Accountantsverslag 2021
Tekst van het document
Aan het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) Victorialaan 1 5213 JG ‘s Hertogenbosch Datum
Ons kenmerk
23 maart 2022
2022-AV-30003401.701
Onderwerp
Accountantsverslag 2022 Geachte leden van het algemeen en dagelijks bestuur, Hierbij ontvangt u ons accountantsverslag voor afstemming over het boekjaar 2021. Dit verslag bevat de belangrijkste uitkomsten van onze werkzaamheden, waarvan wij vinden dat die voor u relevant zijn voor een goed begrip van de jaarrekening 2021, en voor het beoordelen van de financiële positie van uw ‘Brabantse’ omgevingsdienst . De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. In overeenstemming met uw opdracht hebben wij de jaarrekening 2021 gecontroleerd. De rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening van de omgevingsdienst ODBN. Wij hebben de rapportage tijdens de bijeenkomst op 23 maart 2022 met uw dagelijks bestuur besproken en eventuele vragen die er waren, beantwoord. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden. Het verslag van bevindingen is, zoals hiervoor al verwoord, bedoeld om u te ondersteunen in uw beoordeling van de jaarrekening 2021.
Wij wijzen u erop dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij bedanken de medewerkers van de omgevingsdienst voor de prettige samenwerking en zijn vanzelfsprekend graag bereid een nadere toelichting te verstrekken.
Hoogachtend, Astrium Overheidsaccountants B.V. Was getekend, Drs. R.A.D. Knoester RA
1
ODBN – Boekjaar 2021
2
1.
Inleiding
In het kader van de door het algemeen bestuur aan ons verstrekte opdracht voor de controle van de jaarrekening 2021 van de omgevingsdienst ODBN brengen wij u hierbij verslag uit van onze belangrijkste bevindingen naar aanleiding van onze eindejaars controlewerkzaamheden die wij onlangs hebben uitgevoerd. Dit accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in uw beoordeling van de jaarrekening 2021. Wij wijzen u erop dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. De rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening van uw omgevingsdienst. Onze werkzaamheden zijn erop gericht een oordeel te kunnen geven over de jaarrekening 2021 van de ODBN en niet primair op het opsporen van fraudes of onregelmatigheden in uw organisatie. De bevindingen in deze brief zijn daarom beperkt tot de punten die voortvloeien uit de controle van de jaarrekening.
Wij bespreken de rapportage tijdens de bijeenkomst op 23 maart 2022 met uw dagelijks bestuur . Het accountantsverslag is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1
Inleiding
Hoofdstuk 2
Kernpunten van de controle
Hoofdstuk 3
Analyse vermogen en resultaat
Hoofdstuk 4
Voorzieningen
Hoofdstuk 5
Interne beheersing en automatisering
Hoofdstuk 6
Rechtmatigheid
Hoofdstuk 7
Overige bevindingen (jaarrekeningcontrole 2021)
Bijlagen: A.
Niet-gecorrigeerde controleverschillen
B.
Onafhankelijkheidsbevestiging en overige dienstverlening
3
2. Kernpunten van de controle
2.
Kernpunten van de controle
2.1 Controleverklaring
De jaarrekeningcontrole is uitgevoerd zoals overeengekomen in de opdrachtbevestiging. De uitgevoerde werkzaamheden hebben geresulteerd in een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2021 voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Deze controleverklaring hebben wij u separaat toegezonden.
2.2 Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De reikwijdte van onze controle staat hierin omschreven. Er is gedurende het verloop van de controle over 2021 op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Tijdens de uitvoering hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
2.3 Grondslagen
De accountantscontrole omvat onder meer een onderzoek naar de toepassing van de juistheid van de grondslagen in de jaarrekening. Naar onze mening zijn de door het dagelijks bestuur gekozen grondslagen voor waardering en resultaatbepaling aanvaardbaar, conform wet- en regelgeving en consistent toegepast. In het boekjaar 2021 zijn geen wijzigingen doorgevoerd in de keuze of de toepassing van de belangrijkste verslaggevingsgrondslagen uit het BBV.
2.4 Onafhankelijkheid
▪ ▪ ▪
2.5 Schattingen
Astrium Overheidsaccountants B.V. (hierna: Astrium) is onafhankelijk van de omgevingsdienst ODBN en voor zover wij weten heeft zich geen inbreuk voorgedaan op de van toepassing zijnde regels en het beleid ten aanzien van onafhankelijkheid. Ons zijn geen relaties bekend tussen Astrium en de ODBN, die naar ons professionele oordeel mogelijk van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bijlage B bevat een nadere uiteenzetting van onze onafhankelijkheid.
Schattingen op basis waarvan een aantal jaarrekeningposten worden bepaald, zijn gebaseerd op inzichten van het dagelijks bestuur. Wij hebben de belangrijkste gehanteerde factoren en veronderstellingen beoordeeld. Wij hebben vastgesteld dat de schattingen en veronderstellingen aanvaardbaar zijn in het kader van de jaarrekening als geheel.
2.6 Goedkeuringsen rapporteringstolerantie
De materialiteit bij de planning en uitvoering van de jaarrekeningcontrole 2021 is € 291.860 (2020: € 271.950). Deze materialiteit vloeit voort uit de wettelijk voorgeschreven (minimum)vereisten, zoals opgenomen in de Bado en het door het algemeen bestuur vastgestelde controleprotocol, hetgeen voldoet aan de wettelijke minimumvereisten. Goedkeuringstoleranties Fouten
1% van de totale lasten
€ 291.860 (2020: € 271.950)
Onzekerheden
3% van de totale lasten
€ 875.580 (2020: € 815.850)
Rapporteringstoleranties Fouten
€
50.000
Onzekerheden
€
50.000
Realisatie fouten en onzekerheden Zie bijlage A van deze rapportage
Getrouwheid
Rechtmatigheid
Fouten
€
0
€
0
Onzekerheden
€
0
€
0
Controleverklaring: De uitgevoerde werkzaamheden hebben geresulteerd in een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2021 voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid.
2.7 Analyse vermogen en resultaat
Het gerealiseerde resultaat (inclusief de mutaties in de reserves) bedraagt circa € 1.569.000 positief versus een begroot resultaat (na wijziging) van € 715.000 positief. Voor een nadere toelichting hierop verwijzen wij u naar de bestuurlijke samenvatting in de jaarstukken 2021. In hoofdstuk 3 gaan wij nader in op het resultaat en de ontwikkeling van het (weerstands)vermogen.
2.8 Voorzieningen
Wij hebben gecontroleerd of de voorzieningen (nazorg Voorste Heide, wachtgeldverplichting en transitievergoedingen) van uw omgevingsdienst toereikend zijn. Daarbij hebben we specifiek beoordeeld of de gevormde voorzieningen voldoen aan de eisen en voorwaarden van het BBV. Overigens geldt dat altijd voldoende onderbouwing aanwezig dient te zijn alvorens een voorziening gevormd mag worden.
2.9 EUaanbestedingen
De omgevingsdienst dient te voldoen aan de EU-aanbestedingsregels zoals eveneens middels uw eigen normenkader is vastgesteld. Wij hebben bij de uitvoering van onze controle op basis van de door de ODBN opgestelde analyse op de uitgaven (spend-analyse) vastgesteld dat er voor 2021 geen uitgaven zijn geweest, welke niet voldoen aan de EU aanbestedingsregels.
3. Analyse vermogen en resultaat 8
3.
Analyse vermogen en resultaat
3.1 Eigen vermogen
Het BBV kent een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling (het gerealiseerde saldo van baten en lasten) en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. De omgevingsdienst mag geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen muteren. Om het resultaat van de jaarrekening goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat u inzicht heeft in wat het effect op de reserves van uw omgevingsdienst is geweest (x € 1.000). Resultaat 2021
(x € 1.000)
De totale baten van uw omgevingsdienst over 2021 bedragen:
€ 28.021
De totale lasten van uw omgevingsdienst over 2021 bedragen:
€ 27.737
Het resultaat bedraagt (saldo baten en lasten programma’s voor reservemutaties):
(+) €
283
Gedurende het jaar heeft u al voor diverse zaken besloten gelden te reserveren. De gelden zijn in de reserves gestort:
€
1.449
Tevens hebt u besloten tot het dekken van diverse uitgaven uit de reserves. De gelden zijn uittrokken uit de reserve:
€
2.735
Per saldo gedurende het jaar gelden onttrokken (meer onttrokken aan de reserves dan toegevoegd): Gerealiseerd resultaat 2021 na reservemutaties
(+) €
1.286
€
1.569
3.2 Financiële positie
Het eigen vermogen van uw omgevingsdienst is in 2021 met een bedrag van € 283.000 toegenomen naar een omvang van € 10.127.000. Een gedeelte van dit vermogen is door het algemeen bestuur al bestemd voor diverse doeleinden middels bestemmingsreserves. De omvang van de bestemmingsreserves bedraagt per ultimo 2021 € 6.706.000 (2020: € 6.891.000). Het restant van het eigen vermogen betreft algemene reserves en nog te bestemmen resultaat boekjaar (€ 3.421.000 (2020: 2.952.000)). Na bestemming van het resultaat aan de algemene reserves zijn deze reserves zijn vrij besteedbaar en dienen onder andere om eventuele toekomstige tegenvallers op te vangen. De totale vermogenspositie wordt onder andere tot uitdrukking gebracht door middel van het solvabiliteitspercentage. Dit percentage wordt bepaald door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. Ultimo 2021 bedraagt dit solvabiliteitspercentage 47% (2020: 54%) waarmee de norm van > 50% (minst risicovol) van de Provincie NoordBrabant niet wordt behaald. Uw omgevingsdienst valt in de categorie B (20%-50%) en derhalve wordt de financiële positie op basis van de solvabiliteit als een gemiddeld risico onderkend. De netto schuldquote bedraagt (-/-) 50% (2020 : (-/-) 48%). De ratio geeft aan in hoeverre de schulden meer bedragen dan de jaarlijkse inkomsten.
Wij stellen vast dat ruim wordt voldaan aan de norm van < 90% van de Provincie Noord-Brabant. Dit kengetal valt derhalve positief uit voor de ODBN en wordt als een laag risico onderkend. Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar het hoofdstuk financiële kengetallen in de paragraaf 2.1 van uw bestuursverslag.
3.3 Weerstandsvermogen
Ten einde een oordeel te geven over de financiële positie van de omgevingsdienst dienen naast het eigen vermogen de risico’s zoals opgenomen in de risicoparagraaf te worden betrokken. In de jaarrekening zijn de risico’s weergegeven in de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing. Evenals voorgaande jaren worden de risico’s periodiek geactualiseerd zodat een actueel inzicht bestaat in de risico’s. In de jaarrekening 2021 is de actuele stand van zaken ten aanzien van de risico’s opgenomen en laat zich als volgt samenvatten: Bedrag Benodigde weerstandscapaciteit op basis van risicosimulatie
€ 1.259.000
Weerstandscapaciteit (algemene reserves)
€ 1.852.000
Wij zijn van mening dat de integrale risicobenadering en de financiële vertaling van de verwachte risico’s in 2021 op een adequate wijze heeft plaatsgevonden. Op basis van een weerstandratio van 1,47 kan de weerstandcapaciteit van de omgevingsdienst kan als ‘uitstekend’ worden aangemerkt. Uw omgevingsdienst heeft voldoende ruimte om de risico’s met de algemene reserve en specifieke bestemmingsreserve te kunnen opvangen. 3.4 Conclusie financiële positie
De ODBN beschikt over een voldoende gezonde financiële positie en is derhalve goed in staat om toekomstige tegenvallers, zoals nu onderkend op geld en op kans van het vóórkomen, op te vangen.
4. Voorzieningen
12
4.
Voorzieningen
4.1 Voorzieningen algemeen
Wij hebben gecontroleerd of de voorzieningen van de ODBN toereikend zijn. Daarbij hebben we specifiek beoordeeld of de gevormde voorzieningen voldoen aan de eisen en voorwaarden van het BBV. In artikel 44 van het BBV is opgenomen dat voorzieningen (alleen) gevormd moeten worden voor: 1. 2. 3.
4.
Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.
Overigens geldt dat altijd voldoende onderbouwing aanwezig dient te zijn alvorens een voorziening gevormd mag worden. Voor de opgenomen voorzieningen in de jaarrekening hebben wij deze ontvangen.
13
4.2 Schattingen
Schattingen Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het maken van schattingen bij het opmaken van de jaarrekening. Als accountant beoordelen wij deze schattingen: Belangrijke schattingen
Mate van subjectiviteit
Onze beoordeling
2021
Toelichting
2020
Waardering van grond en gebouwen inclusief afschrijvingen
Laag
De afschrijvingstermijnen zijn vergelijkbaar met die wij bij andere gemeenschappelijke regeling zien. Er zijn geen indicaties dat de afschrijvingstermijnen niet zijn afgestemd op de economische levensduur van de activa.
Voorzieningen
Gemiddeld
De saldi in de voorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd en op een consistente wijze berekend. Aan de voorzieningen liggen toereikende berekeningen en onderbouwingen ten grondslag.
Waardering debiteuren
Laag
Minimaal jaarlijks wordt de voorziening voor dubieuze debiteuren geactualiseerd. Wij kunnen ons vinden in de wijze waarop de voorziening voor de diverse soorten vorderingen bepaald is.
Controleverschil
Voorzichtig
Evenwichtig
Optimistisch
Aanvaardbare bandbreedte – gebaseerd op materialiteitsoverwegingen
In relatie tot de voorzieningen is het volgende belangrijk: Voorziening nazorg Voorste Heide (€ 4.283.000) De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. De berekening is in 2018 op basis van een nieuwe calculatie geactualiseerd door een extern bureau. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van degeactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft diteen inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jarenzowel positief als negatief kan afwijken. Op basis van de tijdens de controle besproken en toegelichte resultaten van de uitgevoerde grondwatermonitoring, de inspecties en de controlemetingen aan ondermeer het percolaatwater en het stortgas, kan geconcludeerd worden dat het in juni 2018 berekende doelvermogen nog actueel is ultimo 2021 en daarmee geen aanpassing behoeft. De hoogte van de voorziening is ons inziens daarmee nog steeds afdoende voor een goede uitvoering van de nazorg en eventuele risico’s Voorziening wachtgeldverplichting (€ 1.039.000) Als gevolg van de reorganisatie van 2016 liepen in 2019 de ‘Van Werk naar Werk’ Trajecten af.
Dit heeft voor drie medewerkers niet het gewenste resultaat gehad. Voor hen is een ontslagprocedure opgestart.
Deze medewerkers hebben recht op een WW uitkering. Om deze reden is in de jaarrekening 2019 voor het eerst een voorziening wachtgeldverplichting een gevormd. In 2021 is de wachtgeldverplichting uitgebreid voor een achttal medewerkers. De totale omvang van de voorziening bedraagt per ultimo 2021 € 1.039.000. De voorziening in de jaarrekening 2021 is naar ons oordeel realistisch gevormd op basis van voor de sector gebruikelijke berekeningsmodellen.
Voorziening transitievergoeding (€ 12.000) Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. De voorziening in de jaarrekening 2021 is naar ons oordeel realistisch gevormd. Advies is om in het vierde kwartaal van 2022 te toetsen of de gevormde voorziening wachtgeldverplichting en transitievergoeding nog actueel zijn (backtesting) en voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in artikel 44 van het BBV. Daarnaast adviseren wij u is om de voorziening nazorg Voorste Heide te actualiseren middels het opstellen van een nieuwe calculatie door een onafhankelijk extern bureau. 15
Verplichting verlofuren (€ 606.000) Voorgaande jaren heeft de ODBN een bestemmingsreserve vakantiedagen ( € 249.000) gevormd ter dekking van de opgespaarde verlofuren. In 2021 heeft de ODBN als gevolg van de toename van het aantal opgespaarde verlofuren een verplichting opgenomen van € 606.000 onder de overlopende passiva. Daar voor de opgespaarde verlofuren een verplichting is opgenomen in de jaarrekening 2021, is de bestemmingsreserve vakantiedagen (€ 249.000) vooruitlopend op het besluit van het algmeen bestuur vrijgevallen.
In eerste aanleg was deze verplichting als voorziening verantwoord. Overeenkomstig artikel 44 lid 3 van het BBV is het niet mogelijk om voor dergelijke verlichtingen een voorziening op te nemen, maar dient dit als een kortlopende schuld verantwoord te worden. In de definitieve jaarrekening is deze correctie juist verwerkt.
5. Interne beheersing en automatisering
5.
Interne beheersing en automatisering
5.1 Samenvatting bevindingen managementletter 2021
Als onderdeel van de jaarrekeningcontroles 2021 hebben wij in het najaar 2021 de tussentijdse (interim) controle uitgevoerd. Deze interimcontrole is primair gericht op de bedrijfsvoering binnen de omgevingsdienst voornamelijk de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB), voor zover van belang voor onze controle op de betrouwbaarheid van de in de jaarrekening opgenomen gegevens. Onze bevindingen, voortvloeiend uit de interimcontrole, zijn vastgelegd in de managementletter van 14 januari 2022. Uit de interimcontrole blijkt dat de omgevingsdiensten haar zaken beheersmatig op orde heeft, voor zover wij dat beoordelen in het licht van de jaarrekeningcontrole. Ons beeld is dat de administratieve organisatie en interne beheersing (de controles binnen de processen, gecombineerd met de verbijzonderde interne controles) van de ODBN voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Specifiek genomen zijn nog wel verbeterpunten geconstateerd ten aanzien van de kwaliteit van de interne beheersing. Voor onze specifieke bevindingen en overige aanbevelingen (verbeterpunten) verwijzen wij u naar de genoemde managementletter.
5.2 Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken slechts die onderdelen, die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Op grond van artikel 393 lid 4, Titel 9 Boek 2 BW rapporteren wij onze bevindingen met betrekking tot de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking in dit verslag. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de controle van de jaarrekening niet specifiek is gericht op de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. Wij zijn van mening dat voldoende maatregelen zijn getroffen om de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking en informatievoorziening te waarborgen.
6. Rechtmatigheid
6. Rechtmatigheid 6.1 Begrotingsrechtmatigheid
De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn gebaseerd op de artikelen 189, 190 en 191 van de Gemeentewet. Deze normen dient het algemeen bestuur zelf nader in te vullen en te concretiseren. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat het dagelijks bestuur belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig meldt aan het algemeen bestuur, zodat het algemeen bestuur hierover tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan het algemeen bestuur van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat het dagelijks bestuur inbreuk maakt op het budgetrecht van het algemeen bestuur. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. Een overschrijding van de begroting is altijd onrechtmatig, maar hoeft door de accountant niet in alle gevallen te worden meegewogen in zijn oordeel. In die gevallen dat het algemeen bestuur geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat de accountant deze kostenoverschrijdingen niet betrekt bij de beslissing of hij al dan niet een goedkeurend rechtmatigheidsoordeel kan afgeven.
Essentieel is dat het algemeen bestuur nadere regels kan stellen wanneer: 1. Lastenoverschrijdingen zijn gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten 2. Lastenoverschrijdingen passen binnen het beleid of 3. Lastenoverschrijdingen bij open einde regelingen. Daarnaast moet de accountant deze lasten overschrijdingen – waarvan het dagelijks bestuur in de jaarrekening moet aangeven dat het algemeen bestuur deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij het algemeen bestuur nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid kijkt de accountant naar de lastenoverschrijdingen per programma die de rapportagetolerantie overschrijden.
21
Op vijf programma’s is een begrotingsoverschrijding op de lasten geconstateerd, welke de rapportagetolerantie overschrijdt. Deze zijn in de tabel hierna opgenomen: Lastenoverschrijding programma
Begrotingsafwijking
Onrechtmatig, telt niet mee in oordeel
P1 – Individuele dienstverlening
€
25.000
✓
P3 - Bedrijfsvoering
€
715.000
✓
Onrechtmatig telt wel mee in oordeel
Tegenover de hogere lasten op het programma Individuele dienstverlening staan ook hogere baten, waardoor de onrechtmatigheid niet meegewogen wordt in ons rechtmatigheidsoordeel. De overschrijding van de lasten op het programma Bedrijfsvoering wordt veroorzaakt door een stijging van de personele lasten. Onderdeel hiervoor is een toename van de verplichting inzake spaaruren (€ 175.000) en verplichting inzake verlofuren (€ 606.000). Beide verplichtingen dienen op grond van het BBV gevormd te worden en betreffen derhalve budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid. Hierdoor wordt deze onrechtmatigheid niet meegewogen in ons rechtmatigheidsoordeel.
6.2 Europese aanbestedingen
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur, bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw organisatie uitgevoerde crediteurenanalyse gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2021 is nageleefd. Naast inzicht in de rechtmatigheid van individuele dossiers geeft deze analyse inzicht in de beheersing van het inkoopproces, die (tevens) het naleven van de aanbestedingswetgeving moet waarborgen. De organisatie heeft zelf een inkoopanalyse uitgevoerd en heeft de hieronder genoemde geen afwijkingen geconstateerd. Wij merken een toenemende aandacht die de organisatie heeft voor het naleven van de Europese aanbestedingsregels. Desondanks adviseren wij hieraan in de organisatie continue aandacht te blijven geven waardoor de benodigde gedragsverandering bij degenen die inkopen gestimuleerd worden.
6.3 Rechtmatigheidsverklaring vanaf 2022
Over de jaarrekening 2022 van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zal – zoals het er nu naar uitziet – het dagelijks bestuur verplicht zijn een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen. Het formele wetsbesluit moet nog worden goedgekeurd en het BBV wordt hierop in de komende tijd aangepast. De accountant zal zijn/haar oordeel geven over de getrouwheid van de jaarrekening waar de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van uitmaakt. De accountant verstrekt geen afzonderlijk rechtmatigheidsoordeel meer. Inmiddels is een standaardtekst voor deze verantwoording ontwikkeld. Hierin geeft het dagelijks bestuur aan dat er zich geen rechtmatigheidsfouten (alleen de 3 criteria: begroting, voorwaarden en M&O) in de financiële handelingen gedurende het kalenderjaar hebben voorgedaan boven een gestelde verantwoordingsgrens. De keuze van de hoogte van deze grens – de verantwoordingsgrens – wordt aan het dagelijks bestuur overgelaten en is maximaal 3% van de totale lasten inclusief de toevoegingen aan reserves. Overigens merken wij hierbij op dat de huidige drempels ten aanzien van foutevaluatie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) uitgaan van maximaal 1% afwijking (ook ten aanzien van getrouwheid). Hiermee ontstaat mogelijk een discrepantie tussen eigen normenkader en accountantsregelgeving. Dit geldt voor fouten én onzekerheden.
Als deze zich gezamenlijk boven de grens bevinden dan is het vereist aan te geven welke afwijkingen het betreft. Van het dagelijks bestuur wordt tevens verwacht dat in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording wordt gegeven en welke acties zij neemt om dergelijke afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Om deze verplichting te kunnen invoeren moet onder andere de Gemeentewet, het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) en de Kadernota rechtmatigheid nog worden aangepast. Vooralsnog wordt nog steeds uitgegaan van de invoering per 2022. De wijziging in de verantwoordelijkheden ten aanzien van rechtmatigheid betekent dat het dagelijks bestuur zelfstandig een controlesystematiek moet inrichten, deze moet laten uitvoeren en over de uitkomsten moet rapporteren middels een rechtmatigheidsverantwoording. De ODBN nog stappen moet gaan zetten ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording Dit blijkt onder meer uit de onvoldoende uitvoering van de interne (kwaliteits-) controles en het uitlopen van de planning op de verbijzonderde interne controles (VIC). Advies is om een (verbijzonderd) intern controleplan op te stellen met als uitgangspunt een afgestemde risicoanalyse. de rechtmatigheidsverantwoording te benadrukken.
7.
Overige bevindingen jaarrekeningcontrole 2021
7.1 Wijziging in verslaggevingsvoorschriften en overige wet- en regelgeving
In de jaarrekening 2021 zijn geen stelsel- of schattingswijzigingen verwerkt.
7.2 Bevestiging van het dagelijks bestuur
Wij hebben van het dagelijks bestuur een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
7.3 Beperking in reikwijdte van de controle
Er zijn geen meningsverschillen met het management noch het dagelijks bestuur geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door de medewerkers en het dagelijks bestuur van uw omgevingsdienst de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
7.4 Wet Normering Topinkomens (WNT)
De Wet Normering Topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt eveneens maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd, beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging van € 209.000 niet te boven gaan. Daarnaast dient u het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000.
De omgevingsdienst heeft de jaarrekening verder aangepast conform de wijzigingen in het BBV.
Uit de werkzaamheden blijkt dat in 2021 voor de topfunctionarissen en overige medewerkers geen sprake van een overschrijding van de grensbedragen en dat de WNT juist is verantwoord in de jaarstukken.
24
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. In onze controleverklaring hebben wij bovenstaande expliciet opgenomen. 7.5 Fraude als onderdeel van de accountantscontrole
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het dagelijks bestuur van de organisatie. Hoewel wij een kritische houding hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, willen wij opmerken dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd binnen het controleteam en met de ambtelijke organisatie van de ODBN. Tijdens dit overleg is gesproken of het dagelijks bestuur t aanwijzingen en of vermoedens heeft gehad voor de mogelijke aanwezigheid materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het dagelijks bestuur hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of de werknemers zijn betrokken die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing, of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn voor de jaarrekening. Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die erop gericht waren om het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren.
Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen (voorlopige journaalposten) en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Conclusie: Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2021 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van fraude.
7.6 COVID-19 algemeen
In maart 2020 is het Covid-19 virus uitgebroken en na een jaar is nog geen sprake van volledig herstel. Maatschappelijk en economisch heeft dit grote gevolgen en veel organisaties worden financieel geraakt. Voor de ODBN brengt dit onzekerheden met zich mee. Enerzijds worden de contouren van de economische en maatschappelijke impact van het virus steeds duidelijker, anderzijds is nog steeds sprake van (economische) beperkingen en heeft dit mogelijk impact op de door de omgevingsdienst te realiseren doelstellingen. In 2021 heeft de omgevingsdienst een analyse uitgevoerd van de impact van Covid-19. De uitkomst laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de geïnventariseerde risico’s gedekt kunnen worden met het weerstandsvermogen van de omgevingsdienst (zie hoofdstuk 2). Vooralsnog ondervindt de omgevingsdienst in financieel opzicht, geen grote hinder van de Corona-pandemie. Het dagelijks bestuur schat op basis van de uitgevoerde analyses het doorvoeren van een duurzame waardevermindering op de activa van de omgevingsdienst niet van toepassing. De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op een positieve continuïteitsveronderstelling.
Hoewel de toekomstige financiële impact van de uitbraak van Covid-19 ten tijde van het opmaken van deze jaarrekening niet duidelijk is, is het dagelijks bestuur van mening dat op basis van de thans beschikbare informatie, de inmiddels genomen maatregelen en de huidige liquiditeitspositie, dat de bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerde continuïteitsveronderstelling niet materieel wordt beïnvloed.
7.7 COVID-19 verwerking in de jaarrekening
De commissie BADO heeft op 26 februari 2021 de ‘Notitie effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening’ uitgebracht. In deze notitie zijn richtlijnen, voorstellen en aandachtspunten opgenomen ten aanzien van de verantwoording van de impact van Covid-19 in de jaarrekening. In de notitie is in hoofdstuk 4.3 opgenomen dat de organisatie de mogelijkheid wordt geboden om een onverplichte paragraaf in de jaarrekening op te nemen. Het dagelijks bestuur heeft ervoor gekozen om geen separate paragraaf Covid-19 op te nemen in de jaarrekening. In de jaarrekening 2021 van e ODBN is op diverse onderdelen een toelichting opgenomen op de impact van Covid-19. Wij concluderen dat de huidige wijze van toelichten voldoet aan de vereisten zoals voorgeschreven door de commissie BBV en de BADO notitie.
7.8 Materiële vaste activa
Onder de materiele vaste activa is “oude activa” en/of activa met een “nul waarde geactiveerd waarvan de vraag gesteld kan worden of de activa binnen de ODBN nog in gebruik zijn. Advies aan u is om komend jaar het bestaan van de materiele vaste activa opnieuw te inventariseren, zodat de materiele vaste activastaat waar nodig kan worden opgeschoond.
7.9 Vennootschapsbel asting
Met ingang van 2016 vallen gemeenschappelijke regelingen (voor bepaalde activiteiten onder voorwaarden) onder de werking van de Wet op de vennootschapsbelasting (VPB). De wijziging is ingevoerd om publiekrechtelijke lichamen op dezelfde wijze te behandelen als private organisaties. ODBN heeft in 2019 een quick scan laten uitvoeren door een externe gespecialiseerde partij om te beoordelen of ODBN wel of niet VPB plichtig is. Uit deze quick scan blijkt dat ODBN niet VPB plichtig is. De uitkomsten van de quick scan zijn in 2020 door de OBDN met de Belastingdienst afgestemd. Begin 2021 heeft de Belastingdienst als volgt gereageerd: “Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst geen reden om een aangiftebiljet VPB uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor VPB-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen.” De Belastingdienst heeft hiermee de conclusie uit de quick scan onderschreven en aangegeven dat onder de huidige feiten en omstandigheden er geen VPB-plicht is voor ODBN. De ODBN heeft bevestigd dat de situatie in 2021 ongewijzigd is gebleven ten opzichte van 2020 ofwel dat er nog geen VPB-plicht is ontstaan voor de ODBN.
Bijlagen
28
Bijlage A – Niet-gecorrigeerde controleverschillen en / of onzekerheden Toleranties t.b.v. foutenevaluatie (getrouwheid en rechtmatigheid)
Fouten
Goedkeuringstolerantie (respectievelijk 1% en 3% van de totale lasten)
€ 291.890
Rapporteringtolerantie fouten en onzekerheden (grens waarboven gerapporteerd wordt aan het algemeen bestuur)
€
Foutenevaluatie Aard van de fouten
Fouten
50.000
Onzekerheden €
875.580 €
50.000
Onzekerheden
Getrouwheid
Rechtmatigheid
Getrouwheid
Rechtmatigheid
Geen Europese aanbesteding - zie hoofdstuk 6.2
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
Totaal
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
Bevestiging dagelijks bestuur Wij hebben van het dagelijks bestuur een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin het dagelijks bestuur bevestigt dat geen sprake is van niet- gecorrigeerde fouten die, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening materieel (kunnen) zijn. Conclusie: Bij de jaarrekening 2021 kan een goedkeurende verklaring worden verstrekt inzake getrouwheid en rechtmatigheid.
29
Bijlage B – Onafhankelijkheidsbevestiging en overige dienstverlening Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met de Nederlandse Corporate Governance Code dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de ODBN in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Astrium beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersings- maatregelen. Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie: • Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt.
• Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle gevolmachtigden en werknemers bij Astrium. • Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften. • Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven. • Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen. De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen.
• Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Astrium wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Indien de bestuursstructuur van de controlecliënt voorziet in een audit commissie of algemeen bestuur, overwegen wij een van deze beide instanties te raadplegen. De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de (wettelijke) controle van een controlecliënt meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen. Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties met de gemeenschappelijke regeling Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen Astrium, haar gevolmachtigden en haar medewerkers en de omgevingsdiensten die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn ons geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd dienen te worden.