Aanwijzingslijst categorieën gevallen
Tekst van het document
Adviesrecht raad en participatieplicht Aanleiding Met de Omgevingswet verandert een aantal belangrijke zaken die grote impact hebben op de rol van de gemeenteraad en die samenhangen met de keuzes die de gemeenteraad kan maken bij het al dan niet verlenen van vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, de zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Deze notitie gaat over de mogelijkheid voor de gemeenteraad om een bindend advies over vergunningverlening uit te brengen (het adviesrecht) en over het verplicht stellen van participatie voor initiatiefnemers. Adviesrecht In de huidige situatie kan de gemeenteraad beslissen dat er geen bedenkingen zijn voor het afwijken van een geldend bestemmingsplan, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt dat adviesrecht. Het adviesrecht van de gemeenteraad onder de Omgevingswet is van toepassing voor activiteiten waarvoor de gemeenteraad echt aan het stuur wil blijven, zoals ontwikkelingen met een grote maatschappelijke impact, en/ of activiteiten die niet overeenkomstig de bestaande beleidskaders zijn.
Voorstel Naar aanleiding van de raadsbesluiten van 2019 en 2020 kunnen gevallen aangewezen worden waarvoor de raad zichzelf een adviesrecht wil toekennen. Het gaat om vergunningaanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die vallen in één of meer van onderstaande categorieën: Wonen Het bouwen van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom1. Bedrijven Het vestigen van een bedrijf buiten de bebouwde kom op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand bedrijfsterrein of bedrijfsperceel, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. (Kleinschalige bedrijfsactiviteiten, niet-agrarische nevenactiviteiten, VAB-beleid) Het uitbreiden van een bedrijf buiten de bebouwde kom met meer dan 20% van het bestemmingsvlak/werkingsgebied, op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand bedrijfsterrein of bedrijfsperceel, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. (Wijzigingsbevoegdheid vergroten bouwvlak) Agrarische bedrijven Het vestigen van een agrarisch bedrijf op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand of voormalig agrarisch bedrijfsperceel, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. Het uitbreiden van een agrarisch bedrijf met meer dan 20% van het bestemmingsvlak/ werkingsgebied, met een max.
van 1,5 ha voor een bouwblok, op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand agrarisch bedrijfsperceel, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. 1 Dit aantal volgt uit jurisprudentie over de Ladder voor duurzame verstedelijking
(https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2015:2921).
Het omschakelen van agrarische naar andere activiteiten.
Energieprojecten Het oprichten van een opstelling van zonnepanelen (zonnevelden), windturbines en andere installaties voor duurzame energie, waaronder biomassavergisting, tenzij deze worden gesitueerd op een bestaand perceel van een (agrarisch) bedrijf Het uitbreiden van een opstelling van zonnepanelen (zonnevelden), windturbines en andere installaties voor duurzame energie, waaronder biomassavergisting met meer dan 20% van het bestemmingsvlak/werkingsgebied, op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand perceel voor deze energieopstellingen. Andere energieprojecten Bijzondere doeleinden Het vestigen van een educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve en welzijnsvoorziening en een overige maatschappelijke voorziening, buiten de bebouwde kom, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. Het uitbreiden van een educatieve, sociale en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve en welzijnsvoorziening en een overige maatschappelijke voorziening, buiten de bebouwde kom, met meer dan 20% van het bestemmingsvlak/werkingsgebied, op gronden die zijn gelegen buiten een bestaand perceel voor deze voorzieningen, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader.
Overig Het oprichten/vestigen van een milieucategorie 5 bedrijf / mestbedrijf, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader. Het betreft een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Verplichte participatie Participatie bij de omgevingsvergunning is onder de Omgevingswet standaard opgenomen als een aanvraagvereiste. Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is meldt hij ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. Het kan ook zijn dat de aanvrager simpelweg niets aan participatie heeft gedaan, dit is geen weigeringsgrond. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarvoor participatie verplicht is (artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet). In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven, en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. Voorstel Participatie verplichten voor dezelfde categorieën gevallen waarvoor het adviesrecht van de raad en de uitgebreide procedure geldt.