Beantwoording aanvullende vragen ONS Bernheze over de kadernota_ commissie RL 27 mei 2025
Tekst van het document
Aanvullende vragen ONS Bernheze Kadernota 2026-2029 Een aantal van uw opmerkingen beschouwen we als opmerkingen / beschouwingen op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Vraag 37 – Rijkskortingen vanaf 2026 “Dank voor de onderbouwing. We zien dat de korting van € 1,6 miljoen neerkomt op bijna 3% van de totale algemene uitkering. Dat is fors. Kunt u aangeven of er richting 2027 en verder nog aanvullende rijkskortingen worden verwacht – en zo ja, in welke orde van grootte? Daarnaast: is al onderzocht welke gemeentelijke taken het zwaarst geraakt worden als deze structurele korting doorzet?” Reactie: Nee, dat kunnen we niet aangeven. De Voorjaarsnota van het Rijk wordt verwerkt in de Meicirculaire. Eventuele toevoegingen of kortingen aan het gemeentefonds zullen pas blijken bij de Septembercirculaire. Na mei zijn we dus afhankelijk van het kabinetsbeleid. De val van het kabinet maakt dit extra complex. Kortingen op de algemene uitkering zijn niet terug te herleiden na specifieke lokale taken. De gemeente kan zelf een keuze maken op welke taken zij ombuigingen wil doorvoeren. Vraag 38 – Opgevangen met buffer stelpost accres “Het is goed dat deze stelpost beschikbaar is en tijdelijk verlichting biedt. Maar dit is uiteraard een eenmalige oplossing.
Kunt u aangeven wat de risico’s zijn als prijs- en loonontwikkelingen hoger uitvallen dan nu geraamd? En hoe robuust is onze meerjarenbegroting vanaf 2027, als deze buffer is opgebruikt?” Reactie: De kennis van nu hebben we verwerkt in de Kadernota. Normaliter worden we (gedeeltelijk) gecompenseerd voor aanpassingen van lonen en prijzen op basis van de wijziging Prijs Bruto binnenlands product (pBBP). In de Kadernota is rekening gehouden met de volledige inzet van de stelpost accres. De gevolgen van de Meicirculaire zijn we nog aan het doorrekenen en gaan wij verwerken in de (meerjaren)begroting op basis van geactualiseerde prijs- en loonontwikkelingen. Dan gaat het zowel over de compensatie voor de stijgingen maar ook voor de kosten die dan idem dito gaan stijgen. “We zien dat de buffer weliswaar het ravijnjaar opvangt, maar tegelijk interne druk verhoogt op andere posten. De afweging om dit zo te doen komt dus met risico’s. Kunt u toelichten waarom niet is gekozen voor een bredere inzet van bijvoorbeeld incidentele middelen of herprioritering van investeringen?” Reactie: We beschouwen dit als een vraag voor het debat bij de Kadernota op 12 juni waarbij politieke partijen dit aan het college kunnen meegeven als opmaat richting begroting met voorstellen.
1
Vraag 39 – Begrotingsscan en ombuigingen “We nemen kennis van de verwijzing naar de commissie Maatschappij en Bestuur en naar de Kadernota. Voor de volledigheid: zou het college deze documenten (of samenvatting ervan) ook openbaar en begrijpelijk kunnen ontsluiten voor inwoners, zodat zij inzicht krijgen in de keuzes die nu op tafel liggen?” Reactie: We zullen het rapportage Ombuigingen bijvoegen aan de beantwoording van uw vragen zodat het rapportage ook voor onze inwoners inzichtelijk wordt. Op 4 februari 2025 is deze rapportage overigens al in haar openbaarheid in de commissie Maatschappij en Bestuur besproken en hebben onze inwoners daar ook al kennis van kunnen nemen. We willen graag benadrukken dat het parkeren van ombuigingsopties geen afstel mag betekenen van fundamentele keuzes. Is het college bereid om op korte termijn een routekaart te presenteren met daarin de mogelijke momenten waarop deze ‘parkeeropties’ alsnog in overweging worden genomen?” Reactie: Dit is onderdeel van de Planning & controlcyclus (Kadernota 2027-2030). Daarnaast heeft de gemeenteraad nu al de mogelijkheid om iets van deze “parkeeropties” te vinden en te herprioriteren op 12 juni. Vraag 44 – Saldi met en zonder inzet van reserves De Kadernota toont duidelijk dat we jaarlijks € 270.000 uit de algemene reserve inzetten om tekorten te voorkomen.
Dit geeft ons de komende jaren een stabiel beeld, met kleine overschotten. Zonder deze inzet zien we al snel tekorten ontstaan, met name in 2027. Als raad vinden wij het belangrijk om dit scherp te blijven volgen. Want hoewel dit tijdelijk lucht geeft, is dit geen structurele oplossing. Spaargeld kun je maar één keer uitgeven. De vraag die dan ook voorligt is: hoe structureel gezond is onze begroting zónder die reserve-inzet? En hoe wendbaar zijn we nog als tegenvallers zich voordoen? Reactie: We laten dit graag aan uw oordeel over op basis van de nu voorliggende Kadernota. Daarnaast hebben we nog een ruim weerstandsvermogen waarmee we eventuele tegenvallers kunnen opvangen, die nu nog niet in beeld zijn. We blijven onze reservepositie voortdurend monitoren. Vraag 45 – Ombuigingsvoorstellen In hoofdstuk 4 van de Kadernota zijn ombuigingen voorgesteld waarvan het college stelt dat ze het voorzieningenniveau nauwelijks raken. Positief is dat het college de zorgen uit de commissie Maatschappij en Bestuur serieus heeft genomen, en dat voorstellen met een te grote maatschappelijke impact zijn vermeden of geparkeerd. Tegelijk wijzen we erop dat maatregelen zoals de verhoging van de OZB wel degelijk maatschappelijke impact hebben, ook al lijken ze noodzakelijk te zijn.
We vragen het college daarom bij de verdere uitwerking expliciet te blijven monitoren wat de effecten zijn voor kwetsbare inwoners en lokale verenigingen. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni.. 2
Vraag 46 – Verlenging afschrijvingstermijnen De verlenging van afschrijvingstermijnen lijkt op het eerste gezicht een technisch verantwoorde maatregel, mits de gebruiksduur van de investering dit toelaat. Maar het is ook een maatregel die risico’s kent: als je afschrijving uitstelt op investeringen die in de praktijk eerder vervangen moeten worden, schuif je kosten vooruit en vergroot je latere druk op de begroting. Wij vragen daarom expliciet om bij elke investering die onder een langere afschrijving valt, de technische levensduur goed te onderbouwen, en de raad daar transparant over te informeren. Het is van belang dat we in onze communicatie richting inwoners helder zijn. Deze keuzes gaan uiteindelijk over hun leefomgeving, voorzieningen, en lasten. We moeten daarom blijven zoeken naar de juiste balans tussen gezonde overheidsfinanciën en het beschermen van de kwaliteit van onze gemeenschap. Reactie: De uitgangspunten voor afschrijvingen liggen vast in de door uw raad vastgestelde Financiële verordening. De voorgestelde aanpassing van de verlenging van de afschrijvingstermijnen zullen we verwerken in de eerst volgende aanpassing van deze verordening met een onderbouwing waarom verlenging mogelijk is. Natuurlijk blijven we altijd kritisch op de gehanteerde afschrijvingstermijn vanuit goed financieel beleid.
Vraag 49 – Beleidsvoornemens We nemen kennis van het feit dat er geen beleidsvoornemens zijn uitgesteld die al waren opgenomen in de vorige meerjarenbegroting (2025-2028). Tegelijk zijn nieuwe ambities die na die tijd zijn ontstaan, nu “geparkeerd”. Dit roept bij ons de vraag op: - Wat betekent parkeren in de praktijk? - Wordt er nog aan voorbereiding gewerkt, of worden deze ambities stilgelegd tot nader order? We vragen het college hier duidelijkheid over te geven. - Ook zouden wij graag zien dat de raad de ruimte krijgt om mee te denken bij het herprioriteren van beleidswensen, zeker als het om maatschappelijke impact gaat. Reactie: Parkeren betekent dat we aan de investering of intensivering van de investering nog geen invulling gegeven in 2026. Beslissing hierover vindt op zijn vroegst plaats bij de eerst volgende Kadernota 2027-2030. De ruimte om mee te denken hebt u uiteraard bij het debat op de Kadernota op 12 juni. Vraag 50 – Prioritering van ambities We begrijpen dat wettelijke taken en instandhouding van bestaande voorzieningen zwaarder wegen dan nieuwe ambities. Dat is logisch. Maar het college noemt daarnaast “bestuurlijk inschattingsvermogen” als afwegingskader. Dat is een begrip dat voor interpretatie vatbaar is. Wij willen daarom benadrukken dat de raad hier een toetsende en kaderstellende rol in heeft.
Wij roepen het college op om dit soort keuzes niet alleen bestuurlijk te wegen, maar expliciet met de raad te delen en onderbouwd voor te leggen – zeker bij grote uitgaven of uitstel van beleidsdoelen die ook bij inwoners verwachtingen hebben gewekt.
3
Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Vraag 51 – Toekomstige projecten Het antwoord dat de financiële consequenties van belangrijke projecten zoals het sportpark Heeswijk-Dinther of de rondweg nog niet zijn meegenomen in de Kadernota, baart ons zorgen. Deze projecten zijn wél in voorbereiding of al toegezegd – dat schept verplichtingen en verwachtingen. Tegelijk lezen we dat er enige ruimte is gelaten in het meerjarig saldo voor toekomstige ontwikkelingen. Wij vragen het college daarom: Kunt u per project aangeven hoe en wanneer u de dekking gaat onderbouwen? En hoe voorkomen we dat we straks investeringsbesluiten moeten nemen zonder dat de financiële kaders helder zijn? We begrijpen dat keuzes nodig zijn in financieel krappe tijden. Maar keuzes moeten ook transparant zijn, uitlegbaar voor inwoners, en gedragen worden door deze raad. We vragen het college om bij het vervolgtraject – richting begroting 2026 – met heldere prioriteringscriteria te komen en de raad daar tijdig in mee te nemen. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Overigens zijn wij wel aan het kijken naar een soort van financieel strategisch plan waarin deze grote projecten terugkomen en die een langere adem hebben.
In de begroting later dit jaar proberen wij daar al een eerste vertaling in te doen. Vraag 52 – OZB-verhoging: opbrengst en achtergrond De voorgestelde 5% OZB-verhoging levert structureel € 275.000 op. We begrijpen dat het college hiermee een bijdrage wil leveren aan het sluiten van de meerjarenbegroting, mede gezien de dalende inkomsten uit het gemeentefonds. Laten we niet vergeten dat dit wel betekent dat inwoners en ondernemers opnieuw extra bijdragen, bovenop de reguliere inflatiecorrectie. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en goede onderbouwing. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Vraag 53 – Gevolgen voor huishoudens en bedrijven In de Kadernota (hoofdstuk 6) is toegelicht wat de verhoging betekent voor verschillende groepen. Maar het blijft belangrijk dat we hier duidelijk communiceren richting inwoners. Wat betekent die 5% concreet voor een doorsnee woningbezitter? Wat merkt een huurder? En wat betekent dit voor ondernemers in niet-woningen? Wij vragen het college om deze effecten ook buiten de begroting helder te communiceren, bijvoorbeeld in de toelichting op de belastingaanslagen en op de gemeentelijke website. Transparantie voorkomt onbegrip. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota.
We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Daarnaast gaan wij dat, net zoals ieder 4
jaar, helder communiceren middels een begroting in 1 oogopslag die wij publiceren en heldere taal bij de OZB aanslagen in samenwerking met de belastingsamenwerking Oost Brabant, waar burgers en bedrijven overigens ook met hun vragen terecht kunnen. Vraag 54 – Waarom ‘beperkte stijging’? Het college stelt dat 5% een ‘beperkte stijging’ is, omdat een verhoging met 17% nodig zou zijn om Bernheze richting het landelijke gemiddelde te brengen. Dat is een begrijpelijk kader, maar wij willen benadrukken: Inwoners kijken niet naar het landelijke gemiddelde, maar naar hun eigen portemonnee. Daarnaast vragen wij: zijn alternatieven voldoende verkend? Bijvoorbeeld een lagere stijging in combinatie met iets meer inzet van reserves of het gefaseerd doorvoeren van beleidsvoornemens? Wij roepen het college op om, voorafgaand aan de begroting 2026, transparant de scenario’s in beeld te brengen, met varianten voor lagere OZB en hun gevolgen. Zo kunnen we als raad een meer evenwichtige afweging maken. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Vraag 55 – Ruimte voor schommelingen De “ruimte voor schommelingen” en onvoorziene investeringen is niet ondergebracht in een aparte reserve, maar hangt samen met inkomsten uit het gemeentefonds én de extra OZB-opbrengsten. Dat maakt dit des te gevoeliger.
Een belastingverhoging mag niet dienen als een ongerichte buffer. Wij vragen het college daarom om deze ruimte inzichtelijker te maken: waar is die ruimte voor bedoeld, wat is een reëel gebruik, en hoe wordt voorkomen dat het als ‘sluipruimte’ fungeert? De OZB is een direct merkbare belasting voor inwoners en bedrijven. Dat maakt dit geen technische keuze is, maar een politieke. Wij vragen het college om bij het opstellen van de begroting 2026 de raad echt in positie te brengen met concrete scenario’s, duidelijke alternatieven en onderbouwde afwegingen. Zodat we samen kunnen bepalen wat rechtvaardig en verantwoord is. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni want dit is inderdaad een politieke keuze waar de gemeenteraad uiteindelijk over gaat. Vraag 56 en 57 – Saldi en het tekort in 2027 We constateren dat de positieve saldi in 2026, 2028 en 2029 deels structureel, deels incidenteel zijn. Dat is op zich begrijpelijk, maar het maakt het wel moeilijker om een structureel financieel beeld te beoordelen. Het tekort in 2027 is met € 25.000 relatief klein en wordt in 2028 gecompenseerd. Toch willen wij waken voor een al te technische benadering van ‘kleine tekorten’. Als je veel kleine tekorten accepteert, heb je alsnog een groot structureel probleem op termijn.
Wij vragen het college alert te blijven op structurele sluitendheid, ook bij “bescheiden” tekorten.
5
Reactie: Dat gaan we zeker doen, maar ook de gemeenteraad moet daar iets van vinden. Vraag 58 – Onzekerheid Meicirculaire We lezen dat er “voorzichtig positieve geluiden” zijn over de Meicirculaire. Tegelijk erkent het college terecht dat dit een onzekere factor blijft. Het blijft voor onze fractie onduidelijk in hoeverre de uitkomsten van de Kadernota zijn gebaseerd op aannames die later weer kunnen vervallen. Wij vragen het college om bij de begroting in oktober expliciet aan te geven welke posten nog afhankelijk zijn van Rijksbijdragen, en hoe we hier als gemeente op anticiperen als het Rijk niet levert wat nu voorzichtig wordt gehoopt. Reactie: Zoals gebruikelijk zullen wij u informeren via een notitie ter informatie over de uitkomsten van de Meicirculaire . Deze uitkomsten verwerken we in de begroting 20262029. Voor de behandeling van de begroting 2026-2029 in het najaar ontvangt u nog de uitkomsten van de Septembercirculaire 2025. De Septembercirculaire komt op een te laat moment om deze te verwerken in de begroting. De uitkomsten van de meicirculaire ontvangt u overigens deze maand nog. Vraag 59 – Scenario’s Kadernota Er wordt gesteld dat “alle beleidsvoornemens en ombuigingen zorgvuldig zijn afgewogen”. Dat waarderen wij.
Tegelijk missen we heldere scenario’s zoals: • Wat gebeurt er zonder OZB-verhoging? • Wat gebeurt er bij minder inzet van reserves? • Wat betekent het voor onze ambities als het Rijk minder bijdraagt? We willen als raad niet alleen de uitkomst, maar ook het afwegingskader zien. Daarom vragen wij het college om bij de begroting 2026 ten minste twee alternatieve scenario’s naast het voorstel uit te werken. Zo kunnen we beter ons kaderstellend werk doen. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Daarbij kunt u aangeven aan welke 2 scenario’s u zelf denkt en verder uitgewerkt wil zien. Vraag 60 – Evenwichtige verdeling van lusten en lasten Wij zien nergens concrete indicatoren waarmee het college dit evenwicht heeft beoordeeld. Dat is voor ons problematisch. Want wat is “evenwichtig”? Is dat: • Evenwicht tussen jong en oud? • Tussen woningbezitters en huurders? • Tussen investeringen in stenen en in mensen? Zonder concrete toetsingscriteria blijft het begrip wenselijk maar leeg. Wij verzoeken het college om bij toekomstige begrotingsstukken expliciet te maken welke groepen geraakt worden, en hoe dat zich verhoudt tot gemeentelijke lasten en voorzieningen. Als raad willen we niet alleen cijfers goedkeuren, maar ook beleid sturen.
Daarvoor hebben we transparante scenario’s, duidelijke indicatoren en een realistisch beeld van
6
risico’s nodig. Wij vragen het college om ons daar de juiste handvatten voor te bieden bij de uitwerking richting begroting 2026. Reactie: We zijn van mening dat we uw raad transparant voorzien van informatie bij deze kadernota en straks in de begroting. U heeft het over welke groeperingen “geraakt” worden maar wat wij missen dat wij juist heel veel dingen willen doen die juist ten goede komen voor onze inwoners en bedrijven. Verder beschouwen we dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Vraag 60 – Geen indicatoren voor verdeling lusten en lasten Het college geeft aan geen indicatoren te hanteren voor de beoordeling van een evenwichtige verdeling van lusten en lasten. Dat vinden wij opmerkelijk. Juist in financieel krappe tijden is het belangrijk om expliciet te maken wie geraakt wordt door keuzes, en of dat maatschappelijk te verantwoorden is. Wij roepen het college op om dit alsnog te concretiseren bij de uitwerking van de begroting – met bijvoorbeeld sociale, leeftijds- en inkomenscategorieën. Reactie: Dit is een ondoenlijke opdracht die wij niet gaan uitvoeren. Vraag 61 – Geen stresstest of risicoanalyse Op de vraag of er een stresstest is uitgevoerd bij tegenvallers of rijksbezuinigingen, is het antwoord simpelweg: nee. Dat baart ons zorgen.
We staan voor structurele onzekerheden vanuit het Rijk, en het lijkt ons prudent om hier wel degelijk scenario’s en risico’s op door te rekenen. Wij vragen het college alsnog een beknopte risicoanalyse op hoofdlijnen toe te voegen bij de begroting 2026. Dat hoort bij verantwoord financieel beleid. Reactie: In de begroting en jaarrekening is standaard de paragraaf Weerstandsvermogen risicobeheersing opgenomen waarin we voortdurende de risico’s inventariseren en de impact daarvan op ons weerstandsvermogen schetsen. Dus wat dat betreft wordt aan uw wens voldaan. Vraag 62 – Overzicht OZB-opbrengst Tot slot: wat betreft de 5% OZB-verhoging is inmiddels duidelijk dat dit structureel € 275.000 oplevert. Die informatie is nu helder. Onze fractie pleit voor meer transparantie, betere voorbereiding op onzekerheden, en vooral: heldere afwegingskaders voor eerlijke verdeling. We hopen dat het college deze punten helder maakt. Vooralsnog keuren wij de 5% OZB verhoging niet goed. Ik elk geval zal een en ander meegenomen moeten worden richting de begroting in het najaar. Reactie: We beschouwen dit als een opmerking / beschouwing op de Kadernota. We gaan er vanuit dat u die inbrengt in het debat op 12 juni. Tot slot: Een opmerking op uw antwoord op vraag 36 (CDA) aangaande de methode van bestrijding van de Japanse duizenknoop. De heetwater methode. 7
Ik wil uw aandacht vestigen op de methode die al enkele jaren vanuit het europees project LIFE Resilias wordt toegepast. https://www.resilias.eu/ LIFE subsidie is een belangrijk Europees subsidieprogramma voor de ontwikkeling en uitvoering van het Europese natuur- en milieubeleid. Wellicht is deze methode toepasbaar voor grotere gebieden zoals: De Maashorst, Het beekdal van de Aa. Alle soorten organisaties kunnen deze subsidie aanvragen. Bedrijven, overheden, kennisinstellingen en NGO’s. Voor de programmaperiode 2021-2027 heeft Europa € 5,43 miljard beschikbaar gesteld voor projecten die de leefomgeving verbeteren. De oproepen zijn op 24 april 2025 gepubliceerd en opengesteld. Deadline voor aanvragen (Standard Action Projects (SAPs)) is op 23 september 2025. Dat methode is een ecosysteemaanpak, en is een effectieve methode om Japanse duizendknoop te bestrijden. In plaats van de plant zelf te verwijderen, richt deze aanpak zich op het versterken van het ecosysteem zodat de inheemse soorten de Japanse duizendknoop kunnen verdringen.
Zie ook: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=32634 Onderzoek naar de werking en de effecten van deze methode heeft uitgewezen dat deze methode zeer effectief is Ik wil de gemeente verzoeken te onderzoeken of deze methode effectiever en rendabeler is dan de huidige al jarenlang toegepaste kostbare, minder effectieve methodes, zoals de door u toegepaste heet water methode. Reactie: We zullen deze informatie delen met onze organisatie.
8