CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting bestemmingsplan 'Muggenhoek 1, Heeswijk-Dinther'

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Muggenhoek 1 Heeswijk-Dinther'*21.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Muggenhoek 1 Heeswijk-Dinther Overheid Document Datum Planstatus Plan identificatie

Gemeente Bernheze Toelichting 17/04//2024 Vastgesteld NL.IMRO.1721.BPMuggenhoek1HD-vg01

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................3 Hoofdstuk 1 Inleiding ..............................................................5 1.1 Aanleiding ............................................................................................ 5 1.2 Ligging plangebied ............................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan .................................................................... 7 1.4 Opzet bestemmingsplan ....................................................................... 8 1.5 Leeswijzer ............................................................................................ 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving ................................................10 2.1 Landschappelijke context ................................................................... 10 2.2 Bestaande situatie .............................................................................. 11 2.3 Bedrijfsvoering ................................................................................... 15 2.4 Toekomstige situatie .......................................................................... 16

Hoofdstuk 3 Beleidskaders ....................................................18 3.1 Rijksbeleid .......................................................................................... 18 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................... 21 3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................ 26

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten ...........................28 4.1 Milieuzonering .................................................................................... 28 4.2 Geluid ................................................................................................. 31 4.3 Bodem ................................................................................................ 33 4.4 Luchtkwaliteit ..................................................................................... 34 4.5 Externe veiligheid ............................................................................... 37 4.6 Water ................................................................................................. 40 4.7 Ecologie .............................................................................................. 44 4.8 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................ 47 4.9 Verkeer en parkeren ........................................................................... 50 4.10 Besluit milieueffectrapportage ......................................................... 52 4.11 Kabels en leidingen........................................................................... 54 4.12

Gezondheid .................................................................................. 55

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet ..........................................56 5.1 Inleiding ............................................................................................. 56

3

5.2 Planmethodiek .................................................................................... 56 5.3 Toelichting op de bestemmingen ........................................................ 58 5.4 Verbeelding ........................................................................................ 59

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ............................60 6.1 Kostenverhaal..................................................................................... 60 6.2 Financiële haalbaarheid ...................................................................... 60

Hoofdstuk 7 Procedure ..........................................................61 7.1 Vooroverleg ........................................................................................ 61 7.2 Inspraak ............................................................................................. 64 7.3 Ontwerp en zienswijze ....................................................................... 65 7.4 Beroep ................................................................................................ 66

Bijlagen bij deze toelichting ..................................................68 Bijlage 1 Landschappelijke inpassing ....................................................... 68 Bijlage 2 Quickscan Natuur ....................................................................... 68 Bijlage 3 Stikstofberekening ..................................................................... 68 Bijlage 4 Stalling overzicht Stal van den Berg .......................................... 68 Bijlage 5 Stappenplan Handreiking veehouderij en volksgezondheid ....... 68 Bijlage 6 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling ........................... 68 Bijlage 7 Berekening kwaliteitsverbetering .............................................. 68

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van de percelen 188, 189 en 827 aan de Muggenhoek 1 in HeeswijkDinther. Deze percelen hebben in het geldend bestemmingsplan een agrarische bestemming. Op deze percelen zijn een woning, een paardenstal, een springbak, een losloopbak en een mestopslag gesitueerd. Initiatiefnemer heeft een productiegerichte paardenhouderij en de wens om de bestaande paardenstal te slopen en daarvoor in plaats een paardenstallling met binnenrijbak te realiseren. Verder is de wens om de bestaande springbak, losloopbak en mestopslag te legaliseren. In 2021 heeft de initiatiefnemer hiervoor een verzoek ingediend bij de gemeente Bernheze. Het verzoek is in strijd met het geldend bestemmingsplan “Buitengebied Bernheze”. Op basis van de bestemmingsomschrijving in artikel 5.1 is een paardenstal en binnenrijbak niet toegestaan op deze locatie. Het plan is ook in strijd met de bouwregels in artikel 5.2. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak. De gemeente Bernheze heeft in een brief laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan het starten van een ruimtelijke procedure voor deze activiteiten. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied, gelegen aan de Muggenhoek in Heeswijk-Dinther, bevindt zicht ten noorden van de provinciale weg N279 en ten noordwesten van het dorp Heeswijk-Dinther. De provinciale weg N279 vormt de verbinding tussen 's-Hertogenbosch en Veghel. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door kadastraal perceel 2293 (Muggenhoek 1a), aan de noord- en zuidzijde door kadastraal perceel 133 (watergang) en aan de westzijde door de Muggenhoek. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen 188, 189 en 827.

5

Ligging plangebied

Begrenzing plangebied

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied aan Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther is het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze', vastgesteld op 26 juni 2012 en onherroepelijk per 8 oktober 2014, van toepassing. Het plangebied is in het bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' (artikel 5) met de nadere aanduiding 'wonen'. Binnen de gronden met de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' staat het agrarische gebruik en het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden centraal. De gronden zijn o.a. bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf en agrarisch verwante bedrijven. Ter plaatse van de nadere aanduiding 'wonen' is een burgerwoning toegestaan. In het plangebied zijn verder de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen van toepassing:

• • • •

Waarde - Archeologie 3, voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige middelhoge archeologische verwachtingswaarden; Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied, nieuwvestiging van intensieve veehouderijen en vergroting van bestaande intensieve veehouderijen is niet toegestaan in dit gebied; Wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied, voor de ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat; Waterstaat - Beschermingszone watergang, voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.

Wijzigingsbevoegdheid In artikel 5.9.1 onder b van het geldend bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen en vergroten van het bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf met in achtneming van de volgende regels: a.

b.

c.

d. e. f. g.

h.

i.

j.

k.

uit een verkregen advies van een agrarisch deskundige is gebleken dat vergroting van het bouwvlak noodzakelijk is uit oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering in relatie tot de continuïteit van het agrarisch bedrijf; vormverandering van het functieaanduidingsvlak 'specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen' is uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk is uit een oogpunt van concentratie van gebouwen; de oppervlakte van het bouwvlak ten hoogste 1,5 ha bedraagt, tenzij sprake is van een grondgebonden melkveehouderij waarbij de oppervlakte van het bouwvlak ten hoogste 2 ha bedraagt; de regels in 5.2.2 in acht genomen worden; uit een inrichtingsplan moet blijken dat een goede ruimtelijke uitstraling gewaarborgd is.

Een landschappelijke inpassing met een oppervlakte van minimaal 10% van het bouwvlak is vereist; een planschade verhaalovereenkomst met de gemeente wordt aangegaan; op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'groenblauwe mantel' de wijziging uitsluitend is toegestaan, indien een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken; op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - natuurontwikkelingsgebied', zonder de aanduiding 'wro-zone - ecologische verbindingszone', de wijziging uitsluitend is toegestaan, indien dit gebied niet minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van natuur; op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding of grenzend aan de aanduiding 'wro-zone ecologische verbindingszone' wijziging uitsluitend is toegestaan, indien het functioneren van de verbindingszone niet onevenredig wordt aangetast; op gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding of grenzend aan de aanduiding 'behoud/ herstel watersysteem' de wijziging uitsluitend is toegestaan, indien dit gebied niet minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen; de wijziging gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, of

cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied;

Ook geldt het bestemmingsplan 'Herziening Vrijkomende Agrarische Bebouwing Bernheze 2018', hierin is het vastgesteld VAB-beleid vertaald in een juridisch planologische regeling.

7

Ook geldt het bestemmingsplan 'BPL Teeltondersteunende voorzieningen gemeente Bernheze', hierin zijn de vastgesteld beleidsregels voor teeltondersteunende voorzieningen vertaald in bestemmingsplanregels.

Uitsnede geldend bestemmingsplan met plangebied in oranje (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Toets aan geldend bestemmingsplan Op basis van de bestemmingsomschrijving in artikel 5.1 van het geldend bestemmingsplan is een paardenstal en binnenrijbak niet toegestaan op deze locatie. Het plan is ook in strijd met de bouwregels in artikel 5.2. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen een bouwvlak. Het voorliggend plan past ook niet binnen de wijzigingsvoorwaarden uit artikel 5.9, er is nu geen sprake van een grondgebonden agrarisch bedrijf (planologisch). Om de gewenste situatie planologisch mogelijk te maken zal een bestemmingsplanprocedure moeten worden doorlopen. Bij een dergelijke procedure wordt de bestemming van het perceel planologisch veranderd, waarbij dat specifieke perceel een eigen ‘bestemmingsplan’ krijgt. In voorliggend geval zal de aanduiding 'agrarisch bedrijf' worden toegevoegd aan het perceel, het bouwvlak worden vergroot en de aanduiding 'wonen' worden verwijderd.

1.4 Opzet bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Muggenhoek 1 Heeswijk-Dinther" bestaat uit de volgende stukken:

• • •

verbeelding, plan idn. NL.IMRO.1721.BPMuggenhoek1HD-vg01 regels; toelichting.

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.

8

1.5 Leeswijzer De bestaande en toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleid beschreven dat relevant is voor deze ontwikkeling. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven, waarbij aandacht wordt gegeven aan de milieutechnische randvoorwaarden. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven op de regels en in hoofdstuk 6 op de financiële haalbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 nader ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure.

9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Landschappelijke context In Bernheze zijn het landschap van de Peelhorst en het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf karakteristiek. Daartussen ligt het landschap van de dekzandruggen en vlakten. Op basis van de geomorfologie, de waterhuishouding, de ontginningsgeschiedenis en de huidige ruimtelijke kenmerken is het landschap ingedeeld in landschapstypen. Het LOP (2012) onderscheidt de volgende indeling:

• • •

Landschap van de Peelhorst Beekdallandschap Aa en Leijgraaf Dekzandruggen en – vlaktenlandschap

De locatie Muggenhoek ligt in het ‘beekdallandschap’, zie onderstaande afbeelding. Het dekzandruggen en -vlaktenlandschap heeft een lichtgolvend reliëf. Op de dekzandruggen liggen de oorspronkelijke bebouwingslinten en oude bouwlanden. Zij onderscheiden zich van de dekzandvlakten door een kleinschalige en veelvormige opbouw. De dekzandvlakten zijn meer open van karakter. De kavelstructuur is rationeel en relatief grootschalig. Door de vele singels en wegbeplantingen (eik) is het landschap gecompartimenteerd: de zogenaamde ‘open kamerstructuur’. Het contrast van de relatief hooggelegen droge oost-west georiënteerde ruggen met oude bebouwingslinten en de laaggelegen tamelijk open vlakten ertussen is landschappelijk waardevol.

Diverse landschappen in gemeente Bernheze

10

2.2 Bestaande situatie Het plangebied aan de Muggenhoek 1 bestaat uit de kadastrale percelen 188, 189 en 827 en heeft een oppervlakte van 9874 m2. Op deze percelen is een productiegerichte paardenhouderij gevestigd. Op deze percelen staat een woning, een mantelzorgwoning, een paardenstal, een springbak, een losloopbak, paddocks en een mestopslag gesitueerd. In de paardenstal is ruimte voor 20 paardenboxen. De woning staat aan de westzijde van het plangebied gesitueerd op een afstand van circa 6 meter van de Muggenhoek. Deze woning, type boerderij, heeft een oppervlakte van circa 175 m2. De goot- en bouwhoogte van de woning bedraagt circa 3 meter en 8 meter. Achter de woning, op een afstand van circa 15 meter, is de bestaande paardenstal gelegen. Deze stal heeft een oppervlakte van 250 m2 en goot- en bouwhoogte van circa 2 meter en 3,5 meter. De mantelzorgwoning, ook gelegen achter de woning, heeft een oppervlakte van circa 65 m2 en een goot- en bouwhoogte van circa 2 meter en 3 meter. De springbak en losloopbak zijn gesitueerd aan de zuidzijde van het plangebied en hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 1600 m2. De mestopslag van circa 60 m2 is gelegen bij de in- en uitrit van het plangebied. De bestaande paddocks zijn aan de noordzijde van de woning gelegen. De overige gronden binnen het plangebied zijn ingericht als weidegebied.

Het plangebied wordt rondom begrenst door een watergang. Beplanting De ruimte rondom de woning is ingericht als tuin met gebiedseigen hagen en wat opgaande beplanting. De oostkant van het plangebied is aangezet met een rij berkenbomen. De springbak is ingepast met gebiedseigen hagen. De Muggenhoek wordt aan beide zijden begeleidt door beukenbomen. Verkeer en parkeren Het perceel heeft een ontsluiting op de Muggenhoek, het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Omgeving Op het naastgelegen perceel 2293 (Muggenhoek 1a) is een manege gevestigd. De bebouwing op dit perceel is fors te noemen en heeft een oppervlakte van circa 2750 m2. De goot- en bouwhoogte bedraagt circa 3 meter en 6 meter. Tegenover het plangebied, op het perceel Muggenhoek 36, is een agrarisch bedrijf gelegen. Op de percelen ten noorden van het plangebied aan de Muggenhoek 8b en Het Schoor 22a zijn agrarische bouwvlakken met burgerwoningen gelegen.

11

Begrenzing plangebied

12

Bestaande situatie plangebied

Foto springbak met bestaande woning, mantelzorgwoning en naastgelegen manege

13

Foto paardenstallen

14

2.3 Bedrijfsvoering De huidige bedrijfsvoering op het perceel Muggenhoek 1 bestaat uit: paardenstalling voor 20 paarden (zie bijlage 4 Stalling overzicht Stal van den Berg), handel in paarden, faciliteiten voor het recreatief beoefenen van de paardensport, dressuur en springen (geen wedstrijdverband o.i.d.) en het trainen van (eigen) paarden. De beoogde bedrijfsvoering is gelijk aan de huidige bedrijfsvoering, maar met een schaalvergroting naar 30 paarden. Modernisering van de huidige mogelijkheden door mogelijkheid tot het beoefenen van de paardensport gedurende het gehele jaar door het realiseren van een binnenrijbak i.c.m. het trainen van eigen paarden. De binnenrijbak is kleiner dan een wedstrijdbak, waardoor deze alleen voor training gebruikt zal/kan worden. Er wordt géén lesgegeven. De voorgenomen ontwikkeling van het perceel is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van de productiegerichte paardenhouderij. De bestaande paardenstalling van 250 m2 is dusdanig van omvang dat er geen broodwinning mogelijk is met het beperkte aantal stallen dat nu aanwezig is. Er zijn twee gezinnen die hun inkomen uit de productiegerichte paardenhouderij moeten genereren. De huidige sterk verouderde paardenstallen zullen gesloopt worden.

Om het bedrijf weer winstgevend te maken en aan te passen aan de huidige eisen binnen de paardenhouderij is het noodzakelijk om schaalvergroting toe te passen en een combinatie te maken met een rijbak voor eigen gebruik bij het africhten van de fokpaarden om zo een financieel renderend bedrijf te waarborgen voor de (nabije) toekomst. De criteria voor het welzijn en zorg voor fokpaarden is in de loop der tijd intensiever geworden (dier en welzijn), waarbij in combinatie met schaalvergroting een groter onderkomen nodig is. De benodigde afmetingen van de nieuw te bouwen paardenstalling met rijbak zijn van dusdanige grootte dat herbouw op dezelfde plaats niet mogelijk is. Er is daarom gekozen voor het slopen van de huidige stallen en in de nabijheid hiervan het een nieuw stallencomplex op te richten. Productiegerichte paardenhouderij De bedrijfsvoering op het perceel Muggenhoek 1 is in hoofdzaak gericht op het door middel van een gericht fok- en/of africhtingsprogramma op een hoger niveau brengen van paarden, waardoor de waarde van de paarden in het economische verkeer toeneemt. Hiervoor is een ondertekende verklaring door de eigenaar afgegeven bij de gemeente.

15

2.4 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt op het Muggenhoek 1 de productiegerichte paardenhouderij verder uitgebreid. De bestaande woning en mantelzorgwoning blijven behouden. De bestaande paardenstal wordt gesloopt en daarvoor in plaats wordt een paardenstallling met binnenrijbak gerealiseerd. De bestaande springbak en losloopbak worden behouden en blijven op dezelfde plek gesitueerd. De mestopslag wordt verplaatst naar de oostzijde van het perceel, nabij de stallen. De paddocks worden verwijderd uit het plangebied. De paardenstalling met binnenrijbak heeft een oppervlakte van 1224 m2, waarvan de rijbak een oppervlakte heeft van 583 m2. De paardenstalling met rijbak heeft een goot- bouwhoogte van 4,45 meter en 6,55 meter. In de paardenstal worden 30 paardenboxen gerealiseerd. Verkeer en parkeren Het perceel behoudt de bestaande ontsluiting op de Muggenhoek, het parkeren vindt plaats op eigen terrein. In het plan is ruimte voor minimaal 14 parkeerplaatsen, deze parkeerplaatsen bevinden zich met name bij de in- en uitrit van het plangebied. Beeldkwaliteit De paardenstalling met binnenrijbak heeft een plint van metselwerk (in overeenstemming met de bestaande boerderij), de gevels bestaan verder uit zwart potdekselwerk. Het dak bestaat uit stalen grijze dakplanplaten. In het dak worden lichtstraten opgenomen.

Alle kozijnen zijn van hout en worden in de kleuren grijs en wit uitgevoerd. De gevelopeningen van de stallen worden voorzien van een luik.

Ontwerp paardenstalling met overdekte rijbak

Landschappelijke inpassing De ontwikkeling op het perceel Muggenhoek 1 is voorzien van een landschappelijke inpassing (zie bijlage 1 van deze toelichting). Aan de basis van het landschapsplan ligt vigerend ruimtelijk beleid. Op verschillende schaalniveaus zijn door provincie en gemeente specifieke doelen aangewezen en richtingen voor de toekomst uitgestippeld. Dit beleid is doorvertaald naar het schaalniveau van erfinrichting op de ligging van het plangebied in het beekdallandschap. Uit de beleidsanalyse komt naar voren dat er kansen liggen om op deze locatie de kenmerkende kamerstructuur te versterken en de bebouwing kwalitatief in te passen door het aanbrengen van gebiedseigen landschappelijke beplanting. Uitgangspunten daarbij zijn: Het versterken van ecologische verbindingen van de Leijgraafbeek door aanleg van een ecologisch waardevolle poel in de noordoosthoek van het perceel; Aanplant van diverse inheemse bomen verbetert en versterkt de landschappelijke kwaliteit van de dorpsrand van Heeswijk-Dinther; Het doorzetten van de laanbeplanting Muggenhoek versterkt de bestaande laanstructuur. De kamerstructuur wordt hier versterkt door het aanzetten van de perceelsgrenzen met bomen en hagen. Binnen het perceel worden diverse gebiedseigen bomen strategisch aangeplant om zo de bebouwing kwalitatief in te passen in het landschap.

De parkeerplaatsen en stal worden omzoomd door een groene beukenhaag. In de noordoosthoek van het perceel wordt een landschapspoel aangelegd. De poel heeft een natuurlijke vorm en een minimale oppervlakte van 90m2. De poel wordt rondom (3m breed) ingezaaid met een bloemrijk mengsel zal door extensief beheer gezorgd worden voor een structuurrijk geheel, waarin bloeiende grassen en kruiden kans krijgen om zich te ontwikkelen en zorgen voor een natuurlijke

16

overgang van droog en nat. In het weiland, ten noorden van de inrit en langs de parkeervakken, wordt een wadi voorziening gerealiseerd met een bergingscapaciteit van tenminste 72 m3.

Nieuwe situatie plangebied

17

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

•

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;

18

• •

kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Toetsing aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'.

In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'jamits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Toetsing aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 - 4 Bro).

Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Het betreft hier geen stedelijke ontwikkeling, de ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.

19

3.1.4 Conclusie

• • •

De ontwikkeling raakt geen nationale belangen, om die reden is de Nationale Omgevingsvisie niet van belang. De regels die zijn opgenomen in het Barro zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Het plan is ten slotte getoetst aan de Ladder en is niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Concluderend wordt gesteld dat, gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.

20

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’.

Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Toetsing aan de omgevingsvisie Noord-Brabant Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther.

De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de vestiging van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. De ontwikkeling is voorzien van een landschappelijk inpassing. De landschappelijk kwaliteiten van het perceel en van de omgeving worden met dit plan verbeterd. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan en het waardevolle cultuurhistorische landschap blijft behouden en wordt versterkt. Het initiatief past binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld, geactualiseerd op 10 oktober 2022. Een omgevingsverordening is voor de Provincies verplicht om te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.

21

De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. De voor het plangebied van toepassing zijnde thema's worden hierna behandeld. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1.

2.

3.

zorgvuldig ruimtegebruik, dit houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: o nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; o er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, de lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

meerwaardecreatie, de meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing.

22

Omdat echter niet iedere ontwikkeling invloed uitoefent op de (kwaliteit van de) omgeving zijn een aantal type ontwikkelingen uit te sluiten van die verplichting. Hierin worden drie categorieën onderscheiden die anders kunnen worden benaderd vanwege hun aard of omvang. In de notitie ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap 2013’ van de regio West-Brabant zijn deze uitgewerkt: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing. Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via met name een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Vitaal platteland Hierin zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied.

Landelijk gebied omvat een onderverdeling in de subzones: Gemengd landelijk gebied en Groenblauwe mantel. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over Landelijk gebied. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzone. In de regels binnen deze afdeling wordt onderscheid gemaakt in het bestaande bedrijf, de uitbreiding van een bedrijf of de vestiging van een bedrijf. Er zijn geen regels opgenomen voor vormverandering van een bouwperceel of bestemmingsvlak. Dat is wijziging van de begrenzing van een bouw- of bestemmingsvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte. In een voorkomend geval verwachten we dat een gemeente rekening houdt met omliggende waarden en functies in het gebied om af te wegen of de vormverandering aanvaardbaar is. Overig-agrarisch bedrijf Een laatste categorie agrarische bedrijven is het overig-agrarisch bedrijf. Hiermee wordt een breed scala aan bedrijven bedoeld. Het gaat daarbij volgens de begripsbepaling over alle agrarische bedrijven die niet onder definitie van (vollegronds)teelt-, veehouderij- en glastuinbouwbedrijven vallen.

Voorbeelden zijn paardenfokkerijen, slakken-, vissen-, wormen- of insectenkwekerijen of bedrijven waar gewassen worden geteeld in gebouwen zoals champignon- en witlofkwekerijen. De maximale omvang van een bouwperceel voor deze bedrijven is 1,5 hectare. Vanuit landschappelijk oogpunt is aangesloten bij de omvang van een bouwperceel voor de veehouderij die doorgaans ook maximaal 1,5 ha groot mogen zijn. Voorwaarde voor uitbreiding tot 1,5 hectare is dat uit de toelichting van het bestemmingplan blijkt dat de uitbreiding noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. Binnen de groenblauwe mantel zijn er minder mogelijkheden voor vestiging en omschakeling naar een overig-agrarisch bedrijf. Binnen die gebieden streeft de provincie naar extensieve bedrijven met een binding aan de omliggende grond. Er wordt wel een mogelijkheid voor omschakeling geboden als dit bijdraagt aan de verbetering van de milieukwaliteit en/of de kwaliteit van de woon-/leefomgeving. Hierdoor kan een bedrijf die in de bestaande situatie nog gewassen in de grond teelt niet omschakelen naar een bedrijfsgebonden teelt.

Artikel 3.58 Overig-agrarisch bedrijf in Gemengd landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in uitbreiding van, vestiging van of omschakeling naar een overig-agrarisch bedrijf tot een omvang van ten hoogste 1,5 hectare bouwperceel, als de toelichting een verantwoording bevat dat de ontwikkeling noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering.

23

Toets aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de vestiging van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. De ontwikkeling is voorzien van een landschappelijk inpassing. De landschappelijk kwaliteiten van het perceel en van de omgeving worden met dit plan verbeterd. Er is sprake van zorgvuldig ruimte gebruik omdat de noodzaak voor deze uitbreiding in paragraaf 2.2 van deze toelichting is aangetoond en dat alle bebouwing en voorzieningen zijn geconcentreerd binnen het bouwvlak. Er heeft een zorgvuldige situering van gebouwen plaatsgevonden, waarbij rekening is gehouden met en uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarnaast worden nieuwe landschapselementen toegevoegd, gebaseerd op de lagenbenadering.

De meerwaarde wordt gecreëerd door het wegnemen van verouderde bebouwing, het realiseren van kwalitatief hoogstaande bijgebouwen met in het landschap/gebied passende uitstraling en daardoor een ensemble vormend met het bestaande boerderijgebouw en het realiseren van landschapselementen, die bijdragen aan het landschapstype én de ecologie. Volgens het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsontwikkeling Landschap’ betreft het hier een categorie 3 ontwikkeling. Uitgangspunt van de investering in het landschap is dat de kwaliteitsverbetering in verhouding moet zijn met de ruimtelijke ontwikkeling. Dat betekent dat ‘rood’ wordt omgerekend naar een tegenprestatie in euro’s, welke wordt omgezet in een fysieke tegenprestatie. De initiatiefnemer heeft een berekening opgesteld (zie bijlage 7 van deze toelichting) waaruit blijkt dat de ‘groene’ investering op het perceel in verhouding staat tot de ‘rode’ ontwikkeling. Er is sprake van een kwaliteitsverbetering van het landschap. Het voorliggend plan is voorzien van een landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.4). Er is maatwerk geleverd zodat de inpassing in de juiste verhouding staat tot de ruimtelijke ontwikkeling. Aan de basis van het landschapsplan ligt vigerend ruimtelijk beleid. Op verschillende schaalniveaus zijn door provincie en gemeente specifieke doelen aangewezen en richtingen voor de toekomst uitgestippeld.

Dit beleid is doorvertaald naar het schaalniveau van erfinrichting op de ligging van het plangebied in het beekdallandschap. Uit de beleidsanalyse komt naar voren dat er kansen liggen om op deze locatie de kenmerkende kamerstructuur te versterken en de bebouwing kwalitatief in te passen door het aanbrengen van gebiedseigen landschappelijke beplanting. De kamerstructuur wordt hier versterkt door het aanzetten van de perceelsgrenzen met bomen en hagen. Binnen het perceel worden diverse gebiedseigen bomen strategisch aangeplant om zo de bebouwing kwalitatief in te passen in het landschap. De parkeerplaatsen en stal worden omzoomd door een groene beukenhaag. Op de plek van de voormalige paddocks wordt een wadi gerealiseerd. De wadi heeft een natuurlijke vorm en een minimale oppervlakte van 90m2. De wadi wordt rondom (3m breed) ingezaaid met een bloemrijk mengsel zal door extensief beheer gezorgd worden voor een structuurrijk geheel, waarin bloeiende grassen en kruiden kans krijgen om zich te ontwikkelen en zorgen voor een natuurlijke overgang van droog en nat. Deze landschappelijk inpassing is door de gemeente passend bevonden. Het initiatief voldoet aan artikel 3.58 uit de omgevingsverordening. In paragraaf 2.2 van deze toelichting is onderbouwd waarom de vestiging noodzakelijk is voor bedrijfsvoering van de productiegerichte paardenhouderij op het perceel Muggenhoek 1.

Het nieuwe bouwperceel heeft een oppervlakte van 5250 m2, dit is ruim onder de maximale omvang van 1,5 hectare. De ontwikkeling van de productiegerichte paardenhouderij is passend in de omgeving (er zijn meerdere agrarische bedrijven in de omgeving toegestaan) en heeft geen nadelig effect op een veilige en gezonde leefomgeving (zie hoofdstuk 4 milieu- en omgevingsaspecten).

24

Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (10,6 kilometer) is het uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Vanwege de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de plannen, kan worden aangenomen dat geen negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreden. Dit is echter alleen uit te sluiten middels een Aeriusberekening. Ten aanzien van het NNB hebben de voorgenomen plannen geen negatief effect tot gevolg op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. De bomen in het plangebied blijven behouden, waardoor toetsing aan de bescherming van houtopstanden niet van toepassing is. In maart 2023 is er een stikstofberekening uitgevoerd, zie bijlage 3 van deze toelichting. Voor zowel de realisatie(aanleg)-fase en de gebruiksfase van de nieuw te bouwen paardenstal, zijn met behulp van de AERIUS Calculator berekeningen gemaakt om te kunnen bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De nieuw te bouwen paardenstal wordt niet voorzien van een gasaansluiting en zal niet worden verwarmd. In de huidige situatie zijn er 20 paardenboxen en verblijven er 30 paarden. In de toekomstige situatie komen er 30 paardenboxen maar blijft het aantal 30 paarden.

Omdat het aantal paarden, en dus de uitstoot hiervan, ongewijzigd blijft en er dus geen sprake is van een toename hoeft de emissie niet te worden opgenomen in de berekening van de toekomstige gebruiksfase. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn dan ook alleen de voertuigbewegingen van belang. Hierbij is uitgegaan van totaal 14 ritten per etmaal. Naast de gebruiksfase is ook de realisatiefase berekend. Met behulp van de AERIUS Calculator zijn berekeningen opgesteld voor de realisatie- en de toekomstige gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt voor beide fasen geen toename van stikstofdepositie. Er is gebruik gemaakt van de AERIUS-Calculator versie 2022. Het AERIUS analysebestand (GML) met rekenresultaten, bronnen en rekenpunten is hier te downloaden. Op basis van de resultaten uit de berekeningen kan worden geconcludeerd dat zowel voor de realisatie(aanleg)fase en de gebruiksfase geen vergunningsplicht geldt, t.a.v. stikstofdepositie, op grond van de Wet natuurbescherming. Het initiatief past binnen de interim omgevingsverordening voor Noord-Brabant.

3.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan past binnen de omgevingsvisie NoordBrabant en de interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

25

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Bernheze De gemeenteraad van de gemeente Bernheze heeft op 1 februari 2010 de Structuurvisie Bernheze vastgesteld. De Structuurvisie Bernheze geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen en vormt daarmee een belangrijk (toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en projecten. De Structuurvisie Bernheze is opgebouwd uit twee delen, het Ruimtelijk Casco dat een visie op hoofdlijnen geeft voor het complete gemeentelijke gebied en het Uitvoeringsprogramma, met een overzicht van de ruimtelijke opgaven en de uitwerking van deze opgaven. Het Uitvoeringsprogramma wordt periodiek bijgesteld aan de dan geldende actualiteiten. De agrarische sector blijft de drager van het landschap. Derhalve wordt ingezet op het behoud van de agrarische sector en het versneld leren omgaan met processen zoals schaalvergroting en verbreding. De aanwezige bedrijven krijgen de ruimte om zich binnen vooraf opgestelde kaders verder te ontwikkelen. Ook moet er ruimte worden geboden voor verbrede landbouw. Kleinschalige verblijfsrecreatie en/of andere activiteiten zijn een meerwaarde voor het gebied.

Deze activiteiten vinden op natuurlijke wijze hun plek in het landschap, waardoor een mozaïek aan activiteiten ontstaat. De openheid van het landschap dient echter te allen tijde behouden te blijven Ruimtelijk casco Het plangebied valt volgens de kaart Ruimtelijk Casco binnen het halfopen landschap. Rondom de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het voegt een kwaliteit toe aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden. Verandering aan dit landschap moet hier ook zoveel mogelijk worden voorkomen. In Noord-Brabant stromen de Aa en de Leijgraaf als blauwe linten door het landschap. Tot het begin van de vorige eeuw waren dit meanderende beken die veelvuldig buiten hun oevers traden. Om op de toenemende neerslag te kunnen blijven anticiperen zijn er maatregelen nodig die het water langer vasthouden. Toets aan de Structuurvisie Bernheze Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd.

Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. De ontwikkeling is voorzien van een landschappelijk inpassing. De landschappelijk kwaliteiten van het perceel en van de omgeving worden met dit plan verbeterd. Er is sprake van een kwaliteitsverbetering van het landschap. Het voorliggend plan is voorzien van een landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.4). Er is maatwerk geleverd zodat de inpassing in de juiste verhouding staat tot de ruimtelijke ontwikkeling. Aan de basis van het landschapsplan ligt vigerend ruimtelijk beleid. Op verschillende schaalniveaus zijn door provincie en gemeente specifieke doelen aangewezen en richtingen voor de toekomst uitgestippeld. Dit beleid is doorvertaald naar het schaalniveau van erfinrichting op de ligging van het plangebied in het beekdallandschap. Uit de beleidsanalyse komt naar voren dat er kansen liggen om op deze locatie de kenmerkende kamerstructuur te versterken en de bebouwing kwalitatief in te passen door het aanbrengen van gebiedseigen landschappelijke beplanting. De kamerstructuur wordt hier versterkt door het aanzetten van de perceelsgrenzen met bomen en hagen. Binnen het perceel worden diverse gebiedseigen bomen strategisch aangeplant om zo de bebouwing kwalitatief in te passen in het landschap. De parkeerplaatsen en stal worden omzoomd door een groene beukenhaag.

Op de plek van de voormalige paddocks wordt een wadi gerealiseerd. De wadi heeft een natuurlijke vorm en een minimale oppervlakte van 90m2. De wadi wordt rondom (3m breed) ingezaaid met een bloemrijk

26

mengsel zal door extensief beheer gezorgd worden voor een structuurrijk geheel, waarin bloeiende grassen en kruiden kans krijgen om zich te ontwikkelen en zorgen voor een natuurlijke overgang van droog en nat. Deze landschappelijk inpassing is door de gemeente passend bevonden. De ontwikkeling op het perceel Muggenhoek 1 is passend binnen de ambitie van de structuurvisie Bernheze. 3.3.2 Omgevingsvisie Bernheze 2040 Op 7 maart 2024 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Bernheze 2040 definitief vastgesteld. De omgevingsvisie is bedoeld om de omgevingskwaliteit te verbeteren en een toekomst te creëren die schoon, duurzaam, leefbaar, gezond en klimaatbestendig is. Een toekomst die zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies voor onder meer landbouw, natuur, wonen, recreatie, economie en water. Voorliggend initiatief raakt aan de thema’s uit de omgevingsvisie. Hieronder wordt kort en krachtig per thema onderbouwd hoe dit initiatief bijdraagt aan deze verbeterde toekomst volgens de vastgestelde omgevingsvisie. 1

2

3

4

5

Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Het plan draagt met haar landschappelijke inpassing bij aan deze gezonde leefomgeving. Leefbare kernen Met de omgevingsvisie streeft naar het creëren van aantrekkelijke kernen waar het fijn wonen is voor een goede leeftijd mix aan mensen, door innovatief, groen en compact te bouwen en te ondernemen. Het voorliggende initiatief ligt weliswaar net buiten de kern, maar draagt door haar groene inpassing bij aan het ondernemerschap en groene uitstraling voor het dorp Heeswijk-Dinther. Klimaatbestendig en biodiversiteit Het klimaat verandert waardoor de weersomstandigheden extremer worden. We krijgen vaker te maken met droogte, hitte en langdurige periodes van regen en extremere piekbuien. Het voorliggend plan houdt rekening met het klimaat en biodiversiteit door het aanplanten van inheemse bomen, struiken en hagen en het aanleggen van een landschapspoel met water en biodiversiteit. Vitale en duurzame landbouw & economie Uit de omgevingsvisie komt naar voren dat de gemeente Bernheze ook in de toekomst een trotse agrarische gemeente is en zoek gaat naar een balans met andere functies en een realistisch verdienmodel.

De landbouw is namelijk een belangrijke economische en maatschappelijke drager in Bernheze. Bernheze heeft een innovatieve, efficiënte, duurzame en diervriendelijke landbouwsector. Dat willen ze graag zo houden. Daarbij wordt opgemerkt dat het huidige intensieve landbouwsysteem op onderdelen toe is aan een transitie. De paardenhouderij is passend in deze transitie waarin met oog voor de omgeving en het welzijn van mens en dier ontstaat. Kwaliteit landschap en erfgoed De projectlocatie is te gelegen in het landschapstype beekdallandschap. Het landschapsplan sluit aan op het eigen karakter en bijzondere kwaliteiten van het omliggende landschap. De transities van komende jaren vragen om herstel van landschappelijke waarden en kwaliteit. Hierbij zijn bodem en water leidend. Beplantingstype is toegespitst op de bodemgesteldheid en de grondwatertrap. Hiermee is er een toekomstgericht landschapsplan ontwikkeld die de landschappelijke waarden hersteld en versterkt en hiermee aansluit op de uitgangspunten uit de omgevingsvisie.

3.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan past binnen het gemeentelijk beleid.

27

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

4.1 Milieuzonering 4.1.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van milieugevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies onderling kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden. Deze uitgave bevat een lijst waarin per bedrijfssoort richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. Deze lijst beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Richtafstanden De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied (m)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=d970c3ae-942e-4bb2-b074-65e612f50687