CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen begroting 2026-2029

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Programmabegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-202912.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gezien de huidige krappe arbeidsmarkt, ons vergrijsde personeelsbestand en de maatschappelijke opgaven is deze uitbreiding noodzakelijk.

23

Blz. 67 Kosten Overhead Vraag 86 - VVD De kosten 2026 stijgen met meer dan € 700.000,-. Kan dit gespecificeerd worden? Hoe verhouden deze kosten zich tot vergelijkbare gemeenten? Antwoord: De stijging is hoofdzakelijk het gevolg van de uitbreiding van 3 fte flexibiliteit/inventiviteit (€ 309.000,-), incidentele implementatiekosten op het gebied van informatievoorziening (€ 150.000,-), incidentele inhuur ten behoeve van digitale toegankelijkheid van de website en het verbeteren van de systemen (€ 80.000,-), de uitbreiding van een FG-functionaris (€ 44.000,-), een lagere doorberekening van de overheadkosten aan het grondbedrijf (€ 57.000,-) en overige afwijkingen als gevolg van de uitwerking van de begroting (€ 60.000,-). We hebben geen gegevens beschikbaar van vergelijkbare gemeenten.

Programma 7: Financiën Blz. 69 Wat willen we bereiken? Verantwoord begroten, financieel gezond en stabiel Vraag 87 - ONS Bernheze 1. Welke financiële modellen en scenario-analyses zijn het meest geschikt om meerjarenbegrotingen te toetsen op robuustheid? 2. Hoe kan data-analyse helpen om financiële risico’s (bijv. grondexploitaties, sociaal domein, energietransitie) vroegtijdig te signaleren. Antwoord: Het beantwoorden van deze vraag vereist een substantiële inzet van ambtelijke capaciteit, waardoor deze vraag het karakter van een technische vraag overstijgt. Daarnaast is het niet haalbaar om op deze vraag binnen korte termijn een inhoudelijk antwoord te geven omdat voor de beantwoording van deze vraag nader onderzoek nodig is. Blz. 69 Wat willen we bereiken? Ambities en financiële middelen in balans Vraag 88 - ONS Bernheze 1. Hoe kan een financieel beslismodel helpen bij het prioriteren van beleidskeuzes? 2. Hoe kan data uit verschillende domeinen (sociaal, fysiek, economisch) worden gekoppeld om integrale afwegingen te maken? Antwoord: Het beantwoorden van deze vraag vereist een substantiële inzet van ambtelijke capaciteit, waardoor deze vraag het karakter van een technische vraag overstijgt. Daarnaast is het niet haalbaar om op deze vraag binnen korte termijn een inhoudelijk antwoord te geven omdat voor de beantwoording van deze vraag nader onderzoek nodig is. Blz. 69

Wat willen we bereiken? Lastendruk voor inwoners en ondernemers die past bij voorzieningenniveau van onze gemeente ( niet onnodig verhogen) Vraag 89 - ONS Bernheze 1. Welke indicatoren zijn geschikt om de lokale lastendruk te vergelijken met referentiegemeenten? 2. Hoe kan transparantie in lokale lasten digitaal inzichtelijk worden gemaakt voor inwoners en ondernemers (rekenmodellen, simulaties)? 3. Welke data zijn nodig om de relatie tussen voorzieningenniveau en lokale lasten meetbaar te maken?

24

Antwoord: 1. Op de website van Coelo worden jaarlijks de gemiddelde woonlasten gepubliceerd. In de begroting op pagina 86 hebben we een tabel opgenomen van de omliggende gemeenten en vergelijkbare gemeenten. 2. De variabelen om de lokale lasten voor een inwoner of ondernemer inzichtelijk te maken zijn te complex om hier nu een antwoord op te kunnen geven. 3. Deze relatie is niet objectief te bepalen. Blz. 70 Toekomstige projecten en in te stellen financiële buffer Vraag 90 - ONS Bernheze Graag een herleidbaar inzicht in hoe u aan het bedrag van € 480.000 voor 2026 bent gekomen en idem dito de doorkijk naar 1.2 miljoen in 2029. Antwoord: De uitkomsten van de meicirculaire waren positief. Daarnaast leidde de uitwerking van de begroting tot mee- en tegenvallers. Een specificatie van de mee- en tegenvallers voor de periode 2026-2029 is opgenomen op de pagina’s 154 en 169. Voor het bepalen van de hoogte van de financiële buffer hebben we het uitgangspunt gehanteerd om de financiële ruimte boven de saldi van de kadernota te reserveren als financiële buffer. Blz. 71 Betaalbaarheid Vraag 91 - CDA Hoeveel is volgens u de totale stijging in % van de OZB? Hoeveel extra investeringsruimte levert dit op in € ? Antwoord: We stellen een OZB-aanpassing voor van 9% (inflatie: 4% + aanpassing van 5%) 1% OZB-aanpassing genereert een structurele opbrengst/begrotingsruimte van afgerond € 89.000,-.

De voorgestelde 9% genereert dus een structurele opbrengst/begrotingsruimte van afgerond € 801.000,-. 4% daarvan is benodigd voor de compensatie van de inflatie van de begrotingsbudgetten. De 5% extra aanpassing genereert € 445.000,- aan begrotingsruimte. Als voorbeeld: als we rekenen met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 35 jaar geeft de 5% extra ozb-aanpassing 15,6 miljoen aan investeringsruimte. Bij een gemiddelde afschrijvingstermijn van 40 jaar € 17,8 miljoen aan investeringsruimte.

Paragraaf A: Lokale heffingen Blz. 83 OZB (Onroerende zaakbelasting) Vraag 92 - Lokaal Wat zijn de uitgangspunten voor de indexatie van de OZB in de komende begroting ten opzichte van voorgaande jaren? Antwoord: Voor de indexatie ter compensatie van de inflatie volgen we de percentages van de jaarlijkse meicirculaire.

25

Blz. 83 OZB (Onroerende zaakbelasting) Vraag 93 - Lokaal De begroting noemt een stijging van de OZB met +9%, mede door een waardestijging van onroerend goed van 10,5%. Vraag: Is de OZB-stijging van 9% een directe verhoging van het tarief, of een gevolg van de waardestijging van het vastgoed? Hoe verhoudt zich dit tot het tarief op pagina 85? Antwoord: De waardeontwikkeling van vastgoed mag niet leiden tot een opbrengstontwikkeling. We elimineren daarom eerst de waardeontwikkeling voordat wij de tariefsaanpassing toepassen. De opbrengststijging is daarmee gelijk aan de gebruikte index. De tarieven wijzigen van 0,0842% in 2025 naar 0,0831% in 2026 (1% daling), terwijl de opbrengst wijzigt van € 401,14 in 2025 naar € 437,19 in 2026 (9% stijging). Blz. 84 OZB (Onroerende zaakbelasting) Vraag 94 - VVD OZB: wat levert een verhoging van 5% (boven de index) op? voor woning en niet-woningen? Antwoord: 5% extra OZB verhoging levert de volgende structurele begrotingsruimte op: - eigenaren woningen -> € 272.000 - niet woningen -> € 173.000 Totaal € 445.000,Zie ook antwoord vraag 91. Blz. 84 OZB-tarief voor niet-woningen Vraag 95 - VVD Bernheze hanteert een relatief hoog OZB-tarief voor niet-woningen (eigenaren: 0,3211%, gebruikers: 0,2687%).

Is dit vergeleken met veel andere gemeenten in de regio en van vergelijkbare omvang? Als wij kijken wijken wij ongunstig af van vergelijkbare gemeenten?

Wat zijn de verwachte consequenties van de verhoging? Is dit meegewogen?

26

Antwoord: Elke gemeente is autonoom in het vaststellen van hun tarieven. We hebben dan ook geen vergelijking gemaakt met andere gemeenten. Om te weten te komen of de OZB in de ene gemeente hoger is dan in de andere heeft het weinig zin om de ozb-tarieven te vergelijken. Immers, lage tarieven kunnen in combinatie met een hoge grondslag (WOZ-waarden) tot een hoge belastingaanslag leiden. Eenzelfde soort object is in de ene gemeente veel duurder dan in de andere. Vanuit het standpunt van de belastingbetaler is de gemiddelde belastingaanslag een nuttiger indicator dan het tarief. De consequenties kunnen we als gemeente niet inschatten. Blz. 84 Afvalstoffenheffing Vraag 96 - Lokaal Op pagina 85 staat een stijging van 10,27% vermeld voor eigenaar-gebruiker. Er is een amendement aangenomen over Kliko’s van 140 liter. Vraag: Wat is het exacte effect van het amendement “Kliko’s 140 liter” op de afvalstoffenheffing? Wordt dit verwerkt in het tarief voor 2025 of pas later? Antwoord: Het besluit om de 240L restafvalcontainers niet collectief te vervangen heeft geen consequenties voor de begroting 2026. De start van de collectieve vervanging was gepland voor 2027 en gaat met dit amendement vervallen. Bij de tarifering voor 2027 zal dit worden verwerkt. Blz.

84/85 Rioolheffing Vraag 97 - Lokaal De stijging is opgebouwd uit: • +4% inflatiecorrectie • +2,5% voor vervangingsinvesteringen • +3,6% voor straatvegen • Totaal: +10,1% • Op pagina 85 staat echter slechts 0,0411% vermeld. Vraag: Hoe is het percentage van 0,0411% op pagina 85 berekend en waarom komt dit niet overeen met de genoemde 10,1% stijging? Is dit een ander soort tarief (bijv. promillage van WOZ-waarde)? Antwoord: Het tarief 2025 van 0,0410% (van de woz-waarde) wordt gecorrigeerd met de waarde ontwikkeling vastgoed. Waardeontwikkeling mag geen invloed hebben op de opbrengstontwikkeling. Dit is identiek aan bepaling OZB-tarief waarbij de waardeontwikkeling wordt geëlimineerd en daarna pas de index wordt toegepast. Daarnaast is rioolheffing één tarief over het gehele vastgoedpotentiaal, dus geen uitsplitsing in woning en niet-woning. Hierbij speelt de verhouding in waarde woningen en niet-woningen (10:1) ook mee. Blz. 87 Hoogte voorziening afval en riolering Vraag 98 - Lokaal De baten overstijgen de lasten bij afval en riolering. Wat is de hoogte van de voorziening Afval en Riool?

27

Antwoord: Saldi reserve afvalstoffenheffing ultimo: 2024: € 434.000 2025: € 390.000 (schatting) 2026: € 626.000 (schatting) Saldi voorziening riolering: 2024: € 5.333.000 2025: € 3.931.000 (schatting) 2026: € 1.650.000 (schatting) Saldi reserve riool: 2024: € 292.000 2025 e.v. € 292.000 De reserve muteert uitsluitend bij de jaarrekening. Blz. 85 Lastenstijging per huishouden Vraag 99 - Lokaal Kan het college een overzicht geven van de totale lastenstijging per huishouden in euro’s en percentages, uitgesplitst naar OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing? Antwoord: Eigenaar en gebruiker OZB woningen OZB niet- woningen Afvalstoffenheffing excl. incidentele teruggave 2025 Rioolheffing woning Rioolheffing niet-woning

Lastenstijging in % 8,99 11,03

Lastenstijging in € op jaarbasis 36,05 289,11

4,17

10,79

13,96 0,00

27,26 0,75

Blz. 86 Overzicht gemiddelde woonlasten 2025 van omliggende en vergelijkbare gemeenten Vraag 100 - Lokaal Hoe verhoudt de ontwikkeling van de vaste lasten (absoluut en procentueel) voor inwoners zich ten opzichte van vergelijkbare gemeenten? Antwoord: Op pagina 86 hebben we een overzicht opgenomen van de gemiddelde woonlasten 2025 van omliggende en vergelijkbare gemeenten in absolute getallen. Deze cijfers worden jaarlijks gepresenteerd door Coelo. Procentuele cijfers zijn niet beschikbaar.

Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Blz. 99 Renovatie woonwagencentrum Bruijstenhof Vraag 101 - ONS Bernheze Wordt bij het renoveren van de Bruijstenhof, als eerst geplande in het bijzonder rekening gehouden met het creëren van ruimte voor een reële mogelijkheid van niet vergunningsvrije mantelzorgwoningen? Antwoord: Er ligt momenteel nog geen uitgewerkt plan om Bruijstenhof te renoveren..

28

Blz. 99 Ratio 132% weerstandsvermogen Vraag 102 - Lokaal Hoe wordt de ratio van 132% beoordeeld in relatie tot de toename van structurele risico’s in het sociaal domein? Antwoord: In de ratio is rekening gehouden met risico’s van de kostenontwikkeling voor het sociaal domein. Dit blijven natuurlijk inschattingen. Daarnaast is nog een reserve Transitie beschikbaar van ongeveer € 11 miljoen. Blz. 102 Vlagheide Vraag 103 - VVD De overdracht naar de provincie is uitgesteld. Zijn er mogelijkheden om de overdracht af te dwingen en/of kosten hiervan te verhalen op de provincie? Antwoord: Nee, dit is niet mogelijk.

Paragraaf E: Bedrijfsvoering Blz. 125 Tabel beleidsindicatoren Vraag 104 - Lokaal Waarom is de externe inhuur voor 2025–2026 in de begroting aanzienlijk lager opgenomen dan de realisatiecijfers van 2024 en eerdere jaren? a. Is deze aanpassing ingegeven door gewijzigde wetgeving of beleidskaders? b. Zijn er per begin 2025 concrete acties ondernomen die deze verlaging realistisch maken? Moet er een bandbreedte worden aangehouden voor de uiteindelijke realisatiecijfers over 2025–2026? Antwoord: In de begroting houden we maar beperkt rekening met de inhuur van externen. Externe inhuur wordt gedurende het jaar voornamelijk bekostigd uit bestaande personeelsbudgetten als gevolg van tijdelijke invulling van vacatures, vervanging bij ziekte, tijdelijke inhuur bij projecten. Hierdoor zijn de realisatiecijfers hoger dan in de begroting. Personele kosten Vraag 105 - VVD Hoeveel fte en totale loonkosten (incl. externe inhuur) heeft Bernheze en hoe verhoudt dit zich tot andere vergelijkbare gemeenten? Hoe verhoudt zich het aantal wethouders in Bernheze zich tot vergelijkbare gemeenten? Antwoord: In de begroting 2026 hebben we 216,82 fte opgenomen waarvan 10 fte flexibele schil. De totale geraamde loonkosten zijn € 20.340.000,-. Daarnaast houden we rekening met een bedrag van € 1.189.000,- aan kosten externe inhuur. In paragraaf E.

Bedrijfsvoering is op pagina 125 in de tabel Beleidsindicatoren de indicator Formatie per 1000 inwoners en externe inhuur opgenomen. In deze tabel zijn voor zover beschikbaar ook referentiecijfers van vergelijkbare gemeente opgenomen. In de Gemeentewet is het aantal wethouders dat een gemeente bij een bepaald aantal inwoners mag hebben, geregeld. Het maximaal aantal wethouders is afhankelijk van het aantal raadsleden.

29

GemeenteGrootte

30.001 – 35.000

Wettelijk minimum aantal wethouders

Maximum aantal wethouders

Maximum aantal voltijdse plus deeltijd wethouders

Totale tijdbestedingsnorm bij voltijdse plus deeltijd wethouders in fte’s

2

5

6

5,5

In Bernheze hebben we 4 voltijdse wethouders of terwijl 4 fte. Onderstaand een overzicht van een aantal vergelijkbare gemeenten (qua inwoneraantallen) en het aantal wethouders in 2025: Gemeente

Inwoners per 1-1-2025 (bron: CBS) Bernheze 32.606 Boxtel 34.241 Vught 32.353 St. Michielsgestel 30.176 Best 31..652 Gemert-Bakel 31.541 Oldenzaal 32.010 Epe 34.119 * niet bekend is of dit voltijdse of deeltijd wethouders zijn.

Aantal wethouders* (2025) 4 5 4 4 4 4 4 4

Paragraaf G: Grondbeleid Blz. 139/140 Actief grondbeleid (BEI) Vraag 106 - Lokaal Hoe wordt het resterend resultaat van € 4.989.000 uit grondexploitaties verdeeld over de jaren en welke risico’s zijn nog niet financieel vertaald? Antwoord: Hieronder staan de verwachte winstnemingen per jaar uiteengezet: Verwachte winstneming Jaartal (in euro’s) 2025

1.631.000

2026

700.000

2027

453.000

2028

747.000

2029

622.000

2030 >

835.000

De genoemde jaren zijn een schatting, gebaseerd op de huidige planning van de verschillende projecten. Soms gaan projecten sneller of langzamer. Daardoor kan de winstneming eerder of later komen. De financiële risico’s van de projecten in het grondbedrijf staan in paragraaf B ‘weerstandsreserve’. Het bedrag van het risico is € 3.072.845,-. U kunt dit vinden op pagina 97 van de Begroting.

30

De berekening is aangepast voor de begroting. Daardoor zijn de financiële risico’s, voor zover dat mogelijk is, meegenomen in deze begroting.

Paragraaf H: Subsidies Blz. 145 Subsidie internationale samenwerking Vraag 107 - CDA Diverse organisaties Internationale samenwerking, 47k. Wat krijgen we daarvoor? Antwoord: Uit dit beschikbare subsidiebudget worden projectsubsidies verleend. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze subsidie zijn: Projecten die voor subsidie in aanmerking komen moeten een bijdrage leveren aan: a. Activiteiten voor jeugd en/of b. Onderwijs en educatie, voorlichting en bewustwording en/of c. Duurzaamheid en een duurzaam leefmilieu en/of d. Eerlijke handel en fairtrade. 2) Het project is een initiatief uit de Bernhezer samenleving. Enkel organisaties uit de Bernhezer samenleving komen in aanmerking voor een subsidie. 3) De lokale organisaties zijn organisaties zonder winstoogmerk. De inzet van de organisaties wordt geleverd op basis van vrijwilligheid in de vorm van een stichting of vereniging. De statuten zijn vastgelegd bij de notaris en de organisatie is ingeschreven bij de Kamer van Kophandel. Tot slot heeft de lokale organisatie een bestuur. 4) Het project is tweeledig van aard. Het biedt enerzijds concrete hulp in een ontwikkelingsland én anderzijds draagt het bij aan bewustwording, voorlichting en educatie in Bernheze. 5) In het voorstel is er aandacht voor duurzaamheid van het project.

Niet alleen het realiseren van het project, maar ook onderhoud en (door)ontwikkeling krijgen aandacht in de aanvraag. Blz. 145 Subsidie internationale samenwerking Vraag 108 - VVD Alle ontvangers worden specifiek vermeld m.u.v. “diverse organisaties internationale samenwerking”. Graag ontvangen een overzicht deze organisaties met de subsidiebedragen. Antwoord: Dit betreffen geen jaarlijkse vaste subsidies aan organisaties. Er moet jaarlijks een aanvraag worden ingediend voor het betreffende subsidiejaar. Dit is de reden dat een totaal subsidiebudget is opgenomen en subsidie per organisatie. Ter informatie: de volgende organisaties hebben over 2024 een subsidie ontvangen: - Stg Bogota zonder honger - € 3.600 - Stg Samen Vooruit door Kansen den Ontwikkeling - € 3.600 - Stg Vrienden van Home of Hope St Lawrence - € 3.600 - Stg Samenwerking Bernheze-Kobylin - € 1.125 - Stg Kinderen voor Sri Lanka - € 3.600 - Stg Hands on the Future - € 3.600 - Stg Friends of Kurland - € 3.600 - Stg Sulaweesjes Yayasan Titipan Ka - € 3.600

31

- Naaimachines voor gehandicapten - € 3.600 - Stg Ubomi Obutsha Nederland - € 3.600 - Stg Sahelp - € 3.600 - Stg Medisch werk Mumbai – € 3.600 - Stg Thamsanqa.nl - € 2.700 Blz. 147 Subsidie kernnetwerken Vraag 109 - CDA Subsidie Kernnetwerken € 147.000,-. Wat doen ze daarvoor? Antwoord: Kernnetwerken zijn georganiseerde samenwerkingen van vrijwilligersorganisaties in de kernen van Bernheze (zoals Samen Heesch, Samen Sterk Heeswijk Dinther Loosbroek, Samen Nistelrode, Stichting Burenhulp Nistelrode, Zorgvoorzieningen Vorstenbosch). Ze zorgen ervoor dat inwoners elkaar kunnen ontmoeten, ondersteunen en helpen. Ze organiseren activiteiten zoals ontmoetingsmomenten, beweeggroepen, burenhulp en initiatieven tegen eenzaamheid. Ze vormen de sociale basis in de kernen en zorgen ervoor dat inwoners elkaar ondersteunen. De kernnetwerken bepalen zelf welke activiteiten het beste aansluiten bij de behoeften in hun dorp. De gemeente faciliteert en subsidieert, maar de regie ligt bij de netwerken zelf. Blz. 147 Subsidie Stichting Rechtswinkel Vraag 110 - ONS Bernheze Stichting Rechtswinkel De dienstverlening van de rechtswinkel en ONS welzijn zijn ondersteunend aan elkaar. En daarmee is de rechtswinkel een goede aanvulling in het geven van juridisch advies en ondersteuning aan inwoners in Bernheze.

In 2025 geven we een eenmalige subsidie aan Stichting Rechtswinkel Bernheze voor juridische ondersteuning aan inwoners van gemeente Bernheze. Dat jaar bekijken we of de rechtswinkel voor structurele subsidie in aanmerking komt. (Bron begroting 2025) Mogelijk volgt deze nog want het jaar is nog niet ten einde maar tot op dit moment is de raad nog niet geïnformeerd over het ‘bekijken we’ door het college van een gemotiveerde al dan niet structurele subsidie van de Rechtswinkel Bernheze. Vooruitlopend op het nog dit jaar informeren van de raad stellen we vast dat een structurele subsidie ontbreekt in de begroting 2026. Graag ontvangen we vooruitlopend op de in de vastgestelde begroting 2025 gedane toezegging inzicht in de overwegingen om te stoppen met deze subsidie dan wel herstel van de omissie een structurele subsidie in de begroting 2026 op te nemen. Antwoord: De initiatiefnemer van de Rechtswinkel Bernheze heeft op eigen initiatief de werkzaamheden beëindigd. Naar aanleiding hiervan hebben de overgebleven betrokken vrijwilligers zich tot de gemeente gewend met het verzoek om een Bernhezer Rechtswinkel te kunnen starten. In gezamenlijk overleg is afgesproken dat we het restant subsidie van 2025 verlenen aan de Bernhezer Rechtswinkel. Eind dit jaar evalueren we samen en verkennen we of de Bernhezer Rechtswinkel kan worden voortgezet.

32

Paragraaf I. Wet open overheid (Woo) Blz. 149 Wet open overheid Vraag 111 - VVD Eén van de uitgangspunten is dat er een actieve publicatieplicht geldt. Alle verzoeken dienen ook voor iedereen zichtbaar te zijn en ook de verstrekte informatie. Kunt u aangegeven in hoeverre Bernheze hieraan voldoet en waar deze zichtbaar zijn? Antwoord: Onze organisatie voldoet aan de verplichtingen uit de eerste tranche van de Wet open overheid (Woo). Dit houdt in dat wij de eerste vijf informatiecategorieën actief openbaar maken. Eén van deze categorieën betreft de Woo-verzoeken. Via de link: Informatieaanvraag Wet Open Overheid | Gemeente Bernheze is meer informatie te vinden over de Woo in Bernheze, inclusief een directe verwijzing naar de gepubliceerde Wooverzoeken. De inrichting van dit proces wordt momenteel verder geoptimaliseerd, zodat de informatie nog overzichtelijker en toegankelijker wordt aangeboden. Ons uiteindelijke doel is om toe te werken naar het ‘model Amsterdam’, waarbij elf informatiecategorieën op een uniforme en gebruiksvriendelijke manier beschikbaar zijn. Voor de volgende fasen van de Woo zijn op dit moment nog geen definitieve invoeringstermijnen vastgesteld.

Overzicht van Baten en Lasten Blz. 155 Aanvullende beleidsintensiveringen Vraag 112 - CDA Aanvullende beleidsintensiveringen, de post “digitale tool voor P&C cyclus € 75.000,-. Is dit het boekhoudprogramma dat in plaats van de “Excel”-boekhouding” komt? Antwoord: Nee, de tool die wordt aangeschaft is geen boekhoudprogramma, maar een tool die ondersteund bij het proces van verzamelen van analyses en toelichtingen vanuit de organisatie en de budgethouders. Daarnaast bevordert de tool de digitale ontsluiting en toegankelijkheid van de begroting, tussenrapportages en andere P&Cproducten voor de gemeenteraad, onze inwoners, bedrijven en overige stakeholders. De daadwerkelijke vertaling naar Excel zal blijven bestaan. Blz. 159 Overzicht mutaties in reserves met een structureel karakter 2026 Vraag 113 - CDA Graag uitleg over het onderdeel “overzicht mutaties in reserve met een structureel karakter 2026 (art 19 lid d). Hier worden reserveringen gedaan voor uitgaven die nog moeten plaatsvinden. Normaal wordt pas afgeschreven in het jaar na gereedkomen van het project.

Wat is hier de achterliggende gedachte en hoe verhoudt het zich met het jaarlijks overschot/tekort ? Antwoord: Dit is een verplichte tabel op basis van het Besluit begroting en verantwoording De in het overzicht opgenomen afschrijvingslasten met een dekking uit een bestemmingsreserve zijn allen investeringen waar begrotingstechnisch inmiddels op wordt afgeschreven. Omdat dekking van de afschrijvingslasten plaats vindt uit een gevormde bestemmingsreserve hebben deze afschrijvingen geen invloed op het begrotingssaldo.

33

Blz. 160 Overzicht mutaties in reserves met een structureel karakter 2026 Vraag 114 - CDA Aflossing geldlening de Stuik € 5.780,-. Is dit het bedrag wat anders via OZB in rekening zou worden gebracht? Antwoord: Nee. In het verleden is een geldlening verstrekt aan de Stuik waarvoor een jaarlijkse aflossing door de Stuik moet plaatsvinden. Met het verstrekken van de lening is destijds besloten dat de Stuik voor de jaarlijkse aflossing een vergoeding ontvangt.

Meerjarenraming 2027-2029 Blz. 173 Overzicht mutaties in reserves met een structureel karakter 2027, 2028 en 2029 Vraag 115 - CDA Toevoeging aan reserve afvalstoffenheffing , jaarlijks structureel € 275.519,-, € 284.111,-, € 291.912,- Waarvoor wordt dit gereserveerd? Antwoord: De kosten en opbrengsten voor afval zijn een gesloten circuit. Of terwijl overschotten en tekorten worden respectievelijk ten gunste of ten laste van de reserve afvalstoffenheffing gebracht. Deze reserve heeft dus een egaliserende functie. De reserve kan worden ingezet voor dekking van toekomstige investeringen op het gebied van afval. Blz. 173 Mutaties ter dekking van de kapitaallasten van investeringen: afschrijvingslasten kunstgras VV HVCH en Prinses Irene Vraag 116 - CDA Staat onder het kopje “economisch nut”. Waarom niet onder het kopje “Maatschappelijk nut”? Antwoord: De definitie van investeringen met een economisch nut is: investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties, automatisering. Een investering in een kunstgrasveld genereert opbrengsten (huur). Daarnaast zou een sportpark door een derden kunnen worden geëxploiteerd.

Algemene vragen Lokale aanbesteding Vraag 117 - CDA Hoeveel wordt er lokaal aanbesteed? We willen graag een overzicht van opdrachten / inkopen inclusief bedragen van wat de gemeente lokaal aanbesteed. Antwoord: De gemeente heeft deze gegevens niet beschikbaar. In 2023 is naar aanleiding van de motie “Lokaal inkopen en aanbesteden in Bernheze” aan de raad aangegeven dat het college ervoor heeft gekozen om het gegevensbestand niet op het in de vraag opgenomen detailniveau vast te leggen. De voornaamste reden hiervoor is dat dit arbeidsintensief is. De informatievoorziening naar lokale ondernemers is geïntensiveerd. Er heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden en de SOB en gemeenten zijn periodiek met elkaar in gesprek waarbij met enige regelmaat inkoop- en aanbesteden op de agenda staat. In de laatste terugkoppeling zijn over het jaar 2024 de volgende gegevens gerapporteerd: In 2024 zijn 25 aanbestedingen uitgevoerd, waarvan 1 een gezamenlijke aanbesteding was. 96% van de opdrachten gunden we aan het MKB. circa 40% aan lokale ondernemers, 40%

34

aan regionale ondernemers en 20% aan boven regionale aannemers. Het inkoopbeleid gaat uit van een zo groot mogelijke participatiegraad van lokale ondernemers. Of zij uiteindelijk de opdracht gegund krijgen is mede afhankelijk van het aanbod dat wordt ingediend. Qua participatiegraad kunnen de volgende cijfers worden gerapporteerd over de aanbestedingen die vorig jaar door de inkoopadviseurs zijn begeleid. In 46% van de aanbestedingen hebben lokale partijen ingeschreven* In 68% van de aanbestedingen hebben regionale partijen geparticipeerd In 25% van de aanbestedingen schreven ook bovenregionale partijen in. *Afgelopen jaar zijn er ondanks uitnodiging om in te schrijven ook lokale partijen afgehaakt. Om hierover inhoudelijk antwoord te geven, moet de nodige/substantiële ambtelijke capaciteit ingezet worden hetgeen het karakter van een technische vraag te buiten gaat. Het gaat namelijk niet alleen over aanbestedingen maar heeft ook betrekking op reguliere uitgaven (denk bijv. aan onderhoud auto’s, onderhoud gebouwen, lunches, cadeaubonnen koop lokaal etc., welke we zoveel mogelijk door lokale ondernemers laten uitvoeren). Er zou een volledige analyse van de crediteurenadministratie moeten plaatsvinden. Deze vraag is dus niet binnen afzienbare termijn te beantwoorden.

Septembercirculaire 2025 Vraag 118 - VVD Is al iets te zeggen over de inhoud/consequenties van de septembercirculaire? Antwoord: Over de uitkomsten van de Septembercirculaire wordt u voor de raadsvergadering van 30 oktober geïnformeerd.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=7fb288ca-e812-4dee-a4b0-be3f41a07cd1