CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

APV 2025 (Nieuw)

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2025 *16.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. 6. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van 10 jaar. 7. Na afloop van de 10 jaar vindt een herbeoordeling plaats, waarbij wordt gekeken of de vergunning kan worden verlengd. 8. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op thuissekswerk, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften en beperkingen: a. maximaal twee ter plaatse ingeschreven bewoners mogen sekswerk in de woning verrichten; b. de sekswerker staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het woonadres waar het sekswerk plaatsvindt; c. De sekswerker is verplicht als zelfstandig ondernemer te zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op het woonadres waar het sekswerk wordt verricht; d. afdracht van verdiensten uit thuissekswerk aan een derde is niet toegestaan; e. er is geen sprake van bemiddeling door derden, met uitzondering van advertentiesites waar de sekswerker zelf adverteert; f.

Het is verboden sekswerk te verrichten indien dit leidt tot aantasting van het woon- en leefklimaat, verstoring van de openbare orde of strijd met de geldende omgevingsplan; g. de sekswerker ontvangt tussen 01.00 uur 's nachts en 06.00 uur 's ochtends geen klanten in de woning. 9. Het college kan met het oog op de belangen bepaald in artikel 1:7 en artikel 3:9, tweede lid, van deze verordening nadere regels stellen over de voorschriften en beperkingen ten aanzien van thuissekswerk.

21

Artikel 3.5 Beperken aantal vergunningen 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksbedrijven waarvoor een vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor bepaalde soorten seksbedrijven. 2. Voor het uitoefenen van raam- en straatsekswerk wordt geen vergunning verleend. Artikel 3.6 Aanvraag 1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; d. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; e. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; f. de persoonsgegevens van de beheerder(s); g. een kopie van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de beheerder(s); h. arbeidscontracten afgesloten met alle beheerders; i. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; j.

indien van toepassing: het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; k. een document waaruit blijkt wat de juridische relatie is van de exploitant met het pand, bijvoorbeeld een huurovereenkomst, eigendomsbewijs of pachtovereenkomst; l. indien van toepassing: een plattegrond van het seksbedrijf en de seksinrichting met een schaal van 1:100 met daarop duidelijk aangegeven de inrichting en de bestemming van de werkruimten; m. indien van toepassing: een situatietekening van de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting met een schaal van tenminste 1:1000; n. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant en/of de beheerder(s) een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant of beheerder(s) verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; o. het bedrijfsplan. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 3.7 Bedrijfsplan 1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. Op het gebied van hygiëne; b. Ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers; c. Ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. Ter voorkoming van strafbare feiten. 2.

De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, waarborgen dat: a. De hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. Inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor de sekswerkers; 22

c. In de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met CE-markering en glijmiddel voor gebruik beschikbaar zijn; d. In de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is en duidelijk is welke maatregelen worden genomen indien dit alarm afgaat; e. De sekswerkers zich op zelf besloten tijden regelmatig laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van dergelijk onderzoek; f. De sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. De sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken; h. De sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dit gevolgen heeft voor andere werkzaamheden; i. De sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dit gevolgen heeft voor de werkzaamheden; j. Aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. De exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker(s) voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker(s) voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan; l.

De exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt; m. De exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker(s) niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat de exploitant in dit kader informatie van hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelt; n. De exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerker(s) informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met sekswerk; o. De overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een de sekswerker begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6.

In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder het Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol en drugs te gebruiken. Artikel 3.8 Gedragseisen exploitant en beheerder(s) 1. De exploitant en beheerder: a. Staan niet onder curatelen en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij; b. Zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. Hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en beheerder niet: a. Met toepassing op artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. Binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan 23

wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c. Binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: - Bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; - De artikelen 137c t/m 137g, 140, 197 a t/m c, 240b, 242 t/m 249, 252, 273f, 300 t/m 303, 416, 417, 417 bis, 420bis t/m 420quinquies, 426, 429quater en 430b van het Wetboek van Strafrecht; - Artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; - De artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - De artikelen 2 en 3 van de Wet op de Weerkorpsen; - De artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf. b.

betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. Bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. Bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant of beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning) is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de exploitant ter zake geen verwijt treft. Artikel 3.9 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, wordt geweigerd indien: a. De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) – of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.8 (gedragseisen exploitant en beheerder(s)) gestelde eisen; b. De vestiging of exploitatie van een seksbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan; c.

Er aanwijzingen zijn dat voor het seksbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld (zullen) zijn die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel; d. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften; f. Als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.7 (bedrijfsplan), eerste en tweede lid; g. Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.18 (aanwezigheid beheerder), eerste en tweede lid, gestelde verplichtingen zal naleven;

24

h. Een maximum zoals bedoeld in artikel 3.5 (beperken aantal vergunning) is vastgesteld en dit maximum is bereikt; i. Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend; j. Als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.6, tweede lid (aanvraag) gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; k. De vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamsekswerkbedrijf. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.4 (vergunning), eerste lid, kan worden geweigerd: a. In het belang van de openbare orde; b. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c. In het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat; d. In het belang van de veiligheid van personen of goederen; e. In het belang van de verkeersvrijheid of –veiligheid; f. In het belang van de gezondheid of zedelijkheid; g. In het belang van de arbeidsomstandigheden van de sekswerker(s); h. Indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.22 (nadere regels). Artikel 3.10 Eisen met betrekking tot vergunning 1.

De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder(s); c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; f. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in het seksbedrijf waarvoor de vergunning mede is verleend. Artikel 3.11 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. De verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. De vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. Is gehandeld in strijd met de artikelen 3.7 (bedrijfsplan), 3.14 (sluitingstijden), 3.17 (eisen sekswerker) en 3.18 (aanwezigheid beheerder); d.

Zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. Zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.9 (weigeringsgronden); f. De vergunninghouder dat verzoekt; g. De uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan; 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. Is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

25

b. In verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereisten is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. Een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. Is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. Er is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregel; f. Zich binnen het seksbedrijf of de seksinrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten; g. De exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. Er binnen het seksbedrijf of de seksinrichting personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk veroordeeld zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. Gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3.12 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:10, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Artikel 3.13 Verlenging vergunning 1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3.4 (vergunning), 3.5 (beperking aantal vergunningen), 3.6 (aanvraag), 3.7 (bedrijfsplan) derde lid, 3.8 (gedragseisen) 3.9 (weigeringsgronden) en 3.10 (eisen met betrekking tot de vergunning) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden. 2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten. Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Artikel 3.14 Sluitingstijden, aanwezigheid, toegang 1.

Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 03.00 en 06.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers en klanten van een seksbedrijf verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat het seksbedrijf gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksbedrijf. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de bij of krachtens de Omgevingswet of de Wet milieubeheer gestelde sluitingstijden van toepassing zijn. Artikel 3.15 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 3.9 (weigeringsgronden), tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan: a. Tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.15 (sluitingstijden) geldende sluitingsuren vaststellen; 26

b. Van een afzonderlijk seksbedrijf (tijdelijk) de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig lid 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3.16 Adverteren Het is verboden in advertenties voor het seksbedrijf: 1. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, het vergunningsnummer en de bedrijfsnaam, zoals bedoeld in artikel 3.10 (eisen met betrekking tot de vergunning); 2. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en 2. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Artikel 3.17 Eisen sekswerker(s) Het is een exploitant verboden een sekswerker voor of bij zich te laten werken die: a. Nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt; b. In Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 3.18 Aanwezigheid van en toezicht door beheerder 1. Het is verboden een seksbedrijf voor bezoekers en klanten geopend te hebben, zonder dat tenminste één van de ingevolge artikel 3.4 (vergunningsplicht) op de vergunning vermelde beheerders in het seksbedrijf aanwezig is. 2.

De beheerder(s) zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in het seksbedrijf: a. Geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal), en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; b. Geen sekswerk wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Artikel 3.19 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder 1. De exploitant van een seksbedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers; 2. Overeenkomsten of afspraken over werktijden en betalingen; 3. met betrekking tot alle voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onder k; 4. de aan- of afwezigheidsregistratie. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d.

medewerkers van de GGD en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksbedrijven en seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; 27

g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het seksbedrijf. Artikel 3.20 Raamsekswerk Het is een sekswerker verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar en gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan de passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksbedrijf of in de toegang tot een seksbedrijf op te houden. Artikel 3.21 Straatsekswerk Het is een sekswerker verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel het verrichten van seksuele handelingen. Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3.22 Nadere regels Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3.9 (weigeringsgronden) tweede lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk. Artikel 3.23 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend. 2.

Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend. Artikel 3.24 Erotische detailhandel Het is verboden om in een onroerende zaak erotische detailhandel te exploiteren in gebieden of delen van de gemeente die door het college, in het belang van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, in het omgevingsplan zijn aangewezen als niet-toegestaan. Artikel 3.25 Tentoonstellen aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. Indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. Anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2.

Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.

28

Afdeling 5. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer; vervallen vergunning Artikel 3.26 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3.4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 3. Bij beëindiging van het seksbedrijf vervalt de exploitatievergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder vóór overdracht van het seksbedrijf een ontvankelijke aanvraag voor een exploitatievergunning heeft ingediend. 4. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit is genomen. Artikel 3.27 Wijziging beheer 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.6 tweede lid, onder f (beheerder op de vergunning), het beheer binnen het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 2.

Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.9, eerste lid, onder a (weigeringsgrond) is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. Artikel 3.28 Vervallen vergunning De vergunning vervalt: a. Indien er een halfjaar feitelijk geen gebruik is gemaakt van de vergunning; b. Indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de exploitant; c. Indien er een wijziging van bouwkundige aard in de seksinrichting heeft plaatsgevonden; d. Indien de seksinrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Activiteitenbesluit milieubeheer: het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; c. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals dat artikel gold direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; 29

e. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; f. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.4 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; i. Wet milieubeer: Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.4 van deze verordening gelden niet voor de volgende collectieve festiviteiten: Oudjaarsdag, Koningsdag, de vier dagen waarop carnaval wordt gevierd en de vijf dagen waarop de kermis plaatsvindt. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor de collectieve festiviteiten, zoals benoemd in het eerste lid. 3.

Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 4. Het equivalente geluidsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer bedragen dan 70 dB(A), tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 65 dB(A) en tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 4,5 meter in de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur en op een hoogte van 1,5 meter in de periode tussen 07.00 uur en 23.00 uur. 5. De geluidsnormen als bedoeld in het vierde lid zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 219a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.4 van deze verordening, uiterlijk een half uur vóór de vastgestelde sluitingstijden te worden beëindigd. 7. De geluidsnormen als bedoeld in het vierde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 8.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.4 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 30

5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer bedragen dan 70 dB(A), tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 65 dB(A) en tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 4,5 meter in de periode tussen 23.00 uur en 07.00 uur en op een hoogte van 1,5 meter in de periode tussen 07.00 uur en 23.00 uur. 7. De geluidsnormen, bedoeld in het zesde lid, zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfs- duurcorrectie buiten beschouwen gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.4 van deze verordening, uiterlijk een half uur vóór de vastgestelde sluitingstijden beëindigd. 9. De geluidsnormen bedoeld in het zesde lid gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel 4.4 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder zoals de wet en het besluit luidden direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel: 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

3. Voor de duur van 5 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het

31

hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4.2 en artikel 4.3. Artikel 4.5 Traditioneel schieten 1. Bij traditioneel schieten als bedoeld in artikel 2:18, eerste lid onder g van het Activiteitenbesluit milieubeheer worden de volgende regels in acht genomen: a. het schieten vindt plaats op ten hoogste 2 dagen per week en ten hoogste 3 uren per dag; b. het schieten vindt uitsluitend plaats tussen 10.00 uur en 21.30 uur; c. het aantal schoten per uur bedraagt ten hoogste 120; d. de opvangvoorziening voor de kogels is voorzien van geluiddempend materiaal aan de buitenzijde. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor maximaal 8 schietevenementen per kalenderjaar, mits de schietevenementen tenminste 14 dagen voorafgaand aan het schietevenement schriftelijk aan het college zijn gemeld. Artikel 4.6 Geluidhinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, een toestel of een machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.

Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder. 4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik. 5. Het verbod is niet van toepassing op situatie waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening. Artikel 4.7 Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Artikel 4.8 Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat. Artikel 4.9 Geluidhinder door vrachtauto’s 1.

Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

32

Artikel 4.10 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet Geluidhinder zoals die luidde direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 voor zover dat luidde direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet of de Provinciale milieuverordening. Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4.11 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Afdeling 3. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4.12 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Collecteren Artikel 5.1 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring, of b. door een instelling met een CBF-keurmerk, of c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

33

Afdeling 2. Venten Artikel 5.2 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de openlucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5.5; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats1 als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021. Artikel 5.3 Ventverbod 1. Het is verboden te venten als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 08.00 uur. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

Artikel 5.4 Vrijheid van meningsuiting 1. Het verbod bedoeld in artikel 5.3, eerste lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden: a. op door het college aangewezen openbare plaatsen; of b. op door het college aangewezen dagen en uren. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede lid. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Afdeling 3. Snuffelmarkten Artikel 5.5 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2.6.

34

Artikel 5.6 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend omgevingsplan.

Afdeling 4. Openbaar water Artikel 5.7 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel 5.8 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5.9 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel 5.10 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6.1 Sanctiebepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Artikel 6.2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: - de ambtenaren aangewezen in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering;

35

-

(buitengewone) opsporingsambtenaren belast met toezicht en handhaving openbare ruimte. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6.4 Intrekking oude verordening De Algemene Plaatselijke Verordening Bernheze 2021 wordt ingetrokken. Artikel 6.5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie. Artikel 6.7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Bernheze 2025 of APV Bernheze 2025.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=de00ff2b-4338-4a40-bd9a-81ee068510f3