CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoordbrief aan Adviesraad Sociaal Domein Bernheze_10dec2020.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp gemeente Bernheze 20211.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesraad Sociaal Domein Bernheze Narcislaan 25 5384 GM HEESCH

Linsy Maas Telefoonnummer: 0412 458888 Behandeld door:

Bijlage(n):

Onderwerp:

Uw brief van:

24 november 2020

Uw kenmerk: Registratienummer:

Antwoordbrief advies verordening Jeugdhulp gemeente Bernheze 2021 door Datum: Adviesraad Sociaal Domein

1517372 / 1517373 24 november 2020

Beste heer/mevrouw, Hartelijk dank voor het advies dat u op 27 oktober 2020 heeft geschreven met betrekking tot de verordening jeugdhulp gemeente Bernheze 2021. In deze brief geven wij onze reactie op uw advies. De ASD vindt het van belang om toe te werken naar een integrale verordening zodat er verbinding ontstaat tussen de verschillende domeinen (Wmo, participatie en jeugd); Reactie: eens om in de nabije toekomst toe te gaan werken naar een integrale verordening. Zeker als volgend jaar de jeugdhulp ook is geïntegreerd in de wegwijzer zou het fijn zijn als medewerkers kunnen werken met een integrale verordening. Tegelijkertijd zien we ook dat de wetgeving sectoraal is vormgegeven (Participatiewet, Wmo, Jeugdwet) en dat we deze in verschillende regio’s uitvoeren (Meierijstad, regio Oss, regio Noordoost Brabant). Dat maakt 1 integrale verordening gecompliceerder. Dat zal nader moeten worden onderzocht Voor nu was het doel om als regio zoveel mogelijk te werken met eenzelfde verordening en nadere regels jeugdhulp. In de verordening zoals deze nu voorligt is de regelgeving rondom PGB uitgebreid omschreven. Voor het toewijzen van een individuele voorziening maakt het niet uit hoe een en ander gefinancierd wordt. Er zijn hiervoor twee keuzes: zorg in natura of PGB. Voor PGB kan er dan verwezen worden naar een reglement PGB die de rechten en plichten hieromtrent weergeeft.

Deze kan eventueel als bijlage toegevoegd worden aan de verordening; Reactie: we hebben er bewust voor gekozen om de criteria en spelregels rondom pgb op te nemen in de verordening. Jeugdigen en/of ouders weten zo precies de criteria waaraan ze moeten voldoen en hoe ze om moeten gaan met een pgb. Dit om het risico op beroep en bezwaar te verminderen. In de nadere regels worden de aanvullende criteria m.b.t. pgb beschreven zoals geadviseerd. Daarnaast is de insteek een PGB-wijzer op te stellen die aan de klant overhandigt kan worden bij een vraag naar PGB.

In de verordening wordt niet overal duidelijk hoe de regie van de gemeente is vormgegeven; Reactie: In de verordening wordt beschreven hoe de toegang procedureel verloopt en hoe de beoordeling plaatsvindt. Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking (artikel 6.1). In artikel 7.1 staat vervolgens vermeld wat er in de beschikking wordt vastgelegd en in artikel 7.2 dat het plan van aanpak of het pgb-plan onderdeel uitmaken van de beschikking. Dit is hoe de regie van de gemeente is vormgegeven. Wie regie houdt tijdens de behandeling of hoe er met de aanbieders en ouders in een driehoek afgestemd moet worden over de in te zetten zorg is geen onderwerp voor een verordening. In beleidsplannen en in de contracten met de jeugdhulpaanbieders wordt dit nader beschreven. De plaats van onderwijs wordt niet geheel duidelijk binnen de verordening; Reactie: dit is geen onderwerp voor in een verordening. Dit is wel een belangrijk onderwerp en daarom onderdeel van het meerjarenbeleidsplan. Bij artikel 1c staat ‘preventief’ tussen haakjes. ASD adviseert om deze haakjes weg te halen omdat de ASD preventie ziet als belangrijk vertrekpunt van de jeugdzorg. Dit omdat preventie, als dit goed wordt vormgegeven, aan de achterkant veel kan opleveren; Reactie: De tekst van de begripsbepaling basishulp is aangepast.

Maar naast preventieve hulp bestaat basishulp ook door andere hulp, bijvoorbeeld een gesprek of advisering over opvoedvragen door het Basisteam Jeugd en Gezin. Alleen preventie dekt de lading niet, maar is wel een belangrijk onderdeel van de basishulp. Onderscheid tussen hulpverleningsplan, klantplan of plan van aanpak is gekeken vanuit perspectief van inwoner die gebruik moet gaan maken van betreffende voorziening is verwarrend. Ons advies is om te streven naar één benaming, bijvoorbeeld klantplan, en hier de hulpverleningsaspecten onderdeel van te laten zijn (integreren van hulpverleningsplan en plan van aanpak); Reactie: Het zijn inderdaad veel verschillende soorten ‘plannen’, maar de benaming helpt om aan te geven waar de jeugdige zich in het proces bevindt. Eerst heb je het klantplan, dit is het plan wat de klant zelf opstelt in hoe hij/zij de beperkingen/belemmeringen/mogelijkheden/inzet eigen mogelijkheden en inzet van andere zorg ziet. Dan komt het plan van aanpak: dit is zoals omschreven kort wat er speelt, wat iemand zelf kan inzetten, welke voorliggende voorzieningen ingezet kunnen worden en welke zorg er nog ingezet moet worden (door BJG of via beschikking naar zorgaanbieders). Dan pas komt hulpverlengingsplan. Dit is hoe de zorgverlener (kan BJG of zorgaanbieder zijn) de hulp vorm gaat geven.

Het hulpverlenersplan heeft een andere status en hoort bij het inhoudelijk verlenen van hulp. We zouden in de toekomst kunnen kijken of we de benaming gelijk kunnen trekken met de benaming in de WMO, daar heet het nu trajectplan/zorgplan/ondersteuningsplan. Maar ook hier heeft iedere fase een andere benaming. De verordening laat geen verbinding zien met andere voorzieningen die genoemd zijn. Er lijkt een hiaat te zijn in de begripsbepaling waar dit wel genoemd wordt en hoofdstuk 2 en 3 waar deze verbinding ontbreekt. Reactie: Algemene jeugdhulpvoorzieningen zijn rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouders. Met de inzet van een algemene voorziening kan in sommige gevallen worden voorkomen dat een individuele jeugdhulpvoorziening nodig is. Deze voorzieningen vallen onder de jeugdwet en daarom opgenomen in deze verordening. Omdat deze voorzieningen vrij toegankelijk zijn, is het

-2-

niet nodig om hiervoor regels of criteria op te stellen en blijft het artikel beperkt tot het opsommen van alle beschikbare algemene voorzieningen. Artikel 5 punt 4; op welke gronden kan worden afgeweken en als er wordt gewijzigd wie toetst dit dan? Met andere woorden; voor de gebruiker is dit nu niet duidelijk omschreven; Reactie: hier wordt verwezen naar de nadere regels. Er zijn geen afwijkingen opgenomen in de nadere regels. Artikel 6 punt 5; als het voor de gemeente Bernheze belangrijk is om preventief te werken zijn deze nadere regels noodzakelijk om vast te stellen; Reactie: Wij onderschrijven het belang om preventief te werken. We hebben dit op allerlei manieren geborgd zoals bij Ons Welzijn, waar preventie en preventief aanbod een belangrijk onderdeel van de dienstverlening is. Naast de verwijzingen vanuit Ons Welzijn is er ook nog de verwijsroute van de medisch specialisten. Ook bij deze verwijsroute is het van groot belang om te onderzoeken of er preventief aanbod ingezet kan worden. Omdat dit zo belangrijk is zijn we dit jaar gestart met de praktijkondersteuner huisarts GGZ Jeugd (POH GGZ). Als een jeugdige toch wordt doorverwezen naar een individuele voorziening is voor het college van belang dat aanbieders dezelfde afwegingen maken als het BJG over de in te zetten hulp.

In de toelichting op de verordening staat het volgende: De jeugdhulpaanbieder bepaalt in overleg met de jeugdige of zijn ouders daadwerkelijk de concrete inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp. Deze aanbieder stelt dus feitelijk vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen. College wordt genoemd als gesprekspartner met ouders en jeugdigen. In formele zin is dit te begrijpen, echter in de praktische uitvoering zal dit anders geregeld zijn. Advies is om de rol van het college en hoe zaken praktisch geregeld zijn nader te omschrijven. Wie heeft mandaat, wie gaat dit controleren, hoe is de verantwoording van het college naar de raad geregeld t.a.v. toetsing dat het geld voor de zorg ook daadwerkelijk het gewenste resultaat heeft? (resultaatafspraken onderdeel maken van de verordening). Reactie: In de verordening staan de kaders en uitvoeringsregels van de Jeugdwet. De raad stelt de kaders vast. De uitvoering hiervan is aan het college. Dit is wettelijk zo bepaald. De werkelijke uitvoering is gemandateerd aan het BJG. In de verordening is dit beschreven in de begripsbepalingen (artikel 1e).

Er is een zin toegevoegd aan dit artikel waarin staat dat: waar college staat er medewerkers BJG gelezen mag worden voor de praktische uitvoering. De verordening is niet de plaats voor resultaatafspraken. Artikel 14, Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik; advies om duidelijkheid te scheppen dat dit ook echt gecheckt wordt en niet op zijn beloop gelaten wordt. Reactie: Het bestrijden van oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik is op verschillende plaatsen belegd. De inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie voeren kwaliteitstoezicht uit. De gezamenlijke inkooporganisatie (RIOZ) voert controles uit op o.a. rechtmatigheid en voert contractgesprekken met gecontracteerde aanbieders. Ons Welzijn voert jaarlijks een inhoudelijke beoordeling uit om te kijken of de doelen behaald worden en of er verlenging van de zorg nodig is. Daarnaast ligt er ook een verantwoordelijkheid bij ouders om Het college op de hoogte te houden van alle relevante feiten en omstandigheden (informatieplicht).

-3-

Artikel 18, Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid: wordt volledig ondersteund door de ASD. Geen reactie De ASD adviseert om de 4 jarige evaluatie te vervangen door een jaarlijkse evaluatie en het borgen van lopende trajecten aan het einde van het jaar door eerder te monitoren en signaleren. Dit is een andere zienswijze dan in de verordening 2016. Reactie: De 4 jarige evaluatie is in de verordening vervangen door een tweejaarlijkse evaluatie. Lopende trajecten van bv BJG worden gemonitord via de registratie van ONS welzijn en gemeente. In Wegwijzer krijgen we de beschikking over een regiesysteem waarin we voortgang beter kunnen gaan monitoren.

Nogmaals hartelijk dank voor uw advies. Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Linsy Maas.

Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders, Linsy Maas medewerker team Uitvoeren beleid Dit document is met zorg opgesteld, maar vanwege geautomatiseerd verwerken niet ondertekend.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1eee54b9-b589-46bb-8251-1be7108c25d8