CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Afschrift statutenwijziging Stichting Omroep Maasland

Raadsvergadering 31 oktober 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Advies aanwijzing Stichting Omroep Maasland/DTV tot lokale publieke omroep *6.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

112699MKU

Statutenwijziging Stichting Omroep Maasland

Heden, negentien februari tweeduizend vierentwintig, verscheen voor mij, mr. Anna Gerarda Maria Grundeken, notaris te Oss: de heer Eric Gerhard Horvath, geboren te Kaisersesch (Bondsrepubliek Duitsland) op negenentwintig maart negentienhonderdtweeënzeventig, gehuwd, wonende te 5343 EK Oss, Mozartlaan 21, te dezen handelend in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van de stichting: Stichting Omroep Maasland, gevestigd te Oss, kantoorhoudende te 5349 TG Oss, Angelenweg 153, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 41084058, hierna ook te noemen “de stichting”, en als zodanig bevoegd op grond van artikel 16 lid 4 van de statuten van de stichting de statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde: INLEIDING 1. De stichting, voorheen genaamd “Stichting Lokale Televisie en Radio Omroep Oss”, is opgericht bij akte van oprichting op vierentwintig januari negentienhonderdnegentig verleden voor mr M.P.M. Philips, destijds notaris te Oss. 2.

De statuten van de stichting werden eerder gewijzigd bij akten van statutenwijziging verleden voor genoemde notaris Philips, op tweeëntwintig oktober negentienhonderdtweeënnegentig, op achtentwintig april negentienhonderddrieënnegentig, dertig maart negentienhonderdvierennegentig, en elf mei negentienhonderdvierennegentig, deze laatste akte verleden voor een waarnemer voor genoemde notaris Philips. 3. De statuten van de stichting werden eerder gewijzigd bij akte van statutenwijziging verleden voor mr C.J. Zwaard, destijds notaris te Oss, op twee mei tweeduizend twee. 4. De statuten van de stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij akte van statutenwijziging verleden voor mr. A.G.M. Grundeken, notaris te Oss, op een en twintig september tweeduizend zeventien. 5. Het bestuur van de stichting heeft vandaag besloten de statuten te wijzigen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. 6. Het bestuur heeft voor het besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring verkregen van de raad van toezicht. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTENWIJZIGING Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke ingang als volgt: STATUTEN Artikel 1 – Naam, zetel en organen 1. De naam van de stichting is: Stichting Omroep Maasland, bij verkorting genaamd: Omroep Maasland. 2.

De stichting is gevestigd in de gemeente Oss. 3. De stichting heeft de volgende organen:

het bestuur; de raad van toezicht; het programmabeleidsbepalend orgaan (PBO); de hoofdredacteur; Artikel 2 - Doel 1. De stichting stelt zich uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het in de gemeenten Oss en Bernheze uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van mediaaanbod dat gericht is op bevrediging van maatschappelijke behoeften die in de betreffende gemeenten leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen. 2. De stichting beoogt het algemeen nut. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. Artikel 3 – Programmabeleidsbepalend orgaan (PBO) 1. De stichting kent een programmabeleidsbepalend orgaan, hier te noemen “het PBO”. Het PBO is een orgaan dat met uitzondering van ieder ander orgaan het media-aanbodbeleid bepaalt. Het PBO heeft tot taak het opstellen van een, aan het Commissariaat voor de Media te overleggen, jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde media-aanbod. 2. Het PBO dient zodanig te worden samengesteld, dat het representatief is voor de in het werkgebied van de stichting voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.

In het PBO zullen te allen tijde ten minste zitting hebben de vertegenwoordigers van onder meer de navolgende stromingen: - maatschappelijke zorg en welzijn; - werkgevers; - werknemers; - cultuur en kunst; - kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag; - onderwijs en educatie; - sport en recreatie; - etnische en culturele minderheden. Bij reglement kunnen nadere regelen worden gegeven omtrent de samenstelling van het PBO. Het aantal representatieve leden als hiervoor bedoeld dient te allen tijde een ruime meerderheid te vormen ten opzichte van het aantal leden op persoonlijke titel. 3. Het PBO wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De administratie van het PBO wordt verzorgd door het secretariaat van de stichting. 4. De benoeming van leden van het PBO geschiedt door de raad van toezicht van de stichting uit een of meer voordrachten. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel de raad van toezicht van de stichting, de raad van bestuur van de stichting, leden van het PBO, alsmede bij Huishoudelijk Reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. 5. Het PBO vergadert minstens drie keer per jaar. Zowel de voorzitter als de leden van het PBO kunnen zich tijdens de vergadering laten bijstaan door adviseurs. Deze adviseurs hebben echter geen stemrecht.

Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien drie leden van het PBO

daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen aan de voorzitter het verzoek richten. 6. Vacatures in het PBO dienen binnen zes maanden te zijn vervuld. 7. Voor elke vergadering van het PBO dienen te worden uitgenodigd: a. de voorzitter van de raad van toezicht van de stichting, b. de voorzitter van het bestuur van de stichting, c. de hoofdredacteur als bedoeld in artikel 5. Zij hebben slechts een adviserende stem. Artikel 4 – Einde lidmaatschap PBO 1. Het lidmaatschap van het PBO eindigt door bedanken. 2. Elk lid van het PBO treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het PBO op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond herbenoembaar. Artikel 5 – Hoofdredacteur De stichting heeft één hoofdredacteur die journalistiek verantwoordelijk is voor alle informatieve programma's die de omroep uitzendt. De functie kan ook door een bestuurder van de stichting worden vervuld. De hoofdredacteur wordt door de raad van toezicht aangesteld. Artikel 6 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag 1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een of meer natuurlijke personen. De raad van toezicht stelt het aantal bestuurders vast. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 2. De bestuurders worden benoemd door de raad van toezicht. 3.

De taakomschrijving van de bestuurders wordt door het bestuur vastgesteld. De raad van toezicht kan uit het bestuur een voorzitter aanwijzen. Het bestuur kan uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aanwijzen. Het bestuur kan uit zijn midden ook een voorzitter aanwijzen, zolang de raad van toezicht niet een voorzitter heeft aangewezen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen. 4. Een bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een bestuurder is geen lid van de raad van toezicht. 5. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd. 6. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De raad van toezicht kan aan een of meer bestuurders daarnaast een beloning toekennen voor de werkzaamheden. 7. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. Personen die het bestuur tijdelijk waarnemen moeten ook voldoen aan de eisen die lid 4 stelt aan een bestuurder.

Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting, de raad van toezicht of een medebestuurder geen contact met een bestuurder

kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. 8. Een bestuurder kan door de raad van toezicht worden geschorst. Na een schorsing wordt binnen vier weken een nieuwe vergadering van de raad van toezicht gehouden. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren. De schorsing vervalt als geen besluit tot verlenging wordt genomen binnen de hiervoor vermelde termijn van vier weken of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag van de betreffende bestuurder is genomen. 9. Een bestuurder verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de raad van toezicht; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g.

door een besluit van de raad van toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat een bestuurder niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 4, als de functie van de betreffende bestuurder niet eindigt op grond van enige hiervoor vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het besluit van de raad van toezicht. Artikel 7 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming 1. Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend. De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4.

Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 5. Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen. 6. Als het bestuur daartoe besluit, kunnen bestuurders hun vergaderrechten uitoefenen via een elektronisch communicatiemiddel.

De bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet minimaal via het elektronisch communicatiemiddel: kunnen worden geïdentificeerd; rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen in de vergaderingen en in de vergadering het woord kunnen voeren; het stemrecht kunnen uitoefenen. Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld, worden deze bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt. De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig. 7. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij een stemming over de benoeming van personen, dan beslist het lot. 8.

Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is en dit aantal niet bij de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen waarin het betreffende besluit opnieuw aan de orde wordt gesteld. Die vergadering moet worden gehouden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het betreffende besluit dan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste de voor dat besluit voorgeschreven meerderheid van stemmen. 9. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie en onderneming. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, is de betreffende bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. Artikel 8 - Leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering 1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 2.

De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 3. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

4.

Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden - nadat zij zijn vastgesteld - door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend. 5. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen van die vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze notulen gevoegd. Artikel 9 – Bestuur: taken en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting onder toezicht van de raad van toezicht. Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Een bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting.

Hij is integer en stelt zich toetsbaar op ten aanzien van zijn eigen functioneren. Hij verschaft de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. Het bestuur is voor zijn functioneren verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taak benodigde gegevens. Het bestuur is verder verplicht de raad van toezicht alle gewenste inlichtingen te verschaffen en (een gedeelte van) de vergaderingen van de raad van toezicht bij te wonen als de raad van toezicht dit verlangt. 2.

Het bestuur is wel bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, maar niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen. 3. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard. 4. Een besluit van het bestuur tot: statutenwijziging;

5.

6.

7.

fusie; splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek; omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of ontbinding van de stichting; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een besluit van het bestuur tot: het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 9 lid 2; het verlenen van een doorlopende volmacht als bedoeld in artikel 10 lid 4; het vaststellen, wijzigen of intrekken van een reglement als bedoeld in artikel 15; het vaststellen of wijzigen van een beleidsplan; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.

Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor een besluit tot: rechtshandelingen, waarbij de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders; het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 9 lid 2; het vaststellen, wijzigen of intrekken van een reglement als bedoeld in artikel 15; het aangaan van kredietovereenkomsten en van geldleningen ten behoeve en ten laste van de stichting, met uitzondering van opnamen ten laste van een bestaand krediet; het voeren van rechtsgedingen, het nemen van executoriale maatregelen, het sluiten van vaststellingsovereenkomsten en het onderwerpen van geschillen aan de beslissing van scheidslieden, een en ander met uitzondering van het nemen van maatregelen die tot het bewaren van recht noodzakelijk zijn; het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de stichting met een andere rechtspersoon of onderneming als deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting; ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers van de stichting of van een afhankelijke maatschappij; het vaststellen of wijzigen van een beleidsplan. het doen van investeringen en aangaan van andere rechtshandelingen die uitgaan boven het bedrag dat de raad van toezicht kan vaststellen.

De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten moeten duidelijk worden omschreven en schriftelijk aan het bestuur worden medegedeeld. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door derden geen beroep worden gedaan. In afwijking daarvan kan tegen derden wel een beroep worden gedaan op het ontbreken van de goedkeuring voor een rechtshandeling als bedoeld in artikel 9 lid 2. Het bestuur heeft bovendien goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor een besluit tot: statutenwijziging; fusie; splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek;

omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm; of ontbinding van de stichting; als bedoeld in de artikelen 16 tot en met 18. Er kan voor gekozen worden om de regeling van lid 9 en 10 op te nemen in een reglement. 8. Het bestuur stelt een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan periodiek. Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. 9. Het bestuur zorgt ervoor dat: er niet meer vermogen wordt aangehouden door de stichting dan nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het doel van de stichting; en de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan tot de besteding ten behoeve van het doel van de stichting. 10. Het bestuur zorgt er voor dat de administratie van de instelling zodanig is ingericht, dat daaruit duidelijk blijkt de aard en omvang van: de onkostenvergoedingen en vacatiegelden die toekomen aan de afzonderlijke bestuurders; de kosten die zijn gemaakt voor de werving van gelden en voor het beheer van de stichting en de aard en omvang van andere uitgaven van de stichting; de inkomsten van de stichting; het vermogen van de stichting. Artikel 10 - Bestuur: vertegenwoordiging 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.

De stichting kan niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd bij handelingen die in strijd met het bepaalde in artikel 6 lid 2 worden verricht. 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan iedere bestuurder. 3. De in beide vorige leden van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ook als tussen de stichting en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat. 4. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de persoon als bedoeld in artikel 6 lid 7. 5. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 11 - Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, beloning, schorsing, ontslag 1. De stichting heeft een raad van toezicht. Het aantal leden van de raad van toezicht wordt vastgesteld door de raad van toezicht en bedraagt een aantal van ten minste drie natuurlijke personen. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen drie maanden voorzien. 3.

Een lid van de raad van toezicht moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een lid van de raad van toezicht is een natuurlijk persoon; b. een lid van de raad van toezicht heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een lid van de raad van toezicht is geen bestuurder van de stichting en ook geen lid

van enig ander orgaan van de stichting; een lid van de raad van toezicht is in de afgelopen drie jaar geen werknemer van de stichting geweest; Een lid van de raad van toezicht mag geen familieband hebben met een bestuurder of met een ander lid van de raad van toezicht. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Zij treden af volgens een door de raad van toezicht op te maken rooster. Als een lid van de raad van toezicht zijn functie verliest voordat hij volgens het rooster aftreedt, neemt zijn opvolger op het rooster de plaats in van zijn voorganger. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. De leden van de raad van toezicht kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie. De raad van toezicht kan besluiten aan een of meer van zijn leden vacatiegelden toe te kennen als beloning. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst door de raad van toezicht.

Na een schorsing van een lid van de raad van toezicht roept de voorzitter van de raad van toezicht een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of het betreffende lid van de raad van toezicht wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren. Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing gelden extra vereisten, die zijn opgenomen in artikel 12 lid 3. Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing. Een lid van de raad van toezicht verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat aan hem surseance van betaling wordt verleend; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de raad van toezicht met inachtneming van de vereisten als opgenomen in artikel 12 lid 3; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd; g.

door een besluit van de raad van toezicht, waarmee wordt geconstateerd dat een lid van de raad van toezicht niet (meer) voldoet aan de eisen als vermeld in lid 3, als de functie van het betreffende lid van de raad van toezicht niet eindigt op grond van enige hiervoor vermelde grond. In dat geval eindigt de functie met ingang van de datum vermeld in het besluit van de raad van toezicht. Bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de raad van toezicht zijn de overige leden van de raad van toezicht, of is het enige overgebleven lid van de raad van toezicht, d.

4.

5.

6.

7.

8.

tijdelijk met het toezicht op het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht is een door de raad van toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het toezicht op het bestuur belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting, het bestuur of een ander lid van de raad van toezicht geen contact met een lid van de raad van toezicht kan worden verkregen, met dien verstande dat de raad van toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Artikel 12 - Raad van toezicht: vergaderingen en besluitvorming 1. De raad van toezicht komt bijeen zodra uitvoering van aan de raad van toezicht opgedragen taken dat nodig maakt. De raad van toezicht komt minimaal éénmaal per kwartaal bijeen en verder zo vaak als ten minste een van zijn leden dat wenst. De Raad van Toezicht bespreekt minimaal éénmaal per jaar: de strategie en de voornaamste risico’s verbonden aan de stichting en haar activiteiten; de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en eventuele significante wijzigingen daarin; zijn eigen functioneren, het functioneren van het bestuur en de relatie tussen de raad van toezicht en het bestuur. 2.

Het bepaalde in de artikelen 7 en 8 met betrekking tot de vergadering en de besluitvorming van het bestuur zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de raad van toezicht. 3. Een besluit van de raad van toezicht: tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder of van een lid van de raad van toezicht; tot ontslag van een bestuurder of van een lid van de raad van toezicht; inhoudende constatering dat een bestuurder niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 6 lid 4; constatering dat een lid van de raad van toezicht niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 11 lid 3; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. De betreffende persoon wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten over hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan. Bij een besluit over een lid van de raad van toezicht wordt het betreffende lid van de raad van toezicht niet meegeteld wat betreft het aantal leden dat aanwezig moet zijn en het aantal leden dat benodigd is om het besluit te nemen. Een dergelijk besluit kan echter nooit genomen worden door een enkel lid van de raad van toezicht. 4.

Een besluit van de raad van toezicht tot: het verlenen van goedkeuring voor statutenwijziging, fusie, splitsing, omzetting of ontbinding als bedoeld in de artikelen 16 tot en met 18; het verlenen van goedkeuring aan het bestuur voor het verrichten van

rechtshandelingen als bedoeld in artikel 9 lid 2; wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee derde van de leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. 5. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie/onderneming. Wanneer de raad van toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de raad van toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de raad van toezicht bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. Artikel 13 – Raad van toezicht: taken en bevoegdheden 1. De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting. De raad van toezicht houdt toezicht op ten minste: de realisatie van de statutaire doelstellingen van de stichting; de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van de stichting; de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen; de financiële verslaglegging; de naleving van wet- en regelgeving. 2. De raad van toezicht staat het bestuur met advies terzijde.

De raad van toezicht oefent verder die taken en bevoegdheden uit die hem in deze statuten zijn opgedragen en toegekend. 3. Bij de uitoefening van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting. De leden van de raad van toezicht oefenen hun functie onafhankelijk uit, zonder last of ruggespraak en zonder een deelbelang te laten prevaleren. Een lid van de raad van toezicht is integer en vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Hij verschaft de raad van toezicht op eerste verzoek inzicht in de door hem uitgeoefende nevenfuncties 4. De raad van toezicht heeft recht op alle voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens. De raad van toezicht heeft recht op inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting. De raad van toezicht kan zich op kosten van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen. 5. De raad van toezicht doet verslag van zijn werkzaamheden en het uitgeoefende toezicht. Dit verslag wordt aan de verslaggevingsstukken toegevoegd, als bedoeld in artikel 14. Artikel 14 - Boekjaar; verslaggeving 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2.

Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. Het bestuur zendt deze stukken en een nadere toelichting daarop vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn ter goedkeuring aan de raad van toezicht. Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel

2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor de raad van toezicht ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. 3. De raad van toezicht laat de stukken onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. Als de wet dat toestaat kan de raad van toezicht besluiten dit onderzoek achterwege te laten of dit onderzoek te laten verrichten door een andere deskundige. 4. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door de raad van toezicht binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders en alle leden van de raad van toezicht. Als een handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. 5. De in lid 2 vermelde termijn kan door de raad van toezicht worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden. Artikel 15 - Reglementen 1. Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen.

In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten, de wet of een reglement van de raad van toezicht. Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 2. De raad van toezicht kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die de raad van toezicht nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten en/of de wet. De raad van toezicht kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 3. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd genomen. Artikel 16 - Statutenwijziging 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 4 en lid 7. 3. Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4.

Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden. Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden. Artikel 17 - Fusie; splitsing; omzetting Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk

Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. Artikel 18 - Ontbinding 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 16 leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Een eventueel batig liquidatiesaldo van de ontbonden stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling. Deze bestemming moet zo veel mogelijk in overeenstemming zijn met het doel van de stichting. 3. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister. 4. De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister. 5.

De stichting wordt bovendien ontbonden door: insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel; een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. Artikel 19 - Vereffening 1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. 2. Na het besluit tot ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de stichting worden toegevoegd. 3. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 lid 2. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister.

BIJLAGEN Aan deze akte zijn de navolgende stukken vastgemaakt: bestuursbesluit; besluit tot goedkeuring Raad van Toezicht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend.

De zakelijke inhoud van deze akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Ook is gewezen op de gevolgen die voor (een van de) partijen uit de inhoud van deze akte voortvloeien. De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van deze akte het ontwerp van deze akte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte te Oss op de datum in het hoofd van deze akte vermeld door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris, ondertekend.

(Volgt ondertekening) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6561069f-ca68-4721-bede-730abe9649f2