CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Plantoelichting vaststelling bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Cereslaan-West'

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein 'Cereslaan-West', Heesch26.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

54

Hoofdstuk 8 Ecologie 8.1

Kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland / Natuurnetwerk Brabant en overige bos- en natuurgebieden Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. In Brabant is het NNN uitgewerkt tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

55

8.2

Onderzoek

Belangrijke voorwaarde voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Door Antea Group is in april 2024 een Natuurtoets uitgevoerd in het kader van de beoogde uitbreiding van Bedrijventerrein Cereslaan-West. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. De volledige natuurtoets is opgenomen in bijlage 10.

Toetsing effecten op beschermde soorten Naar aanleiding van de bevindingen uit eerder bureauonderzoek en terreinbezoek, zijn relevant bevonden soorten nader onderzocht. Het betreft soortspecifiek onderzoek naar de volgende soorten: de huismus, gierzwaluw, roofvogels, vleermuizen en marterachtigen. Waar nodig worden in het najaar van 2022 opnieuw inventarisaties gedaan. De resultaten hiervan worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Huismus In de gebouwen zijn nesten aanwezig van de huismus (een vogel met een jaarrond beschermd nest). Indien verblijfplaatsen worden aangetast door de werkzaamheden, is dit in overtreding met de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Hiervoor is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Aangezien verblijfplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen, dient een ontheffingsprocedure doorlopen te worden. Daadwerkelijke nestplaatsen mogen niet zonder ontheffing en maatregelen aangetast worden. Een dergelijke procedure kan enkel doorlopen worden als volgens het geldende protocol onderzoek is gedaan. De werkzaamheden aan de panden waar eventuele nestplaatsen in zitten, kunnen enkel uitgevoerd worden indien hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming is verleend door de Provincie Noord-Brabant. Bij een ontheffingsaanvraag wordt door het bevoegd gezag getoetst of de soort niet onnodig wordt geschaad en of er voldoende maatregelen getroffen worden.

Wanneer het bevoegd gezag akkoord is met de werkwijze omtrent de sloop en de huismus, wordt een ontheffing (vaak onder voorwaarden) verleend. Een dergelijke procedure neemt circa 20 weken in beslag. Daarboven op geldt een periode van zes weken dat de ontheffing ter inzage ligt (en waarin bezwaar gemaakt kan worden). Bij de sloop van de gebouwen dienen per koppel huismussen twee alternatieve nestlocaties te worden aangeboden in de directe omgeving van de huidige nestlocatie. Daarbij dient rekening te worden gehouden met hoge vegetatie en de mogelijkheden tot zandbaden in de directe omgeving van de alternatieve verblijfplaats. In totaal dienen acht nieuwe nestlocaties te worden aangeboden in het plangebied. In de toekomstige situatie dienen vervangende verblijfplaatsen gerealiseerd te worden. Aangezien een nieuwe verblijfplaats nooit dezelfde eigenschappen heeft als een bestaande verblijfplaats dient een overmaat aan verblijfplaatsen aangeboden te worden. Dit houdt in dat voor acht aangetroffen broedplaatsen, 24 alternatieve nestplaatsen dienen te worden aangeboden.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

56

Overige broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie, bomen, tuinen en begroeide bermen. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog.

Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden of er dienen soortspecifieke maatregelen getroffen te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is. Marterachtigen De steenmarter en de wezel foerageren in het plangebied en hebben vermoedelijk een verblijfplaats in de schuur ten zuiden van de plangrens. De soort is tweemaal waargenomen gedurende het (vleermuis)onderzoek. De steenmarter is beschermd onder artikel 3.10, onderdeel A. Dit houdt in dat de verblijfplaats en overig essentieel leefgebied niet zondermeer mag worden aangetast. De verblijfplaatsen worden mogelijk aangetast door het voornemen. Daarnaast wordt het foerageergebied van de steenmarter en de wezel grotendeels verwijderd. Het gebied is daarnaast geïsoleerd gelegen waardoor de marterachtigen weinig uitwijkmogelijkheden hebben. Om deze reden dient aandacht besteedt te worden aan het behouden van leefgebied voor de marterachtigen. In de omgeving zijn waarnemingen van steenmarters bekend waardoor mogelijk veel territoriums aanwezig zijn. Om deze reden kan een steenmarter niet gemakkelijk uitwijken naar een ander leefgebied, omdat deze zeer waarschijnlijk al is ingenomen door een soortgenoot.

Er zijn echter wel mogelijkheden om het gebied beschikbaar te houden voor de steenmarter. De wezel kan een zeer klein territorium hebben. Territoria in het plangebied dienen te worden behouden door het aanbrengen van ruigtevegetatie en verbindingsstroken. In het plan is een ecologische struweelzone voor marterachtigen opgenomen. Deze zone wordt momenteel uitgewerkt in een landschapsplan met beplantingsvoorstel. Conclusie soortenbescherming De effecten op aanwezige soorten zijn mitigeerbaar. Daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat een ontheffing niet kan worden verleend. Soortenbescherming vormt zodoende geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

57

Toetsing effecten op beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in of direct aangrenzend aan Natura2000-gebied. Ruimtebeslag kan daarmee op voorhand worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de activiteit en de afstand tot Natura2000-gebieden in de omgeving kunnen ook verstoringseffecten als geluid, verdroging , licht e.d. op voorhand worden uitgesloten. Bij grote ontwikkelingen zoals een nieuw bedrijventerrein dient echter wel rekening te worden gehouden met de toename in stikstofdepositie en het effect daarvan op omliggende Natura2000- gebieden. Een stikstofberekening in Aerius laat zien dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt op omliggende Natura2000-gebieden. De berekening is opgenomen als bijlage 11 bij deze toelichting. Natuurnetwerk Nederland (NNB) In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. De bosschages, gelegen ten noorden van het plangebied, zijn wel onderdeel van het NNB. Het natuurtype van deze bosschages is N16.03 Droog bos met productie. Voor de realisatie van het plan is ruimtelijke beslag niet aan de orde. Het plan heeft geen wezenlijke invloed op belangrijke sleutelfactoren waardoor significante negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het aanwezige NNB uitgesloten zijn (externe werking). Droog bos met productie wordt gedomineerd door loofboomsoorten.

Er is geen vermindering van structuurelementen, kwaliteit van deze elementen, of broedbiotopen voor kwalificerende soorten zoals boomklever en groene specht aan de orde. Daarnaast gaat ook geen oppervlakte aan NNB gebied verloren omdat ruimtebeslag niet aan de orde is. Door de tussengelegen A59 tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde NNB gebied zijn er ook geen aanvullende effecten op trilling, geluid- en optische verstoring. Het plan leidt niet tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB-gebied. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn houtopstanden aanwezig. Deze liggen buiten de bebouwde kom en bestaan uit een bomenrij van meer dan 20 bomen. Ze vallen daarom onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Losstaande bomen binnen het plangebied kennen deze bescherming niet en zijn vrijgesteld wanneer deze geen functie hebben voor beschermde soorten. Voor de kap van bomenrijen dient een melding te worden gedaan bij de provincie. Voor de houtopstanden geldt een 1:1 compensatieplicht.

Afbeelding 8.1.: Bomenrijen van meer dan 20 bomen in het plangebied. Losstaande bomen zijn niet in deze afbeelding opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

58

8.3

Conclusie

Het aspect Ecologie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

59

Hoofdstuk 9 Duurzaamheid 9.1

Kader

Nationaal klimaatbeleid Teneinde de Kyotodoelstellingen te realiseren, is landelijk klimaatbeleid geformuleerd. De korte termijn doelstelling voor Nederland is de uitstoot van de belangrijkste broeikasgassen in de periode van 2008 - 2012 met 6% terug te dringen ten opzichte van 1990. Op de lange termijn wil de overheid de overgang naar een duurzame energiehuishouding bereiken (een aandeel van twintig procent duurzame energie in 2020) en verdere beperking van de CO2-uitstoot realiseren (30% in 2020 ten opzichte van 1990). Dit is verwoord in het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4). Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. Duurzaam bouwen is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving.

9.2

Onderzoek

De duurzame ambitie uit zich met name in de klimaatopgave. Hemelwater wordt opgevangen op eigen terrein. Alleen extreme piekbuien worden afgevoerd. De rest wordt gebruikt op eigen terrein, op groene daken, of zakt in de bodem (eigen perceel en/of openbare ruimte). Groene daken op hoofdgebouwen zijn verplicht en dragen bij aan opvang hemelwater en versterken biodiversiteit. Het openbaar groen krijgt een inrichting die biodiversiteit versterkt en hemelwater kan bergen. Ook wordt het groen in openbaar gebied voortgezet op (deel van) de voorterreinen van de bedrijfskavels. Hier wordt ingezet op groen met meer natuurlijke uitstraling, waarbij biodiversiteit een belangrijke rol speelt. Biodiversiteit Het meest westelijke deel van het bedrijventerrein grenst aan het open landschap en vormt in feite de dorpsrand. De weg geeft de overgang aan naar het buitengebied. Tussen deze weg en het bedrijventerrein komt een gesloten gemengde haag met natuurwaarden om zo een zachte overgang naar het aangrenzende open landschap te maken. Het groengebied ten westen van de weg wordt ingezet voor wateropvang en versterken biodiversiteit. Het draagt ook bij aan een dorpse overgang van landschap naar bedrijventerrein. Hoe dit gebied er precies komt uit te zien moet nog bepaald worden en hangt onder andere af van de wateropgave. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden.

Het toepassen van een gemengde haag biedt geslotenheid en heeft grote meerwaarde voor biodiversiteit. Het is aantrekkelijk voor veel broedvogels. Insecten komen af op de bloeiende planten en de haag biedt beschutting voor kleine zoogdieren. De gemengde haag bestaat uit bomen en struiken met een bloemrijke zone. Dit zorgt voor een overgangszone waar diverse soorten van profiteren. De bomen zijn niet te groot en hebben een smalle kroon. Alle beplanting is inheems en gebiedsspecifiek: Liguster, Eik, Gelderse Roos, kardinaalsmuts, Rozenbottel, Spaanse Aak, Zoete kers, Meidoorn, Sleedoorn, beuk, hulst. Struiken zijn dezelfde soorten als in de haag alleen dan losstaand.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

60

Klimaatadaptatie In het plan is rekening gehouden met de werking van het watersysteem, met voldoende waterberging en een goed werkende afwatering. Hiermee wordt geanticipeerd op piekbuien als gevolg va klimaatverandering. Ook wordt halverwege de Vismeerstraat een ‘klimaatparkje’ gerealiseerd met infiltratievelden. Het idee is om hier een overstroomlocatie te maken, waarmee piekbuien worden opgevangen en vastgehouden. In droge periodes zullen deze infiltratievelden bloemrijke grasvelden zijn. Op de hoger gelegen delen staan solitaire bomen. Deze delen kunnen voor recreatieve doeleinden (zoals een picknickplek) ingericht worden, door bijvoorbeeld het aanbrengen van vlonders tussen de droge delen.

Afbeelding 9.1 Centrale driehoek in droge (links) en natte (rechts) periodes

De groene ruimte tussen de snelweg en het bedrijventerrein vormt een belangrijk onderdeel van het plan. De versterking van de groenstructuur, verbetering van biodiversiteit en een klimaatbestendige inrichting worden hier gecombineerd en zorgen voor minder hittestress. Er is afwisseling tussen historische houtwallen, diverse bomenlanen en boomclusters, oppervlaktewater, en groenstroken met diversiteit aan beplanting. De hoofdstructuur rondom groen en water is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 2). Dit plan wordt op detailniveau verder uitgewerkt in een gedetailleerd landschapsplan. Energie Het plan voldoet aan de wettelijke kaders rondom duurzaamheid. Gasloos bouwen is uitgangspunt. Verder is het wenselijk dat de daken van de bedrijfspanden als groene daken worden uitgevoerd. Ze dragen hiermee bij aan de biodiversiteit in het gebied. Verder vervullen ze zo een rol in de waterberging en het vertraagd afvoeren van het regenwater. Op de daken zullen zonnepanelen worden geplaatst om in de energiebehoefte van de bedrijven te voorzien.

9.3

Conclusie

In het beeldkwaliteitsplan zijn diverse uitgangspunten en maatregelen voorzien om biodiversiteit te stimuleren en hittestress tegen te gaan. In de nadere planuitwerking krijgt de ruimtelijke inrichting zijn definitieve vorm. Verder voldoet het plan aan de wettelijke kaders rondom duurzaamheid. Het aspect duurzaamheid vormt zodoende geen belemmering voor de vaststelling van het plan.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

61

Hoofdstuk 10 Uitvoerbaarheid 10.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De verwerving en ontwikkeling van gronden (inclusief de restgronden, die niet benodigd zijn voor de aanleg van de ontsluitingsweg voor Heesch West) zijn opgenomen in de integrale grondexploitatie van Heesch West. Alle gronden die worden ontwikkeld zijn ofwel aangekocht ofwel er zijn met de eigenaren ruilingen overeengekomen gemaakt ofwel er wordt en persoonsgebonden overgangsafspraak gemaakt.

Met een tweetal voormalige eigenaren is een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten waarmee de verkrijging van de gronden door GR HW en tegelijkertijd het kostenverhaal voor particuliere ontwikkeling zijn zeker gesteld. Er is maar een beperkte uitbreidingscapaciteit en zeer veel belangstelling. De regionale afstemming over behoefte en bedrijventypologie is regionaal afgestemd en opgenomen in de recente provinciale behoefteraming bedrijventerreinen 2022. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

10.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein wordt op zorgvuldige wijze ingepast in de landschappelijke structuur van het buitengebied. Daarnaast is er een actuele behoefte aan het nieuwe bedrijventerrein, waarop kleine en middelgrote kavels kunnen worden uitgegeven. De ladder voor duurzame verstelijking is positief doorlopen. Daarmee wordt verondersteld dat de ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen (zie ook hoofdstuk 12 van deze toelichting). Los van deze procedurele momenten heeft de GR op diverse informele momenten de regionale bedrijvenverenigingen geïnformeerd. Met een aantal omwonenden en belanghebbenden zijn overwegingen rondom landschappelijke inpassing en ontsluiting besproken. Overleggen met de direct aangrenzende bedrijven hebben onder meer geleid tot een alternatieve ontsluiting om de tweezijdige ontsluiting van de parallelweg te behouden. Daarnaast is gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan op 31 januari 2023 een informatiebijeenkomst georganiseerd. Veel mensen hebben van deze avond gebruik gemaakt om informatie te vergaren en vragen te stellen. De reacties waren overwegend positief.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

62

10.3

Handhavingsaspecten

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking van de regels. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting.

Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

63

Hoofdstuk 11 Procedure 11.1

Inspraak

Er is gekozen om geen voorontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen. Dit vanwege de beperkte impact van het plan en het feit dat er met de direct belanghebbenden al afzonderlijk wordt gesproken. Een voorontwerpbestemmingsplan is overigens ook niet verplicht. Inspraak is wel mogelijk gedurende de formele procedure, die start bij het ontwerpbestemmingsplan.

11.2

Overleg

Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is de planvorming in het ontwerpstadium besproken met de volgende instanties:    

Provincie Noord-Brabant; Waterschap; Veiligheidsregio; buurgemeentes.

11.3

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 26 januari 2023 tot en met 9 maart 2023, ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. In totaal zijn 4 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn ontvangen en daarmee ontvankelijk. Deze zienswijzen zijn in de besluitvorming betrokken. In een separate Nota van zienswijzen, welke is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, zijn de ingekomen zienswijzen gebundeld, samengevat en voorzien van een reactie. In de beantwoording is aangegeven of en op welke punten het bestemmingsplan is aangepast. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen in het bestemmingsplan. In het beeldkwaliteitsplan is een tekstuele aanpassing gedaan die borgt dat laden en lossen voornamelijk aan de achterkant van de bedrijfspanden dient plaats te vinden.. De verbeelding is aangepast op de laatste stedenbouwkundige plankaart. Hierin is de groene wig aan de noordzijde van het plan verbreed, en is de verkeersbestemming beperkt tot uitsluitend de gronden waar de nieuwe inrit zal worden gerealiseerd.

Afbeeldingen van de actuele verbeelding en stedenbouwkundige inrichting zijn waar nodig verwerkt in deze toelichting en diverse (onderzoeks)rapporten. Ten slotte is een tekstuele correctie doorgevoerd in de aanmeldnotitie m.e.r, die toeziet op de eigendomssituatie ter plaatse.

11.4

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. april 2024

REGELS

Inhoudsopgave van de regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

3 3 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

BESTEMMINGSREGELS Bedrijf Groen Verkeer Waarde - Archeologie 3

11 11 13 14 15

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

17 17 18 19 20

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

21 21 23

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

2

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

3

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Bedrijventerrein Cereslaan-West NL.IMRO.1721.BPCereslnwestH-vg01 van de gemeente Bernheze. 1.2

met

identificatienummer

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.

Verdere begrippen in alfabetische volgorde:

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aanduidingsvlak

een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.6

aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep. 1.7

aan huis verbonden bedrijf

een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten door de gebruik(st)er van de woning en dat niet krachtens de Wet milieubeheer vergunning- of meldingplichtig is. 1.8

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren. 1.9

agrarisch grondgebruik

de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

4

1.10

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels worden aangemerkt als bedrijven, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact. 1.12

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.13

bedrijfsverzamelgebouw

een gebouw dat dient voor de huisvesting van drie of meer verschillende bedrijven, waarbij eventueel faciliteiten, zoals ICT-voorzieningen, parkeervoorzieningen en vergaderruimtes, gedeeld worden of kunnen worden en waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van een bedrijf. 1.14

bedrijfsvloeroppervlak (bvo)

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.15

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk en/of wenselijk is. 1.16

bestaand

a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, waarvoor - indien vereist - de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; 1.17

bebouwingspercentage

een in dit plan aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwperceel of het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd. 1.18

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

5

1.19

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.21

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.23

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel. 1.25

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27

buitenopslag

bedrijfsmatige opslag in de buitenlucht van goederen en/of materialen die direct verband houden met de bedrijfsactiviteiten die op het betreffende perceel worden uitgeoefend. Het (tijdelijk) parkeren van vrachtwagens en/of personenauto's wordt hieronder niet begrepen. 1.28

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact. 1.29

gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30

gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

6

1.31

hogere grenswaarde

een maximale waarde voor de geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder. 1.32

hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.33

huishouden

één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning. 1.34

kantoor

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.35

maatvoeringsgrens

de grens van een maatvoeringsvlak. 1.36

maatvoeringsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt. 1.37

mantelzorg

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden. 1.38

nevenactiviteit

een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat. 1.39

normaal onderhoud, gebruik en beheer

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.40

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een dakconstructie die maximaal twee tot de constructie behorende wanden heeft, dan wel aan maximaal drie zijden wordt begrensd door de gevels van belendende gebouwen. 1.41

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

7

1.42

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.43

peil

a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; b. in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten); c. deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld. 1.44

permanente bewoning

het feitelijk bewonen van een gebouw gedurende het hele jaar of het grootste deel van het jaar. 1.45

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.46

prostitutiebedrijf

een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice. 1.47

risicovolle inrichting

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.48

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.49

staat van bedrijfsactiviteiten

de als Staat van Bedrijfsactiviteiten bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven. 1.50

straatmeubilair

bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een hoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

8

1.51

uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 1.52

vloeroppervlakte

de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een gebouw. 1.53

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt. 1.54

(voor)gevellijn

de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen. 1.55

voorkeursgrenswaarde

de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.56

voorterrein van een bedrijfsperceel

het gedeelte van een bedrijfsperceel dat ligt tussen de voorste gevellijn van het hoofdgebouw (en de lijn die denkbeeldig ligt in het verlengde daarvan, tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen) en de perceelsgrens aan de voorzijde. 1.57

voorzieningen voor de waterhuishouding

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater. 1.58

werk

een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.59

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk waar die afstand het kortst is. 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

horizontale diepte van een gebouw:

de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.6

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

10

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

11

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een bedrijf uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten met maximaal: 1. milieucategorie 2; 2. milieucategorie 2 en/of 3.1 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; 3. milieucategorie 2, 3.1 en/of 3.2 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2'; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel bedraagt minimaal 40% en maximaal 60%; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag de maximale bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' mag de goothoogte niet minder bedragen dan aangegeven. e. indien op een bouwperceel de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1' of de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn-2' is opgenomen dient minimaal en maximaal één gebouw in deze lijn gebouwd te worden; f. indien op een bouwperceel aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1' is opgenomen dient aan deze zijde een gevel te worden gebouwd die representatief is. Bij de beoordeling van de representativiteit van deze gevel houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met hetgeen is beschreven in paragraaf 7.6 van het Beeldkwaliteitsplan; g. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5 meter en maximaal 12 meter; h. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; c. de goot- en bouwhoogte van overkappingen bedragen maximaal de aangegeven goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 10 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor het toestaan van een bedrijfsgebouw waarbij de afstand tot een of beide zijdelingse perceelsgrenzen minder dan 5 m bedraagt, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

12

c. d. e. f.

de sociale veiligheid; de waterhuishoudkundige situatie; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend: a. het opslaan van goederen voor de aanduiding 'gevellijn' of het verlengde daarvan; b. een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht; c. een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; d. een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van vuurwerkbedrijven; een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit m.e.r; e. een gebruik van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen bij een bedrijfswoning voor bewoning. 3.4.2

Productiegebonden detailhandel

Ondergeschikte productiegebonden detailhandel is toegestaan tot maximaal 30% van het bedrijfsvloeroppervlak. 3.4.3

Kantoren

Kantoren voldoen aan de volgende kenmerken: a. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; b. bij de bedrijfsactiviteit behorende niet-zelfstandige kantoren zijn toegestaan tot maximaal 50% van het bedrijfsvloeroppervlak; c. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van bedrijfsverzamelgebouwen zelfstandige kantoren toegestaan tot maximaal 150 m2 per kantoor/unit, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan kantoren in een bedrijfsverzamelgebouw niet meer mag bedragen dan 33% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte van het bedrijfsverzamelgebouw. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 voor het toestaan van een bedrijf dat niet is genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten maar dat voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met de toegestane categorieën of voor een bedrijf in één milieucategorie hoger dan de toegelaten maximale milieucategorie, mits het bedrijf voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in de toegelaten milieucategorieën.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

13

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

groenvoorzieningen; bermen, parken en plantsoenen; langzaamverkeerspaden, waaronder fiets- en wandelpaden; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; nutsvoorzieningen, straatmeubilair en kunstwerken; ter plaatse van de aanduiding 'water' in ieder geval voor oppervlaktewater ten behoeve van de waterberging met een minimale bergingscapaciteit van 675 m3;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, delen van wegen en verhardingen zoals inritten en kruisende infrastructuur. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten en kunstwerken bedraagt maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

14

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

wegen en straten, wandel- en fietspaden; parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;

met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

15

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten en/of aanwezige archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. bouwwerken, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld. 6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag is bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 6.2 ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voorzover: a. de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; en b. in voldoende mate is gegarandeerd dat eventueel aanwezige waarden middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld. 6.4

Indieningsvereiste

Bij de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3 dient een archeologisch onderzoek te worden overgelegd, waarin de aanwezige archeologische waarden zijn beschreven en is beschreven welke maatregelen worden getroffen om de archeologische waarden veilig te stellen 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 6.5.1

Verbod

Het is op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, waarvan de grondverstoring een oppervlakte beslaat groter dan 2.500 m2 en dieper reikt dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld: a. b. c. d. e.

het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; f. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; g. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; i. het aanbrengen van verhardingen. 6.5.2

Uitzonderingen Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

16

Het in lid 6.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 6.5.3

Toelaatbaarheid

Het bevoegd gezag is bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.5.1 zijn ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voorzover a. de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad; en b. in voldoende mate is gegarandeerd dat eventueel aanwezige waarden middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld. 6.5.4

Indieningsvereiste

Bij de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.3 dient een archeologisch onderzoek te worden overgelegd, waarin de aanwezige archeologische waarden zijn beschreven en is beschreven welke maatregelen worden getroffen om de archeologische waarden veilig te stellen.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

17

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

18

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingplan wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie. 8.2

Ondergeschikte functies

Een ondergeschikte functie mag een omvang hebben van niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning of het bedrijfsvloeroppervlak van een bedrijf, tenzij in de specifieke gebruiksregels in Hoofdstuk 2 anders is bepaald.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

19

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen, percentages en afstandseisen, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, mits er geen belemmering plaatsvindt van het radarverstoringsgebied in verband met de vliegbasis Volkel; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m. 9.2

Voorwaarden afwijken

Een afwijking als bedoeld in lid 9.1 is slechts mogelijk indien: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

20

Artikel 10 10.1

Overige regels

Parkeren

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's, vrachtwagens en laden/lossen wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen die hieronder zijn aangegeven. a. Voor autoparkeren gelden de volgende normen: Functie

Norm

Showroom

1,4 parkeerplaatsen

per 100 m2 b.v.o.

Commerciële dienstverlening

3,3 parkeerplaatsen

per 100 m2 b.v.o.

Loods, opslag, transportbedrijf

0,7 parkeerplaatsen

per 100 m2 b.v.o.

Industrie, werkplaats

2 parkeerplaatsen

per 100 m2 b.v.o.

b. Voor parkeren van vrachtwagens en laden/lossen gelden de kencijfers van de CROW publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uit 2012 (publicatie 381). 10.2

Strijdig gebruik

Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's, vrachtwagens en laden/lossen wordt gerealiseerd, conform de eisen die in artikel 10.1 sub a en sub b zijn aangeduid. 10.3

Afwijken voor parkeervoorzieningen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.1 onder a en b, en artikel 10.2 mits: a. De noodzakelijke parkeervoorzieningen op eigen terrein in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd en op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. De situering van de parkeerplaatsen het stedenbouwkundig beeld en het groene karakter van de omgeving, de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

21

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 11.1

Overgangsrecht

Persoonsgebonden overgangsrecht

In afwijking van het bepaalde in artikel 11.1 onder c en 11.2 onder d is op het adres Vismeerstraat 6 te Bernheze, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - persoonsgebonden overgangsrecht' tevens de functie wonen toegestaan voor zover deze gebruikt wordt door de heer en/of mevrouw PM Naam (geboren op PM Datum), op basis van persoonsgebonden en objectgebonden overgangsrecht, met dien verstande dat: a. het persoonsgebonden overgangsrecht niet kan worden overgedragen aan of overgaan op een andere natuurlijke of rechtspersoon; b. het objectgebonden overgangsrecht niet kan worden overgedragen op nieuwe bebouwing, dat wil zeggen dat de bebouwing niet vervangen mag worden door andere bebouwing; c. het persoonsgebonden overgangsrecht eindigt bij uitschrijving in de Gemeentelijke Basisregisratie Personen. 11.2

Overgangsrecht bouwwerken

11.2.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 11.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.2.1 met maximaal 10%. 11.2.3 Uitzondering Lid 11.2.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.3

Overgangsrecht gebruik

11.3.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.3.2 Veranderen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.3.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

22

11.3.3 Onderbreken strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het lid 11.3.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.3.4 Uitzondering Lid 11.3.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

23

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bedrijventerrein Cereslaan-West.

Bijlagen bij de regels

Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Cereslaan-West’ Vaststelling, d.d. 22 april 2024

Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan

VERBEELDING

Plangebied Plangrens

Enkelbestemmingen B

Bedrijf

G

Groen

V

Verkeer

Dubbelbestemmingen WR-A3

Waarde - Archeologie 3

Functieaanduidingen (b≤3.1)

bedrijf tot en met categorie 3.1

(b≤3.2)

bedrijf tot en met categorie 3.2

(sb-po)

specifieke vorm van bedrijf - persoonsgebonden overgangsrecht

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen [sba-g1]

specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1

[sba-g2]

specifieke bouwaanduiding - gevellijn-2

Maatvoeringen maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

10 10

G 8 -13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=420a41ca-cba7-4298-9886-4425408718bf