Aanbiedingsbrief rekenkameronderzoek Energiebesparingsplicht
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Postbus 19 5384 ZG HEESCH
Nico op de Laak Telefoonnummer: 0412-458888 Bijlage(n): 3 Onderwerp: Onderzoek Energiebesparingsplicht (EBP) Behandeld door:
Uw brief van: Uw kenmerk: Registratienummer: Datum:
5 december 2024
Geachte raadsleden,
Inleiding Hierbij bieden wij u het rekenkameronderzoek ‘Energiebesparingsplicht’ aan. Dit onderzoek is in het voorjaar van 2024 opgestart. De belangrijkste reden om het onderzoek te starten is de vraag of het huidige (rijks-)beleid het gewenste effect heeft: energiebesparing. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat zowel de Algemene Rekenkamer als de Vereniging van Rekenkamers een breed onderzoek hebben opgezet om te beoordelen in hoeverre de (landelijke) doelstellingen gehaald worden. De Begeleidingscommissie rekenkamer heeft in het voorjaar positief geadviseerd om het onderzoek uit te voeren. In deze aanbiedingsbrief, die tevens als raadsvoorstel fungeert, geven wij nogmaals de grote lijn weer van onze conclusies en voorstellen. Conclusies De rekenkamer trekt de volgende conclusies die in hoofdstuk 4 van het onderzoeksrapport zijn toegelicht: 1. Algemeen Kenmerk van de Energiebesparingsplicht (EBP) is dat het met name over procedures gaat die kunnen leiden tot concrete energiebesparing. De EBP schrijft niet voor hoeveel besparing er per bedrijf/aansluiting bereikt moet worden. Ook in de gemeente Bernheze zijn geen concrete besparingsdoelen per bedrijf, dan wel per gebied (bedrijventerrein o.i.d.) omschreven. De gemeente volgt de EBP waarmee de kern ligt op het toetsen van de ingediende rapportages. 2.
Energiebesparing(-splicht) maatschappelijk vastgoed Indien de bevindingen langs het normenkader worden gelegd dan kan geconcludeerd worden dat aan alle in het onderzoek gestelde normen wordt voldaan, met uitzondering van norm 1e; er zijn
geen afspraken tussen de gemeente en de eigenaren/beheerders van (overig) maatschappelijk vastgoed omtrent de invulling van de energiebesparingsplicht. De centrale onderzoeksvraag over het maatschappelijk vastgoed kan positief beantwoord worden met dien verstande dat er geen integrale aanpak is voor al het maatschappelijk vastgoed in de gemeente. 3. Toezicht en handhaving Indien getoetst wordt aan het normenkader dan wordt niet voldaan aan de normen waarin concreet gesproken wordt over SMART geformuleerde, inhoudelijke resultaten uitgedrukt in kWh’s en m3 (normen 2b, 2c en 2e in pararaaf 1.4). Er wordt uiteraard veel werk gemaakt van het controleren van bedrijven en het toetsen in hoeverre de maatregelen in het kader van de EBP zijn uitgevoerd. De conclusie voor de centrale onderzoeksvraag over toezicht en handhaving is dan ook dat aan de wettelijke procedurele verplichtingen wordt voldaan voor die bedrijven die bekend zijn bij de gemeente/Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) en die onder de EBP en vervolgens de Informatieplicht Energiebesparing (IPEB) vallen. Daar staat tegenover dat de gemeente noch de ODBN een concreet inzicht heeft in de werkelijke energiebesparing. Het is daarmee onduidelijk in hoeverre de EBP effectief is. Daarnaast is het niet volledig duidelijk welk deel van het ODBNbudget concreet aan toezicht en handhaving van de EBP wordt besteed.
Dat maakt het lastig om te beoordelen in hoeverre de inzet van de ODBN en de gemeente doelmatig en doeltreffend is. Voorstellen In hoofdstuk 5 van het onderzoeksrapport worden de voorstellen nader toegelicht. Kort samengevat betreft het de volgende voorstellen: 1. Algemeen Teneinde de inhoudelijke effectiviteit van het wettelijke instrument EBP in de gemeente Bernheze te optimaliseren, wordt voorgesteld om aanvullend beleid ten opzichte van de EBP te formuleren. Hierbij dient sprake te zijn van doelvoorwaarden die als resultaatsverplichting worden omschreven. De beleidsvoorbereiding is aan het college, uiteraard in overleg met de raad. 2. Maatschappelijk vastgoed Gezien de conclusies met betrekking tot het maatschappelijk vastgoed ligt het niet voor de hand om hieromtrent aanvullende voorstellen aan de raad te doen. Uitgangspunt is uiteraard dat het huidige beleid minimaal gecontinueerd wordt als het gaat om het stimuleren van eigenaren en gebruikers om de wettelijke bepalingen te volgen en waar nodig tot uitvoeringsmaatregelen over te gaan om aan die bepalingen te voldoen. 3. Toezicht en handhaving Hier ligt het, gezien de conclusies, voor de hand om een beperkt aantal voorstellen te doen die door het college uitgewerkt dienen te worden. De kern is dat het voorstellen zijn waar de gemeente (samen met de ODBN) zelf werk van kan maken: ● ●
Optimaliseer het bedrijvenregister: zorg voor een duidelijk en actueel register van bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen. Werk vanuit SMART geformuleerde doelstellingen: formuleer specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor energiebesparing. Kies daarbij primair voor een gebiedsgerichte benadering1.
1 Dit ligt onder meer in lijn met Duurzame Energieagenda 2021-2025 en de daarin opgenomen Gebiedsgerichte
aanpak bedrijventerreinen.
2
●
●
Optimaliseer de samenwerking met de omgevingsdienst: vul de opdrachtgeversrol effectief in door duidelijke afspraken te maken met de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) over de bedrijvenlijst per jaar, rapportage en evaluatie van energiebesparende maatregelen. Ondersteuning voor bedrijven: biedt bedrijven meer ondersteuning en informatie over hun verplichtingen en de voordelen van energiebesparing en verduurzaming.
De reactie van het college De bestuurlijke reactie wordt tegelijkertijd met de onderzoeksrapportage aangeboden. De kern van de bestuurlijke reactie is dat het college geen meerwaarde ziet in het formuleren van aanvullend beleid. Daarnaast gaat het college niet uitgebreid in op de overige voorstellen. Het college focust op toezicht en handhaving. Tevens ziet het college meer in het verbeteren van de (spontane) naleving van de energiebesparingsplicht. Ons nawoord Ons nawoord wordt tegelijkertijd met de onderzoeksrapportage aangeboden. De kern van ons nawoord is dat er begrip is voor de stellingname van het college om geen aanvullend beleid te formuleren, maar dat dit inhoudt dat het college in plaats van het streven naar inhoudelijke doelen met als effect concrete energiebesparing meer waarde ziet in het bijhouden van lijsten en het checken of de EBP-bedrijven hun rapportages hebben ingediend en de standaardmaatregelen hebben uitgevoerd. Met betrekking tot de naleving merkt de rekenkamer op dat het college het “laaghangend fruit” van de voorstellen niet verder toelicht. De optimalisatie van het bedrijvenregister en het (extra) ondersteunen van bedrijven zouden juist de naleving bevorderen. Ons voorstel aan de raad Wij stellen u voor om kennis te nemen van het onderzoeksrapport ‘Energiebesparingsplicht’ en als volgt te besluiten: 1.
In te stemmen met de conclusies en voorstellen uit het onderzoeksrapport ‘Energiebesparingsplicht’; 2. Het college opdracht te geven de voorstellen die aan het college zijn gedaan uit te voeren en een planning op te stellen voor de opvolging van deze voorstellen.
Met vriendelijke groet, namens de rekenkamer Bernheze,
Nico op de Laak, voorzitter
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Rapport Energiebesparingsplicht Bestuurlijke reactie van het college Nawoord rekenkamer
3