraag 12 - Lokaal (zie ook: antwoord technische vragen bij begroting 2024 (pag. 12 van 21) Bij de vaststelling van de begroting 2023 is het instellen van een flexibele schil vastgesteld met een ingroeipad tot 10 fte. In de begroting 2024 zijn reeds 7 fte opgenomen voor de flexibele schil met de financiële consequenties. De integrale afweging van de (resterende) 3 fte vindt plaats bij de programmabegroting 2026-2029. In de voorliggende Kadernota worden bij de beleidsvoornemens onder E. op verschillende plaatsen personeelsuitbreidingsvoorstellen gedaan die het hiervoor gestelde omtrent de begroting ver overschrijden. In het kader bij E2 wordt op blz. 12 echter 5.5 fte genoemd. o
Voor wat betreft de dienstverlening + 3 fte wat overeenkomt met het vorenstaande
o
(blz. 13 van Kadernota). Ter vervanging van externe projectleiders (Wildhorst, sportvelden HD, Noordooste-
o
lijke rondweg HD is er het voornemen 1 fte aan te stellen. (pag 14) Voor bouwen (woonbeleid en nota grondbeleid) 1 fte in plaats van externe inhuur.
o
(pag 14). Voor openbaar groen, natuur en landschap 0,5 fte (pag 14)
Antwoord: Van de 5,5 fte is een uitbreiding van 3 fte voor de flexibele schil. Zie ook antwoord 10.
4
Blz 12/14
E2. Formatie-uitbreiding
Vraag 11 - VVD De flexibele schil zou uitgebreid moeten worden met 3 Fte. Hoe groot is de huidige formatie? In hoeverre is het waarschijnlijk dat de flexibele schil wordt ingeschakeld? Wordt hiermee ook bedoeld externe inhuur? Indien de flexibele schil wordt uitgebreid, betekent dat er meer ambities kunnen worden uitgevoerd of minder werkachterstand? Antwoord: De huidige flexibele schil bestaat uit 7 FTE. Deze flexibele schil is bedoeld om nieuwe medewerkers in te zetten naast medewerkers die uitstromen. Daarnaast kan de flexibele schil worden ingezet voor externe inhuur, bijvoorbeeld bij tijdelijke projecten die bijdragen aan werkdrukverlaging. Dit kan betrekking hebben op onder andere het digitaliseren of aanpassen van werkzaamheden waarvoor tijdelijk extra inzet nodig is. Een uitbreiding van de flexibele schil zorgt ervoor dat de huidige ambities worden voortgezet en kennis kan worden overgedragen. Voor de gemeente Bernheze is het essentieel om, ondanks de uitdagingen op de arbeidsmarkt en de aankomende pensioenleeftijden van collega's, te waarborgen dat de dienstverlening niet achteruitgaat. Blz 12/14
E3. Verhoging kosten Basisteam programmaleider Ondermijning en coördinator Maasland Interventie Team
Vraag 13 - CDA Wat is nu de verhouding in % aan overheadskosten? Staat dat in verhouding tot andere overheadkosten? Antwoord: Hoewel de handleiding Overheidstarieven 2025 geen specifiek percentage voor de sector veiligheid noemt, wordt in de praktijk vaak een overheadopslag van 30% tot 35% op de directe loonkosten gehanteerd voor functies binnen deze sector. Dit percentage ligt iets boven het gemeentelijk gemiddelde van 11% van de totale lasten, omdat veiligheid vaak gepaard gaat met hogere eisen aan ICT, beveiliging, coördinatie en crisisstructuren. De kosten staan dus in verhouding tot andere overheadkosten. Blz 12 /15
E6. Incidentele subsidie DTV
Vraag 14 - CDA Wat doet DTV zelf om de kosten te reduceren en zo minder subsidie te verlangen? Is hiernaar gekeken en over gesproken, zo nee waarom niet? Zo ja, wat was het resultaat? Antwoord: De invoering van het nieuwe stelsel voor lokale publieke omroepen is uitgesteld. Dit betekent dat lokale omroepen gefinancierd gaan worden door de overheid. Ter overbrugging, in afwachting van de nieuwe financieringssystematiek, stellen we tijdelijk een extra subsidie voor om de huidige kwaliteit te behouden.
5
Blz 12/15
E8. Herijken beleid onderwijs en kinderopvang en brugfunctionaris op scholen
Vraag 15 - CDA Heeft de brugfunctionaris al zichtbaar effect laten zien, zo ja wat? En wordt dit geëvalueerd? Zo nee waarom niet? Antwoord: Ja, de brugfunctionaris (Familiecontactpersoon) op de basisscholen en de aansluitfunctionaris van ONS Welzijn op het basis- en voortgezet onderwijs hebben ondersteuning verleend aan verschillende gezinnen en / of leerlingen met zorgvragen. De inzet wordt in het derde kwartaal 2025 geëvalueerd. Blz 12/16
E10. Werkbudget Breed Maatschappelijk Beleid
Vraag 16 - CDA Werkbudget Breed Maatschappelijk beleid: er wordt aangegeven dat er voor de uitvoering van een aantal concrete activiteiten tijdelijk aanvullend budget nodig is. Wat zijn precies deze concrete activiteiten waar het over gaat? Antwoord: We willen dit werkbudget gebruiken om participatie met inwoners en organisaties te organiseren. En daarbij nieuwe en creatieve werkvormen in te kunnen zetten om actieve betrokkenheid te organiseren. Ook kunnen we kleine activiteiten bekostigen die bijdragen aan gemeenschapszin. Dit is belangrijk om partners betrokken te houden en bij te dragen aan gezamenlijke inzet en succes. Blz 12/16
E13. Gebiedsgerichte aanpak van gestapelde opgaven in focusgebieden
Vraag 17 - Lokaal Wordt er ook iemand in dienst genomen voor de inzet van een gebiedsregisseur bij de gebiedsgerichte aanpak (zie pag. 16)? Antwoord: Nee, er wordt niemand in dienst genomen. Er wordt wel iemand ingehuurd voor gemiddeld 1 dag in de week voor de gebiedsregie met alle stakeholders. De rest van het bedrag is bedoeld voor onderzoeken en planvorming. Blz 12/17
E16. Uitvoeringsprogramma erfgoedvisie
Vraag 18 - CDA Hierbij wordt voor de financiering ook gebruik gemaakt van het budget Transitie Landbouw. Wat is hier het verband? Antwoord: Er wordt géén gebruik gemaakt van het budget Transitie Landbouw. Er zijn wel koppelkansen in aanpak bij bijvoorbeeld versterken/terugbrengen landgoederen structuur. Blz 12/17
E16. Uitvoeringsprogramma erfgoedvisie
Vraag 19 - Lokaal Er is de wens om de ambities en doelstellingen in de erfgoedvisie te realiseren. Houdt dit in dat er ook hier een uitbreiding van de fte’s is voorzien?
6
Antwoord: Er is geen uitbreiding van de huidige fte voorzien. We huren wel externe deskundigheid in wat niet door bestaande formatie kan worden ingevuld. Blz 13/17
E17. Omschakeling ecologisch groenbeheer
Vraag 20 - Lokaal Voor de uitvoering van het ecologisch groenbeheer in het buitengebied is extra mankracht gewenst. Hier is er het voornemen om een externe deskundige in te huren. Kan deze taak (in het bijzonder communicatie) niet bij de bestaande formatie worden ondergebracht? Antwoord: De externe deskundige heeft de hoofdtaak om het groenbeheer in te regelen en in uitvoering te brengen zodat het aansluit bij de ambities in het Groenstructuurplan en het beheerplan landschapselementen. Dat vergt specifieke expertise en tijd. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat dit met de beschikbare formatie niet mogelijk is. Communicatie is een klein onderdeel van het werk. Team communicatie wordt wel betrokken bij communicatie-uitingen maar heeft hier geen specifieke uren voor. Blz 13
E21. Ontwikkeling Groene Gezonde structuren – speel- en beweegplekken en E24. Kosten woonwagenstandplaatsen
Vraag 21 - VVD De ontwikkeling van de groene gezonde structuren: kosten € 150 miljoen? E. 24 Woonwagenstandplaatsen kosten € 726 miljoen? Wij nemen aan dat dit een foutje is en er 3 nullen teveel staan? Antwoord: Dat klopt. Dit moet zijn: - ontwikkeling Groene Gezonde Structuren – speel- en beweegplekken => € 150 (x € 1.000) - (her)inrichten woonwagenstandplaatsen => € 726 (x € 1.000). Blz 13
E21. Ontwikkeling Groene Gezonde structuren – speel- en beweegplekken en E24. Kosten woonwagenstandplaatsen
Vraag 22 - CDA Investeringsbudget Groene Gezonde Structuren van 150.000 (x 1000) dit is een bedrag van €150 miljoen. Dit is wellicht een schrijffout. En idem kosten woonwagenstandplaatsen 726.000 (x 1.000) Antwoord: Dat klopt. Dit moet zijn: - ontwikkeling Groene Gezonde Structuren – speel- en beweegplekken => € 150 (x € 1.000) - (her)inrichten woonwagenstandplaatsen => € 726 (x € 1.000). Blz 13/18
E23. Herijking adaptief wegbeheer
Vraag 23 - CDA In de beantwoording van onze artikel 33 vragen staat dat er meer wordt geïnvesteerd in bermonderhoud en zandwegen etc. Waar zien wij dit terug? De opgenomen € 160.000,- lijkt hiervoor ver ondermaats.
7
Antwoord: Het opgenomen bedrag van € 160.000,- is voor de verharde wegen. De zandwegen zijn hierin niet meegenomen. De zandwegen bestaan uit half- en onverharde wegen. Momenteel zijn we deze wegen aan het inspecteren op functie, soort verharding en onderhoudsbehoefte. Op basis van deze inspectieresultaten stellen we een onderhoudsplan op. Blz 13/18
E24. Woonwagenstandplaatsen
Vraag 24 - CDA Wat gebeurt er voor dit bedrag (€ 726.000 incl. btw) voor standplaatsen? Antwoord: Met dit geld kunnen we op een bestaande locatie 6 woonwagenstandplaatsen inrichten die in het verleden ontmanteld zijn. Omdat op deze gronden nog altijd de bestemming van woonwagenlocatie is gelegen kunnen we de standplaatsen opnieuw verharden, bergingen & erfafscheidingen plaatsen en opnieuw aansluiten op de NUTS-voorzieningen. De standplaats wordt klaar gemaakt voor het plaatsen van de woonwagens. De woonwagens zelf worden door de bewoners of de woningbouwcorporatie geplaatst en zitten derhalve niet in deze begroting. Blz 13/18
E24. (Her)inrichten woonwagenstandplaatsen
Vraag 25 - Lokaal Op basis van het vastgestelde woonwagen- en standplaatsenbeleid dienen er op de bestaande woonwagenlocaties plekken gereed gemaakt te worden. Om 6 plekken te realiseren is er kennelijk € 726.000 nodig. In het verleden zijn evenwel bij diverse woonwagenlocaties vrijkomende plekken niet meer opgevuld. Zijn die vrijgevallen plekken niet alsnog te benutten? Antwoord: Het gaat om de invulling van de vrijgekomen plekken. Deze zijn echter ontmanteld in het verleden. Omdat op de grond de bestemming van Woonwagenlocatie nog wel op rust, kunnen deze gronden opnieuw beschikbaar worden gesteld als standplaats, nadat deze zijn heringericht.
Ombuigingsvoorstellen Blz
F1 en F2. Afschrijvingslasten gemeentelijk vastgoed van 40 naar 50 jaar en afschrijvingslasten reconstructies wegen van 30 naar 40 jaar
Vraag 26 - CDA Deze rekening wordt ons later gepresenteerd doordat het boekhoudkundig wordt uitgesmeerd, maar kan dat in fysieke zin ook? Houdt onze infrastructuur het zo lang vol? Zo nee, hoe gaan we hier mee om?
8
Antwoord: Vastgoed: Gezien de onderhoudsplannen van vastgoed op niveau zijn en wordt verduurzaamd is het ons inziens mogelijk de afschrijvingsduur van vastgoed te verlengen. Reconstructie wegen: De gemeente Bernheze bevindt zich op zandgrond. Dat betekent dat voor het beheer en onderhoud van de wegen er sprake is van een stabiele ondergrond, wat maakt dat vervangingsinvesteringen op deze wegen veelal niet op een korte termijn plaats hoeven te vinden. Zonder aanpassing schrijven we wegen nu af in 30 jaar, daar waar riolering nu voor 80 jaar meegaat. Vervanging van riolering combineren we zoveel mogelijk met renovatie of vervanging van wegen. Dat betekent dat de cyclische vervanging van wegen en riolering niet in de pas gaat lopen. Op dit vlak is het gerechtvaardigd, ook met uitvoering van uw beheerplannen de gebruiksduur van wegen op te rekken naar 40 jaar. Dat doet ook recht aan de integrale (reconstructie)projecten in de openbare ruimte. Blz
F8. Leges o.b.v. omgevingswet – onderzoeken of we hfst 2 naar een kostendekkend tarief kunnen brengen
Vraag 27 - CDA Wat kunnen we zelf nog aan efficiëntie doen om kosten te besparen? Antwoord: We hebben de afgelopen twee jaar fors geïnvesteerd in het stroomlijnen van de processen. Nu we ruim een jaar gewerkt hebben in deze nieuwe processen hebben we meer informatie om zaken te kwantificeren zoals tijdsbesteding per product en het aantal producten. Mogelijkheden om tarieven verder te differentiëren, omdat we op dat specifieke product nog niet kostendekkend zijn, behoort ook tot de mogelijkheden. Er zijn beperkte mogelijkheden als het gaat andere kosten dan tijdsbesteding. We hebben bijvoorbeeld al stappen gezet om de uren van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) (verzoektaken) uit te zetten in de markt. Mogelijk dat daaruit efficiency te halen valt, daar krijgen we pas in 2026 een beter beeld van.
Lokale lastenontwikkeling Blz 22/23
Lokale lastendruk
Vraag 28 - VVD Hoe verhouden de huidige lokale lasten van Bernheze met vergelijkbare gemeenten en met omliggende gemeenten? En na de verhoging? Kunt u een volledige berekening geven van de totale lokale lastendruk van 2024, 2025 en 2026 met een waarde van € 497.135,- (gemiddelde woning 2024) en met een waarde van € 508.721,- (gemiddelde woning 2025) voor zowel woning (eigenaar/gebruiker) en niet-woningen (eigenaar/gebruiker) Antwoord: Zie bijlage 1.
9
Blz 22/23
Lokale lastendruk
Vraag 29 - Lokaal In de Kadernota wordt gesteld dat er ten aanzien van de OZB het voornemen is om “naast de aanpassing voor de inflatie (2.7%) een aanpassing van 5% door te voeren” De wethouder liet in het Brabants Dagblad optekenen dat de stijging van de OZB 5% zou bedragen. Wat is het nu? 2.7% + 5.0% = 7,7% of simpelweg 5%?? Antwoord: De wethouder heeft aangegeven dat naast de correctie voor de inflatie van 2,7%, er een extra verhoging wordt voorgesteld van de OZB van 5%. Het Brabants Dagblad heeft dit niet juist overgenomen. Blz 22
Rioolheffing
Vraag 30 - Lokaal Voor het vegen van straten en afvoeren veegvuil wordt een stijging van het tarief rioolheffing van 3.6% voorgesteld. Is dit de maximale stijging of betreft deze stijging uitsluitend de genoemde werkzaamheden en stijgt het riooltarief daarnaast ook nog met 2.7% zoals vermeld bovenaan de pagina? (zie ook vraag bij pag. 10) Antwoord: Het percentage van 3,6% is uitsluitend het gevolg van de toerekening van de kosten van vegen van straten en afvoeren van veegvuil aan de rioolheffing. Daarnaast stijgt het tarief van de rioolheffing met 2,7% ter compensatie van de inflatie en 2,5% in verband met toekomstige (vervangings-)investeringen (Notitie ter informatie Programma Water en Riolering 2024-2027 van 4 juli 2024). Hiermee komt de totale stijging op 8,80% voor het riooltarief.
Bijlage 1 Geparkeerde beleidsvoornemens Blz 24
8. Integrale veiligheid
Vraag 31 - VVD Integrale veiligheid. Wat betekent dit? Wat zijn de gevolgen van het uitstel? Antwoord: Door herprioritering van de beschikbare formatie en budgetten in de begroting zijn de gevolgen verwaarloosbaar. Blz
15. Vervanging robotmaaiers (2029)
Vraag 32 - CDA Wat betekent dit, dat we de maaiers niet in 2029 gaan vervangen? Antwoord: De verwachte levensduur van een maaier is 10 jaar, en tegen die tijd zal worden beoordeeld of vervanging noodzakelijk is. Op basis van de huidige inzichten zal dit waarschijnlijk pas na 2029 plaatsvinden.
10
Blz 25
23. Wet proactieve dienstverlening
Vraag 33 - VVD Wet proactieve dienstverlening. Geeft uitstel niet meer (financiële) gevolgen dan het nu uitvoeren? Antwoord: De behandeling van de wet in de 2e kamer is uitgesteld. Het is daarom nog niet mogelijk om uitvoering te geven aan de wet. De verwachte ingangsdatum is 01-01-2026. Vanaf dan kunnen we starten met de uitvoering. Het uitstellen heeft geen financiële gevolgen.
Overige vragen Blz
Haalbaarheid investeringen
Vraag 34 - VVD Zijn alle investeringen en ambities ook haalbaar en uitvoerbaar. Is dit getoetst? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De totstandkoming van de begroting en daarmee ook de kadernota is een intensief en iteratief proces, waarin op diverse momenten afstemmings- en afwegingsmomenten worden ingebouwd om te kijken wat realistisch en haalbaar is. Deze toetsing vindt zowel op teamniveau, op organisatieniveau en met het college plaats, waarbij we integraal (beleidsoverstijgend) kijken. In de Kadernota kijken we wat meer op hoofdlijnen, en bij de begroting vindt een verdiepingsslag plaats. Blz
Infrastructurele projecten geschrapt of uitgesteld
Vraag 35 - CDA Welke infrastructurele projecten zijn nu geschrapt of uitgesteld? Graag een overzicht.
11
Antwoord: Er zijn geen infrastructurele projecten geschrapt of uitgesteld die in de meerjarenbegroting 2025-2028 waren opgenomen. In onderstaand overzicht hebben we de geparkeerde beleidsvoornemens voor infrastructurele werken opgenomen, die nieuw zijn ten opzichte van de meerjarenbegroting 2025-2028: Omschrijving
Jaar
Investeringsbudget
Verbreden en verbeteren landbouwroutes buitengebied
2029
500.000
Verbeteren verkeersveiligheid/inrichting Meer-
2028
1.100.000
2029
750.000
Herinrichting 't Dorp Heesch
2028
800.000
Verbreding Heibloemsedijk Heeswijk-Dinther (60 km/uur)
2029
2.000.000
Kampweg (bermverharding/verbreding) - Loosbroek
2029
700.000
Herinrichting Schoonstraat Heesch (noordelijk
2029
300.000
2029
800.000
Verbeteren Verkeersveiligheid / herinrichting Heilarensestraat - Abdijstraat Heeswijk-Dinther
2029
1.050.000
Dodenhoeksestraat (sluipverkeer industrieterrein
2028
550.000
straat Heeswijk-Dinther Verbeteren verkeersveiligheid/inrichting Lariestraat Heeswijk-Dinther
deel) Fietsverbinding centrum Dorp - Beellandstraat Meursstraat Heesch
Retsel) - Heeswijk-Dinther
Blz
Japanse duizendknoop
Vraag 36 - CDA Vorig jaar is besloten om de Japanse duizendknoop in 2024 te inventariseren en pilot proeven te doen. Hoe is de stand van zaken en zijn er middelen opgenomen in deze voorjaarsnota om deze plant weg te krijgen op onze gemeentelijke gronden omdat verspreiding anders het alternatief wordt met alle gevolgen van dien? Zo nee, waarom niet? Antwoord: In 2024 is gestart met een methode waarbij kokend water wordt geïnjecteerd. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Met vaststelling van de begroting 2025 zijn structurele middelen (€ 40.000) opgenomen om deze bestrijding voort te zetten.
12
Blz
Rijkskortingen
Vraag 37 - ONS Bernheze Welke exacte bedragen zijn er vanaf 2026 geraamd aan Rijkskortingen en hoe verhouden die zich tot het huidige niveau van inkomsten uit het gemeentefonds? Antwoord: In 2026 ontvangen we € 1,6 miljoen netto aan minder inkomsten. (zie tabel B. – Algemene uitkering – onderdeel B1 op pagina 8) Dit betekent een kleine 3% minder aan inkomsten op de inkomsten uit de algemene uitkering van netto € 54 miljoen. Blz
Opgebouwde buffer ravijnjaar
Vraag 38 - ONS Bernheze Hoe groot is de buffer die is opgebouwd en welk percentage daarvan wordt specifiek ingezet voor het overbruggen van het ravijnjaar? Antwoord: We hebben € 1,7 miljoen (stelpost accres) niet ingezet vanuit de inkomsten uit de algemene uitkering (zie tabel B. – Algemene uitkering – onderdeel B3 op pagina 8). Deze stelpost valt vrij in 2026. Hiermee kunnen we de korting dus opvangen. Echter dit betekent dat we de kosten van de autonome ontwikkelingen (o.a. prijs- en loonindex) binnen de huidige begrotingsruimte moeten opvangen waardoor minder begrotingsruimte overblijft voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen blijven investeren stellen we uw raad ombuigingen voor. Blz
Notitie ombuigingen
Vraag 39 - ONS Bernheze Kan de raad inzicht krijgen in de resultaten van de uitgevoerde begrotingsscan en welke concrete ombuigingsopties daarin zijn gesignaleerd? Antwoord: Hiervoor verwijzen wij u naar de commissie Maatschappij en Bestuur van 4 februari 2025. In deze commissie is de Rapportage Ombuigingen Bernheze besproken. Daarnaast vindt u in de Kadernota onder hoofdstuk 4. Ombuigingsvoorstellen een overzicht van de ombuigingsvoorstellen waarvan we uw raad voorstellen deze over te nemen. In bijlage 2 van de Kadernota vindt u een overzicht van de ombuigingsvoorstellen waarvan we aan uw raad voorstellen deze te parkeren en deze uitsluitend in te zetten bij uiterste noodzaak. Blz
Surplus reserves
Vraag 40 - ONS Bernheze Welk deel van het ‘surplus van onze reserves’ wordt ingezet voor structurele lasten, en hoe verhoudt dat zich tot het gewenste minimale niveau van de algemene reserve?
13
Antwoord: In hoofdstuk 5 van de Kadernota vindt u een toelichting op de inzet van het surplus van de algemene reserve en de voorwaarden waaraan die inzet moet voldoen. We stellen voor een periode van 4 jaar jaarlijks een bedrag van € 270.000 in te zetten om structurele lasten te dekken. We hebben geen specifiek minimumniveau bepaald van de algemene reserve. We hebben voor de inzet van de reserve het voorzichtigheidsprincipe gehanteerd, gezien de fluctuaties in de Rijksinkomsten en de toekomstige investeringen waarmee we in de Kadernota nog geen rekening hebben gehouden. Daarnaast kunnen reserves niet onbeperkt in omvang en tijd inzetten. Reserves blijven incidentele dekkingsmiddelen. We willen dan ook waken voor het te stevig inzetten van reserves voor een (te) structurele opgave omdat dit toekomstige financiële discussies ‘verzwaart’. De situatie kan namelijk ontstaan dat in de toekomst nieuwe, aanvullende dekking gezocht moeten worden. Blz
Inzet reserve in relatie tot weerstandsratio
Vraag 41 - ONS Bernheze Wat zijn de financiële risico’s van het inzetten van reserves voor structurele lasten, en is er sprake van afnemende weerstandsratio’s? Antwoord: Zie antwoord vraag 40. Inzet van de algemene reserve verlaagt de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Dit kan dus betekenen dat op termijn onvoldoende capaciteit beschikbaar is om de geïnventariseerde risico’s af te dekken om te voldoen aan de weerstandsratio van 1,0 tot 1,4. Blz
2de Tussentijdse rapportage 2024
Vraag 42 - ONS Bernheze Welke structurele voordelen zijn geboekt in de 2e tussentijdse rapportage 2024, en op basis van welke budgetheroverwegingen? Antwoord: De tweede tussentijdse rapportage 2024 leidde tot een structureel voordeel van € 323.000,-. Voor een uitgebreide toelichting op dit voordeel verwijzen wij u naar de behandeling van deze rapportage in de gemeenteraad van 12 december 2024. Blz
Incidentele dekking in relatie tot toekomstige tekorten na 2029
Vraag 43 - ONS Bernheze Hoe wordt voorkomen dat incidentele dekking van structurele lasten leidt tot toekomstige tekorten na 2029? Antwoord: Door het voorzichtigheidsprincipe te hanteren van de inzet van reserves voor dekking van structurele lasten. Zie antwoord vraag 40.
14
Blz
Saldi met en zonder inzet reserves
Vraag 44 - ONS Bernheze Worden in de komende meerjarenbegroting ook scenario’s doorgerekend zonder inzet van reserves? Antwoord: De Kadernota 2026-2029 laat de volgende saldi zien: 2026: € 236.000 overschot 2027: € 25.000 tekort 2028: € 250.000 overschot 2029: € 771.000 overschot Zonder de voorgestelde inzet van het surplus van de algemene reserve van jaarlijks € 270.000 zou dit leiden tot de volgende saldi: 2026: € 34.000 tekort 2027: € 295.000 tekort 2028: € 20.000 tekort 2029: € 501.000 overschot Blz
Ombuigingsvoorstellen
Vraag 45 - ONS Bernheze Welke specifieke ombuigingen worden voorgesteld, en hoe wordt beoordeeld dat deze geen invloed hebben op het voorzieningenniveau? Antwoord: Zie hoofdstuk 4. Ombuigingsvoorstellen van de Kadernota 2026-2029. We hebben de ombuigingsvoorstellen op 4 februari 2025 opiniërend besproken in de commissie Maatschappij en Bestuur. Op basis van deze bespreking stellen wij u alleen ombuigingen voor die minimaal of geen afbreuk doen aan het voorzieningenniveau en die onze inwoners beperkt raken. Ombuigingen waarvoor door de raadscommissie is aangegeven dat gevreesd wordt voor ongewenste maatschappelijke impact hebben we kunnen vermijden. Uiteraard zijn we ons ervan bewust dat de maatregelen die we wel voorstellen, zoals een verhoging van de OZB, wel maatschappelijke impact hebben. Blz
Verlenging afschrijvingstermijnen
Vraag 46 - ONS Bernheze Hoe verhoudt de verlenging van afschrijvingstermijnen zich tot de gebruiksduur van de betreffende investeringen? Is dat technisch en financieel verantwoord?
15
Antwoord: Vastgoed: Gezien de onderhoudsplannen van vastgoed op niveau zijn en wordt verduurzaamd is het ons inziens mogelijk de afschrijvingsduur van vastgoed te verlengen. Reconstructie wegen: De gemeente Bernheze bevindt zich op zandgrond. Dat betekent dat voor het beheer en onderhoud van de wegen er sprake is van een stabiele ondergrond, wat maakt dat vervangingsinvesteringen op deze wegen veelal niet op een korte termijn plaats hoeven te vinden. Zonder aanpassing schrijven we wegen nu af in 30 jaar, daar waar riolering nu voor 80 jaar meegaat. Vervanging van riolering combineren we zoveel mogelijk met renovatie of vervanging van wegen. Dat betekent dat de cyclische vervanging van wegen en riolering niet in de pas gaat lopen. Op dit vlak is het gerechtvaardigd, ook met uitvoering van uw beheerplannen de gebruiksduur van wegen op te rekken naar 40 jaar. Dat doet ook recht aan de integrale (reconstructie)projecten in de openbare ruimte. Blz
Overzicht investeringen
Vraag 47 - ONS Bernheze Welke investeringen zijn gepland om de ambitie van “ontwikkelgemeente” te blijven waarmaken, en hoe worden deze gefinancierd? Antwoord: In hoofdstuk 3, paragrafen C, D en E vindt u een overzicht van de investeringen waarvan we voorstellen deze op te nemen in de begroting 2026-2029. Blz
Inzet reserves in relatie tot toekomstige investeringscapaciteit
Vraag 48 - ONS Bernheze Zijn er risico’s dat toekomstige investeringscapaciteit wordt beperkt door de huidige inzet van reserves? Antwoord: In zijn algemeenheid geldt: als we nieuwe investeringen willen doen, we ook moeten zorgen voor voldoende financiële middelen om ze te kunnen betalen. In principe betalen we investeringen niet \ zo min mogelijk uit de inzet van reserves. Zie ook de toelichting bij vraag 40. Blz
Overzicht geparkeerde beleidsvoornemens
Vraag 49 - ONS Bernheze Welke investeringen worden concreet uitgesteld en wat zijn de (financiële en maatschappelijke) gevolgen van dit uitstel?
16
Antwoord: Er zijn geen beleidsvoornemens uitgesteld die in de meerjarenbegroting 2025-2028 waren opgenomen Een aantal nieuwe beleidsvoornemens, die dus niet eerder in de meerjarenbegroting 2025-2028 waren opgenomen hebben we geparkeerd. Hiervoor verwijzen wij nu naar bijlage 1 van de Kadernota 2026-2029. Om een sluitende meerjarenbegroting voor de periode 2026-2029 te realiseren hebben we keuzes moeten maken. Blz
Prioritering ambities
Vraag 50 - ONS Bernheze Hoe wordt beoordeeld welke ambities in de praktijk niet worden waargemaakt, en op basis waarvan is besloten welke investeringen doorgaan en welke worden uitgesteld? Antwoord: Op het moment, dat onze financiële positie onder druk komt te staan, moeten we onze ambities bijstellen op basis van de financiële mogelijkheden. Niet alles wat we willen kan. In deze Kadernota blijkt dat uit enerzijds de beleidsvoornemens die we wel honoreren versus de beleidsvoornemens die we parkeren. Wettelijke verplichtingen en instandhouding van bestaande voorzieningen prioriteren we in principe hoger, dan niet verplichte uitgaven of het realiseren van nieuwe voorzieningen. Daarnaast hanteren we ons bestuurlijk inschattingsvermogen. Dit leggen wij aan u ter toetsing voor via de behandeling van Kadernota en begroting. Blz
Toekomstige projecten
Vraag 51 - ONS Bernheze Hoe worden reeds toegezegde of in voorbereiding zijnde projecten (zoals sportpark Heeswijk-Dinther of de rondweg) gedekt of gefaseerd binnen de nieuwe planning? Antwoord: De financiële consequenties van deze projecten zijn nog niet meegenomen in de Kadernota 2026-2029. De garantie dat we alles kunnen doen wat we graag willen, kunnen we op dit moment niet geven. Hier staat tegenover, dat we in deze Kadernota budgettaire ruimte (meerjarig saldo) hebben voor toekomstige ontwikkelingen die nog niet in onze meerjarenbegroting staan en die wel begrotingsruimte vragen. Blz
Opbrengsten OZB-verhoging van 5%
Vraag 52 - ONS Bernheze Wat is de totale opbrengst van de voorgestelde OZB-verhoging van 5%, en hoe verhoudt deze zich tot eerdere jaren?
17
Antwoord: De meeropbrengst van de extra verhoging van 5% is structureel € 275.000,- . OZB-aanpassingen: - 2022 => 3,3% (1,3% inflatie + 2% extra) (2% = € 154.000) - 2023 => 2,80% (inflatie) - 2024 => 6,2% (4,3% inflatie + 1,9% inhaalindex voor de hogere inflatie 2023) - 2025 => 5% (2,3% inflatie + 2,7% extra (2,7% = € 226.000)
Blz
Gevolgen verhoging OZB voor huishoudens en bedrijven
Vraag 53 - ONS Bernheze Wat zijn de gevolgen van deze verhoging voor huishoudens en bedrijven in verschillende OZB-klassen (eigen woning, niet-woning, huurders)? Antwoord: Zie hoofdstuk 6 van de Kadernota 2026-2029. Blz
OZB-verhoging van 5% betreft beperkte stijging
Vraag 54 - ONS Bernheze Hoe is bepaald dat 5% OZB-verhoging een ‘beperkte stijging’ is, en zijn er scenario’s doorgerekend met minder of geen stijging? Antwoord: In de rapportage van JE Consultancy (zie antwoord op vraag 4) is geschetst welke OZB stijging nodig zou zijn om Bernheze weer op hetzelfde niveau te brengen ten opzichte van het landelijke gemiddelde van enkele jaren geleden. Dat zou een OZB verhoging betekenen in enkele stappen van ongeveer 17%. In dit zin duiden wij de door ons voorgestelde verhoging van 5% als een beperkte stijging. In de tabel ‘recapitulatie ontwikkelingen Kadernota’ blz 6 Kadernota kunt u lezen welke meeropbrengst dit genereert. Het mag duidelijk zijn, dat een lagere stijging resulteert in een navenant lagere opbrengst. Een dergelijk besluit noopt tot politieke keuzes: wat doen we (nog meer) niet of zetten we bijv. meer reserves in. De scenario’s die we beoordeeld hebben zijn neergelegd in de ombuigingsvoorstellen, ingedeeld naar de kleuren groen, oranje en rood. Blz
Ruimte voor schommelingen
Vraag 55 - ONS Bernheze Welke posten maken de ‘ruimte voor schommelingen’ en onvoorziene investeringen concreet mogelijk? Is hiervoor een aparte stelpost of reserve aangewezen? Antwoord: Nee, dit een combinatie van inkomsten uit het gemeentefonds en extra OZB-inkomsten en ruimtevragende autonome ontwikkelingen.
18
Blz
Positieve saldi
Vraag 56 - ONS Bernheze Hoe structureel is het positieve saldo in 2026, 2028 en 2029 – betreft dit incidentele baten of structurele ombuigingen? Antwoord: De bepaling van de saldi 2026-2029 zijn een combinatie van structurele en incidentele baten en structurele en incidentele lasten. Dit bepaalt de gepresenteerde saldi. Wij zijn hierbij ook afhankelijk van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (voeding algemene uitkering) en kabinetsbesluiten over al dan niet extra geld voor gemeenten. Blz
Tekort 2027
Vraag 57 - ONS Bernheze Is het beperkte tekort in 2027 ontstaan door eenmalige lasten of uitgestelde baten? Hoe wordt dit in latere jaren gecompenseerd? Antwoord: Gezien in 2028 een overschot laat zien, is het tekort van 2027 weer gecompenseerd in 2028. Daarmee kan het tekort van € 25.000 gezien worden als een incidenteel tekort. Blz
Ramingen in de Kadernota in relatie tot onzekerheden Meicirculaire
Vraag 58 - ONS Bernheze Hoe robuust zijn de financiële ramingen in de Kadernota, gezien de onzekerheden rond de Meicirculaire 2025? Antwoord: Dit blijft altijd een onzekere factor in de begroting. In de Voorjaarsnota van het kabinet zijn voorzichtig positieve geluiden te lezen over incidenteel (2026 en 2027) beperkt extra geld voor gemeenten. Hoe zich dit lokaal vertaald zal blijken uit de Meicirculaire. Blz
Scenario’s Kadernota
Vraag 59 - ONS Bernheze Welke scenario’s zijn doorgerekend in aanloop naar de Kadernota (bijvoorbeeld zonder inzet reserves of zonder OZB-verhoging)? Antwoord: We hebben alle ingebrachte beleidsvoornemens en ombuigingsvoorstellen zorgvuldig afgewogen wat heeft geleid tot bijgaande uitkomsten. Het is aan uw raad hierin uw eigen afwegingen te maken van wat u belangrijk vindt of minder belangrijk vindt. De uitkomsten van de bespreking van de Kadernota in de gemeenteraad nemen we mee in de uitwerking van de begroting 2026-2029 die ter besluitvorming ligt in de gemeenteraad van 30 oktober 2025. Blz
Indicatoren t.b.v. beoordeling ‘evenwichtige verdeling van lusten en lasten
Vraag 60 - ONS Bernheze Wat zijn de indicatoren waarmee het college de “evenwichtige verdeling van lusten en lasten” heeft beoordeeld?
19
Antwoord: Wij kennen hier geen indicatoren voor. Uw politieke oordeel vernemen wij graag via de bespreking van de Kadernota. Blz
Risicoanalyse / stresstest
Vraag 61 - ONS Bernheze Wordt er een risicoanalyse of stresstest uitgevoerd op de begroting, met oog op mogelijke verdere rijksbezuinigingen of tegenwind. Antwoord: Nee. Blz Vraag 62 - ONS Bernheze Om hoeveel euro’s gaat bij de beoogde 5% extra verhoging? Antwoord: Zie antwoord vragen 52 en 53.
20
Bijlage 1 – Lastendruk – vraag 28 Verhouding lokale lasten met vergelijkbare gemeenten Op de website van Coelo zijn de volgende gegevens gepubliceerd voor de lokale lasten 2024 en 2025 voor woningen. De gegevens voor 2026 zijn nog niet beschikbaar. Alle gemeenten moeten hier nog over besluiten waardoor we geen.vergelijkingsgegevens beschikbaar hebben voor 2026.
2024
2025
Toelichting rangnummer: Nummer 1 heeft de laatste woonlasten en nummer 346 heeft de hoogste woonlasten.
21
Vraag: berekening lastendruk 2024, 2025 en 2026 met een waarde van € 497.135 (gemiddelde woning 2024) en met een waarde van € 508.721 (gemiddelde woning 2025) voor zowel woning (eigenaar/gebruiker) en niet-woningen (eigenaar gebruiker) Voor 2025 hebben we voor de berekening, voor een juiste vergelijking, de laatste bij ons bekende actuele waarden gebruikt, die we hebben ontvangen van de BSOB. Overzicht lastendruk 2024, 2025 en 2026
22
Gemiddelde lastendrukontwikkeling
23