Beantwoording technische vraag CDA over raadsvoorstel bezwaar tegen voorkeursrecht Koffiestraat-Hommelsedijk
Tekst van het document
Bij commissie R&L van 24-6, agendapunt 11, verslag voorkeursrecht, wordt in de 2 laatste alinea melding gemaakt dat Dhr. Mr Derks dit nog zal uitzoeken! Ik kan niet lezen dat dit is gebeurd, en het besluit van vestiging van het voorkeursrecht op goede gronden is genomen. Kan u dit alsnog verifiëren? Met de verwijzing naar de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) wordt bedoeld dat het besluit tot vestiging van het voorkeursrecht kenbaar moet worden gemaakt via inschrijving in de openbare registers (het Kadaster). De Wkpb regelt namelijk dat bepaalde publiekrechtelijke beperkingen op onroerende zaken – zoals voorkeursrechten – zichtbaar moeten zijn voor derden, bijvoorbeeld bij eigendomsoverdracht. Hoewel de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) per 1 januari 2024 is vervallen, is het voorkeursrecht als instrument overgenomen in de Omgevingswet. De verplichting tot inschrijving in het Kadaster is nu gereld in artikel 16.82a lid 1 Omgevingswet. De Wkpb biedt dus nog steeds het juridisch kader voor de kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen, maar de inhoud van die beperkingen komen voort uit de Omgevingswet. De verwijzing naar de Wkpb in het raadsvoorstel is dus alleen relevant voor de kenbaarheid van het besluit/het voorkeursrecht via het Kadaster.
Maar in het raadsvoorstel is ook opgenomen dat het besluit van de raad bekend moet worden gemaakt op grond van de gestelde eisen in de Omgevingswet, de Algemene wet bestuursrecht, de Bekendmakingswet én de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen. Er zijn dus meerdere wetten/eisen die op de vestiging van het voorkeursrecht van toepassing zijn, waaronder de Wkpb. Vandaar dat naar die wet is verwezen in het raadsvoorstel.